Van Schooljongen Tot Koning Een Verhaal Samengesteld Uit De Aan
Chapter 23
"Zonder uw zorg, Maarschalk, zouden we niets kunnen."
Het was twee uur in den nacht, en het gezelschap scheidde.
Maar Zabern, de onvermoeibare, zette zich aan zijn schrijftafel. Wederom was zijn brief aan Boris Ludovski gericht.
"Waarde Boris,
"Ik heb u een verblijdend bericht te melden. Zooeven heeft mijn agent in Warschau mij bericht, dat het hem na de grootste moeite gelukt is, van uw in beslag genomen bezittingen tienduizend roebels vrij te maken. Ik zend ze u hierbij, hopende de in mijn vorig schrijven bedoelde familiepapieren spoedig te doen volgen.
"In gedachten drukt u de hand uw toekomstige schoonzoon en oude vriend
Ladislas Zabern."
Reeds vroeg in den morgen had de Maarschalk Bora's cheque aan de Czernovische Bank ingewisseld, en een uur daarna had Nikita bovenstaand schrijven met zijn kostbare bijlage veilig aan Ludovski overgebracht.
VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
EEN RUSSISCH LEGER AAN DE GRENS.
Felix wordt uit Czernovië verbannen.--Hij gaat, maar hij zal terugkomen!--Zes Turksche krijgsgevangenen in het studeervertrek van Zabern.--Rob verdwijnt.--Ravenski komt met nieuwe bedreigingen.--De Czaar staat aan de grens!
Eenige weken na deze gebeurtenissen liep Felix op een laat uur door de Paleis-tuinen, niet met het doel Elizabeth te ontmoeten, maar aangetrokken door de schoonheid van het maanlicht.
Hij zat eenzaam aan den oever van een met boomen omzoomden vijver, peinzend over de eigenaardige, romantische wending die zijn leven genomen had.
Maar nog iets anders hield zijn gedachten bezig, een raadselachtige zaak, die 't hem onmogelijk was te ontwarren.
Nog slechts enkele minuten geleden had Rob hem verlaten, na hem een mededeeling te hebben gedaan, waarvan hij de beteekenis vergeefs trachtte te vatten.
Rob was bij hem gekomen met een uitdrukking van vreugde op het gelaat.
"Ik heb een plan ontworpen," zei hij, "zóo gewaagd, dat ik zelf aan de mogelijkheid der uitvoering twijfel. Maar ik zal 't beproeven. Gelukt het, dan kan de redding van Czernovië er 't gevolg van zijn."
Natuurlijk had Felix op een nadere verklaring aangedrongen, maar Rob had deze geweigerd.
"Ik wil je mijn plan niet zeggen, omdat ik zeker weet dat je 't me dan zult afraden, uit vrees dat ik mijn leven te zeer bloot stel. En ook, omdat je dan zelf deel er aan zult willen nemen. Het is veel beter dat jij hier blijft, waar je van nut kunt zijn, en dat slechts een van ons beiden zich in de waagschaal stelt. Ik kan gemist worden--jij niet."
Op alle verdere verzoeken van Felix had hij slechts geantwoord:
"Ontneem me deze gelegenheid niet om je te vergelden wat je voor mij gedaan hebt. Morgen verdwijn ik uit Slavowitz. Niemand weet van mijn vertrek, ook Zabern niet. Ik zal hem alleen een schrijven achterlaten, waarin ik hem verzoek, mijn heengaan den schijn van een diplomatieke zending op zijn last te geven. Dan zal men zich niet verwonderen, of argwaan krijgen over mijn vertrek. Geloof me, het is beter dat niemand mijn geheim weet, dan behoef ik ook niemand teleur te stellen als het plan mislukt."
Met deze woorden was Rob heengegaan, Felix verbaasd en ongerust achterlatend.
Een plotseling geritsel in de struiken maakte een einde aan Felix' overpeinzingen, en, opziend, zag hij Elizabeth naast zich staan.
