Part 11
Afvriezen, vroor af, vroren af, heeft en is afgevroren en afgevrozen.
Afvriezing, V.
Afvrijen, vrijde af, heeft afgevrijd; ook vree af, vreeën af, heeft afgevreeën.
Afvuren, vuurde af, heeft afgevuurd.
Afwaaien, waaide af, heeft en is afgewaaid; ook woei af, woeien af.
Afwaarts (bijw.).
Afwaartsch (bnw.).
Afwachten, wachtte af, heeft afgewacht.
Afwachting, V.
Afwaggelen, waggelde af, is afgewaggeld.
Afwaken (zich -), waakte zich af, heeft zich en is afgewaakt.
Afwallen, walde af, heeft afgewald.
Afwalling, V., -wallingen.
Afwandelen, wandelde af, is en heeft afgewandeld.
Afwasschen, wiesch af, wieschen af, heeft afgewasschen; ook waschte af.
Afwassching, V., -wasschingen.
Afwateren, waterde af, heeft afgewaterd.
Afwatering, V., -wateringen.
Afweeken, weekte af, heeft en is afgeweekt.
Afweeking, V., -weekingen.
Afweenen, weende af, heeft afgeweend.
Afweer, M.
Afweerbaar, -bare.
Afweerder, M., -weerders.
Afweerster, V., -weersters.
Afwegen, woog af, wogen af, heeft afgewogen.
Afweger, M., -wegers.
Afweging, V., -wegingen.
Afweiden, weidde af, heeft afgeweid.
Afweiding, V., -weidingen.
Afwenden, wendde af, heeft en is afgewend.
Afwending, V., -wendingen; -wendinkje, O., -jes.
Afwenken, wenkte af, heeft afgewenkt.
Afwennen, wende af, heeft en is afgewend.
Afwenning, V.
Afwentelen, wentelde af, heeft en is afgewenteld.
Afwenteling, V.
Afweren, weerde af, heeft afgeweerd.
Afwering, V., -weringen.
Afwerken, werkte (zich) af, heeft (zich) en is afgewerkt.
Afwerker, M., -werkers.
Afwerking, V.
Afwerkschaaf, V., -schaven.
Afwerkster, V., -werksters.
Afwerpen, wierp af, heeft afgeworpen.
Afwerping, V.
Afweten (laten -).
Afweven, weefde af, heeft afgeweven.
Afwezen, O.
Afwezend.
Afwezendheid, V.
Afwezig.
Afwezigheid, V.
Afwieden, wiedde af, heeft afgewied.
Afwiegelen, wiegelde af, heeft en is afgewiegeld.
Afwijken, week af, weken af, is afgeweken.
Afwijking, V., -wijkingen.
Afwijzen, wees af, wezen af, heeft afgewezen.
Afwijzig, afwijziger, afwijzigst.
Afwijzing, V., -wijzingen.
Afwillen, wil af, wilde (wou) af, heeft afgewild.
Afwimpelen, wimpelde af, heeft afgewimpeld.
Afwimpeling, V.
Afwinden, wond af, heeft afgewonden.
Afwinder, M., -winders.
Afwinding, V., -windingen.
Afwinnen, won af, wonnen af, heeft afgewonnen.
Afwippen, wipte af, is en heeft afgewipt.
Afwisschen, wischte af, heeft afgewischt.
Afwisselen, wisselde af, heeft afgewisseld.
Afwisselend.
Afwisseling, V., -wisselingen.
Afwitten, witte af, heeft afgewit.
Afwoelen, woelde af, heeft afgewoeld.
Afwrijven, wreef af, wreven af, heeft afgewreven.
Afwrijving, V., -wrijvingen.
Afwringen, wrong af, heeft afgewrongen.
Afwroeten, wroette af, heeft afgewroet.
Afwuiven, wuifde af, heeft afgewuifd.
Afzaaien, zaaide af, heeft afgezaaid.
Afzaat, M., -zaten.
Afzaatsgewijze.
Afzabbelen, zabbelde af, heeft afgezabbeld.
Afzabberen, zabberde af, heeft afgezabberd.
Afzadelen, zadelde af, heeft afgezadeld.
Afzadeling, V.
Afzagen, zaagde af, heeft afgezaagd.
Afzaging, V., -zagingen.
