Van Schooljongen Tot Koning Een Verhaal Samengesteld Uit De Aan
Chapter 15
Terwijl Katina heengegaan was om een laten bezoeker te bedienen, dien men van uit de gelagkamer om wodka hoorde roepen, vroeg Felix:
"Wat heeft ze gedaan om zoo afschuwelijk behandeld te worden?"
"Ik zal u haar geschiedenis vertellen," zei Zabern. "Katina's ouders--de vader een Pool, de moeder een onvervalscht Czernovische--woonden in Warschau. Omdat ze een schuilplaats hadden verleend aan een uitgeweken politieken misdadiger, een Pool, en dien dus aan de justitie onttrokken hadden, werd de geheele familie Ludovski naar een der mijnen in den Oeral verbannen. Daar trok Katina's schoonheid de aandacht van den gouverneur Feodor Orloff; hij beloofde haar, dat hij de familie Ludovski de vrijheid zou hergeven, zoo ze zijn vrouw wilde worden. Dat voorstel bracht Katina, die alle Russen verfoeide, in zulk een verontwaardiging, dat ze Orloff met de vlakke hand in 't gezicht sloeg.
"Den volgenden dag was de Czaar jarig; Orloff deed de Poolsche gevangenen voor zich brengen en deelde hen mee, dat ze dien dag niet zouden behoeven te werken; daartegenover eischte hij, dat ze "Leve de Czaar" zouden roepen. Sommigen weigerden, en daaronder de koppige Katina. Nu had Orloff een kans. Wegens ontrouw aan den Czaar werd Katina tot vijftien knoetslagen veroordeeld.
"Hebt ge ooit iemand zien knoeten? Neen? Wel, ik hoop dat 't u nooit gebeuren zal, want 't is geen prettig gezicht, zelfs voor wie zenuwen van ijzer heeft. Ik ben gedwongen geweest in Siberië meer dan een zoo'n geeseling bij te wonen, en ik kan u zeggen dat er geen helscher straf kan uitgedacht worden.
"Het slachtoffer wordt, met ijzeren ringen om polsen en enkels, aan een in den grond gestoken latwerk bevestigd, zóo, dat hij niet de minste beweging kan maken.
"Ongeveer twintig pas van hem af staat de beul, die de knoet met beide handen vasthoudt. Het is een reep dik leder, driehoekig gesneden, een duim breed, negen tot twaalf voet lang, en uitloopend in een punt; dit uiteinde is aan een ongeveer twee voet lange houten schacht verbonden.
"De beul gaat voorwaarts, met gebogen lichaam, en den langen riem tusschen de voeten voortsleepend. Als hij drie of vier passen van zijn slachtoffer is, heft hij opeens de knoet boven zijn hoofd: de riem vliegt door de lucht, daalt fluitend, en sluit het bovenlichaam van den vastgebondene als in een ijzeren ring. Niettegenstaande hij is vastgebonden, schokt het slachtoffer onder den slag als door een galvanische ontlading getroffen, en uit een kreet, dien men, eens gehoord, nooit meer vergeten kan.
"Bij het terugtrekken van den riem, scheurt deze de wond nog wijder en dieper open.
"De beul gaat terug, en herhaalt dezelfde beweging. Vleesch en spieren worden ten slotte als met een scheermes in driehoekige stukken gehakt. Het slachtoffer, rood van bloed, wringt zich in verschrikkelijke stuiptrekkingen.
"Zóo hebben de Russen Katina behandeld."
Allen waren een oogenblik stil, toen ze dit afgrijselijk verhaal, dat maar al te zeer de werkelijkheid weergeeft, vernamen. Rob kon zijn verontwaardiging niet in toom houden; hij riep tot Katina, die bij de laatste woorden van Zabern weer binnengekomen was:
"Als die Orloff nog leeft, zeg me dan waar ik hem vinden kan, en ik zal je wreken!"
