Chapter 12
Eene ernstige bekommering sloop ook in den geest van Ferguson; hij zou veel van dit goud hebben gegeven om een weinig water te vinden, ten einde te vervangen, wat hij had moeten wegwerpen bij het medevoeren van den neger. Maar dit was onmogelijk in deze dorre streken; het verontrustte hem, hij moest onophoudelijk zijne gasvlam onderhouden en hij bevond te kort te komen om den dorst te lesschen, hij besloot dus geen gelegenheid te laten voorbijgaan om zijn voorraad te vernieuwen. In het schuitje teruggekomen vond hij het bijna gevuld met de steenen van den hebzuchtigen Joe en klom er in zonder iets te zeggen. Kennedy nam zijne gewone plaats en Joe volgde hen, niet zonder een gretigen blik te slaan op de schatten van de bergkloof. De doctor ontstak zijne gasvlam, de slang werd warm, een stroom van gas ontstond binnen weinige minuten, het gas zette zich uit, maar de ballon ging niet van zijne plaats. Joe zag hem ongerust aan en zeide niets.--"Joe," zeide de doctor.--Joe antwoordde niet.--"Joe, hoort gij mij?"--Joe gaf een teeken, dat hij hoorde, maar wilde niet begrijpen.--"Gij zult mij het genoegen doen," hernam Ferguson, "eene zekere hoeveelheid van dit erts over boord te werpen."--"Maar, mijnheer, gij hebt mij toegestaan...."--"Ik heb u toegestaan den ballast te vervangen, ziedaar alles."--"Echter...."--"Wilt gij dan eeuwig in deze woestenij blijven?"--Joe sloeg een wanhopigen blik op Kennedy, maar de jager nam de houding aan van iemand, die er niets aan kon doen.--"Welnu Joe?"--"Uw gas werkt dan niet?" hernam de halstarrige.--"Mijne gasvlam is aangestoken, gij ziet het wel! maar de ballon zal niet opstijgen als gij hem niet een weinig verlicht hebt."--Joe krabde zich achter de ooren, nam een stuk kwarts, het kleinste van allen, woog en herwoog het, wierp het omhoog en smeet het toen weg. De Victoria bewoog zich niet. "Hoe!" zeide hij, "wij stijgen nog niet?"--"Nog niet," antwoordde de doctor, "ga voort."--Kennedy lachte. Joe wierp nog een tiental ponden weg, de ballon bleef steeds onbeweeglijk. Joe verbleekte.--"Mijn arme jongen," zeide Ferguson, "Dick, gij en ik wegen, als ik mij niet bedrieg, 400 pond, gij moet u dus van een gewicht ontslaan ten minste gelijk aan het onze, dewijl het onze plaats verving."--"Vierhonderd pond wegwerpen!" riep Joe op klaaglijken toon uit.--"En nog iets meer om ons te doen stijgen. Komaan, moed!"--De waardige jongen, diepe zuchten lozende, begon den ballon te ontlasten. Van tijd tot tijd hield hij op. "Stijgen wij?" zeide hij.--"Wij stijgen nog niet," was het onveranderlijke antwoord.--"Hij beweegt zich," zeide hij eindelijk.--"Ga voort," zeide Ferguson.--"Hij stijgt, ik ben er zeker van."--"Ga maar voort," antwoordde Kennedy.--En Joe wanhopig een laatste stuk nemende wierp het buiten het schuitje. De Victoria steeg omtrent honderd voet en met behulp van het gas steeg hij weldra boven de omringende toppen.--"Nu blijft u nog een aardig fortuintje over, Joe," zeide de doctor, "als wij dezen voorraad tot het einde der reis kunnen behouden, zijt gij voor uw leven bezorgd."
Joe antwoordde niet en ging op zijn bed van erts liggen.
