Chapter 6
"Als wij op dezen doorweekten grond moesten loopen," zeide hij, "dan zouden wij in een ongezond slijk rondplassen. Sedert ons vertrek naar Zanzibar zou de helft onzer lastdieren reeds van vermoeienis gestorven zijn. Wij zouden er uitzien als schimmen en wanhopig worden. Wij zouden onophoudelijk moeten worstelen met onze gidsen en dragers, blootgesteld aan hunne teugellooze onbeschoftheid. Des daags heerscht daar eene vochtige, onverdraaglijke, drukkende hitte, des nachts eene dikwijls onverdraaglijke koude en men voelt de steken van zekere vliegen, wier beten het dikste linnen doorboren en die krankzinnigheid veroorzaken! En dat alles zonder nog eens te spreken van de wilde dieren en woeste volksstammen."--"Ik wil er geene proef van nemen," zeide Joe.--"Ik overdrijf niets," zeide doctor Ferguson, "want bij het verhaal der reizigers, die de stoutheid hebben gehad zich in die streken te wagen, zouden u de tranen in de oogen komen."
Tegen 11 uur trok men de kom van Imengé over; de op deze heuvels verstrooide stammen dreigden te vergeefs den Victoria met hunne wapens. Eindelijk kwam men aan de laatste golvingen van den grond, die den Rubeho voorafgaan; zij vormen den derden en hoogsten bergketen van Usagara.
De reizigers gaven zich rekenschap van de bergbeschrijving van dit land. Deze drie vertakkingen, waarvan de Duthumi den eersten trap vormt, zijn door uitgestrekte vlakten gescheiden; deze verheven kruinen bestaan uit afgeronde kegels, waartusschen de grond bezaaid is met ongeregelde rotsblokken en keien. De steilste helling dezer bergen is aan den kant van de kust van Zanzibar; de westelijke hellingen zijn slechts hellende vlakten. De lage gronden zijn bedekt met eene zwarte en vruchtbare aarde, waar de plantengroei weelderig is. Verschillende riviertjes loopen naar het oosten en vereenigen zich met den Kingani te midden van reusachtige bosschen, egyptische vijgeboomen, tamarindeboomen, kalebasboomen en palmyras.
"Let op!" zeide doctor Ferguson, "wij naderen den Ruhebo, wiens naam in de landtaal 'doortocht der winden' beteekent; wij zullen wel doen zijne scherpe kanten op eene zekere hoogte om te trekken. Als mijne kaart goed is, moeten wij hooger dan 5000 voet stijgen."--"Zullen wij dikwijls gelegenheid hebben eene hoogere luchtstreek te bereiken?"--"Zelden; de hoogte der bergen in Afrika schijnt gering in vergelijking van die in Europa en Azië. Maar in alle gevallen zal onze Victoria er over trekken."
In korten tijd steeg de ballon aanmerkelijk. De uitzetting van het waterstofgas had overigens niets gevaarlijks, en de groote ruimte van den luchtballon was slechts voor drie-vierde deelen gevuld; de barometer wees, door eene daling van bijna 8 Eng. duim, eene hoogte aan van 6000 voet.--"Zouden wij lang zoo kunnen voortgaan?" vroeg Joe.--"De dampkring der aarde heeft eene hoogte van 6000 toises [30]. Met een grooteren ballon zou men ver komen. Dit hebben Brioschi en Gay-Lussac gedaan, maar toen kwam het bloed hun uit mond en ooren. De lucht om in te ademen ontbrak. Eenige jaren geleden waagden twee stoutmoedige Franschen, Barral en Bixio, zich ook in de hoogere luchtstreken, maar hun ballon scheurde."--"En zij vielen?" vroeg Kennedy levendig.--"Zonder twijfel, maar, zoo als geleerden moeten vallen, zonder eenig letsel te bekomen."--"Welnu, heeren!" zeide Joe, "het staat u vrij hun val na te volgen, maar ik voor mij, die slechts een domoor ben, houd liever den middelweg, noch te laag noch te hoog. Men moet niet eerzuchtig zijn."
