Chapter 8
In de Vereenigde Staten van Amerika komen van de Staten die het eerst het vrouwenkiesrecht hebben ingevoerd, ook niets dan goede berichten. De eerste Staat die het aandurfde om met de oude sleur te breken, was Wyoming, waar de vrouwen in 1869 reeds hare politieke rechten kregen. Toen was Wyoming nog een grondgebied en toen dat grondgebied in 1890 verzocht opgenomen te worden in de rij der Amerikaansche Staten en een poging werd aangewend om het dan te verplichten het vrouwenkiesrecht weder te doen vallen, was het fiere antwoord van de mannen, die het verzoek bij de federatie in Washington indienden: "Liever blijven wij nog honderd jaar een grondgebied dan een Staat te worden zonder vrouwenkiesrecht." En zoo was Wyoming op den 27sten Juni 1890 de eerste Staat in Amerika, welke zich inderdaad een Staat van vrije burgers kon noemen.
Na Wyoming volgde Colorado, waar de vrouwen in 1893 hare volle burgerrechten kregen. Zij verkregen dit toen met een meerderheid van 6347 stemmen, en toen in 1900, dus 7 jaren nadat de vrouwen van deze rechten gebruik hadden gemaakt, eenige tegenstanders het zoover wisten te brengen, dat dit recht der vrouwen opnieuw aan een referendum onderworpen werd, toen klom dit aantal tot het driedubbele, niettegenstaande de belanghebbenden bij den vrijen alkoholverkoop geen geld gespaard hebben om het er toe te brengen den vrouwen dit recht weder te ontnemen.
In 1896 volgde Idaho en kort daarna in datzelfde jaar ook Utah. Gedurende 14 jaren waren deze vier Staten de eenige vrouwenkiesrechtstaten in Amerika, totdat in 1910 de belangrijke Staat Washington volgde. Sedert komen er elk jaar een of meer Staten bij die het recht en het nut van vrouwenkiesrecht inzien en er naar handelen. Den 10den October 1911 werden de vrouwen van Californië politiek ontvoogd, en op den 5den November 1912 volgden tegelijk drie Staten, met name Kansas, Arizona en Oregon.
Het is voor de vrouwen van Amerika niet gemakkelijk het kiesrecht te veroveren. Zij kunnen niet volstaan met eenvoudig de leden van het parlement te overtuigen en daar een meerderheid te bewerken, maar zij moeten dan nog de eisch aan het goedvinden van alle mannen van den Staat onderwerpen. In sommige Staten moet zelfs eerst een 2/3 meerderheid in het Statenparlement er voor gestemd hebben, alvorens het voorstel aan een referendum kan worden onderworpen. Als men dan bedenkt, dat vele Staten van Amerika een groote menigte landverhuizers herbergt, die allen na 5 jaar verblijf in Amerika het recht tot medestemmen hebben en er daaronder velen zijn, die met alle vooroordeelen behept uit hunne dikwijls achterlijke landen komen, en anderen, door hun nog wankel bestaan licht in handen vallen van de rijke en machtige tegenstanders, die geld noch moeite sparen om de invoering van vrouwenkiesrecht zoolang mogelijk tegen te houden, dan begrijpt men met hoeveel bezwaren onze Amerikaansche zusters te kampen hebben om hare rechten te verkrijgen.
Uit den tegenstand die vrouwenkiesrecht in Amerika ondervindt en uit den kant vanwaar die tegenstand komt, spreekt duidelijk, welke gevolgen vrouwenkiesrecht heeft gehad in de Staten waar het is ingevoerd. De grootste tegenstand komt van de zijde der groot- en kleinhandelaren van alkoholhoudende dranken. De alkohol-trust geeft zich alle moeite om verdere uitbreiding van vrouwenkiesrecht tegen te gaan. Daarnaast moeten in één adem genoemd worden allen, die bij het houden van speelhuizen en bij het welig tieren van de prostitutie belang hebben. Maar ook de groote trusts zien in vrouwenkiesrecht een vijand en zij steunen de tegenstanders altijd met groote geldelijke gaven om een krachtige aktie te kunnen voeren.