Ze was in een opgewonden stemming, en haar eerste woorden waren:
"Felix--laten we Czernovië verlaten, nog dezen avond, nu dadelijk! Neem me met je mee."
Een oogenblik twijfelde Felix of hij goed verstaan had; toen vroeg hij:
"Wat is er gebeurd, dat je tot zulk een dwaasheid zou brengen?"
"Er blijft ons niet anders over. Hoor wat er vanavond in den Ministerraad is besproken. Ravenski deed de vraag, of het waar was dat ik den Hertog van Bora medegedeeld had hem nooit te zullen huwen. Natuurlijk diende Ravenski als spreekbuis van den Hertog. Zabern en ik waren op deze vraag voorbereid, zooals te begrijpen is, en ik antwoordde dan ook onomwonden, dat het waar was, er bijvoegend dat dit overigens een zaak was die mij alleen aanging, omdat ik wel verplicht was Rusland's toestemming voor een huwelijk in te roepen, doch niet gedwongen kon worden tegen mijn zin te huwen. Daarop volgde de vraag, waarop we geheel niet voorbereid waren, en die ons dan ook zeer verraste: of ik me zou willen verklaren omtrent mijn verhouding tot mijn Particulieren Secretaris. Een oogenblik was ik van zins de vraag hooghartig af te wijzen, maar nu ze eenmaal gesteld was, nu ik voelde dat deze vraag door een afwijzend antwoord niet meer terug te dringen was, integendeel Czernovië als een loopend vuur zou doorkruisen--nu verklaarde ik, voor ik 't eigenlijk zelf besefte, dat ik van zins was mijn Secretaris tot Prins-Gemaal te verheffen--met of zonder toestemming van den Czaar."
"En wat voor indruk maakte dat?" vroeg Felix, in een oogenblik de talrijke en gewichtige gevolgen overziend die Elizabeth's antwoord meebracht.
"Radzivil en Dorislas keken elkaar aan alsof ze zeggen wilden, dat ze dit wel gedacht hadden, de overigen vonden blijkbaar mijn voornemen zeer bedenkelijk; Zabern zweeg en vond 't dus waarschijnlijk beter voorloopig zijn persoonlijke opinie ondergeschikt te maken aan de algemeene."
"En die algemeene opinie was?"
"Dat er van een huwelijk tusschen jou en mij nooit sprake kan zijn. Meer nog: men drong er op aan dat je onmiddellijk Czernovië verlaten zou. Ik wilde dit weigeren, maar Zabern gaf me een teeken om toe te geven. En, als altijd me aan zijn wil onderwerpend, beloofde ik op mijn woord dat je binnen vier-en-twintig uur vertrekken zou. Maar toen ik 't gezegd had, schrok ik voor mijn eigen woorden terug. Ik besloot je te vergezellen als je heen ging--dat kan niemand me verbieden. Ik zal nooit afstand van je doen. Je bent me meer waard dan een vorstinnekroon, ja dan mijn leven. Laten we vluchten Felix, ik smeek het je, laten we Czernovië aan zijn lot overlaten...."
Felix zag, dat ze haar zelfbeheersching geheel verloren had. De zelfbewuste Prinses, die zooveel gevaren moedig onder de oogen had gezien, was veranderd in een smeekende, van ontroering en angst trillende vrouw, wier oogen vol tranen stonden. Hij trachtte haar tot kalmte te brengen, haar de dwaasheid van haar besluit te doen inzien.
"Als je je woord hebt gegeven dat ik vertrekken zal--dan moet ik gaan, en... alleen."
"Zonder mij?" riep Elizabeth. "Wil je daarmee zeggen dat we voor altijd scheiden moeten?"
"Neen, dat nooit. Maar we moeten elkaar tijdelijk vaarwel zeggen. Ik ga, maar jij moet blijven. Bedenk dat je als Vorstin niet aan je zelf, maar aan je volk toebehoort. Als je Czernovië verlaat, geef je den Hertog de kroon, die hij door list en verraad tracht te bemeesteren. Laat dien verrader niet slagen. Geef je vaderland niet over aan zijn tirannie. Dat staat gelijk met de totale triomf van Rusland."