Afzakken (dalen), zakte af, is afgezakt.
Afzakken (in zakken doen), zakte af, heeft afgezakt.
Afzakker, M., -zakkers.
Afzakkertje, O., -jes.
Afzakking, V., -zakkingen.
Afzanden, zandde af, heeft afgezand.
Afzanderij, V., -zanderijen.
Afzanding, V., -zandingen.
Afzeepen, zeepte af, heeft afgezeept.
Afzegelen, zegelde af, heeft afgezegeld.
Afzeggen, zeide af, heeft afgezegd en afgezeid.
Afzegging, V., -zeggingen.
Afzeilen, zeilde af, is en heeft afgezeild.
Afzeiling, V.
Afzenden, zond af, heeft afgezonden.
Afzender, M., -zenders.
Afzending, V., -zendingen.
Afzendster, V., -zendsters.
Afzengen, zengde af, heeft afgezengd.
Afzenging, V.
Afzet, M.
Afzetbaar, -bare.
Afzetbaarheid, V.
Afzetgebied, O.
Afzetnet, O., -netten.
Afzetplank, V., -planken.
Afzetsel, O., -zetsels en -zetselen. Afzetseltje, O., -jes.
Afzetster, V., -zetsters.
Afzetten, zette af, heeft en is afgezet.
Afzettend.
Afzetter, M., -zetters.
Afzetterij, V., -zetterijen.
Afzettertje, O., -jes.
Afzetting, V., -zettingen.
Afzetzaag, V., -zagen; -zaagje, O., -jes.
Afzeulen, zeulde af, heeft afgezeuld.
Afzeven, zeefde af, heeft afgezeefd.
Afzichtelijk, -lijker, -lijkst.
Afzichtelijkheid, V., -heden.
Afzichten (met de zicht afmaaien), zichtte af, heeft afgezicht.
Afzien, zag af, zagen af, heeft afgezien.
Afzienbaar, -bare.
Afzienbaarheid, V.
Afziften, zifte af, heeft afgezift.
Afzifting, V.
Afzijgen (afzakken), zeeg af, zegen af, is afgezegen.
Afzijgen (doen afvloeien), zeeg af, zegen af, heeft afgezegen.
Afzijn.
Afzijn, O.
Afzingen, zong af, heeft afgezongen.
Afzitten, zat af, zaten af, is en heeft afgezeten.
Afzoden, zoodde af, heeft afgezood.
Afzoeken, zocht af, heeft afgezocht.
Afzoeking, V.
Afzoenen, zoende af, heeft afgezoend.
Afzoeten, zoette af, heeft afgezoet.
Afzoetwater, O.
Afzonderen, zonderde af, heeft afgezonderd.
Afzondering, V., -zonderingen.
Afzonderingskuur, V., -kuren.
Afzonderlijk.
Afzoomen, zoomde af, heeft afgezoomd.
Afzouten (zouten), zoutte af, heeft afgezouten.
Afzouten (afschepen), zoutte af, heeft afgezout.
Afzouting, V.
Afzuchten, zuchtte (zich) af, heeft (zich) en is afgezucht.
Afzuigen, zoog af, zogen af, heeft afgezogen.
Afzuiging, V., -zuigingen.
Afzwaaien, zwaaide af, heeft en is afgezwaaid.
Afzwalpen, zwalpte af, heeft en is afgezwalpt.
Afzweepen, zweepte af, heeft afgezweept.
Afzweerder, M., -zweerders.
Afzwemmen, zwom af, zwommen af, heeft en is afgezwommen.
Afzweren (met een eed verwerpen), zwoer af, heeft afgezworen.
Afzweren (door verzwering afvallen), zwoor af, zworen af, is afgezworen.
Afzwering, V., -zweringen.
Afzwerven, zwierf af, zwierven af, is afgezworven.
Afzwerving, V., -zwervingen.
Afzwetsen, zwetste af, heeft afgezwetst.
Afzweven, zweefde af, is afgezweefd.
Afzwoegen, zwoegde (zich) af, heeft (zich) en is afgezwoegd.
Agaat (stofnaam), O.; (steen), M., agaten. Agaatje, O., -jes.
Agaten (bnw.).
Ageeren, ageerde, heeft geageerd.
Agent, M., agenten. Agentje, O., -jes.
