Vijf weken in een luchtballon

Chapter 8

Chapter 83,910 wordsPublic domain

Ten negen uur des avonds bleef de Victoria onbeweeglijk boven Mséné, eene groote menigte vereenigde dorpen, die nauwelijks in de schaduw zichtbaar waren; soms wees de terugkaatsing van een zonnestraal in het stille water regelmatig verdeelde grachten aan, en door eene laatste verlichting kon men de gedaante der palmen, tamarinden, wilde vijgeboomen en reusachtige wolfsmelkboomen waarnemen.--"Ik stik," zeide de Schot, de ijl geworden lucht met volle teugen inademende, "wij bewegen niet meer! Zullen wij dalen?"--"En het onweder?" zeide de doctor vrij ongerust.--"Als gij vreest door den wind medegesleept te worden, schijnt het mij toe, dat gij geene andere partij te kiezen hebt."--"Het onweder zal misschien niet vóór den nacht losbarsten," zeide Joe, "de wolken zijn zeer hoog."--"Dat is zelfs eene reden, die mij doet aarzelen er boven te stijgen; men zou tot eene groote hoogte moeten rijzen, de aarde uit het gezicht verliezen en den geheelen nacht niet weten of wij voortgaan en naar welken kant wij voortgaan."--"Neem een besluit, waarde Samuel! er is haast bij."--"Het is verdrietig dat de wind is gaan liggen," hernam Joe, "hij zou ons ver van het onweder gevoerd hebben."--"Dat is te bejammeren, mijne vrienden! De wolken zijn voor ons gevaarlijk; zij bevatten tegenovergestelde stroomen, die ons in hun draaikolk kunnen slepen en bliksemvuren, die in staat zijn ons in den brand te steken. Aan den anderen kant kan de kracht van den rukwind ons ter aarde werpen als wij het anker in den top van een boom werpen."--"Wat dan te doen?"--"Wij moeten den ballon in eene streek houden, in het midden tusschen de gevaren der aarde en die des hemels. Wij hebben water genoeg voor de gaspijp en onze twee honderd pond ballast zijn nog onaangeroerd. Des noods zou ik mij daarvan bedienen."--"Wij zullen met u waken," zeide de jager.--"Neen, mijne vrienden! brengt den mondvoorraad in veiligheid en gaat slapen, ik zal u wekken als het noodig is."--"Maar meester, zoudt gij niet wel doen zelf rust te nemen, dewijl ons nog niets bedreigt?"--"Neen, ik dank u, mijn jongen! ik wil liever waken. Wij zitten onbeweeglijk, en als de omstandigheden niet veranderen, zullen wij ons morgen precies op dezelfde plaats bevinden."--"Goeden avond, mijnheer!"--"Goeden nacht, als het mogelijk is."--Kennedy en Joe, strekten zich onder hunne dekens uit en de doctor alleen bleef waken.

Echter daalde de massa wolken langzamerhand en het werd pikdonker. Het zwarte gewelf omringde den aardbol als om hem te verpletteren. Eensklaps kliefde een sterke bliksemstraal de duisternis; nauwelijks was de scheur door haar ontstaan, gesloten, of een hevige donderslag deed hemel en aarde schudden.--"Op!" riep Ferguson. De twee slapers op dit vreeslijk geraas wakker geworden, stelden zich te zijner beschikking.--"Dalen wij?" zeide Kennedy.--"Neen, de ballon zou dit niet kunnen weerstaan. Laat ons stijgen--voordat de wolken zich in water oplossen en de wind opsteekt." En hij richtte de vlam van de gaspijp in de spiralen der slang.

