Van Peking naar Parijs per auto De Aarde en haar Volken, 1908

Chapter 2

Chapter 23,853 wordsPublic domain

Prins Borghese integendeel was van meening, op grond van zijne rijke ervaring, opgedaan op zijn talrijke autotochten, dat een machine van veel paardekrachten beter de moeilijkheden van een tocht vol avonturen zou kunnen overwinnen dan een zwakkere, en dat het voordeel van het lichtere gewicht niet opwoog tegen het nadeel van de geringere capaciteit.

Waar een machine van 1400 KG. zou kunnen passeeren, zou het met eene van 2000 KG. ook wel lukken, en men had dan nog het voordeel van de meerdere paardekrachten.

Deze wedstrijd van twee meeningen, deze practische proef op twee theorieën, was het meest kenmerkende van den tocht.

De Spijker, de twee Dion-Bouton's en de Contal bereikten Peking langs den weg van Ta-ku.

Den 4den Juni gingen de chauffeurs en mijn waarde collega du Taillis van de _Matin_, de wagens afhalen van het douanekantoor te Tien-Tsin. Ze lieten de auto's in twee afzonderlijke waggons laden en reisden met denzelfden trein naar Peking. Hier wachtte hen een onaangename verrassing.

Gedurende den rit was een van de twee waggons verdwenen. Wie zou hierin niet de hand van de Wai-woe-poe hebben gezien? Maar ditmaal was de Raad onschuldig aan 't geval. Immers men ontdekte, dat de waggon op een tusschenstation was losgehaakt en nu op een verafgelegen zijspoor stond, zonder dat iemand kon zeggen hoe dat was gebeurd. Dergelijke gevallen doen zich op alle spoorwegen ter wereld wel voor.

Te Peking aangekomen, wreekten de auto's zich over het gebeurde door onophoudelijk in de straten heen en weer te rijden.

De Itala, die een week te voren van Han-Kow was aangekomen, nam een meer gereserveerde houding aan. Ze had eenige proefritten gemaakt buiten de westerpoort, op den weg naar het Zomerpaleis, en over zichzelf tevreden, had zij zich op de binnenplaats van het italiaansche gezantschapsgebouw teruggetrokken, zich toevertrouwend aan de zorgen van Ettore, haar chauffeur.

Hij poetste, smeerde, onderzocht nauwkeurig den wagen aan alle kanten, als een beeldhouwer zijn schepping.

Ettore Guizzardi, de sympathieke reisgezel van den Prins en de mijne, is geen chauffeur die zijn vakkennis heeft moeten aanleeren; ze is hem aangeboren. Hij is de zoon van een werktuigkundige bij de spoorwegen. Van zijn geboorte af is hij met de machines vertrouwd geweest. Hij begrijpt onmiddellijk hunne constructies, van welke soort die ook mogen wezen; hij kan er op het eerste gezicht over oordeelen, zooals de paardenkoopman in een oogopslag het paard beoordeelt.

De geschiedenis van Ettore is merkwaardig. Tien jaar geleden gebeurde er een spoorwegongeluk vlak bij een villa van Prins Borghese, te Albano bij Rome. Een locomotief ontspoorde en werd omvergeworpen. De Prins, die op de villa was, snelde met zijn bedienden naar de plaats des onheils. Ze vonden den machinist dood; de stoker, een jongen van vijftien jaar, in het gezicht verwond en in onmacht gevallen, werd opgenomen en in de villa gebracht en verzorgd. Deze jongeling was Ettore, de overleden machinist zijn vader.

Toen de jongen hersteld was, stelde de Prins hem voor in het huis, waarin hij opgenomen was, te blijven, en hij maakte van hem een chauffeur. Prins Borghese bezat in die dagen een van de eerste automobielen van zes paardekrachten, door benzine gedreven, een van die komieke wagens die men niet meer ziet, met den motor achteraan en waarbij de transmissie plaats had door middel van een leeren riem, die, wanneer de auto een hoogte moest beklimmen, eerst met teer moest worden ingesmeerd. Ettore ontdekte onmiddellijk het geheim van die machine, onderwierp haar aan zijn wil en wist 't zoover te brengen dat zij, bestuurd door den Prins, een grooten tocht kon maken van Rome naar een kasteel in Hongarije, door familieleden van den Prins bewoond.

