Vadertje Langbeen

Part 8

Chapter 83,961 wordsPublic domain

In mijn vrijen tijd lees ik zoo nu en dan „Life and Letters of Thomas Huxley”. Het is een aardig boek om er een half uurtje mee zoek te brengen. Weet je wat een archaeopteryx is? Het is een vogel. En een stereognathus? Ik stel me dat voor als overgang, een schakel in de natuur b.v. een vogel met tanden of een hagedis met vleugels. O jé, het is geen van tweeën! Ik heb het net opgezocht. Het is een mesozoïsch zoogdier.

[Illustratie: zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zien

Hij heeft de kop van een slang en ooren van een hond en pooten van een koe en een staart van een hagedis en vleugels van een zwaan en is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.]

Ik heb er dit jaar staathuishoudkunde bij gekozen. Als ik daarmee klaar ben, wil ik voor maatschappelijk werk studeeren. En dan, Mijnheer de Regent, dan weet ik precies, hoe een vondelingengesticht moet worden geleid.

Geloof je ook niet, dat ik een uitstekende kiezeres zou zijn, als ik stemrecht had? Ik ben verleden week 21 geworden. Het is toch een vreeselijk land, waar ze zoo'n edele goed onderlegde nauwgezette verstandige burgeres niet eens naar waarde weten te schatten.

Altijd, Je Judy.

7 December.

Mijn lief, oud Vadertje Langbeen.

Dank je wel voor je verlof om bij Julia's familie te gaan logeeren. Ik neem tenminste aan, dat je stilzwijgen je toestemming beduidt.

We hebben toch weer zoo'n pret gehad! De vorige week was het feest van de Stichting van de Universiteit. Het was voor het eerst, dat een van ons er aan kon deelnemen, want alleen de Juniors en Seniors worden toegelaten.

Ik noodigde Jimmie McBride uit, en Sallie zijn vriend, die met hem in Princeton samen slaapt en die den vorigen zomer ook in het kamp logeerde. Het is een erg aardige jongen met rood haar. En Julia noodigde iemand uit New-York uit—géén erg aardige heer maar _onberispelijk en van zeer goeden huize_. Hij is verwant aan De la Mater Cichester's. Misschien ken jij die lui, mij zegt dat natuurlijk niets.

In elk geval, onze gasten kwamen Vrijdag aan, en we dronken thee in de ontvangkamers van de Seniors en toen moesten ze weer weg naar het hotel om te dineeren. Het hotel was zoo stamp en stampvol, dat ze zelfs beweerden, dat ze op matrassen op de billardtafels sliepen, maar dat zal wel niet heelemaal zoo geweest zijn. Jimmie zegt, dat, als hij weer voor het een of andere feest wordt uitgenoodigd, hij een van de Adirondack tentjes zal meebrengen en die dan op een sportveld zal opslaan.

Om half acht kwamen ze alweer terug voor de ontvangst bij den President en voor het bal. We moesten dus gauw voortmaken. We hadden alle dansboekjes voor de heeren van te voren klaar gemaakt en na elken dans lieten we ze onder de voorletter van hun achternaam in groepjes bijeenstaan, zoodat ze gemakkelijk door hun dames voor den volgenden dans gevonden konden worden. Zoo moest Jimmie McBride geduldig onder de „M” blijven staan totdat hij werd opgeëischt. (Tenminste dat behoorde hij te doen, maar hij liep telkens weg en mengde zich tusschen de R's en S's en andere letters). Ik vond hem een erg lastigen gast. Hij was een beetje brommig omdat hij maar drie dansen met me had en hij beweerde, dat hij te bleu was om met meisjes te dansen, die hij niet kende.

Den volgenden dag hadden wij een groot concert met zang. En raad eens wie het welkomslied voor die gelegenheid heeft gedicht? Het is heusch waar, _zij_ is het. O ja, Vadertje, je zult nog eens zien wat voor een beroemd persoontje je kleine vondeling wordt!

Onze twee Princetons vonden het verbazend gezellig, tenminste, ze waren zoo beleefd dat bij het afscheid te zeggen, en ze hebben ons meteen voor hun feest van het volgend voorjaar uitgenoodigd. We hebben het alle drie aangenomen; stribbel dus maar niet tegen, lieve engel!

