Willem de Zwijger, Prins van Oranje

Chapter 56

Chapter 561,707 wordsPublic domain

De musketiers staan, het musket op de gaffel gesteund, met brandende lont aangetreden. Met 't beulszwaard onder den arm gaat de scherprechter den schavottrap op. Juliaan Romero staat met getrokken degen vooraan. Naast hem een rotmeester met de hellebaard in de hand. Een hoek van 't Brusselsche stadhuis komt boven de lansen uit.

No. 18. 's Prinsen leger trekt over de Maas bij Stockhem.

Achter het voetvolk, piekeniersvendelen van afdeelingen haakschutters en musketiers omgeven, komt hier het geschut aan. Zware Brabantsche paarden, twee voor elk kanon, door Duitsche boeren bestuurd, trekken de zware kartouwen door de rivier. Een Duitsch kanonnier grijpt in het rad om bij het afgaan der oeverhelling het zwaar afrollend stuk mee te weerhouden. Een ander maakt zich gereed om bij 't voortgaan aan te trekken. Op den oever is geheel vooraan een trompetter te zien. Hier en daar steekt een vaandel boven de troepen uit, soms in 's prinsen kleur, blauw, of met de groen en witte banen des konings of met de spreuk: "Pro lege, rege, grege." De ruiters, die als stroombrekers midden door de rivier staan, zijn door 't mastbosch van pieken te zien. Vooraan volgen eenige Duitsche musketiers een kanon.

No. 19. De Watergeuzen voor den Briel; Koppelstok begeeft zich naar de stad.

De geuzensloepen roeien van boord. Een bewapende koopvaarder ligt naar links achter den veerman. In de veerschuit ligt een kussen met 't Brielsche wapen. Aan 't havenhoofd, dat van de Noorderpoort uitgaat, klimmen de geuzen aan wal. Boven de wal, waarin een waterpoort te zien is, komt de St. Catharinatoren uit.

No. 20. Rede van Marnix van St. Aldegonde tot de Statenvergadering in Dordrecht.

't Is de vergadering van 18 Juli. Marnix dringt in krachtige teekening van 's Prinsen nood op geldelijken steun aan. Naast hem zit Paulus Buys, de aangestelde advocaat van Holland. Vooraan, op de bank die langs drie zijden van de tafel staat, zijn de edelen van Holland: Jacob van Wijngaerden en rechts, Arent van Duivenvoorde gezeten.

No. 21. Lodewijk van Nassau trekt uit Bergen (Henegouwen).

Graaf Lodewijk, gewikkeld in een slaaprok, wordt in een draagkoets of rosbaar vervoerd, omstuwd door de achterhoede van zijn leger. Een Nassausche trompetter rijdt voor de koets uit; op eenigen afstand gaan de Spaansche ruiters die als geleide meetrekken. Naast de koets rijdt François La Noue (Bras de fer) wiens ijzeren linkerarm stijf neerhangt. Eenige Hugenootsche soldaten marcheeren voorop. De eerste van links der drie soldaten draagt een haakbus. De haak gaf steun aan de borstwering bij den terugstoot van 't schot. Het tweetal naast hem is met een musket gewapend; de gaffel of 't furquet, waarop het wapen bij 't schieten werd gesteund, hebben zij in de hand. Een kruithoorn, kogelzakje en lontsnoeren voltooien hun rusting. Achter Lodewijk's troepen trekken de Spanjaarden door de poort. Tegen de lucht komt het kasteel van Mons uit.

No. 22. Aanval der Spanjaarden op de ingevroren vloot nabij den Diemerdijk.

De haakschutters en musketiers zijn gelijk als Lodewijk's soldaten bewapend. Een zware musket valt op den gevallen Spanjaard. De kolf van een dubbelhaak, een zware haakbus die een ijzeren kogel van 5, of een looden kogel van 7 oncen schoot, is links vooraan te zien. Achter de schermutselende waterlanders is de ingevroren vloot zichtbaar.

No. 28. Op den tweeden wal achter de Kruispoort.

