Chapter 14
De avond was heerlijk en ging voorbij onder het lommer van minosaas, na een versterkend maal; de thee en grog werden er niet gespaard. Kennedy had deze kleine ruimte in alle richtingen doorkruist, en alle struiken onderzocht; onze reizigers waren de eenige levende wezens van dit aardsche paradijs; zij strekten zich op hunne dekens uit en brachten een rustigen nacht door, die hun de geleden smarten deed vergeten. Des anderen daags, den 7den Mei, schitterde de zon in al haren glans, maar hare stralen konden het dikke lommer niet doordringen. Daar er levensmiddelen genoeg waren, besloot de doctor op deze plaats een gunstiger wind af te wachten. Joe had er zijne draagbare keuken heengebracht en deed verscheidene keukenoefeningen, het water zorgeloos verkwistende.--"Welk eene vreemde opeenvolging van smart en vreugde!" riep Kennedy uit, "deze overvloed, na die ontbering, deze weelde volgende op die ellende! Ik was bijna gek geworden!"--"Mijn waarde Dick," zeide de doctor, "zonder Joe zoudt gij nu niet redeneeren over de onstandvastigheid der menschelijke zaken."--"Brave vriend!" zeide Dick, Joe de handen toereikende.--"Het heeft niets te beduiden," antwoordde deze. "Ik hoop echter niet dat de gelegenheid zich zal aanbieden, dat gij mij denzelfden dienst bewijst."--"Hoe arm is onze natuur, dat zij zich door zoo weinig laat ter nederslaan."--"Door zoo weinig water, wilt gij zeggen, meester, dit moet toch wel noodzakelijk zijn voor het leven."--"Zonder twijfel, Joe, en de menschen zonder eten zouden langer kunnen leven dan zonder drinken."--"Ik geloot het, en des noods eet men wat men ontmoet, zelfs zijns gelijke, hoewel dit eenmaal moet wezen, dat u langen tijd zal heugen."--"De wilden doen het toch," zeide Kennedy.--"Ja, maar dat zijn wilden, die gewoon zijn rauw vleesch te eten, mij zou het zeer tegenstaan."
"Het is inderdaad zoo tegennatuurlijk," antwoordde de doctor, "dat niemand geloof heeft willen slaan aan de verhalen der eerste reizigers in Afrika; deze verhalen, dat verscheidene volksstammen zich met rauw vleesch voedden, en men hechtte daaraan in het algemeen geen geloof. Onder deze omstandigheden overkwam een zonderling avontuur aan James Bruce."
"Verhaal ons dat, mijnheer, wij hebben den tijd om naar u te luisteren," zeide Joe, zich met wellust op het frissche gras uitstrekkende.
"Gaarne. James Bruce was een Schot uit het graafschap Stirling, die van 1768 tot 1772 geheel Abyssinië tot aan het meer Tyana doorreisde, om de bronnen van den Nijl te zoeken; hij kwam in Engeland terug, waar hij eerst in 1790 zijne reizen door den druk bekend maakte. Zijne verhalen werden met groot ongeloof ontvangen, een ongeloof dat zonder twijfel ook de onzen wachten. De gewoonten der Abyssiniërs schenen zoo zeer verschillend van de Engelsche, dat niemand ze wilde gelooven. Onder andere bijzonderheden had James Bruce verzekerd dat de volken van Oostelijk Afrika rauw vleesch aten; dit joeg iedereen tegen hem in het harnas."--"Hij kon er gemakkelijk van spreken," zeide men, "men zou het niet gaan onderzoeken." Bruce was zeer moedig en oploopend. Deze twijfelingen verbitterden hem ten hoogste. Eens kwam een Schot, in een salon van Edinburg, in zijne tegenwoordigheid weder op de dagelijksche spotternijen terug en, wat het rauwe vleesch betrof verklaarde hij ronduit, dat de zaak noch mogelijk noch waar was. Bruce zeide niets, hij ging uit het vertrek en kwam eenigen tijd daarna terug met een rauwen biefstuk, op de Afrikaansche wijzen gezouten en gepeperd. "Mijnheer," zeide hij tot den Schot, "als gij twijfelt aan eene zaak, die ik heb verhaald, hebt gij mij eene groote beleediging aangedaan, en als gij haar onuitvoerbaar acht, hebt gij u bedrogen. En om het aan allen te bewijzen, zult gij terstond een rauwen biefstuk opeten, of mij voldoening geven voor uwe woorden." De Schot werd bang en gehoorzaamde niet zonder tegenzin. Toen voegde James Bruce er met de grootste koelbloedigheid bij: "Als men aanneemt dat de zaak niet waar is, mijnheer, zult gij niet meer beweren, dat zij onmogelijk is."
