Van Schooljongen Tot Koning Een Verhaal Samengesteld Uit De Aan

Chapter 19

Chapter 193,754 wordsPublic domain

Een van de eerste dingen, die Elizabeth met haar Secretaris besprak, was het tooneel, dat tusschen Ravenski en haar had plaats gehad. Zij had aan de bedreigingen van dien man in het begin niet te veel waarde gehecht, wetend dat hij even laf als egoïst was, en geen persoon om zich in ernstige politieke verwikkelingen te wagen. Het artikel in de Kolokol had haar echter doen opschrikken, en ze vertelde nu aan Felix het gebeurde, hopend dat hij raad zou weten te verschaffen.

"Voorloopig kunnen we niet anders doen dan dien man in 't oog houden," zei Felix. "En ten slotte is het misschien het beste om de geruchten, die hij heeft opgewekt, niet tegen te spreken. Zeker, hij heeft het bewijs, ten minste een moreel bewijs, dat je niet van plan bent in een huwelijk met Bora toe te stemmen, maar wat doet dit er eigenlijk toe? Dat je met iemand anders hoopt te trouwen, iemand, die door Rusland nooit zal erkend worden--dat weet hij niet, en daarin ligt toch eigenlijk de hoofdzaak. Bovendien, het Congres heeft alleen bepaald, dat je geen huwelijk mag sluiten zonder toestemming van Rusland, maar er is nooit gezegd, dat je niemand anders kiezen mag dan den Hertog van Bora!"

Intusschen had de Hertog verscheiden dagen in de citadel doorgebracht. Zijn arrestatie was aanleiding geweest tot een vraag van Lipski, den afgevaardigde van Russograd, die in de kamer de Regeering daaromtrent had geïnterpelleerd, klaarblijkelijk met het doel die arrestatie onwettig te doen verklaren. Zabern had kort geantwoord, dat dit een zaak was die den geachten afgevaardigde niet aanging; waarop de geachte afgevaardigde een rede van twee uren hield om te betoogen dat, de Hertog Lid der Kamer zijnde, zijn arrestatie de geheele Kamer, en dus ook hem, Lipski, aanging. Hetgeen Zabern beantwoordde door te zeggen, dat de rechter wel zou uitmaken wie gelijk had. De Hertog had zich bovendien vrijwillig overgegeven, en toonde zich niet tegen zijn gevangenneming te willen verzetten. De Minister zou echter de Prinses in overweging geven den Hertog in afwachting van het vonnis op vrije voeten te stellen.

Deze laatste mededeeling was het gevolg van een gesprek tusschen Felix en de Prinses, waarin deze laatste gezegd had:

"De striem is nu van je wang verdwenen, Felix; als je er geen bezwaar tegen hebt, zouden we den Hertog voorloopig wel zijn vrijheid kunnen teruggeven."

Felix had hiertegen natuurlijk geen bezwaren, protesteerde zelfs dat Elizabeth de beslissing van hem deed afhangen; en zoo ging er een order naar de citadel, waarbij de gevangene ontslagen werd. Nu bereidde Elizabeth zich op nieuwe moeilijkheden voor. Want als Bora vernemen zou, dat Elizabeth klaarblijkelijk alles in het werk stelde om een huwelijk met hem te verijdelen, zou hij niet nalaten zich openlijk haar vijand te toonen.

Dien zelfden avond werd Felix bij Zabern geroepen, die hem in een sombere stemming ontving.

"Het vermoeden van uw vriend was juist," zei hij tot Felix, die omtrent het avontuur van Rob was ingelicht, "dat signaal met het blauwe licht was ongetwijfeld een afgesproken teeken met een handlanger. Het verbranden van het Charter is aan derden bekend geworden. Het complot breidt zich uit. Wie denkt ge dat over enkele dagen hier zal zijn? Feodor Orloff!"

"Orloff!?"

"Niemand anders dan hij. Als afgezant van den Czaar komt hij een audiëntie vragen bij de Prinses. Ge begrijpt het doel van zijn komst?"

