Chapter 11
De negers, den ballon bemerkende, gelijk aan eene ontzettend groote komeet met een staart van schitterend licht, werden door een gemakkelijk te begrijpen schrik aangetast. Op hunne kreten hief de gevangene het hoofd op. Zijne oogen schitterden van eene plotselinge hoop en, zonder te begrijpen wat er gebeurde, strekte hij zijne handen naar deze onverwachte redders uit.--"Hij leeft! hij leeft!" riep Ferguson uit; "God zij gedankt! Deze wilden zijn door schrik getroffen! Wij zullen hem redden! Zijt gij gereed, mijne vrienden?"--"Ja, Samuel."--"Joe, blaas de gasvlam uit."--Het bevel des doctors werd uitgevoerd. Een bijna onmerkbare wind dreef den ballon zachtkens boven den gevangene op hetzelfde oogenblik, dat hij onmerkbaar daalde; tien minuten ongeveer bleef hij zwevende te midden der lichtgolvingen. Ferguson liet zijn lichtbundel op de menigte schijnen. De stam, onder den indruk eener onbeschrijfelijke vrees, verdween langzamerhand in zijne hutten en de paal werd eenzaam gelaten. De doctor had dus reden gehad te rekenen op de fantastische verschijning van den ballon, die in deze dikke duisternis licht verspreidde. Het schuitje naderde den grond. Eenige negers evenwel, stoutmoediger dan de anderen, begrijpende dat hun slachtoffer hun ging ontsnappen; kwamen met luide kreten terug; Kennedy nam zijn geweer, maar de doctor verbood hem te schieten. De priester die geknield lag, geen kracht hebbende om overeind te staan, was zelfs niet aan den paal gebonden, want zijne zwakheid maakte dit onnoodig. Op het oogenblik dat het schuitje bij den grond kwam, beurde de jager, zijn wapen wegwerpende en den priester om het midden vattende, hem in het schuitje en op hetzelfde oogenblik wierp Joe plotseling de tweehonderd pond ballast weg. De doctor dacht nu zeer snel te stijgen, maar de ballon bleef onbeweeglijk, na drie à vier voet van den grond te zijn gestegen.--"Wie houdt ons terug?" vroeg hij op een toon van schrik. Eenige wilden liepen toe, woeste kreten slakende. "O!" riep Joe uit, naar buiten ziende, "een dezer vervloekte zwarten hangt onder aan het schuitje!"--"Dick! Dick!" riep de doctor uit, "de waterbak!" Dick begreep de gedachte van zijn vriend en een der waterbakken, die meer dan honderd pond woog, opnemende, wierp hij hem over boord. De Victoria eensklaps verlicht, verhief zich 300 voet, te midden van het gehuil van den stam, aan welken de gevangene ontsnapte in een oogverblindend licht.--"Hoezee!" riepen de twee reisgezellen van den doctor uit. Plotseling rees de ballon op nieuw tot op 1000 voet hoogte.--"Wat gebeurt er nu?" vroeg Kennedy, die bijna het evenwicht verloor.--"Het is niets! die schelm laat ons los," antwoordde Samuel Ferguson bedaard.--En Joe, snel naar buiten ziende, kon nog den wilde zien, die, met de handen uitgestrekt, in de ruimte ronddraaiende, weldra op den grond werd verpletterd. De doctor verwijderde de twee electrieke draden van elkander en de duisternis hernam haar gebied. Het was een uur 's morgens. De Franschman opende eindelijk de oogen.--"Gij zijt gered," zeide de doctor.--"Gered;" antwoordde hij in het Engelsch, met een droevigen glimlach, "gered van een wreeden dood! Mijne broeders ik dank u, maar mijne dagen, mijne uren zelfs zijn geteld en ik heb niet lang meer te leven." En de zendeling verviel weder uitgeput in zijne bezwijming.--"Hij sterft," riep Dick uit.--"Neen," antwoordde Ferguson, zich over hem buigende, "maar hij is zeer zwak; laat ons hem onder de tent leggen."