De onweders onder de keerkringen ontwikkelen zich met eene snelheid, die aan hunne hevigheid evenredig is. Een tweede bliksemstraal kliefde de wolk en werd door twintig anderen gevolgd. De hemel was als bezaaid met electrieke vonken, die tusschen de groote regendroppels heendwarlden.--"Wij hebben ons verlaat," zeide de doctor, "wij moeten met onzen ballon, die met ontvlambare lucht gevuld is, eene streek van vuur doortrekken!"--"Maar op de aarde?" hernam Kennedy.--"Het gevaar om door den bliksem getroffen te worden, zou bijna hetzelfde zijn, en wij zouden spoedig aan de takken der boomen blijven hangen."--" Wij stijgen, mijnheer Samuel!"--"Spoediger! Nog spoediger!"

In dit gedeelte van Afrika is het, gedurende de onweders onder den evenaar, niet zeldzaam dertig à vijf-en-dertig bliksemstralen in de minuut te tellen. De hemel staat letterlijk in vuur en de donderslagen houden niet op. De wind stak met eene verschrikkelijke hevigheid op in dezen ontvlamden dampkring; hij zweepte de heete wolken; het geleek op het blazen van een blaasbalg, die den brand deed aanwakkeren.

Doctor Ferguson hield zijne gasvlam op de volle hitte; de ballon zette zich uit en steeg; Kennedy in het midden van het schuitje op de knieën liggende, hield de zeilen der tent tegen. De ballon draaide om duizelig te worden, en de reizigers ondervonden onrustbarende schommelingen. Er kwamen groote deuken in het bekleedsel van den luchtballon; de wind vloog er met hevigheid in, en het taf kraakte onder zijn druk. Eene soort van hagel, voorafgegaan door een vreeslijk geraas, doorkliefde den dampkring en kletterde op den ballon. Deze steeg evenwel; de bliksemstralen verlichtten zijn omtrek, hij dreef midden in het vuur.--"Wij zijn in Gods hand," zeide Ferguson; "Hij alleen kan ons redden. Laat ons op ieder geval voorbereid zijn, zelfs op brand, onze val kan niet snel zijn."

De stem des doctors kwam nauwelijks tot het oor zijner metgezellen, maar zij konden zijn kalm gelaat zien te midden der bliksemflitsen; hij beschouwde de verschijnselen van phosphorieke verlichting, voortgebracht door het Sint Elmus vuur, dat boven den luchtballon zweefde. Deze draaide en dwarrelde, maar steeg steeds; na een kwartier was hij boven de onweerswolken; de electrieke stroomen ontwikkelden zich onder hem, even alsof een groote cirkel vuurwerk aan het schuitje hing. Dit was een der schoonste schouwspelen, die de natuur den mensch kan geven. Beneden het onweder, boven den sterrenhemel, kalm en bedaard, met de maan, die hare vreedzame stralen op de jagende wolken wierp. Doctor Ferguson raadpleegde den barometer, hij wees 12000 voet hoogte aan. Het was elf uur 's avonds.--"Den hemel zij dank, alle gevaar is voorbij," zeide hij, "het is nu voldoende, dat wij ons op deze hoogte houden."--"Het was verschrikkelijk," antwoordde Kennedy.--"Goed," hernam Joe, "dit gaf een weinig variatie aan de reis, en het spijt mij volstrekt niet een onweder van uit de hoogte te hebben gezien, het is een fraai schouwspel."

XVII.

Het Maangebergte.--Een oceaan van groen.--Men werpt het anker.--De olifant als stoomsleper.--Onderhouden vuur.--Dood van het dier.--De veldoven.--Maaltijd op het gras.--Een nacht op de aarde.