Julia en Sallie en ik hadden alle drie nieuwe japonnen. Wil ik ze eens beschrijven? Die van Julia was van ivoorkleurig satijn met goud geborduurd en ze droeg daarbij purperen orchideën. Het was sprookjesachtig mooi en het kwam regelrecht uit Parijs. Het heeft een schat gekost.

Sallie's japon was van teer blauw satijn met Perzisch handborduursel afgezet. Het kleurde prachtig bij haar rood haar, het kostte niet zooveel als Julia's gewaad, maar ze zag er minstens net zoo mooi uit.

Mijn japon was van zacht roze crêpe de chine met écru kant en roze satijn afgewerkt en ik had er roze anjelieren bij (Van Jimmie McBride, Sallie had hem gezegd welke kleur ik zou dragen). En we droegen alle drie satijnen schoentjes en zijden kousen en shawls in de tint van onze japonnen.

Je zult nu wel diep onder den indruk van al die kleine toiletbijzonderheden zijn.

't Is misschien gek, maar heusch, ik vind dat een man toch een erg eentonig leven heeft als je alleen maar bedenkt, dat b.v. crêpe de chine en Venetiaansche kant en handborduursel en Iersche kant enkel maar woorden voor hem zijn, terwijl een vrouw—al stelt ze nog zooveel belang in babies en microscopen of in haar man of een gedicht of dienstboden of parallelogrammen of bloemen of Plato of bridge of weet ik wat—toch altijd opleeft, als ze over kleeren hoort spreken.

Eén trek in de natuur maakt, dat de menschen zich verwant voelen. (Dit is geen oorspronkelijke gedachte, ik las het in een van Shakespeare's tooneelstukken).

Maar laten we nu weer op ons verhaal terugkomen. Wil ik je een geheim toevertrouwen, dat ik laatst ontdekt heb? En beloof je me, dat je me dan niet ijdel zult vinden?

Luister dan.

Ik zie er aardig uit.

Werkelijk waar, ik zou wel heel erg dom zijn als ik dat niet zag met twee spiegels in mijn kamer.

Een Vriendin.

P.S. Dit is een van die ondeugende, anonieme brieven, waarover je in novellen leest.

20 December.

Liefste Vadertje Langbeen.

Ik heb maar een oogenblik om je te schrijven. Ik moest nog twee colleges bijwonen, een koffer pakken en een hoedendoos, en met dat al moet ik nog den trein van vier uur halen. Maar ik kon toch niet weg zonder je nog even te schrijven hoe gelukkig je me met je Kerstcadeaux hebt gemaakt.

Ik hou van dat prachtige bont en de kant en de Liberty shawl en de handschoenen en de zakdoekjes en de boeken en het zilveren taschje—maar boven alles hou ik van jou, Vadertje. Maar lieveling, toch moest je me eigenlijk niet zoo verwennen. Ik ben maar een mensch en daarbij een jong meisje. Hoe kan ik een ernstige studente blijven als je me met zooveel mooie, wereldsche dingen overstroomt.

Ik heb nu een sterk vermoeden, wie van de John Grier Home regenten altijd voor den Kerstboom zorgde en voor het Zondagsche roomijs. Hij deed alles anoniem maar door zijn daden herken ik hem. Lieveling, jij verdient zeker gelukkig te zijn na al het goede, dat je stil voor anderen deedt.

Dag! Gelukkig Kerstfeest!

Je je liefhebbende Judy.

P.S. Hier heb je het portret van kleine Judy. Geloof je, dat je van haar zou gaan houden als je haar kende?

11 Januari.

Ik wou je eigenlijk uit New-York schrijven, maar ach heden, ik kwam er werkelijk niet toe.

Het was een interessante, een schitterende tijd, maar ik ben toch blij, dat ik niet zoo'n familie bezit. Ik zie heusch nog liever het John Grier Home op den achtergrond. Ik weet nu, wat de menschen bedoelen wanneer ze zeggen, dat ze door vormen en plichtplegingen naar beneden worden getrokken. De atmosfeer in dat huis was al zoo drukkend. Ik heb diep adem gehaald toen ik weer in den express naar Fergussen Hall terugreisde. Alle stoelen waren gebeeldhouwd en overal lagen kostbare kleeden, alles was even schitterend en verpletterend rijk. De menschen, die ik daar ontmoette, waren prachtig gekleed en spraken op zachten, beschaafden toon, maar werkelijk, ik heb geen enkel verstandig idee gehoord, zoo lang ik daar in huis was. Ik geloof dat bij hen nog nooit een denkbeeld hun hersenkast is binnengeslopen.

