Van Schooljongen Tot Koning Een Verhaal Samengesteld Uit De Aan

Chapter 20

Chapter 203,752 wordsPublic domain

Zabern was de eerste, die naar oud Poolsch gebruik zijn zwaard trok en dit als beschermend boven Elizabeth's hoofd uitstrekte; ofschoon dit geen Czernovische gewoonte was, voelden de overige aanwezigen zich onwillekeurig meegesleept door deze uiting van ridderlijk eerbetoon. Een dubbele rij vormend, volgde men zijn voorbeeld, en de schoone heerscheres verliet, met een glimlach en een blos, onder dit veilig gewelf van blinkende klingen de zaal, nagejuicht door kreten van: "Leve de Prinses!"

Zij had een diplomatische overwinning op Rusland behaald, maar niemand wist beter dan zij dat deze slechts tijdelijk was, en dat Rusland elke gelegenheid zou aangrijpen om een nieuwen aanval te wagen.

Het gezelschap verspreidde zich. Orloff vertrok onmiddellijk naar St. Petersburg. De Hertog, met wrok in het hart, volgde de Prinses naar haar studeervertrek, ten einde eens voor al uit haar eigen mond te vernemen, of zij inderdaad voornemens was van een huwelijk met hem af te zien. De Ministers zochten den Hoftuin op, waar zij het gebeurde bespraken.

"De Czaar zal zich daar niet bij neerleggen," zei Radzivil, "en toch kon de Prinses moeielijk anders spreken, wilde zij haar waardigheid ophouden."

"Hebt ge op de twee verraders gelet?" zei Zabern tegen Felix, die met hem in de Troonzaal was achtergebleven. "Ze zullen nu wel aan het succes van hun complot gaan twijfelen. En Orloff is zoo goed als overtuigd, dat het Charter nog ongedeerd is."

"Toch heeft hij vermoedens, vrees ik," zei Felix. "U hebt de moeielijkheid verschoven, doch tijdelijk. Wat zal er gebeuren, als het Charter op den kroningsdag ontbreekt? En is eigenlijk die kroning op zichzelf niet een gevaarlijk ding?"

"Ach," antwoordde Zabern luchtig. "Komt tijd, komt raad. Ik zal er wel wat op vinden. En wat die kroning betreft--zoo iets bedreigde ons elken dag. Het bericht kwam alleen wat vroeger en onverwachter dan ik gedacht had. De kroning is natuurlijk het voorspel van het huwelijk--of van een annexatie. Maar zoover zijn we nog niet!"

"Veroorloof me nog een vraag. Gelooft u, dat de Hertog de eenige verrader is in het Kabinet?"

"Geen oogenblik," lachte Zabern. "Er is nog een tweede vogel dien ik knippen wil. En de Prinses weet even goed als gij wien ik bedoel--Ravenski!"

"U weet alles, Maarschalk!"

"Heel veel ten minste. Ik wist alleen tot nu toe niet, wat de Prinses mij eerst gisteren meedeelde, en wat zij ook u had verteld: het tooneel dat tusschen haar en Ravenski plaats greep. Wel, Ravenski beteekent als tegenstander niet veel. Bovendien staat zijn verraad op zichzelf. Hij tracht alleen zijn eigen persoon te bevoordeelen. Laat hem maar aan mij over."

Daarna, als waren al deze dreigende gevaren van weinig gewicht, ging de Maarschalk luchtig op een ander onderwerp over:

"Zie ik u vanavond op het bal masqué?"

"Zonder twijfel," antwoordde Felix. Had de Prinses, die in haar costuum en achter haar masker onherkenbaar zou zijn, niet beloofd met hem te dansen? "Maar zult u er zijn, Maarschalk?" ging hij voort. "Ik dacht niet dat u een man voor muziek en dans was!"