"Hij wil zeker het Charter zien!"

"Natuurlijk!"

"Maar wordt het dan geen tijd dat we de Prinses alles vertellen? Wat moeten we doen wanneer ze hem op zijn vraag antwoordt, dat hij het Charter zal mogen zien?"

"Dat zal ze niet doen. Ik heb haar overtuigd dat dit verkeerd zou zijn, dat we door zulk een toegevendheid een gevaarlijk voorbeeld zouden stellen. Het gaat niet aan, ons maar door elke deputatie die er lust toe heeft, naar onze huishoudelijke aangelegenheden te laten vragen. Geloof me, de Prinses zal hem weten te antwoorden. Een diplomatiek gesprek is haar toevertrouwd."

Acht dagen later maakte Prinses Elizabeth zich gereed audiëntie te verleenen aan Graaf Feodor Orloff, Gouverneur van Warsim, buitengewoon gezant van Zijne Keizerlijke Majesteit den Czaar.

Eenige minuten vóor dit onderhoud plaats had, gebeurde er een zonderling tooneel in het studeervertrek van Zabern. Juist toen de Maarschalk zich gereed maakte dit heiligdom te verlaten, werd de deur geopend, en Katina Ludovska door een viertal soldaten, die daarna weer vertrokken, binnengebracht.

"Mijn spionnen hebben je dus gevonden," zei hij met een glimlach van voldoening. "Waar heb je je de laatste dagen opgehouden?"

"Dus is het waar, dat ik op uw bevel gevangen genomen ben!" riep Katina met fonkelende oogen.

"Volkomen waar. Deze kamer zal voorloopig je verblijf zijn. Kijk eens, hoe gemakkelijk, ja weelderig, ik ze voor je heb ingericht. De vensters zijn getralied, maar om zoo'n kleinigheid zal je wel niet geven."

"Waarom ben ik hier?"

"Om je leven te sparen. Weet je wel, Katina, dat, wanneer je Orloff doodschoot, ik, als Minister van Justitie, zou moeten zorgen dat je ter dood veroordeeld werd?"

"Dus u hebt mijn plan geraden," zei ze bitter.

"En ik moet het verijdelen. Kom, Katina, wees verstandig. Waarom zou je je in gevaar brengen. Door den gezant van den Czaar te vermoorden zou je bovendien een reden doen ontstaan om Czernovië te annexeeren--een land waar onschendbare personen niet veilig zijn!"

"En ge zoudt me dus mijn wraak ontnemen?" zei Katina met een gebaar van wanhoop. "Welke andere gelegenheid zal ik er nu ooit voor hebben? Wanneer men me in Rusland niet te goed kende, was ik al lang de grens overgegaan om hem neer te schieten. Maar zoodra ik een voet in Rusland zette, zou ik gegrepen en weer naar Orenburg gezonden worden."

"Ik voel alles voor je boosheid, en ik zou hoogstwaarschijnlijk even zoo doen als ik Katina was. Maar ik ben Zabern, zie je, en ik moet het eerst denken aan de belangen van het Gouvernement. Schiet Orloff op neutraal terrein dood--prachtig! Maar hier op Czernovischen grond zouden we zelfs den duivel moeten respecteeren wanneer hij in de gedaante van gezant kwam."

In de verte klonk nu een fanfare van trompetten, ten teeken dat de ambassade den ingang van het Paleis had bereikt.

Dit geluid scheen Katina razend te maken.

"Dus hij zal hier met praal en pracht ontvangen worden, terwijl ik niets mag doen om me te wreken! Naar de hel met de politiek!" riep ze hartstochtelijk. "Ga opzij. Ik laat me niet tegenhouden!"

Ze snelde naar de deur, maar Zabern was op zijn hoede, en stelde zich met uitgespreide armen in den weg.

Toen zag Katina het nuttelooze van haar pogingen in, en ze viel moedeloos in een stoel neer.

