Vijf weken in een luchtballon

Chapter 16

Chapter 163,811 wordsPublic domain

Tien minuten later was de troep op een geweerschot-afstand genaderd; deze veertien vogels deden de lucht van hunne schorre kreten weergalmen, zij naderden den ballon meer verwoed dan verschrikt over zijne tegenwoordigheid.--"Wat schreeuwen zij," zeide Joe, "welk geweld! Het staat hun waarschijnlijk niet aan, dat men hun gebied betreedt en zich veroorlooft te vliegen zoo als zij."--"In waarheid," zeide de jager, "zij zien er vrij verschrikkelijk uit, en ik geloof dat zij zeer geducht zouden zijn als zij eene goede karabijn hadden!"--"Zij hebben die niet noodig," antwoordde Ferguson, die zeer ernstig werd.

De condors vlogen rond in ontzettend groote kringen, die langzamerhand om den ballon kleiner werden; zij doorkruisten de lucht met eene phantastische snelheid, soms met de snelheid van een kogel dalende. De doctor ongerust zijnde besloot te stijgen om deze gevaarlijke vogels te ontkomen. Maar de condors stegen met hem, weinig geneigd om hem te verlaten.--"Het schijnt dat zij het op ons hebben voorzien," zeide de jager, zijne karabijn ladende.--Inderdaad zij naderden, en meer dan een kwam op nauwelijks vijftig voet afstands en scheen de wapens van Kennedy te braveeren, "Ik heb machtig grooten lust op hen te schieten," zeide deze.--"Neen, Dick, laat ons ze niet woedender maken. Dat zou hen aansporen om ons aan te vallen."--"Maar ik zou ze gemakkelijk overwinnen."--"Gelooft gij dat! gij bedriegt u, Dick."--"Wij hebben meer dan een kogel voor elk van hen."--"En als zij op het bovenste gedeelte van den ballon nederschieten, hoe zult gij hen dan bereiken? Stel u voor dat gij u bevindt in tegenwoordigheid van een troep leeuwen op de aarde, of haaien in volle zee! Voor den luchtreiziger is de toestand even gevaarlijk."--"Spreekt gij in ernst, Samuel?"--"Zeer zeker, Dick."--"Wachten wij dan."--"Wacht. Houd u gereed in geval van aanval, maar vuur niet zonder mijn bevel."

De vogels schoolden toen op geringen afstand zamen; men zag duidelijk hun hals uitgestrekt door hun geschreeuw, hunne kraakbeenachtige kuif, met paarsche tepeltjes bezet, verhief zich van woede. Zij waren van de grootste soort; hun lichaam was meer dan drie voet lang en het bovenste gedeelte hunner witte vleugels schitterde in de zon; men zou hen gevleugelde haaien hebben genoemd, waarmede zij zeer veel overeenkomst hadden.--"Zij volgen ons," zeide de doctor, toen hij hen met zich zag stijgen, "en al stijgen wij nog zoo hoog, hun vlucht zou hen nog hooger voeren."--"Wat dan te doen?" vroeg Kennedy.--De doctor antwoordde niet.--"Hoor, Samuel," hernam de jager, "wij hebben 17 schoten tot onze beschikking, als wij met al onze wapenen vuur geven; is er geen middel hen te vernietigen of te verstrooien? Ik belast mij met een zeker aantal."--"Ik twijfel niet aan uwe behendigheid, Dick, ik geloof gaarne dat zij, die den mond uwer karabijn voorbijvliegen, dood zullen nedervallen, maar, ik herhaal het, als zij het bovenste gedeelte van den ballon aanvallen, kunt gij hen niet meer zien, zij zullen dit omkleedsel, dat ons houdt, verscheuren, en wij zijn 3000 voet hoog."

Op dit oogenblik schoot een der wildste vogels recht op den ballon toe met open bek en klauwen, gereed om te bijten en te verscheuren.--"Vuur, vuur!" riep de doctor uit. Nauwelijks had hij dit woord uitgesproken of de vogel viel, doodelijk getroffen. Kennedy had een der geweren met dubbelen loop genomen, Joe nam het andere.