Mevrouw Pendleton denkt aan niets anders dan aan juweelen en kleermakers en costumières en plichtplegingen. Ze is een heel andere moeder dan Mevrouw McBride, maar als ik trouw en een eigen familie krijg, dan zal ik er zooveel mogelijk McBrides van maken. Voor geen geld van de wereld zou ik uit mijn kinderen Pendletonnetjes willen zien groeien. Het is misschien niet beleefd, de menschen bij wie je een tijd gelogeerd hebt, te critiseeren. Neem het me maar niet kwalijk, ik moet mijn hart even luchten en jij spreekt er toch niet verder over.

Ik zag Jongeheer Jervie maar één keer, toen hij kwam tea-en en toen had ik niet eens gelegenheid om hem te spreken. Erg jammer; na dien gezelligen zomer, dien we samen gehad hebben, zou ik hem zoo graag van alles verteld hebben. Ik geloof niet dat hij veel om zijn familie geeft en ik weet zeker, dat zij ook niet veel van hem houden. Julia's moeder zegt dat hij zijn evenwicht niet kan bewaren. Hij is een socialist, maar gelukkig draagt hij geen lange haren en roode dassen. Ze begrijpen maar niet, waar hij toch die vreemde ideeën vandaan heeft. De familie is sedert eeuwen conservatief geweest. Hij schenkt groote sommen geld aan allerlei vooruitstrevende vereenigingen inplaats van het voor zulke aardige dingen als yachten, auto's en paarden uit te geven. Maar hij koopt met dat al toch ook bonbons—hij stuurde Julia en mij ieder een mooie bonbonnière met Kerstmis.

Weet je, ik geloof, dat ik ook een socialiste ben. Dat hindert je zeker niet, hè? Je moet ze vooral niet verwarren met anarchisten. Het is hun bedoeling heelemaal niet om menschen te dooden. Ik hoor bij het volk. Ik ben nog niet besloten bij welke richting ik me zal aansluiten. Ik zal daar Zondag nog eens ernstig over nadenken en dan schrijf ik het je in mijn volgenden brief.

Ik heb een macht theaters en hotels en prachtige huizen gezien. In mijn hersenen is een vreeselijk warbeeld van onyxen en verguldsels en mozaïekvloeren en palmen. Ik ben nog altijd een beetje buiten adem en ik geloof heusch, dat ik een echte studente ben. Deze academische kalmte lijkt me veel gezonder dan de atmosfeer te New-York. Het universiteitsleven geeft heel veel voldoening. De boeken en de studie en de geregelde colleges houden je geestelijk leven bezig en wanneer je wat overwerkt en afgemat bent, zijn er nog altijd het gymnastiek gebouw en de openluchtspelen. En er zijn altijd een heeleboel aardige vriendinnen, met wie je veel bespreken kunt. Wij hebben laatst een heelen avond niet anders gedaan dan praten—praten en nog eens praten en ik ben toen heelemaal opgelucht naar bed gegaan alsof we een massa moeilijke problemen hadden opgelost. En dan kunnen we zoo'n heerlijken onzin uithalen, allemaal kleine onschuldige dingen, maar toch erg leuk, en we stellen onze moppen altijd zelf erg op prijs.

Het is niet het groote plezier, dat je leven aangenaam maakt, juist die kleine dingen dragen er zooveel toe bij. Ik heb het ware geheim van het geluk ontdekt, Vadertje, en dat is: In het Heden te leven. Je moet niet altijd het Verleden betreuren of bang zijn voor de Toekomst, maar je moet van het oogenblik zooveel maken als je maar kunt. Het is net als buiten op de boerderij. En nu ik dit weet, leef ik dubbel, want ik geniet van elke seconde en ik weet, dat ik ze geniet terwijl ik ze geniet. De meeste menschen leven niet. Ze rennen altijd maar rusteloos door, ze trachten altijd een doel ergens ver weg aan den horizont te bereiken en door de inspanning van dat jagen raken ze buiten adem en beginnen ze te hijgen, zoodat ze heelemaal niet naar het mooie, kalme landschap kijken, waar ze doordraven. En het eerste, wat ze dan weten, is, dat ze oud en afgeleefd zijn en dan is het voor hen hetzelfde, of ze hun doel wel of niet hebben bereikt. Ik wil aan den rand van den weg blijven zitten en een heeleboel kleine gelukjes verzamelen, ook al word ik nooit een Beroemde Schrijfster. Wist je, dat ik zooveel aanleg had om een philosophe te worden?