Zwijgend ging Zabern heen, de deur zorgvuldig achter zich sluitend.

Elizabeth had last gegeven de audiëntie met groote pracht te doen plaats hebben. De Troonzaal, een reusachtige ruimte, welker gewelfd dak schitterde van het goud, was er voor uitgekozen. De wanden waren beschilderd met tooneelen uit de geschiedenis van Czernovië en Nederland; de meubels waren met het zeldzaamste en kunstigste snijwerk versierd.

Langs de muren stonden de reusachtigste grenadiers, die de Lijfgarde bezat; in hun onbewegelijkheid leken ze eer op beelden dan op menschen.

Aan elke zijde van den troon, waarop Elizabeth in een wit satijnen kleed, waarover een purperen statiemantel, had plaats genomen, stonden de Ministers en andere hoogwaardigheidsbekleeders, grootendeels mannen die elk oogenblk gereed waren voor de Prinses te sterven.

Felix, achterwaarts van den troon aan een kleine marmeren tafel gezeten, belast met het opteekenen van wat er dien middag gesproken zou worden, kon niet nalaten de poëtische pracht van het geheel te bewonderen. En toch speelden hem in dit oogenblik toekomstdroomen door het hoofd, die zeer van deze werkelijkheid verschilden. Hij was zeer zeker niet ongevoelig voor het indrukwekkende, dat van de zaal, de uniformen, de ceremoniën, kortom van dit geheele schitterende tooneel uitging; maar zijn gedachten waren naar den eenvoud van vroeger teruggegaan, en zijn geheele levensopvatting deed hem vurig verlangen naar een nieuw, hervormd toekomst-Czernovië, een Oranje-Republiek, waar niet de praal, maar de wijsheid zou heerschen, waar niet de machtigste en rijkste, maar de edelste en verstandigste mannen den Staat zouden leiden, uit welke klasse der maatschappij ze ook mochten zijn voortgekomen. Hij wist dat Elizabeth deze denkbeelden deelde, maar beiden begrepen ze, dat de tijd daarvoor nog niet gekomen was, dat de tegenwoordige omstandigheden zelfs zulke verouderde tentoonspreidingen van macht en uiterlijke praal eischten.

De gezant van den Czaar was een man van reusachtigen lichaamsbouw, in een schitterende uniform gestoken. Zijn gelaatsuitdrukking wees op een ruwe en wreede natuur; hij was juist om zijn onbesuisde en brutale manier van optreden voor deze zending uitgekozen, in de hoop dat zijn ruwheid de Prinses tot onvoorzichtige, door toorn ingegeven antwoorden zou verlokken, waaruit Rusland reden tot moeielijkheden zou kunnen putten. Daarom had Elizabeth, door Zabern gewaarschuwd, zich voorgenomen den gezant, hoe onbeschaamd hij zich mocht uitlaten, niet in de kaart te spelen.

Toen Orloff binnenkwam, wisselden Zabern en Felix een blik, waaruit hun verachting sprak voor dezen man, den beul van Katina, den bewerker van den aanslag op Czernovië's onafhankelijkheid.

"Zijn overgrootvader was al een misdadiger," fluisterde Zabern Felix toe.

"Wat misdeed zijn overgrootvader?"

"Hij vermoordde een Czaar. Wist je dat niet? Hij is de afstammeling van Gregorius Orloff."

Ofschoon het onrechtvaardig was zich te laten leiden door wat een voorzaat van Orloff gedaan had, voelde Felix toch zijn afkeer van dien man toenemen. Dat zoo'n man als gezant tegenover Elizabeth moest staan!

Orloff had zijn lederen handschoenen uitgetrokken, en het leek Felix alsof zijn zware, breede handen dezelfde waren die den ongelukkigen Czaar Peter III de keel hadden dichtgeknepen.