"Die is toch niet ver meer," zei Elizabeth bitter. "Onze gezanten te Berlijn en te Weenen meldden ons, dat Rusland door Oostenrijk en Duitschland is gevolmachtigd naar eigen inzichten met Czernovië te handelen. De annexatie staat voor de deur."
Opeens vormde zich een plan in Felix' hoofd. Misschien kon deze onverwachte verbanning hem van nut zijn. De raadselachtige woorden die Rob dezen avond gesproken had, kwamen hem te binnen, en het was hem of het besluit, waarbij hem het verblijf in Czernovië ontzegd werd, in verband met die woorden een bizondere beteekenis kreeg. Hij was immers verantwoordelijk voor zijn jongen vriend: hij zou hem niet alleen laten gaan. Ook tegen Rob's wil zou hij hem vergezellen.
"Toch zal ik gaan," sprak hij. "Er is een kans, dat Czernovië de Russische wapenen nooit meer te vreezen zal hebben. Die kans is gering, maar beter te wagen en te mislukken, dan nooit iets te wagen. Lukt het plan, waarop ik doel, dan zal het Ministerie me bij terugkomst misschien met vriendelijker oogen aanzien."
Ofschoon Felix zich niet nader over zijn plan wilde uitlaten, toonde hij zooveel vertrouwen in de toekomst, dat Elizabeth ten slotte voor zijn aandrang bezweek en beloofde in zijn wil te zullen berusten.
Nog langen tijd zaten ze bijeen, geen van beiden den moed voelend tot de scheiding. Maar eindelijk scheurde Felix zich los, en met een hoopvol: "tot weerziens" verliet hij Elizabeth, om zich in zijn kamer in het Paleis voor zijn vertrek gereed te maken.
In de vestibule ontmoette hij Zabern, die hem vroeg:
"Dus gaat ge Czernovië verlaten?"
"Het Ministerie wenscht het."
"Maar ge moet terugkomen."
"Wanneer?"
"Op den vooravond der kroning."
"Waarom op dien dag?"
Zabern keek voorzichtig om zich heen, en fluisterde daarna Felix iets in 't oor.
"Is dat dus het plan van den Hertog?" vroeg deze verrast.
"Dat is het. En gij alleen kunt het verijdelen. Dus ge zult er zijn?"
"U kunt op mij rekenen, Maarschalk."
"Goed. Ik verzeker u--_wij_ zullen het laatst lachen. Nog éen ding. Kom morgenochtend, voor ge vertrekt, in mijn studeerkamer."
Felix beloofde te komen, en zocht zijn kamer op, waar hij, na zijn koffer te hebben gepakt, vermoeid in slaap viel.
Den volgenden morgen vond Felix Zabern en Rob in het studeervertrek van den Maarschalk.
"Vóor dat ge vertrekt, meneer de Secretaris," zei Zabern, "wilde ik u nog een verrassing bereiden. U moet weten dat ik sedert eenige weken in drukke correspondentie ben met het Turksch Ministerie van Buitenlandsche Zaken, en wel over de volgende kwestie. Men heeft bij Midia, in het begin van den Dardanellen-Oorlog, acht Engelsche krijgsgevangenen gemaakt, die met een luchtballon aan de kust waren neergedaald en die men voor spionnen hield."
Felix hield met moeite een uitroep van verrassing binnen, en zag Rob aan, wiens gezicht echter onbewegelijk bleef.
