Vadertje Langbeen

Part 4

Chapter 44,127 wordsPublic domain

In elk geval, hij zat daar heel correct in de ontvangkamer met zijn hoed en stok en handschoenen in de hand. En Julia en Sallie hadden om zeven uur les en konden zich daar niet van afmaken. Julia stormde dan ook mijn kamer binnen en vroeg me, om hem alles te laten zien en hem na zeven-uur-les weer bij haar af te leveren. Ik wilde het wel doen, hoewel ik er niet veel voor voelde, want ik geef niets om die Pendletons.

Maar bij nader inzien was het toch een geschikte baas. Hij is tenminste een menschelijk wezen—absoluut geen Pendleton. Wij hadden het erg prettig samen. Ik heb altijd naar een oom verlangd! Zeg, zou jij niet voor een tijdje mijn oom willen zijn? Ik geloof, dat ze nog aardiger zijn dan grootmoeders!

Mijnheer Pendleton deed mij wel een beetje aan jou denken, toen je nog twintig jaar jonger was. Je ziet, dat ik je heel intiem ken, al heb ik je ook nog nooit goed gezien!

Hij is lang en slank en heeft een bruin verbrand gezicht met besliste, scherp geteekende trekken. En dan kan hij zoo aardig lachen! Zijn mond lacht nooit heelemaal, de mondhoeken krullen alleen heel even naar boven! En hij heeft zoo iets over zich om je je dadelijk op je gemak te gevoelen. Het was net of ik hem al mijn heele leven had gekend en hij was ook erg kameraadschappelijk.

Ik heb hem alles laten zien, van den binnenhof af tot het sportveld toe. Toen zei hij, dat hij zich een beetje flauw ging voelen en wel graag thee wilde drinken. Hij zei, dat we maar naar het „College Café” moesten gaan—dat is vlak bij het dennenbosch. Ik vond, dat we eigenlijk terug moesten naar Julia en Sallie, maar hij zei, dat hij het beter vond, dat zijn nichtjes niet zooveel thee dronken. Daar zouden ze maar zenuwachtig van worden. Dus gingen we het Café binnen en gebruikten daar thee met toast en gelei en roomijs en cake aan een klein aardig tafeltje op het balcon. Het was er haast heelemaal leeg, want het loopt nu tegen het eind van de maand en dan is er nooit veel van ons maandgeld over.

O, we hebben toch zoo'n pret gehad! Hij moest naar den trein rennen om nog op tijd te komen en hij zag Julia haast heelemaal niet meer. Ze was woest, dat ik hem zoolang voor mezelf had gehouden! Het schijnt, dat hij een buitengewoon rijke oom is en heel lief kan zijn. Ik vind het heusch een verlichting, dat hij zoo rijk is, want onze thee heeft 60 cents per persoon gekost.

Van morgen (het is Maandag) kwamen er drie doozen chocola met de exprespost voor Julia, Sallie en mij. Hoe vind je dat? Leuk hè, om bonbons van een heer te krijgen!

Ik ga me nu heusch als een gewoon jong meisje voelen en niet meer als een vondeling.

Ik wou, dat je ook eens kwam en met me thee ging drinken. Dan kon ik zien of ik werkelijk zooveel van je kan houden. Maar het zou toch ook weer vreeselijk jammer zijn als ik dan niet meer van je hield! Nee, dat is onzin, ik weet heel zeker, dat ik dan nog veel meer van je ging houden.

Bien! Ik groet je heel hartelijk.

Jamais je ne t'oublierai, Judy.

P.S. Ik keek vanmorgen in den spiegel en ontdekte een heuschig kuiltje in mijn kin. Grappig hè? Waar zou dat zoo opeens vandaan komen?

9 Juni.

Mijn lieve, beste Vadertje Langbeen.