"Neen, dappere vreemdeling, neen. Die wraak behoort mij. Niemand mag me die ontnemen. En de dag komt! Het noodlot voert Graaf Orloff in de nabijheid van Czernovië!"
"Juist," voegde Zabern er aan toe. "Hij is tot gouverneur van de Russische provincie Warsim benoemd, die aan Czernovië grenst."
"En zijn handlangers gaan hem vooraf! Maarschalk, ge zult het niet kunnen gelooven, maar de man die mij op Orloff's bevel de knoetslagen toebracht--ik heb hem dezen zelfden dag gezien!"
"Onmogelijk, Katina!"
"Neen, Maarschalk, neen! Ik zag hem vandaag, dezen middag, in de kamer waar wij nu zijn. Ik kon me in dat gezicht niet vergissen, te meer niet daar ik er een herkenningsteeken op terugvond, een bruine vlek bij de slaap, die ik er ook vroeger gezien had."
"Goede hemel, Katina, wat zeg je!" viel Zabern haar in de rede, met meer heftigheid dan men van hem gewoon was. "Die man, met die bruine vlek op z'n gezicht, is vanmiddag hier geweest? Had hij een blauwen kaftan, een rooden baard, een..."
"Precies, Maarschalk."
"Russakoff--zoo waar ik leef! Jouw beul en mijn spion zijn dezelfde persoon! Zou het mogelijk zijn? En hoe laat was hij hier?"
"Ongeveer vier uur."
"Dat is dus vijf uur geleden," zei Zabern, zijn horloge raadplegend. "Hij moet dadelijk na zijn ontsnapping hierheen gegaan zijn, ongetwijfeld met het doel de grens te bereiken. Had ik dat maar eerder geweten! Vertel verder, Katina!"
"Vanmiddag," vervolgde Katina, "kwam ik van mijn wandeling terug, toen ik mijn zuster met een kan en twee glazen deze kamer zag binnengaan. "Katina," zei ze, "er zijn twee bezoekers, die er heel verdacht uitzien. Ze hebben om een afzonderlijke kamer gevraagd en wodka besteld. Ga jij het brengen, en zie eens wat je van ze denkt." Ik nam de wodka over en ging naar binnen.
"Daar zaten twee mannen. De een had den rug naar me toegekeerd; tegenover hem zat de ander, dien ik onmiddellijk herkende als de man die mij de knoetslagen toediende in Orenburg."
"Herkende de booswicht jou niet?"
"Hij keek niet naar me toen ik binnenkwam; zijn heele aandacht was gevestigd op wat de andere man vertelde. Bovendien is het heel begrijpelijk, dat die Russakoff--zooals u hem noemt--van de vele menschen, die hij in zijn leven geknoet heeft, niet al de gezichten kan onthouden. Ik trachtte den anderen man wat beter in 't oog te krijgen, maar het lukte me niet zijn gezicht duidelijk te zien, want zijn hoed was diep over zijn voorhoofd gedrukt, en de kraag van zijn jas kwam bijna aan z'n mond. Toch maakte hij den indruk--en de toon van zijn stem bevestigde dat later--van veel voornamer stand te zijn dan zijn metgezel."
"Waarom riep je niet je vader en je broers te hulp, om den man ook eens te laten voelen hoe de knoet neerkomt?"
"Dat was ook mijn eerste gedachte. Maar toen ik de kamer uitging, hoorde ik hem iets zeggen, dat mijn aandacht trok, en waarom ik 't verstandiger vond eerst eens naar hun gesprek te luisteren. Op afluisteren zijn we hier ingericht; een achter het houtwerk verborgen buis maakt 't ons gemakkelijk in onze woonkamer alles te hooren wat men hier spreekt."
"Daarom ga ik altijd zoo ver mogelijk van die buis afzitten," zei Zabern lachend.
"Russakoff zei, terwijl ik juist de deur achter me wilde sluiten: "ge krijgt me er niet toe weer naar Slavowitz te gaan; ik heb weinig lust weer in Zabern's handen te vallen." Op het hooren van uw naam, Maarschalk, werd mijn nieuwsgierigheid nog grooter, zoodat ik mij haastte het oor aan de hoorbuis te leggen.
