Chapter 7
Vera Hjelt zegt, dat niettegenstaande zooveel ijver er toch nog weinig van al deze wetten is tot stand gebracht. Dit is echter een gevolg van den ongunstigen toestand waarin Finland verkeert. In die paar jaar tijds dwong Rusland het land vier keer tot ontbinding van den Landdag, omdat de daarin behandelde en aangenomen zaken niet in den smaak van Rusland vielen. Alle reeds behandelde en aangenomen wetten werden daarbij weder van onwaarde verklaard. De contrôle door het Russische gouvernement op den Landdag van Finland uitgeoefend, verlamt daar elken vruchtbaren arbeid.
Verder merkt ook Vera Hjelt op, dat door het vrouwenkiesrecht nergens ongenoegen in de gezinnen ontstond. Zij schrijft: "Om u te overtuigen hoe ongegrond deze vrees is, behoeft men slechts te zien hoe in verkiezingsdagen meestal man en vrouw te zamen, of man, vrouw en volwassen kinderen gezamenlijk naar de stembus gaan. Als regel behooren man en vrouw tot dezelfde politieke partij, maar er zijn toch ook uitzonderingen, en daar hoorde men nooit dat dit tot onaangenaamheden aanleiding geeft."
Stappen wij thans van Finland af en gaan wij na wat Noorwegen ons in dezen te leeren geeft. Het Noorweegsche volk staat in ontwikkeling, in levenswijze en geaardheid zooveel dichter bij ons volk dan het Finsche, wij kunnen hen beter begrijpen en ons aan hen beter spiegelen. Laat ons ook voor Noorwegen eerst aan eenige invloedrijke mannen het woord geven. Het zijn de antwoorden die zij gaven aan de Nationale Vereeniging van Vrouwenkiesrecht in Engeland op een tot hen gericht verzoek om hun uitspraak te vernemen in zake de werking van vrouwenkiesrecht in den aanvang van 1913.
_Gunnaar Kundsen_, Ex-Eerste Minister en nu opnieuw in het Ministerie, schrijft: "De vrouwen in dit land bezitten het kiesrecht sedert de twee laatste algemeene verkiezingen en zij hebben met snel toenemend aantal aan de verkiezingen deelgenomen. Wij zijn zeer voldaan over de opgedane ondervinding, en alle politieke partijen zijn nu overtuigd van de rechtvaardigheid van deze hervorming, welke aanvankelijk zooveel tegenstand had te overwinnen van de conservatieve partijen."
_G. Hagerup Bull_, President van het hooge Gerechtshof, lid van het Parlement en President van de conservatieve partij in de Storthing, schrijft: "Vrouwenkiesrecht, dat hier met den steun van alle politieke partijen werd ingevoerd, heeft nog niet lang genoeg bestaan om de direkte gevolgen duidelijk aan het licht te brengen. Van het eerste oogenblik af hebben de vrouwen echter in grooten getale van haar stembiljet gebruik gemaakt en in twee richtingen kan de invloed reeds aangetoond worden. Het kiesrecht heeft veel gedaan om den gezichtskring der vrouwen te vergrooten en heeft verder, alleen door het feit dat vrouwen het kiesrecht hebben, een goeden invloed gehad op de houding van het parlement bij verschillende voorkomende gelegenheden."
_Chr. H. Knudsen_, Lid van het Parlement en leider van de Werkliedenpartij in het Parlement, schrijft: "Ik ben overtuigd dat vrouwenkiesrecht in Noorwegen een goeden invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het gemeentelijk en parlementaire leven hier te lande; en ik ben overtuigd dat het zeer zal helpen om betere sociale toestanden en betere wetten tot stand te brengen."