"Dat ben ik ook niet. Maar de maskerade, die vanavond op bevel der Prinses gegeven wordt, is iets meer dan louter een feest. Ook op een bal sluit men de politiek niet buiten. Maar ge zult het wel zien. Let op mijn woorden: op het bal van dezen avond zal de geschiedenis van Czernovië geschreven worden. Tot ziens!"

Met deze woorden ging Zabern heen, en zocht de kamer op waar hij Katina had achtergelaten.

Hij vond haar in nadenken verzonken bij het venster zitten; een revolver lag naast haar. Hij had verwacht met onstuimige verwijten ontvangen te zullen worden; in plaats daarvan zag ze hem met een blijden glans in de oogen aan. Zabern verwonderde zich over die merkwaardige verandering.

"Je gevangenschap is geëindigd, Katina," zei hij vriendelijk. "Orloff is vertrokken."

"Ik weet het," antwoordde ze, "want ik heb hem zien gaan. Hij nam zijn weg door den tuin, en van uit dit venster kon ik hem duidelijk waarnemen. O, Maarschalk Zabern"--Katina tikte met den vinger op de revolver--"dat was niet handig van u, mij mijn wapen niet te ontnemen!"

"En waarom maakte je er geen gebruik van?" vroeg Zabern, die voelde den steek te verdienen. "Deed de gedachte aan Czernovië..."

Katina verborg haar gelaat in de handen.

"Het was zelfzuchtig van me--maar, neen, niet het heil van Czernovië weerhield mijn hand. Iets... iemand anders."

"Iemand? Iemand, die zooveel invloed op je heeft, dat..."

Katina knikte zwijgend. Daarna zag ze Zabern in de oogen, en vulde zijn woorden aan:

"Iemand, dien ik zoo liefheb, dat ik om zijnentwil zelfs mijn wraak ondergeschikt maakte aan zijn verlangen."

"Dus jij, Katina--de wraakzuchtige, onbesuisde Katina--je bent ontvankelijk voor die zachtere gevoelens?"

"Hebt ge daaraan ooit getwijfeld?"

"Ik had me er aan gewend, te denken dat je hierin evenzoo zou zijn als ik--ongevoelig voor alles, behalve voor onze liefde tot het vaderland!"

"En is dat waarlijk zoo, Maarschalk? Is er in uw hart werkelijk voor zachtere gevoelens geen plaats? Zou zij, die u liefheeft, nooit op wederliefde mogen hopen?"

Er was een oogenblik stilte.

Toen scheen het, alsof Zabern, de stoere, ruwe Zabern, die nooit vrees had gekend, die gespot had met dood en gevaar--alsof die sterke man zwak was geworden als een kind.

"Katina!" was 't eenige wat hij stamelen kon. En op de knieën neervallend verborg hij het hoofd in haar schoot.

"Dus mij heb je lief. Mij, den leelijken ouden kerel met éen hand, en een verweerd gezicht vol sabelhouwen! En dat terwijl duizend jonge Czernoviërs op leven en dood zouden willen vechten om jou als bruid te verwerven!"

"Maar geen van hen is immers als Zabern!" zei Katina, in haar verwarring blozend en bevend tegenover een aandoening, sterker dan ze ooit in haar leven gevoeld had.

Zabern drukte haar in zijn armen.

"Katina," sprak hij, en nooit had ze geweten dat zijn stem zoo zacht en welluidend kon klinken, "Katina, kus me!"

Zoo waren dan deze twee onwrikbare, onoverwinnelijke menschen in enkele oogenblikken weerloos gemaakt en tot slaven van een macht, die sterker is dan alle Zaberns en Katina's ter wereld: de Liefde!

Nog geruimen tijd zaten ze te samen, en de Maarschalk ging zoo geheel in deze voor hem nieuwe gewaarwordingen op, dat, toen op zeker oogenblik een Secretaris aan de deur klopte, meldend dat hij regeeringsbrieven te overhandigen had, Zabern alle politiek vergat en den Secretaris toeriep, de papieren aan den duivel te brengen.