Des Maandags tegen vier uur des morgens kwam de zon boven den horizon; de wolken verspreidden zich en een aangename wind verfrischte den eersten morgenglans. De aarde verscheen weder voor de oogen der reizigers. De ballon op de plaats omdraaiende, te midden der tegenovergestelde luchtstroomen, was bijna niets afgeweken; de doctor het gas temperende, deed hem eindelijk dalen om eene meer noordelijke richting te krijgen. Lang zocht hij te vergeefs, de wind sleepte den ballon naar het westen tot in het gezicht van het beroemde Maangebergte, dat in een halven cirkel rondom het uiteinde van het meer Tanganayika lag; deze bergketen weinig oneffen, teekende zich met eene blauwachtige tint aan den horizon af; men zou gezegd hebben dat het eene natuurlijke vesting was, onoverschrijdbaar voor de onderzoekers van het midden van Afrika, en eenige alleen staande kegels droegen de sporen van altijddurende sneeuw.--"Hier zijn wij nu," zeide de doctor, "in een nooit doorzocht land; kapitein Burton is ver in het westen gekomen, maar hij heeft deze befaamde bergen niet kunnen bereiken; hij heeft zelfs hun bestaan ontkend, dat door Speke, zijn metgezel, werd bevestigd; hij beweert dat zij ontstaan zijn in de verbeelding van dezen laatsten; voor ons, mijne vrienden, is geen twijfel meer mogelijk."--"Zullen wij er over trekken?" vroeg Kennedy.--"Neen, als het God behaagt; ik hoop een gunstigen wind te vinden, die mij naar den evenaar terugbrengt, ik zal zelfs wachten als dat noodig is en ik zal met onzen ballon doen, even als met een schip dat het anker uitwerpt bij tegenwind."

Maar wat de doctor voorzien had gebeurde weldra; na verschillende hoogten te hebben beproefd, ging de Victoria noordwaarts op met eene middelmatige snelheid.--"Wij zijn in de goede richting," zeide hij, zijn kompas raadplegende, "en nauwelijks 200 voet van den grond af, hetgeen alles gelukkig samenwerkt tot het onderzoeken dezer nieuwe streken; toen kapitein Speke uitging op de ontdekking van het meer Ukéréoué, ging hij meer oostwaarts, in eene rechte lijn boven Kazeh."--"Zullen wij lang zoo gaan?" vroeg Kennedy.--"Misschien, ons doel is een weinig naar den kant van de bronnen van den Nijl te gaan en wij moeten meer dan 600 mijlen doorreizen tot aan de uiterste grenzen, die de onderzoekers, uit het noorden gekomen, hebben bereikt."--"En zullen wij geen voet op de aarde zetten?" vroeg Joe, "om de beenen een weinig los te maken?"--"Zeker; wij moeten ook met onze levensmiddelen spaarzaam zijn, en gij mijn beste Dick, zult ons verder nog van versch vleesch voorzien."--"Zoodra gij wilt, Samuel!"--"Wij moeten ook onzen voorraad water vernieuwen, wie weet of wij ook niet naar waterlooze streken zullen gevoerd worden? Men kan niet te veel voorzorgen nemen."

Des middags bevond de ballon zich op 29° 15' lengte en 3° 15' breedte. Hij ging over het dorp Uyofu, laatste noordelijke grens van Unyamwezy, op de hoogte van het meer Ukéréoué, dat men nog niet kon ontdekken. De volksstammen dicht bij den evenaar schijnen een weinig beschaafder te zijn en worden door monarchen bestuurd, wier despotismus onbeperkt is; het dichtsbewoond is het landschap Karagwah. De drie reizigers besloten op de eerste gunstige plaats op de aarde te dalen. Men moest langer stil houden en de luchtballon zou zorgvuldig nagezien worden; de vlam van de gaspijp was gematigd; de ankers buiten het schuitje hangende, sleepten weldra over het gras eener uitgestrekte weide, die van zekere hoogte bekeken met eene dunne graslaag bedekt scheen, maar die in werkelijkheid begroeid was, met gras ter hoogte van zeven à acht voet dik. De Victoria raakte dit gras aan zonder het te buigen, even als een reusachtige vlinder; geen enkele plek waar het anker kon ingrijpen, het was als een onafgebroken oceaan van groen. "Wij zullen aldus lang kunnen voortgaan," zeide Kennedy, "ik zie geen boom, dien wij kunnen naderen, ik geloof dat van de jacht niet veel zal komen."--"Wacht wat, mijn waarde Dick, gij zoudt in dit gras, dat taaier is dan gij zelf, niet kunnen jagen; wij zullen wel eene gunstige plaats vinden."