Na deze proef werd Ettore in de gelegenheid gesteld, om zich in de werktuigkunde te bekwamen. Hij werkte eerst als gewoon werkman in de fabrieken van F.I.A.T. te Turijn, daarna te Genua op de scheepswerf Ansaldo, waar hij de scheepsbouwkunde leerde, en verder op andere fabrieken, waar hij het diploma van werktuigkundige behaalde; daarna keerde hij tot de automobielen van den Prins terug.

Sedert dien tijd is aan hem het toezicht opgedragen over elf automobielen en over alle machinerieën van het huis Borghese, toestellen voor verlichting en verwarming, motoren voor waschinrichtingen en pompen. Hij bezit een werkplaats, waar hij zich bezig houdt met repareeren en nieuwe dingen uit te vinden, ja, te scheppen; want Ettore is een uitvinder, hij verbetert, brengt nieuwe toestellen aan op de auto's en zou de fabrikanten van automobielen van zeer goeden raad kunnen dienen. Hij is buitengewoon handig en weet onmiddellijk een middel te vinden om zijn machines te herstellen, altijd klaar om zijn hamer en zijn hersens te gebruiken. Hij gaat zonder gepraat aan den gang, vlug, met iets in houding en uiterlijk van een "bersagliere" (italiaansch soldaat).

Den eersten keer dat ik hem zag, lag hij op zijn rug onder de Itala, onbeweeglijk, met gekruiste armen. Ik dacht eerst dat hij werkte--maar neen, hij amuseerde zich. Later merkte ik gedurende den tocht, dat dit een van zijn meest geliefkoosde houdingen is, een tijdverdrijf. Wanneer hij niets te doen heeft, gaat hij onder de auto liggen en hij bestudeert haar, de verschillende bouten en moeren en schroeven, en hij houdt lange en zonderlinge gesprekken met zijn machine.

Prins Borghese had in zes dagen tijds 500 kilometers te paard afgelegd en alle wegen naar Kalgan onderzocht. Hij had met een stok van gelijke breedte als de auto de breedte er van opgemeten.

Prinses Anna-Maria, zijn vrouw, en een vriendin hadden hem op zijn moeilijken tocht te paard vergezeld; de twee dames, evenals hij met rieten stokken gewapend, hadden hem in zijn werk als gewone landmeters geholpen.

Op sommige punten kon men verschillende wegen inslaan en het was van groot gewicht om den besten te vinden.

De Prins keerde te Peking terug met een volledig topographisch plan in zijn hoofd.

Hij bezit een wonderbaarlijk sterk geheugen. Alles wat hij ziet, wordt als het ware in zijn hersenen gephotografeerd, en hij onthoudt alles wat hij heeft gehoord, namen, jaartallen, heele zinnen in oostersche talen, de moeilijkste dingen.

Don Scipione noteert nooit iets--dat is niet noodig voor hem. Zijne hersenen onthouden en catalogiseeren alles. Van een weg, dien hij tien jaar geleden heeft afgelegd, weet hij u nog te vertellen: op dat en dat punt is er een boom, die er zoo en zoo uitziet.

Wanneer hij voor hem onbekende landen doorreist, raadpleegt hij 's ochtends vóór zijn vertrek de kaarten, en zelden behoeft hij ze later nog eens in te zien. Hij kan zich onmiddellijk oriënteeren, herinnert zich de kruiswegen, de afstanden, de namen van de landen en hij noemt ze aan zijn medereizigers op, zooals een gids het hem niet zou verbeteren.

Wanneer het mogelijk was, zich alles te herinneren wat wij in ons leven zoo al gezien en gehoord en gelezen hebben, zouden wij de meest uitgebreide en meest grondige en diepe kennis bezitten. Prins Borghese weet inderdaad ontzaggelijk veel en hij beschikt bovendien over een scherpzinnig en koel verstand, dat al deze kennis heeft geordend. Zijn geest wordt beheerscht door een kalmte, die daar als bibliothecaris aan het werk is. De kalmte, het nadenken, de logica geven aan zijn gedachte eene mathemathische helderheid. Hij verwijdert alle elementen, die emotie opwekken, den kijk op de zaken minder helder maken en verschillende feiten in een valsch licht plaatsen. Zijn ziel is als de ziel van een generaal of van een rechter.