"Dat blijft in de familie," mompelde de verschrikte Secretaris, terwijl hij, verwonderd over dezen uitval, heenging.

"Ik geloof toch wel," zei Katina, "dat dit prettiger is dan opgehangen te worden voor het dooden van Orloff!"

"Dat is het zeker," antwoordde Zabern. "En het doodschieten van Orloff zou bovendien een veel te lichte straf voor hem geweest zijn. Ik weet iets anders voor hem. En daarbij heb ik jou hulp noodig."

"Als ik er toe in staat ben, beschik dan over me."

"Je hebt slechts je pen te gebruiken om me te helpen. Luister hoe. Maar bedenk, dat ik je een staatsgeheim toevertrouw, dat zelfs de Prinses en het Kabinet onbekend is."

Zabern zette haar nu zijn plan uiteen, eindigend met de woorden:

"Nu begrijp je dus hoe je me helpen kunt?"

"O Ladislas!" zeide ze, ernstig het hoofd schuddend, "ik geloof dat je me toch aan de galg wilt brengen!"

"Dat zal je meevallen!" lachte Zabern. "Dit plan is het eenig mogelijke om Czernovië te bevrijden. Slechts jij en ik mogen het weten, en niemand zal het zoo goed als jij kunnen uitvoeren. Je zult het dus doen?"

"Ik zal alles doen wat je me vraagt," antwoordde Katina eenvoudig.

Dadelijk na haar vertrek schreef Zabern een brief van den volgenden inhoud:

"Waarde Ludovski,

"Mijn onderzoekingen in Warschau hebben, na zeer veel mislukkingen, zooveel succes gehad, dat ik de zekerheid heb binnen enkele maanden u de familiepapieren te kunnen verschaffen, die Orloff bij uw verbanning had achtergehouden. Dan zal het zeer eenvoudig zijn u uw rechtmatigen titel van Graaf Boris Ludovski te doen hergeven, en keert ge tot uw vroegere waardigheden terug. Nog slechts kort zult ge de drievoudige ellende behoeven te dragen arm, verloochend en bewoner van een armzalige herberg te zijn; een woning, u en de uwen waardig, wacht u in Slavowitz. Uw benoeming tot een eervolle staatsbetrekking, waaraan een zeer ruime bezoldiging verbonden is, ligt gereed en is geheel overeenkomstig uw talenten en aspiratiën.

"Bedank mij niet. Ik heb mijzelf de onevenredig groote belooning voor dezen geringen dienst reeds verzekerd; uw dochter Katina zal u hedenavond bij haar thuiskomst wel mededeelen waarin deze bestaat.

"Geloof mij nu en steeds de trouwe vriend uit uw jeugd

Ladislas Zabern."

Snel sloot Zabern dit schrijven in een envelop, belde, en zei tot den binnentredenden ordonnans:

"Te paard, Nikita, en in galop naar de herberg van Ludovski. Breng hem dezen brief."

TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

EEN GEMASKERD BAL.

Het wetsontwerp-Lipski.--Prinses Elizabeth teekent een contract.--De schatten van het St. Nicolaas-Klooster.--Iedereen verliest den moed, behalve Zabern.

Het was zeven uur in den avond. Het bal masqué waarvan Felix met Zabern sprak, zou te tien uur beginnen. Weinig vermoedden Felix en Katina, toen zij gedeeltelijk in Zabern's plannen werden ingewijd, dat er een zeer nauw verband bestond tusschen dit bal en de Kamerzitting, die van half acht tot half tien gehouden zou worden.

Toch was dit zoo; niemand was daarvan beter op de hoogte dan Zabern, die uit de geheime depêche van Orloff meer gelezen had dan Rob en Felix er uit begrepen hadden. In deze zitting toch zou de afgevaardigde Lipski een wetsontwerp indienen, om, in overweging nemende de daling der rijksinkomsten en de zware lasten die voor versterking van levende en doode weermiddelen geëischt werden, voortaan de kloosters, die tot nog toe door den fiscus ongemoeid werden gelaten, te verplichten tot een bijdrage aan 's lands schatkist.

