Willem de Zwijger, Prins van Oranje

Chapter 1

Chapter 12,795 wordsPublic domain

Produced by the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/

Willem de Zwijger

Prins van Oranje voor Nederland

door

Ruth Putnam,

Voor Nederland bewerkt door

D.C. Nijhoff.

Nieuwe uitgave door

A. H. P. Blaauw

Met 32 platen van J.H. Isings Jr

Alkmaar--Gebr. Kluitman.

1910.

INHOUD.

Hoofdstuk Bladz.

I. Nassau en Oranje 1 II. De jeugd van Willem van Oranje en zijn eerste veldtochten. 1531-1555 13 III. De nieuwe Meester 32 IV. Diplomatieke onderhandelingen. Filips' vertrek. 1558-1559 44 V. Familiebetrekkingen. Huwelijk met Anna van Saksen. 1559-1561 56 VI. Twist met Granvelle. Huiselijk leven van Oranje. Overwinning op den Kardinaal. 1561-1564 68 VII. Granvelle vertrokken. Verbond der Edelen. Oranje's houding. 1565-1566 86 VIII. Aanbieding van het smeekschrift en de gevolgen. Oranje in Antwerpen. 1566 105 IX. De hersteller van de orde na den Beeldenstorm. De nieuwe eed. 1566-1567 118 X. De slag van Austruweel. Oranje en het oproer in Antwerpen. Vertrek van den Prins. 1567 139 XI. De uitgeweken Prins. 1567 150 XII. Gewapend verzet. 1568 162 XIII. Donkere dagen. 1569-1571 181 XIV. Huiselijk verdriet 197 XV. Eerste voordeelen. 1572 209 XVI. De Prins in Holland. Belegerde steden. 1572-1573 222 XVII. Onderhandelingen. Beleg van Alkmaar. Vertrek van Alva. 1573 241 XVIII. Mook en Leiden. 1574 252 XIX. Vergeefsche Vredesonderhandelingen. 1574-1575 268 XX. Het derde huwelijk van den Prins met Charlotte van Bourbon. 1575 273 XXI. Unie van Delft. Oranje en het Zuiden. 1575-1576 286 XXII. De Staatsgreep van 4 September en de Pacificatie van Gent. 1576 296 XXIII. Don Juan van Oostenrijk en de Prins van Oranje. Het Eeuwig Edict. 1576-1577 307 XXIV. Oranje's wantrouwen bevestigd. Gevolgen van Don Juans verraad. 1577 315 XXV. Familiebanden. Oranje's verheffing. Tweede Unie van Brussel. Intocht van Matthias. 1577-1578 331 XXVI. Moeilijke dagen. Don Juan. Parma. De Prins te Gent. 1578 346 XXVII. Oranje en de Unie van Utrecht. Nieuwe angsten en gevaren. 1578-1579 358 XXVIII. Anjou. Juliana's dood. Afzwering van Filips II. 1580-1581 368 XXIX. Ban en Apologie. 1580 377 XXX. Komst van Anjou. Eerste moordaanslag op den Prins. 1581-1582 387 XXXI. Het Fransche Protectoraat. 1582-1583 398 XXXII. Het vierde huwelijk van Oranje met Louise de Coligny. 1583-1584 405 XXXIII. Oranje's staatkunde gedurende zijn laatste levensjaar. 1583-1584 409 XXXIV. De Prins vermoord. 1584 417 Slot 429 Volgorde der illustratiën 439 Aanteekeningen bij de platen 440

HOOFDSTUK I.

NASSAU EN ORANJE.

Onze Nederlandsche held, Willem van Nassau, bekend als de Prins van Oranje, als de Zwijger, is een treffend voorbeeld van een man, wiens benamingen niet juist zijn persoon beschrijven. Hij was niet in Holland geboren, hij zag Oranje nooit en was zeker niet stilzwijgend.

Hij was geen geboren prins. Zijn voorouders waren eenvoudige Duitsche edelen, die in Nassau, een landstreek ten Oosten van den Rijn aan beide zijden van de rivier de Lahn gelegen, woonden. Verschillende takken van de Nassausche familie bezaten dit grondgebied, en het was zóó rijk aan bronnen, dat een groot gedeelte van het inkomen der latere hertogen van Nassau zijn oorsprong vindt in de opbrengst van het hoofdgeld, door de bezoekers dier bronnen betaald.

