Venetië De Aarde en haar Volken, 1865

Part 4

Chapter 4 3,460 words Public domain Markdown

Op ditzelfde balkon waren de gemalinnen der dogen met hare hofhouding gewoonlijk getuige van de feesten der _senza_, eene reeds in 1180 ingestelde jaarmarkt, die van vele volksvermakelijkheden vergezeld ging, en van de vermaarde plechtigheid van den Hemelvaartsdag. Dit laatste gebruik, dat tot de opheffing der republiek stand hield, had zijn oorsprong te danken aan de in 997 door de Venetianen op de roofzuchtige bevolking van Nareta behaalde schitterende zege. Sedert echter Paus Alexander III, bij gelegenheid van zijne verzoening met Barbarossa, de republiek op Hemelvaartsdag de suzereiniteit over de Adriatische zee schonk, was die dag voor Venetië een tweede carneval. De doge, op het dek van den _Bucentaurus_ gezeten en door de vreemde gezanten, den geheelen senaat, de voornaamste staatsbeambten en de standaarden der republiek omstuwd, stevende op den middag naar den Lido en wierp een saffieren ring in de golven, terwijl hij de woorden uitsprak: "Wij huwen u, o zee, ten teeken der wezenlijke en bestendige heerschappij." De stoet woonde eene mis op den Lido bij, en keerde vervolgens naar de moelje terug; waarna de doge zich met de nobili en de gezanten aan een schitterend gastmaal vereenigde, terwijl de rijk versierde en des avonds geïllumineerde _Bucentaurus_ voor een ieder te zien was, en des nachts onder zijn afdak op de werf van het tuighuis werd teruggebracht.

Zoo het St. Marcus-plein en Venetië's paleizen en kerken ten maatstaf kunnen strekken van den vroegeren rijkdom der doge-stad, in het _darsena_ (tuighuis) krijgt men eerst een recht denkbeeld van de macht, die de republiek in haren bloeitijd bezat. Deze inrichting neemt nagenoeg het geheele eiland Malamocco in, en vormt tusschen hare muren bijna een stad op zich zelve. Aan haren hoofdingang prijken de twee kolossale leeuwen, die weleer de haven van Athene versierden. Toen de republiek nog meesteresse van de zee was, vonden op dit arsenaal bestendig 16,000 arbeiders werk, terwijl er thans nauwelijks 1200 hun bestaan vinden. Het bevat twee-en-dertig kappen voor linie- en vier-en-vijftig voor kleinere vaartuigen, vier groote havenkommen, vijf geschutgieterijen en eene lijnbaan van 900 voet lengte, 70 voet breedte en 32 voet hoogte.

Onder de honderd kerken en kapellen van Venetië, van welke velen prachtiger en rijker zijn dan Rome ze zelfs bezit, komen, na de luisterrijke metropolitaan-kerk, vooral in aanmerking die door Palladio en Sansovino gebouwd: met name de San-Giorgio Maggiore, om haren grootschen stijl beroemd, en die der Redentore en van S_ta_ Maria della Salute, beiden meesterstukken van bouwkunst, terwijl de kerk del Redentore zich inzonderheid onderscheidt door de tooverachtige werking van het licht bij het vallen van den avond.

Voorts zijn vermaard: de oude hoofdkerk der stad aan S. Pietro gewijd, en welker klokkentoren na dien van St. Marcus de hoogste en fraaiste is;--die van S. Zaccaria, waarin de _cornu ducale_ (kroon van den doge) bewaard wordt;--die van S. Giovanni en S. Paolo, vooral door hare praalgraven uitmuntende en daarom het St. Denis van Venetië geheeten;--die van S_ta_ Maria Formosa, waarin de echtelijke inzegening plaats had der twaalf Maria's, die de republiek weleer jaarlijks uithuwelijkte;--die der Frari, met de schoone bas-reliefs van Pisano en met de lijkgesteenten van Titiaan en Canova;--de Carmelieten-kerk degli Sculzi en de voormalige Jezuieten-kerk of die van S_ta_ Maria Assunta, beiden zich door een nog grooteren overvloed van marmer onderscheidende, dan in de andere kerken wordt aangetroffen.

