Van Brussel naar Karema: Geschiedenis eener Belgische Kolonie in Midden-Afrika

Part 5

Chapter 51,012 wordsPublic domain

Om slechts éen voorbeeld aan te halen, zal ik vragen, of het doodend klimaat van Midden-Amerika, bestendig verblijf van koortsen en besmettelijke ziekten, waardoor duizenden menschenlevens sedert de ontdekking werden weggemaaid, den heer de Lesseps éen oogenblik heeft doen aarzelen om in dit afschrikkend midden eene der reusachtigste ondernemingen der moderne tijden te beginnen? Of het zijne medewerkers belet heeft, hem met geestdrift te volgen, de kapitalen, er met vertrouwen heen te vloeien, en duizenden armen, zich toe te wijden aan het stoffelijk gedeelte van 't werk?

Neen, niets vermag het voortrukken van den vooruitgang lang legen te houden. Men hebbe vertrouwen in de macht van het menschelijk vernuft.

Op dit punt is 't niet noodig aan te dringen op de voordeelen, welke men zou trekken uit een nieuw geslacht van negers, gewend aan den landbouw en de verschillige ambachten, onder de oogen der Europeanen. Afrika, zoo noodlottig voor deze laatsten, zou geopend kunnen worden voor den handel en de beschaving, dank aan dit negergeslacht, hetwelk men aan het hoofd der kantoren kon plaatsen, onder het toezicht van algemeene Europeesche agenten. Deze zouden gedurig over en weer gaan tusschen Europa en de factorijen, naar hier brengende de voortbrengselen dier streken, en naar ginder meenemend den overvloed onzer nationale nijverheid.

Ziedaar den te volgen weg, wel te verstaan voor de eerste periode van de exploitatie, want dit werk van langen adem zal zijne verschillige phasen beleven, ieder met eigen middelen van uitvoering. Engeland heeft dit volmaakt begrepen, en reeds bezit het langs heel den Beneden-Niger eene reeks van twaalf tot vijftien factorijen, handels- of landbouwstatiën, onder elkander verbonden door eenen wel ingerichten dienst van kleine stoomschepen. Het grootste getal dezer statiën wordt bestuurd door verstandige, geleerde en eerlijke negers.

De eerst te maken propaganda is buiten kijf de handelspropaganda, en de eerste missiën, welke men moet daarstellen, zijn handelskantoren. Maar deze kunnen in een nieuw land niet met vrucht ingericht worden, dan onder de leiding van wetenschappelijke wroeters, de onderzoekingsreizigers. Wetenschap en handel: ziedaar de twee hefboomen, welke Afrika moeten hervormen. De eerste zal de wegen aanwijzen; de tweede zal ze openen. Want hetgeen er in Afrika allereerst noodig is, dat zijn wegen, gemeenschapswegen.

En wanneer ik zeg hervormen, geef ik aan dit woord de breedst mogelijke beteekenis, zonder dees of geen bepaald doel te beoogen, zonder meer in 't bijzonder te willen spreken van de exploitatie, de beschaving, de verchristening, dan van de afschaffing van den slavenhandel of de uitbating der natuurlijke voortbrengselen. Afrika herscheppen, het is, in de bedrijvigheid der wereld een deel geven aan dit continent, ingesluimerd sedert het begin der tijden.

Dit is voorwaar! eene groote onderneming, waarvoor elkeen niet anders dan belangstelling, sympathie en eerbied gevoelen kan. Zij zal lang en moeilijk zijn, buiten allen twijfel; maar zulk vooruitzicht schrikt den wroeter voor beschaving geenszins af. De geschiedenis is daar om te bewijzen, dat al de overwinningen, waarop de menschheid zoo rechtmatig fier is, haar langdurige krachtsinspanning en groote opofferingen gekost hebben. Wat de moeilijkheid uitmaakt van een werk, is er ook de grootheid van.

Het zal België alweder doen stijgen in den eerbied der natiën, die edelmoedige en krachtdadige hulp, welke het bijbrengt in het werk van Afrika. Indien het grootsche plan des konings de ondersteuning blijft ontmoeten, die het verdient, mag men volkomen zeker zijn, dat het eenmaal vrucht zal dragen.

Hoewel de wetenschappelijke en gastvrije statiën der internationale vereeniging hoegenaamd geen handelskarakter dragen, brengen zij als vanzelf den landbouw en den koophandel aan, benevens de uitbating der rijkdommen van bosch en mijn. Het wetenschappelijk werk is slechts de inleiding tot handelswerk. Het bijzonder initiatief des konings heeft het eerste gedaan; aan het publiek, zich thans het tweede aan te trekken.

België bezit de dichtste bevolking ter wereld, en zijn stoffelijk fortuin is in evenredigheid met zijne natuurlijke voordeelen. Ons volk kan er op bogen, tusschen de meest gevorderde natiën van Europa geteld te worden, en het is met reden fier op zijne verstandelijke ontwikkeling en bloeiende nijverheid. Het bezit, voor den uitvoer van den overvloed zijner producten, eene der schoonste havens van Europa, en het zal eene handelsvloot hebben, zoodra het zulks ernstig zal willen. Bovendien bezit het hart en moed, want nooit is er te vergeefs een beroep gedaan op de zelfopoffering en de dapperheid zijner kinderen: iederen keer dat men tien Belgen gevraagd heeft voor een post van eer, hebben er zich honderd aangeboden. Het heeft te huis, bij der hand, alwat er noodig is om te slagen en de stoutste plannen zonder aarzelen aan te vatten.

Dat België dus maar durve!

Dat het niet onverschillig blijve voor een vraagpunt, hetwelk op dit oogenblik al de voortbrengende landen bezighoudt: het weze indachtig, hoeveel voorspoed en ware grootheid Portugal, Spanje, Engeland en Nederland niet te danken hebben aan de verre ondernemingen hunner kinderen, en het lette op den Congo.

Indien België wil, kan het daar ginder, tot zijnen meerderen roem zoowel als tot zijn meerder voordeel, eene der heerlijkste menschverheffende en handelsondernemingen dezer eeuw tot stand brengen.

Het werk is begonnen, het wordt krachtig ondersteund en verricht door eene keurbende van arbeiders.

Stanley, aan 't hoofd van een echt leger, zet de eerste houweelslagen in 't westen. Zijne reusachtige pogingen werden eindelijk met den besten uitslag bekroond. Hij heeft de zestig Livingstone-watervallen overschreden en zijne tent geplaatst op de boorden van het Stanley-Pool. De Belgische vlag wappert boven de poort der nieuwe wereld.

Cambier heeft den eersten steen gelegd in 't oosten. Hiervoor heb ik verteld, met welken edelen ijver en welke onwrikbare volharding hij zich van zijne zending gekweten heeft.

Tusschen deze twee punten, Vivi in 't westen en Karema in 't oosten, doorheen eene streek zesmaal zoo groot als Duitschland, vloeit de machtige Congo, reusachtigste stroom der wereld, de prachtigste baan voor de stoombooten van Europa, de grootste natuurweg van Midden-Afrika.

Langs zijne wonderbare oevers liggen werelden te ontdekken, zijn de edelste overwinningen te behalen, de meest verheven werken uit te voeren, de rijkste oogsten te verzamelen...

Wie wil ze?

EINDE.

End of Project Gutenberg's Van Brussel naar Karema, by Wauters, Alphonse-Jules