Chapter 19
Dit was Sonray met zijne dorpen, bedekt met omgekeerde daken even als armenische mutsen; er waren weinig bergen, maar juist heuvels genoeg om kloven en beken te vormen, welke de afrikaansche hoenders en de kleine snippen in hunne vlucht doorkliefden; hier en daar doorsneed een hevige stortvloed de wegen; de inlanders trekken die over door zich aan eene kleine plant, die van den eenen boom tot den anderen loopt, vast te houden; de bosschen maakten plaats voor biezen, waarin zich alligators en rivierpaarden bewogen. "Wij zullen weldra den Niger zien," zeide de doctor; "de landstreek verandert bij het naderen der groote rivieren. Deze wegen, die als het ware loopen, hebben eerst den plantengroei met zich medegevoerd, zooals zij later de beschaving zullen brengen. Dan heeft de Niger in zijn loop van 2500 mijlen aan zijne oevers de belangrijkste steden van Afrika."--"Kijk," zeide Joe, "dat herinnert aan de geschiedenis van dien grooten bewonderaar der goedheden van de Voorzienigheid, die hij prees omdat zij gezorgd had dat de rivieren in het algemeen door de groote steden loopen."--Des middags zweefde de Victoria boven eene vereeniging van vrij ellendige hutten, Gao, dat vroeger eene groote hoofdstad was. "Daar stak Barth den Niger over bij zijne terugkomst van Tombuctou," zeide de doctor. "Zie hier dus dien stroom, zoo beroemd in de oudheid, als de mededinger van den Nijl, aan wien het heidensche bijgeloof een goddelijken oorsprong toekende; evenals de Nijl, en meer zelfs, heeft zijn onderzoek talrijke slachtoffers gekost." De Niger liep tusschen twee ver van elkander gelegen oevers, zijne wateren stroomden met eene zekere snelheid zuidwaarts; maar de reizigers konden, daar zij snel mede werden gevoerd, er nauwelijks de omtrekken van zien. "Ik zal u van dien stroom iets vertellen," zeide Ferguson, "en hij is reeds ver van ons! Hij doorloopt onder den naam van Dhiouleba, Mayo, Egghirreou, Quorra en nog anderen eene ontzaglijke uitgestrektheid lands, hij zou bijna in lengte met den Nijl gelijk zijn. Deze namen beteekenen eenvoudig 'den stroom', volgens de taal der landstreken, die hij doorloopt."--"Had doctor Barth dien weg gevolgd?" vroeg Kennedy.--"Neen, Dick, toen hij het meer Tchad verliet, ging hij door de voornaamste steden van Bornou en den Niger over te Say, vier graden beneden Gao; vervolgens drong hij in die ondoorzochte streken, welke de Niger in zijn elleboog omsluit, en na acht maanden van nieuwe vermoeienissen, kwam hij te Tombuctou; dit zullen wij met dezen snellen wind, in minder dan drie dagen doen."--"Heeft men de bronnen van den Niger ontdekt?" vroeg Joe.--"Reeds sedert langen tijd," antwoordde de doctor; "de kennis van den Niger en zijne takken gaf aanleiding tot talrijke expeditiën, en ik kan u de voornaamste opnoemen. Van 1749 tot 1758 bezocht Adamson de rivier en Gorea; van 1785 tot 1788 doorkruisten Golberry en Geoffroy de woestenijen van Senegambië en drongen door tot het land der Mooren, die Sagnier, Brisson, Adam, Riley, Cochelet en zoo veel andere ongelukkigen vermoordden. Daarna volgt de beroemde Mungo Park, de vriend van Walter Scott en even als deze Schot. In 1795 door het Afrikaansch gezelschap te Londen gezonden, kwam hij te Bambarre, bezocht den Niger, reisde 500 mijlen met een slavenhandelaar, verkende de rivier Gambia en kwam in 1797 in Engeland terug. Hij vertrok weder den 30sten Januari 1805 met zijn schoonbroeder Anderson, Scott den teekenaar en eenige werklieden; hij kwam te Gorea, voegde zich bij een detachement van 35 soldaten, zag den 19den Augustus nogmaals den Niger, maar toen bleven er, ten gevolge der vermoeienissen, ontberingen, slechte behandelingen, de guurheid van het weder en de ongezondheid van het land slechts elf van de veertig Europeanen over; den 16den November ontving de vrouw van Mungo Park zijne laatste brieven en een jaar later vernam men door middel van een handelaar, dat de ongelukkige reiziger, den 23sten te Boussa aan den Niger gekomen, zijne boot zag omverwerpen door de watervallen der rivier en dat hij zelf door de inboorlingen werd vermoord."--"En dit verschrikkelijke einde schrikte de onderzoekers niet af?"