Het is vandaag een heerlijke dag. Ik ben juist door mijn laatste examen gekomen en wel in de physiologie. En nu:

_Nu ga ik drie maanden naar een boerderij!_

Ik weet heelemaal niet wat eigenlijk een boerderij voor een ding is. Ik ben er in mijn heele leven nog nooit in geweest. Ik heb er zelfs nog nooit een gezien (behalve uit het spoorraampje), maar ik weet zeker, dat het daar heerlijk is en ik er heel vrij zal zijn.

Ik ben er nog altijd niet aan gewend, dat ik nu van het John Grier Home verlost ben. Wanneer ik daar maar even aan terugdenk, voel ik koude rillingen over mijn rug loopen en dan zou ik wel hard willen weghollen en telkens omkijken, om te zien of Juffrouw Lippett nog niet vlak achter me is, om me met haar grijphanden mee te sleuren.

Ik hoef me dezen zomer gelukkig aan niemand te storen, niet waar?

Van jouw gezag heb ik niet de minste last, je bent veel te ver weg om me ook maar eenigszins in den weg te staan. Juffrouw Lippett is voor mij voor altijd dood en de Semples hoeven zeker geen toezicht over mijn zedelijk welzijn te houden. Neen, ik ben er zeker van, dat dat niet noodig is, want ik ben nu immers een groot jongmeisje. Hoera!

Ik moet je nu in den steek laten want ik moet mijn koffer pakken en nog drie kisten met theeketels en kopjes en schoteltjes en sofakussens en boeken vullen.

Altijd, Je Judy.

P.S. Hier heb je mijn examenvragen voor Physiologie. Zou je denken dat jij er ook door was gekomen?

Lock Willow Farm.

Zaterdagnacht.

Liefste Vadertje Langbeen.

[Illustratie]

Ik ben juist hier aangekomen en ik heb mijn koffer nog niet uitgepakt, maar ik kan er toch niet mee wachten met je te schrijven. Ik moet je dadelijk vertellen hoe dolletjes ik het hier op de boerderij vind. Het is in één woord zalig. Kijk, het huis ziet er zoo uit: en het is oud, wel honderd jaar geloof ik! Het heeft een waranda aan den kant, dien ik niet kan teekenen en een aardige ingang van voren. Het is jammer, dat ik niet alles kan teekenen zooals het er werkelijk uitziet. Die dingen, die net speelgoedboompjes zijn, zijn eschdoorns en die prikkelige aan den oprijweg zijn poëtisch murmelende dennen en sparren. Het huis staat op den top van een heuvel en je kijkt mijlen ver weg over groene weilanden tot aan een andere heuvelrij.

De menschen, die hier wonen, zijn: de twee Semples, man en vrouw, en een boerenmeisje en twee boerenknechten. Die drie laatsten eten in de keuken en de twee Semples en Judy in de eetkamer. Wij hadden vanavond ham met eieren en honing en boterhammen met gelei en pudding en kaas en thee en we hebben een heeleboel samen afgepraat. Ik heb in mijn heele leven nog nooit zooveel gebabbeld! Alles, wat je hier ziet, is ook even grappig. Ik geloof dat ik dat alleen maar vind omdat ik nog nooit buiten geweest ben, en al mijn vragen komen uit een enorm groote onwetendheid voort.

[Illustratie]

De kamer met het kruisje is niet die, waar de moord is gepleegd, maar waar je kleine beschermeling slaapt. Zij (de kamer) is groot en vierkant en frisch en heeft eenige ouderwetsche meubels en langs het raam groeit een klimplant met gele bloemen, die er afvallen als je er even aan raakt. En in de kamer staat nog een groote vierkante mahoniehouten tafel. Daar zal ik dezen zomer met gefronst voorhoofd en mijn ellebogen onder mijn hoofd aan zitten en de eene novelle na de andere schrijven.