Zelden schenkt hij iemand zijn sympathie, maar wel zijne achting, en misschien heeft dat nog meer waarde, omdat die moeilijker verworven wordt. En hij merkt ware verdiensten onmiddellijk op; hij weet de sterkte van een verstand of een arm, de kracht en het weerstandsvermogen van een machine nauwkeurig te berekenen. De wijze waarop hij zijn tocht Peking--Parijs heeft georganiseerd, is een uitstekend bewijs voor zijn vermogen om juiste berekeningen te maken.

Bij deze eigenschappen moet men nog een sterken wil voegen, een wil, die hem in de eerste plaats zich zelf doet beheerschen. Als hij een opoffering vergt van iemand, die met hem aan hetzelfde werk bezig is, zal hij beginnen met zelf eerst te doen, wat hij van een ander vraagt.

Om een doel te bereiken trotseert hij honger, dorst en vermoeienis door tot zich zelf te zeggen: "Ik heb geen honger, ik heb geen dorst, ik ben niet moe." Zijn eigen lijden en het lijden van zijn metgezellen is voor hem van geen beteekenis tegenover het feit, dat het doel bereikt moet worden.

Wanneer men in sommige omstandigheden zijn gevoel zou laten spreken, zou dit slechts verbrokkeling van energie ten gevolge hebben.

Te slagen is voor hem alles. Het is, alsof hij bij zichzelf heeft gezworen om, het koste wat het wil, zijn doel te bereiken en nu zijn eed gestand wil doen. En dat is het geheim van elken goeden uitslag. Wat hij zich voorstelt te bereiken, bereikt hij ook, spant daarvoor al zijn krachten in, en maakt gebruik van alle beschikbare middelen. Het is voor hem een zaak van eer. Eerzucht bij zwakke menschen is een gebrek, maar bij menschen van beteekenis een deugd. Ze is de stuwkracht voor de meest grootsche en meest gewaagde ondernemingen.

Ik zag den Prins voor het eerst den dag na zijn terugkomst van Kalgan. Hij had nog het reispak van khaki aan, de kleeding die hij ook in de automobiel zou dragen en die hem het uiterlijk gaf van een engelsch officier. De zon en de bergwinden hadden zijn glad, strak en kalm gelaat van geboren diplomaat gebruind.

De Prins is vijf-en-dertig jaar oud, maar naar zijn uiterlijk te oordeelen zou men hem veertig geven. Zijn lichaam, vlug, sterk en veerkrachtig, schijnt echter niet ouder dan vijf-en-twintig. Dit zijn de voor- en nadeelen van de sport, van het leven in de open lucht, dat de spieren krachtiger maakt, maar het uiterlijk veroudert.

Don Scipione heeft zich met hartstocht op de meest vermoeiende takken van sport toegelegd. Als Alpinist bereikte hij vele van de spitse Alpentoppen, ook zonder gids en in het hartje van den winter, uit zucht om hindernissen te overwinnen. Hij wil overwinnen. Hij beschouwt de sport als een oefening in het strijden.

Te zegevieren over de moeilijkheden, die een berg den beklimmer in den weg legt, een paard of een automobiel te beheerschen leert ons over de menschen te heerschen.

Hij werd natuurlijk gewond in deze worsteling vol avonturen. Eens wilde hij een hollend paard tot staan brengen, hij werd omvergeworpen, en de wagen, door het paard voortgesleurd, ging hem over het hoofd; altijd heeft hij daarvan een litteeken gehouden. Een anderen keer, toen hij een wild paard bereed, viel hij uit het zadel; men vond hem bezwijmd liggen met gebroken neus en bloedend gelaat. Een bekwaam chirurg zette den neus weer in zijn verband en naaide de wonden weer dicht. Maar een bekwaam chirurg is geen beeldhouwer en dit is de reden, waarom de neus van den Prins niet heelemaal recht is! Hij beklaagt er zich uit gekheid wel eens over en spot met zijn neus, die rood wordt bij elke weersverandering als een chemische thermometer. Maar hij overdrijft nogal, en wie het niet weet, merkt er niet veel van.

Prins Scipio Borghese en ik begroetten elkaar als oude kennissen; een handdruk en wij begonnen dadelijk over den tocht te spreken.

Hoe had hij het denkbeeld opgevat om mee te doen? Zeer eenvoudig.

Om de drie of vier jaar onderneemt hij een groote reis. En juist dit jaar was hij van plan naar Peking te gaan, welke stad hij nooit gezien had, en waar zijn broeder Don Livio zaakgelastigde van de italiaansche legatie was. En op een goeden dag las hij te Rome in de _Matin_ de vreemdsoortige uitnoodiging. Het leek expres voor hem bedacht. Dadelijk seinde hij aan de auto-fabriek "de Itala", of men een auto te zijner beschikking kon stellen voor dezen tocht, in welk geval hij de kosten van organisatie en uitrusting op zich nam.