"Integendeel, Dick, want toen moest men niet alleen de rivier opnemen, maar ook de papieren van den reiziger wedervinden. In 1816 werd eene expeditie te Londen uitgerust, waaraan majoor Gray deel nam; deze kwam aan den Senegal, drong in Fouta-Djallon door, bezocht de Foullahs en Mandingo's en kwam onverrichter zake in Engeland terug. In 1822 onderzocht majoor Laing het geheele westelijk gedeelte van Afrika, dat aan de Engelsche bezittingen grenst en hij was de eerste, die de bronnen van den Niger bereikte; volgens zijne aanteekeningen zijn de bronnen van die onmetelijke rivier geene twee voet breed."--"Gemakkelijk om over te springen," zeide Joe.--"He! he! gemakkelijk!" antwoordde de doctor. "Als men aan de overlevering geloof slaat, wordt hij, die beproeft deze bronnen over te springen, onmiddellijk verzwolgen, en die er water uit wil putten, wordt door eene onzichtbare hand teruggestooten."--"En het staat ons vrij, daarvan geen woord te gelooven?" vroeg Joe.--"Zeker. Vijf jaar later moest majoor Laing de Sahara doortrekken; te Tombuctou gekomen en eenige mijlen hooger op, werd hij gewurgd door de Ouelad-Shiman, die hem wilden dwingen muselman te worden."--"Weder een slachtoffer!" zeide de jager.--"Toen ondernam een moedig jongeling met zijne zwakke hulpmiddelen de verbazendste der hedendaagsche reizen, dat was de Franschman Réné Caillië. Na verschillende pogingen in 1819 en 1824 vertrok hij op nieuw den 19den April 1827 van den Rio-Nunez; den 3den Augustus kwam hij zoo uitgeput en ziek te Timé, dat hij niet vóór Januari 1828, dat is zes maanden daarna, zijne reis kon hervatten; hij voegde zich toen bij eene karavaan, beschermd door zijn oostersch kleed, bereikte den 10den Maart den Niger, drong in de stad Jenné door, scheepte zich op de rivier in en zakte haar af tot aan Tombuctou, waar hij den 30sten April aankwam. Een ander Franschman, Imbert, in 1670, een Engelschman, Robert Adams in 1810, hadden misschien deze merkwaardige stad gezien; maar Réné Caillié was de eerste Europeaan, die nauwkeurige berichten heeft gegeven; den 4den Mei verliet hij de koningin der woestijn, den 9den herkende hij de plaats, waar de majoor Laing was vermoord, den 19den kwam hij te El-Araouan en verliet de handelsstad om, te midden van duizend gevaren de uitgestrekte woestenijen tusschen Soudan en de noordelijke streken van Afrika door te trekken; eindelijk kwam hij te Tanger en den 28sten September scheepte hij zich in naar Toulon; in 19 maanden, ondanks 180 dagen ziekte, had hij Afrika van het westen tot het noorden doorkruist. Als Caillié in Engeland was geboren, zou men hem vereerd hebben als den onverschrokkensten reiziger der hedendaagsche tijden, even als Mungo Park! Maar in Frankrijk werd hij niet op rechten prijs gesteld [55]."--"Het was een moedig man." zeide de jager. "Wat is er van hem geworden?"--"Hij is 39 jaar oud gestorven aan de gevolgen zijner vermoeienissen; men geloofde genoeg gedaan te hebben met hem den prijs van het Aardrijkskundig Gezelschap in 1828 toe te kennen; de grootste eer zou hem in Engeland bewezen zijn. Voor het overige beraamde een Engelschman, terwijl Caillié zijne verwonderlijke reis volbracht, dezelfde onderneming en beproefde haar met evenveel moed, al is het dan niet met evenveel geluk. Het was kapitein Clapperton, de reisgezel van Denham. In 1829 ging hij weder naar Afrika langs de westkust van de golf van Benin, volgde het spoor van Mungo-Park en Laing, vond in Boussa de aanteekeningen, betrekking hebbende op den dood des eersten weder, kwam den 20sten Augustus te Sackatou, waar hij gevangen gehouden zijnde den laatsten adem uitblies in de armen van zijn getrouwen bediende Richard Lander."