"Zie, mijn waarde Dick, wat toch de macht van dit metaal vermag op den besten jongen ter wereld. Welke hartstochten, welke hebzucht, hoeveel misdaden zou de kennis van zulk eene mijn na zich slepen. Het is bedroevend." Des avonds was de Victoria negentig mijlen westwaarts voortgegaan, hij bevond zich toen 1400 mijlen in eene rechte lijn van Zanzibar.
XXIV.
De wind gaat liggen.--Men nadert de woestijn.--De vermindering van den voorraad water.--De nachten onder den evenaar.--Ongerustheid van Samuel Ferguson.--Hoe de toestand is.--Krachtige antwoorden van Kennedy en Joe.--Nog een nacht.
De Victoria, vastgemeerd aan een eenzaam staanden en bijna dorren boom, bracht den nacht in volkomen rust door; de reizigers konden een weinig slaap genieten, dien zij zoozeer behoefden; de ontroeringen der verloopene dagen hadden treurige herinneringen achtergelaten. Tegen den morgen hernam de hemel zijne helderheid en zijnen gloed. De ballon steeg in de lucht, na eenige vruchtelooze pogingen ontmoette hij een snelleren luchtstroom, die hem naar het noordwesten voerde. "Wij vorderen meer," zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg hebben wij de helft onzer reis in bijna tien dagen volbracht, maar zooals wij nu gaan zullen wij geheele maanden noodig hebben, om haar ten einde te brengen. Dit is des te onaangenamer, daar wij bedreigd worden met gebrek aan water."--"Maar wij zullen het vinden," antwoordde Dick, "wij zullen toch wel de eene of andere rivier, eene beek, een vijver in deze groote uitgestrektheid lands ontmoeten."--"Ik wensch het."--"Zou de schat van Joe onzen gang niet vertragen?"
Kennedy sprak dus om den braven jongen te plagen; hij deed het des te liever, omdat hij een oogenblik de zinsverbijstering van Joe had gedeeld, maar daar hij niets had doen blijken, hield hij zich goed, altoos lachende. Joe wierp een erbarmelijken blik op hem. De doctor antwoordde niet, hij dacht, niet zonder geheimen schrik, aan de uitgestrekte woestijnen der Sahara; daar gaan weken voorbij zonder dat de karavanen een put vinden om den dorst te lesschen. Dus nam hij met de meeste oplettendheid de minste daling van den grond waar. Deze bezorgdheden en de laatste gebeurtenissen hadden den gemoedstoestand der drie reizigers zeer gewijzigd, zij spraken minder en verdiepten zich meer in hunne eigene gedachten. De waardige Joe was dezelfde niet meer sedert zijne blikken die massa goud hadden aanschouwd; hij zweeg; hij beschouwde gretig die opgehoopte steenen in het schuitje, nu zonder waarde, later onschatbaar. Het gezicht op dit gedeelte van Afrika was verontrustend, de woestijn vertoonde zich langzamerhand; er was geen dorp meer, zelfs geene vereeniging van enkele hutten, de plantengroei hield op. Men zag nauwelijks eenige lage planten, zooals in de heidegronden van Schotland, een begin van witachtig zand en vuursteenen, eenige mastikboomen en doornstruiken; te midden dezer onvruchtbaarheid scheen de oorspronkelijke romp der aarde uit diepe kloven en scherpe rotsen te bestaan. De verschijnselen van dorheid gaven doctor Ferguson veel te denken.