"Ik sprak van Engelsche gevangenen," vervolgde Zabern, "maar het schijnt dat het met de opgave der nationaliteit, welke de gevangenen deden, niet in den haak was. Twee hunner, over wie straks nader, herkregen hun vrijheid, maar de andere zes, wier papieren op Engelsche afkomst wezen, hield men in bewaring. Den eersten tijd, toen de oorlog de handen vol gaf, bekommerde men zich weinig om het zestal; later echter, toen er tusschen de Engelsche en Turksche Gouvernementen over uitwisseling van krijgsgevangenen werd onderhandeld, bood men de zes genoemde personen aan in ruil voor den Turkschen generaal Ben Ali Pacha. Toen bleek, dat de Engelsche papieren niet in orde waren en toebehoord hadden aan reeds lang overleden Engelschen. De gevangenen vielen door de mand, en bekenden Hollanders te zijn. Ook deze bewering bleek bij onderzoek onjuist; daar men echter de zes mannen, met wie men eigenlijk geen raad wist, kwijt wilde zijn, werd het onderzoek naar hun herkomst nader voortgezet. Het lag voor de hand, dat men ook in Czernovië informeerde, omdat dit een Hollandsch-sprekende bevolking heeft. Door een toeval werd het schrijven van den Turkschen Minister, bij afwezigheid van onzen Minister van Buitenlandsche Zaken, aan mij ter afdoening in handen gegeven. Ik zou misschien zooveel beteekenis niet aan de zaak hebben gegeven, als niet het Turksche schrijven ook sprak van de twee mannen, die in vrijheid gesteld waren omdat hun papieren in orde waren en zij Hollanders bleken te zijn. Hun signalement paste volkomen op u beiden. Ge begrijpt dat mijn lust tot naspeuren en spionneeren hier een ruim veld vond."
Zabern zweeg een oogenblik, en vermeide zich in de verbazing van Felix, die een poging deed om het geval te verklaren.
"Doe geen moeite, waarde Van Stralen," zei Zabern lachend, Felix nu bij zijn waren naam noemend, "ik ben reeds volkomen ingelicht. Mijn jeugdige Secretaris"--op Rob wijzend--"heeft geen geheimen voor me; hij meende me uw geschiedenis in haar geheel te moeten vertellen, en ik geloof dat hij daar goed aan gedaan heeft."
"Ik geloof het ook, Maarschalk," zei Felix. "U hebt ons zoo dikwijls uw vertrouwen getoond, wij willen nu ook u de bewijzen van het onze geven."
"U begrijpt," ging Zabern voort, "dat veel mij nu duidelijker is geworden. Ook waarom u zulk een goed Czernoviër bent geworden. En u zult het met me eens zijn, dat deze ontdekking van grooten invloed op de hangende gebeurtenissen kan zijn. U hadt gelijk met tot nog toe de geheele geschiedenis geheim te houden; in uw tegenwoordig karakter kunt u de belangen van den Staat ongetwijfeld het beste dienen. Nu het echter tusschen u en den Czaar een kwestie is geworden om het bezit van de Prinses, zal het een groote factor in uw belang zijn, wanneer het patriottisch gedeelte der bevolking op het beslissend oogenblik in u den kleinzoon van den stichter der Republiek herkent, en den rechtmatigen regeerings-pretendent, en als 't weet dat uw verloving met de Prinses reeds van uw jeugd dateert. Dit alles versterkt nog mijn hoop op de toekomst. Maar nu moet ik u nog vertellen hoe het met uw zes vrienden is gegaan. Mijn Secretaris verzocht me hun invrijheidstelling tot elken prijs te bewerken. Met behulp van officiëele papieren--het papier is geduldig onder Zabern's hand!--bewees ik dat de Turksche krijgsgevangenen Czernovische onderdanen waren, en verzocht daarom hun uitlevering. Deze werd toegestaan."
Zabern klapte in de handen, een deur ging open, en--daar traden ze binnen! La, Lo, Mu, Naf, Nef en Nof!
Men kan zich de vreugde van het weerzien voorstellen. Men drukte elkaar wederzijds de hand, vertelde honderd uit, en moest ten slotte door Zabern tot rede gebracht worden, die er op wees dat het reeds naar den middag liep.