Agentschap, O., -schappen; -schapje, O., -jes.
Agentuur, V., agenturen. Agentuurtje, O., -jes.
Agger, M.
Agio, M.
Agitatie, V., agitatiën en agitaties.
Agiteeren, agiteerde, heeft geagiteerd.
Agurk. Zie Augurk.
Ah.
Aha.
Ahorn, M., ahornen. Ahorntje, O., -jes.
Ahornen (bnw.).
Ai (tusschenw.).
Ai (dier), M., ai's.
Ajakkes.
Ajasses.
Ajuin (vrucht), M., ajuinen. Als stofnaam, V. Ajuintje, O., -jes.
Ajuinachtig.
Akant, M., akanten.
Akefietje, O., -jes.
Akelei, V., akeleien.
Akelig, akeliger, akeligst.
Akeligheid, V., -heden.
Aker (eikel en emmer), M., akers. Akertje, O., -jes.
Akerspek, O.
Akervarken, O., -varkens.
Akker, M., akkers. Akkertje, O., -jes.
Akkeraarde, V.
Akkerbouw, M.
Akkeren, akkerde, heeft geakkerd.
Akkerland, O., -landen.
Akkermaal, O.
Akkermaalsbosch, O., -bosschen.
Akkermaalshout, O.
Akkerman, M., -lieden en -lui.
Akkermannetje (kwikstaart), O.
Akkoord, O., akkoorden. Akkoordje, O., -jes.
Akolei. Zie Akelei.
Akoniet (plant), V., akonieten; (vergif), O.
Aks en Akst, V., aksen en aksten.
Akte, V., akten.
Akte-examen, O., -examens.
Al, als zelfst. nw., O.
Al (bijw. en voegw.).
Alaan (bijw.).
Alant, M.
Alantswijn, M.
Alantswortel, M., -wortels.
Alarm, O.
Alarmeeren, alarmeerde, heeft gealarmeerd.
Alarmklok, V., -klokken.
Alarmkreet, M., -kreten.
Alarmpeil, O.
Alarmsein, O., -seinen.
Alarmtrom, V., -trommen.
Albast, O.
Albasten (bnw.).
Albatros, M., albatrossen.
Albe, V., alben.
Albedil, M. en V., -bedillen.
Albehoeder, M.
Albeschik, M. en V., -beschikken.
Albestuur, O.
Albestuurder, M.
Albino, M. en V., albino's.
Album, O., albums.
Albumblad, O., -bladen; -blaadje, O., -jes.
Albumine, V.
Albumvers, O., -verzen; -versje, O., -jes.
Alchimie, V.
Alchimist, M., alchimisten.
Alchimisterij, V.
Alcohol, M.
Alcoholisch.
Alcoholisme, O.
Alcoholvrij.
Aldaar.
Aldra.
Aldus.
Aleer.
Alexandrijn, M., alexandrijnen.
Alft, M., alften.
Alge, V., algen.
Algebra, V.
Algebraisch.
Algeheel, -geheele.
Algemeen, -gemeener, -gemeenst.
Algemeen, O.
Algemeenheid, V., -heden.
Algenoegzaam, -zame.
Algenoegzaamheid, V.
Algoede, M.
Algoedheid, V.
Alhier.
Alhoewel.
Alias, M., aliassen.
Alibi, O., alibi's.
Alikas, M., alikassen.
Alikruik, V., alikruiken.
Alinea, V., alinea's.
Alk, V., alken. Alkje, O., -jes.
Alkoof, V., alkoven. Alkoofje, O., -jes.
Alkoran, M.
Allebeide en allebei.
Alledaagsch.
Alledaagschheid, V.
Alleen.
Alleenblijven, bleef alleen, bleven alleen, is alleengebleven.
Alleenhandel, V.
Alleenheerschappij, V.
Alleenheerscher, M., -heerschers.
Alleenig.
Alleenlaten, liet alleen, heeft alleengelaten.
Alleenlijk.
Alleenspraak, V., -spraken.
Alleenstaan, stond alleen, heeft alleengestaan.
Alleenzaligmakend.
Allegaar.
Allegaartje, O., -jes.
Allegorie, V., allegorieën.
Allegorisch.
Allegro, O., allegro's.
Allemaal.