Er was geen enkel spoor te vinden van eene karavaan, die zich in deze woeste streek had gewaagd, zij zou dan zichtbare sporen hebben achtergelaten, de gebleekte beenderen harer menschen of dieren. Maar niets. En men gevoelde dat deze akelige streek weldra plaats zou maken voor onmetelijke zandvlakten. Men kon echter niet terug moest maar voorwaarts; de doctor wilde niets liever; hij zou een storm gewenscht hebben om hem over dit land heen te voeren. En er was geen wolkje aan den hemel! Bij het einde van dezen dag had de Victoria nog geene dertig mijlen afgelegd. Als er maar geen gebrek aan water ware geweest! Maar er bleven in alles slechts drie gallons [41] over. Ferguson bestemde een gallon om den brandenden dorst te lesschen, welke eene hitte van 90° Fahrenheit onverdraaglijk maakte; twee gallons bleven er dus over voor de gaspijp; zij konden slechts 490 kubieke voet gas voortbrengen; de gaspijp verteerde ongeveer negen kubieke voet per uur, zij konden dus slechts nog 54 uren reizen. "Vier-en-vijftig uren," zeide hij tot zijne reisgezellen. "Maar daar ik vast besloten heb des nachts niet te reizen, uit vrees van eene beek, eene bron of een poel te missen, blijven ons nog drie en een halve dag reizen over, en in dien tijd moeten wij tot elken prijs water vinden. Ik heb gemeend u van dezen ernstigen toestand te moeten kennis geven, mijne vrienden, want ik behoud slechts een gallon [42] voor onzen dorst en wij moeten ons op streng rantsoen stellen."--"Welnu, doe dat," antwoordde de jager, "maar wij moeten nog niet wanhopen, wij hebben nog drie dagen voor ons, zegt gij?"--"Ja mijn waarde Dick."--"Welnu! daar ons klagen er niets aan kan gebeteren zal het binnen drie dagen tijd genoeg zijn een besluit te nemen, laat ons tot zoolang onze waakzaamheid verdubbelen."
Bij het avondmaal werd het water nauwkeurig afgemeten, de hoeveelheid brandewijn in den grog werd vermeerderd, maar men moest dit vocht wantrouwen, daar het eerder geschikt was dorstig te maken dan te verfrisschen.
Het schuitje rustte gedurende den nacht op eene onmetelijke vlakte, die eene vrij groote daling had: hare hoogte was nauwelijks 800 voet boven het oppervlak der zee. Deze omstandigheid gaf den doctor weer eenige hoop, zij herinnerde hem de vermoedens der aardrijkskundigen omtrent het bestaan eener groote uitgestrektheid water in het binnenland van Afrika. Maar als dit meer bestond, moest men er komen en geene verandering had er aan den strakken hemel plaats. Op een vreedzamen nacht volgde een heete dag; van de eerste schemering af werd de temperatuur brandend. Ten vijf ure des morgens gaf de doctor het teeken tot het vertrek en langen tijd bleef de ballon onbeweeglijk in den gloeienden dampkring. De doctor zou die vreeslijke hitte hebben kunnen ontkomen door naar hoogere luchtstreken op te stijgen, maar daarvoor moest hij eene grootere hoeveelheid water gebruiken, wat toen onmogelijk was. Hij vergenoegde zich dus zijn luchtballon op honderd voet hoogte te houden, waar een zwakke luchtstroom hem naar het westen voerde. Het ontbijt bestond uit een weinig gedroogd vleesch en pemmican. Tegen den middag had de Victoria nauwelijks eenige mijlen afgelegd. "Wij kunnen niet sneller gaan," zeide de doctor, "wij bevelen niet, wij gehoorzamen."