Verschrikt door de losbarsting verwijderden de condors zich voor een oogenblik, maar kwamen bijna terstond woedend terug. Kennedy trof met zijn eersten kogel juist den hals van den naasten, Joe verbrijzelde den vleugel van den anderen.--"Niet meer dan elf," zeide hij.--Toen veranderden de vogels van tactiek en verhieven zich gezamenlijk boven den ballon. Kennedy zag Ferguson aan. Ondanks zijn moed en zijne koelbloedigheid verbleekte deze. Er heerschte een oogenblik een verschrikkelijk stilzwijgen. Vervolgens hoorde men een gekraak als van het scheuren van zijde en het schuitje schoot weg onder de voeten der drie reizigers.--"Wij zijn verloren," riep Ferguson uit, de oogen op den barometer slaande, die aanhoudend rees.--"Weg met den ballast." In eenige oogenblikken waren alle stukken kwarts verdwenen.--"Wij dalen steeds! Ledigt de waterbakken?--Joe! hoort gij?--Wij storten in het meer!" Joe gehoorzaamde, de doctor boog zich omlaag. Het meer scheen tot hem te komen als het wassende tij; de voorwerpen werden zichtbaar grooter, het schuitje was slechts 200 voet van het water verwijderd.--"De mondbehoeften!" riep de doctor. En de kist die haar bevatte werd weggeslingerd. De val werd minder snel, maar de ongelukkigen daalden steeds. "Werpt nog meer weg," riep de doctor voor de laatste maal.--"Er is niets meer," zeide Kennedy.--"Zeker!" antwoordde Joe, en hij verdween over den rand van het schuitje.----"Joe! Joe!" zeide de doctor verstijfd van schrik. Maar Joe kon hem niet meer hooren. De verlichte Victoria begon weder te stijgen tot op duizend voet hoogte, en de wind in het verscheurde omkleedsel vallende, voerde hem naar de noordkust van het meer.--"Verloren!" zeide de jager met een kreet van wanhoop.--"Verloren om ons te redden!" antwoordde Ferguson.--En deze zoo stoutmoedige mannen kregen tranen in de oogen; zij bogen zich voorover om eenig spoor van den ongelukkigen Joe te ontdekken, maar zij waren reeds te ver. "Wat zullen wij doen?" vroeg Kennedy.--"Dalen zoodra het mogelijk is, Dick, en dan wachten." Na een tocht van zestig mijlen daalde de Victoria op eene onbewoonde kust neder, ten noorden van het meer; de ankers hechtten zich vast in een niet zeer hoogen boom en de jagers maakten hen stevig vast. De nacht kwam, maar Ferguson noch Kennedy konden den slaap vatten.

XXXIII.

Gissing.--Herstel van het evenwicht van de Victoria.--Nieuwe berekeningen van doctor Ferguson.--Jacht van Kennedy.--Volledig onderzoek van het meer Tchad.--Tangalia.--Terugkeer.--Lari.

Des anderen daags, den 13den Mei, herkenden de reizigers terstond het gedeelte der kust, waarop zij zich bevonden; het was eene soort van eiland van stevige aarde, te midden van een onmetelijk moeras. Rondom dit terrein van vasten grond verhief zich riet, dat zoo groot was als boomen van Europa en dat zich uitstrekte zoover het oog reiken konde. Deze onoverschrijdbare moerassen maakten de stelling van den ballon veilig, men had slechts de zijde van het meer in het oog te houden; de uitgestrekte oppervlakte van het water verbreedde zich steeds, voornamelijk in het oosten, en noch eilanden, noch vasteland was zichtbaar aan den horizon. De twee vrienden hadden nog niet durven spreken van hun ongelukkigen reisgezel; Kennedy was de eerste die zijne gissingen aan den doctor mededeelde.--"Joe is misschien niet verloren," zeide hij.--"Hij is behendig en een zwemmer, zoo als er weinigen bestaan, hij was niet verlegen om de Firth of de Forth te Edinburg over te zwemmen. Wij zullen hem wederzien, wanneer en hoe, weet ik niet, maar laat ons van onzen kant niets verzuimen om hem de gelegenheid te geven zich weder bij ons te voegen."--"God hoore u, Dick," antwoordde de doctor met bewogene stem, "wij zullen alles aanwenden om onzen vriend weder te vinden. Laat ons eerst zien waar wij zijn, maar voor alles den Victoria van het buitenste omkleedsel, dat nu van geen nut meer is, ontdoen, dit zal ons van een aanmerkelijk gewicht bevrijden, zes-honderd-vijftig pond is wel der moeite waard." De doctor en Kennedy sloegen handen aan het werk, zij ondervonden groote moeielijkheden; zij moesten stuk voor stuk van dit sterke taf er afrukken en het in kleine repen snijden om het uit de mazen van het net te krijgen. De scheur door den snavel der roofvogels gemaakt was verscheidene voeten lang. Dit werk duurde ten minste vier uren; maar eindelijk scheen de binnenste ballon, geheel vrij geworden, niets te hebben geleden. De Victoria was toen een vijfde deel kleiner geworden. Dit verschil was merkbaar genoeg om Kennedy verbaasd te doen staan.--"Zal het voldoende zijn?" vroeg hij den doctor.--"Vrees hieromtrent niets, ik zal het evenwicht herstellen, en als onze arme Joe terugkomt, zullen wij met hem wel onzen gewonen gang weten te hernemen."--"Op het oogenblik van onzen val, Samuel, waren wij, als ik mij wel herinner, niet ver van een eiland."--"Ik herinner het mij inderdaad, maar dat eiland, zoo als alle eilanden van het meer Tchad, wordt zonder twijfel bewoond door een ras van zeeroovers en moordenaars, zij zullen zeker getuigen geweest zijn van dit ongeluk, en als Joe in hunne handen valt, wat zal er dan van hem worden, als het bijgeloof hem niet beschermt?"--"Hij zal er zich wel uitredden, zeg ik u, ik stel vertrouwen in zijne behendigheid en vernuft."--"Ik hoop het. Nu, Dick, gaat gij in den omtrek jagen, zonder u evenwel te ver te verwijderen, het wordt dringend noodzakelijk onze levensmiddelen te vernieuwen, waarvan het grootste gedeelte opgeofferd is."--"Goed, Samuel, ik zal niet lang weg blijven."