--"En wat werd er van dien Lander?" vroeg Joe belangstellend.--"Het gelukte hem de kust weder te bereiken en te Londen terug te komen, de papieren van den kapitein en een nauwkeurig verhaal zijner eigene reis medebrengende; toen bood hij aan het gouvernement zijne diensten aan om de kennis van den Niger te voltooien; hij nam zijn broeder John, tweeden zoon van arme lieden uit Corn-Wallis mede, en beiden zakten zij van 1829 tot 1831 de rivier af van Boussa tot aan hare uitwatering, dorp voor dorp, mijl voor mijl beschrijvende."--"Dus ontsnapten die twee broeders aan het algemeene lot?" vroeg Kennedy.--"Ja, ten minste op deze expeditie; want in 1833 ondernam Richard eene derde reis naar den Niger en stierf, door een onbekenden kogel getroffen, aan den mond der rivier. Gij ziet dus, mijne vrienden, dat dit land, dat wij doortrekken, getuige is geweest van edele zelfopofferingen, die al te dikwijls slechts den dood tot belooning hebben gehad."
XXXIX.
Het land van den elleboog van den Niger.--Phantastisch gezicht van het gebergte Homberi.--Kabra.--Tombuctou.--Plan van doctor Barth.--Val.--Waarheen de hemel wil.
Gedurende dien Maandag deed doctor Ferguson aan zijne reisgezellen talrijke mededeelingen aangaande de streek, welke zij doortrokken; de grond, die vrij vlak was, stelde hun tocht geen hinderpaal in den weg. De eenige zorg des doctors was over dien noordoosten wind, die hevig woei en hem van de breedte van Tombuctou verwijderde. De Niger, na tot aan deze stad noordwaarts op te zijn gegaan, kromt zich even als een groote straal water, en valt in den Atlantischen Oceaan; in dien elleboog is het land zeer verscheiden, nu eens weelderig vruchtbaar, dan eens uiterst dor; de onbebouwde velden volgen op maïsvelden, die vervangen worden door uitgestrekte velden met bremstruiken bedekt; alle soorten van watervogels, pelikanen, talingen, martijnsvogels, leven in talrijke troepen op de oevers der stroomsnellingen en moerassen.
Van tijd tot tijd zag men een kamp van Touaregs, die onder hunne lederen tenten bleven, terwijl de vrouwen het werk daar buiten verrichtten, de kameelen melkende, en pijpen rookende. De Victoria was tegen acht uur des avonds meer dan 200 mijlen naar het westen getrokken, de reizigers waren toen getuigen van een prachtig schouwspel. Eenige stralen der maan baanden zich een weg door eene opening in de wolken en, tusschen de regendruppels doorgaande, vielen zij op de bergketen Homboria. Geen vreemder gezicht dan deze kruinen van een bazaltachtig voorkomen; zij weerkaatsten in phantastische beelden op den verduisterden hemel; men zou gezegd hebben dat het ruïnen waren eener onmetelijke stad uit de middeleeuwen, even als de ijsbanken der ijszeeën die in donkere nachten aan de verbaasde blikken vertoonen.--"Daar is eene plaats uit de Geheimen van Udolpho," zeide de doctor, "Anna Radciliffe zou deze bergen niet vreeslijker hebben kunnen afschilderen."--"Waarachtig," antwoordde Joe, "ik zou des avonds niet gaarne in dit land van spoken wandelen. Als het niet te zwaar was, zou ik dit geheele landschap naar Schotland overbrengen, dat zou een goed effect geven op de oevers van het meer Lomond, en de reizigers zouden er in menigte heen snellen."