Bovendien is het land zeer vruchtbaar in wijnsoorten, terwijl de bodem veel minerale producten bevat, die echter pas later werden geëxploiteerd. Bergachtige heuvels doorkruisen het land en de rijkdom van riviertjes verhoogt niet alleen de vruchtbaarheid, maar maakt dit glooiende terrein tot een schilderachtig gebied. Door den grooten staat, dien men voerde, waren tal van goedgelegen heuvels met woningen der familie Nassau bezet, die eertijds veel op vestingen geleken, maar wier ruïnes er nu uitzien, alsof ze een deel uitmaken van de omliggende rotsen.

Over den oorsprong van de Nassaufamilie in deze streken zijn tal van legenden in omloop, die zelfs tot den tijd van Caesar opklimmen.

Toen de Romeinsche Keizer in Gallië kwam, zoo verhaalt een dier legenden, was er onder zijn officieren een broederpaar, de graven Lebarten. Aan een van deze gaf Caesar een deel van Bourgondië, aan den ander een kleine landstreek bij den mond van de Lahn met de opbrengst van de brug, die Caesar te Coblentz, het punt van samenvloeiing van Moezel en Rijn, had gebouwd. Hier stichtte de graaf een kasteel en een dorp, waar nog de wapens van de Nassau's te zien zijn; hij veranderde zijn naam in dien van Laurenburg en de plaats werd een van die middelpunten van beschaving in het Noorden, die de Romeinsche overwinnaar zoo hoog op prijs stelde.

Eenige geslachten later schoot eens een zijner nakomelingen, in de Lahnvallei jagende, een hert op een berg en kwam bij toeval in een streek, die hem zoo behaagde, dat hij aanstonds besloot, daar een kasteel te bouwen. Bij de voltooiing daarvan noemde hij het "Nassau", Nasse Auen, naar de natte weiden, die den berg omringden en hij werd zoo aan zijn nieuwe woonplaats gehecht, dat hij zijn ouden titel opgaf en sedert bekend was als graaf van Nassau.

Een ander verhaal vertelt, hoe in het jaar 210 n. C. Keizer Severus, vergezeld door vele edele Romeinen, een reis in Duitschland deed. Het was blijkbaar een gemakkelijke reis, want een van de edellieden vond den tijd, om een kasteel op Nassau's grondgebied te stichten. De toenmalige graaf protesteerde, maar hij ontving ten antwoord, dat alle Romeinen bouwen mochten, waar hun dit behaagde. Dat koele woord maakte de andere Duitsche edelen ongerust over de mogelijke inbreuk, die er ook gemaakt kon worden op hun rechten en verscheidene van de vrienden van Nassau boden aan, gezamenlijk met hem in persoon naar Severus te gaan om zich te beklagen. De keizer hoorde hun taal en zeide toen lachende: "Het hindert u de Romeinen als buren te hebben, sedert gij gedwongen werdt hen als heeren te huldigen. Niemand zal in zijn oude rechten en privileges worden gekrenkt. Gij edellieden zijt gekomen onder de vleugels van den adelaar, hij zal uw werkelijke rechten en privileges handhaven. Maar, Graaf van Nassau, wij hebben gehoord, dat gij eene eenige dochter als erfgenaam hebt, zoodat na uw dood uwe landen aan ons zullen vervallen. Geef dat meisje aan onzen oom ten huwelijk; we zullen hem graaf van Nassau maken en hij zal uw opvolger worden."

Nassau en zijn vrienden namen dit voorstel aan. De bruiloft werd met groote vreugde gevierd en na den dood van den ouden graaf werd de Romein, als Germaan genaturaliseerd, hoofd der familie.

Ook wordt nog als voorvader genoemd een zekere Nasua, die door Caesar als leider van de Sueven wordt vermeld, doch dit behoort alles tot het legendenrijk, hoewel het ontstaan van die verhalen begrijpelijk is, daar het in dien ouden tijd onder de Germaansche edelen voor zeer voornaam werd gehouden, hun afstamming van een van Caesars opvolgers te kunnen bewijzen.

Eenige zekerheid van het huis Nassau te verkrijgen vóór de elfde eeuw blijkt niet mogelijk te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid was Laurenburg de bakermat van het geslacht en was die naam de vroeger bekende titel der familie, welke later door de stichting van Nassau en het aannemen van dezen naam is vervangen.