"Goed geantwoord," zeide Joe. "Als de Schot eene indigestie had gekregen, zou hij niets meer hebben gehad dan hij verdiende en als men, bij onze terugkomst in Engeland onze reis in twijfel trekt...."--" Welnu! wat zult gij dan doen? Joe."--"Ik zal de ongeloovigen de stukken van den Victoria zonder zout en peper laten opeten!"
Iedereen begon te lachen om Joe. De dag ging met aangename gesprekken voorbij, met de kracht herleefde de hoop, de moed. Het verledene verdween voor de toekomst. Joe zou deze bekoorlijke verblijfplaats niet hebben willen verlaten; zij was het rijk zijner droomen, hij vond zich te huis; zijn meester moest hem de juiste plaats opgeven en met grooten ernst schreef hij in zijn zakboekje, 15° 43' lengte en 8° 32' breedte. Kennedy had slechts spijt dat hij in dit kleine woud niet kon jagen; volgens hem was er te veel gebrek aan wilde dieren. "Echter, mijn waarde Dick," hernam de doctor, "vergeet gij spoedig dien leeuw en die leeuwin?" "Dat!" zeide hij met de verachting van een waar jager voor het neergeschoten dier! "Maar hunne tegenwoordigheid in deze oase kan doen vermoeden dat wij niet ver van vruchtbare streken verwijderd zijn."--"Dit is een zwak bewijs, Dick; deze dieren, door honger of dorst gedreven, leggen soms groote afstanden af; den volgenden nacht zullen wij zelfs zeer wel doen zorgvuldiger te waken en vuren te ontsteken."--"In deze temperatuur," zeide Joe. "Maar, als het noodig is, zullen wij het doen. Het zal mij echter zeer spijten dit fraaie hout, dat ons van zooveel nut is geweest, te verbranden."--"Wij zullen oppassen het niet in brand te steken," antwoordde de doctor, "opdat anderen er eene toevlucht zullen kunnen vinden te midden der woestijn."--"Men zal er op passen, mijnheer, maar denkt gij dat deze oase bekend is?"--"Zeker. Het is een rustplaats voor de karavanen, die het midden van Afrika bezoeken, en hun bezoek zou er wel eens niet aangenaam kunnen zijn, Joe."--"Zijn er hier nog meer van die afschuwelijke Nyam-Nyam?"--"Zonder twijfel; het is de algemeene naam van al deze volken, en onder hetzelfde klimaat moeten dezelfde stammen dezelfde gewoonten hebben."--"Pouah!" zeide Joe. "Maar alles bijeengenomen is het heel natuurlijk. Als wilden een smaak als heeren hadden, waar zou het verschil dan zijn? Bij voorbeeld, zie daar brave lieden, die zich niet zouden laten noodigen, om den biefstuk van den Schot en zelfs den Schot op den koop toe te verslinden." Na deze verstandige opmerking ging Joe het hout voor den nacht opstapelen. De voorzorg was echter onnoodig, en beurtelings genoten zij een diepen, vreedzamen slaap. Des anderen daags veranderde het weder nog niet; het bleef even schoon. De ballon bleef onbeweeglijk, zonder dat een schommeling een koeltje verried. De doctor begon verder ongerust te worden; als de reis zoo veel langer moest duren, zouden zij geene levensmiddelen genoeg hebben. Na uit gebrek aan water bijna bezweken te zijn, zouden zij van honger moeten omkomen. Maar hij stelde zich weder gerust, toen hij eene