--"Onze ballon is niet groot genoeg om u dit te veroorlooven, maar het komt mij voor dat onze richting verandert. Mooi! de nachtspoken dezer plaats zijn zeer lief, zij voeren ons een aardigen zuidoosten wind toe, die ons op den goeden weg zal terugbrengen." Inderdaad sloeg de ballon een meer noordelijken weg in, en den 20sten des morgens zweefde hij over een groot net van kanalen en rivieren, de geheele ineenstrengeling der takken van den Niger; verscheidene van deze kanalen, bedekt met dik gras, hadden het voorkomen van vette weiden. Daar vond de doctor den weg terug van doctor Barth, toen deze zich op de rivier inscheepte om haar tot aan Tombuctou af te zakken. De Niger, die hier 800 vaâm [56] breed is, stroomde tusschen twee oevers rijk in kruisplanten en tamarindeboomen; de huppelende kudden der gazellen vereenigden haar geringde horens met het lange gras, waartusschen de alligator haar in stilte bespiedde. Lange rijen ezels en kameelen, beladen met koopwaren van Jenné, liepen onder schoone boomen; weldra vertoonde zich bij een kromming der rivier een amphitheater van huizen; op hunne terrassen en daken was de geheele voorraad, die in de omringende streken was ingezameld, opgehoopt.--"Het is Kabra," riep de doctor vroolijk uit, "het is de haven van Tombuctou, de stad zelve is geen vijf mijlen van hier!"--"Dan zijt gij tevreden, mijnheer?" vroeg Joe.--"Verrukt, mijn jongen.--Alles gaat goed."
Inderdaad ontrolde zich de koningin der woestijn, het geheimzinnige Tombuctou, dat even als Rome en Athene hare scholen van geleerden en leerstoelen van wijsbegeerte heeft gehad, voor de blikken der reizigers. Ferguson volgde de minste bijzonderheden op den platten grond, door Barth zelf geteekend en erkende de uiterste nauwkeurigheid daarvan. De stad vormt een grooten driehoek beschreven in eene onmetelijke vlakte van wit zand, de top richt zich naar het noorden en loopt een eind de woestijn in; in de omstreken vertoonen zich nauwlijks eenige grasplanten, kleine mimosa's en heesters. Wat het gezicht van de stad betreft, dit heeft veel van een opeenhooping van ballen en dobbelsteenen; zoo ziet zij er uit als men haar uit een luchtballon overziet, de vrij nauwe straten zijn omzoomd met huizen, die slechts eene verdieping hoog, en gebouwd zijn van in de zon gebakken tichelsteenen, en hutten van stroo en riet, eenige kegelvormig, anderen vierkant; op de terrassen zijn eenige mannen in hun schitterenden mantel gehuld, achteloos uitgestrekt, met de lans of het musket in de hand; op dit uur van den dag ziet men geene vrouwen. "Maar men zegt dat zij schoon zijn," voegde de doctor daarbij. "Gij ziet de drie torens der drie moskeën, die alleen van een groot aantal zijn overgebleven; de stad heeft zeer veel van haren ouden luister verloren. Aan den top des driehoeks verheft zich de moskee van Sankore met hare galerijen, die op vrij schoone bogen rusten; verder, bij de wijk Sane-Gungu, is de moskee van Sidi, Jahia en eenige huizen met twee verdiepingen; zoekt geene paleizen noch monumenten; de Scheik is een eenvoudig handelaar en zijne koninklijke woning een kantoor."--"Ik meen half omvergeworpen wallen te zien," zeide Kennedy.--Zij zijn in 1826 door de Foullanahs verwoest; toen was de stad een derde grooter; want Tombuctou, sedert de elfde eeuw het voorwerp der algemeene begeerlijkheid, heeft achtereenvolgens toebehoord aan de Touaregs, de Sonrayers, de Marokkanen, de Foullanahs. En dit groote middelpunt der beschaving, waar een geleerde als Ahmed-Baba in de zestiende eeuw eene bibliotheek van 1600 handschriften bezat, is nu slechts eene stapelplaats van den handel van Midden-Afrika.