--"Mijn waarde Samuel, hier zou eene locomotief geen ondienst doen."--"Zonder twijfel, Dick, als wij aannamen dat zij geen water behoefde om zich in beweging te stellen, want dan zou de toestand precies dezelfde zijn; tot hiertoe heeft men niets uitvoerbaars uitgevonden; de ballons zijn nog op dezelfde hoogte als de schepen vóór de uitvinding van den stoom. Men heeft 6000 jaar besteed tot het uitdenken der schroeven, wij hebben dus den tijd om te wachten."--"Vervloekte hitte," zeide Joe, zijn druipend voorhoofd afwisschende.--"Als wij water hadden zou deze hitte ons een dienst bewijzen, want zij zet het waterstofgas van den luchtballon uit en maakt een minder sterke vlam in den slang noodig. Het is waar, dat als wij geen gebrek aan vocht hadden, wij het niet behoefden te sparen. Vervloekte zwarte, die ons dezen kostbaren schat heeft gekost."--"Gij hebt toch geen berouw over hetgeen gij hebt gedaan, Samuel?"--"Neen, Dick, omdat wij een ongelukkige aan een afgrijsselijken dood hebben kunnen onttrekken. Maar de 100 pond water, die wij hebben weggeworpen, zouden ons zeer nuttig zijn geweest, wij zouden daardoor nog twaalf of veertien dagen hebben kunnen reizen en genoeg hebben om die woestijnen door te trekken."--"Wij hebben ten minste de helft der reis gemaakt?" vroeg Joe.--"Als afstand, ja, als tijd neen, als de wind ons in den steek laat! het ziet er zelfs naar uit als wil hij geheel gaan liggen."--"Komaan, mijnheer," hernam Joe, "wij moeten ons niet beklagen; wij zijn er tot heden vrij wel doorgekomen en wat ik ook doe, ik word nooit wanhopig, wij zullen water vinden, ik zeg het u."--
De grond werd van mijl tot mijl lager, de golvingen der goudbergen maakten plaats voor vlakten, verstrooide kruiden vervingen de schoone boomen van het Oosten, eenige kleine boschjes dor groen worstelden nog tegen het zand dat de overhand nam, groote rotsen van verre toppen gevallen, verpletterd in hun val, verspreidden zich als scherpe keisteenen, die weldra in grof zand en eindelijk in ontzaglijk fijn stof zouden overgaan.--"Zie hier Afrika, zoo als gij het u voorsteldet, Joe; ik heb reden om u te zeggen: Heb geduld."--"Welnu, mijnheer," antwoordde Joe, "het is ten minste natuurlijk, hitte en zand! het zou ongerijmd zijn iets anders in een dergelijk land te zoeken." "Ziet gij?" voegde hij er lachende bij, "ik had geen vertrouwen in uwe wouden en weilanden, het was iets tegenstrijdigs, het is der moeite niet waard zoover te gaan om de velden van Engeland te zien. Zie hier de eerste maal dat ik geloof in Afrika te wezen en ik heb geen spijt er een proefje van te nemen."
Tegen den avond berekende de doctor dat de ballon op dien heeten dag geene twintig mijlen had gewonnen; een heete duisternis omgaf hem toen de zon was ondergegaan. Des anderen daags was het de 1ste Mei, een Donderdag; maar de dagen volgden elkander met eene vervelende eentonigheid op; de eene morgen was gelijk aan den andere; de middagzon wierp hare altijd onuitputtelijke stralen loodrecht neder en de nacht verdikte in zijne schaduw deze warmte, welke de volgende dag weder aan den volgenden nacht zou mededeelen. De wind, bijna niet voelbaar, werd nauwelijks een koeltje en men kon het oogenblik voorspellen dat hij geheel zou ophouden.