_J. Gastberg_, Ex-Minister van Justitie, lid van het Parlement en leider van de radicale groep der liberalen, schrijft: "Het is gebleken dat vrouwenkiesrecht een weldadigen invloed op het politieke leven heeft gehad en het zedelijk aanzien der partijen heeft verhoogd. Het heeft volstrekt niet het gevoelen van patriotisme, zooals door eenigen gevreesd werd, verzwakt. Er bestaat thans geen partij of onderdeel van een partij, die het vrouwenkiesrecht zou wenschen af te schaffen. Integendeel, alle politieke partijen,--conservatieven, liberalen en werklieden--wenschen allen, het beperkt vrouwenkiesrecht, zooals het nu bestaat, tot een algemeen kiesrecht uit te breiden en er is reeds een voorstel daartoe ingediend. In de naaste toekomst zal het wel zoodanig gewijzigd worden." (Zooals wij hiervoren hebben opgemerkt, is in Juni 1913, reeds in het Noorweegsche Parlement het algemeen kiesrecht voor vrouwen aangenomen. Schr.)
_Frederik Stang_, Minister van Justitie, schrijft: "Vrouwenkiesrecht heeft in Noorwegen zeer goed gewerkt en krijgt steeds meer voorstanders. Door leden uit alle politieke partijen werd het ingevoerd."
_K. Thinn_, President van het Hooge Gerechtshof, schrijft: "Ik beschouw de invoering van vrouwenkiesrecht een daad van rechtvaardigheid tegenover de vrouw en een weldaad voor het geheele land."
_W. Konow_, vroeger lid van verschillende Ministeries, van 1907-1912 leider van de linker groep (de oppositie-partij), die thans aan het bewind is, schrijft: "Niets dan goeds kan gezegd worden van de wijze waarop de vrouwen van het stembiljet gebruik maken. In de politieke vergaderingen die ik bijwoonde, waren de vrouwen onder de aanwezigen de meest belangstellenden en intellectueelen en herhaaldelijk gaven zij de mannen een kranig voorbeeld door haar beschaafd en ingehouden gedrag. Eén vrouw, Fr. Rogstad, heeft alleen van 1910-1912 een zetel in het parlement ingenomen. Haar recht-door-zee-gaan en haar eenvoudig optreden, even als hare gaven om haar gevoelens onder woorden te brengen, heeft haar de sympathie en het respect van hare medeafgevaardigden bezorgd. Vele vrouwen zijn in Gemeenteraden en Provinciale raden gekozen, of hebben andere gemeentelijke functies waargenomen. Overal wordt het werk door de vrouwen in het gemeentelijk leven uitgeoefend, op hooge waarde gesteld. Voor zoover ik weet heeft nooit een vrouw door hare politieke ontvoogding eene onvrouwelijke daad gepleegd, niettegenstaande dat toch als een onvermijdelijk gevolg van het uitoefenen van het kiesrecht, voorspeld werd."
_Eugen Hanssen_, Predikant, schrijft: "Het was wel te voorzien dat vrouwenkiesrecht, eenmaal ingevoerd, uit zich zelf zou aantoonen de rechtvaardigheid van den eisch. Het is gemakkelijk in te zien dat vrouwenkiesrecht het natuurlijke gevolg van mannenkiesrecht is. De eigenschappen van mannen en vrouwen moeten samenwerken om de belangen van een vereenigd volk harmonisch te behartigen. Zelfs de korte periode, in welke de vrouwen politiek ontvoogd zijn, heeft reeds proefondervindelijk de waarheid van dit beweren aan het licht gebracht. De toekomst, en de taak die ons daarin wacht, zal nog meer aantoonen hoe noodzakelijk de invoering van vrouwenkiesrecht was en nog duidelijker bewijzen dat deze maatregel een was van wijsheid en rechtvaardigheid."
En ten slotte schrijft _Professor W. C. Brogger_, Eeredoctor van de Universiteiten van Glasgow, Heidelberg, Cambridge en Stockholm, bezitter van verschillende medailles van verdienste: "Vrouwenkiesrecht heeft geen enkel slecht gevolg gehad. De vrouwen hebben er niet hare huishoudingen door verwaarloosd en de verhouding tusschen man en vrouw heeft er niet door geleden."