aanmerkelijke daling van den barometer waarnam; er waren blijkbare teekenen van eene aanstaande verandering in den dampkring; hij besloot dus zich tot het vertrek gereed te maken om van de eerste gelegenheid gebruik te maken; beide bakken werden geheel gevuld. Hij moest ook het evenwicht in den luchtballon herstellen en Joe was verplicht een aanzienlijk deel van zijn kostbaar erts op te offeren. Met de gezondheid was zijne eerzucht weergekeerd; hij keek herhaalde malen onvriendelijk voordat hij zijn meester gehoorzaamde, maar deze bewees hem, dat hij een zoo groot gewicht niet kon optillen, hij gaf hem de keus tusschen het water of het goud; Joe aarzelde niet meer en wierp eene groote hoeveelheid kwarts in het zand.--"Dat is voor hen, die na ons komen," zeide hij, "zij zullen zeer verbaasd zijn, hun fortuin op deze plaats te vinden."--"En als een geleerd reiziger deze staaltjes vindt?...."--"Twijfel er niet aan, mijn waarde Dick, dat hij zeer verwonderd zal zijn en zijne verwondering in talrijke folianten zal bekend maken. Wij zullen een of anderen tijd hooren spreken van eene wonderbare soort van kwarts in het zand van Afrika."--"En Joe zal daarvan de oorzaak wezen."
Gedurende het overige gedeelte van den dag wachtte de doctor te vergeefs eene verandering in den dampkring; de temperatuur werd hooger en zou onverdraaglijk zijn geweest zonder het lommer der oase. De thermometer wees in de zon 149 graden, een regen van vuur doorkruiste de lucht. Het was de grootste hitte, die zij hadden waargenomen. Joe maakte, even als den vorigen avond, hun bivouak gereed, en gedurende de wacht van den doctor en Kennedy had er niets bijzonders plaats. Maar tegen drie uur des morgens, toen Joe de wacht had, werd de temperatuur eensklaps lager, de hemel bedekte zich met wolken en de duisternis werd grooter.--"Op!" riep Joe, zijne twee reisgezellen wekkende, "zie hier den wind."--"Eindelijk," zeide de doctor, den hemel beschouwende, "maar het is een storm! Naar den Victoria!" Het was meer dan tijd om er te komen. De Victoria boog zich onder den invloed van den orkaan en sleepte het schuitje door het zand. Als een gedeelte van den ballast bij toeval ter aarde ware geworpen, zou de ballon verdwenen zijn en alle hoop om hem weder te vinden zou voor altijd verloren zijn geweest. Maar de vlugge Joe liep wat hij loopen kon en hield het schuitje tegen, terwijl de luchtballon op het zand ging liggen, op gevaar af van te scheuren. De doctor nam zijne gewone plaats in, stak de gasvlam aan en wierp het overtollige gewicht weg. De reizigers zagen voor de laatste maal naar de boomen der oase, die onder den storm bogen, en weldra verdwenen zij in den nacht, den wind vangende op tweehonderd voet boven den grond.
XXIX.
Verschijnselen van plantengroei.--Phantastisch denkbeeld van een franschen schrijver.--Prachtigland.--Het koninkrijk Adamova.--De onderzoekingen van Burton en Speke vereenigd met die van Barth.--De bergen Atlantika.--De rivier Benoké.--De stad Yola.--De Bagélé.--De berg Mendif.