O lieveling, ik ben zoo opgewonden! Ik kan heelemaal niet wachten tot het eindelijk weer dag is! Het is nu half negen en ik zal dadelijk mijn kaars uitblazen en probeeren wat te slapen. Wij staan hier om vijf uur al op. Heb je ooit zoo iets grappigs gehoord? Ik kan werkelijk niet gelooven, dat ik nog dezelfde oude Judy ben. Jij en de goede God geven me veel meer dan me eigenlijk toekomt. Ik moet wel heel, heel goed zijn om het je ooit te vergelden. Maar ik ga mijn best doen. Je zult het zien.

Nacht Vadertje! Je Judy.

P.S. Ik wou dat je die kikkers kon hooren kwaken en de varkens knorren. Je moet ook eens even naar de nieuwe maan kijken. Ik zag hem net van over mijn rechter schouder.

Lock Willow.

12 Juli.

Lieve Vadertje Langbeen.

Hoe wist je secretaris het adres van Lock Willow? (dit is geen rhetorische vraag, ik wil het vreeselijk graag weten). Luister eens, hoe grappig: de boerderij is het eigendom van mijnheer Jervis Pendleton, maar nu heeft hij haar aan de Semples gegeven, want Juffrouw Semple is zijn oude kindermeid. Heb je ooit van zoo'n typischen samenloop van omstandigheden gehoord? Ze noemen hem hier nog altijd „Jongeheer Jervie” en spreken over hem alsof hij nog altijd hetzelfde aardige jongetje van vroeger was gebleven. Zij hebben een van zijn babykrulletjes in een doosje bewaard en het is rood—tenminste een beetje roodblond.

Sedert ze weten dat ik hem ook ken, ben ik minstens 100% in hun achting gerezen, want een van de leden van de familie Pendleton te kennen, is de beste introductie voor Lock Willow en de beste van de heele familie is natuurlijk „Jongeheer Jervie”. Ik ben blij, dat Julia tot een van de minder geachte takken hoort!

Het leven wordt hier hoe langer hoe leuker. Gisteren heb ik op een hooiwagen gereden! Wij hebben hier drie groote, vette varkens en negen biggetjes en je moest ze eens zien slobberen! We hebben ook een macht baby-kuikentjes en eendjes en kalkoenen en paarlhoenders. De menschen die in de stad blijven, terwijl ze hier buiten konden wonen, zijn toch eigenlijk gek.

Mijn dagelijksche taak is, de eieren op te sporen. Ik viel gisteren van een balk in de schuur, toen ik probeerde naar een nest te kruipen, dat de zwarte hen had gestolen. En toen ik met een gekneusde knie in huis kwam, heeft juffrouw Semple er een verband met zalf om heen gedaan, en weet je, wat ze zei: „Ach lieve deugd, het lijkt wel gisteren, dat Jongeheer Jervie van dienzelfden balk viel en ook zijn rechterknie bezeerde!” Aardige oude vrouw, hé?

De omstreken zijn hier prachtig. Er is een vallei en een rivier en heel veel begroeide heuvels en heelemaal in de verte verrijst een éénig mooie berg. Ik zou die graag eens willen beklimmen.

Twee keer in de week karnen we, en de room bewaren we in de steenen schuur. Sommige boeren hier hebben een speciale separator voor het karnen, maar wij houden niet van die nieuwe ideeën. Het is misschien wel wat omslachtiger zooals wij het doen maar de boter is zooveel te beter. Wij hebben zes kalveren.

[Illustratie]

1. Sylvia. Omdat ze in het bosch geboren is. 2. Lesbia. Naar de Lesbia in Catullus. 3. Sallie. 4. Julia-a. Een gek, niet te beschrijven dier. 5. Judy. Naar mij. 6. Vadertje Langbeen. Je bent er niet boos om, wel lieveling? Het is een volbloed Jersey en hij ziet er heel lief uit. Kijk maar hierboven.

Zie je wel, dat de naam erg goed gekozen is?