Op 6000 voet hoogte is de dichtheid der lucht reeds aanmerkelijk verminderd; het geluid verspreidt er zich moeielijk en de stem doet zich niet zoo goed hooren. Het gezicht der voorwerpen wordt verward. De blik ontdekt slechts onbepaalde massa's; de menschen en dieren worden geheel onzichtbaar; de wegen gelijken op koordjes en de meren op vijvers.
De doctor en zijne reisgezellen gevoelden zich niet in hun gewonen toestand; een luchtstroom van eene ontzettende snelheid sleepte hen mede boven de kale bergen, op wier top uitgestrekte sneeuwmassa's den blik verbaasden. Zij droegen de sporen van de eene of andere werking der zee in de eerste dagen der wereld.
De zon schitterde in het toppunt en hare stralen vielen loodrecht op deze naakte toppen. De doctor nam eene nauwkeurige afteekening op van die bergen, die uit vier verschillende kruinen, bijna in eene rechte lijn gelegen, bestaan en waarvan de noordelijkste de langwerpigste is.
Weldra daalde de Victoria aan den anderen kant van den Rubeho, langs een met bosschen en donkergroene boomen begroeiden rand; daarop volgden kruinen en kloven in eene soort van woestenij, die het land Ugogo voorafging; lager spreidden zich gele, verbrande en geberste vlakten uit, hier en daar met doornstruiken bedekt.
Eenig kreupelhout, dat verderop bosch werd, versierde den horizon. De doctor naderde den grond, de ankers werden uitgeworpen en een daarvan hechtte zich weldra vast in de takken van een grooten egyptischen vijgeboom. Joe, zich snel langs den boom latende afglijden, maakte het anker zorgvuldig vast; de doctor liet zijne gaspijp in werking om eene zekere stijgkracht in den luchtballon te bewaren, die dezen recht op deed blijven. De wind was bijna plotseling gaan liggen.
"Neem nu twee geweren, vriend Dick!" zeide Ferguson, "een voor u, het andere voor Joe, en tracht met u beiden eenige heerlijke antilopen te schieten. Dit zal voor ons middagmaal dienen."--"Op de jacht dan!" riep Kennedy uit.
Hij klom uit het schuitje. Joe was van den eenen tak op den anderen gegaan en wachtte hem. De doctor kon zijne gaspijp geheel laten uitgaan, daar de ballon door het vertrek zijner twee reisgezellen zeer verlicht was.
"Vlieg niet weg, meester!" zeide Joe.--"Wees gerust, mijn jongen! ik wordt stevig vastgehouden. Ik ga mijne aanteekeningen in orde brengen. Een goede vangst, en wees voorzichtig. Van mijn post zal ik het land in oogenschouw nemen en, bij het minste dat verdacht is, zal ik schieten, dat zal het verzamelingsteeken zijn."--"Goed," antwoordde de jager.
XIV.
Het bosch van gomboomen.--De blauwe antiloop.--Het verzamelingsteeken.--Een onverwachte aanval.--De Kanyenye.--Een nacht in de lucht.--De Manunguru.--Jihoue la Mkoa.--Voorraad water.--Aankomst te Kazeh.
Het dorre, uitgedroogde land, bestaande uit eene kleiachtige aarde, die door de hitte spleet, scheen verlaten; hier en daar zag men eenige sporen van karavanen, uitgebleekte beenderen van menschen en dieren, half afgeknaagd en in hetzelfde stof bij elkander liggende.
Na een half uur geloopen te hebben drongen Dick en Joe in een bosch van gomboomen, het oog op de loer en den vinger aan den trekker van het geweer. Men wist niet met wien men te doen zou kunnen hebben. Zonder een scherpschutter te zijn, hanteerde Joe vrij goed een vuurwapen.