Daar het eerstgeboorterecht voor de 16e eeuw in Duitschland alleen aan den ouderen broer een zekeren voorrang verschafte, kwamen de goederen bij overlijden òf door testamentairen wil òf door overeenkomsten aan de verschillende erfgenamen. Ook de familie Nassau splitste zich in takken, terwijl de bezittingen, bij het uitsterven van de mannelijke lijn in elken tak, aan een ander vervielen, waardoor de onverdeelde landen in den loop der eeuwen meer of minder hereenigd werden.

GESLACHTSREGISTER VAN HET HUIS NASSAU-DILLENBURG. (1247-1606.)

Otto I 1247-1290 [+] voor 3 Maart 1290, gehuwd met Agnes, dochter van graaf Emich van Leiningen. ---------------------------------------------- | | Hendrik I 5 andere kinderen. 1285 [+] 1343 geh. met Adelheid, dochter van Diedrich, Heer van Heinsberg. | ---------------------------------------------- | | Otto II 9 andere kinderen. 1318 [+] 25 Jan. 1351 geh. met Adelheid, zuster van graaf Hendrik van Vianden. | ---------------------------------------------- | | | Jan I Hendrik Otto 1340 [+] 1416 1351-1402. 1351-1384. geh. met Margaretha, dochter van graaf Adolf van der Mark. | ----------------------------------------------------------------------------- | | | | | Adolf Jan II Engelbert I Hendrik Jan III 1384 bijgenaamd 1401-1442 1401. [+] 1430. [+] 1420 “Met den helm” geh. met Johanna, zonder [+] 1443. dochter en erfgename mann. nak. van Jan III, Heer van Polanen en Leek. (Eerste Heer van Breda uit het Nassausche Huis.) | ------------------------------------------------------------------------------- | | | | | | Jan IV Hendrik II Margaretha. Willem. Maria. Filips. 1410-1475 [+] 1450. geh. met Maria, docht. van Jan, Heer van Loon en Heinsberg. | ------------------------------------------------------------------------------- | | | | | | Anna. Johanna. Adriana. Engelbert II. Jan V Odilia. 1455-1516 geh. met Elisabeth, docht. van landgraaf Hendrik van Hessen. | ------------------------------------------------------------------------------- | | | | | | Hendrik III Jan Ernst Willem de Oude Elizabeth Maria 1483-1538 1484-1491. 1486. of de Rijke 1488-1559 1491-na 1542 geh. 1. met 1487-1559 geh. met geh. met Francesca, geh. 1. met Jan graaf Jodocus docht. van Walpurga, dochter van Wied graaf van hertog Jac. van graaf Jan [+] 1533. Holstein- van Savoye. van Egmond Schaumburg geh. 2. met ([+] 1529). [+] 1532. Claudia, geh. 2. met docht. van Juliana, Prins Jan docht. van graaf van Chalons Botha van Stolberg, en Oranje. weduwe van graaf | Filips van Hanau. Réné [+] 1580. 1518-1544. | Prins van | Oranje 1530 | geh. met | Anna, docht. | van hert. | Ant. van | Lotharingen. | | | Maria | gestorven | 3 weken na | de geboorte. | | | ----------------------------------------------------------------------------------------+ | | | | | | | Elisabeth Magdalena Willem van Oranje Hermanna Jan de Oude Lodewijk | 1515-1523. 1522-1567 24 April 1533- 1534. 1536-1606. 1538-1574. | geh. met 10 Juli 1584. | (Sneuvelt | Herman (Diens -------------- op de | graaf familiestam | Mookerheide.) | van Moers volgt Willem | en Nuenar. later.) Lodewijk, | [+] 1578. Voorvader van | ons regeerend | vorstenhuis. | | ----------------------------------------------------------------------------------------+ | | | | | | | | | Adolf Anna Elisabeth Catharina Juliana Magdalena Hendrik | 1540-1568. 1541-1616 1543-1616 1543-1624 1546-1588. 1547-1630 1550-1574. | (Sneuvelt geh. met geh. met geh. met geh. met (Sneuvelt | bij Heili- Albert Koenraad Gunther Wolfgang, op de | gerlee.) graaf van graaf graaf graaf Mooker- | Nassau- van Solms- van van heide.) | Saarbrück Braunfels. Schwarzburg. Hohenlohe | [+] 1593. [+] 1592. [+] 1583. [+] 1610.