Kennedy nam een geweer met dubbelen loop en ging in het hooge gras naar een dicht bij staand kreupelhout; talrijke schoten deden den doctor begrijpen dat zijne jacht niet vruchteloos zou zijn. In dien tijd hield hij zich bezig de voorwerpen in het schuitje overgebleven, op te nemen en den tweeden luchtballon in evenwicht te brengen; er bleef dertig pond pemmican, eenige voorraad thee en koffie, ongeveer anderhalve gallon [48] brandewijn, een ledige waterbak; al het gedroogde vleesch was weg. De doctor wist dat de stijgkracht van den nieuwen ballon door het verlies van het gas des eersten, met 900 pond was verminderd, daarop moest hij dus rekenen om zijn evenwicht tot stand te brengen. De nieuwe Victoria had 97000 kubiek voet [49] inhoud en bevatte 33480 kubiek voet [50] gas; de toestel voor uitzetting scheen in goeden staat te zijn; noch de batterij, noch de slang schenen iets te hebben geleden. De stijgkracht van den nieuwen ballon was dus 3000 pond ongeveer; als hij het gewicht der reizigers, van den voorraad water, het schuitje en zijn toebehooren, vijftig gallons [51] water en 100 pond versch vleesch bij elkander rekende kwam hij tot een totaal van 2830 pond. Hij kon dus 170 pond ballast voor de onvoorziene gevallen medenemen, en de luchtballon was in evenwicht met de hem omringende lucht. Zijne schikkingen werden dienovereenkomstig gemaakt, en hij verving het gewicht van Joe door eene vermeerdering van ballast. Hij bracht den geheelen dag door met deze verschillende toebereidselen die eindigden bij de terugkomst van Kennedy. De jager had eene goede jacht gemaakt; hij bracht eene geheele lading ganzen, wilde eenden, kleine snippen, talingen en plevieren. Hij hield zich bezig dit wild te bereiden en te rooken. Elk stuk aan een dunnen stok gestoken, werd boven een vuur van groen hout gehangen. Toen het gereed was, bracht Kennedy het in het schuitje. Des anderen daags moest de jager zijn voorraad aanvullen. Des avonds waren de reizigers nog met dit werk bezig. Hun maal bestond uit pemmican, beschuit en thee. De vermoeienis, die hun honger had doen krijgen, verschafte hun een vasten slaap. Ieder trachtte gedurende zijne wacht de duisternis te doorboren, als hij soms de stem van Joe scheen te hooren, maar helaas! die stem, die zij zoo gaarne hadden willen hooren, was ver verwijderd. Bij de eerste stralen der zon wekte de doctor Kennedy.--"Ik heb lang nagedacht," zeide hij, "over hetgeen wij moeten doen, om onzen reisgezel weder te vinden."--"Wat ook uw voornemen zij, het is mij wel, spreek."--"Voor alles is het van belang dat Joe weet waar wij zijn."--"Zonder twijfel!"--"Als die waardige jongen zich eens ging verbeelden, dat wij hem verlieten!"--"Hij! hij kent ons te goed! Nooit zal zoo iets hem in de gedachte komen, maar hij moet onze verblijfplaats weten!"--"Hoe dat?"--"Wij zullen weder in het schuitje gaan zitten en opstijgen."--"Maar als de wind ons uit den koers voert?"--"Dit zal gelukkig niet zoo zijn. Zie, Dick, hij voert ons naar het meer terug, en deze omstandigheid, die gisteren onaangenaam zou geweest zijn, is heden gunstig. Onze pogingen zullen zich dus daartoe bepalen den geheelen dag boven deze uitgestrekte wateroppervlakte te blijven. Joe moet ons daar zien; zijne blikken zullen ons daar onophoudelijk zoeken. Misschien zelfs zal hij ons van zijne verblijfplaats kunnen onderrichten."--"Als hij alleen en vrij is, zal hij het zeker doen."--"En als hij gevangen is," hernam de doctor, "zal hij, daar de inlanders hier hunne gevangenen niet opsluiten, ons zien, en het doel van ons onderzoek begrijpen."--"Maar," zeide Kennedy, "want wij moeten alle mogelijke gevallen voorzien, als wij geen spoor vinden door hem op zijn weg achtergelaten, wat zullen wij dan doen?"--"Wij zullen beproeven het noordelijke gedeelte van het meer weder te bereiken en ons zooveel mogelijk in het gezicht houden. Daar zullen wij wachten, de oevers onderzoeken, welke Joe zeker zal trachten te bereiken, en wij zullen de plaats niet verlaten voordat wij alles hebben gedaan om hem weder te vinden."--"Laat ons dan vertrekken," antwoordde de jager.