"Het loopen doet goed, mijnheer Dick, maar op dezen grond niet zeer gemakkelijk," zeide hij, terwijl hij tegen stukken kwarts stootte, die er in menigte lagen.
Kennedy gaf een teeken aan zijn metgezel om te zwijgen en stil te staan. Men moest het zonder honden zien te doen, en hoe vlug Joe ook was, hij kon toch den reuk van een brak of hazewind niet hebben.
Aan de bedding van een bergstroom, waar nog eenige paden waren, leschten een tiental antilopen haren dorst. Deze bevallige dieren, gevaar bemerkende, schenen onrustig; bij elken dronk hieven zij hun fraaien kop omhoog, terwijl zij met hunne neusgaten de lucht in den wind der reizigers opsnoven.
Kennedy liep eenige boschjes om, terwijl Joe onbeweeglijk bleef, hij kwam dicht bij genoeg en gaf vuur. De troep verdween in een oogwenk, maar een mannetjes-antiloop, aan den schouder getroffen, viel dood neder. Kennedy wierp zich op zijn buit.
Het was een prachtig dier van eene grijsachtig blauwe kleur, en onder den buik en tusschen de pooten sneeuwwit. "Welk een fraai schot!" riep de jager uit. "Het is eene zeer zeldzame antilopensoort, en ik hoop haar vel te bereiden om het te kunnen bewaren."--"Meent gij dit, mijnheer Dick?"--"Zeker! zie eens dit heerlijke haar."--"Maar doctor Ferguson zal zulk eene vermeerdering van gewicht niet toestaan."--"Gij hebt gelijk, Joe! Het is toch jammer dat schoone dier zoo geheel achter te laten."--"Geheel! neen, mijnheer Dick, wij zullen er de voedingsvoordeelen, die het bezit, van trekken en, als gij het veroorlooft, zal ik mij daarvan even goed kwijten als de syndicus van het geëerde slachtersgild te Londen."--"Zoo als gij wilt, mijn vriend, maar gij weet dat ik, in mijne hoedanigheid als jager, even goed een stuk wildbraad kan villen als vellen."--"Daarvan ben ik zeker, mijnheer Dick, geneer u niet om een fornuis op drie steenen te maken; gij zult dood hout in menigte hebben, en ik vraag u slechts eenige minuten om uwe kolen aan te leggen."--"Dat zal niet lang duren," hernam Kennedy.
Terstond ging hij over tot het samenstellen van zijn brandstapel, die eenige oogenblikken later ontvlamde.--Joe had van het lichaam der antiloop een dozijn koteletten en de malschte stukken van de lendenen genomen, die weldra in sappig gebraden vleesch veranderden.--"Dit zal onzen vriend Samuel genoegen doen," zeide de jager.--"Weet gij waaraan ik denk, mijnheer Dick ?"--"Aan wat gij doet; zonder twijfel, aan uw biefstuk."--"Geenszins. Ik denk er aan hoe gek wij zouden staan te kijken als wij den luchtballon niet terugvonden."--"Welk een denkbeeld! Gij wilt dat de doctor ons verlaat."--"Neen; maar als zijn anker eens was losgegaan?"--"Geen nood. Overigens zou Samuel niet in verlegenheid zijn met zijn ballon te dalen, hij heeft hem goed in zijne macht."--"Maar als de wind hem medevoerde, als hij niet bij ons kon terugkomen?"--"Houd op met uwe onderstellingen, zij zijn niet aangenaam."--"Alles wat in deze wereld gebeurt, mijnheer, is natuurlijk; alles kàn gebeuren, men moet dus alles voorzien..."
Op dit oogenblik hoorde men een geweerschot.--"Wat is dat?" zeide Joe.--"Mijne karabijn; ik herken haar schot."--"Een teeken!"--"Een gevaar dat ons dreigt."--"Hem misschien," hernam Joe.--"Op weg dan!"
De jagers hadden spoedig opgenomen, wat hunne jacht had opgeleverd en zij hernamen hun weg, geleid wordende door takken, die Kennedy had afgebroken. De dichtheid van het bosch verhinderde hun den Victoria te zien, waarvan zij niet veraf konden zijn.