Dit wetsvoorstel zag er eenvoudig en vrij onschuldig uit; in den mond van een Russischgezind afgevaardigde klonk het zelfs zeer belangeloos, wanneer men in aanmerking nam dat het tegemoet wenschte te komen aan militaire uitgaven, die toch allereerst versterking van de Russische grens ten doel hadden. Bovendien zouden ook de meeste Czernovische afgevaardigden het voorstel, oppervlakkig beschouwd, zeer billijk achten. Het budget van Dorislas was dit jaar onmatig hoog, er moest op alle geoorloofde manieren geld verschaft worden. Al meermalen was daartoe het voorstel geopperd, de kloosters te belasten, en nu Lipski de eerste was die den moed had een daartoe strekkend ontwerp in te dienen, zou men hem zeer zeker toejuichen. Het oude gebruik, geen belasting te heffen van de vrij talrijke kloosters--die meerendeels bewoond werden door uit omringende staten onverdraagzaam verdreven monniken, aan wie Czernovië, waar de godsdienst geheel vrij was, toevlucht had verleend--dat oude gebruik was niet rechtvaardig. Enkele kloosters waren zeer rijk; waarom zouden zij niet naar mate van krachten bijdragen in de lasten van een land, dat hun gastvrijheid verleende?

Zabern, en enkele ingewijden met hem, wisten echter welke list achter Lipski's optreden verscholen was; door den cijferbrief gewaarschuwd, zou hij Lipski het genoegen ontnemen hem onverwacht met zijn voorstel op het lijf te vallen--waarvan de afgevaardigde zich natuurlijk te voren een feest had gemaakt--en bovendien had hij daardoor de gelegenheid gehad zich tegen de in te dienen wet te wapenen.

Hoe een en ander in zijn werk ging, en welk listig doel Lipski met zijn voorstel beoogde, zullen we uit het volgende vernemen.

Te halfacht opende Brunowski de Kamerzitting. Met de behandeling van allerlei onderwerpen was het negen uur geworden. Daar Lipski zich onder de laatste sprekers had doen inschrijven, vermoedde Zabern dat hij opzettelijk eerst tegen het einde der vergadering aan het woord wilde komen, om een uitgebreid debat over zijn voorstel tegen te gaan, dit onmiddellijk verwezen te zien naar een commissie van onderzoek, en dan de beraadslaging in een eerstvolgende zitting te doen plaats hebben.

Toen nu de President eenige adressen en andere stukken van ondergeschikt belang aan de orde wilde stellen, nam Zabern het woord en vroeg, tot verbazing der vergadering, of het niet gewenscht was, wegens de belangrijkheid van het onderwerp, eerst het voorstel van den afgevaardigde Lipski ter tafel te brengen, strekkende tot heffing eener belasting op de eigendommen der Czernovische kloosters.

Lipski, klaarblijkelijk verrast: "Zou ik mogen weten, hoe de Minister van Justitie zoo juist is ingelicht omtrent den inhoud van mijn voorstel?"

Zabern, droogjes: "Heb ik mijn mond voorbijgepraat? Was uw onderwerp een geheim?"

Lipski: "Het lag in mijn bedoeling de Kamer aangenaam te verrassen."

Zabern: "En nu heb ik u de vreugde van die verrassing ontnomen! Dat spijt me."

Lipski: "Het spijt _mij_, dat men me klaarblijkelijk bespionneert; de geheimen van mijn studeerkamer schijnen zelfs niet meer voor het schrikbewind van den Minister van Justitie veilig te zijn."

Zabern: "U vleit me. Ik heb inderdaad een uitstekend corps spionnen. Gaarne geef ik u echter de verzekering, dat uw schrijftafel de eenige plaats is, waar zij nog niet zijn doorgedrongen. Maar misschien zal ik ook daarin spoedig slagen." (Gelach).