Ik heb tot nog toe geen tijd gehad om aan mijn onsterfelijke novelle te beginnen. Wij hebben het daarvoor veel te druk.

Dàg, veel groeten van Judy.

P.S. Ik heb pannekoeken-bakken geleerd.

P.S. (2) Wanneer je misschien van plan bent kuikens te koopen, moet je Buff Orpingtons nemen. Dat is een goed ras.

P.S. (3) Ik wou, dat ik je wat van die heerlijke versche boter kon sturen, die ik van morgen zelf heb gekarnd. Ik ben een uitstekende melkmeid.

[Illustratie: Buttercup Daisy Birdie Bess Spotty

Koeien drijven kan ik niet]

P.S. (4) Dit is het portret van Mejuffrouw Jerusha Abbott, de toekomstige groote schrijfster, bezig de koeien naar den stal te drijven.

Zondag.

Lieve Vadertje Langbeen.

Is dat niet leuk? Gisterenmiddag wou ik aan je schrijven, maar ik kwam niet verder dan tot het „Lieve Vadertje Langbeen” want het schoot me opeens te binnen, dat ik beloofd had, wat boschbessen voor het avondeten te plukken. En dus liep ik weg en liet mijn papier op tafel liggen. En wat denk je wel, dat ik op mijn brief vond toen ik terug kwam? Een echte Mijnheer Langbeen, een glazenwasscher!

[Illustratie]

Ik nam hem heel voorzichtig bij een poot en liet hem het raam uitvliegen. Ik zou voor geen geld van de wereld er een kwaad willen doen. Met hun lange pooten herinneren ze me altijd weer aan jou, toen ik je voor de eerste en eenige maal in mijn leven zag.

We namen vanmorgen het wagentje en reden naar de kerk. Het is een vriendelijk wit dorpskerkje met een spitsen toren en drie Dorische kolommen aan den voorkant (misschien zijn het wel Ionische, ik haal die twee altijd door elkaar).

Het was een alleraardigst, slaperig preekje en alle menschen schenen veel moeite te hebben om niet te gapen. Het eenige geluid, dat tot ons doordrong, was, behalve het lijmige orgaan van den predikant, het gezang van de sprinkhanen daar buiten in het veld. Ik werd niet wakker voordat ik mezelf op de knieën vond liggen, bezig een psalm te zingen. Toen speet het me toch, dat ik niet beter had geluisterd, want ik zou dolgraag wat meer van den man willen weten, die zulk een psalm uitzocht. Luister maar:

Come, leave your sports and earthly toys And join me in celestial joys. Or else, dear friend, a long farewell. I leave you now to sink to hell.

Ik heb al gemerkt, dat het niet goed is om met de Semples over godsdienst te spreken. Hun Gods-idee (die zij nog onveranderd van hun oude Puriteinsche voorvaderen hebben geërfd) is die van een kleinzielig, onredelijk, onrechtvaardig, min, wraakzuchtig, bigot Wezen. Gelukkig, dat ik me er niet zoo'n voorstelling van maak! Weet je, hoe ik me Hem denk? Hij is vriendelijk en vergevend en zacht en begrijpt alles—hij heeft gevoel voor humor.

Ik hou dolveel van de Semples. In het werkelijk leven zijn ze veel beter en liever dan je wel uit hun redeneeringen zoudt opmaken. Ze zijn veel beter dan hun eigen God. Ik zei hun dat ook en toen had je hun gezichten moeten zien! Ze waren ontsteld. Ze vonden, dat ik godslasterlijke taal sprak—en ik vind, dat _zij_ het doen. Wij spreken nu maar nooit meer over godsdienst.

Het is nu Zondagmiddag.

Amasai, de eene knecht, is juist met een roode das en kanariegele handschoenen, hoogrood en geschoren, met Carrie (de meid) met een grooten hoed met roode rozen op en een lichtblauwe japon en stijf gekrulde haren, weg gereden. Amasai bleef den heelen morgen thuis om de sjees schoon te maken en Carrie gaf voor, dat zij het eten moest koken, maar in werkelijkheid heeft ze haar blauwe japon gestreken.