Sedert het oogenblik van hun vertrek, vorderden de reizigers zeer snel; zij haastten zich de woestijn te verlaten, die hun bijna zoo noodlottig was geweest. Tegen kwartier over negenen des morgens zag men eenige verschijnselen van plantengroei, eenige kruiden drijvende op deze zandzee, hetgeen hun, even als aan Columbus, aantoonde dat het land nabij was; groene spruiten kwamen schuchter te voorschijn van tusschen steenen, die zelf rotsen van dien Oceaan zouden worden. Nog zeer lage heuvels golfden aan den horizon; zij teekenden zich nog niet duidelijk af, maar de eentonigheid verdween daardoor. De doctor begroette met vreugde deze nieuwe streek en, even als een zeeman die in den mast wacht houdt, was hij op het punt uit te roepen: "Land! land!" een uur later strekte zich het vasteland voor hunne oogen uit; het had wel is waar nog een woest uitzicht, maar was toch minder effen, minder naakt; eenige boomen teekenden zich af tegen den grijzen hemel. "Wij zijn dus in een beschaafd land!" zeide de jager.--"Beschaafd, mijnheer Dick; dat is bij manier van spreken, men ziet nog geene inwoners."--"Dat zal niet lang duren," antwoordde Ferguson, "wanneer wij zoo spoedig gaan."--"Zullen wij altijd in het land der negers zijn?"--"Altijd, Joe, in afwachting van het land der Arabieren."--"Der Arabieren, mijnheer, wezenlijke Arabieren! met hunne kameelen?"--"Neen, geene kameelen, die zijn zeldzaam, om niet te zeggen onbekend in deze streken; men moet wat noordelijker opgaan, om hen te ontmoeten."--"Dat is jammer."--"Waarom, Joe?"--"Omdat, als wij tegenwind kregen, zij ons zouden kunnen dienen."--"Hoe dan?"--"Mijnheer, het is een denkbeeld, dat mij voor den geest komt: men zou hen aan het schuitje kunnen spannen en ons door hen op sleeptouw doen nemen; wat zegt gij daarvan?"--"Mijn beste Joe, dit denkbeeld heeft een ander vóór u gehad; het is ten uitvoer gebracht door een zeer vernuftig fransch schrijver [43]..... wel is waar in een roman. Reizigers laten een luchtballon door kameelen trekken; daar komt een leeuw, die de kameelen verslindt, het sleeptouw inslikt en hen in hunne plaats trekt en zoo vervolgens. Gij ziet, dat dit alles slechts fantasie is en niets gemeens heeft met onze soort van beweging."--Joe, een weinig beschaamd, dat zijn denkbeeld reeds bij een ander was opgekomen, zocht welk dier den leeuw zou hebben kunnen verslinden, maar vond het niet en begon weder het land te onderzoeken.
Een meer van middelmatige uitgestrektheid strekte zich voor zijne blikken uit, met een amphitheater van heuvels, die nog geene bergen konden worden genoemd: daar kronkelden talrijke en vruchtbare valleien met hare ondoordringbare bosschen van de verschillendste boomen; de élaïs met bladeren van vijftien voet lang op een stam met scherpe doornen bezet, stak boven allen uit; de bombax verspreidde zijne zaden door den wind, de pendanus, die "Kenda" der Arabieren, verspreidde zijne balsemgeuren tot aan de streek, welke de Victoria doortrok; de papayer met handvormige bladeren, de boom, die de Soedan-noot voortbrengt, de baobab en de banaanboomen voltooiden dezen weelderigen plantengroei van de streken tusschen de keerkringen.--"Daar zijn de dieren," zeide Joe, "de menschen zijn niet ver af."--"Welke prachtige olifanten!" riep Kennedy uit. "Zou er geen middel zijn een weinig te jagen?"--"Hoe zouden wij stil kunnen houden met een zoo hevigen luchtstroom? Neen, getroost u nog een weinig de marteling van Tantalus [44], later zult gij u daarvoor schadeloos stellen."