Een tweede schot knalde.--"Er is haast bij," zeide Joe.--"Goed! nog eene andere losbranding."--"Dit schijnt wel eene persoonlijke verdediging."--"Laat ons haast maken."
En zij liepen wat zij loopen konden. Aan den rand van het bosch gekomen, zagen zij eerst den Victoria op zijne plaats en den doctor in het schuitje.--"Wat is er?" vroeg Kennedy.--"Groote God!" riep Joe uit.--"Wat ziet gij?"--"Daar ginds een troep negers, die den ballon belegeren."
Inderdaad zag men op twee mijlen vandaar een dertigtal wezens, gebaren makende, huilende, huppelende aan den voet van een egyptischen vijgeboom. Eenigen in den boom geklommen, naderden tot op de hoogste takken. Het gevaar scheen dreigend.--"Mijn meester is verloren." riep Joe uit.--"Komaan, Joe, koelbloedig en een goed oog. Wij hebben het leven van vier dezer zwarten in onze handen. Voorwaarts!"
Zij hadden buitengewoon spoedig een mijl afstands afgelegd, toen een nieuw schot uit het schuitje werd gelost; het trof een grooten duivel, die zich langs het touw van het anker opheesch.
Een levenloos lichaam viel van tak tot tak en bleef op twintig voet van den grond hangen, terwijl zijne armen en beenen in de lucht slingerden.
"He!" zeide Joe stilstaande, "waar duivel houdt dit dier zich aan vast?"--"Het komt er weinig op aan," antwoordde Kennedy, "laat ons loopen!"--"Ach mijnheer Kennedy," riep Joe uit, in lachen uitbarstende, "bij zijn staart! Het is een aap! Het zijn maar apen!"--"Dat is nog beter dan menschen," hernam Kennedy, terwijl hij zich onder den huilenden troep wierp.
Het was een troep apen met hondekoppen, die vrij geducht, woest en onbeschoft waren, afschuwelijk om te zien met hunne hondesnuiten. Eenige geweerschoten echter joegen deze grijnzende bende weldra op de vlucht, velen der hunnen achterlatende.
In een oogenblik greep Kennedy de ladder; Joe klom in de vijgeboomen en maakte het anker los; het schuitje daalde tot hem af en hij klom er zonder moeite in. Eenige minuten later steeg de Victoria op en richtte zich naar het oosten door een matigen wind voortgestuwd.--"Dat was eene bestorming!" zeide Joe.--"Wij geloofden dat gij door de inlanders werdt belegerd."--"Het waren gelukkig slechts apen," antwoordde de doctor.--"Van verre is het verschil niet zeer groot, mijn waarde Samuel!"--"Zelfs van dichtbij niet," zeide Joe.--"Hoe het ook zij," hernam Ferguson, "deze aanval van apen kon de ernstigste gevolgen hebben. Als het anker onder hunne herhaalde schokken had losgelaten, wie weet, waarheen mij de wind zou hebben medegesleept!"--"Wat zeide ik u, mijnheer Kennedy?"--"Gij hadt gelijk, Joe, maar desniettemin bereiddet gij toen biefstuk van antilopen, waarvan het gezicht alleen mij eetlust deed krijgen."--"Dat geloof ik wel," antwoordde de doctor, "het antilopenvleesch is uitmuntend."--"Gij kunt er over oordeelen, mijnheer, de tafel is gedekt."--"Op mijn woord," zeide de jager, "dit wild heeft een smaak, die niet te verachten is."--"Ik voor mij zou mijn leven lang van antilopen kunnen leven," zeide Joe met een vollen mond, "vooral met een glas grog om de vertering te bevorderen."--Joe maakte den drank gereed, die met genoegen werd gebruikt.--"Tot hiertoe gaat alles vrij goed," zeide hij.--"Zeer goed," zeide Kennedy.--"Laat ons zien, mijnheer Dick, hebt gij berouw ons vergezeld te hebben."--"Ik zou wel eens hebben willen zien, wie mij dat zou belet hebben!" antwoordde de jager met vaste stem.