De vrouwen van Noorwegen ontvingen in 1901 voor het eerst het Gemeentekiesrecht. Het was echter een zeer ondemocratisch kiesrecht. Alleen vrouwen die meer dan 25 jaren oud waren en die belasting hadden betaald voor een vermogen van 400 kronen in de steden en 300 kronen op het platte land, kregen het kiesrecht en waren verkiesbaar voor de gemeenteraden. De mannen kregen toen tegelijkertijd algemeen kiesrecht voor de gemeenteraden. In 1902 namen de vrouwen voor het eerst aan de verkiezingen deel en trachtten toen direkt zooveel mogelijk vrouwen in de gemeenteraden verkozen te krijgen. In de steden namen dooreengerekend 90% kiesgerechtigde vrouwen aan de verkiezingen deel, op het platte land, voor een deel een gevolg van de geographische gesteldheid van het land, aanmerkelijk minder. Over geheel Noorwegen werden 98 vrouwen direkt in de gemeenteraden gekozen, tegenover 12330 mannen. Toch heeft dit gering aantal vrouwen kans gezien vele verbeteringen tot stand te brengen in zaken, waarover de mannen alleen niet of niet genoegzaam hadden nagedacht. Zoo wisten zij door te voeren dat in de gemeentelijke pandjeshuizen geen goederen mogen worden aangenomen van kinderen beneden 16 jaren. Daardoor werd voorkomen, dat men kinderen gebruikte om goederen te beleenen, die van diefstal afkomstig waren. Ook werd verboden aan kinderen tabak en sigaren te verkoopen. Het alkoholverbod bestond reeds. Verder werd een verbod uitgevaardigd om meisjes, beneden 18 jaren, boodschappen te laten verrichten aan boord van schepen, die in de havens liggen. Het was n.l. bekend dat jonge meisjes door werkgevers, onder voorwendsel van een boodschap te moeten doen, naar zulke schepen gestuurd en daar misbruikt werden. Beter toezicht van gemeentewege op de keuring van voedingsmiddelen, het oprichten van tehuizen voor kleine kinderen en zuigelingen, enz. werd mede in het eerste jaar verkregen. Ook was een onmiddellijk gevolg van het uitoefenen van dit kiesrecht, dat vrouwen in de Juries benoemd werden. "De groote waarde en beteekenis van het feit dat vrouwen als gezworenen worden toegelaten, komt het meest uit in onaangename en pijnlijke aangelegenheden. In alle gevallen, waarin moeilijkheden tusschen man en vrouw gerezen zijn, heeft het vrouwelijk inzicht, het vrouwelijk rechtvaardigheidsgevoel, er toe geleid dat er een hoogst verstandig en uiterst rechtvaardig vonnis werd uitgesproken," schrijft een der Noorweegsche dagbladen.
In 1906 werd door de Nationale Vereeniging voor vrouwenkiesrecht bij het parlement een verzoek ingediend om de vrouwen op dezelfde voorwaarden als de mannen het kiesrecht en de verkiesbaarheid te verleenen voor gemeenteraden en parlement, terwijl een andere vereeniging een verzoek indiende om het parlementair kiesrecht aan de vrouwen te verleenen op dezelfde voorwaarden als zij het gemeentekiesrecht bezaten. Deze beide voorstellen werden met al den ernst, dien een dergelijke hervorming eischt, door het parlement in overweging genomen, met het gevolg, dat 14 Juni 1907 met groote meerderheid besloten werd den vrouwen algemeen kiesrecht te geven voor de gemeenteraden en een politiek kiesrecht op de voorwaarden, waarop zij voorheen het gemeentekiesrecht hadden uitgeoefend. Daardoor kreeg op eens de grootste helft der vrouwen gelijke politieke rechten als de mannen.