La was de eerste, die aangaf wat er nu te doen stond. Hij wist dat Felix weer voor eenigen tijd afscheid moest nemen, en was van oordeel dat deze zelf het best kon beoordeelen hoe en waar hij dien tijd wilde doorbrengen, zoodat hij geheel vrij moest blijven in zijn handelingen. Wat hemzelf en zijn vijf lotgenooten betrof, hun bestemming was als vanzelf aangewezen. Ze zouden zoo spoedig mogelijk en met de snelste vervoermiddelen hun schuilplaats in de Himalaya opzoeken. Daar zou hun eenige en onverpoosde arbeid zijn: het vervaardigen van een nieuwen, maar nog machtiger en vernuftiger ingerichten "Vogel"!
Opnieuw bewonderde Rob de energie en het idealisme van La, die na al zijn teleurstellingen opnieuw zichzelf, zijn kennis en zijn fortuin in dienst van de wetenschap en het vaderland stelde. Ja, met zulke mannen kon een land tot bloei gebracht worden; hij voelde het: de terugkeer van La en zijn metgezellen beteekende de terugkeer van Czernovië's bloei en grootheid, met hen zou de victorie beginnen!
"Heeft men hier niets van jullie terugkomst gemerkt?" vroeg Felix.
"Niets. We zijn gisteren middag ongemerkt binnen het paleis gebracht, niet waar Maarschalk?"
"Als galeiboeven!" lachte Zabern. "In een gesloten dievenwagen! Maar ik meende er u een dienst mee te bewijzen."
Daarmee was men 't eens. Voorloopig bleef geheimhouding gewenscht, en daarom besloten de zes mannen dan ook spoedig en onbemerkt te vertrekken. Zij namen afscheid, en enkele uren daarna vernam het Ministerie dat de Secretaris der Prinses Czernovië had verlaten, zonder dat iemand, ook Elizabeth niet, wist waarheen hij vertrokken was.
Even nadat Felix van den Maarschalk afscheid genomen had, liet deze vergeefs een paar malen zijn Secretaris, die zijn vriend uitgeleide gedaan had, verzoeken bij hem te komen.
Men zocht in Rob's kamer, in de Paleistuinen--maar Rob was niet te vinden.
Ofschoon dit den Maarschalk verwonderde, daar Rob wist dat zijn diensten dien dag nog verlangd konden worden, en de jeugdige Secretaris overigens het voorbeeld zelve van stiptheid was, dacht hij er verder niet over na, vertrouwende dat het geval zich zoo aanstonds wel ophelderen zou.
Terwijl hij echter op zijn schrijftafel eenige brieven rangschikte, viel zijn oog op een couvert, waarop in Rob's handschrift zijn adres was gesteld.
Den brief openend, las hij tot zijn verbazing het volgende:
"Excellentie,
"Ik heb een plan gevormd in het belang van Czernovië. Vergeef me dat ik u den inhoud niet meedeelde en zonder uw toestemming vertrek. Ik heb daar ernstige redenen voor, die ik u--zoo ik in leven blijf--later zal mededeelen. Hoe ook de uitslag zij, deze zal bewijzen dat ik de Prinses, het vaderland en u, Maarschalk, getrouw ben geweest.
"Ten einde geheel vrij in mijn handelingen te zijn, geef ik u in overweging mijn afwezigheid te verklaren door een diplomatieke zending uwerzijds.
Robert Rensma."
Zabern's verbazing duurde nooit lang, en ook ditmaal nam hij de omstandigheden weldra voor wat ze waren.
"Mijn menschenkennis moet me al zeer bedriegen," sprak hij tot zichzelf, "als die jonge Hollander niet drommels goed weet wat hij doet. Ik zal hem z'n gang laten gaan. Wie zal zeggen wat hij nog voor wonderen weet te bewerken? Want 'n wonder hebben we noodig om Czernovië te redden. Het beste is, hier maar niet al te zeer op te rekenen--dan kan 't niet anders dan meevallen!"
Dienzelfden avond was er opnieuw een vergadering van den Ministerraad, door Elizabeth gepresideerd. Het gold de bespreking van een schrijven, door de Russische Regeering gezonden, en waarin de ceremoniën omschreven werden die men bij de kroningsplechtigheid wilde zien in acht nemen.