De tak, waaruit Willem van Oranje is ontstaan, gaat terug tot Ruprecht, de eerste, die den titel Laurenburg voor dien van Nassau verwisselde. Zijn kleinzoon Hendrik de Rijke, die in het midden der 13e eeuw leefde, was zeer gezien in het Rijk en stichtte het kasteel Dillenburg, teneinde daardoor vasten voet te hebben in het noordelijk gedeelte van zijn domeinen. Onder zijn twee zonen Walram en Otto, de stichters van de Walramsche en Ottonische lijnen, werd het voorvaderlijk goed verdeeld, terwijl beiden een deel hadden in Nassau zelf.

Otto werd het hoofd van den Nassau-Dillenburger stam, waartoe ook Willem van Oranje behoorde.

Zijn afstammelingen sloten rijke huwelijken, waardoor de familiebanden werden vergroot, veel goud in de schatkist kwam, terwijl de gelegenheid zich daardoor opende, nieuwe titels te verwerven. Vooral het huwelijk van Otto II met Adelheid was een der rijkste verbintenissen, die zooveel hebben toegevoegd bij de Nassausche bezittingen, o.a. Vianden, dat Adelheid als bruidschat meebracht. (Zie geslachtsregister pag. 3.)

Onder Otto's oudsten zoon Jan werden verschillende stadsprivileges aan Dillenburg toegestaan en in 1384 verkreeg hij van den keizer de vergunning, om onder zijn eigen jurisdictie een gerechtshof te bezitten.

Door het ongehuwd blijven van den eenen broer en het overlijden zonder mannelijke nakomelingen van den anderen, verliet Engelbert, die reeds vroeg een geestelijke gelofte had afgelegd, den geestelijken stand en huwde met Johanna, eenig kind van Jan, Heer van Polanen en Leek, welke gebeurtenis van zoo groot belang was, daar op die wijze de Nederlandsche goederen in de familie werden gebracht en Engelbert in staat werd gesteld een voorname positie in te nemen aan het hof van Bourgondië, binnen welks kring zijn landen lagen.

Terwijl Engelbert zijn leven in de Nederlanden doorbracht, regeerde zijn oudere broer Jan van Nassau over de familiegoederen aan den oostkant van den Rijn. Hij leefde op zulk een voortdurenden voet van oorlog met zijn buren, dat hij bekend stond als Jan "Met den helm", daar hij nooit den tijd kon vinden, zich van zijn oorlogshoofdtooisel te ontdoen. 't Schijnt een merkwaardig man geweest te zijn, over wiens dapperheid nog vele legenden in omloop zijn in de buurt van Dillenburg.

Sedert den tijd van Jan I was de bezitting meer dan verdubbeld en Jan IV werd nog rijker door zijn huwelijk met Maria, erfgename van Loon en Heinsberg.

In 1475 overleed Jan IV en zijn erfgenamen Jan en Engelbert verdeelden de landen bij overeenkomst, terwijl ze sommige goederen ter wille van de titels gemeenschappelijk behielden. Het aldus verdeelde land werd niet weder vereenigd dan na den dood van Willem III, Koning van Engeland, in 1702.

Er was vastgesteld, dat bij gebreke van mannelijke erfgenamen van den eenen broeder, de zoons van den anderen broer zouden erven. Dergelijke schikkingen werden in de Nassau-Dillenburger familie meermalen gemaakt, maar wat merkwaardiger was, ook uitgevoerd. Mochten er ook al processen voorkomen bij den minsten twist met de naburen, de familiebetrekkingen bleven altijd vriendschappelijk.

In overeenstemming met dit verdrag, volgens hetwelk Nassau aan den ouderen, de Nederlandsche goederen aan den jongeren broer kwamen, leefde Jan, de vijfde van dien naam, te Dillenburg, terwijl Engelbert II Breda tot zijn hoofdkwartier maakte, waar hij echter niet lang woonde, daar hij zijn leven in den dienst van Karel den Stoute van Bourgondië en zijn opvolgers doorbracht.

Beide broers hebben zich nog al bekend gemaakt, hoewel op geheel verschillend terrein.

Engelbert zou men de staatkundige voorganger van Willem van Oranje kunnen noemen; hij was ridder van het Gulden Vlies en had een gewichtig aandeel in de belangrijke staatkundige onderhandelingen van dien tijd.