"Ze spraken zacht, maar nu en dan verhieven hun stemmen zich, en kon ik enkele woorden verstaan.
"Ik begrijp niet, dat Orloff zulk een onhandigen vent als jou gebruikt," zei Russakoff's metgezel. "Je kan niet van de wodka afblijven, mengt je in een kroegruzie en laat je arresteeren met een belangrijk politiek document in je zak! Als de Secretaris van de Prinses dien brief ontcijfert, wordt het heele plan van Rusland, om Czernovië zonder geweld, wettig en kalm, in beslag te nemen, verijdeld."
"Wat?" riep Zabern. "Zeg dat nog eens, Katina!"
Katina herhaalde haar woorden.
"Czernovië zonder geweld in handen krijgen! En hoe zou men dat wel willen aanleggen?"
Zabern's oogen schoten vonken van onder de overhangende wenkbrauwen. Zou men in Rusland beschuldigingen tegen de Prinses weten in te brengen, ernstig genoeg om haar den troon te ontnemen? Zeker, al was dit tusschen Elizabeth en hem, Zabern, nooit onomwonden uitgesproken, hij wist dat de Prinses elk middel zou aangrijpen om haar huwelijk met Bora te verijdelen--maar was men van dat geheime voornemen in Rusland al zóó overtuigd, dat men 't als een wapen tegen haar durfde gebruiken?
Felix volgde een dergelijken gedachtengang, met dit verschil alleen dat hij, zekerder nog dan Zabern, wist dat Elizabeth nooit Bora zou toebehooren! Overigens verbaasde ook hij zich er over hoe men in Rusland daaromtrent was ingelicht geworden. Vrees greep hem aan, toen hij bedacht dat een regeering als de Russische er zelfs niet voor zou terugdeinzen den dolk van den een of anderen fanaticus te bezigen, om Elizabeth uit den weg te ruimen, zoodat Bora over haar lijk den troon zou bereiken! Wanneer het cijferschrift eens zulk een verschrikkelijk komplot inhield!
"Ga verder, Katina. Wat zeiden ze nog meer?"
"Na eenig gefluister, hoorde ik Russakoff zeggen: "neen, 't is te gevaarlijk. Bovendien--wat zijn vierhonderd roebels?"--"We zullen de som verdubbelen als het binnen twaalf uren gebeurt," antwoordde de ander.
"Ik begreep duidelijk, dat er een misdaad beraamd werd. Snel liep ik naar buiten, riep mijn twee broeders, die hier aan het werk waren. We haalde onze wapens, traden de gelagkamer binnen--maar, tot onzen schrik--"
"Waren de vogels gevlogen!"
"Ja! Hun glazen waren nog vol; ze hadden dus waarschijnlijk bemerkt dat ze beluisterd werden, en kozen het hazenpad. We deden alles om ze te achterhalen, zochten in alle richtingen, maar konden geen spoor van hen ontdekken. Daar we de zaak van belang oordeelden, zonden we dadelijk Juliska naar Slavowitz om u in te lichten, maar u hebt haar natuurlijk niet meer gezien."
"Neen; ik heb de stad klaarblijkelijk verlaten eer ze aankwam. Katina, je hebt opnieuw bewezen een waardig onderdaan van de Prinses te zijn. Dus deze spion staat in dienst van Graaf Orloff. We zullen dien nieuwen gouverneur zeker geen onrecht aandoen wanneer we hem verdenken van een aanslag op Czernovië's onafhankelijkheid. Welnu, Katina, het zal nu een dubbele overwinning zijn, die er voor ons op Orloff te behalen valt! En zooals nu duidelijk is, bestaat er een betrekking tusschen den Hertog en Orloff, terwijl Russakoff hun agent is. Ge ziet nu de belangrijkheid van het cijferbericht, Van Stralen, en de noodzakelijkheid het dadelijk te ontraadselen. Laten we ons dus niet langer ophouden.--Als Russakoff zich voor tweemaal vierhonderd roebels heeft laten overhalen naar Slavowitz terug te keeren, dan moeten mijn spionnen hem in handen hebben eer de nacht verstreken is. En dus--" besloot hij, plotseling opstaand--"naar Slavowitz."