De geweldige rookwolken geven de werking aan van 't uiteenspringen der mijn onder 't Kruispoort-ravelijn. Van den wal richten de burgers musket- en haakbusvuur op de vluchtende bestormers. Rechts richten eenige poorters een vogelaar (klein kanon uit het begin der 16e eeuw) op de Spanjaarden. De houten voet is ingegraven en met omvlochten paalwerk bevestigd. Een zwaarder kanon daarnaast wordt opnieuw geladen. Een bout, die 't sluitstuk opsluit, wordt uitgetrokken. Van de borstwering wappert Kenau's banier; de geuzenvlag met de bedelzak, de ineengeslagen handen en de spreuk Vive les Geux wordt, verder op den wal, rondgezwaaid. Een kruitvat met wisser staat tusschen het geschut.

De in puin geschoten torens der Janspoort komen boven de verdedigers uit. Een deel van 't Spaansche kamp met het hoofdkwartier van Don Frederik, 't Huis te Kleef, komt naar links, boven de vluchtende troepen, te zien.

No. 24. Stormaanval der Lombardische keurbenden op de Friesche Poort.

De musketiers, die bij den wal het vuur openen, stormen in 't berennen vooraan, voorafgegaan door tamboers en pijpers volgen de piekeniers, geheel in 't harnas en met dijstukken, met geschouderde piek. Aan 't hoofd gaan ook de vaandrigs die de vaandels met de Lombardische kleuren boven 't hoofd zwaaien. Een radslotpistool hangt bij een veldkruik aan den degenriem van de meest linksche figuur. Rechts komt een hopman met rondas en hellebaard aanloopen, voor zijn afdeeling uit. De troepen stormen aan tusschen de batterijen op de gasthuisweide (rechts) en die tegen den Rooden Toren. Don Frederik vuurt de stormers aan.

No. 25. Slag op de Zuiderzee.

Bossu's schip "de Inquisitie" is omringd van geuzenschepen. Jan Haring van Hoorn haalt den Spaanschen standaard neer van zijn steng; van den fokkemast en van de voorplecht der "Inquisitie" waait de Amsterdamsche vlag. Een Vlieboot met 't wapen van Enkhuizen vaart links achter de roertent met 't St. Andrieskruis van een Spaanschen kotter. Rechts komt een bewapende boeier, met de Hoornsche vlag op 't zeil, aanzetten.

No. 26. Oranje op de vloot tot ontzet van Leiden.

Boisot wijst den Prins de vordering van 't water en de met Spaansche troepen bezette waterkeeringen. Op den achtersteven staat een bootsman met stuurriem. Het bootsvolk, de kruithoorn op zij, en met breede, korte sabels gewapend draagt op de muts de halve maan met 't randschrift: "En despit de la mes," "Liver Turkcx dan Paus." Een pistool ligt tusschen de twee roeiers in. Eenige hellebaardiers en een musketier staan als lijfwacht achter 's Prinsen gezelschap. Op de kap met de lantaarn is 't wapen van Zeeland te zien. Op de linksche schuit zwaait een bootsman met de Zeeuwsche vlag. Rechts, aan den horizont komt 't silhouet van den Leidschen St. Pieter uit.

No. 27. Straatgevecht voor het Antwerpsche Raadhuis.

De Ruiterij van Vargas jaagt op de aantrekkende Antwerpenaars, die van achter 't stadhuis komen, aan. Het raadhuis, van 1561-1565 door Cornelis Floris gebouwd, begint te branden. Vooraan staat een der muiters, die van Aalst kwamen, de helm met groen opgetooid, te vuren. Voor hem ligt een der Duitsche knechten bij den vernielden vrachtwagen. Een gewonde piekenier, die zich tracht op te heffen, heeft aan zijn rusting een breeden rugdolk die bij degengevecht voor 't pareeren werd gebruikt.

No. 28. Intocht van Willem van Oranje in Brussel.

De stoet gaat over de groote markt in de richting van 't Nassausche hof. Het Gotische gebouw met de slanke galerijen is het Broodhuis (Halle au Pain; Maison du Roi, gebouwd van 1514-1525. In eenigszins gewijzigde verhoudingen in 1877 herbouwd,) waar Egmond en Hoorne van 3-5 Juni 1568 gevangen zaten en vanwaar hun schavotgang begon. Rechts van dit gebouw komt de linker kolom eener eerepoort voor de zijstraat te zien. Bovenop is een zittend beeld van de Brusselsche Stedemaagd met 't wapenschild der stad met St. Michaël den beschermheilige.