De doctor trachtte tegen deze treurigheid een tegenwicht te stellen; hij behield zijne kalmte en koelbloedigheid. Met zijn verrekijker in de hand onderzocht hij alle punten van den horizon; hij zag de laatste heuvels ongevoelig verdwijnen en den laatsten plantengroei wegsterven; voor hem strekte zich de onmetelijke woestijn uit. De verantwoordelijkheid, die op hem rustte, drukte hem zwaar, hoewel hij niets liet blijken. Deze twee menschen, Dick en Joe, beide vrienden, had hij met zich genomen, bijna door de kracht van vriendschap of plicht. Had hij wel gehandeld? Was het niet verboden wegen beproeven? Beproefde hij op deze reis niet de grenzen van het onmogelijke te overschrijden? Had God niet voor latere eeuwen de kennis van dit ondankbare binnenland bewaard? Al deze gedachten vermenigvuldigden zich in zijn hoofd, zoo als altijd plaats heeft in de uren van ontmoediging, en door eene onwederstaanbare aaneenschakeling van gedachten, liet Samuel zich verder voeren dan de rede. Na bepaald te hebben wat hij niet had moeten doen, vroeg hij zich af wat hij dan had moeten doen. Zou het onmogelijk zijn op zijne schreden terug te keeren? Bestonden er geene hoogere luchtstroomen die hem naar minder dorre streken zouden voeren? Zeker van het doorreisde land, kende hij het volgende land niet, daarom besloot hij, toen zijn geweten luide begon te spreken, rondborstig met zijne twee reisgezellen te spreken, hij legde hun naar waarheid hun toestand bloot, hij toonde hun aan wat hij gedaan had en wat er overbleef te doen; men kon slagen, het ten minste beproeven, wat was hun gevoelen?--"Ik heb geen ander gevoelen dan dat van mijn meester," antwoordde Joe, "wat hij lijdt zal ik lijden. Waar hij gaat zal ik gaan."--"En gij, Kennedy?"--"Ik, mijn waarde Samuel, ik ben geen man om wanhopend te worden; niemand kende beter dan ik de gevaren der onderneming, maar ik heb ze niet willen zien toen gij hun het hoofd gingt bieden. Ik behoor u dus geheel toe. In onzen tegenwoordigen toestand is mijn gevoelen, dat wij tot het einde moeten volhouden. De gevaren om terug te keeren schijnen mij even groot toe. Dus voorwaarts, gij kunt op ons rekenen."--"Ik dank u, mijne waardige vrienden," antwoordde de doctor, wezenlijk bewogen. "Ik verwachtte zulk eene toewijding, maar ik behoefde deze aanmoedigende woorden. Nog eens, ik dank u." En de drie mannen drukten elkander hartelijk de hand.
"Hoort mij," hernam Ferguson, "volgens mijne opmetingen zijn wij niet meer dan drie honderd mijlen van de golf van Guinea, de woestijn kan dus niet zonder einde zijn, dewijl de kust bewoond, en tot zekere diepte in het land bekend is. Als het noodig is zullen wij ons naar dien kant richten en wij moeten eenige oase, een put vinden, waar wij nieuwen voorraad van water kunnen opdoen. Maar wij hebben geen wind en zonder dezen worden wij teruggehouden in de kalmte der lucht."--"Laat ons geduldig wachten," zeide de jager.
Maar ieder onderzocht op zijne beurt te vergeefs de ruimte gedurende dien eindeloozen dag, zij zagen niets dat eenige hoop kon doen voeden. De laatste rijzingen en dalingen van den grond verdwenen bij het ondergaan der zon, wier horizontale stralen lange lijnen van vuur beschreven op deze onmetelijke vlakte. Het was de woestijn. De reizigers hadden geene vijftien mijlen afgelegd, terwijl zij, even als den vorigen dag, 35 kubieke voet gas hadden verbruikt en twee pinten water van de acht moesten gebezigd worden voor het lesschen van een brandenden dorst. De nacht ging kalm voorbij, de doctor sliep niet.
XXV.
Een weinig wijsbegeerte.--Een wolk aan den horizon.--Te midden van een mist.--De onverwachte ballon.--De teekens.--Nauwkeurig gezicht van den Victoria.--De palmboomen.--Spoor van eene karavaan.--De put in de woestijn.
