Part 12
Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen.
[Illustratie]
Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als dollen renden we naar het dorp terug!
[Illustratie]
Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden; voor den trein was het nu toch te laat.
Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten. Wie denk je dat er in zat?"
"Mevrouw Laura!" raadde ik.
"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje."
"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?"
"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar hier."
"Dien heb ik niet gezien," zei vader.
"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan.
Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op Nieuwjaarsavond!"
Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat."
Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer vermoord geworden.
En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang duren, ook daarvan nog alles te vertellen.
Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed.
"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede wenschen herinnerd te worden."
"Ja," zei ik, "en het is ook _mijn_ wensch, Daan. Ik denk, dat de oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou voortleven. 't Is een woord van groote waarde."
"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het komt er mee overeen. _Komen_ -- _gaan_ -- _doen!_ Nooit zal ik het vergeten!"
Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan, dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie:
SEMPER FIDELIS, SEMPER PARATUS.
EINDE.
[Transcriber's Notes:
Dit boek bevat een aantal zetfouten. De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
[en zie toen van ja.] -> [en zei toen van ja.] [Allex vroeg haar,] -> [Alex vroeg haar,] [omdat ze zelf ook haast niet hebben] -> [omdat ze zelf ook haast niets hebben] [Toen het Woendag] -> [Toen het Woensdag] [beloofde tante, er overwijld] -> [beloofde tante, er onverwijld] [al ik goed oppaste.] -> [als ik goed oppaste.] [dat hij nauwlijks meer] -> [dat hij nauwelijks meer]
Een inhoudsopgave is toegevoegd. Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld. ]