Met een zonderlinge mengeling van nederigheid en trots knielde de gezant voor den troon, en, na zijn geloofsbrieven te hebben overhandigd, richtte hij zich weer in zijn volle lengte op, en begon met luide stem:

"Zijne Majesteit de Czaar, Keizer aller Russen"--hier volgde een lange rij titels, waaronder ook "Suzerein van Czernovië," een titel die velen fluisteren deed: "voor hoe lang nog?"--"verzoektte mogen vernemen of de Prinses voornemens is zich in een huwelijk te begeven zonder toestemming van hem, den Czaar?"

"Ofschoon ik het recht van den Czaar ontken om mij deze vraag te stellen," antwoordde Elizabeth rustig, "behaagt het mij nochtans die te beantwoorden. Men schrijft mij geheel ten onrechte het voornemen toe tot een huwelijk--zoodat dus ook de mogelijkheid niet bestaat van een huwelijk zonder toestemming van den Czaar."

"In dat geval verzoekt de Czaar te mogen weten, welke bezwaren er van de zijde der Prinses zouden zijn tegen een huwelijk met een door hem, den Czaar, aan te wijzen toekomstig Prins-Gemaal?"

Op deze vraag volgde het laconieke antwoord:

"Voorloopig deze drie bezwaren: ten eerste dat die toekomstige Prins-Gemaal klaarblijkelijk nog niet aangewezen is, ten tweede dat de zekerheid nog niet bestaat of hij die aanwijzing zou volgen; ten derde dat--ingeval hij ze volgde--mijn antwoord op zijn aanzoek nog twijfelachtig is."

Orloff, die gehoopt had een formeele weigering tegenover den Hertog te zullen vernemen, was niet weinig uit 't veld geslagen door dit diplomatieke en toch zeer duidelijke antwoord, dat een glimlach bij de aanwezigen opwekte.

"Ik zal Uw antwoord aan den Czaar overbrengen," zeide Orloff. Daarna ging hij tot het tweede punt over.

"De Czaar moet tot zijn leedwezen constateeren, dat een inbreuk op de Russische rechtsmacht is gepleegd, door een zijner bloedverwanten, den Hertog van Bora, op Russischen bodem te doen arresteeren."

"Hebt gij een bewijs voor deze voorgewende schending?"

"Voorgewende schending?" riep Orloff met geveinsde verbazing. "Beteekent dit twijfel aan het woord van den Czaar?"

"In zooverre, Graaf Orloff, dat ik als ooggetuige kan verklaren den Hertog op Czernovisch gebied te hebben zien arresteeren."

"Van Russische zijde verklaren twee getuigen het tegengestelde."

"Die getuigen zijn?"

"De Secretaris van den Hertog, Baron d'Ostrova, en een Kozak die aan de grens op schildwacht stond."

Een gemompel van verontwaardiging over deze woorden ging door de zaal.

"Het woord van een Prinses weegt wel tegen die verklaringen op. En die Prinses, Graaf Orloff, beroept zich op andere getuigen dan een Kozak! De Hertog van Bora wordt verzocht nader te komen."

En tot verbazing van den Graaf, die met de aanwezigheid van den eerst kortelings in vrijheid gestelden Hertog onbekend was, trad Bora tot voor den troon. Hij had niet verwacht zoo opeens tot getuige geroepen te worden, en hoezeer met tegenzin, voelde hij zich gedwongen hier, in het bijzijn van hen die zijn arrestatie gezien hadden, de waarheid te zeggen.

Met een gedwongen glimlach boog hij voor zijn mede-samenzweerder.

"Inderdaad moet er hier een vergissing in het spel zijn," sprak hij. "Mijn arrestatie geschiedde aan de Czernovische zijde der grens."

Orloff kon niet zeggen dat het hem meeliep; hij liet daarom dit punt rusten en ging voort:

"Er zijn twee strafbare feiten gepleegd, waaromtrent de Czaar nader ingelicht verzocht te worden: ten eerste een duel op Russisch grondgebied, ten tweede omkooping van een Russisch schildwacht ten einde dat duel mogelijk te maken."

"Diezelfde eerlijke Kozak," vroeg Elizabeth vriendelijk, "wiens getuigenis ge zooeven tegen mij gebruiken wilde?"