Er was waarlijk genoeg om de verbeelding van een jager op te wekken; het hart van Dick sprong in zijn binnenste op en zijne vingers hielden de kolf van zijn geweer krampachtig vast. De dieren van deze streek waren de planten waardig, de wilde os wentelde zich in zwaar gras, waaronder hij geheel verdween; grijze, zwarte of gele olifanten van de grootste soort trokken in massa door de bosschen, brekende, knagende, plunderende en hun doortocht door vernieling kenteekenende; van de met boomen begroeide helling der heuvels kwamen watervallen en riviertjes te voorschijn, die naar het noorden stroomden; ginds baadden zich rivierpaarden met groot geraas en lamentynen, twaalf voet lang, met een vischvormig lichaam, strekten zich op de oevers uit, hunne ronde, met melk gevulde uiers naar boven houdende. Het was eene geheel zeldzame menagerie in eene wonderbare kooi, waar talrijke vogels met duizenden kleuren de heesterachtige planten schakeerden. Aan deze kwistigheid der natuur herkende de doctor het koninkrijk Adamova. "Wij eigenen ons de hedendaagsche ontdekkingen toe," zeide hij, "ik heb het afgebroken spoor der reizigers wedergevonden; dit is zeer gelukkig, mijne vrienden, wij zullen nu de onderzoekingen van Burton en Speke met die van doctor Barth kunnen verbinden, wij hebben Engelschen verlaten om een Hamburger te vinden, en weldra zullen wij aan het uiterste punt komen, dat die moedige reiziger heeft bereikt."--"Het komt mij voor," zeide Kennedy, "dat tusschen de onderzoekingen van deze beiden eene groote uitgestrektheid lands ligt, te oordeelen naar den weg, dien wij hebben afgelegd."--"Dat is gemakkelijk te berekenen; neem de kaart en zie welke breedte de zuidelijke punt van het meer Ukéréoué heeft, dat Speke heeft bereikt."--"Het ligt bijna op 37° lengte."--"En de stad Yola, die wij dezen avond zullen opnemen en waar Barth geweest is, hoe is die gelegen?"--"Ongeveer op 12° lengte."--"Dat is dus 25 graden, en tegen 60 mijlen per graad maakt dit 1500 mijlen."--"Eene aardige wandeling," zeide Joe, "voor hen die te voet gaan."--"Dat zal echter gebeuren. Livingstone en Moffat dringen altijd verder naar het binnenland door; de Nyassa, dien zij ontdekt hebben, is niet ver van het meer dat door Burton is gevonden; vóór het einde van deze eeuw zullen deze onmetelijke streken doorzocht zijn."--"Maar," voegde de doctor er bij, zijn kompas raadplegende, "het spijt mij, dat de wind ons zoover naar het westen voert, ik had liever noordwaarts willen gaan."
Na twaalf uren bevond zich de Victoria op de grenzen van Nigritië. De eerste inwoners van dit land, Chouas Arabieren, weidden hunne zwervende kudden. De hooge toppen van het Atlantika-gebergte kwamen boven den horizon. Geen Europeesche voet had die bergen ooit betreden, wier hoogte op ongeveer 1300 vaâm [45] wordt geschat. Hunne westelijke helling bepaalt den loop van alle wateren van dit gedeelte van Afrika, die zich in den Oceaan uitstorten; dit is het Maangebergte van deze streek. Eindelijk zagen de reizigers een waren stroom en de doctor herkende aan de ontzettende mierennesten, die in zijne nabijheid waren, den Bénoué, een der groote takken van den Niger, dien de inboorlingen den naam van "Bron der wateren" hebben gegeven.--"Deze stroom," zeide de doctor "zal eens de natuurlijke weg van gemeenschap worden met het binnenste van Nigritië; onder bevel van een onzer dappere kapiteins, is de stoomboot la Pléiade hem reeds opgevaren tot aan de stad Yola; gij ziet, dat wij in een bekend land zijn."