De doctor nam nauwkeurig hoogte van dit stuk vasten grond dat hij ging verlaten; volgens zijne kaart geloofde hij ten noorden van het meer Tchad te zijn, tusschen de stad Lari en het dorp Ingemini, welke beiden door majoor Denham waren bezocht. In dien tijd vulde Kennedy zijn voorraad vleesch aan. Hoewel de omringende moerassen sporen van rhinocerossen, lamentynen en rivierpaarden vertoonden, had hij geene gelegenheid een dezer groote dieren te ontmoeten. Ten zeven uur des avonds werd het anker van den boom losgemaakt, niet zonder groot bezwaar, dat Joe goed wist te boven te komen; de nieuwe ballon steeg tweehonderd voet. Hij aarzelde eerst, terwijl hij ronddraaide, maar eindelijk in een vrij snellen luchtstroom gekomen, ging hij over het meer met eene snelheid van twintig mijlen per uur.

De doctor hield zich standvastig op eene hoogte tusschen de 200 en 500 voet; Kennedy loste dikwijls zijne karabijn; boven de eilanden naderden de reizigers zelfs onvoorzichtig, met hunnen blik het kreupelhout, de struiken doorzoekende, overal waar maar eenig lommer, of eenige kromming in eene rots tot schuilplaats aan hun reisgezel had kunnen dienen. Zij daalden bij lange prauwen, die het meer doorploegden. De visschers wierpen zich, op hun gezicht, in het water en gingen naar hun eiland terug met weinig verholen teekenen van vrees. "Wij zien niets," zeide Kennedy na twee uren zoekens. "Wachten wij, Dick, en verliezen wij den moed niet, wij moeten niet ver zijn van het eiland waar het ongeluk ons trof."

Ten elf uur was de ballon 90 mijlen gevorderd; toen ontmoette hij een nieuwen luchtstroom, die hem onder een bijna rechten hoek zestig mijlen ver naar het oosten voerde. Hij zweefde boven een zeer groot en bevolkt eiland, dat de doctor voor Farram hield, waar de hoofdstad der Biddiomahs ligt. Hij verwachtte Joe uit deze struiken te voorschijn te zien komen, hen roepende. Als hij vrij was kon men hem zonder moeite ontvoeren, gevangen zijnde zou hij, door dezelfde list te bezigen die gediend had om den zendeling te redden, weldra bij zijne vrienden teruggekeerd zijn, maar men zag niets, het was om wanhopig te worden. De ballon kwam ten half drie in het gezicht van Tangalia, een dorp op den oostelijken oever van het meer gelegen en dat het uiterste punt was dat Denham op zijn tocht had bereikt. De doctor werd ongerust over deze standvastige richting van den wind, hij voelde zich naar het oosten teruggevoerd, naar het midden van Afrika en de eindelooze woestijnen.--"Wij moeten volstrekt stil houden," zeide hij, "en zelfs op de aarde nederdalen; in het belang van Joe vooral moeten wij boven het meer terugkomen, maar laat ons vooraf trachten een tegenovergestelden luchtstroom te vinden."