Lipski, woedend: "Ik vraag, hoe u er achter bent gekomen!"

Zabern, verlegenheid veinzend: "Ik weet 't waarlijk niet meer.... Laat ik me eens bedenken--heb ik 't niet in de Kolokol gelezen?" (Gelach).

De Voorzitter: "Heeren, we kunnen deze kwestie laten rusten. De afgevaardigde Lipski zal zijn voorstel in 't openbaar behandelen; wat zoo straks door ons allen vernomen wordt, en nog heden avond door alle nieuwsbladen verspreid, kan men bezwaarlijk een geheim noemen. Hoe de Minister van Justitie den inhoud van het ontwerp te weten is gekomen, is van geheel ondergeschikt belang, daar hij, geen geheim geschonden hebbende, eenvoudig den loop der beraadslagingen eenigszins vooruitgeloopen is. Verlangt iemand hieromtrent nog het woord?"

Lipski, driftig: "Ik verlang een nadere verklaring van den Minister!"

Zabern: "De beste verklaring lijkt me deze: ik ontvang dagelijks zooveel inlichtingen, dat ik niet op elk oogenblik precies kan opgeven hoe ik aan mijn gegevens kom. Het is best mogelijk, dat ik niet langs rechtstreekschen weg den inhoud van het ontwerp ben te weten gekomen--ik herinner me dat waarlijk niet meer. Maar als ik den geachten afgevaardigde van Russograd daarmee kan gerust stellen, verklaar ik gaarne, dat ik aan de omtrent hem ontvangen inlichtingen hoegenaamd geen waarde heb gehecht. (Gelach). Zeker niet genoeg waarde, om een langdurige discussie als deze te rechtvaardigen." (Daverend gelach).

De Voorzitter: "De afgevaardigde Lipski heeft het woord voor de door hem aangekondigde rede."

Lipski, die al de helft van zijn succes verloren zag, zette nu kort de bedoeling van zijn ontwerp uiteen. Zooals Zabern wel verwacht had, werd het met instemming door het meerendeel der leden ontvangen. Er werd een commissie benoemd, de beraadslaging werd voor de volgende samenkomst bestemd, en daarna haastten zij, die het bal zouden bijwonen, zich hun costuum te gaan aantrekken.

Om tien uur waren de zalen en tuinen van het Paleis reeds vol vroolijke gasten. Het middelpunt der feestelijkheid was de ruime balzaal, waar het schitterende licht der gouden candelabres de talrijke veelkleurige costuums bescheen.

Onder de menigte bevond zich Felix, overal zoekend naar de gemaskerde Elizabeth, die hem niet had willen zeggen welk costuum zij aantrok, en schertsend had opgemerkt dat hij, zoo hij haar werkelijk liefhad, haar ook in elke vermomming zou terugvinden.

Terwijl hij zich door de zaal bewoog, trok hij menigen nieuwsgierigen blik tot zich, want zoowel zijn forsche figuur als zijn prachtig costuum vestigden onwillekeurig de aandacht op hem. Hij had zich een Oud-Hollandsche kleedij gekozen; een breedgerande hoed met wapperende veeren dekte zijn blonden krulpruik; een sierlijke fluweelen mantel hing in gracieuse plooien van zijn schouders, die door een kraag van echte Vlaamsche kant waren omsloten; de beenen staken in hooge bruin-lederen laarzen, en zijn hand leunde op het met diamanten bezette gevest van den degen. Ongetwijfeld was hij onder de vele kranige figuren de kranigste, en telkens werd er fluisterend gevraagd wie hij wel zijn kon.

Eindelijk kreeg Felix een slanke vrouwengestalte in het oog, omhuld door het zilvergrijze nonnenkleed, die eenzaam in een deuropening stond, welke naar de balzaal leidde. Hij kwam naderbij, en toen de non opeens het hoofd naar hem toewendde, hem door de kijkgaten van haar masker een blik toewerpend, twijfelde hij er geen oogwenk aan wie zij was.