Men kan zeggen dat er schier geen enkele kerk of _scuole_ (bedehuis eener broederschap) in Venetië gevonden wordt, die geen voortbrengselen van het penseel van Titiaan, Paolo Veronese, Tintoretto, Bellini en andere groote meesters bezit. De kerk della Salute kan zelfs op acht schoone gewrochten van Titiaan, uit verschillende tijdperken zijner langdurige kunstenaarsloopbaan, bogen. In de kerk van S. Giovanni en Paolo wordt "de marteldood van Petrus" gevonden, een van Titiaan's pronkjuweelen, waarvan in der tijd bij senaatsbesluit de verkoop op straffe des doods verboden werd.

VI

De gondels en gondeliers.--De Regata.--De Castellani en Nicoletti.

Daar te Venetië alleen op het eilandje Lido gelegenheid is om te rijden, is de gondel er het algemeene vervoermiddel. Ieder eenigszins gegoed huisgezin is in het bezit van zulk een vaartuig, terwijl op alle punten der stad gondels ten dienste van het publiek gereed liggen. De venetiaansche gondel is eene lichte, ranke bark, met scherpen boeg en eene tent of roef in het midden, die vier of zes personen kan bevatten, van kussens en andere geriefelijkheden voorzien en met zwarte gordijnen omhangen is: eene kleur, bepaaldelijk door de republiek verordend om de zucht tot buitensporige weelde bij hare burgers tegen te gaan. Des avonds hangt er aan den spiegel en aan den boeg eene lantaren. De gondels worden meestal door twee roeiers of gondeliers, ieder van één riem voorzien, bestuurd, van welke de een aan den voor- en de ander aan den achtersteven staat. Deze roeiers zijn zoo bedreven, dat ongelukken tot de zeldzaamheden behooren. De gondeliers in dienst van particulieren dragen de liverei hunner meesters, terwijl de publieke gondeliers doorgaans gekleed zijn met een kamizool, een sjerp of gordel en een mutsje. Over 't geheel zijn de gondeliers een krachtig en vlug slag van lieden, die in eene hooge mate de luimigheid en geestigheid bezitten aan den venetiaanschen volksaard eigen. Zij zijn bovendien eerlijk en trouw, zoodat de vreemdeling zich en zijne bagage zoowel des nachts als des daags veilig aan hen kan toevertrouwen. Het gezang is hun meest geliefkoosd tijdverdrijf, en over 't geheel zingen zij niet alleen zuiver en melodieus, maar heerscht er ook zooveel harmonie in hunne zangen, dat men meenen zou kunstmatig gevormde zangers te hooren, 't geen echter het geval niet is. Tasso's stanza's behooren nog steeds onder hunne lievelingsliederen.

Van alle venetiaansche feesten waren de gondel-wedstrijden ten allen tijde de meest geliefde en nationale. Bij alle buitengewone gelegenheden, bij verkiezingen van dogen, bij het vieren van overwinningen der republiek of bij bezoeken van vreemde monarchen, maakten deze wedstrijden steeds het voornaamste nommer van het feest-programma uit. Nergens kan deze soort van vermaken of spelen dan ook zoo inheemsch worden geacht, als in de Lagunenstad, welker bevolking meer op het water dan op het land leeft, en waar men de gondeliers hunne barken even vlug door de bochtigste en drukst bezochte canalettos ziet voortstuwen als op het ruime Giudecca- of San Marco-kanaal. Men behoeft dan ook slechts een enkele regata bijgewoond te hebben, eene enkele maal getuige geweest te zijn van de bedrevenheid der roeiers, van de pracht der gondels en den luister der kostumen, van de opgewondenheid en geestdrift onder alle standen en klassen der bevolking door zulk een volksfeest te weeg gebracht, om overtuigd te zijn dat gondel-wedstrijden nergens in die volmaaktheid gehouden kunnen worden als op de kanalen der oude doge-stad.