Alleman.
Allemansgading, V.
Allemansgek, M., -gekken.
Allemansvriend, M., -vrienden.
Allengs.
Allengskens.
Allenthalve.
Allerbest.
Allerchristelijkst.
Allerhande.
Allerhande (koekjes), O.
Allerheiligen (-dag, M., -dagen; -feest, O., -feesten).
Allerhoogst.
Allerhoogste, M.
Allerlei.
Allerliefst.
Allermeest.
Allernaast.
Allerwegen.
Allerzielen (-dag, M., -dagen; -feest, O., -feesten).
Alles.
Allesbehalve.
Alleszins.
Alliage, V., alliages.
Alliantie, V., alliantiën en allianties.
Allicht.
Alliteratie, V.
Allo (tusschenwerpsel).
Allocutie, V., allocutiën en allocuties.
Allodiaal, allodiale.
Allodium, O.
Allonge-pruik, V., -pruiken.
Allooi, O.
Alluviaal, alluviale.
Alluvium, O.
Almacht, V.
Almachtig.
Almachtige, M.
Almachtigheid, V.
Almanak, M., almanakken. Almanakje, O., -jes.
Almede.
Almogend.
Almogende, M.
Almogendheid, V.
Aloë, V., aloë's.
Alom.
Alomtegenwoordig.
Alomtegenwoordigheid, V.
Alomvattend.
Aloud.
Aloudheid, V.
Alp (berg), M., Alpen.
Alpenclub, V.
Alpenroos, V., -rozen.
Alpenstok, M., -stokken.
Alpha, V., alpha's.
Alphabet, O., alphabetten.
Alphabetisch.
Alphabetiseeren, alphabetiseerde, heeft gealphabetiseerd.
Alpinisme, O.
Alpinist, M., en Alpiniste, V.; alpinisten.
Alras.
Alreede en alree.
Alreeds.
Alruin, V.
Als.
Alsdan.
Alsem, M.
Alsembeker, M.
Alsjeblieft en asjeblieft.
Alsmede.
Alsnog.
Alsnu.
Alsof.
Alst en aalst (alsem), V.
Alstoen.
Alt, V.
Altaar, O. en M., altaren. Altaartje, O., -jes.
Altaarkaars, V., -kaarsen.
Altaarstuk, O., -stukken.
Altaartafel, V., -tafels en- -tafelen.
Altegader.
Altemaal.
Altemet.
Alternatief, O., alternatieven.
Althans.
Altijd.
Altijddurend.
Altoos.
Altoosdurend.
Altpartij, V., -partijen.
Altsleutel, M., -sleutels.
Altstem, V., -stemmen.
Aluin, V.
Aluinaarde, V.
Aluinen, aluinde, heeft gealuind.
Aluinoplossing, V., -oplossingen.
Aluinsteen, M.
Alvast (bijw.).
Alvermogen, O.
Alvermogend.
Alvermogendheid, V.
Alvleeschklier, V., -klieren.
Alvleeschsap, O.
Alvorens.
Alwaar.
Alweder en alweer.
Alwetend.
Alwetende, M.
Alwetendheid, V.
Alwijs.
Alwijze, M.
Alwillensdwaas, M., -dwazen.
Alziend.
Alziende, M.
Alzijdig.
Alzoo.
Alzulk.
Amalgaam, O., amalgamen.
Amalgama, O., amalgama's en amalgamen.
Amandel (boom), M., amandels; (vrucht), V., amandelen en amandels. Amandeltje, O., -jes.
Amandelbroodje, O., -broodjes.
Amandelmelk, V.
Amandelpas, ook -pars, -pers, O.
Amandelzeep, V.
Amarant, V., amaranten.
Amaril, V. Amarilletje, O., -jes.
Amarilmolen, M., -molens.
Amarilpapier, O.
Amateur-photograaf, M., -photografen.
Amazone, V., Amazonen.
Amazonenkleed, O., -kleederen.
Amazonenrivier, V.
Ambacht, O., ambachten.
Ambachtsbaas, M., -bazen.
Ambachtsheer, M., -heeren.
Ambachtsheerlijkheid, V., -heden.
Ambachtsman, M., -lieden en -lui.
Ambachtsschool, V., -scholen.
Ambachtsvrouw, V., -vrouwen.