Wanneer ik mijn brief aan jou klaar heb, ga ik naar beneden om een boek te lezen, dat ik op de vliering heb gevonden. Het heet „Op het Indianenpad” en op de eerste bladzijde staat met een grappig jongenspootje geschreven:

Jervis Pendleton. Als je dit boek ooit vindt, Pak het dan in en stuur het me naar huis.

Hij was hier eens 's zomers, 11 jaar geleden, nadat hij lang ziek was geweest, en liet toen dit boek achter. Je kunt wel zien, dat hij het goed heeft gelezen, overal zie je vuile, kleine vingertjes. In een hoek van de vliering staat ook een windmolen. Verder vond ik er een paar tollen en knikkers. Juffrouw Semple spreekt zoo vaak over hem, dat ik werkelijk ga gelooven, dat hij nog leeft. Niet als een groot heer met een hoogen zijden en een wandelstok, maar als een aardige, vuile robbedoes, met een krullebol die altijd in de war zit, en groote laarzen, waarmee hij stampt als hij de trap opgaat. En de deuren laat hij allemaal open staan en hij bedelt om koekjes. (En krijgt ze ook altijd, ik ken Juffrouw Semple!) Het schijnt een avontuurlijk heertje geweest te zijn, flink en rond. Jammer dat het een Pendleton is! Hij verdient iets beters te zijn.

Morgen gaan we de haver dorschen. Er is al een stoommachine besteld en drie extra knechts hebben we gehuurd.

Tot mijn groot verdriet moet ik je vertellen, dat Eenhoorn (de gevlekte koe met één hoorn en moeder van Lesbia) iets heel onbehoorlijks heeft gedaan. Vrijdagavond is ze den boomgaard binnengeloopen en heeft er net zoolang de afgevallen appels gegeten, tot het haar naar het hoofd is gestegen. Nu is ze al twee dagen stomdronken. Het is heusch waar. Heb je ooit zoo iets schandelijks gehoord?

Dag lieveling.

Als altijd, Je kleine Judy.

P.S. Het eerste hoofdstuk handelt over Indianen en het tweede over struikroovers. Wat zal er in het derde staan? „De Roode Arend sprong twintig voet hoog en stortte toen dood neer”. staat er met dikke letters boven. Zullen Judy en Jervie nu samen pret hebben?

15 September.

Lieve, oude Lieveling,

Ik ben gisteren op de groote weegschaal op den korenzolder gewogen. Denk eens aan, Judy is 9 pond aangekomen. Laat ik je Lock Willow als een uitstekend herstellingsoord aanbevelen.

[Illustratie]

Altijd, Je Judy.

25 September.

Lieve Vadertje Langbeen.

Stel je eens voor, ik ben een tweede jaars studente! Ik kwam hier gisteravond aan, wel een beetje verdrietig dat ik van de lieve luidjes op Lock Willow weg moest, maar toch blij, dat ik alle meisjes hier weer terug zou zien. Want het is erg prettig, weer naar een bekende omgeving terug te keeren. Ik ga me hier zoo echt thuis voelen, over het algemeen voel ik me nu in de wereld thuis, net of ik er werkelijk in hoor en er niet maar bij ongeluk tusschen ben gekomen.

Ik geloof dat je eigenlijk heelemaal niet begrijpt, wat ik daarmee zeggen wil. Zoo'n gewichtig persoon als een regent kan ook moeilijk het gevoelsleven van een niets beteekenend persoontje als een vondeling begrijpen.

[Illustratie: Sallie Judy Studeerkamer Julia gang.]