Wat kort geleden nog een bijzonderen prikkel aan deze wedstrijden te Venetië bijzette, was de later uit nationalen rouw gestilde veete tusschen de Castellini en Nicoletti: partijen, welker ontstaan reeds van de grondlegging der venetiaansche republiek dagteekende. Immers het was geen toeval, maar het uitvloeisel van diepgewortelde jaloezie, dat de burgers van Heraclea en Aquilea zich bij hunne vlucht naar de Lagunen op afzonderlijke eilanden--Castello en San Nicolo--nederzetten, en dat de eersten zich steeds zuidwaarts, de laatsten noordwaarts uitbreidden. Al vroegtijdig namen zij verschillende leuzen aan: de Castellani droegen roode gordels en mutsen, de Nicoletti zwarte of donkerblauwe. De naijver, die hen bezielde en niet zelden bij karnevals en senza's tot kloppartijen aanleiding gaf, vertoonde zich vooral ook bij de gondel-wedstrijden; en de regeering, wel verre van dezen partijgeest, die volstrekt geen staatkundig karakter bezat, tegen te gaan, moedigde dien veeleer aan, daar zij er onder anderen een middel tot het goed en voltallig bemannen harer vloten in vond.

De reede bij de Piazzetta is doorgaans het punt van uitgang, terwijl het paleis Foscari vroeger het punt van aankomst was. De Nicoletti en Castellani lieten zich steeds vertegenwoordigen door de bloem hunner gondeliers, die zich veertien dagen vooraf tot hunne taak voorbereidden, op gelijke wijze schier als in Engeland de Jockey's zich en hunne paarden tot de wedloopen toerusten. Wanneer de groote dag daar is, begeeft elk strijder, na den ouderlijken heilwensch ontvangen en zich met de krachtigste amuletten, in zilveren harten en kruisen besloten, te hebben omhangen, onder het geleide van vrienden en magen, naar de kerk van zijn kerspel, of wel naar die van della Salute, om zegen op zijne onderneming af te smeeken; vol hoop en ongeduld neemt hij daarop in de _riga_ plaats. Een kanonschot geeft het sein tot den aanvang van den strijd; de slagboom valt, en de ranke vaartuigjes scheren als meeuwen over het watervlak heen. "Het water," zeggen de Venetianen, "kookt onder de snelle en krachtige riemslagen." Daar naderen zij het paleis Foscari; maar nog zijn zij niet aan het doel: zij moeten eerst nog naar de Ponto Rialto en dan naar het paleis terug.

Terwijl de regata-gondels de baan verder afleggen, ontbreekt het niet aan afleiding voor de duizende toeschouwers op de balkons en voor de vensters der paleizen. Immers het gansche kanaal, zoover het oog reikt, is zoo geheel met gondels van allerlei gedaante bedekt, dat zij als 't ware een brug van den eenen tot den anderen oever vormen. De zwarte bekleeding der tenten heeft voor deze gelegenheid plaats gemaakt voor de rijkste en schitterendste draperiën van allerlei kleur. Hier ziet men een venetiaansche gondel uit de vijftiende of zestiende eeuw, daar een turkschen kaïk of een chineesche jonk, ginds _ballotines_ en _malgherottes_ of vier- en zes-riems-barken. De patricische commisarissen van orde doorklieven het kanaal in alle richtingen op acht- of tien-riems-_bissones_, in 't midden met een prachtig verhemelte van goud- of zilverlaken prijkende; terwijl zij, met den boog in de hand, aan den achtersteven gereed staan om elken gondelier, die bij de nadering der wedijverende booten niet terzijde wijkt, door het toezenden eener vergulde houten pijl tot het nakomen van zijnen plicht aan te manen.

Daar komen de strijders weder opdagen. Zij die te ver achter zijn wenden links of rechts af, om in een afgelegen cannaletto hunne smart en hunne schaamte te verbergen. Maar zij die alle hoop nog niet opgegeven hebben, worstelen met verdubbelde inspanning. Oorverdoovend zijn de viva's en het handgeklap der menigte op de balkons en in de honderde gondels, de fanfares der muziekkorpsen en het gezang en gejuich aan alle zijden, als de eerste bij het doel aankomende het roode, de tweede het blauwe, de derde het groene en de vierde het gele vaandel grijpt. Maar er is aan deze overwinningen niet enkel eer verbonden: behalve dat de uitgeloofde premiën aanzienlijk zijn, regent het in de gondels der overwinnaars van alle zijden geldstukken, terwijl het gebruik medebrengt dat de koningen van den dag bovendien in hunne wijken eene inzameling houden. Het groote kanaal levert des avonds wellicht een nog schooner schouwspel op dan het op den dag aanbood, daar alsdan de paleizen schitterend verlicht zijn, en bengaalsche vlammen van allerlei kleur hun al het voorkomen van tooverkasteelen geven.