Het antwoord was natuurlijk gunstig; daarop liet hij zich bij de _Matin_ inschrijven en begon met de voorbereidingen.

Hij verscheen niet op de samenkomsten van de mededingers te Parijs, maar zond een vertegenwoordiger (Fournier, den winner van den rit Parijs--Bordeaux) om informaties in te winnen aangaande de voorwaarden voor deelneming aan den tocht. Er was maar één conditie, n.l. dat men 2000 francs bij de Automobielclub van Frankrijk (Concours-Commissie) moest storten, welke som zou worden gerestitueerd te Peking aan hen, die van daar den tocht zouden aanvaarden.

Overigens, had de _Matin_ medegedeeld, behoefden geen formaliteiten te worden vervuld, en geen reglementen van welken aard ook zouden den tocht kunnen belemmeren. Alleen moest de afstand Peking--Parijs geheel per auto worden afgelegd.

De door den Prins gekozen machine was eene van het gewone italiaansche type 24-40 U.P. Er werden geen veranderingen in den motor of het chassis aangebracht. Slechts werden de hoeken van het chassis en de veeren een weinig versterkt en de machine op hoogere en sterkere wielen geplaatst, die werden voorzien van de dikste soort banden uit de fabriek van Pirelli te Milaan, teneinde inzakking zooveel mogelijk te voorkomen.

De Prins was er zeer op gesteld, dat alles aan de automobiel van italiaansch fabrikaat zou zijn. De wagen zelf had voorop zitplaatsen voor Borghese en den chauffeur en een achterzitplaats voor mij. Aan beide zijden van mijn zitplaats, vastgehecht met ijzeren banden, waren twee groote réservoirs voor de benzine, ieder van 200 liters inhoud. Achter de zitbank, zooals bij de artillerie, een groote kist voor de provisie, voor het gereedschap en de reservedeelen. Op de kist een ander réservoir met cylinder, voor het water. De bagage moest met touwen vastgebonden worden op de kist en het waterréservoir. Het gebrek aan ruimte en de noodzakelijkheid om het achtergedeelte van de auto niet te zwaar te belasten, noodzaakte ons om alle bagage tot een minimum gewicht van 15 kilogram per hoofd te beperken. Een olieréservoir van 100 liter inhoud was geplaatst onder mijn zitbank en onder de voorbanken was een groote bergplaats voor de levensmiddelen, voor het grootste gedeelte bestaande uit vleesch, afkomstig uit Chicago.

Een bijzonderheid aan de automobiel was de constructie der spatborden, welke bestonden uit vier met ijzer beslagen planken, vastgemaakt aan de treden door middel van een scharnier en die gemakkelijk uit elkaar konden genomen worden; ook dienden ze tot brug over sloten in polders en op zandwegen. Over het geheel had onze machine, die zoo verschillend was van alle andere, een bijzonder en geweldig voorkomen.

Het leek wel een gepantserde machine voor den oorlog of ook, door de groote benzine-réservoirs, op een minder gevaarlijk voertuig, n.l. op een gecompliceerden sproei wagen!.... Wat betreft de voorraden langs den weg, om de machines opnieuw uit te rusten, hiervan had de Prins de organisatie toevertrouwd aan de firma Nobel, die verschillende dépôts moest stichten tusschen Kiachta en Moskou op onderlinge afstanden van ongeveer 250 kilometer. De hoeveelheid benzine, die wij konden meenemen, was voldoende voor duizend kilometers, zoodat wij dus in het reisplan ons een zekere vrijheid van beweging hadden verzekerd.

De firma Nobel is eigenares van bijna alle siberische petroleumbronnen; ze bezit in alle steden van Siberië groote entrepôts en raffinaderijen. Ze heeft eigen waggons op alle spoorweglijnen en karavanen van karren langs alle straatwegen. Zij interesseerde zich dus zeer voor onzen proeftocht door Siberië, waarvan in de toekomst een uitbreiding van het automobilisme in dat land te voorzien was en waardoor meerdere behoefte aan haar benzine zou ontstaan.

Niemand kon dus beter dan de firma Nobel de organisatie van den uitrustingsdienst op zich nemen, welk werk reeds einde Maart een aanvang nam.