Des anderen daags was de lucht even helder, de dampkring was heet. De Victoria steeg tot eene hoogte van 500 voet, maar ging slechts weinig naar het westen. "Wij zijn in de woestijn," zeide de doctor. "Zie hier de onmetelijke zandvlakte! Welk een vreemd schouwspel! Welke zonderlinge schikking der natuur! Waarom is daar ginds die weelderige plantengroei, hier deze groote dorheid en dat op dezelfde breedte en onder dezelfde zonnestralen?"--"Het waarom verontrust mij weinig, mijn waarde Samuel, het feit bekommert mij meer."--"Men moet wel een weinig wijsgeer zijn, mijn waarde Dick, dat kan geen kwaad."--"Laat ons redeneeren, ik heb daar niets tegen, wij hebben den tijd, wij gaan nauwelijks vooruit. De wind vreest te waaien, hij slaapt."--"Dat zal niet aanhouden," zeide Joe, "ik meen eenige wolken in het westen te zien."--"Joe heeft gelijk," zeide de doctor.--"Goed," zeide Kennedy, "zou die wolk ons bereiken met een goeden regen en een goeden wind?"--"Wij zullen zien, Dick."--"Het is toch Vrijdag, meester, en ik wantrouw de vrijdagen."--"Welnu! ik hoop dat gij heden van uwe vooroordeelen zult terugkomen."--"Ik wensch het mijnheer, Dick!" zeide hij, zich het gelaat afdrogende, "de hitte is eene goede zaak, voornamelijk in den winter, maar in den zomer moet men er geen misbruik van maken."--"Vreest gij de zonnehitte niet voor onzen ballon?" vroeg Kennedy aan den doctor.--"Neen, de gutta percha, waarmede het taf is overtrokken, kan veel grootere hitte verdragen. Die, waaraan ik het van binnen heb blootgesteld door middel der slang, is soms 158° Fahrenheit geweest en het bekleedsel schijnt niet te hebben geleden."--"Eene wolk! eene wezenlijke wolk!" riep op dit oogenblik Joe uit, wiens scherp gezicht alle verrekijkers beschaamd maakte.
Inderdaad verhief zich eene dikke en nu zeer duidelijk zichtbare wolk langzaam boven den horizon; het was eene opeenhooping van kleine wolken, zij behielden onveranderlijk haren eersten vorm, waaruit de doctor opmaakte dat daar geen luchtstroom was. Deze dicht opeengepakte massa was tegen acht uur 's morgens verschenen, en eerst ten elf uur bereikte zij de schijf der zon, die geheel en al achter dit dikke scherm verdween; op hetzelfde oogenblik verliet het onderste gedeelte der wolk den horizon, die nu ten volle verlicht was.--"Het is slechts eene afzonderlijke wolk," zeide de doctor, "wij moeten niet te veel op haar rekenen; zie, Dick, hare gedaante is nog precies dezelfde als dezen morgen."--"Inderdaad, Samuel, er is regen noch wind, voor ons ten minste."--"Het staat te vreezen, zij blijft zeer hoog staan."--"Welnu! Samuel, als wij eens die wolk gingen opzoeken, die boven ons niet wil losbarsten."--"Ik geloof dat het ons niet veel zal helpen," antwoordde de doctor, "het zal gas en bijgevolg eene aanzienlijke hoeveelheid water vermorsen zijn."
De doctor zette de vlam van de gaspijp in de spiralen der slang aan, eene groote hitte ontwikkelde zich en weldra steeg de ballon. Op ongeveer 1500 voet hoogte ontmoette hij de ondoorschijnende massa der wolk en kwam in een dikken mist, terwijl hij zich op deze hoogte hield, maar vond er geen den minsten wind; deze mist scheen zelfs niet eens vochtig en de voorwerpen aan hem blootgesteld werden nauwlijks nat. De Victoria, door dien damp omgeven won er misschien een snelleren gang door, dat was alles. De doctor zag met verdriet het geringe gevolg zijner handelwijze, toen hij Joe met alle teekens der grootste verbazing hoorde uitroepen: "Oh!"--"Wat is het dan, Joe?"--"Meester, mijnheer Kennedy, dat is vreemd!"--"Wat is er dan?"--"Wij zijn niet alleen hier! er zijn indringers. Men heeft onze uitvinding gestolen?"--"Wordt hij gek?" vroeg Kennedy.--Joe stelde het standbeeld der verbazing voor! Hij bleef onbeweeglijk.--"Zou de zon den geest van dezen armen jongen in de war hebben gebracht?" zeide de doctor zich tot hem wendende.--"Zult gij mij zeggen?...."--"Zie, mijnheer," zeide Joe, een punt in de ruimte aanwijzende.--"Bij St. Patrick!" riep Kennedy op zijne beurt uit, "dat is ongeloofelijk! Samuel! Samuel, zie eens!"--"Ik zie," antwoordde de doctor bedaard.--"Een anderen ballon! andere reizigers zoo als wij!"