Het was in waarheid eene bekoorlijke wandeling, een ware vaart over die zoo groene, bijna doorschijnende zee, met zachte golvingen, door den wind veroorzaakt. Het schuitje rechtvaardigde zijn naam en scheen de golven te doorklieven, met dit onderscheid dat soms eene vlucht prachtig gekleurde vogels met vreugdekreten uit het gras te voorschijn kwam; de ankers sleepten door dit meer van bloemen en maakten eene vore, die achter hen sloot even als het kielzog van een schip. Plotseling kreeg de ballon een hevigen schok, het anker was zonder twijfel vastgeraakt in eene rotsspleet, die onder dit hooge gras was verborgen.--"Wij zitten vast," zeide Joe.--"Welnu! werp de ladder uit," antwoordde de jager.

Deze woorden waren nauwelijks geuit of een schorre kreet weergalmde in de lucht, terwijl de reizigers het volgende, onsamenhangende gesprek voerden.--"Wat is dat?"--"en vreemde kreet."--"Zie, wij gaan voort!"--"Het anker is losgeraakt."--"Wel neen! het zit altijd vast," zeide Joe, die het touw naar zich toehaalde.--"De rots loopt."--Eene groote beweging had plaats in het gras, en weldra verhief zich eene langwerpige gedaante daarboven.--"Eene slang!" zeide Joe.--"Eene slang!" riep Kennedy uit, den haan zijner karabijn overhalende.--"Neen!" zeide de doctor, "het is een olifantsnuit."--"Een olifant, Samuel?" En Kennedy, dit zeggende, schouderde zijn geweer.--"Wacht, Dick!"--"Zonder twijfel! Het dier heeft ons op sleeptouw genomen."--"En wel naar den goeden kant."

De olifant ging met eene zekere snelheid voort en kwam weldra aan eene opene plek, waar men hem geheel kon zien; aan zijne reusachtige gestalte herkende de doctor een mannetje van een prachtig ras: hij droeg twee witachtige slagtanden, die op eene bewonderenswaardige wijze waren gebogen en acht voet lang waren, het anker zat daar stevig tusschen.

Het dier beproefde te vergeefs zich met zijn snuit van het touw te ontdoen, waarmede het aan het schuitje was vast gemaakt.--"Vooruit" riep Joe uit, ten toppunt van vreugde, en zoo goed hij kon dit vreemde span aanzettende. "Dit is weer eene nieuwe manier van reizen! Wij doen het niet minder!--Een olifant als 't u blieft!" "Maar waarheen voert hij ons?" vroeg Kennedy. Zijne karabijn brandde hem in de hand.--"Hij voert ons waar wij heen willen mijn waarde Dick, een weinig geduld!"--"Voorwaarts! Voorwaarts!" schreeuwde de verheugde Joe.

Het dier liep nu in snellen galop; het wierp zijn snuit rechts en links, en door zijne sprongen gaf het hevige schokken aan het schuitje. De doctor was met de bijl in de hand gereed het touw door te snijden als het noodig was.--"Maar" zeide hij, "wij zullen ons slechts op het laatste oogenblik van ons anker scheiden."