De Russisch-Chineesche Bank, die eveneens veel belang heeft bij de uitbreiding van verkeer en handel met het verre oosten, maakte zich zeer verdienstelijk door voor Borghese informaties in te winnen omtrent wegen, inwoners en den prijs van de verschillende benoodigdheden. Ze deed nog meer, ze belastte zich met het transport van de benzine en de olie door Mongolië, en droeg aan haar agenten te Kalgan, Urga, Kiachta, Verkhne, Udinsk en Irkutsk op, ons zoo goed mogelijk te helpen, en die agenten bewezen ons waarlijk de meest volkomen gastvrijheid.

De voorbereidingen waren tot zoover gereed gekomen, en men was in het bezit van de beste kaarten van het land, dat moest worden doorgetrokken, duitsche kaarten van Oost-China, kaarten van den russischen generalen staf, schaal één op de 250000, uitgegeven door het Cartographisch Instituut te Petersburg, en een kaart van het Russische Keizerrijk door het Ministerie van het Verkeer.

In de eerste dagen van April waren de Prins, Ettore en de Itala gereed om Italië te verlaten. Zij moesten te Napels scheep gaan op een boot van den Norddeutschen Lloyd, die een veertiendaagschen dienst onderhoudt op het Oosten.

Den dag vóór het vertrek van de boot waren Ettore en de auto al te Napels aangekomen; de Prins was nog te Rome om afscheid te nemen en nog enkele zaken te regelen, toen hem een telegram uit Parijs overhandigd werd, dat hem zeer verwonderde.

De verplichting om 2000 francs te storten, had het aantal mededingers zeer verminderd.

Velen hadden zich laten inschrijven alleen voor reclame, om hun naam in de couranten te zien vermeld als mededingers in een auto-rit Peking--Parijs.

De overblijvenden, de sérieuse mededingers, werden ontmoedigd door nieuwe besprekingen, die stof gaven voor nieuwe moeilijkheden. Wanneer over een plan te veel wordt geredeneerd, eindigt men ten slotte met het dwaas te vinden. Bij al dat geredeneer zoekt men zijn kracht in het vinden van nieuwe bezwaren; het handelen alleen versterkt het enthousiasme, dat door te aanhoudende besprekingen verflauwt en verdwijnt. Het koude woord is te verstandig, te beredeneerd, men voorziet te veel alle moeilijkheden. Wanneer een held genoodzaakt werd om, al was het maar een enkel oogenblik, over de heldendaad die hij wil volbrengen, te gaan redeneeren, dan zou er geen heldenmoed meer bestaan.

In buitengewone ondernemingen moet men aan het noodlot de oplossing van vele onbekende factoren overlaten.

Er is altijd een onbekend iets, waaraan men het hoofd moet bieden. Men moet zich wat luchthartig in het avontuur storten; daardoor toch ontstaat de moed om het te volbrengen. Vermetelheid kan geen stand houden tegen een lang en critisch onderzoek. Om die reden misschien besloten de mededingers, van de uitvoering van het plan af te zien.

Het door den Prins ontvangen telegram stelde hem van het genomen besluit in kennis. Het plan voor den tocht Peking-Parijs was in duigen gevallen!

Hij antwoordde: "Ik scheep mij morgen te Napels in." Door dit antwoord bracht hij de anderen van hun besluit terug. Hun eigenliefde spoorde hen aan, om den italiaanschen Prins niet alléén de onderneming, door het fransche genie uitgedacht, te laten wagen. En dientengevolge scheepten zich den 14den April de andere mededingers te Marseille in naar Shanghai, op een stoomboot van de Messageries Maritimes. Het waren mannen, door de verschillende firma's uit honderden uitgekozen, moedige kerels, zeer bekwaam in hun vak van chauffeur. Cormier, een van de chauffeurs van de Dion-Bouton's, had door Spanje en Hongarije gereisd met auto's van geringe capaciteit; hij was een voorstander van kleine machines voor het tourisme;--een auto van acht paardekrachten--had hij gezegd is mij voldoende,--hij kreeg een van tien.

Colignon, de tweede chauffeur van de Dion-Bouton's had ook bewezen een beproefd vakman te zijn in moeilijke ritten.