Katina snelde onmiddellijk heen om den koetsier te waarschuwen van de troïka, waarin Paul, Felix en Rob de tocht hierheen hadden gemaakt. De vier mannen traden naar buiten en vonden den soldaat Nikita daar nog staan met de twee paarden, alsof hij geen duim van de plaats geweken was. De nacht was gevallen en de sterren flonkerden. Het heldere licht van uit de herbergdeur stroomde vroolijk over den weg naar de boomen aan den anderen kant.
"Vergeef mijn haast, heeren," zei Zabern, "maar ik zou verkeerd doen langer te talmen. De arrestatie van den Hertog, de streken die Russakoff mogelijk al heeft uitgehaald--daarin ligt voor het Russisch gedeelte der bevolking genoeg reden om een oproer te beginnen. Misschien zullen er een paar kanonschoten noodig blijken. Ik rijd vooruit; de heeren zullen me verplichten met zoo spoedig mogelijk te volgen; na al wat ze nu weten, kunnen hun diensten me aangenaam zijn."
Zabern sprong in het zadel, kuste Katina die hem tot afscheid groette, de hand, en een oogenblik daarna galoppeerde hij naar Slavowitz, gevolgd door zijn trouwen ordonnans.
Een minuut later verscheen de istvostchik (koetsier) met de troïka.
De vrienden namen plaats, en nauwelijks hadden ze dit gedaan, toen in het lichtschijnsel van de herberg een man verscheen, die dadelijk daarop weer door de duisternis was opgeslokt, doch wiens groote cilindervormige hoed en zwarte soutane hem als een "papa" of priester van de Oostersche kerk aanduidden.
Toen de istvostchik dezen geestelijke zag, kruiste hij zich naar Grieksche wijze, en stapte tegelijkertijd uit de troïka, zeggend:
"Het spijt me, vadertjes, maar ik kan u van avond niet rijden."
"Wat beteekent dat nu?" vroeg Felix aan Katina.
"De arme kerel is een Rus," zei ze met een medelijdenden glimlach, "en Russen achten het een slecht voorteeken als ze bij den aanvang van een reis een priester van hun eigen geloof ontmoeten."
"Dat is een vreemde manier om hun geestelijkheid te eeren," zei Felix, maar intusschen was met geen mogelijkheid, noch door geld, noch door woorden, van den ouden koetsier gedaan te krijgen dat hij op zijn besluit terugkwam.
"Ik heb een troïka," zei Katina, "en daar ik toch over een uurtje mijn zuster Juliska uit Slavowitz zou gaan halen, kan ik nu wel vast inspannen. Bovendien is mijn troïka veel ruimer; we kunnen er gemakkelijk alle vier in."
Dit was een gelukkige uitkomst, en men nam het aanbod gaarne aan. Katina ging daarop haar orders geven, en kwam weldra terug, met een zeer mooien bonten mantel om, gereed voor de reis. Tegelijkertijd werd een sierlijke, met rood leder bekleede troïka voorgebracht, waarvan de bespanning uit drie prachtige ponies bestond.
"Ze zijn mooi, niet waar?" vroeg Katina, de beide paarden streelend die onder den duga of houten boog waren aangespannen, en die bij het trekken het eigenlijke werk doen. Dit is Elizabeth--die heet naar de Prinses; en dat Stephanie, naar mijn moeder."
"En de derde?" vroeg Felix.
"O, die maakt alleen parade, maar trekt niet. Omdat ze dus van weinig nut is, heeft mijn zuster haar natuurlijk Katina genoemd. Nu--wanneer de heeren klaar zijn....?"