Het was vier uur na den middag; de Victoria kwam in een snelleren luchtstroom, de grond rees langzamerhand en weldra wees de barometer eene hoogte aan van 1500 voet boven de oppervlakte der zee. De doctor was toen verplicht zijn ballon door eene vrij sterke uitzetting van het gas op die hoogte te houden en de gaspijp werkte onophoudelijk.
Tegen zeven uur zweefde de Victoria boven de kom van Kanyenye, de doctor herkende terstond die uitgebreide ontginning van tien mijlen uitgestrektheid, met hare dorpen, die zich verliezen te midden der baobabs en kalebasboomen. Daar is de residentie van een der sultans van het land Ugogo, waar de beschaving misschien minder achterlijk is; men verkoopt er zeldzamer de leden zijner familie, maar beesten en menschen leven bijeen in ronde, zonder eenig plan gebouwde hutten, die op hooischelven gelijken.
Na Kanyenye werd de grond droog en rotsachtig, maar na een uur hernam de plantengroei, in eene vruchtbare, laag gelegen streek al hare weelderigheid, op eenigen afstand van Mdaburu. De wind ging met het einde van den dag liggen en de dampkring scheen in diepe rust. De doctor zocht op verschillende hoogten te vergeefs een luchtstroom, en deze kalmte ziende, besloot hij den nacht in de lucht door te brengen, en voor grootere zekerheid verhief hij zich tot op ongeveer 1000 voet. De Victoria bleef onbeweeglijk, de nacht, door een prachtigen sterrenhemel opgeluisterd, begon rustig.
Dick en Joe strekten zich op hunne vreedzame legerstede uit en sliepen vast gedurende de wacht van den doctor. Deze werd te middernacht door den Schot vervangen. "Als het minste toeval mocht gebeuren, moet gij mij roepen," zeide hij, "en verlies vooral den barometer niet uit het oog, het is ons kompas."
De nacht was koud; er was tot zelfs 27 graden Fahrenheit verschil in temperatuur met den dag. Bij het opkomen der duisternis hoorde men het nachtelijk concert der dieren, die door honger en dorst uit hunne holen worden gejaagd; de kikvorschen lieten hunne sopraanstem weergalmen, geaccompagneerd door het gekef der jakhalzen, terwijl de zware bas der leeuwen de akkoorden van dit levend orkest ondersteunde.
Toen doctor Ferguson des morgens weder op zijn post stond, raadpleegde hij zijn kompas en bemerkte, dat de richting van den wind gedurende den nacht was veranderd. De Victoria was sedert ongeveer twee uren 30 mijlen naar het noordwesten afgedreven; hij zweefde boven Mabunguru, een steenachtig land, doorzaaid met fraai gepolijste blokken syeniet, dat geheel en al met rotsen was bezet in den vorm van een ezelsrug; kegelvormige massa's, gelijk aan de rotsen van Karnak, bezetten den grond, even als zoovele grafrotsen der druïden [31]; eene groote menigte beenderen van buffels en olifanten lagen hier en daar; er waren weinig boomen, maar in het oosten dikke bosschen, die eenige dorpen verbergden.
Tegen zeven uur verscheen eene ronde rots, van bijna twee mijlen lang, even als een ontzaglijk schild. "Wij zijn op den goeden weg," zeide doctor Ferguson. "Daar is Jihoue-la-Mkoa, waar wij eenige oogenblikken halt zullen houden. Ik zal den voorraad water, die benoodigd is voor mijne gaspijp, vernieuwen; laat ons trachten ons ergens aan vast te hechten."--"Er zijn weinig boomen," zeide de jager.--"Laat ons toch beproeven; Joe werp de ankers uit."