VII.

Het paleis Foscari.--Het paleis Capello.--De Casa Goldoni.--De Scala antica.

Onder Venetië's adellijke paleizen wekt dat der Foscari, in de fraaiste bocht van het Canalazzo gelegen, vooral de aandacht om de geschiedkundige herinneringen, die er aan verbonden zijn. In 't begin der veertiende eeuw door Bartolomeo Bon voor de aanzienlijke familie Giustiniani gebouwd, geraakte het ras daarna in handen van Francesco Foscari, dien beroemden maar tevens ongelukkigen doge, die van hartzeer stierf over de onmenschelijke vervolgingen, door den achterdochtigen en ijverzuchtigen Raad der Tienmannen zijnen onschuldigen zoon Jacopo, en over de ongehoorde vernederingen door denzelfden Raad hem persoonlijk aangedaan. Het geslacht der Foscari was reeds in de negende eeuw vermaard in de geschiedenis der republiek, en werd tot in het begin der negentiende eeuw onder hare eerste geslachten gerekend. Nicolo Foscari echter, achtereenvolgens gezant van Venetië te Petersburg en te Konstantinopel, verkwistte het vermogen zijner familie en stierf in 1811 in armoede. De laatste afstammelingen van het doorluchtig geslacht, twee bejaarde dames, bewoonden voor weinige jaren nog een paar vertrekken in het met hypotheken bezwaarde en diep vervallen palazzo, dat sedert door de regeering werd aangekocht. Het nog altijd indrukwekkende paleis met zijne twee-en-veertig vensters in den voorgevel, met zijne kolommen van rood, wit en zwart marmer, met zijne zalen, waaraan Titiaan zes jaren lang zijn voortreffelijk talent ten koste legde, werd nu in eene kazerne herschapen; en op de marmeren balkons, waarop Hendrik III van Frankrijk, koning Casimir van Polen, de koningen van Hongarije en Bohemen en een aantal andere vorsten van de regata getuigen waren, die ter hunner eere gegeven werden, zag men de oostenrijksche infanteristen hunne geweren poetsen. [3]

Onder de vele geschiedenissen en overleveringen, aan onderscheidene paleizen van Venetië verbonden, maken wij slechts met een woord melding van die, welke zich aan twee vermaarde venetiaansche palazzi hechten: aan het paleis Capello (zie bladz. 37), waarin de bekende Bianca hare jeugd doorbracht, en aan het schitterende paleis Trevisani, dat zij later in hare vaderstad in eigendom bezat.

Wij verlaten daartoe het Canalazzo en volgen het kleine kronkelende kanaal del Carampana, in een van welks paleizen in 1563 een voornaam patriciër, Bartholomeo Capello, woonde, aan wiens bekoorlijke en eerzuchtige dochter Bianca het gelukte, zich tot een ongemeen schitterend maatschappelijk standpunt te verheffen, zonder zich echter af te vragen of de wegen en middelen, die zij daartoe bezigde, den toets der eerlijkheid en voegzaamheid konden doorstaan.

De schoone, blonde Bianca werd, evenals alle adellijke venetiaansche jonkvrouwen destijds, stil en ingetogen groot gebracht. Dit belette evenwel niet dat zij in haar zestiende jaar middel wist te vinden om in kennis te geraken met een jeugdigen Florentijner, Pietro Buonaventura, die op het kantoor van zijn oom, een der vermaarde bankiers Salviati, wier paleis (blz. 36) tegenover dat van haren vader lag, voor den handel werd opgeleid. Nadat de gelieven eenigen tijd in 't geheim verkeerd hadden, meenden zij ontdekt te zijn; en, vreezende dat Bianca's stiefmoeder haar naar het klooster zou zenden, kwamen zij tot het besluit om naar Pietro's ouders te Florence te vluchten, welk plan zij volvoerden.