In 1477 werd hij in den noodlottigen slag bij Nancy gevangen genomen door de Zwitsers; zijn vrouw beloofde aan de kerk een reliquienkast en een kaars, even zwaar wegende als de wapenrusting van haar man, indien deze in veiligheid terugkeerde, hetgeen niet dan tegen een hoog losgeld geschiedde. Ook aan het hof van Karels opvolgster, Maria van Bourgondië, bekleedde Engelbert een voorname plaats en op haar huwelijk met Maximiliaan had hij grooten invloed. In 1487 tijdens den Franschen veldtocht werd hij nogmaals gevangen genomen en om zijn losprijs van 84.000 francs te betalen, was hij verplicht een deel van zijn goederen o.a. Vianden, St. Vis en Daesberg aan zijn broeder Jan te verpanden.

In 1496 kwam tusschen Maximiliaan en Karel VIII een verdrag tot stand, waarbij Engelbert als onderhandelaar optrad, terwijl, uit het handels- en vriendschapsverdrag met Hendrik VII van Engeland in 1493, ook zijn bekwaamheden als staatsman bleken. Toch treft hem eenigen blaam gedurende zijn bestuur als stadhouder in de Nederlanden, toen hij, na het dempen van een oproer te Brussel, de oproerlingen wel begenadigde, maar hiervan 50 rijke kooplieden uitsloot en hen dwong, hun leven door middel van zware losgelden te redden. Van deze sommen bouwde hij het paleis der Nassau's in Brussel.

In Nassau was Jan niet minder werkzaam, hoewel in begrensder kring, in vergelijking van zijn meer beroemden broeder. Hij bevorderde den vooruitgang van zijn land en volk door het oprichten van rechtbanken, het uitbreiden van den handel en het ontginnen van mijnen. In 1511 stichtte hij een kerk en school te Dillenburg. Door zijn huwelijk met Elisabeth van Hessen, bereidde hij zijn zoon Willem een levenslang verdriet, want daardoor had Nassau recht verkregen op een deel van de Catzenellenbogen-goederen, waarover meer dan een halve eeuw is getwist.

In 1516 stierf Jan en liet twee zonen na, Hendrik en Willem. Reeds in 1504 werd Hendrik, die in het leven aan het Bourgondische hof door Engelbert was ingeleid, ter gelegenheid van zijn huwelijk met de rijke bruid Francesca, als de erfgenaam van zijn oom erkend, waarom Hendrik ten gunste van zijn broeder Willem van het grootste deel van zijn vaderlijk erfgoed in Duitschland afzag.

Hendrik was een waardig opvolger van zijn oom den staatsman en overtrof hem zelfs, in zoover het tooneel zijner daden grooter was dan dat van zijn voorganger. Kort na Engelberts dood toch vielen de Nederlanden als erfenis ten deel aan hem, die reeds Koning van Spanje was en later Keizer van Duitschland zou worden.

Hendriks leenheer, de heer van Bourgondië, aan wien hij krachtens zijn Nederlandsche goederen trouw was verschuldigd, had alzoo als Karel V, een rijk, waarbij dat van Karel den Stoute onbeteekenend en een macht, waarbij de ingebeelde macht van Maximiliaan niets was.

Hendrik hoorde ook tijdens de minderjarigheid van den jongen vorst een tijdlang tot zijn voogden en toen hij eenmaal de teugels van het bewind aanvaard had, werd hij zijn zeer gewaardeerde raadgever. Ja, men beweert zelfs, dat het bij de keizerskeuze in 1519 vooral Hendriks groote invloed was, die de balans ten voordeele van Karel deed overslaan tegenover Frederik van Saksen, wiens aanspraken door vele keurvorsten werden verdedigd.

Dat de keizer nooit den dienst, hem toen door Hendrik bewezen, vergat, is licht te begrijpen en we zien hem dan ook altijd in het persoonlijk gevolg van den keizer, tenzij Hendrik hem verving in de Nederlanden als zijn vertegenwoordiger, tenzij hem een diplomatieke zending naar een vreemd hof werd toevertrouwd.

Op de voornaamste rijksdagen was Hendrik tegenwoordig en ook te Augsburg, toen de confessie van het Protestantsch geloof werd vastgesteld, voor welken nieuwen godsdienst hij echter weinig sympathie had, in tegenstelling van zijn broer graaf Willem, die tot het Protestantisme was overgegaan.