Men stapte in, Katina in het midden tusschen Felix en Paul, Rob tegen over hen, met den rug naar het paard.
"Reis vanavond niet, vadertjes," zei de istvostchik, toen hij ze zag instappen, "er wachten u booze dingen."
Katina zette de paarden met een ongeduldige beweging aan.
Paul lachte.
Felix keek ernstig: er was voor zijn gevoel iets wonderlijk indrukwekkends in de rustige waardigheid van den ouden man, zooals hij daar op de treden van de herbergdeur stond, met z'n muts in de hand en z'n blikken naar de sterren gericht.
ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
RUSSAKOFF BEGAAT EEN MOORD.
Hoe Katina een troïka ment.--Het klooster.--De Russische wijk van Slavowitz.--De troïka komt in het gedrang.--Paul wordt doodelijk gewond.--Felix, Zabern en het raadselschrift.--Zou Rob werkelijk de oplossing gevonden hebben?
Ofschoon Katina alle Russen haatte, had zij toch een eigenschap met hen gemeen--den hartstocht voor wild rijden.
Met voetgetrappel en luide kreten zette zij de paarden steeds tot meer spoed aan. Ze had een lange zweep met een kort handvat, en daarmee knalde ze lustig, doch zonder de paarden te raken. Onder het rinkelen der zilveren bellen, waarmee de duga was behangen, snelden de vurige dieren voort alsof ze een wedstrijd met elkaar hielden, terwijl Katina het span mende met een kracht waarover de drie mannen zich verbaasden.
Was de weg breed, dan spreidde ze de galoppeerende paarden uit als een waaier; en als de weg zoo nauw was, dat men er nauwelijks langs kon, dan wist ze de dieren bij elkaar te houden alsof ze bijna geen ruimte innamen, terwijl ze geen oogenblik de snelheid van het voertuig verminderde.
Nu en dan stond ze op, boog zich voorover als een menner van een Romeinsche zegekar, en riep den vrienden vroolijk lachend een "vasthouden!" toe; in het volgend oogenblik vloog de troïka een steile helling af--plotseling spatte en plaste het water om hen heen, en eer men begreep dat het voertuig door een riviertje getrokken werd, beklommen de ponies alweer den tegenover liggenden oever.
De verrassende kunststukken waarmee deze stoutmoedige bestuurster nu eens de troïka langs den rand van een kloof joeg, dan weer een hinderpaal vermeed die zich plotseling in haar weg stelde, gaan alle beschrijving te boven, en elk oogenblik meende Rob, die nog nooit van zulk rijden gehoord had, dat de troïka in splinters zou vliegen. De snelle, wiegende beweging, die sommigen dezelfde gewaarwording geeft als zeeziekte, was wel vreemd, maar op De Vogel en op het jacht van Lane was hij aan zulke ondervindingen gewoon geraakt.
"We zullen met deze snelheid den Maarschalk gauw inhalen," zei Felix.
"We volgen denzelfden weg niet," antwoordde Katina. "Ik rijd gewoonlijk dezen weg, al loopt hij om. En vanavond was het me er om te doen u dit klooster te laten zien."
Ze bracht de troïka tot staan, en wees naar een reusachtig gebouw, dat ongeveer honderd meter van den weg lag, en in middeleeuwsche statigheid tegen den helderen hemel afstak.
"Dit klooster is tevens een sterke vesting en heeft menigmaal Turksche en Russische legers tegengehouden," zei Katina. "Hoort ge dat orgel en die zingende monniken wel? Dat klinkt nu al, dag en nacht, onafgebroken door sedert het Petersburger Congres. Men bidt er voor de vrijheid van Czernovië. De bewoners zijn in drie deelen verdeeld; als het eene werkt, rust het andere en zingt het derde. Zoo is het er geen oogenblik stil. En het heeft nooit aan stemmen ontbroken; de bewoners worden steeds aangevuld en bestaan grootendeels uit ontslagen of ontsnapte staatsgevangenen, die Rusland naar Siberië zond. Verdienen zij niet, dat hun gebed verhoord wordt?"