Deze tocht op sleeptouw van een olifant duurde bijna anderhalf uur; het beest scheen in het minst niet vermoeid. Deze ontzaglijke dikhuidige dieren kunnen verre wegen afleggen en van den eenen dag op den anderen vindt men hen op groote afstanden, even als de walvisschen, aan welke zij gelijk zijn in grootte en snelheid.--"Het is een walvisch, dien wij geharpoend hebben," zeide Joe "en wij bootsen slechts de bewegingen der walvischvaarders gedurende hunne vangst na." Maar eene verandering in de gesteldheid van het terrein verplichtte den doctor zijn middel van beweging te wijzigen. Een dik bosch van camaldoren verscheen ten Noorden van het weiland op ongeveer drie mijlen afstands, waardoor het noodig werd den ballon van zijn sleeper te scheiden. Kennedy werd dus belast om den olifant in zijn loop te stuiten; hij legde zijne karabijn aan, maar zijne stelling was niet gunstig om het dier met goed gevolg te treffen; een eerste kogel op den schedel gericht, sloeg plat als op een pantserplaat, het dier scheen er niet door verontrust te zijn; op het geluid der losbranding versnelde het zijn galop en zijne vaart was gelijk aan die van een hollend paard.--"Duivels!" zeide Kennedy, "welk een harde kop!" zeide Joe.--"Wij zullen eenige puntkogels boven op den schouder beproeven," hernam Dick, zijne karabijn zorgvuldig ladende, en hij gaf vuur. Het dier stootte een verschrikkelijker! kreet uit, maar ging steeds voort. "Laat ons zien," zeide Joe, zich met een der geweren wapenende, "ik moet u helpen, mijnheer Dick, of er komt geen einde aan." En twee kogels troffen de zijde van het dier. De olifant bleef stilstaan, stak zijn snuit in de hoogte, maar hernam met alle snelheid zijn loop naar het bosch, hij schudde zijn ontzaglijken kop en het bloed begon bij stroomen uit zijne wonden te vloeien.--"Wij moeten voortgaan met vuren mijnheer Dick."--"En met een goed onderhouden vuur," voegde de jager er bij, "wij zijn geen 2000 meter meer van het bosch."

Nog tien geweerschoten knalden, de olifant deed een verschrikkelijken sprong; het schuitje en de ballon kraakten, zoodat men dacht dat alles gebroken was; de schok deed de bijl uit de handen des doctors op den grond vallen. De toestand werd nu zorgwekkend; het ankertouw, dat stevig vast zat, kon noch losgemaakt noch door de messen der reizigers afgesneden worden, de ballon naderde snel het bosch, toen het dier een kogel in het oog kreeg, op het oogenblik dat hij zijn kop ophief; het bleef sidderend stil staan, zijne knieën zakten ineen en het gaf zijne zijde aan den jager bloot.--"Een kogel in het hart," zeide deze, voor de laatste maal zijne karabijn lossende. De olifant brulde in zijn doodstrijd, hij richtte zich een oogenblik op terwijl hij zijn snuit deed ronddraaien, vervolgens viel hij met zijne geheele zwaarte op een zijner slagtanden, die afbrak. Hij was dood.--"Zijn slagtand is gebroken!" riep Kennedy uit, "dit is een stuk ivoor dat in Engeland 35 guinjes [35] de 100 pond zou gelden."--"Zooveel!" zeide Joe, terwijl hij zich langs het ankertouw op den grond liet zakken.--"Waarover gevoelt gij spijt, mijn waarde Dick?" antwoordde doctor Ferguson. "Zijn wij handelaars in ivoor of hier gekomen om fortuin te maken?"

Joe onderzocht het anker; het was stevig vastgehecht aan den slagtand, die ongeschonden was gebleven. Samuel en Dick sprongen op den grond, terwijl de luchtballon boven het lichaam van het dier zweefde.--"Welk een prachtig beest!" riep Kennedy uit. "Ik heb in Indië geen olifant van deze grootte gezien."--"Dat is geen wonder, Dick, de olifanten van de binnenlanden van Afrika zijn de schoonste. De Andersons, de Cummings hebben zoo dikwijls in de omstreken van de Kaap jacht op hen gemaakt, dat zij naar den evenaar wijken, waar wij hen dikwijls in talrijke troepen zullen ontmoeten."--"Onder de hand hoop ik dezen eens te proeven! Ik verbind mij u een lekker maal te bezorgen ten koste van dit dier. Mijnheer Kennedy gaat een paar uur jagen, Mijnheer Samuel zal den ballon nazien en in dien tijd zal ik het eten gereed maken."--"Dat is goed," antwoordde de doctor, "doe zoo als gij goedvindt."--"Wat mij betreft," zeide de jager, "ik ga de twee uren vrijheid besteden, die Joe mij heeft toegestaan."--"Ga mijn vriend, maar bega geen onvoorzichtigheid. Verwijder u niet te ver."--"Wees gerust." En Dick ging met zijn geweer het bosch in.