De stad scheen inderdaad zeer zorgeloos bewaakt te worden, zij kenmerkte de aanstekende achteloosheid van steden, die vervallen; onmetelijke puinhoopen waren in de voorsteden opeengestapeld en vormden met den heuvel van de markt de eenige oneffenheden van den grond. Toen de Victoria voorbijtrok, ontstond er wel eenige beweging, de trom werd geroerd, maar nauwlijks had de laatste geleerde dier plaats den tijd dit verschijnsel waar te nemen; de reizigers, door den wind der woestijn teruggedreven, hernamen den kronkelenden loop der rivier en weldra was Tombuctou niets meer dan eene der vluchtige herinneringen hunner reis.--"En nu geleide de hemel ons, waar het hem behage."--"Als het maar naar het westen is," antwoordde Kennedy.--"Bah!" zeide Joe, "al kwamen wij te Zanzibar langs denzelfden weg terug, of al moesten wij den Oceaan oversteken naar Amerika, dat zou mij niet bevreesd maken."--"Men zou het eerst moeten kunnen, Joe."--"En wat ontbreekt ons daarvoor?"--"Gas, mijn jongen; de stijgkracht van den ballon vermindert merkbaar, en wij zullen dus zeer zuinig daarmede moeten zijn, opdat hij ons naar de kust voere. Ik zal zelfs genoodzaakt zijn ballast uit te werpen. Wij zijn te zwaar."--"Dat is het gevolg van het niets doen en van den geheelen dag als een luiaard in zijne hangmat te blijven liggen, meester, men wordt vet en zwaar. Onze reis is eene reis van luiaards en als wij terugkomen zal men ons afschuwelijk dik en vet vinden."--"Ziedaar opmerkingen, die Joe waardig zijn," antwoordde de doctor; "maar wacht op het einde; weet gij wat de hemel ons weglegt? Wij zijn nog ver van het einde onzer reis."--"Waar gelooft gij de kust van Afrika te bereiken, Samuel?"--"Ik zou zeer in verlegenheid zijn om te antwoorden, Dick! wij zijn aan de genade van zeer veranderlijke winden overgegeven, maar ik zal mij gelukkig achten als ik tusschen Sierra-Leona en Portendick aankom; daar is eene streek waar wij vrienden zullen ontmoeten."--"En het zal ons genoegen doen hun de hand te drukken; volgen wij nu de begeerde richting?"--"Niet volkomen, Dick; zie de magneetnaald; wij gaan naar het zuiden en gaan den Niger opwaarts naar zijne bronnen."--"Eene fraaie gelegenheid om die te ontdekken," zeide Joe, "als zij niet reeds bekend waren; zou men geene andere bronnen van hem kunnen vinden?"--"Neen, Joe, maar wees gerust, ik hoop dat wij zoo ver niet zullen gaan."
Toen de nacht viel, wierp de doctor de laatste zakken ballast uit; de ballon steeg; de gaspijp, hoewel met volle vlam werkende, kon hem nauwelijks op zijne hoogte houden; hij was toen zestig mijlen bezuiden Tombuctou, en des anderen daags ontwaakte men aan de oevers van den Niger, niet ver van het meer Debo.
XL.
Ongerustheid van doctor Ferguson.--Standvastige richting naar hot zuiden.--Eene wolk sprinkhanen.--Gezicht van Jenné.--Gezicht van Ségo.--Verandering van wind.--Verdriet van Joe.
