Vrouwenbelangen Drie vraagstukken van actueelen aard
Chapter 6
Vele vrouwen, misschien nog wel de meerderheid, zullen mij waarschijnlijk tegenwerpen, dat zij volstrekt niet haken naar die haar toegedachte onafhankelijkheid en dat zij het zoogenaamde juk waaronder zij zouden gebukt gaan, volstrekt niet onaangenaam vinden. Dezulken kan ik niet anders zeggen dan dat zij geheel gelijk te stellen zijn met vele vroegere slaven, die ook--toevallig dienende onder goede meesters--het werk van de abolitionisten zoo moeielijk maakten, omdat zij steeds beweerden liever als slaven te blijven dienen, dan hun vrijheid te erlangen. Zij gevoelden niet de vernedering die in hun slaafsche positie schuilde, en gewend als zij waren aan eentonigen, zwaren arbeid, die hun wel geen levensgeluk, maar toch levensonderhoud bood, vreesden zij bij verandering van toestand voor dit levensonderhoud niet zelf te kunnen zorgen. De jarenlange druk van het slavenjuk had hun nek reeds zoo gekromd, dat het hun onmogelijk was geworden het hoofd fier omhoog te houden. Eerst jaren later, nadat zij zich langzamerhand van slaaf tot mensch hadden ontwikkeld, gevoelden zij de groote verplichting die zij aan hun weldoeners verschuldigd waren. Zoo zal het ook gaan met de vrouwen.
Zij allen gevoelen niet de vernedering die in hare positie gelegen is; de meesten meenen nog dat zij niet in eigen onderhoud kunnen voorzien en ook dat zij er niet in behoeven te voorzien, omdat zij geboren werden om echtgenoote en moeder te worden; een opvatting waarnaar dan al de ongehuwde en kinderlooze vrouwen haar doel op aarde zouden gemist hebben. Alsof de vrouw niet even als de man moet trachten zich te ontwikkelen tot mensch in de hoogste beteekenis van dat woord en alsof niet het huwelijk en het moederschap ook aan dit verheven doel moeten worden dienstbaar gemaakt.
Ik meen echter met vorenstaand te hebben aangetoond dat dit doel nimmer kan bereikt worden met huwelijken uit andere beweegredenen gesloten dan liefde en met eene voortplanting, waarbij men zich geen rekenschap geeft van de levensvoorwaarden der te verwekken kinderen.
AANTEEKENINGEN
[1] _De vrouw en de studie_ door Prof. Dr. Hector Treub en Prof. Dr. C. Winkler. Voordrachten en Debatten, gehouden in de vergaderingen van 3 Maart en 10 Nov. 1898, van de Ver. tot beh. v. d. belangen der vrouw, te Rotterdam.
[2] "_Belang en Recht_" No. 51, 3e jaarg.
[3] Pag. 32.
[4] Pag. 51.
[5] De dubbele cursieveering is van mij.
[6] De Maatschappelijke en de Rechts-toestand der Vrouw in Nederland in 1896, door Mr. E. Fokker.
[7] In verband met de hiervoor besproken economische onafhankelijkheid der vrouw, wil ik als proeve van mannenwerk in onzen tijd zonder verder commentaar laten afdrukken art. 149 van het wetsontwerp der Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek, ingediend November 1886 en nog niet behandeld! Dat artikel luidt:
"De vrouw, die met uitdrukkelijke of stilzwijgende bewilliging van den man een afzonderlijk beroep of eene kunst als bedrijf uitoefent, is bevoegd tot elke handeling, die de uitoefening van dat beroep of die kunst kan medebrengen.
Deze bewilliging eindigt met den dag, waarop de man op voldoende wijze ter openbare kennis heeft gebracht, dat hij haar intrekt.
Bijzondere kennisgeving daarvan geldt voor hem, die haar ontvangt, als openbare."
[8] De toekomst der vrouw, door Mr. B. D. H. Tellegen. 1870.
[9] Hedendaagsche Regtsgeleerdheid. I C X No. 7.
[10] De verhouding van den Staat tot de Prostitutie, door Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman. Procureur en plaatsvervangend Kantonrechter te Groningen. 1881. Bladz. 11.
[11] De Prostitutiekwestie door Dr. A. P. Fokker, Hoogleeraar in de Hygiène te Groningen, 1879.
[12] De Prostitutie. Eene Sociaal-Geneeskundige Studie. Uit het Hoogduitsch, van Dr. F. W. Muller. 1870. bldz. 5.
[13] De Openbare en Geheime Prostitutie in Nederland, door G. M. Koentz. Commissaris spec. van Rijkspolitie. 1863. bldz. 20.
[14] De verhouding van den Staat tot de Prostitutie, door Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman, Procureur en plaatsvervangend Kantonrechter te Groningen. 1881. bldz. 12.
[15] Bldz. 27.
[16] De la Prostitution. Les Causes--Les Remèdes. Lyon 1884.
[17] Règlement sur la Prostitution. Bruxelles 1877. bldz. 29.
[18] Tweeërlei Zedewet? Eene waarschuwing tegen ons aanstaand Nationaal Congres, Besproken door H. Pierson. 1889. bldz. 10.
[19] Het toezicht op de prostitutie, uit een hygiënisch oogpunt beschouwd, door Prof. J. L. Chanfleury van IJsselstein. 1889. bldz. 10.
End of Project Gutenberg's Vrouwenbelangen, by Aletta Henriëtte Jacobs