Ambassade, V., ambassades.
Ambassadeur, M., ambassadeuren en ambassadeurs.
Amber, M.
Ambergeur, M., -geuren.
Ambergrijs, O.
Ambitie, V.
Ambitieus, ambitieuzer, ambitieust.
Ambrozijn, O.
Ambt, O., ambten. Ambtje, O., -jes.
Ambtelijk.
Ambteloos, -looze.
Ambtenaar, M., ambtenaars en ambtenaren. Ambtenaartje, O., -jes.
Ambtenaarsleven, O.
Ambtenaarsloopbaan, V.
Ambtenaarsstand, M.
Ambtenaarstraktement, O., -traktementen.
Ambtenaarswoning, V., -woningen.
Ambtgenoot, M., -genooten.
Ambtman, M., -lieden.
Ambtsbediening, V., -bedieningen.
Ambtsbezigheid, V., -heden.
Ambtsbroeder, M., -broeders.
Ambtseed, M., -eeden.
Ambtsgeheim, O., -geheimen.
Ambtsgewaad, O., -gewaden.
Ambtshalve.
Ambtskleed, O., -kleederen.
Ambtspenning, M., -penningen.
Ambtsplicht, M., -plichten.
Ambtsteeken, O., -teekenen.
Ambtsverrichting, V., -verrichtingen.
Ambtsvervulling, V.
Ambtsvoorganger, M., -voorgangers.
Ambtswoning, V., -woningen.
Ambulance, V., ambulances.
Ambulance-dienst, M.
Ambulance-dokter, M., -dokters.
Ambulance-trein, M.
Ambulance-wagen, M., -wagens.
Amechtig, amechtiger, amechtigst.
Amechtigheid, V.
Amen, O.
Amendeeren, amendeerde, heeft geamendeerd.
Amendement, O., amendementen. Amendementje, O., -jes.
Amerij, V. Amerijtje, O., -jes.
Americanisme, O., -ismen.
Amerikaan, M., Amerikanen.
Amerikaansch.
Amersfoorder (tabak), V.
Amethist, M., amethisten.
Ameublement, O., -menten.
Amfioen, O.
Amfioenkit, O., -kitten.
Amfioenpacht, V.
Ammoniak, M.
Ammunitie, V.
Amnestie, V., amnestieën.
Amokmaker, M., -makers.
Amortisatie, V., amortisatiën en amortisaties.
Amortisatiefonds, O., -fondsen.
Amortiseeren, amortiseerde, heeft geamortiseerd.
Ampel (znw.), V., ampels.
Ampel (bnw. en bijw.).
Amper.
Amphitheater, O., amphitheaters.
Amphitheatersgewijze.
Amstel, M.
Amstellander, M., Amstellanders.
Amsterdammer, M., Amsterdammers.
Amulet, V., amuletten. Amuletje, O., -jes.
Amuseeren, amuseerde, heeft geamuseerd.
Amusement, O., amusementen.
Anachronisme, O., -ismen.
Anagram, O., anagrammen.
Analogie, V., analogieën.
Analoog, analoge.
Analyse, V., analysen.
Analytisch.
Ananas, V., ananassen.
Ananassenkast, V., -kasten.
Anarchie, V.
Anarchist, M., anarchisten.
Anarchistenkomplot, O., -komplotten.
Anarchistenproces, O., -processen.
Anathema, O., anathema's.
Anatomie, V.
Anatomisch.
Anatoom, M., anatomen.
Ancienniteit, V.
Andante, O., andantes.
Ander.
Anderdaagsch.
Anderdeels.
Anderhalf, -halve.
Andermaal.
Anders.
Andersdenkend.
Andersom.
Anderszins.
Anderwerf.
Andijvie, V.
Andoren, M., andorens.
Anekdote, V., anekdoten en anekdotes.
Anekdotenjager, M., -jagers.
Anemie, V.
Anemiek.
Anemisch.
Anemoon, V., anemonen.
Angel, M., angels. Angeltje, O., -jes.
Anglicaan, M., Anglicanen.
Anglicaansch.
Anglicisme, O., anglicismen.
Anglist, M., anglisten.
Angst, M., angsten.
Angstgeschrei, O.
Angstig, angstiger, angstigst.
Angstkreet, M., -kreten.