Er zijn natuurlijk ook wel een half boekdeel vol uitspraken bijeen te brengen van bekende mannen, die zich gunstig over het vrouwenkiesrecht in Amerika hebben uitgelaten. Alleen van den Staat Colorado zijn wel honderd en meer gunstige uitspraken te verzamelen. De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht hier te lande gaf het vorig jaar een boekje uit, waarin de uitspraken van twee mannen van naam uit Colorado, de Heeren George Creel, een bekend journalist, en Ben Lindsey, de vader van de kinderrechtbanken in Colorado, hunne gevoelens, die zeer gunstig zijn, uiteenzetten. Slechts een korte uitspraak, van den Gouverneur, John J. Schafroth, uit Colorado, wil ik aanhalen, omdat zij kort en pittig en zooveel zeggend is. Hij schrijft aan Miss Mac Millan in Schotland: "Gedurende 14 jaren is de anti-vrouwenkiesrecht-beweging in New-York en Massasuchetts ijverig zoekende om uit het optreden der vrouwen in Colorado argumenten te vinden, die zouden kunnen dienen om hun zaak te steunen. Uit hunne geschriften en uit hunne argumenten blijkt genoegzaam dat zij ze niet hebben kunnen vinden en dat zij noch in Colorado, noch in een van de andere vrouwenkiesrechtstaten een dozijn achtbare mannen bijeen heeft kunnen brengen, die een met hun naam onderteekend stuk hebben durven schrijven, waarin aan vrouwenkiesrecht eenig verkeerd gevolg wordt toegeschreven."
In een van de gepubliceerde rapporten van de verschillende Staten van Amerika wordt door het vereenigd parlement getuigd, dat "Colorado de gezondste, de meest humane, de meest vooruitstrevende, en de wetenschappelijkste wetgeving bezit, vooral met betrekking tot het kind, van alle landen der wereld."
Onnoodig waarschijnlijk om te zeggen dat ook in Amerika alle wetsveranderingen, die door toedoen der vrouwen tot stand kwamen in de eerste plaats het welzijn van het kind beoogden en dat daarnaast betere wetten tot regeling der rechtsverhouding tusschen man en vrouw tot stand kwamen. Het springt toch ook zoo duidelijk in het oog, dat een rechtsverhouding tusschen twee volwassen menschen nooit rechtvaardig geregeld kan worden, als men daarbij slechts aan een der partijen het recht van medespreken verleent. De betere zedelijkheidswetten, de hygiënische wetten, wetten op den drankhandel die door de vrouwen werden tot stand gebracht of beïnvloed, kunnen toch ook alle teruggevoerd worden tot wetten in het belang van vrouw of kind.
Ik zou nu nog een reeks van verbeteringen kunnen vermelden, die vrouwen in kwaliteit van lid van gemeenteraden of zelfs als wethouders tot stand brachten, maar de opgesomde lijst is al lang genoeg om te doen zien, dat de invoering van vrouwenkiesrecht geen sprong meer is in het duister, en dat zij, die nu den stap hebben te doen, genoeg gegevens kunnen vinden om hunne overtuiging te staven. Alleen tegenstanders van vrouwenkiesrecht zullen hard werk hebben om hunne argumenten, die op "ik geloof" en op "ik ben bang" en "het komt mij voor" berusten, eenigen schijn van waarheid bij te brengen. Zulke menschen zijn in den regel eerst te overtuigen als zij het feit voor oogen hebben; dan zullen zij, als overal elders, spoedig inzien dat zij met hun tegenstand verkeerd hebben gehandeld.
INHOUD.
Hoofdstuk I.
Inleiding
Hoofdstuk II.
Het belang van het kiesrecht voor de ongehuwde vrouw
Hoofdstuk III.
Het kiesrecht en de gehuwde vrouw
Hoofdstuk IV.
Welk belang heeft de maatschappij bij de invoering van vrouwenkiesrecht
Hoofdstuk V.
De bezwaren tegen vrouwenkiesrecht weerlegd
Hoofdstuk VI.
Vrouwenkiesrecht in verschillende landen
AANTEEKENINGEN
[1] Uitgave van het Nat. Bureau voor Vrouwenarbeid, en ieder jaar bewerkt door de adjunct-directrice, mej. Marie Heinen.
[2] De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht bezit o. a. een vrij uitgebreide bibliotheek, die met zorg wordt bijgehouden, en die is ondergebracht in het hoofdbureau der Vereeniging, Keizersgracht 467-469 te Amsterdam. De leden der Vereeniging kunnen kosteloos van deze bibliotheek gebruik maken.
[3] De cursiveering is van den heer L. Mechelin.