Maar luister nu eens even, mijn oude lieveling. Weet je met wie ik samen woon? Met Sallie McBride en Julia Rutledge Pendleton. Werkelijk waar! We hebben samen een studeerkamer en drie kleine slaapkamertjes.—Voilà!

Sallie en ik vormden dit voorjaar het plan, samen te gaan huizen, en Julia wil met alle geweld weer bij Sallie wonen. Waarom weet ik niet, want die twee hebben geen snars gemeen. Maar de Pendletons zijn nu eenmaal van natuur erg conservatief en te laksch om van gedachte te veranderen. In elk geval zitten we hier nu bij elkaar. Denk eens aan: Jerusha Abbott uit het John Grier Home woont samen met een Pendleton! Het is hier toch een democratisch land.

Sallie is candidaat gesteld voor het Klasse-Presidentschap en als ik het niet heelemaal mis heb, zal ze het worden ook! Er heerscht hier toch zoo'n intrigeer-atmosfeer. Je moest eens weten wat een politieke vrouwen hier allemaal bij elkaar huizen! O manneke, als wij vrouwen eenmaal onze rechten krijgen, zullen de mannen al hun tijd noodig hebben, om de hunne te houden! Komende Zaterdag is onze verkiezingsdag en 's avonds zullen we een fakkeloptocht houden, onverschillig wie of er wint.

Ik ben nu bezig scheikunde te leeren, een onmogelijke studie! Ik had nog nooit van zoo iets gehoord. Op het oogenblik hebben we het over Moleculen en Atomen, maar de volgende maand zal ik je daar meer over kunnen vertellen.

Ik krijg nu ook les in de philosophie.

En in de Algemeene Geschiedenis.

En we behandelen de tooneelstukken van Shakespeare.

En ik heb les in Fransch.

Als dit nog lang zoo doorgaat, zal ik ten slotte nog heelemaal beschaafd worden.

Ik had veel liever les in Staathuishoudkunde dan in Fransch gehad, maar ik dorst het niet te zeggen, want ik was bang, dat de Prof. me zou laten zakken als ik geen Fransch koos. Ik kwam er voor Fransch net eventjes door met het Juni-examen. Maar ik geloof ook niet, dat de lessen op de Middelbare School veel waard waren.

Er is een meisje in onze klas, dat net zoo vlug in het Fransch als in het Engelsch babbelt. Als klein meisje stak ze met haar ouders naar Frankrijk over en ze heeft daar drie jaar in een kloosterschool geleefd. Je kunt je denken hoeveel knapper ze is dan de rest. Alle onregelmatige werkwoorden heeft ze onder den duim! Ik wou, dat mijn ouders me ook in een klooster hadden gestopt, toen ik klein was, inplaats van in een vondelingengesticht. Of neen, toch weer niet, want dan had ik jou niet gekend en ik vind het toch nog prettiger jou te hebben dan goed Fransch te spreken.

Dag Vadertje, ik moet nu even naar Harriet Martin om me een paar scheikunde-dingen te laten uitleggen. En dan moeten we nog eens de a.s. verkiezingen bespreken.

Je politieke J. Abbott.

Lieve Vadertje Langbeen.

17 October.

Wanneer het heele zwembassin met citroenvla gevuld zou zijn, zou dan iemand die zwemmen kan, zich boven de vla kunnen houden of zou hij zinken?

Wij hadden vanavond aan tafel citroenvla als dessert en kwamen er zoo over te spreken. Wel een half uur lang hebben we er hevig over gedebatteerd en nog is het niet beslist. Sallie beweert, dat ze heel vast gelooft, dat je er doorheen zou kunnen zwemmen en ik ben er vast van overtuigd dat zelfs de beste zwemster zou zinken als een baksteen. Zou het niet grappig zijn zoo in de citroenvla onder te gaan?

[Illustratie: McBride lang zal zij leven]

Nog twee andere kwesties werden aan tafel besproken.