"Waarom zulk een somber costuum?" vroeg hij.

"Is dit costuum niet het teeken der onschuld?"

"Zeker--maar ook beteekent het: afstand doen van de liefde!"

"En waarom zou ik daarvan geen afstand doen?"

"Omdat je mij trouw gezworen hebt!"

"Ah, Felix--dus je hebt me herkend," fluisterde Elizabeth, glimlachend onder haar masker. "En nu vraag ik op mijn beurt: waartoe dit Oud-Hollandsch costuum?"

"Omdat ik meende jou daarmee het meest genoegen te doen."

"En je hebt het goed geraden! Juist vanavond krijgt het een eigenaardige beteekenis--spoedig zal je begrijpen waarom. Ga mee naar het terras."

Felix legde haar arm in de zijne, en leidde haar uit de woelige balzaal naar het rustige marmeren terras, waar hij in een afgelegen hoekje naast haar ging zitten.

Het was een heerlijke zomernacht. De lucht was zuiver en zoel; het klateren van talrijke fonteinen klonk als muziek. De zilveren maansikkel, scherp tegen een donkerblauwen hemel afstekend, en de gekleurde lampjes die overal tusschen het groen gloeiden, verspreidden een poëtisch, tooverachtig licht.

Ze hadden eenigen tijd zoo gezeten, zelfs achter hun vermomming de grootste voorzichtigheid betrachtend, omdat Zabern verzekerd had dat er Russische spionnen in de zaal waren, toen Elizabeth opeens uitriep:

"Ah--wie komt daar?"

Felix voelde haar arm in den zijne trillen, toen langs het door de maan verlichte terras een hooge, statige figuur, in een monnikspij gekleed, langzaam het tweetal naderde. Zijn pij was in kleur geheel gelijk aan die van Elizabeth, en evenals de hare op elken schouder van een rood kruis voorzien.

Toen de monnik voor hen stond, zag hij Elizabeth eenige oogenblikken aandachtig aan, en vroeg toen:

"Mag een broeder eenige woorden richten tot een zuster van dezelfde orde?"

"Zijn wij van dezelfde orde?"

"Kunnen de bewoners van het St. Nicolaas-klooster zich in elkaar vergissen?"

"Felix," fluisterde zij, "ik moet dien man enkele oogenblikken alleen spreken. Wacht hier."

De Prinses stond op, en liep met den monnik al pratend het terras op en neer, terwijl ze telkens Felix voorbij gingen.

Ofschoon dit gedrag van Elizabeth vreemd leek, giste Felix toch de reden. Hij wist dat het St. Nicolaasklooster het groote gebouw met de zingende monniken was, dat Katina hem op hun rit in de troïka gewezen had. Ook kende hij de bewoners van dat klooster als onverzoenlijken, die reikhalzend uitzagen naar het oogenblik waarop ze van de Russische overheersching zouden worden bevrijd. Felix vermoedde dus, dat deze gemaskerde een monnik was, uit dat geheimzinnig klooster met de een of andere gewichtige mededeeling gezonden.

Het gesprek, waarvan hij geen woord kon afluisteren, duurde ongeveer een kwartier, en eindigde daarmee, dat de monnik de Prinses eenige papieren overhandigde, die zij zoo snel in haar pij verborg, dat Felix eigenlijk niet wist of hij goed gezien had of niet.

Daarna sloop de monnik weg, en de Prinses keerde bij Felix terug.

Eer hij den tijd had Elizabeth te vragen wat dit voorval beteekende, zag hij tot zijn verbazing een tweeden gemaskerden broeder naderen. Hij was geheel gekleed als de vorige, zoodat Felix eerst meende dat het dezelfde was, maar weldra zag hij dat deze nieuwe bezoeker kleiner was en steviger gebouwd. Zonder twijfel wilde ook hij de Prinses om een onderhoud verzoeken. Hoe lang zou dit zoo voortgaan?