Zij legden dat vermagerde lichaam, bedekt met litteekens en nog bloedende wonden, waar het ijzer en het vuur op twintig plaatsen hunne smartelijke sporen hadden achtergelaten, zachtkens op hunne dekens. De doctor maakte van zijne zakdoek een weinig pluksel, dat hij op de wonden legde, na die alvorens gezuiverd te hebben; dit deed hij met de bekwaamheid van een geneesheer; vervolgens een opwekkend middel uit zijne verzameling geneesmiddelen nemende, goot hij daarvan eenige druppels op de lippen van den priester. Deze drukte zacht zijne handen en had nauwelijks de kracht om te zeggen: "Dank, dank!" De doctor begreep dat men hem eene volstrekte rust moest laten genieten; hij deed de zeilen der tent dicht en nam verder het bestuur van den luchtballon op zich.--Deze, het gewicht van zijn nieuwen gast medegerekend, was bijna 180 pond lichter geworden, hij bleef dus in goeden stand zonder hulp van het gas. Bij het eerste morgenlicht dreef een luchtstroom hem zachtjes naar het west-noord-westen. Ferguson ging gedurende eenige oogenblikken den in zwijm liggenden priester beschouwen.--"Mochten wij dien metgezel toch behouden, dien de hemel ons heeft gezonden!" zeide de jager. "Hebt gij eenige hoop?"--"Ja, Dick, met eene goede oppassing in eene zoo zuivere lucht."--"Wat heeft die man al geleden!" zeide Joe ontroerd. "Weet gij dat hij daar stoutmoediger dingen deed dan wij, door alleen te midden dezer volksstammen te komen."--"Dat lijdt geen twijfel," antwoordde de jager.--"Dezen geheelen dag wilde de doctor niet, dat de slaap van den ongelukkige zou gestoord worden, het was eene lange bezwijming, afgebroken door eenige pijnlijke zuchten, die Ferguson verontrustten voor de veiligheid van allen. Des anderen daags 's morgens was de Victoria nauwelijks naar het westen afgeweken; de dag beloofde fraai te zijn. De zieke kon met eene luidere stem zijne vrienden roepen. Men opende de zeilen der tent en hij ademde met volle teugen de zuivere morgenlucht in."--"Hoe bevindt gij u?" vroeg Ferguson.--"Misschien beter," antwoordde hij. "Maar u, mijne vrienden, heb ik nog slechts in een droom gezien! Nauwelijks kan ik mij van het gebeurde rekenschap geven! Wie zijt gij, opdat ik uwe namen in mijn laatste gebed niet vergete?"--"Wij zijn Engelsche reizigers," antwoordde Samuel, "wij hebben beproefd Afrika in een luchtballon door te trekken en op onze reis hebben wij het geluk gehad u te redden."--"De wetenschap heeft hare helden," zeide de zendeling.--"Maar de godsdienst hare martelaars," zeide de Schot.--"Gij zijt zendeling?" vroeg de doctor.--"Ik ben een priester van de zending der Lazaristen. De hemel heeft u tot mij gezonden, hij zij daarvoor geprezen! De opoffering van mijn leven was volbracht! Maar gij komt uit Europa, spreek mij van Europa, van Frankrijk! Sedert vijf jaren heb ik geene tijdingen ontvangen."--"Vijf jaren alleen onder deze wilden!" zeide Kennedy verbaasd.--"Het zijn zielen, die moeten verlost worden, onwetende en barbaarsche broeders, die alleen door den godsdienst kunnen onderwezen en beschaafd worden."
Samuel Ferguson, aan den wensch van den zendeling gehoor gevende, sprak hem veel over Frankrijk. Deze hoorde gretig naar hem en tranen stroomden uit zijne oogen. De arme jongeling nam beurtelings de handen van Kennedy en Joe in de zijnen, die van koortshitte brandden; de doctor bereidde eenige koppen thee voor hem, die hij met graagte dronk; toen had hij de kracht zich een weinig op te heffen en te glimlachen, toen hij zich naar een zoo zuiveren hemel zag gevoerd.--"Gij zijt stoutmoedige reizigers," zeide hij, "en gij zult in uwe onderneming slagen, gij zult uwe bloedverwanten, uwe vrienden, uw vaderland wederzien, gij...."