Een interessant type, door zijn grooten moed, was Pons, de chauffeur van den driewieler Contal, die zich vol ijver voor den tocht gereed maakte. Hij zou alleen wijken voor de noodzakelijkheid. Hij was een vastberaden, conscientieus man, bereid zich alle mogelijke opofferingen te getroosten. Men zag het hem aan, dat hij, indien noodig, zijn bloed veil zou hebben gehad om de benzine te vervangen.

De kleine fransche schare werd opgevroolijkt door de onveranderlijke en naïeve goedmoedigheid van Bizac, een anderen chauffeur van de Dion-Bouton's, en werktuigkundige bij de oorlogsvloot. Uit zijn leven aan boord tusschen de reuzen-motoren was hem een disciplinair instinct bijgebleven, een onverschilligheid voor vermoeienissen en wisseling van klimaat. Hij was de levende klok voor zijn metgezellen. Bij het aanbreken van den dag was hij hun wekker, onverbiddelijk als de tijd, ongevoelig voor de harde woorden, die ontsnappen aan hen, die met geweld uit de veêren worden gejaagd.

Bij de expeditie bevonden zich nog twee journalisten: Du Taillis, een Franschman en Longoni een Italiaan.

Ik had Du Taillis leeren kennen op de conferentie te Algeciras, waar hij de _Figaro_ vertegenwoordigde. Hoe dikwijls hadden wij een vroolijk kwartiertje van rust genoten op die vervelende en langdurige diplomaten-bijeenkomsten.

Hij had een collectie aardigheden, die hij met veel geest debiteerde. Altijd wist hij nieuwe berichtjes en gebeurtenissen uit de wereld der diplomatie te vertellen, die hij op sceptische maar toch aangename manier wist voor te dragen. Door zijn pen en zijn woord werden zelfs de séances van de "Sala Rossa" interessant, omdat hij uit die saaie internationale congressen toch nog het vroolijke en komieke wist te halen.

Ik verliet toen plotseling Algeciras om naar Fez te gaan en ontmoette Du Taillis niet meer vóór ik hem in China terugvond.

Van achter zijn gouden bril, zijn vroolijk gezicht door een blonden baard wat verbreed, nam hij mij op.

Wij stonden in de gang van een hôtel tusschen het heen en weer geloop van de chineesche bedienden, van kooplieden in allerlei merkwaardige dingen, en van vreemdelingen die kwamen ontbijten. Het uiterlijk van mijn collega was wat veranderd, van boven door een enormen hoed voor de tropen, onderaan door twee prachtige hooge leêren slobkonsen. De rest was normaal en liet mij geen twijfel omtrent zijne identiteit. We liepen hartelijk elkaar te gemoet en wij vertelden elkaar, hoe het zoo kwam dat wij hier stonden op den heiligen grond van het Hemelsche rijk; daarna begonnen wij heel gezellig kwaad te spreken van de Wai-woe-poe.

Longoni, een sympathiek jongmensch, wilde de expeditie meemaken, meer gedreven door zijn liefde tot de sport dan door zijn plicht als journalist.

Hij zou de reis op eene Dion-Bouton doen. Zoo naderde de datum van het vertrek.

Met de hulp van een chineesche transportonderneming zouden de auto's naar Kalgan worden vervoerd, want de reis door de chineesche bergen was wel het allermoeilijkste. De directeur kwam met een troep koelies, die met stokken en planken waren gewapend; dik en dun touw werd geborgen in de zitbank, en ontdaan van al het overbodige, werd de auto van den prins even als die van de anderen vervoerd; de koelies met de muilezels zouden het gezelschap te Nan-Kow wachten, waar de moeilijkheden van den ongebaanden weg begonnen.

Tot die plaats reden vijf personen met de auto, namelijk de prinses Borghese, Don Livio Borghese, 's prinsen broer, bij de legatie in Peking werkzaam, de Prins zelf, Barzini en de chauffeur. De Dion-Bouton, bestuurd door Cormier, ging voorop, dan volgden de Spijker, bestuurd door Godard, de Itala, de Dion-Bouton, bestuurd door Colignon en de Contal, bestuurd door Pons. Buiten de stad gekomen, verzocht men den Prins voorop te gaan.

Bij de rivier Tsing-Ho begonnen al de moeilijkheden met een lastige oude brug. Over treden van natte, glimmende steenen moest de auto zich tegen de helling opwerken. Over smalle landwegen ging het door de groote vlakte van Peking, waarop een streek van kale heuvels volgde en eindelijk de Nan-Kow-pas in het gezicht kwam.