De ballon, die langzamerhand zijne stijgkracht verloor, naderde de aarde, de ankers slingerden voort, een daarvan bleef vastzitten in eene rotsspleet en de Victoria bleef onbeweeglijk. Men moet niet denken dat de doctor op elke plaats waar hij stil hield zijne gaspijp volmaakt kon uitdooven. Het evenwicht van den ballon was berekend op het oppervlak der zee, maar het land rees altijd, en als men zich op eene hoogte van 600 à 700 voeten bevond, zou de ballon eene geneigdheid hebben om lager te dalen dan de grond zelf; daarom moest men hem door eene zekere uitzetting van gas omhoog houden. Slechts in het geval dat de doctor, als er in het geheel geen wind was, het schuitje op de aarde had doen rusten, zou de luchtballon, aanzienlijk verlicht, zonder de hulp van de gaspijp omhoog gehouden worden.
De kaarten wezen uitgestrekte waterkolken aan op de westelijke helling van Jihoue-la-Mkoa. Joe begaf zich alleen daarheen met een vat, dat tien gallons [32] kon bevatten; hij vond zonder moeite de aangewezen plaats, niet ver van een verlaten dorp, nam zijn voorraad water in en kwam binnen drie kwartier terug; hij had niets bijzonders gezien dan groote olifantsvallen; hij viel bijna in een daarvan, waarin een half afgeknaagd geraamte lag.
Hij bracht van zijn uitstapje eene soort van klaver mede, die door apen gretig werd verslonden. De doctor herkende de vrucht van den "mbenhu", een boom, die zeer veel voorkomt in het westelijk gedeelte van Jihoue-la-Mkoa. Ferguson wachtte Joe met een zeker ongeduld, want een, al ware het nog zoo kort verblijf in dit ongastvrije land, boezemde hem altijd vrees in.
Het water werd zonder moeite ingeladen, want het schuitje daalde tot bijna op den grond; Joe kon het anker los maken en klom vlug bij zijn meester. Dadelijk stookte deze zijn vuur aan en de Victoria verhief zich weder in de lucht.
Men bevond zich op ongeveer 100 mijlen van Kazeh, een belangrijk etablissement in het binnenland van Afrika, waar de reizigers, dank zij een luchtstroom uit het zuid-zuidwesten, hopen konden dezen dag aan te komen; zij gingen met eene snelheid van 14 mijlen in het uur; het bestuur van den luchtballon werd toen zeer moeielijk; men kon niet te hoog stijgen zonder het gas te veel uit te zetten, want het land had reeds eene gemiddelde hoogte van 3000 voet. Zoo lang mogelijk wilde de doctor de uitzetting niet te sterk maken, hij volgde dus zeer behendig de kronkelingen van eene vrij steile helling en ging vlak langs de dorpen Thembo en Tura Wels. Dit laatste maakt een deel uit van Unyamwezy, eene prachtige landstreek, waar de boomen hunne grootste hoogte en dikte bereiken, onder anderen de cactussen, die reusachtig worden.
Tegen twee uur, bij prachtig weder, onder eene heete zon, die den minsten luchtstroom verdreef, zweefde de Victoria boven de stad Kazeh op 350 mijlen van de kust gelegen.
"Wij zijn ten 9 ure des morgens van Zanzibar vertrokken," zeide de doctor, zijne aanteekeningen raadplegende, "en na twee dagen reis hebben wij door onze afwijkingen bijna 500 geographische mijlen afgelegd. De kapiteins Burton en Speke besteedden vier en een halve maand over denzelfden weg."
XV.
Kazeh.--De woelige markt.--Verschijning van den Victoria.--De Wanganga.--De zonen der Maan.--Wandeling des doctors.--Bevolking.--De koninklijke tembé.--De vrouwen des Sultans.--Eene koninklijke dronkenschap.--Joe wordt aangebeden.--Hoe men in de Maan danst.--Omkeering.--Twee manen aan het uitspansel.--Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.