Angstvallig, -valliger, -valligst.
Angstvalligheid, V.
Angstverwekkend.
Angstzweet, O.
Anijl, M.
Anijs, M.
Anijsdrop, V.
Anijsmelk, V.
Anijszaad, O.
Aniline, V.
Anisette, V.
Anjelier, V., anjelieren.
Anjer, V., anjers.
Anker, O., ankers. Ankertje, O., -jes.
Ankerboei, V., -boeien.
Ankeren, ankerde, heeft geankerd.
Ankergrond, M., -gronden.
Ankerhorloge, O., -horloges.
Ankerkuil, M., -kuilen.
Ankerneut, V., -neuten.
Ankerrust, V., -rusten.
Annexatie, V., annexatiën en annexaties.
Annexatieplan, O., -plannen.
Annexeeren, annexeerde, heeft geannexeerd.
Anoniem, anonieme.
Anonymus, M., anonymi.
Anonymiteit, V.
Ansjovis, V., ansjovissen.
Ansjovisvangst, V.
Antagonist, M., antagonisten.
Antecedent, O., antecedenten.
Anthologie, V., anthologieën.
Anthraciet, O.
Anthracietkool, V., -kolen.
Anthropologie, V.
Anthropoloog, M., anthropologen.
Antichrist, M., Antichristen.
Anticritiek, V., -critieken.
Antiek, antieker, antiekst.
Antilope, V., antilopen.
Antipathie, V.
Antirevolutionnair.
Antwoord, O., antwoorden. Antwoordje, O., -jes.
Antwoorden, antwoordde, heeft geantwoord.
Antwoorder, M., antwoorders.
Apart.
Apartje, O., apartjes.
Apegapen.
Apenbakkes, O., -bakkesen.
Apenbek, M., -bekken.
Apenbroodboom, M., -boomen.
Apengezicht, O., -gezichten.
Apenhaar (tabak), O.
Apenkool, V.
Apenkop, M., -koppen.
Apenkuur, V., -kuren; -kuurtje, O., -jes.
Apenliefde, V.
Apenrok, M., -rokken; -rokje, O., -jes.
Apenspel, O.
Apentuin, M., -tuinen.
Aperij, V., aperijen. Aperijtje, O., -jes.
Apin, V., apinnen.
Apocrief, apocriefe.
Apodictisch.
Apostel (godsgezant), M., apostelen.
Apostel (scheepsw.), V., apostelen en apostels.
Apostelschap, O.
Apostolisch.
Apotheek, V., apotheken.
Apotheker, M., apothekers.
Apothekersbediende, M., -bedienden.
Apothekersexamen, O., -examens.
Apothekersfleschje, O., -fleschjes.
Apothekersjongen, M., -jongens.
Appel, M., appelen en appels. Appeltje, O., -jes.
Appèl (beroep), O., appèls.
Appelaar, M., appelaars.
Appelbloesem, M. (-bloesems); en O. (kleur, en soort van gebakken steen), zonder mv.
Appelbol, M., -bollen.
Appelboom, M., -boomen.
Appelboor, V., -boren; -boortje, O., -jes.
Appelflauwte, V., -flauwten.
Appellant, M., appellanten.
Appellante, V., appellanten.
Appelleeren, appelleerde, heeft geappelleerd.
Appelmoes, O. en V.
Appelpent, V.
Appelprol, V.
Appelstroop, V.
Appetijt, M.
Applaudisseeren, applaudisseerde, heeft geapplaudisseerd.
Applaudissement, O.
Approbatie, V., approbatiën en approbaties.
Approbeeren, approbeerde, heeft geapprobeerd.
April, V. Zie Opril.
April, M.
Aprillen, aprilde, heeft geaprild.
Aquarel, V., aquarellen.
Ar (arreslee), V., arren. Arretje, O., -jes.
Ar (bnw.). In arren moede.
Arabesk, V., arabesken.
Arabier, M., Arabieren.
Arabisch.
Arak, V.
Arbeid, M.
Arbeiden, arbeidde, heeft gearbeid.
Arbeider, M., arbeiders.
Arbeidersbevolking, V., -bevolkingen.
Arbeidersbeweging, V., -bewegingen.
Arbeidersvraagstuk, O.
Arbeiderswoning, V., -woningen.