Een glimlach ging door de vergaderzaal.

Orloff fronste de wenkbrauwen, ging niet op Elizabeth's vraag in, en vervolgde:

"Daarom wenscht de Czaar, wegens inbreuk op de Russische wet, de uitlevering van twee personen: den Hertog van Bora, en den Hollander Van Heelstra, thans Uwer Hoogheids Secretaris."

"Mijn Secretaris," antwoordde Elizabeth, "is zooals u hem terecht noemt, Hollander. Het zal daarom voorzichtiger zijn te wachten, totdat de Hollandsche gezant te St. Petersburg geraadpleegd is. En dan blijft het nog de vraag in hoeverre de wetten uitlevering toestaan. Om geen ongelijkheid in 't leven te roepen, moet ook de kwestie betreffende de uitlevering van den Hertog blijven rusten tot die vraag is beantwoord. De Hertog kan trouwens het land niet verlaten eer de rechtbank zijn zaak geheel heeft onderzocht."

Orloff begreep, dat hij niet veel verder kwam. De Prinses beantwoordde zijn vragen welwillend en afdoende, zoodat er geen enkele reden te vinden was om zich over de ontvangst te Slavowitz te beklagen. Maar Orloff had nog andere pijlen in zijn koker, en maakte zich gereed die af te schieten.

"Uwe Hoogheid beroept zich op wetten en voorrechten, waarvan het recht van bestaan zou kunnen betwijfeld worden. Berusten zij op het Charter van Czaar Alexander?"

"Maarschalk, ik verzoek u een afschrift van het Charter te doen brengen."

"Vergeef me, Hoogheid," zei Orloff snel, een blik wisselend met Bora, die door Zabern gezien en begrepen werd, "geen afschrift! Ik zou gaarne het oorspronkelijk document zien."

Elizabeth zag hem onderzoekend aan, zonder te vermoeden welk verraderlijk doel zijn vraag had.

"Ge wilt het oorspronkelijk document zien? Dat is een zonderling verlangen. Het Charter werd in duplo geteekend, het voor Rusland bestemde exemplaar werd in de archieven van het Kremlin gedeponeerd--waarom hebt ge _uw_ origineel niet geraadpleegd? Wat doet u in Czernovië zoeken, hetgeen in uw eigen land te vinden is?"

"De omstandigheid, Prinses, dat wij in het Kremlin tevergeefs zochten. Wij hebben de beweerde aanwezigheid van dat document niet kunnen constateeren."

"De _beweerde_ aanwezigheid?" herhaalde Elizabeth verbaasd.

"Ja," antwoordde Orloff, met zulk een onbeschaamden grijnslach, dat men hier en daar een sabel ten halve uit de schee hoorde vliegen. "Ja--want de waarheid is dat Czernovië nooit zulk een Charter bezeten heeft. Hoe het den eersten zoogenaamden President der Oranje-Republiek gelukt is, met den koop der gronden van Rusland enkele vrijheden te verkrijgen, is ons onbekend; vast staat echter dat het verhaal betreffende een Charter, door den Czaar verleend, een samenweefsel van leugens moet zijn, waaraan weldra een einde zal gemaakt worden. De Russische Regeering bezit de bewijzen, dat de onafhankelijkheid van Czernovië op een legende berust."

Elizabeth lichtte de hand op om aan het toornig gemompel der vergadering een einde te maken.

"En uit het niet-bestaan van het Charter zou volgen--?"

"Dat Czernovië, evenals de andere provinciën, onder het rechtstreeksch bestuur van Rusland behoort te staan."

Elizabeth zag den gezant verachtelijk aan.