Gedurende meer dan een uur zocht hij op verschillende hoogten. De Victoria week steeds af naar den vasten grond, maar gelukkig voerde een zeer hevige luchtstroom, op duizend voet hoogte, hem terug naar het noordwesten. Het was niet mogelijk dat Joe op een der eilanden van het meer werd teruggehouden, want dan zou hij zeker wel een middel hebben gevonden om van zijne tegenwoordigheid kennis te geven; misschien had men hem op het land gesleept. Dus redeneerde de doctor, toen hij den noordelijken oever van het meer Tchad weder zag. Te denken dat Joe verdronken was, dit was van allen grond ontbloot. Er was een afgrijselijk denkbeeld in den geest van Ferguson en Kennedy opgekomen; de kaaimannen zijn talrijk in die streken! Maar geen van beiden had den moed zijne gedachten in woorden uit te drukken. Echter zeide de doctor zonder eenige inleiding: "De krokodillen ontmoet men slechts op de oevers der eilanden van het meer; Joe zal behendig genoeg geweest zijn om hen te ontwijken; overigens zijn zij niet zeer gevaarlijk, en de Afrikanen baden zich ongestraft zonder hunne aanvallen te vreezen." Kennedy antwoordde niet, hij wilde liever zwijgen dan over deze vreeslijke mogelijkheid redeneeren.

De doctor wees tegen vijf uren des avonds de stad Lari aan. De inwoners waren bezig met de inzameling van katoen, voor hunne hutten van gevlochten riet, te midden van zindelijk en goed onderhouden omheinde plaatsen. Deze vereeniging van een vijftigtal hutten was gelegen op een kleine daling van den grond in een uitgestrekt dal tusschen lage bergen. De hevige wind dreef hen verder voort dan den doctor aangenaam was, maar hij veranderde nogmaals en bracht hem terug naar zijn punt van vertrek, op dat eiland, waar hij den vorigen nacht had doorgebracht. Het anker hechtte zich in plaats van in boomtakken in sterke rietbosschen vast. De doctor had veel moeite om den luchtballon tegen te houden, maar eindelijk ging de wind bij het begin van den nacht liggen en de twee vrienden waakten te zamen, bijna wanhopig.

XXXIV.

De orkaan.--Gedwongen vertrek.--Verlies van een anker.--Treurige overdenkingen.--Genomen besluit.--De hoos.--De verzwolgen karavaan.--Tegenwind en gunstige wind.--Terugkeer naar het Zuiden.--Kennedy op zijn post.

Ten drie uur des morgens werd de wind hevig, hij keerde met eene zoo groote kracht terug, dat de ballon zonder gevaar niet beneden kon blijven; hij lag bijna horizontaal en het riet dreigde zijn omkleedsel te verscheuren.--"Wij moeten vertrekken, Dick," zeide de doctor, "wij kunnen in dezen toestand niet blijven."--"Maar Joe? Samuel."--"Ik verlaat hem niet! Zeker niet! en al zou de orkaan ons 100 mijlen naar het noorden voeren, ik zal terugkomen. Maar hier stellen wij aller veiligheid in de waagschaal."--"Vertrekken zonder hem!" riep de Schot uit op den toon van diepe smart.--"Gelooft gij dan," antwoordde Ferguson, "dat mijn hart niet bloedt als het uwe? Gehoorzaam ik niet aan eene gebiedende noodzakelijkheid?"--"Ik ben tot uw dienst," antwoordde de jager.--"Laat ons vertrekken."