Kazeh, een belangrijk punt van Midden-Afrika, is geene stad; eigenlijk gezegd is er geene stad in het binnenland. Kazeh is slechts eene verzameling van zes groote uitgravingen. Daarin vindt men hutten, hokken voor slaven, met kleine zorgvuldig bebouwde tuinen; uien, aardappelen, witte morellen, pompoenen en paddestoelen van een heerlijken smaak groeien er welig.
Unyamwezy is het land der Maan bij uitnemendheid, het vruchtbare en prachtige park van Afrika; in het midden ligt het district Unyanembé, eene heerlijke landstreek, waar eenige familiën van Omanen, die van eene zuivere Arabische afkomst zijn, een werkeloos leven leiden. Ze hebben langen tijd handel gedreven in het binnenland van Afrika en in Arabië, in gom, ivoor, sits en slaven; hunne karavanen doorkruisten deze streken onder den evenaar gelegen; zij gaan nog op de kust de voorwerpen van weelde en vermaak voor deze rijke kooplieden halen, die te midden van vrouwen en dienaars, in deze bekoorlijke luchtstreek een rustig arkadisch leven leiden zonder de minste ongerustheid. Zij liggen, lachen, rooken en slapen altijd.
Rondom deze uitgravingen zag men talrijke hutten van inlanders, uitgestrekte ruimten voor de markten, schoone boomen, frissche schaduwen, ziedaar Kazeh. Daar is de algemeene samenkomst der karavanen, uit het zuiden met hare slaven en haar ivoor, en van het westen, die katoen en snuisterijen van glas naar de stammen der Groote Meeren overbrengen. Ook heerscht er op de markten eene voortdurende beweging, een verward geschreeuw zonder naam, samengesteld uit de kreten der mestiesche dragers, het geluid der trommels en hoorns, het gehinnik der muilezels, het gebalk der ezels, het gezang der vrouwen, het gehuil der kinderen en de rottingslagen van den Jemadar [33], die de maat slaat bij deze herderssymphonie. Daar spreiden zich zonder orde en zelfs in bekoorlijke wanorde de opzichtigste stoffen uit, benevens glazen kralen, ivoor, de tanden van den rhinoceros, de haaietanden, de honig, de tabak, de katoen, daar worden de vreemdste koopen gesloten, waarbij elk voorwerp slechts gewaardeerd wordt naar dat er vraag naar is.
Eensklaps hield deze beweging en dit geraas op. De ballon was in de lucht verschenen; hij zweefde sierlijk en daalde langzamerhand, zonder van den loodrechten stand af te wijken. Mannen, vrouwen, kinderen, slaven, kooplieden, Arabieren en Negers, alles verdween en verborg zich in de "tembés" en de hutten.
"Mijn waarde Samuel," zeide Kennedy, "als wij meer zulken invloed uitoefenen, zullen wij moeite hebben handelsbetrekkingen met die lieden aan te knoopen."--"Men moest echter," zeide Joe, "eene zeer eenvoudige handelwijze volgen. Dit zou zijn, stil neder te dalen en de kostbaarste koopwaren mede te voeren, zonder ons om de kooplieden te bekommeren. Men zou rijk worden."--hernam de doctor, "deze inlanders zijn reeds op het eerste oogenblik bang geweest, maar zij zullen uit bijgeloof of nieuwsgierigheid weldra terugkomen."--"Gelooft gij dat, meester?"--"Wij zullen het weldra zien, maar het zal voorzichtig zijn, hen niet te dicht te naderen; de Victoria is geen geharnaste ballon, hij is dus niet bestand tegen een kogel of een pijl."--"Zult gij dan met deze Afrikanen in onderhandeling treden?"--"Als dat kan, waarom niet?" antwoordde de doctor; "er moeten te Kazeh minder woeste Arabische kooplieden zijn. Ik herinner mij dat de heeren Burton en Speke zich over de gastvrijheid der inwoners van de stad niet te beklagen hadden. Wij kunnen dus de zaak beproeven."