"Gedurende een eeuw hebben zich dus, volgens u, de slimme Russische staatslieden, uit wier midden gij gekozen zijt, om den tuin laten leiden! En erger nog: het Congres van St. Petersburg heeft twee grootmachten in Rusland's onvergeeflijke domheid doen deelen. Vestig de aandacht van den Czaar eens op het decreet van dat Congres, Graaf Orloff: dáárvan zal het origineel wel niet verdwenen zijn! Het behelst onder anderen deze zinsnede: "De Staat van Czernovië zal volgens het door den Czaar verleende Charter bestuurd worden, behoudens de bij dit Congres nader aangeduide omschrijvingen. Rusland, Oostenrijk en Duitschland worden gevolmachtigd de uitvoering van dit besluit te bewaken." Zie, Graaf Orloff, zoo sprak het Congres. Het nam dus het bestaan van het Charter aan. En nu zou de Czaar het ontkennen?"

"Inderdaad, Hoogheid. Alleen wanneer het Charter mij getoond werd, zou de Czaar van zijn twijfel terugkomen. En ik geloof dat het U een kleine moeite zou kosten mij op dit punt tevreden te stellen."

"Maarschalk Zabern is de Bewaarder van het Charter. Hij zou u zeer zeker het in den oostelijken vleugel van het paleis bewaarde Charter kunnen laten zien. Ik meen echter..."

"Vergun mij op te merken," viel Zabern de Prinses in de rede, "dat het Charter sinds eenige maanden niet meer in het Paleis berust. Vrees voor brandgevaar deed mij besluiten het in de Czernovische Bank te deponeeren, waar het absoluut veilig is. Het exemplaar, waarvan Uwe Hoogheid spreekt, is een afschrift, te Uwer eventueele raadpleging gereedliggend."

De natuurlijke wijze waarop Zabern sprak deed Felix zelf bijna de dupe dezer woorden worden. Te meer maakten ze indruk op Orloff, wiens gezicht ontsteltenis uitdrukte. Het Charter in den oostelijken vleugel een afschrift! Dus het complot had slechts de vernietiging van een waardeloos stuk papier ten gevolge gehad--Czernovië stond vast als te voren!

Orloff's schrik en verslagenheid werden door Bora's gelaat weerspiegeld. Felix zag het, en hij was benieuwd hoe de man zich hieruit redden zou.

"Ik moet dus aannemen," sprak hij, "dat men den gezant van den Czaar weigert, het Charter te onderzoeken?"

"Volstrekt niet, Graaf Orloff," antwoordde Elizabeth op haar beminnelijksten toon. "Ik betwijfel echter of Rusland de voorzichtigheid niet te buiten gaat, door dit onderzoek zonder Oostenrijk en Duitschland te willen verrichten, die toch bij het Petersburger Congres dezelfde rechten van toezicht ontvingen. _Zij_ hebben geen twijfel aan 't bestaan van het Charter geopperd. Een gezantschap der _drie_ Mogendheden zal ik zeer gaarne in de gelegenheid stellen het gevraagde onderzoek te verrichten."

Orloff voelde de nieuwe moeielijkheid die hier in 't leven werd geroepen. Het was ontwijfelbaar, dat Rusland ten opzichte van Czernovië geen ingrijpende maatregelen kon nemen zonder de beide andere mogendheden daar in te kennen, die op hun beurt niet zeer geneigd zouden zijn mede te werken in een onderneming, waarbij alleen Rusland winnen kon. Nog éen kans zag Orloff open, zij 't dan ook dat hij daarvan geen dadelijk gebruik kon maken.

"De Czaar is voornemens Uwe Hoogheid niet slechts den personeelen titel van Prinses te blijven toekennen, die Zijne Majesteit U eertijds als blijk zijner gunst en vriendschap verleende, doch op een nader te bepalen tijdstip U als Prinses van Czernovië te doen kronen, waartoe de instemming van Oostenrijk en Duitschland reeds is verkregen. Ik zou het mij tot een voorrecht rekenen, Zijne Majesteit Uw ingenomenheid met dit plan te mogen overbrengen."