De bedding der rivier was toen door groote eilanden in nauwe takken verdeeld, waar een snelle stroom ging. Op een daarvan zag men eenige herdershutten, maar het werd onmogelijk, nauwkeurig hoogte daarvan te nemen, want de snelheid van den Victoria nam steeds toe. Ongelukkig ging hij nog meer naar het zuiden en stak in eenige oogenblikken het meer Debo over. Ferguson zocht op verschillende hoogten andere luchtstroomen in den dampkring, maar te vergeefs. Hij liet deze manoeuvre spoedig varen, daar zij nog meer gas deed verliezen. Hij zeide niets maar werd zeer ongerust. Deze standvastige zuidewind verijdelde zijne berekeningen: hij wist niet meer waarop hij moest rekenen. Als hij de Engelsche of Fransche bezittingen niet bereikte, wat zou er dan van hen worden te midden der woeste volken, die de kusten van Guinea onveilig maakten? Hoe kon hij daar een schip wachten om naar Engeland terug te keeren? En de richting van den wind voerde hem naar het koninkrijk Dahomey; onder de meest woeste stammen, in handen van een koning, die bij openbare feesten duizenden menschenoffers slachtte! Daar zouden zij verloren zijn. Van een anderen kant voelde de doctor dat de ballon zijne kracht verloor. Echter hoopte hij dat het einde van den regen eene verandering in de stroomen van den dampkring zou ten gevolge hebben. Hij werd dus op eene onaangename wijze tot het juist begrip van den toestand teruggebracht door deze opmerking van Joe: "Goed?" zeide deze, "daar wordt de regen heviger en ditmaal zal het een zondvloed zijn, te oordeelen naar die wolk, die daar ginds nadert."--"Nog eene wolk!" zeide Ferguson.--"En eene groote," antwoordde Kennedy.--"Zoo als ik er nooit eene heb gezien," zeide Joe, "met een zelfkant."--"Ik heradem," zeide de doctor, zijn verrekijker nederleggende, "dat is geene regenwolk."--"Niet!" zeide Joe.--"Neen, het is eene wolk sprinkhanen."--"Zijn dat sprinkhanen!"--"Millioenen sprinkhanen, die even als eene hoos over dit land zullen trekken, en wee! den bodem, want als zij er op neerstrijken, zal hij vernield worden."--"Ik zou dat wel willen zien!"--"Wacht een weinig Joe, binnen tien minuten zal deze wolk ons hebben bereikt en gij zult er zelf over kunnen oordeelen." Ferguson zeide de waarheid; die dikke, donkere wolk van eene uitgestrektheid van verscheidene mijlen, kwam met een oorverdoovend geraas aan, op den grond hare ontzaglijke schaduw werpende; het was eene ontelbare menigte sprinkhanen; op honderd schreden van den Victoria sloegen zij op een groen land neder, een kwartier later hernamen zij hunne vlucht en de reizigers konden nog van verre de geheel kaal gegeten boomen en struiken en de als afgemaaide weiden zien. Men zou gezegd hebben dat een plotselinge winter het veld onvruchtbaar had gemaakt.--"Welnu, Joe?"--"Welnu, mijnheer! het is zeer merkwaardig, maar zeer natuurlijk; wat ééne sprinkhaan in het klein zou doen, doen millioenen in het groot."--"Het is een verschrikkelijke regen," zeide de jager, "die nog meer verwoestingen aanricht dan de zwaarste hagelbui."--"En het is onmogelijk zich er voor in te bewaren," antwoordde Ferguson; "somtijds zijn de inwoners op het denkbeeld gekomen bosschen, ja zelfs oogstvelden in brand te steken om de vlucht dezer insecten te stuiten, maar de eerste rijen zich in de vlammen werpende, dooven die uit door hunne massa, en de overigen gaan daar bedaard over heen. Gelukkig is er in deze streken eene schadeloosstelling voor hunne verwoestingen; de inlanders verzamelen deze insecten in menigte en eten ze met graagte."--"Het zijn de reegeiten der lucht," zeide Joe, die, om zich te onderrichten, zeide spijt te hebben dat hij ze niet kon proeven.
Het land werd tegen den avond moerassiger; de wouden maakten plaats voor boschjes van opgaande boomen; op de oevers der rivier zag men eenige tabaksplantages. Op een groot eiland zag men toen de stad Jenné met de twee torens harer van aarde gebouwde moskee en den verpestenden reuk der millioenen zwaluwnesten op hare muren. Eenige kruinen van baobabs, mimosa's en dadelboomen kwamen tusschen de huizen te voorschijn; zelfs des nachts scheen de werkzaamheid zeer groot. Jenné is inderdaad eene groote handelsplaats, het voorziet in alle behoeften van Tombuctou; zijne booten voeren op de rivier, zijne karavanen langs lommerrijke wegen de verschillende voortbrengselen zijner nijverheid daarheen.--"Als dit onze reis niet te veel verlengde," zeide de doctor, "zou ik beproefd hebben in deze stad te dalen; er moet zich daar meer dan een Arabier bevinden, die in Frankrijk of Engeland heeft gereisd en aan wien onze wijze van reizen niet geheel onbekend kan zijn. Maar het zou niet voorzichtig zijn."--"Dan zullen wij dit bezoek tot eene volgende reis uitstellen," zeide Joe lachende. "Overigens, als ik mij niet bedrieg, mijne vrienden, schijnt de wind meer uit het oosten te komen, wij moeten deze gelegenheid niet voorbij laten gaan."