Toen begon Joe zich van zijne taak te kwijten. Hij maakte eerst in de aarde een gat van twee voet diep en vulde het met droog hout, dat in overvloed op den grond lag en afkomstig was van de openingen in het bosch, gemaakt door de olifanten, waarvan men de sporen zag. Het gat gevuld zijnde, legde hij daarboven op een twee voet hoogen brandstapel en stak dien in brand. Vervolgens keerde hij naar het lichaam van den olifant terug, dat nauwelijks op zestig voet afstand van die plaats was gevallen, hij sneed er den snuit af, die aan het begin bijna twee voet dik was, koos er het lekkerste gedeelte van en voegde er een der pooten van het dier bij; dit zijn inderdaad de lekkerste stukken, even als de bult van den bison, de poot van den beer en de kop van het wilde zwijn. Toen de brandstapel van binnen en buiten geheel verteerd was, was het gat, bevrijd van de asch en de kolen, zeer heet; de stukken van den olifant, omringd door geurige bladeren, werden op den bodem van dien geïmproviseerden oven gelegd en met heete asch bedekt, vervolgens maakte Joe een tweeden brandstapel daarover heen, en toen die verteerd was, was het vleesch gaar. Vervolgens haalde Joe het uit het fornuis en legde het op groene bladeren en richtte nu den maaltijd aan op een prachtig grasperk; hij bracht beschuiten, brandewijn, koffie en putte versch water uit eene naburige beek. Dit aldus aangerichte maal was inderdaad aanlokkelijk, en Joe dacht, dat het met nog meer genoegen zou gegeten worden.--"Eene reis zonder vermoeienis en zonder gevaar!" herhaalde hij, "een maal op zijn tijd! altijd eene goede hangmat, wat kan men meer vergen? En die mijnheer Kennedy wilde niet meegaan!" Van zijn kant onderzocht Ferguson nauwkeurig den luchtballon. Hij scheen niets geleden te hebben, het taf en de gutta percha hadden verwonderlijk goed weerstand geboden; toen hij de tegenwoordige hoogte van den grond opnam en de stijgkracht van den ballon berekende, zag hij met voldoening dat het waterstofgas niet was verminderd; het omkleedsel bleef tot nu toe ondoordringbaar.

Het was slechts vijf dagen geleden dat de reizigers Zanzibar hadden verlaten, van de pemmican was nog niets gebruikt, de voorraad beschuit en verduurzaamd vleesch waren voldoende voor eene lange reis, men moest dus slechts versch water innemen. De pijpen en de slang schenen in goeden staat; door hunne geledingen van caoutchouc hadden zij alle slingeringen van den luchtballon kunnen volgen. Het onderzoek geëindigd zijnde, bracht de doctor zijne aanteekeningen in orde. Hij maakte eene vrij goed uitgevallen schets van het omringende veld, met het lange onafzienbare weiland, het bosch en den ballon onbeweeglijk hangende boven het lichaam van den ontzettenden olifant. Na twee uren kwam Kennedy terug met vette patrijzen en een dijstuk van een oryx, eene soort van gemsbok, die tot de vlugste soort van antilopen behoort. Joe belastte zich met eene grootere hoeveelheid voorraad gereed te maken.--"Maar het eten is gereed," zeide hij met zijn liefelijkst stemgeluid.--