Katina nam de teugels weer op, en opnieuw vloog de troïka voort, zoo snel dat ze nauwelijks den grond scheen te raken. Het majestueuse klooster en de geheimzinnige stemmen verdwenen in de duisternis.
Onophoudelijk vuurde Katina de paarden aan, en een uur na het vertrek kwam Slavowitz in het gezicht, dat sedert de Russische bedreigingen in een sterke vesting was veranderd.
"Zal ik de Troitzka Poort doorrijden?" vroeg Katina.
Paul knikte toestemmend.
"Dat spaart een omweg uit," zei hij, "en dan zien we meteen eens hoe de stemming in het Russische kwartier is."
Maar al te spoedig kwam men, het Troitzkoi Prospekt doorrijdend, tot de ontdekking dat die stemming alles behalve rustig was. In Russograd, het kwartier waar door toedoen van Zabern alle Russen of Russischgezinde personen verplicht waren te wonen, heerschte groote opgewondenheid, klaarblijkelijk veroorzaakt door het vernemen van 's Hertogs arrestatie. Ofschoon het reeds laat was, scheen men nog lang niet van plan te ruste te gaan; mannen en vrouwen verdrongen elkaar in de straten en bespraken luid en met heftige gebaren de Czernovische politiek. Russen, Tartaren, Kozakken en andere vreemdelingen, die men wijselijk, ten einde ze beter in het oog te houden, gezamenlijk in Russograd liet wonen, vergaten nu hun onderling getwist en verwenschten eendrachtelijk de vermetelheid van Prinses Elizabeth.
"Ik wou dat die menschen maar wat op zij gingen," zei Katina, die groote moeite had om haar drie paarden door het gedrang te sturen, "zoo zullen we er nooit doorkomen."
Daar de straten opgepakt stonden met menschen, en het asfalt door een regenbui van dien middag wat glibberig was geworden, kon het voertuig slechts langzaam voortkomen, en zoo vingen de inzittenden telkens gesprekken op, die om hen heen gevoerd werden.
"Ik zag den Hertog binnenbrengen door de St.-Florian Poort," zei een vrouw tot een kring omstanders.
"Ze dorsten hem natuurlijk niet door de Troitzka Poort brengen," voegde haar man er aan toe, die naast haar stond. Op zijn wang was een lange streep opgedroogd bloed te zien.
"Hij reed midden in den troep," vervolgde de vrouw, "en toen mijn man: "Leve de Hertog" riep, gaf een der ulanen hem een slag met zijn lans."
"Ja," riep de man, "en toen de Prinses daarna in haar droschky voorbijkwam, scheen ze 't zich heelemaal niet aan te trekken dat de Hertog de gevangenis inging."
"Niet aantrekken, zeg je?" schreeuwde z'n vrouw. "Ik verzeker je dat ik nooit iemand er zoo blij zag uitzien als zij vanavond. Verbeeld je, dat zoo'n meisje zoo maar 'n grooten kerel als de Hertog in de doos kan stoppen! 't Wordt tijd dat er een soldaat aan de regeering komt, en niet zoo'n kind."
"Dat wordt 't zeker," zei 'n ander. "Bovendien is de Prinses een vijand van den Czaar. De schoenen die ze draagt, zijn op de zolen met het portret van den Czaar bedrukt, dan kan zij bij elken stap op hem trappen."
Deze anecdote, die natuurlijk niet de minste waarheid bevatte, vond gretig gehoor.
"Ze ontneemt den Hertog zijn bevel over het leger om Zabern in zijn plaats aan te stellen. En waarom Zabern? Omdat hij een Pool is, en de Russen haat!"
Intusschen ging de troïka steeds langzamer voort, totdat ze eindelijk geheel tot staan werd gebracht, omdat de menschen niet konden of wilden op zij gaan.