De zwakte van den jongen priester werd toen zoo groot, dat men hem op nieuw moest doen nederliggen; eene verzwakking van eenige uren deed hem als dood in de handen van Ferguson liggen. Deze kon zijne ontroering niet bedwingen, hij gevoelde dat dit leven langzamerhand verdween. Zouden zij hem dan zoo spoedig verliezen, dien zij aan den marteldood hadden ontrukt? Hij verbond op nieuw de verschrikkelijke wonden van den martelaar en moest het grootste deel van zijn watervoorraad opofferen om zijne brandende ledematen te verkoelen. Hij paste hem zorgvuldig op. De zieke kwam onder zijne behandeling langzamerhand tot zich zelven en herkreeg zijn bewustzijn. De doctor vernam zijne geschiedenis uit afgebroken woorden.--"Spreek uwe moedertaal," zeide hij, "ik versta die en dat zal u minder vermoeien."
De zendeling was een arm jongeling van het dorp Aradon in Bretagne; zijne eerste neigingen deden hem den geestelijken stand aannemen; bij dit leven van verloochening wilde hij nog het leven van gevaar voegen, door zich in de orde der zendingpriesters, waarvan St. Vincentius de Paula de roemrijke stichter was, te doen opnemen; twintig jaar oud verliet hij zijn land om zich naar de ongastvrije streken van Afrika te begeven. Vandaar naderde hij, de hinderpalen te boven komende, tegen ontberingen worstelende, reizende en biddende, tot in het midden der stammen, die aan de bovenste takken van den Nijl wonen; twee jaren lang werd zijn godsdienst afgewezen, zijn ijver miskend, zijne liefdadigheid slecht opgevat; hij bleef gevangen bij een der wreedste stammen van Nyambarra, ten prooi aan duizend mishandelingen. Maar altijd onderwees en bad hij. Deze stam verstrooid zijnde, werd hij na een der talrijke gevechten tusschen stam en stam, voor dood achtergelaten en, in plaats van op zijne schreden terug te keeren, vervolgde hij zijn godsdienstigen pelgrimstocht. Zijn rustigste tijd was als men hem voor gek hield; hij had zich de taal dezer streken eigen gemaakt en hield godsdienstige vergaderingen. Eindelijk doorreisde hij nog twee lange jaren die barbaarsche streken, voortgedreven door die bovenmenschelijke kracht, die van God komt; sedert een jaar woonde hij onder dien stam der Nyam-Nyam, Barafri genaamd en een der wildste. Toen het opperhoofd eenige dagen geleden gestorven was, schreef men hem dien onverwachten dood toe; men besloot hem te slachten; veertig uren duurde reeds zijne marteling en, zoo als de doctor te recht had voorondersteld, hij moest op den middag sterven. Toen hij de losbranding der vuurwapenen hoorde, kreeg de natuur de overhand en hij riep: "Help! help!" Hij geloofde gedroomd te hebben, toen eene stem van den hemel hem woorden van troost toesprak.--"Ik betreur dit leven niet," zeide hij, "het behoort aan God."--"Hoop nog," antwoordde de doctor, "wij zijn bij u, wij zullen u van den dood redden, even als wij u aan de marteling hebben ontrukt."--"Ik vraag zooveel niet van den hemel," zeide de priester gelaten! "Geloofd zij God, dat ik vóór mijn sterven, de vreugde geniet vriendenhanden te drukken en de taal van mijn land te hooren."
De zendeling werd op nieuw zwakker. De dag ging dus voorbij tusschen hoop en vrees. Kennedy en Joe wischten zich heimelijk de oogen af. De Victoria legde weinig wegs af en de wind scheen zijn kostbaren last te willen sparen. Joe merkte tegen den avond een groot licht op in het westen. Onder hoogere breedten zou men geloofd hebben, dat het een noorderlicht was; de hemel scheen in vuur te staan. De doctor onderzocht oplettend dit verschijnsel.--"Het kan slechts een werkende vulkaan zijn," zeide hij.--"Maar de wind voert er ons boven," hernam Kennedy. "Welnu! wij zullen hem op eene genoegzame hoogte overtrekken."