Als altijd Je je liefhebbende Judy.

P.S. Het schijnt, dat het van nacht katten en honden heeft geregend. Ik vond van morgen twee kleine hondjes en een katje op mijn vensterkozijn.

5 Maart.

Lieve Vadertje Langbeen.

President Cuyler hield vanavond een rede over de moderne jeugd, die hij oppervlakkig en zwak vindt. Hij zegt, dat wij de oude idealen van ernstig streven en ware studie uit het oog verliezen en deze achteruitgang in ons geslacht is vooral merkbaar in een minder eerbiedige houding tegenover onze professoren. We schijnen den afstand tusschen ons en onze meerderen niet meer te kennen.

Zeer deemoedig verliet ik de kapel.

Ik ben tegen jou misschien ook te familiaar, Vadertje. Behoorde ik je eigenlijk niet eerbiediger en meer op een afstand te behandelen? Ja, ik ben er nu van doordrongen, dat ik dat eigenlijk doen moest. Ik wil van voren af aan beginnen.

Zeer geachte Heer Smith.

Het zal u genoegen doen te vernemen, dat ik voor mijn halfjaarlijksch examen geslaagd ben en in een nieuw semester begin te werken. Ik zet mijn studie in de scheikunde niet langer voort doch neem de studie in de biologie op, weliswaar eenigszins aarzelend, want ik verneem, dat we regenwormen en kikkers zullen moeten ontleden.

Ik heb laatst een zeer interessante lezing over „Overblijfselen uit den Romeinschen tijd in Z. Frankrijk” aangehoord en nog nooit beter over dit onderwerp hooren spreken.

Ik lees op het oogenblik Wordsworth's „Tintern Abbey” in verband met onze colleges over de Engelsche letterkunde. Wat is dit een buitengewoon mooi werk en hoe mooi spreekt Wordsworth hier zijn gedachten over het pantheïsme uit! De romantische beweging in het begin van de vorige eeuw, uitgedrukt in de gedichten van Shelly, Byron, Keats en Wordsworth maakt op mij meer indruk dan de klassieke periode, die daaraan voorafgaat. Van gedichten gesproken, hebt U ooit dat fijne, kleine gedicht van Tennyson gelezen, de „Locksley Hall”?

Ik ga in den laatsten tijd heel geregeld naar het gymnastieklokaal. Dit is nu voorgeschreven en het zou mij zeer veel onaangenaamheden berokkenen, indien ik deze verplichting niet zou nakomen. Wij hebben nu in het gymnastieklokaal een prachtig zwembassin van cement en marmer, een geschenk van een vroegere studente. Mijn kamergenoot, Juffrouw McBride, heeft me haar zwempak geschonken (dat was zoo gekrompen, dat zij zelve het niet langer kon dragen), en nu ga ik zwemles nemen.

Wij hadden gisteravond heerlijk rose ijs voor dessert. Er worden bij ons alleen maar plantaardige bestanddeelen gebruikt om het eten te kleuren. Tegen het gebruik van andere kleurstoffen verzetten wij ons met alle macht, zoowel uit aesthetisch als uit hygiënisch oogpunt.

Het weer was in den laatsten tijd prachtig, heldere zonneschijn afgewisseld door enkele welkome sneeuwstormen. Mijn vriendinnen en ik hebben veel genoten op onze wandelingen voor en na de colleges—vooral van die er na.

Terwijl ik de hoop uitspreek, dat gij, geachte Heer Smith, zooals gewoonlijk een goede gezondheid geniet, teeken ik

met verschuldigde hoogachting, Jerusha Abbott.

24 April.

Lieve Lieveling.

[Illustratie]

Eindelijk is het lente. Je moest eens zien, hoe mooi het er nu bij ons uitziet! Hè ja, je moest toch zelf eens komen om je daarvan te overtuigen. Jongeheer Jervie kwam verleden Vrijdag ook even aanwaaien maar ongelukkigerwijs op een erg ongelegen oogenblik, want Sallie en Julia en ik moesten juist weg om den trein te pakken. En waarheen denk je wel, dat we reisden? Naar Princeton om aan het bal en de feesten deel te nemen! Ik vroeg je niet van te voren of ik wel mocht, want ik had een voorgevoel, dat je secretaris dan weer zijn onverbiddelijk veto zou uitspreken. Maar het ging alles heel ordelijk toe. We hadden verlof aangevraagd en Mevrouw McBride chaperonneerde ons. Wij hadden het 'er dol, maar ik zal maar niet op bijzonderheden ingaan, dan ben ik heusch bang, dat mijn brief veel te lang wordt.