Door het feit, dat dit jaar de Noorweegsche vrouwen allen politiek ontvoogd zijn, wordt bewezen, hetgeen door de voorstanders van vrouwenkiesrecht tot in den treure wordt beweerd, dat het er met de invoering van vrouwenkiesrecht maar opaan komt om den eersten stap te doen en het vrijwel onverschillig is, welke vrouwen het eerst hare politieke rechten krijgen. Is eenmaal een begin met deze hervorming gemaakt, dan volgt de geheele politieke gelijkstelling spoedig en zonder veel strijd. De 300.000 vrouwen, die in de eerste instantie ontvoogd werden, hebben den strijd niet opgegeven en hebben zes jaren later reeds voor de 200.000 nog politiek bevoogden, het kiesrecht verworven.
Mevrouw Ella Anker uit Noorwegen, vertelde ons wat de vrouwen in de 4 jaren dat zij het beperkt kiesrecht hebben uitgeoefend, daardoor hebben tot stand gebracht. Het is natuurlijk nog geen lange lijst van hervormingen waarop zij kunnen wijzen.
Op onderwijs-gebied hebben zij gedaan gekregen dat er van gemeentewege overal goede kookscholen zijn opgericht en dat onderricht in kooken verplichtend is gesteld op alle scholen van lager onderwijs. Huishoudscholen en eenvoudige landbouwscholen, met staatssubsidie, zijn in alle provincies thans in aanbouw. Verder is een soort van Hoogeschool, om leeraressen te vormen in huishoudkunde en kooken, door den staat opgericht. Ook staat nog op het programma der vrouwen om moederscholen tot stand te brengen, waar de moeders onderricht kunnen ontvangen in de opvoeding en verzorging der kinderen, en om cursussen te stichten waar mannen en vrouwen, elk afzonderlijk, onderricht ontvangen in sexueele hygiène en allerlei vraagstukken het sexueele leven betreffende.
De huwelijkswetten zijn reeds zeer goed in Noorwegen geregeld geworden. Vader en moeder hebben in Noorwegen dezelfde rechten op hunne kinderen, de vrouw heeft evenveel recht op het gezamenlijk inkomen als de man en het beheer er van is aan beiden toevertrouwd. De vrouw kan, als zij wil, haar eigen vermogen behouden en er zelfstandig het beheer over voeren, ook over het geld dat zij zelf verdient.
Men werkt nu om "moederschapsverzekering" te verkrijgen, niet alleen voor vrouwen die bij een werkgever werken, maar ook voor vrouwen van werklieden. Het voorstel luidt, om een vrouw gedurende 8 weken 60% van het weekloon uit te betalen, als zij een kind heeft gekregen. Ook is door de vrouwen reeds een voorstel ingediend om voor ongehuwde moeders en hare kinderen betere toestanden in het leven te roepen. Daarin wordt, economisch zoowel als zedelijk, een grooter verantwoordelijkheid tegenover de kinderen op de schouders der vaders gelegd. Ook hebben de vrouwen in menig geval een strengere straf geeischt dan was uitgesproken, voor vele zedelijkheidsvergrijpen tegenover kinderen en vrouwen gepleegd. Vooral zulke vergrijpen tegenover kinderen, die vroeger slechts licht gestraft werden, worden nu gestraft met de hoogst daarop gestelde eischen.
Voor wat hooger loonen voor vrouwenwerk betreft, hebben de vrouwen nu reeds verkregen dat bij post en telefoon vrouwen en mannen gelijke belooning ontvangen en dat het salaris van alle onderwijzeressen verhoogd is en ook daar gelijk loon voor gelijken arbeid in uitzicht is gesteld.
Als een belangrijke winst is zeker te beschouwen, dat nu alle Staatsambten voor de vrouwen zijn opengesteld.
Dus ook van Noorwegen zijn niets dan goede gevolgen te boeken van de invoering van vrouwenkiesrecht.