A. Hoe moeten de kamers in een achthoekig huis gebouwd zijn? Sommige meisjes beweerden dat ze vierkant moeten zijn, maar ik geloof dat ze den vorm van een stuk punttaart zullen hebben. Geloof je ook niet?

B. Neem eens voor een oogenblik aan, dat er een groote ruimte van spiegelglas is en iemand daar middenin zit. Tot hoever zal dan het gezicht weerspiegeld worden en waar zal het glas beginnen den rug te weerkaatsen?

Hoe meer je er over nadenkt, des te minder weet je het.

Nu zie je eens, wat een diepzinnige onderwerpen er bij ons bij net eten behandeld worden en dan zeggen ze nog: als de katjes muizen, mauwen ze niet.

Heb ik je al over de verkiezingen gesproken? Het is al drie weken geleden, maar we hebben hier zooveel te doen, dat het wel een eeuw geleden schijnt. Sallie werd gekozen en we hadden een fakkeloptocht met transparanten, waarop „McBRIDE, LANG ZAL ZIJ LEVEN!” geschilderd stond. En dan nog een muziekcorps dat uit 14 muzikanten bestond, waarvan er drie mondharmonica's bespeelden en elf ketelmuziek gaven.

Wij zijn nu heel gewichtige personages in No. „258”. Een groot deel van Sallie's glorie straalt ook op Julia's onwaardig hoofd en op het mijne: het is een heele eer met de Presidente samen te wonen!

Bonne nuit, cher ami!

Acceptez mes compliments. Très respectueux Je suis Votre Judy.

12 November.

Lieve beste Vadertje Langbeen.

Met korfbal hebben we het gisteren van de Groentjes gewonnen. Natuurlijk vonden we het éénig, maar het zou toch nog heel wat leuker geweest zijn, wanneer het de juniores (derde jaars studenten) geweest waren. Ik zou 't er dan heusch voor over hebben gehad, heelemaal bont en blauw te zijn en een week met koude compressen in bed te moeten liggen.

Sallie heeft me uitgenoodigd, in de Kerstvacantie bij haar familie te komen logeeren. Ze komt uit Worcester in Massachusetts. Is het niet schattig van haar? Ik ben nog nooit in mijn heele leven in een echte familie geweest, behalve in Lock Willow, maar de Semples zijn beiden oud en dat noem ik eigenlijk geen familie. Maar bij de McBrides zijn er nog meer kinderen (wel twee of drie) en een moeder en een vader en een grootmoeder en een Angora kat. Het is een _echte_ familie. Je koffer te pakken en op reis te gaan is veel leuker dan hier blijven. O, ik vind het toch zoo zalig om er heen te gaan!

7 uur! Ik moet naar de repetitie. We studeeren een comedie in. Ik ben een prins met een fluweelen mantel en blonde krullen. Eenig leuk hè?

Dàg!

Je J. A.

Zaterdag.

Wil je niet eens weten hoe ik er uitzie? Hier heb je een kiek van ons drietjes, die Leonora Fenton genomen heeft.

Dat meisje in het wit, dat lacht, is Sallie, en de lange met haar neus in de lucht is Julia en dat kleintje met hangend haar is Judy. Ze ziet er in werkelijkheid beter uit, maar de zon scheen net in haar gezicht.

„Stone Gate”

Worcester, Mass.

31 December.

Liefste Vadertje Langbeen.

Ik had je eigenlijk al lang willen schrijven en je voor je chèque met Kerstmis bedanken, maar het gaat hier in huis zoo druk toe, dat ik nauwelijks een paar minuten kan vinden om een beetje met je te babbelen.

Ik heb een nieuwe japon gekocht. Eigenlijk had ik hem niet bepaald noodig, maar ik wou hem zoo dolgraag hebben. Dit jaar kreeg ik mijn Kerstcadeau van mijn ouden vriend, Vadertje Langbeen. Mijn familie stuurde me niets, alleen maar een lieven brief.