Zaterdag.

We zijn vanmorgen voor dag en dauw opgestaan! De nachtwaker heeft ons gewekt. We waren met ons zessen meisjes en we hebben op een komfoor koffie gezet. (Je hebt nog nooit koffie met zooveel zaksel geproefd!) En toen hebben we twee mijlen geloopen om op den top van One Tree Hill den zonsopgang te bewonderen.

Je hadt ons dat laatste stuk naar boven moeten zien krabbelen! De zon brandde ons in het gezicht! Je kunt je voorstellen hoe uitgehongerd we bij het ontbijt waren!

Lieve deugd, ik schijn vandaag wel een erg uitroeperigen stijl te hebben! Kijk eens naar al die uitroepteekens op die eene bladzij.

[Illustratie: Dit is Prexy's katje. Je kunt aan mijn teekening wel zien wat een echte Angora het is.]

Ik wou je eigenlijk eens heel veel vertellen over de uitbottende boomen en het nieuwe sintelpad dat nu naar het sportveld leidt en over de afschuwelijke les, die wij voor morgen voor ontleedkunde moeten leeren en over de nieuwe bootjes op het meer en over Catharina Prentiss, die longontsteking heeft en over Prexy's Angora-katje, dat van huis is weggeloopen en twee weken hier op Fergussen Hall heeft gelogeerd, totdat een van de kamermeisjes het weer heeft teruggebracht. En dan over mijn drie japonnen, wit en roze en blauw mousseline met een daarbij passenden hoed—maar, Vadertje, ik ben heusch moe, een meisjes-universiteit is een heel drukke plaats en wij zijn dikwijls erg moe tegen den avond, vooral als onze dag al voor zonsopgang begint.

Je je liefhebbende kleine Judy.

15 Mei.

Lieve Vadertje Langbeen.

Hoort het tot de goede manieren, om recht voor je uit te staren, wanneer je in de tram zit, en dus niet rond te kijken?

Een heel mooie dame in een prachtigen fluweelen mantel stapte vandaag in de tram en zat wel 15 minuten lang met een wezenloos gezicht naar een reclameplaat van bretels te staren. Ik vind het niet erg beleefd als je iedereen negeert, het lijkt wel of je jezelf de eenige gewichtige persoon in den tramwagen vindt. In elk geval gaat er dan een heeleboel voor je verloren als je aldoor naar zoo'n vervelende plaat moet kijken. Ik heb ondertusschen een heele tram vol interessante menschentypes bestudeerd.

[Illustratie]

Deze brief is alweer geïllustreerd, zooals je ziet.

Het heeft wel veel van een spin die aan een touw spartelt, maar in werkelijkheid is het een afbeelding van Judy, die in het bassin in het gymnastieklokaal zwemmen leert.

De zwemjuffrouw haakt een touw aan een ring aan mijn zwemgordel vast en laat dat touw over een katrol aan de zoldering loopen. Het zou een prachtig systeem zijn als je vertrouwen in de juffrouw hadt, maar ik ben altijd bang dat ze het touw zal laten glippen, dus houd ik één angstig oog op haar gericht, terwijl ik met het andere mijn zwembewegingen volg en door dit verdeelen van mijn opmerkzaamheid tusschen haar en het water maak ik geen reusachtige vorderingen.

Het weer is erg veranderlijk in den laatsten tijd. Het regende toen ik begon te schrijven en nu schijnt de zon weer. Sallie en ik gaan tennissen en ik heb daardoor meteen een excuus om voor de gymnastiekoefeningen te spijbelen.

Een week later.