Het schrijven behelsde tot in details alle bizonderheden, waaronder er waren van zulken zonderlingen, verouderden aard, dat Elizabeth er eerst om geglimlacht had en er daarna eenigszins mee verlegen was geweest. Ze had zich een eenvoudige kerkelijke kroning voorgesteld, waarbij de eed op het Charter al de voornaamste plechtigheid zou uitmaken, en nu verraste het Russisch schrijven haar met een menigte voorschriften, waarvan de meesten op oude overleveringen en bijgeloovige gebruiken berustten.
Zabern had de schouders opgehaald, toen Elizabeth hem vroeg wat hij er van dacht.
"Ik ken die kronings-formulieren," zei hij, "Rusland schrijft ze altijd voor bij dergelijke gelegenheden; soms, als de betrokken persoon voor die middeleeuwsche gebruiken voelt, volgt men ze op, maar doorgaans wordt er de hand mee gelicht. We zullen zien wat de Ministerraad er van zegt."
Het stuk werd in den Raad voorgelezen; er werd bepaald welke personen met de leiding van het geheel en die der onderdeelen zouden worden belast, en daarna kwamen de voorgeschreven gebruiken ter sprake.
Onder meer was bepaald, dat er een zoogenaamde kampioen moest worden aangewezen, die, vóor de Prinses de kroon ontving, zich voor den troon moest opstellen, een handschoen neerwerpen, en ieder die de Prinses het recht op de kroon zou willen betwisten, tot een gevecht uitdagen.
"Natuurlijk," zei Radzivil, nadat hij dit had voorgelezen, "is dit niets dan een vorm, wordt er slechts een symbolische handeling mee bedoeld. Daar de Czaar zelf uw kroning wenscht, zal geen Russisch-gezinde er zich tegen verzetten, en de Czernoviërs zullen het natuurlijk nog minder doen."
"Maar als het slechts een vorm is," zei Elizabeth met een medelijdenden glimlach, "zouden we dan zulk een kinderachtig oud gebruik niet achterwege laten?"
Dit voorstel vond eenige tegenkanting bij Ravenski en de andere verdachte leden van het Kabinet, die van oordeel waren dat de wil van den Czaar tot in kleinigheden moest worden uitgevoerd.
"Maar wat zouden daar dan de gevolgen van zijn?" riep Elizabeth. "Stel, dat iemand zoo dwaas is den handschoen op te rapen en de uitdaging aan te nemen, dan moet volgens de letter der voorschriften het gevecht plaats hebben. Maar als nu de kampioen valt, zou dan de Prinses van haar waardigheid afstand moeten doen? Dat is toch al te dwaas!"
Men scheen dit in te zien, ofschoon Zabern tot Elizabeth's verbazing zich met geen enkel woord in de discussie mengde, en ten slotte kwam men overeen onder meer ook dit gedeelte van de kroningsplechtigheid te doen vervallen.
Nadat nog verscheiden andere zaken waren geregeld, die de kroning betroffen, ging de vergadering uiteen.
Eenige tijd ging nu zonder bizondere voorvallen voorbij.
Twee dagen voor de kroning echter ontving Elizabeth een bezoek van Ravenski. Deze verrader had haar geruimen tijd met rust gelaten, maar alleen om daarna met te meer zekerheid zijn slag te slaan.
Met een brutaliteit, sommige laffe menschen eigen, kwam hij op zijn vroegere voorstellen terug. Hij wees er op, dat men in Rusland Elizabeth's weigering om den Hertog van Bora te huwen, schijnbaar zonder protest had aangenomen, maar hij waarschuwde haar dat de Czaar zich voorbereidde haar voor die daad te doen boeten.