Elizabeth had dit allerminst verwacht; zij begreep dat het een begin was om de nog slechts in naam bestaande Republiek tot een monarchie, een vazalstaat, daarna een bezitting van Rusland te vervormen. In haar onzekerheid omtrent het te geven antwoord, zag zij Zabern van ter zijde aan; deze vertrok geen spier, doch knikte alleen nauw merkbaar toestemmend met het hoofd.

De Prinses begreep dit teeken, en antwoordde:

"Voorloopig voel ik geen bezwaar deze vriendschapsbetuiging van den Czaar, waarin ik overigens slechts een formaliteit zie, te aanvaarden."

Orloff, ofschoon hiermee slechts ten halve tevredengesteld, was zoo verheugd eenig terrein gewonnen te hebben, dat hij gretig de nu volgende vraag stelde:

"Wanneer de plechtigheid der kroning plaats heeft, zal het noodzakelijk zijn, eenige wijzigingen aan te brengen in het Charter--in zooverre immers het bestaan daarvan door U wordt volgehouden. Ingrijpende veranderingen zullen dat niet zijn; louter onbeteekenende, doch naar den vorm noodzakelijke wijzigingen, waartegen Uwe Hoogheid in geen geval bezwaren zult hebben. Ik mag er ongetwijfeld op rekenen, dat bij die plechtige gelegenheid het Charter, waarop Uwe Hoogheid den eed van trouw ook in Uw nieuwe waardigheid zult hebben te hernieuwen, aan het volk en aan de vertegenwoordigers van den Czaar zal vertoond worden?"

"Ik noodig u, Graaf Orloff, in 't bizonder uit, met Maarschalk Zabern zitting te nemen in den Kanselarij-Raad, in welker handen ik dien eed zal afleggen."

"Onder nadere goedkeuring van mijn Keizerlijken meester reken ik het mij tot een voorrecht die onderscheiding aan te nemen," zei Orloff, door den rustigen en vasten toon, waarop de Prinses die woorden sprak, nog sterker geschokt in zijn geloof aan het verbranden van het echte Charter.

Wat Zabern betreft, hij voelde dat de Prinses, ofschoon niet anders kunnende handelen, een gevaarlijke belofte gedaan had. Wat zou het gevolg zijn, wanneer op den Kroningsdag inderdaad het Charter bleek te ontbreken? Er welde een vraag naar zijn lippen, die in het volgende oogenblik door de Prinses werd uitgesproken, zij het ook door een geheel andere overweging daartoe geleid. Er kwam een lichte trek van spot op haar gelaat, toen ze vroeg:

"Uw gebieder is zoo welwillend, Graaf Orloff, klaarblijkelijk tot den dag der Kroning het bestaan van ons Charter nog als bewezen aan te nemen. Wanneer nu echter op dien dag zijn vermoedens omtrent het niet-bestaan van dat document inderdaad gegrond blijken te zijn?"

"Zijne Majesteit heeft mij niet gemachtigd die vraag te beantwoorden, Prinses," sprak Orloff. "Ik meen echter mijn bevoegdheid niet te buiten te gaan, door U nu reeds te verzekeren, dat daarvan ongetwijfeld zeer ingrijpende veranderingen voor Czernovië het gevolg zouden zijn."

De Prinses vroeg niet verder.

Orloff boog, zeggend:

"Mijn zending is geëindigd."

"Graaf Radzivil," zoo wendde Elizabeth zich tot den Premier, "ik verzoek u onzen gast in alle mogelijke opzichten van dienst te zijn voor den tijd dien hij nog binnen de grenzen van dezen Staat wenscht door te brengen."

Maar Orloff, weinig ingenomen met den uitslag van zijn zending, en wetend dat hij in Czernovië niet veel vriendelijke gezichten zou zien, wees dit aanbod van de hand, door te verklaren dat hij onmiddellijk naar St. Petersburg wenschte terug te keeren.

"Tegenover den Czaar ben ik verplicht niet te dralen met het overbrengen Uwer antwoorden."

"De Czaar is om zulk een bescheiden dienaar te benijden. Mijne Heeren, ik verklaar de audiëntie voor geëndigd."