Arbeidsbeurs, V., -beurzen.
Arbeidscontract, O.
Arbeidsdag, M., -dagen.
Arbeidsduur, M.
Arbeidsloon, O., -loonen.
Arbeidsman, M., -lieden en -lui.
Arbeidsovereenkomst, V.
Arbeidster, V., arbeidsters.
Arbeidsvermogen, O.
Arbeidsvolk, O.
Arbeidswet, V.
Arbeidzaam, -zamer, -zaamst.
Arbeidzaamheid, V.
Arbiter, M., arbiters.
Arbitrage, V.
Arcade, V., arcaden en arcades.
Arcadia, V., arcadia's.
Arceeren, arceerde, heeft gearceerd.
Arceering, V., arceeringen.
Archaeologie, V.
Archaeoloog, M., -logen.
Archaïsme, O., archaïsmen.
Archief, O., archieven.
Archiefgebouw, O., -gebouwen.
Archiefstuk, O., -stukken.
Archiefwezen, O.
Archipel, M., archipels.
Architect, M., architecten.
Architectonisch.
Architectuur, V.
Architraaf, V., architraven.
Archivaris, M., archivarissen.
Arduin, O.
Arduinen (bnw.).
Arduinsteen (steen), M.; (stof), O.
Are (vierkante roede), V., aren.
Arend, M., arenden. Arendje, O., -jes.
Arendsblik, M., -blikken.
Arendsklauw, M., -klauwen.
Arendsnest, O., -nesten.
Arendsneus, M., -neuzen.
Arendsoog, O., -oogen.
Arendsvleugel, M., -vleugels.
Arendsvlucht, V.
Argeloos, -loozer, -loost.
Argeloosheid, V.
Argentaan, O.
Arglist, V.
Arglistig, -listiger, -listigst.
Arglistigheid, V., -heden.
Argument, O., argumenten.
Argusoog, O., -oogen.
Argwaan, M.
Argwanen, argwaande, heeft geargwaand.
Argwanend, -wanender, -wanendst.
Aria, V., aria's.
Aristocraat, M., aristocraten. Aristocraatje, O., -jes.
Aristocratie, V.
Aristocratisch.
Ark, V., arken.
Arkel (uitbouw), M.
Arm, M., armen. Armpje, O., -jes.
Arm, armer, armst.
Armada, V., en armade, armada's en armades.
Armband, M., -banden; -bandje, O., -jes.
Armbestuur, O., -besturen.
Armbeweging, V., -bewegingen.
Arme, M. en V., armen.
Armelijk.
Armenbuurt, V., -buurten.
Armenconcert, O., -concerten.
Armengeld, O.
Armenhuis en armhuis, O., -huizen.
Armenkas, V., -kassen.
Armenkerk en armkerk, V.
Armenpraktijk, V.
Armenschool, V., -scholen.
Armenverpleging, V.
Armenverzorging, V.
Armenwet, V.
Armenzakje, O., -jes.
Armenzorg, V.
Armhartig, -hartiger, -hartigst.
Armhartigheid, V.
Arminiaan, M., Arminianen.
Armlastig.
Armoede, V. Armoedje, O.
Armoedig, armoediger, armoedigst.
Armoedigheid, V.
Armoedzaaier, M.
Armozijn, O., armozijnen.
Armsgat, O., -gaten.
Armstoel, M., -stoelen.
Armwezen, O.
Armzalig, -zaliger, -zaligst.
Armzaligheid, V., -heden.
Aroma, O., aroma's.
Aromatisch.
Aronskelk, M., -kelken.
Arren (of narren), arde, heeft geard.
Arreslede en -slee, V., -sleden en -sleeën.
Arrest, O., arresten.
Arrestant, M., arrestanten.
Arrestante, V., arrestanten.
Arrestantenhok, O., -hokken.
Arresteeren, arresteerde, heeft gearresteerd.
Arrondissement, O., arrondissementen. Arrondissementje, O., -jes.
Arrondissements-rechtbank, V., -banken.
Arrondissements-rechter, M., -rechters.
Arrondissements-schoolopziener, M., -opzieners.
Arsenaal, O., arsenalen.
Arsenicum, O.
Articuleeren, articuleerde, heeft gearticuleerd.