Talrijke slaven hielden zich met veldarbeid bezig, den sorgho kweekende, eene soort van gierst, die het voornaamste deel van hunne voeding uitmaakt. De domste verbazing teekende zich op hun gelaat bij het verschijnen van den ballon, die als een luchtverheveling voorbij ging. Des avonds hield hij stil op 40 mijlen afstand van Yola en vóór hem, maar in de verte, verhieven zich de puntige toppen van den berg Mendif. De doctor liet de ankers uitwerpen in den top van een hoogen boom; maar een hevige wind slingerde den ballon zoodanig, dat hij hem bijna in eene horizontale stelling bracht en soms den toestand van het schuitje uiterst gevaarlijk maakte. Ferguson sloot dien nacht geen oog, dikwijls was hij op het punt het ankertouw door te hakken en den storm te ontvluchten. Eindelijk bedaarde deze en de schommelingen van den luchtballon hadden niets verontrustends meer.
Des anderen daags was de wind minder hevig, maar verwijderde de reizigers van de stad Yola, die, pas weder opgebouwd door de Foullanaas, de nieuwsgierigheid van Ferguson opwekte; men moest zich echter getroosten noordwaarts en zelfs een weinig oostwaarts te gaan. Kennedy stelde voor in dit land halt te houden om te jagen; Joe beweerde, dat de behoefte aan versch vleesch zich deed gevoelen; maar de woeste zeden van dit land, de houding der bevolking, eenige geweerschoten op de Victoria gelost, deden den doctor besluiten zijne reis te vervolgen. Men trok toen eene streek door, die het tooneel was van moord en brand, waar onophoudelijk wordt oorlog gevoerd en waar de sultans hun rijk op het spel zetten te midden van een woest bloedbad. Talrijke en volkrijke dorpen met langwerpige hutten strekten zich uit tusschen de groote weiden, wier dik gras met paarsche bloemen was bezaaid; de hutten op groote bijenkorven gelijkende, werden beschut door puntige palissaden. De hellingen der heuvels herinnerden aan de "glen" in de Schotsche hooglanden en Kennedy maakte dikwijls die opmerking. In weerwil zijner pogingen ging de doctor recht noord-oostwaarts naar het Mendif-gebergte, dat in de wolken verdween; de hooge toppen dezer bergen scheiden het dal van den Niger van het dal van het meer Tchad. Weldra zag men den Bagélé met zijne 28 dorpen, die als het ware aan zijne zijde hingen, als een troep kinderen aan den boezem hunner moeder; het was een prachtig schouwspel voor de blikken van hen, die dit in hun geheel konden overzien; de kloven waren bedekt met velden rijst en arachiden. Ten drie uur bevond de Victoria zich tegenover het gebergte Mendif. Men had het niet kunnen mijden en moest het overtrekken; de doctor gaf door middel van eene temperatuur van 180 graden aan den ballon eene nieuwe stijgkracht van bijna 1600 pond; hij steeg hooger dan 8000 voet. Dit was de grootste hoogte die zij op hunne reis hadden bereikt en de temperatuur werd zoo laag dat de reizigers hunne dekens moesten gebruiken. Ferguson haastte zich te dalen; het omkleedsel van den ballon spande zich uit tot barstens toe; echter had hij den tijd om den vulkanischen oorsprong der bergen waar te nemen, wier uitgedoofde kraters nu slechts diepe afgronden zijn. Eene groote menigte vogelendrek gaf aan de zijden van het Mendif gebergte het aanzien van kalkrotsen, en er was genoeg voorraad om de landen van geheel het Vereenigde Koninkrijk te bemesten. Ten vijf uur ging de ballon, beschut tegen de zuidewinden, zachtjes langs de helling der bergen en hield stil op eene groote opene plek, ver van elke woning; zoodra hij op den grond was gekomen, werden er voorzorgen genomen om hem er stevig vast te houden en Kennedy met zijn geweer in de hand, begaf zich naar de hellende vlakte. Weldra kwam hij terug met een half dozijn wilde eenden en eene soort van kleine snippen, die Joe zoo goed hij kon gereed maakte. Het maal was aangenaam en de nacht ging in diepe rust voorbij.
XXX.
Mosfeia.--De Scheik.--Denham, Clapperton, Oudney.--Vogel.--De hoofdstad van Loggoum.--Toole.--Windstilte boven Kernak.--De landvoogd en zijn hof.--De aanval.--De brandduiven.