Gaan wij thans na wat Australië en Nieuw-Zeeland ons in dezen te leeren geven. De toestanden zijn daar wel is waar anders dan bij ons, maar wij behoeven immers ook niet alles over te nemen wat daar geschiedt, wij deelen alleen mede wat de geschiedenis van het vrouwenkiesrecht in die landen ons te boekstaven geeft.
In Nieuw-Zeeland kregen de vrouwen het kiesrecht voor de Gemeenteraden in 1886, en in 1893 werd dit tot het parlement uitgestrekt. Als een bijzonder in het oog springend resultaat van het verleenen van kiesrecht aan de vrouwen moet vermeld worden, dat het bij de mannen de belangstelling in de verkiezingen zeer heeft verhoogd. Klom het percentage der mannen-kiezers, die aan de verkiezingen deelnamen, vóór de invoering van vrouwenkiesrecht, nooit hooger dan 74%, doch was het dikwijls niet meer dan 55%, na de invoering van vrouwenkiesrecht klom het onophoudelijk en bereikte bij de laatste verkiezingen zelfs de hoogte van 84,43%. Ook de vrouwen nemen in nagenoeg dezelfde verhouding aan de verkiezingen deel.
Ook uit Nieuw-Zeeland hebben vele mannen van naam zich openlijk uitgelaten over de werking van vrouwenkiesrecht. Zoo zeide mr. W. Pember Reeves, vroeger Gouverneur-generaal van N. Z. en nu Vertegenwoordiger van dien Staat in Engeland: "Altijd wordt mij de vraag gedaan of wij in N. Z. niet te klagen hebben over verwaarloozing der kinderen, over ongelukkige huwelijken, over slordige huishoudens, over verlies van vrouwelijke gratie, alles ten gevolge van de invoering van vrouwenkiesrecht. Ik moet echter bekennen dat geen van die slechte gevolgen door mij zijn bespeurd; maar wel moet getuigd worden dat de vrouwen met opvallend helder oordeel haar taak als kiezers hebben opgevat en uitgevoerd en dat zij in dit opzicht in geen enkel punt bij de mannen achterstaan."
Sir Joseph Ward schreef in 1907, toen hij Eerste Minister van Nieuw-Zeeland was: "Wij hebben hier niet opgemerkt dat door eens in de drie jaar een punt op het verkiezingsbiljet zwart te maken, de vrouwen haar huiselijke plichten hebben verwaarloosd. Integendeel, wij hebben gezien dat het vele goede gevolgen heeft gehad en de verkiezingsdagen heeft gezuiverd van de vroegere leelijke bijkomende omstandigheden. Het drinken, vechten, schelden van vroeger heeft nu plaats gemaakt voor een waardig optreden, zoodat de verkiezingsdagen nu gelijken op plechtige bijeenkomsten, waarin de burgers van den Staat een ernstigen plicht vervullen, waarvan de uitkomst bevorderlijk moet zijn aan het heil van den Staat. In aanmerking genomen dat het voor eene vrouw moeilijker is om een dag vrij te komen dan voor een man, blijkt toch duidelijk uit de opkomst bij de verkiezingen, dat de vrouwen evenveel prijs op haar kiesrecht stellen als de mannen. Het gehalte was bij de laatste verkiezingen 84,07% mannen en 82,23% vrouwen."
Nog tal van andere invloedrijke mannen uit N. Z. hebben zich in dien geest uitgelaten en hunne uitlatingen gepubliceerd. Doch meer dan al deze goede getuigenissen interesseeren ons de daden der vrouwen in N. Z., sedert zij het kiesrecht bezitten. Uit de lange lijst van wettelijke hervormingen, die door of na de invoering van vrouwenkiesrecht tot stand kwamen, zal ik de meest sprekende opnoemen:
1. De wet op den alkohol-handel geeft den kiezers in elk district het recht te stemmen of er in dat district herbergen met vergunning zullen zijn of niet, en zoo ja, hoeveel er zullen zijn. Daar de vrouwen over dit verlof ook stemmen mogen, zijn nu alle arbeidersdistricten gezuiverd van lokalen waar alkohol verkocht wordt.