Het embleem van den Prins: het nest van den ijsvogel, met de zinspreuk; "Saevis tranquillus in undis": "rustig te midden der woedende baren," siert het middenvak der kolom. Prins Willem rijdt naast graaf Schwarzburg achter de stadsmuzikanten aan. Op eenigen afstand volgt de hertog van Aerschot. Achter de trompetters komen de burgervendels van Antwerpen en Brussel. Een vaandel van een schuttersgilde met een omlauwerden voetboog waait uit achter den Prins.

No. 29. Beëediging van den Prins en Aartshertog Matthias.

Op het balcon, gevormd door de afdekking der zuilengalerij aan het Brusselsche stadhuis is het vorstelijk gezelschap samengekomen. Onder het baldakijn met het wapen van Spanje en een tweetal gewestelijke wapens staan Prins Willem en aartshertog Matthias met enkele raadsheeren en een Oostenrijksche heraut. De aartshertog legt zijn hand op het Evangelie, Oranje heft de rechterhand op bij den eed, die door een der raadsheeren wordt voorgelezen. Over de balustrade hangt een kleed, gesierd met de gewestelijke wapens. Beneden op het plein staan de burgervendels geschaard. Een sergeant met partisaan, een vaandrig in lederen kolder en eenige musketiers staan op den voorgrond.

Ook nevens het bordes onder den zuilengang staat een wapenheraut.

No. 31. "Mon Dieu! Mon Dieu! ayez pitié de mon âme et de ce pauvre peuple!"

De moord geschiedt op den nieuwen trap van 's Prinsen hof in 't St. Aagtenklooster te Delft. Een raam, boven op 't portaal bevat 't Oranje-wapen. Jacob van Malderé, 's Prinsen stalmeester snelt toe, terwijl boven op het portaal ook de figuur der gravin Schwarzburg zichtbaar wordt.

Prins Willem draagt een grijslakensche tabbaard met bont gevoerd en omzoomd, gelijk ook in het liggend beeld zijner graftombe is afgebeeld. Een geuzenpenning hangt op zijn borst. In den rechter muur toont een afgeschilverd gat de plaats waar een der kogels aansloeg.

No. 32. Liggend beeld van den Prins op de graftombe te Delft, door Hendrik de Keijser (1566-1621.)

"De staaten der Vereenigde Nederlanden, een weinig aan ademtogt gelaakt, ten tijde van het twaalfjarig bestand, hebben (den Prins) in 't koor der nieuwe kerke te Delft, eene pragtige grafstede gestigt." (Jan Wagenaar.)

Sept. 1910. J. H. ISINGS Jr.

AANTEEKENINGEN

[1] Ook geeft men voor de geboorte van Maria wel het jaar 1556 op.

[2] Prof. Rachfahl ontkent in zijn "Wilhelm von Oranien und der Niederländische Aufstand" het bestaan van zulk een consulta met Viglius, Barlaimont en Granvelle.

[3] Het kwaad, de hel.

[4] Egmonds titel was Prins van Gavere.

[5] "Nu of nooit, herwinnen of sterven."

[6] Klaagzang.

[7] Lofzang.

[8] Dit en het vorige versje uit: "Een gedenkwaardig Liedeke," voorkomende in het "Kort Verhaal van de Belegering der stad Alkmaar" door Nanning van Foreest.

[9] Zie kaartje, overgenomen uit het Tijdschrift voor Geschiedenis, Land- en Volkenkunde, ons door den ontwerper, den Heer D. Ritman, welwillend afgestaan.

[10] Regeering van weinigen.

[11] Begunstiging en verrijking van bloedverwanten door hooggeplaatste personen.

[12] Pierre Louis Farnese, grootvader van Alexander Farnese. Die grootvader (zoon van Paus Paulus III) was een verachtelijk man, die zich door zijn tirannie zeer gehaat maakte. In 1547 werd hij vermoord en opgevolgd door zijn zoon Octave Farnese, die huwde met Margareta.

End of Project Gutenberg's Willem de Zwijger, Prins van Oranje, by Ruth Putnam