Drie uren daarna bevond zich de ballon in de bergen; zijne juiste plaats was 24° 15' lengte en 4° 42' breedte; vóór hem stortte een brandende krater stroomen gesmolten lava uit en wierp rotsblokken uit tot eene groote hoogte; er waren stroomen vloeibaar vuur, die in schitterende stralen nedervielen. Het was een prachtig en gevaarlijk schouwspel, want de wind dreef in eene standvastige richting den ballon naar dien brandenden dampkring. Dezen hinderpaal, dien men niet had kunnen afwenden, moest men te boven komen; het gas werd met alle kracht aangevoerd en de Victoria kwam op 6000 voet hoogte, tusschen zich en den vulkaan een afstand van meer dan 300 vaam latende. De priester kon van zijn ziekbed dezen brandenden krater zien, waaruit met donderend geraas duizend verblindende vuurstralen opstegen.--"Hoe schoon is dit," zeide hij, "en hoe eindeloos is Gods macht, zelfs in zijne verschrikkelijkste openbaringen."
Deze uitstorting van brandende lava bedekte de zijden van den berg met een waar tapijt van vlammen; het onderste gedeelte van den ballon werd in den nacht verlicht; eene brandende hitte bereikte het schuitje, en doctor Ferguson haastte zich die gevaarlijke stelling te verlaten. Tegen 10 uur des avonds was de berg slechts een rood punt aan den horizon, en de ballon vervolgde rustig zijne reis naar eene minder hooge luchtstreek.
XXIII.
Toorn van Joe.--De dood eens rechtvaardigen.--De wacht bij het lijk.--Dorheid.--De begrafenis.--De stukken kwarts.--Zinsbedrog van Joe.--Een kostbare ballast.--Hoogte-opneming der goudbergen.--Begin der wanhoop van Joe.
Een prachtige nacht verspreidde zich over de aarde, de priester sliep kalm in.--"Hij zal er niet van opkomen," zeide Joe. "Arme jongeling! nauwelijks dertig jaar!"--"Hij zal in onze armen ontslapen! Zijne reeds zoo zwakke ademhaling verzwakt nog meer, en ik kan niets doen om hem te redden," zeide de doctor wanhopig.--"Die ellendelingen!" riep Joe uit, die van tijd tot tijd plotseling toornig werd. "En als men bedenkt, dat deze waardige priester nog woorden heeft gevonden om hen te beklagen, om hen te verontschuldigen en te vergeven!"--"De hemel geeft hem een goeden nacht, Joe, zijn laatsten nacht misschien! Hij zal voortaan weinig lijden, en zijn dood zal slechts een vreedzame slaap zijn."
De stervende sprak eenige afgebroken woorden uit; de doctor naderde, de ademhaling van den zieke werd belemmerd, hij hijgde naar lucht. De gordijnen werden geheel geopend en hij ademde met wellust de koeltjes van den helderen nacht in; de sterren wierpen haar flikkerend licht op hem, en de maan omgaf hem met hare blanke stralen.--"Mijne vrienden," zeide hij met zwakke stem, "ik sterf! Dat God u naar eene goede haven geleide! dat Hij u voor mij deze schuld van dankbaarheid betale!"--"Hoop nog," antwoordde Kennedy, "het is slechts eene voorbijgaande verzwakking. Gij zult niet sterven! Kan men in zoo'n schoonen zomernacht sterven?"--"De dood is daar," hernam de zendeling, "ik weet het! Laat mij hem in het gelaat zien! De dood, het begin der eeuwigheid, is slechts het einde der aardsche zorgen. Leg mij op de knieën, mijne broeders, ik bid het u!"
Kennedy hief hem op; het was droevig te zien hoe zijne krachtelooze ledematen ineenkrompen.--"Mijn God! mijn God!" riep de stervende apostel uit, "heb medelijden met mij!"