De familie Capello wist, uit wraakzucht, te bewerken dat Pietro's oom, de bankier Salviati, in den kerker der inquisitie werd geworpen, waarin hij eenige maanden later omkwam, en dat er een prijs van tweeduizend dukaten op Pietro's hoofd werd gesteld. Het mocht den verbolgen vader echter niet gelukken den schaker zijner dochter in handen te krijgen. Pietro was terstond bij zijne aankomst te Florence met Bianca in den echt getreden, en had zich, uit vrees voor zijne machtige vervolgers, onder de hoede van den Groothertog Francesco de Medicis gesteld, wien juist destijds door zijn vader Cosmo de regeering was opgedragen. Deze stap van Pietro oefende een beslissenden invloed op Bianca's lot uit, en had voor hemzelven het noodlottigste gevolg. Francisco trok zich de zaak van het vervolgde paar met grooten, maar geenszins belangeloozen ijver aan. Reeds bij zijne eerste ontmoeting met Bianca had hij een hevigen hartstocht voor haar opgevat, die naar het schijnt spoedig door de ijdele schoone werd beantwoord. Hij hield de betrekking met haar geheim tot dat zijn huwelijk met de Aartshertogin Johanna van Oostenrijk, tot wie hij zich slechts weinig aangetrokken gevoelde, gesloten was, maar zag er toen geen noodzakelijkheid in om zijne neiging langer te verbergen. Hij gaf Bianca eene betrekking aan het hof en stelde Buonaventura tot zijn intendant aan. Van dit oogenblik af kantte Pietro zich ernstig tegen de betrekking tusschen zijne vrouw en den Groothertog; 't geen dezen deed besluiten om zijn lastigen intendant te laten ombrengen.

Bianca werd thans de verklaarde minnares van den vorst en bleef dit tot aan den dood van Johanna van Oostenrijk (1578). Dit sterfgeval bracht den hertog een oogenblik tot inkeer, en het scheen dat hij, door zijne broeders gedrongen, zijne betrekking met Bianca zou verbreken. Deze stelde echter terstond alle kunstgrepen, zelfs de onderschuiving van een kind, te werk om haren minnaar weder tot zich te brengen, en slaagde daarin, met behulp van 's vorsten biechtvader, zoo volkomen, dat Francesco, voordat er twee maanden na Johanna's dood verloopen waren, eene geheime echtverbindtenis met zijne minnares aanging. Hierdoor was echter Bianca Capello's eerzucht nog niet genoeg bevredigd, en zij haalde den hertog over om haar openlijk als zijne gemalin te erkennen. Het huwelijk werd met veel praal gevierd, door eene bezending van negentig leden uit den Grooten Raad van Venetië en door twee venetiaansche gezanten bijgewoond, en kostte Toskane 300,000 dukaten, op een tijdstip toen het volk door hongersnood en andere rampen geteisterd werd. Bianca, die kinderloos bleef, was eerst voornemens om het door haar ondergeschoven kind tot troonerfgenaam te laten verklaren. Zij deinsde hiervoor echter terug, en verzoende zich met den wettigen troonopvolger, kardinaal Fernando de Medicis. Weinige dagen nadat dit had plaats gehad, werden Francisco en zijne gemalin plotseling krank en stierven beiden onder sterk vermoeden van vergiftiging. Bianca had den ouderdom van even veertig jaren bereikt.