Inderdaad zweefde er op twee honderd schreden afstands een luchtballon met zijn schuitje en zijne reizigers in de lucht; hij volgde denzelfden weg als de Victoria.--"Welnu!" zeide de doctor, "er blijft ons slechts over hem teekenen te geven, neem de vlag, Kennedy, en laat onze kleuren zien."--Het scheen dat de reizigers in den anderen luchtballon dezelfde gedachte hadden, want dezelfde vlag herhaalde dezelfde groete met de hand en op geheel dezelfde wijze.--"Wat beteekent dit?" vroeg de jager.--"Het zijn apen," riep Joe uit, "zij houden ons voor den gek."--"Dat beteekent," antwoordde Ferguson lachende, "dat gij zelf dit teeken maakt, mijn waarde Dick, dat wil zeggen, dat wij zelf in dit tweede schuitje zijn! die ballon is niet anders dan de Victoria."--"Wat dat betreft, meester, met uw verlof," zeide Joe, "dat zult gij mij nooit wijs maken."--"Klim op den rand, Joe, slinger met uwe armen en gij zult zien."--Joe gehoorzaamde, hij zag onmiddellijk zijne eigene gebaren herhaald.--"Het is slechts een gevolg van luchtspiegeling," zeide de doctor, "en niets anders, een eenvoudig optisch verschijnsel; het wordt teweeggebracht door de ongelijke breking der luchtlagen."--"Welk een merkwaardig schouwspel!" hernam Kennedy. "Het doet mij genoegen onzen goeden ballon te zien! Weet gij wel dat hij er goed uitziet en zich statig houdt?"--"Gij kunt de zaak op uwe wijze uitleggen zoo als gij wilt," zeide Joe, "het is evenwel een vreemd verschijnsel."
Maar weldra verdween dit beeld trapsgewijze, de wolken stegen op eene grootere hoogte, den Victoria verlatende, die niet beproefde haar te volgen en na een uur verdwenen zij geheel.--De wind, nauwelijks merkbaar, scheen nog zwakker te worden. De doctor naderde wanhopig den grond. De reizigers, die door dit voorval aan hunne bekommeringen waren onttrokken, vervielen weder in treurige gedachten, gekweld als zij waren door eene verschroeiende hitte. Tegen vier uur wees Joe een verheven voorwerp aan op de onmetelijke zandvlakte, en hij kon weldra verzekeren, dat twee palmboomen zich op geringen afstand verhieven.--"Palmboomen," zeide Ferguson, "dan is er eene fontein, een put?"--Hij nam zijn verrekijker en verzekerde zich dat de oogen van Joe zich niet bedrogen.--"Eindelijk," riep hij uit, "water! water! wij zijn gered, want, hoe weinig wij ook vorderen, wij gaan altijd voorwaarts en zullen aankomen!"--"Welnu, mijnheer!" zeide Joe, "als wij eens in afwachting dronken? De lucht is waarlijk verstikkend."--"Laat ons drinken, mijn jongen."
Niemand liet zich lang noodigen. Een geheele pint werd opgedronken waardoor hun voorraad tot drie en een halve pint verminderde.--"Hm! dat doet goed!" zeide Joe. "Het bier van Perkins heeft mij nooit zoo goed gesmaakt."--"Dat zijn de voordeelen der ontbering," antwoordde de doctor.