Zijn gelaat schitterde. Ver van deze aarde, welker vreugde hij nooit had gekend, te midden van dezen nacht, die zijn zachtste licht op hem wierp, op den weg ten hemel, naar welken hij zich verhief als in eene wonderbaarlijke hemelvaart, scheen hij reeds in een nieuw bestaan te herleven. Zijn laatste gebaar was eene laatste zegening voor zijne vrienden van één dag. Hij viel achterover in de armen van Kennedy, wiens gelaat baadde in tranen. "Dood!" zeide de doctor, zich over hem buigende, "hij is dood!" En de drie vrienden knielden, om in stilte te bidden.--"Morgen ochtend," zeide Ferguson na eenige oogenblikken, "zullen wij hem begraven in de aarde van Afrika, die met zijn bloed besproeid is."
Gedurende het overige gedeelte van den nacht werd het lijk beurtelings door de drie reizigers bewaakt en geen woord stoorde deze plechtige stilte.
Des anderen daags woei de wind uit het zuiden en de Victoria ging vrij langzaam over eene uitgestrekte bergvlakte; met onvruchtbare kloven en uitgebluschte kraters; geen enkele druppel water was op deze verdroogde toppen te vinden; opeengehoopte rotsen, gespleten steenmassaas, witachtige mergelgroeven, alles toonde eene groote onvruchtbaarheid aan. Tegen den middag besloot de doctor, om het lijk te begraven, in een bergkloof neder te dalen, te midden van door een plutonische uitbarsting ontstane rotsen der eerste vorming; de omringende bergen moesten hem beschutten en veroorlooven zijn schuitje tot aan den grond te doen komen, want er was geen boom om het aan vast te leggen. Maar, zoo als hij aan Kennedy had uitgelegd, hij kon ten gevolge van zijn verlies van ballast bij de ontvoering van den priester, slechts dalen door eene geëvenredigde hoeveelheid gas te laten ontsnappen; daarom opende hij de buitenste klep van den ballon. Het gas stroomde weg en de Victoria daalde bedaard in de kloof. Zoodra het schuitje de aarde aanraakte sloot de doctor de klep, Joe sprong op den grond, zich met de eene hand aan den uitersten rand vasthoudende en met de andere raapte hij een zeker aantal steenen op, die weldra zijn eigen gewicht vervingen; toen kon hij zijne twee handen gebruiken en had weldra in het schuitje meer dan 500 pond steenen opgestapeld, die aan den doctor en Kennedy veroorloofden op hunne beurt uit te stappen. De Victoria was in evenwicht en hare stijgkracht was onmachtig om haar te doen rijzen. Overigens was er geene groote hoeveelheid van deze steenen noodig, want de rotsblokken door Joe opgeraapt waren buitengewoon zwaar, hetgeen een oogenblik de oplettendheid van Ferguson gaande maakte. De grond was bezaaid met kwarts en tot poeder verweerde rotsen.--"Dit is eene zonderlinge ontdekking," zeide de doctor in zich zelven.--Gedurende dien tijd gingen Kennedy en Joe op eenige schreden afstands eene plaats voor den grafkuil zoeken. Het was ondraaglijk heet in deze bergkloof, waarin zij als in eene soort van fornuis besloten waren. De middagzon schoot hare brandende stralen op hen neder. Men moest eerst van den grond de brokken rots, die hem bedekten, wegruimen; vervolgens werd er eene kuil gegraven, diep genoeg dat de wilde dieren het lijk niet konden opgraven. Het lichaam van den martelaar werd eerbiedig daarin nedergelegd en met aarde overdekt. Groote stukken rots werden daarboven geplaatst als een grafteeken. De doctor bleef echter onbeweeglijk en verdiept in zijne overdenkingen. Hij hoorde het roepen zijner reisgezellen niet, hij kwam niet bij hen terug om eene beschutting tegen de hitte te zoeken.--"Waaraan denkt gij toch, Samuel?" vroeg Kennedy.