Een ander gebouw,,dat de aandacht in Venetië trekt, is de "casa Goldoni," het huis waar in 1707 Venetië's vermaarde tooneeldichter Carlo Goldoni het eerste levenslicht aanschouwde. Ontegenzeggelijk was hij een der vruchtbaarste schrijvers van Italië, en reeds uit dien hoofde wordt hij niet ten onrechte de italiaansche Kotzebue genoemd. Men had hem voor de balie opgeleid, maar hij gevoelde evenmin roeping voor dit vak als voor de medicijnen, waarop hij zich vervolgens, op begeerte zijns vaders, toelegde. Eindelijk gaf hij zich geheel aan den lust voor het tooneel over, dien hij van jongs af gekoesterd had. In zijn achtste jaar reeds had hij een vertoog tegen den destijds heerschenden gekunstelden dramatischen smaak geschreven: een smaak, dien hij later met zooveel tact wist te vormen, dat hij in het midden der vorige eeuw het italiaansche tooneel--wat tooneel- en blijspel betreft--geheel beheerschte. In weerwil daarvan werd hij in zijn vaderland niet geheel naar waarde geschat, en na omstreeks tweehonderd stukken geschreven te hebben (in 1750 alleen zestien,) na in Italië achtereenvolgens als advokaat, geneesheer, tooneeldichter, tooneelspeler en tooneeldirecteur opgetreden te zijn, nam hij in 1761 eene uitnoodiging van het fransche hof aan om zich te Parijs te vestigen. Hier schreef hij eenige tooneelstukken en zijne belangwekkende _Mémoires_ in het fransch. Ten gevolge der staatkundige gebeurtenissen in Frankrijk, verloor hij zijn jaargeld van vierduizend livres op een leeftijd, waarop hij niet meer in staat was door arbeid in zijne behoeften te voorzien. Hij bracht dien ten gevolge het laatst van zijn leven kommerlijk door en stierf te Parijs in 1793. Het huis, dat hij te Venetië bewoonde, en dat de type van een deftig venetiaansch burgerhuis is (bladz. 44), ligt niet ver van de brug dei Nomboli, bij den aanvang der via di Ca-Cent'anni, in een van Venetië's schilderachtigste canalettos.

Ten slotte nog een enkel woord over de vermaarde _Scala antica_ of antieken wenteltrap van het aan het Bernardo-kanaal gelegen paleis Minelli. Deze trap, die zich, zoo als de plaat op bladz. 40 aantoont, buiten het gebouw bevindt, is een der sierlijkste bouwgewrochten die te Venetië worden gevonden. Hij is uit de vijftiende eeuw afkomstig, en naar men meent door een der Lombardi gebouwd. De geheele toren heeft eene hoogte van drie-en-twintig en eene doorsnede van ruim vier Ned. ellen, terwijl de trap, die zich om een marmeren kolom slingert, honderdtwintig treden telt.

Gaarne zouden wij nog bij menig schoon of gedenkwaardig gebouw, bij menig kunstvoorbrengsel en bij verscheidene beroemde mannen van Venetië stilstaan; maar ons bestek noopt ons thans onze omzwerving te staken en afscheid van de schoone doge-stad te nemen.

AANTEEKENINGEN

[1] Wat leven wij snel in onze eeuw, en hoe ver liggen deze gemoedelijke beschouwingen en redeneeringen thans van ons af! Neen, Oostenrijk heeft zich niet--en gelukkig!--zoo ver vergeten, van een deel van zijn grondgebied te gaan verschacheren: Frans-Jozef heeft zich nog herinnerd dat hij een Habsburg is en dat _noblesse oblige_. Italië heeft Venetië niet van de vreemde overheersching bevrijd: de eerste poging, die het daartoe, en wel onder de gunstigste omstandigheden, aanwendde, eindigde, juist als de veldtocht van 1848, in een volkomen nederlaag. Toch heeft Oostenrijk, na den rampspoedigen oorlog van 1866, Venetië afgestaan, niet aan Victor-Emmanuel, maar aan Frankrijk, dat, na de gebruikelijke komedie der volksstemming, zijn wingewest aan Italië overdroeg.--Wat ligt er niet tusschen den nieuwjaarsmorgen van 1859 en heden! Toen sprak de op het toppunt zijner macht staande Imperator het noodlottig woord, dat den storm heeft ontketend, die, met onvermijdelijke noodzakelijkheid, hem zelven en zijne moeizaam opgetrokken schepping in den afgrond heeft geslingerd. De eenheid van Italië, op het herlevende nationaliteitsbeginsel gegrond, moest noodwendig de eenheid van Duitschland na zich sleepen--dat wil zeggen, den ondergang van Frankrijk als groote mogendheid. Cavour riep en wettigde vooruit Bismarck. En Napoleon, die deze beide mannen hielp, en beiden als zijne werktuigen meende te gebruiken...... wat mag hij te Sedan en op Wilhelmshöhe wel hebben gedacht! (Bijschrift in 1874.)

[2] Tegenwoordig, natuurlijk, op feestdagen, de italiaansche. (1874.)

[3] Het paleis Foscari werd in 1867 gerestaureerd; tegenwoordig is er de handelsakademie gevestigd.