"Reken er op Prinses, dat uw kroningsfeest een doodsfeest zal worden, zoo ge uw weigering niet intrekt. Door openlijk te erkennen, wat tot nog toe door middel van mijn fonograaf alleen mij bekend was, hebt ge mijn plan met de drie gezegelde pakketten van nul en geener waarde gemaakt. Ik heb mij daardoor echter niet laten overbluffen. Alle maatregelen tot uw ondergang zijn getroffen. Daarom vraag ik u voor de laatste maal: doe afstand van de regeering, volg mij als mijn vrouw--het is het eenige middel om uw leven te redden."
Opnieuw wees Elizabeth zijn beleedigend voorstel van de hand, en beval den Minister zelf onmiddellijk te vertrekken, wilde hij niet door haar lijfwacht gearresteerd worden.
Maar Ravenski beantwoordde haar bedreiging met een smalenden glimlach.
"Arresteer mij, Prinses," zei hij, "maar weet dat, zoodra mijn gevangenneming bekend wordt, een mijner handlangers den Czaar het bewijs levert, dat het Charter, waarop ge uw kroningseed zult zweren, valsch is. Daarmee zal de annexatie een voldongen feit zijn."
"Het Charter valsch! Ge weet niet wat ge zegt. Goed, lever dat bewijs als ge kunt! Het zal u niet gelukken. Ik spot met uw bedreigingen, die slechts dienen om mij een ongegronde vrees aan te jagen, En nu nogmaals: ga heen, of de grenadiers van mijn lijfwacht zullen u gehoorzaamheid leeren!"
Met den smalenden glimlach nog op de lippen ging Ravenski zwijgend heen.
Toen hij vertrokken was, voelde Elizabeth zich onwillekeurig onder den indruk van zijn woorden. Aan den eenen kant wist ze, dat hij haar slechts angst wilde aanjagen, want er was immers geen sprake van: het Charter, echt en onvervalscht, berustte veilig en wel in de Bank. Aan den anderen kant echter miste ze den moed Ravenski voor zijn beleedigend gedrag te doen straffen; hij had zoo dreigend en met zulk een zekerheid gesproken, dat ze niet nalaten kon een verborgen beteekenis aan zijn woorden te hechten. Zou er misschien inderdaad met het Charter iets niet in orde zijn? Waarom, zoo herinnerde zij zich nu, had Zabern er zoo op aangedrongen, dat ze Orloff dit document in geen geval toonen zou?
Ze besloot den Maarschalk in dezen twijfel om raad te vragen.
Een onverwachte gebeurtenis kwam echter dit voornemen op den achtergrond dringen.
In den vroegen morgen van den dag die aan de kroning voorafging, lieten Radzivil en Zabern zich bij de Prinses aandienen.
"Hoogheid," zeide de Premier, "een Russisch leger van honderdduizend man trekt samen bij Zamoska."
Zamoska, geen zes mijlen van de Czernovische grens!
"Een Russisch leger bij Zamoska?" herhaalde Elizabeth.
"En aangevoerd door den Czaar in persoon."
"Wat heeft de Czaar voor met een revue over zijn troepen zoo dicht bij onze grenzen?"
"Toen het nieuws ons gisteravond bereikte," vervolgde Radzivil, "wilden we U niet in Uw slaap storen. Ik veroorloofde me daarom uit Uw naam den Czaar opheldering te doen vragen omtrent dit verzamelen van troepen bij onze grens."
"Daar deed ge goed mee. Is de boodschapper terug?"
"Zoo juist. Hij ontving als verklaring het bericht dat enkele Russische afdeelingen zich bij Zamoska vereenigden voor de herfstmanoeuvres."
"U gelooft dat toch niet?" vroeg Elizabeth aan Zabern.
"Zeker niet, Prinses. Ge zult U op het ergste moeten voorbereiden. Naar mijn overtuiging maakt de Czaar zich gereed U na Uw kroning met geweld van wapenen den volgenden eisch te stellen: den Hertog van Bora te huwen. Ge weet wat dit beteekent en waarvan dat huwelijk het voorspel zou zijn."
"Maar met welk recht wil de Czaar dien eisch stellen!" riep Elizabeth met fonkelende oogen. "Met welk recht?"