Artikel, O., artikelen en artikels. Artikeltje, O., -jes.
Artikelsgewijze.
Artillerie, V.
Artillerie-park, O., -parken.
Artillerie-vuur, O.
Artillerist, M., artilleristen.
Artisjok, V., artisjokken.
Artist, M., artisten.
Artiste, V., artisten.
Artistiek.
Arts, M., artsen.
Artsenij, V., artsenijen.
Artsenijbereidkunde, V.
Artsenwet, V.
Artsexamen, O., -examens.
As (van een rad), V., assen.
Asbest, O.
Asceet, M., asceten.
Asch, (stof), V.
Aschbelt, V., -belten.
Aschbezem, M., -bezems.
Aschblond.
Aschdag, M.
Aschhoop, M., -hoopen.
Aschkar, V., -karren.
Aschman, M., -lieden en -lui.
Aschstaal, M., -stalen.
Aschwoensdag en asschewoensdag, M.
Asem, M.
Asjeblieft.
Asperge, V., asperges.
Asperge-bed, O., -bedden.
Asperge-tang, V., -tangen.
Asphalt, O.
Aspirant en adspirant, M., aspiranten.
Assaut, O., assauts.
Asschepoester, V.
Assignaat, O., assignaten.
Assignatie, V., assignatiën en assignaties.
Assistent, M., assistenten.
Assistent-resident, M., assistent-residenten.
Assuradeur, M., assuradeuren en assuradeurs.
Assurantie, V., assurantiën en assuranties.
Assurantie-kantoor, O., -kantoren.
Assurantie-premie, V., -premiën.
Assureeren, assureerde, heeft geassureerd.
Aster, V., asters.
Asthma, O.
Asthmapapier, O.
Asthmatisch.
Astrant, astranter, astrantst.
Astronomie, V.
Astronomisch.
Astronoom, M., astronomen.
Asyl, O., asylen.
Atavisme, O.
Aterling, M. en V., aterlingen, V. ook aterlinge.
Atheïsme, O.
Atheïst, M., atheïsten.
Athenaeum, O., Athenaeums en Athenaea.
Athleet, M., athleten.
Atlas (kaartenboek), M., atlassen.
Atlas (stof), O.
Atmosfeer, V., atmosferen.
Atmosferisch.
Atoom, O., atomen; atoompje, O., -jes.
Atoomgewicht, O., -gewichten.
Atoomtheorie, V.
Attentie, V., attentiën en attenties.
Attest, O., attesten. Attestje, O.
Attestatie, V., attestatiën en attestaties.
Attesteeren, attesteerde, heeft geattesteerd.
Aubade, V., aubades.
Auctie, V., auctiën en aucties.
Auctie-prijs, M., -prijzen.
Auctionaris, M., auctionarissen.
Audientie, V., audientiën en audienties.
Audientieblad, O., -bladen.
Auditeur-militair, M., auditeuren-militair en auditeurs-militair.
Augurk, V., augurken. Augurkje, O., -jes.
Augustus, M.
Aula, V., aula's.
Aureool, V., aureolen.
Autaar. Zie Altaar.
Auteur, M., auteurs.
Auteursrecht, O.
Authenticiteit, V.
Authentiek, authentieke.
Autocraat, M., autocraten.
Automaat, M., automaten.
Automatisch.
Automobiel, M., automobielen.
Automobilisme, O.
Autoriteit, V., autoriteiten.
Autoriteitsgeloof, O.
Aval, O.
Aveelzaad, O.
Avegaar, M., avegaars en avegaren.
Aveling, V., avelingen.
Averechts (bijw.).
Averechtsch (bnw.).
Averij, V., averijen.
Averij-grosse, V.
Averuit, V.
Aviatiek, V.
Avond, M., avonden. Avondje, O., -jes.
Avondbeurt, V., -beurten.
Avondblad, O., -bladen.
Avond-editie, V., -edities.
Avondeten, O.
Avondgebed, O., -gebeden.
Avondkerk, V., -kerken.
Avondlicht, O.
Avondlied, O., -liederen.
Avondlucht, V.
Avondmaal, O.
Avondmaalsbeker, M., -bekers.
Avondmaalsgoed, O.
Avondmaalsviering, V., -vieringen.
Avondmalen, -maalde, heeft geavondmaald.