De drie reizigers behoefden slechts op het grasperk te gaan zitten; men vond de pooten en den snuit van den olifant zeer smakelijk; men dronk op Engeland, zoo als altoos, en de geur van havanahsigaren verspreidde zich voor het eerst in deze bekoorlijke streek. Kennedy at, dronk en praatte voor vier, hij was verrukt en stelde in ernst aan zijn vriend den doctor voor, zich in dit bosch neer te zetten, er eene hut van bladeren te maken en de heerschappij der Afrikaansche Robinsons te beginnen. Het voorstel had geen gevolg, hoewel Joe de rol van Vrijdag voor zich had willen nemen. Het veld scheen zoo stil, zoo verlaten, dat de doctor besloot den nacht op de aarde door te brengen; Joe legde een kring van vuren aan, iets dat noodzakelijk was tegen de wilde dieren; want de hyena's, jaguars en jakhalzen, gelokt door het olifantenvleesch, slopen in den omtrek rond. Kennedy moest herhaaldelijk zijne karabijn lossen op al te stoutmoedige bezoekers; maar de nacht ging om zonder eenig onaangenaam voorval.

XVIII.

Karagwah.--Het meer Ukéréoué.--Een nacht op een eiland.--De Evenaar.--Overtocht van het meer.--De watervallen.--Gezicht van het land.--De bronnen van den Nijl.--Het eiland Benga.--De handteekening van Andreas Debono.--Het Paviljoen met de wapenen van Engeland.

Des anderen daags ten vijf uur begonnen de toebereidselen tot het vertrek. Joe brak met dezelfde bijl, die hij gelukkig had teruggevonden, de slagtanden van den olifant. De Victoria sleepte de reizigers naar het noord-oosten met eene snelheid van 18 mijlen.

De doctor had den vorigen avond zijn bestek gemaakt door middel van de hoogste ster. Hij wist dat hij op 2° 40' Zuiderbreedte was, hij trok talrijke dorpen over zonder zich te bekommeren over de kreten, door zijne verschijning veroorzaakt, hij teekende den vorm der planten op, hij stak de hellingen van den Rubemhé over, die bijna even stijl waren als de toppen van den Ousagara en ontmoette later, te Tenga, de eerste heuvels van den Karawah, die volgens hem noodzakelijk een tak van het Maangebergte moet zijn. Maar de oude legende die van deze bergen de bron van den Nijl maakt, kwam zeer na aan de waarheid, dewijl zij grenzen aan het meer Ukéréoué, vermoedelijke vergaderplaats der wateren van de groote rivier.

Van Kafuro, een groot district van inlandsche kooplieden, bemerkte hij eindelijk aan den horizon dit zoo zeer gezochte meer, dat de kapitein Speke den 3den Augustus 1858 zag. Samuel Ferguson voelde zich ontroerd; hij bereikte bijna een der voornaamste punten van zijn onderzoek, en met den verrekijker voor het oog, verloor hij geen enkelen hoek van die geheimzinnige streek, die zijn blik aldus beschreef:

Onder hem een over het algemeen uitgemergeld land met nauwelijks eenige bebouwde gleuven; de grond bedekt met kegels van eene middelmatige grootte, werd vlak in de nabijheid van het meer; de gerstvelden vervingen de rijstvelden; daar groeide de weegbree, waaruit de wijn des lands wordt bereid en de "mwani," eene wilde plant, die tot koffie dient. De vereeniging van een vijftal ronde hutten, bedekt met stroo, vormde de hoofdstad van Karagwah.

Men bemerkte gemakkelijk de verbaasde gedaanten van een zeer schoon ras, van een bruingele kleur. Vrouwen van een buitengewone dikte sleepten zich voort door de plantages, en de doctor verwonderde zijne metgezellen ten hoogste, toen hij hun verhaalde dat deze zwaarlijvigheid, die op hoogen prijs wordt gesteld, verkregen wordt door eene verplichte levensmanier, bestaande in het gebruik van zure melk.