2. Kinderbeschermingswetten, waarbij tehuizen van staatswege voor verwaarloosde en verweesde kinderen.
3. Wet, waarbij de vrouwen het recht hebben op eigen bezit en eigen verdiend geld.
4. De winkels en winkelbedienden-wet, waarbij de arbeidsuren der winkelbedienden en de hygiënische toestanden in de winkels wettelijk geregeld zijn.
5. Wet op de levering van onvervalschte voedingsmiddelen.
6. Verbod van opiumverkoop.
7. Leerplicht tot 14 jaar en oprichting van scholen voor doove en blinde kinderen.
8. Vroedvrouwenscholen en verplichting van gemeenteraden om gemeente-vroedvrouwen aan te stellen in elke gemeente.
9. Een wet, die de Overheid het recht geeft om in wenschelijke gevallen de vrouw van den werkman de helft van zijn verdiend loon door den werkgever te laten uitbetalen.
10. Gelijk loon voor gelijken arbeid voor mannen en vrouwen.
11. Een wet die veroorlooft het weduwenpensioen uit te keeren in gevallen waar de man ongeneeslijk ziek is en niet kan voorzien in het onderhoud van het gezin.
12. De pensioenwet zoo uit te breiden dat, wanneer een man van 60 en een vrouw van 55 jaar twee of meer kinderen hebben van onder 14 jaar, zij dan eene wekelijksche toelage kunnen verkrijgen. En zoo zou ik nog wel een paar dozijn wetten kunnen opnoemen, waaruit duidelijk de invloed van het kiesrecht der vrouw blijkt; maar genoeg om te doen zien dat ook in N. Z. de invloed van vrouwenkiesrecht geen slechte gevolgen voor het land heeft opgeleverd en dat het te begrijpen is dat de mannen van dat land het niet betreuren dat zij tot de invoering zijn overgegaan.
En dat de mannen van de 6 verbonden Staten van Australië er even zoo over denken heb ik reeds in den aanvang van dit hoofdstuk aangetoond. Maar toch wil ik nog even het besluit dat genomen is in December 1910, weergeven, omdat dat misschien nog duidelijker aantoont, welke gevolgen de invoering van vrouwenkiesrecht in geheel Australië, volgens het oordeel der Volksvertegenwoordigers, heeft gehad. Ook toen hebben de beide Kamers in openbare Zitting de vraag besproken. "Wat is het gevolg geweest van de invoering van vrouwenkiesrecht?" en als besluit van deze bespreking, de volgende motie met algemeene stemmen aangenomen:
"Dat deze Kamer, na eene ondervinding van 16 jaren in verschillende staten van Australië en na eene ondervinding van 9 jaren in het Parlement der Vereenigde Staten van Australië, moet verklaren, dat de invoering van vrouwenkiesrecht alle goede resultaten heeft gehad, die er van verwacht werden;
"dat, zooals door de voorstanders er van voorzien was, het tot resultaat heeft gehad, dat het de vrouwen zoodanig ontwikkeld heeft, dat zij zich meer dan voorheen mede verantwoordelijk gevoelen voor de sociale toestanden en voor de welvaart van het land;
"dat de sociale wetgeving en de wetten met betrekking tot het gezinsleven op den voorgrond zijn gekomen;
"dat daardoor de ondervinding het Australische Parlement heeft geleerd, dat invoering van vrouwenkiesrecht eenvoudig beteekent: het verantwoordelijkheidsgevoel voor het openbare welzijn, de basis voor eene goede regeering, door onderlinge samenwerking van mannen en vrouwen, te vergrooten."