Maar het vertrek had groote moeielijkheden; het anker, stevig vastgehecht, weerstond alle pogingen, en de ballon, naar den tegenovergestelden kant trekkende, deed het nog vaster zitten; Kennedy kon het niet losrukken en in zijn tegenwoordigen toestand werd zijn manoeuvre zeer hachelijk, want hij liep gevaar dat de Victoria stijgen zou voordat hij er weder in kon klimmen. De doctor dit gevaar willende vermijden, deed den Schot in het schuitje gaan en besloot het ankertouw door te snijden. De Victoria steeg 300 voet en nam terstond de richting naar het noorden. Ferguson kon slechts aan dien storm gehoorzamen, hij kruiste de armen over de borst en verdiepte zich in zijne treurige overdenkingen. Na eenige oogenblikken van een diep stilzwijgen wendde hij zich tot Kennedy, die even stil was.--"Wij hebben misschien God verzocht," zeide hij, "het was geen menschenwerk eene dergelijke reis te ondernemen!" En een zucht van smart ontsnapte hem.--"Nauwelijks eenige dagen geleden," antwoordde de jager, "wenschen wij elkander geluk aan vele gevaren ontkomen te zijn. Wij gaven elkander de hand!"--"Arme Joe! goede brave jongen! Een oogenblik door zijne schatten verblind, offerde hij ze gaarne allen op! Daar is hij nu ver van ons! En de wind voert ons mede met onweerstaanbare snelheid!"--"Laat ons zien, Samuel, als wij aannemen dat hij eene schuilplaats heeft gevonden bij de stammen aan het meer, zal hij dan niet kunnen doen even als de reizigers, die hen vóór ons hebben bezocht, zoo als Denham en Barth? Die hebben hun vaderland wedergezien."--"Mijn arme Dick, Joe kent geen woord van de taal, hij is alleen en zonder hulpmiddelen. De reizigers waarvan gij spreekt, naderden de opperhoofden slechts door hun groote geschenken te zenden, te midden van een geleide, gewapend en voorbereid op deze tochten. En nog konden zij de kwellingen en ellende van de ergste soort niet ontgaan!"--"Wat wilt gij dan dat er van onzen ongelukkigen reisgezel zal worden? Het is eene verschrikkelijke gedachte."--"Maar wij zullen terugkeeren, Samuel."--"Zeker, Dick, al moesten wij de Victoria verlaten, al moesten wij te voet weder naar het meer Tchad gaan en ons in betrekking stellen met den Sultan van Bornou! De Arabieren kunnen geene slechte herinnering hebben aan de eerste Europeanen."--"Ik zal u volgen, Samuel," antwoordde de jager, "gij kunt op mij rekenen, wij zullen liever er van afzien deze reis ten einde te brengen! Joe heeft zich voor ons opgeofferd, wij zullen ons voor hem opofferen."--Dit besluit gaf weder eenigen moed aan die twee mannen, zij gevoelden zich gesterkt door hetzelfde denkbeeld. Ferguson stelde alles in het werk om een tegenovergestelden luchtstroom te vinden, die hem nader bij het meer Tchad kon brengen, maar dit was toen onmogelijk en de daling zelfs werd onuitvoerbaar op een kalen grond en bij een zoo hevigen orkaan.

De ballon ging dus door het land der Tibbous, hij stak de Beladel Djérid over, eene woestijn, die de grens uitmaakt van Soudan, en kwam in eene zandwoestijn doorploegd met lange sporen van karavanen; de laatste linie van plantengroei smolt weldra samen met den zuidelijken horizon, niet ver van de voornaamste oase van dit gedeelte van Afrika, wier vijftig putten door prachtige boomen zijn overschaduwd, maar het was onmogelijk stil te houden. Een arabisch legerkamp, bestaande uit tenten van gestreepte stoffen, eenige kameelen die hun kop op het zand hadden uitgestrekt, verlevendigde deze eenzaamheid; maar de Victoria ging er overheen als een luchtverheveling en doorliep dus een afstand van zestig mijlen in drie uren, zonder dat het Ferguson gelukte zijn vaart te stuiten.--"Wij kunnen geen halt houden," zeide hij, "wij kunnen niet dalen? hier is geene enkele boom, geene enkele verhevenheid van den grond! Zullen wij dan de Sahara oversteken? Zeker, de hemel is tegen ons."--Hij sprak aldus met eene wanhopige woede, toen hij in het noorden het zand der woestijnen zag opstijgen in een dik stof; het dwarrelde onder den invloed van tegengestelde luchtstroomen. Te midden van een dwarlwind verdween eene geheele karavaan onder eene lawine van zand, de kameelen kermden erbarmelijk; kreten van wanhoop kwamen uit dien verstikkenden stofwolk. Soms stak een bont kleed met zijne levendige kleuren scherp af tegen dien chaos van zand, en het geloei van den storm beheerschte dit tooneel van verwoesting. Weldra hoopte het zand zich in dichte massa's opeen; daar waar vroeger eene effene vlakte was, verhief zich een heuvel van stuifzand, onmetelijk graf eener verzwolgen karavaan.