Ik had dezen brief eigenlijk al lang moeten afschrijven, maar ik kwam er niet toe. Je vindt het niet zoo heel erg, hè Vadertje, al schrijf ik je ook erg ongeregeld. Ik vind het heusch heerlijk om aan je te schrijven, het geeft me zoo'n heerlijk gevoel, net alsof ik ook familie heb. Wil ik je eens iets vertellen? Je bent niet meer de eenige man, aan wien ik schrijf. Er zijn er nog twee andere. Ik heb dezen winter heerlijk uitvoerige brieven gekregen van Jongeheer Jervie (met getikte enveloppes, dus weet Julia er gelukkig niets van). Heb je ooit zoo iets shockings gehoord? En haast elke week komt er een erg verward epistel, meestal op geel blocnote-papier, uit Princeton. En dat alles beantwoord ik met de promptheid van een zakenman. Dus zie je, dat er niet meer zoo'n groot verschil tusschen mij en andere meisjes bestaat. Ik krijg ook brieven.

Heb ik je verteld dat ik gekozen ben tot lid van de dramatische club van de Seniors? De organisatie is erg deftig: maar 75 leden worden uit de 1000 meisjes gekozen. Vind je, dat ik als consequent socialiste daarvan deel kan uitmaken?

Waarmee denk je wel dat ik op het oogenblik voor sociologie bezig ben? Figurez-vous, ik schrijf een proefschrift over „De zorg voor minvermogende kinderen”! De Prof. heeft de papiertjes met de onderwerpen eerst alle door elkaar geschud en heeft er ons toen elk eentje laten trekken. En ik trok dit. C'est drôle ça, n'est-ce pas?

Daar gaat de gong voor het eten. Als ik nu langs de bus ga, kan ik je brief posten.

Veel liefs van J.

4 Juni.

Lieve Vadertje,

We hebben het vreeselijk druk. Over 10 dagen promotiedag! Morgen beginnen de examens. We hebben nog een macht er voor te werken en daarbij is het zoo heerlijk mooi buiten, dat het me aan mijn hart gaat, er niet uit te mogen.

Maar kom, het is haast vacantie. Julia gaat dezen zomer naar Europa, voor de vierde keer al. Zeg, het gaat hier op aarde toch niet eerlijk toe. Sallie gaat als gewoonlijk weer naar Adirondacks en wat denk je wel, dat _ik_ ga doen? Je mag drie keer raden. „Lock Willow”. Mis! „Naar Adirondacks met Sallie?” Mis! (Dat probeer ik niet nog eens, de teleurstelling van het vorig jaar zit er nog te versch in). Kun je nu niets anders raden? Zeg, jij hebt toch ook niet veel verbeeldingskracht. Ik zal het je dan maar zeggen, tenminste, als je me belooft nu niet weer een macht bezwaren te maken. Ik waarschuw je secretaris van te voren, dat ik vast besloten ben mijn plan door te zetten.

Ik ga dezen zomer naar zee met Mevrouw Charles Paterson en haar dochter. De oudste moet komend najaar naar College, en nu ga ik haar een beetje bijwerken. Ik ontmoette Mevrouw Paterson bij de McBrides. Ze is een erg lieve dame. Haar jongste dochtertje geef ik les in Engelsch en Latijn, maar ik zal toch ook nog een beetje tijd voor mezelf overhouden en elke maand verdien ik daar nog $ 50.— mee. Vind je dat niet ontzaggelijk veel geld? Ze bood het me zelf aan, ik had heusch niet meer dan $ 25.— durven vragen.

Ik blijf in Magnolia (daar gaan ze heen) tot 1 September en dan zal ik nog een week of drie naar Lock Willow kunnen. Ik vind het erg leuk om de Semples en alle dieren daar eens weer te zien.

Wat zeg je nu van mijn programma? Je ziet, dat ik al heelemaal onafhankelijk begin te worden. Jij hebt me leeren staan en nu kan ik haast ook loopen.

De promotiedag in Princeton en onze examens vallen juist samen. Vreeselijk jammer, hè? Sallie en ik waren er zoo dolgraag op den promotiedag heengegaan, maar dat is nu natuurlijk onmogelijk.

Dag Vadertje, geniet maar van den zomer en kom in het najaar maar goed uitgerust terug. (Dat zeg ik je nu maar voor, je moet dat natuurlijk tegen mij zeggen). Ik heb er geen flauw benul van, wat jij wel in den zomer doet en hoe je jezelf amuseert. Ik kan me je omgeving ook heelemaal niet voorstellen. Speel je golf of ga je op de jacht of rijd je paard of lig je languit in de zon te droomen?

In elk geval, hoe je den zomer doorbrengt, geniet ervan en vergeet Judy niet.

10 Juni.

Liefste Vadertje,