--"Aan een vreemd contrast der natuur en een merkwaardig gevolg van het toeval. Weet gij in welke aarde deze man van zelfverloochening, deze vrijwillig arme naar de wereld begraven is?"--"Wat wilt gij zeggen?"--"Deze priester, die gelofte van armoede had gedaan, rust nu in eene goudmijn."--"Eene goudmijn?" riepen Kennedy en Joe uit.--"Ja," antwoordde de doctor bedaard. "Deze steenen, die gij vertrapt alsof zij zonder eenige waarde zijn, zijn zeer zuiver erts."--"Onmogelijk!" zeide Joe.--"Gij zoudt niet lang behoeven te zoeken in deze spleten van leisteen, zonder belangrijke klompen ruw goud te vinden."--Joe wierp zich als een gek op de verspreide stukken. Kennedy had grooten lust hem na te volgen.--"Wees bedaard, beste Joe," zeide zijn meester.--"Mijnheer, gij kunt er goed over praten."--"Hoe, een wijsgeer van uwen stempel."--"Hé! mijnheer, hier komt geene wijsbegeerte te pas."--"Zie, denk eens na. Waartoe zou ons al die rijkdom dienen? Wij kunnen hem niet medenemen."--"Niet? nu nog mooier!"--"Het is wat zwaar voor ons schuitje! Ik aarzelde zelfs u deze ontdekking mede te deelen, uit vrees van uwe spijt gaande te maken."--"Hoe!" zeide Joe, "deze schatten achterlaten! Onze fortuin!"--"Wees voorzichtig, mijn vriend! Gij zoudt de goudkoorts krijgen! Heeft die doode, dien gij begraven hebt, U niet de ijdelheid der aardsche dingen geleerd?"--"Dat is alles waar," antwoordde Joe, "maar goud! mijnheer Kennedy, zult gij mij niet helpen om wat van deze millioenen op te rapen?"--"Wat zouden wij daarmee doen, mijn arme Joe?" zeide de jager, die niet kon nalaten te glimlachen.--"Wij zijn hier niet gekomen om ons fortuin te zoeken en wij moeten haar niet medebrengen."--"De millioenen zijn wat zwaar," hernam de doctor, "en men steekt ze niet gemakkelijk in den zak."--"Maar toch," zeide Joe, "zou men in plaats van zand geen erts voor ballast kunnen medenemen?"--"Welnu! ik stem er in toe," zeide Ferguson, "maar gij moet niet boos zijn als wij eenige duizenden ponden ballast over boord werpen."--"Duizenden ponden!" zeide Joe, "is dat mogelijk, dat dit alles goud is!"--"Ja, mijn vriend, het is een vergaarbak, waarin de natuur sedert eeuwen hare schatten heeft opgezameld, daar is genoeg om geheele landen te verrijken! Een Australië en een Californië vereenigd in het hart der woestijn!"--"En dat alles zal nutteloos blijven?"--"Misschien! In alle gevallen zie hier wat ik doen zal om u te troosten."--"Dat zal moeielijk zijn," antwoordde Joe bedroefd.--"Hoor. Ik zal de juiste plaats van deze mijn opnemen, en bij uwe terugkomst in Engeland zult gij het aan uwe medeburgers mededeelen als gij gelooft, dat zooveel goud hun geluk zal uitmaken."--"Komaan, meester, ik zie dat gij gelijk hebt, ik onderwerp mij, dewijl er geen middel is om anders te handelen. Laat ons het schuitje met dit kostbare erts vullen; wat er na het einde der reis overblijft zal altoos zooveel gewonnen zijn." Joe ging aan het werk, hij deed het met ijver en had weldra omtrent 1000 pond stukken kwarts opgestapeld, waarin het goud besloten is, als in een harden gangsteen. De doctor zag het glimlachend aan; gedurende dien arbeid nam hij zijne hoogte en vond voor de plaats van het graf des zendelings 22° 23' lengte en 4° 55' noorderbreedte. Vervolgens een laatsten blik werpende op die ophooging van den grond, waaronder het lichaam van den ongelukkigen Franschman rustte, keerde hij naar het schuitje terug. Hij zou gaarne een eenvoudig en ruw kruis op dit verlaten graf te midden der woestijnen van Afrika hebben willen plaatsen, maar geen enkele boom groeide in den omtrek.--"God zal het herkennen," zeide hij tot Kennedy.