Voor elk der 6 verbonden Staten zou ik een heele reeks van wetsartikelen kunnen opnoemen, die een gevolg zijn geweest van den invloed der vrouwen. Zij hebben echter zooveel met elkander gemeen, dat ik gerust volstaan kan met het opnoemen van enkele, die het meest sprekend zijn en overal zijn ingevoerd. Zoo vooral de wet die de regeering verplicht steeds gelijk loon voor gelijken arbeid te betalen, waardoor een eerlijke concurrentie tusschen mannen en vrouwen ontstaan is en het gevolg is geweest, dat in alle staatsbetrekkingen steeds de meest geschikte persoon geplaatst werd. Dit voorbeeld door de regeering gegeven om gelijk loon te betalen voor gelijken arbeid, is spoedig door particuliere werkgevers gevolgd en heeft thans in Australië een toestand geschapen, waarbij mannen en vrouwen op eerlijke wijze kunnen concureeren om het beste werk te leveren. Verder is overal voor mannen en vrouwen een gelijk minimum-salaris vastgesteld.
In alle Staten is een wet aangenomen, die de vrouwen recht geeft op eigen bezit en op eigen verdiend geld; een wet die de verantwoordelijkheidsleeftijd van het jonge meisje verhoogt tot 17 of 18 jaren, (in ons land is een meisje van 16 jaren verantwoordelijk); kinderbeschermingswetten, waaruit duidelijk den invloed der vrouw spreekt; vaders en moeders dezelfde rechten geven en dezelfde verplichtingen opleggen voor hunne kinderen, ook als die kinderen geboren zijn uit niet-gehuwde ouders; een heele reeks hygiënische wetten; verbod van verkoop van alkohol en tabak aan kinderen onder de 18 jaren; verplichting om winkelbedienden stoelen achter de toonbank te verschaffen.
Het feit dat Australië een van de gezondste landen der geheele wereld is, wat niet aan de geographische en klimaterische gesteldheid kan worden toegeschreven, moet ons doen zien, dat Australië goed geregeerd wordt. Het sterftecijfer in geheel Australië is lager dan in eenig land in Europa en lager dan in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Er is geen land waar op de 1000 inwoners jaarlijks zoo weinig menschen sterven. Nog gunstiger dan het sterftecijfer in het algemeen is dat van jonge kinderen. In geheel Australië sterven er gemiddeld 75 kinderen op de 1000, beneden den leeftijd van één jaar en in Nieuw-Zeeland is dat cijfer zelfs gedaald tot 68 op de 1000. En nu is het opmerkelijk dat overal, in de geheele wereld, dit cijfer veel hooger is, behalve in Noorwegen en Zweden. In het eerstgenoemde land hebben de vrouwen ook het kiesrecht en in het laatstgenoemde bezitten zij kiesrecht voor de gemeenteraden en kunnen dus op de plaatselijke gezondheidstoestanden een invloed ten goede oefenen. Als men daar tegenover stelt het sterftecijfer van kinderen beneden 1 jaar in ons land, dat van 1910, toen ook de andere cijfers te boek zijn gesteld, 108 bedraagt, dat van Duitschland 178, dat van Engeland 105 en van Frankrijk 120 is, dan ziet men eerst het gunstig verschil van Australië en zal men toch zeker niet langer kunnen volhouden, dat het geven van kiesrecht aan de vrouw verwaarloozing van de gezinnen en zorgeloosheid ten opzichte van het kind tengevolge heeft. Ook geeft het iets te denken, dat in heel Australië het aantal huwelijken, dat jaarlijks gesloten wordt, gerekend op de 1000 inwoners, zoo groot is, dat het nergens overtroffen wordt. Mij dunkt, genoeg gegevens om ons te doen zien dat de mannen in dat werelddeel verstandig gehandeld hebben, toen zij de politieke rechten en de politieke verantwoordelijkheid eerlijk met de vrouwen zijn gaan deelen.