Elizabeth raadde zijn gedachte, en glimlachte onder de zijden franje van haar masker.

"Geduld," fluisterde ze. "Dit is de tweede en laatste. Daar komt Maarschalk Zabern aan, hij zal je alles uitleggen."

Bij de nadering van den monnik werden dezelfde woorden van zooeven gewisseld, blijkbaar een afgesproken herkenningsteeken, en daarna stond Elizabeth wederom op om naast den monnik op het terras heen en weer te loopen.

Een oogenblik later verscheen wederom iemand op het tooneel, in wien Felix, trots domino en masker, den Maarschalk herkende.

Zabern ging naast hem zitten, en richtte de blikken op de Prinses, die op eenigen afstand over de balustrade van het terras leunde, klaarblijkelijk bezig iets te schrijven.

"Wat denkt ge dat de prinses op 't oogenblik doet?" vroeg Zabern.

"Het lijkt wel of ze haar naam in het balboekje van een danser schrijft--maar dat zal zeker 't geval niet zijn?"

"Meneer de Secretaris," zei de Maarschalk nadrukkelijk, "ge zijt getuige van een gebeurtenis, die voorbestemd is de kaart van Europa te wijzigen. De Prinses teekent een geheim verdrag met Leopold Kossuth, den kleinzoon van Lodewijk Kossuth, den ongekroonden Koning van Hongarije."

De verbazing van Felix laat zich niet beschrijven, en hij drong bij den Maarschalk op naderen uitleg aan.

"Sedert eenige maanden," vervolgde Zabern, "heb ik een onderneming op touw gezet, die een gezamenlijken opstand van Polen, Hongarije en Czernovië ten doel heeft. Het oogenblik van uitvoering is zeer nabij. Alles is gereed. De Prinses, die aan het hoofd der beweging staat, heeft reeds een verdrag met den leider der Poolsche bondgenooten geteekend. Die twee monniken zijn onze geheime agenten. De eerste is een Pool, die documenten uit het hoofdkwartier der patriotten te Warschau overbracht. De tweede is een Hongaar uit Buda, die belast is met de onderhandelingen met Kossuth. De maskerade van dezen avond werd gehouden om het naderen der Prinses mogelijk te maken, daar geen andere manier de vermoedens der ons omringende spionnen zoo afleidt. De verrader Bora, die op het oogenblik in de balzaal alle dames het hof maakt, vermoedt weinig wat op zoo korten afstand van hem gebeurt."

"Maar denkt ge dat die drie landen het tegenover de macht van Oostenrijk en Rusland zullen winnen?"

"Ongetwijfeld. Hongarije houdt Oostenrijk in bedwang; Polen en Czernovië bedreigen Rusland, en het lijdt geen twijfel of meerdere Balkanstaten zullen ons te hulp snellen. Bovendien vinden wij een zeer sterken bondgenoot in de omstandigheid, dat Engeland op het punt is Rusland den oorlog te verklaren in Mandschoerije, waardoor talrijke troepen naar de Aziatische grenzen geschoven moeten worden."

"En het geld?"

"Stroomt ons bij millioenen toe, vooral uit Polen, waar de minste boer zijn laatste kopeke gegeven heeft. Ook de financiëele steun van Finland is niet gering te achten. Ja, het is zelfs vrij zeker, dat ook de Finnen naar de wapens zullen grijpen. Behalve over een sterk leger, beschikken we dus ook over een enorme oorlogskas, wat welbeschouwd de hoofdzaak is."

"En waar worden die schatten bewaard?"

"In het St. Nicolaas-klooster."

"Als dan de wet van Lipski er door komt, waarvan ik vanavond hoorde vertellen, zou men zich wel eens kunnen verwonderen over den grooten rijkdom van dat klooster," merkte Felix op.