"Na pravo!" (naar rechts) riepen zij die links stonden nijdig, terwijl zij die rechts stonden even nijdig riepen:
"Na levo!" (naar links.)
Ze konden nu geen enkele richting meer uit, en zoo bleef de troïka midden in een menigte staan, die blijkbaar kwaad in den zin had, en grootendeels uit het lagere deel der bevolking bestond, dat de Russen het "Tshornoi Narod" of "Zwarte Volk" noemen.
Russograd was nooit een veilige plaats voor aanhangers van de Prinses, maar op het oogenblik was hun verschijning voldoende om het fanatisme van dit gepeupel tot een gevaarlijke hoogte te brengen, te meer daar men Paul dadelijk herkende als den Secretaris van Elizabeth. Men was in de troïka slecht voor een verdediging gewapend--Rob en Felix hadden een stok, Paul geen ander middel om zich te verweren dan zijn vuisten, en Katina haar zweep. Toch hield men zich kalm, gereed om zoo noodig van die gebrekkige wapens gebruik te maken.
Katina beproefde nogmaals voorzichtig, de paarden aan te zetten.
"Pas op, menschen!" riep ze, "ga even wat op zij!"
"Pas jij zelf op!" riep een ruwe stem, en een man in een blauwen kaftan en met een rooden baard greep de teugels van een der paarden vast. "Wou je over me heen rijden?"
Katina herkende die stem onmiddellijk. Ze sprong op en riep:
"Arresteer dien man! Hij is een ontsnapte gevangene!"
"Arresteer die vrouw!" riep de man met een grijnslach. "Ze is een ontsnapte gevangene uit Orenburg; de Russische justitie zoekt haar!"
Bevend van woede lichte Katina den zweep op, en zou er den man als met een sabelhouw het gezicht mee hebben opengereten wanneer Felix haar niet wijselijk bij den gordel gegrepen en op haar zitplaats terug gedrongen had.
"En kennen jullie dien man niet?" ging Russakoff voort, op Paul wijzend. "Dat is de Secretaris van de Prinses--nu weet je al genoeg."
De menigte begon een steeds dreigender houding aan te nemen, zoodat Paul om zich heen keek om te zien of geen der patrouilles te zien was, die 's avonds dit kwartier doorkruisten.
"We _moeten_ er door," zei Felix vastbesloten, "Katina--de zweep er over!"
Alsof Russakoff deze gefluisterde woorden verstaan had, strekte hij de hand naar Felix uit.
"En dat is de man, die met den Hertog gevochten heeft!" riep hij. "Is dat rechtvaardig menschen, dat de Prinses hem vrij laat, en den Hertog gevangen neemt?"
"Gooit ze er uit!"
"Sla ze den kop af!"
"Scheur ze in stukken!"
Felix sprong op, den stok boven het hoofd zwaaiend.
"Vooruit, Katina!" riep hij, dol van woede, toen een steen haar aan 't voorhoofd raakte.
Katina boog achterover, en met een kracht die men niet van haar verwacht zou hebben, trok ze de teugels zoo strak aan, dat de paarden gedwongen waren de voorbeenen op te heffen. In de lucht trappelend, beschreven ze zulke gevaarlijke cirkels met hun hoeven, dat de dichtstbijstaande menschen angstig terugweken.
Toen legde Katina met geweld de zweep over het span, liet plotseling de teugels schieten, en met een wilden kreet joeg ze de razend geworden paarden door de menigte, rechts en links slaande met haar weldra rood gekleurden zweep.
De menigte week uiteen als water voor den boeg van een schip, en de troïka schoot als een pijl door de opening heen. Vloeken en verwenschingen, steenen en stukken hout vlogen het voertuig na, dat met zware schokken over enkele gevallen menschenlichamen reed. Nog eenige seconden, en de troïka snelde het Troitzkoi Prospekt af, de woedende menigte ver achter zich latend.
"Bravo, Katina!" riep Felix. "Dat was maar juist op tijd, Secretaris," zei hij, zich tot Paul keerend.