Uit Sowjet-Rusland: Beelden en beschouwingen
Chapter 13
Na afloop van den dienst zoek ik een bank in een der groene plantsoenen, de vroegere bolwerken, om ongestoord mijn gedachten na te gaan. Het is, als begrijp ik nu pas goed het waarschuwend woord, dat het sowjet-bestuur te Moskou aanplakken liet boven de oude Iberische kapel bij het Kremlin met het wonderdadige Moedergodsbeeld: »De godsdienst is opium voor het volk«. Ja waarlijk is het zoo: die heerlijke muziek is thans gevaarlijk; zij verzwakt den werkelijkheidszin, zij sust het hart tot rust over de slechte dingen dezer wereld, in plaats van het te wekken tot daadkracht; zij effent den gang van het bloed tot verdroomde maten, in stee van het staal toe te voeren tot den strijd. De schoonheid der oude kerkmuziek, wij mogen van haar bedwelming niet te diep drinken....
Terwijl ik daar zit, eenzaam op mijn bankje, komt het oude verlangen naar een nieuwe schoonheid als een vloed in mij op, schoonheid die zal zijn de verpuurde essence van onze eigen smarten en vreugden, onze aspiraties en onze zelfverzakingen, de gouden bekroning van onzen levensbouw, de nieuwe hemel boven onze nieuwe aarde. Mijn hart trekt samen in smachtend begeeren naar haar stralende klaarte, haar jubelende verrukkingen en haar verstilde droefheid. Hoe zal zij zijn, de nieuwe gemeenschapskunst? Welke vormen zal de nieuwe, broederlijke mensch vinden om te beelden zijn vertrouwen in makkers, welke klanken, welke tonen zullen uitzingen zijn liefde voor het ongedeelde, oneindige leven? Ach, kon ik haar slechts éénmaal doorleven in haar volle, zachte vervulling, de nieuwe gemeenschapskunst, niet enkel haar eerste rauwe stamelingen opvangen en onzekere omtrekken zien dagen, maar genieten haar vol dragen pracht. Genieten een ritueel, door den stroom des levens verzuiverd en geslepen, als de steen door het schuren van ontelbare wateren geslepen wordt. Genieten de verbeeldingen, die de ervaringen en verlangens van vele geslachten in zich opzogen, en het allerkostelijkste daarvan laagje na laagje hebben verpuurd tot parelzuivere schoonheid. Hoe zal zij zijn, de kunst van het communisme? Ik weet dat zij de deemoedige overgave van vroeger geslachten aan het onbegrepene niet meer zal kennen, dat zij de fiere levenshouding zal terugstralen van den vermaatschappelijkten mensch, heerscher over zelfgeschapen krachten. Maar ik weet ook dat zij de grondelooze diepten des levens niet schuwen en aan de donkere labyrinten der smart niet voorbijgaan zal. Hoe zal zij zijn?....
* * * * *
Den dag daarna ben ik naar Holland teruggekeerd, over een moiree-zijden zee, waar het ploegende schip een kleine borreling van groen en wit schuimsel in opriep. Aan weerszijden van de vore die het trok liepen lange zilvergrijze rimpelingen, en zilverwitte meeuwen omzwierden met sierlijke vleugelslagen zijn boeg. Het was een vaart vol vredige schoonheid.
Ik was de eenige bolsjewiek aan boord; de gesprekken der anderen--over valuta-spekulaties en vermakelijke of buitensporige voorbeelden van bedriegelijkheid--interesseerden mij weinig. Ik had alle gelegenheid mij te bezinnen op het doorleefde, de opgezamelde indrukken te verbinden tot een algemeen beeld en naar de stemmen, die het hart opzond, te luisteren. Er was iets in mijzelve, wat ik niet begreep.
Als alle oprechte communisten in en buiten Rusland doorleef ik een brandend leed van teleurstelling, de bitterheid er van stijgt bij oogenblikken van mijn hart, naar mijn oogen, mijn wangen, mijn voorhoofd.
Het communisme, dat even vlak bij scheen, wijkt weer naar verdere verschieten; de objectieve en de subjektieve krachten der geschiedenis roepen opnieuw den titanischen wil en de heroïsche zelfopoffering eener voorhoede een onverbiddelijk: »tot hiertoe en niet verder« toe. De Communistische Internationale is als een organisme te schielijk gegroeid, vol zwakke plekken en voosheden, en tusschen het fanfaregeschal der nieuwe namen en leuzen kan men al te veelvuldig de bedachtzame influisteringen hooren van den ouden geest. Ik weet terug te gaan naar een land, waar het leven een kleine en trage pols heeft, een land van sektarisme en zieligheid. Het bloedelooze denken ziet er uit ijle hoogten neer op elke poging van de bloeddoorstroomde daadkracht; de sterke rythmen van een massalen wil doordreunen er het communisme niet. De dorst naar makkerschap blijft er ongelescht, en de wereldstrijd over de taktiek wordt er doorleefd als een opeenvolging van verbeten half-persoonlijke twisten.
Ik weet dit alles; illusies heb ik zeker verloren, »geestdriftig gestemd« in den letterlijken zin keer ik niet terug. Het heroïsch avontuur der wereldrevolutie eischt te veel bloed en tranen, zijn wezen en zijn verloop zijn te tragisch, zijn blij-einde verschemert te ver weg, achter schuimende maalstroomen en bittere zeeën, om den mensch, die de jaren zijner jeugd achter zich heeft gelaten, nog tot »geestdriftigheid« te kunnen vervoeren.
Niet geestdrift zoozeer leerde ik in Rusland, als wel geduldige standvastigheid.
In de nederlaag, en in de reeks van nederlagen, vast te houden het vertrouwen in eindelijke overwinning; het wrange van teleurstelling en ontgoocheling te verdragen met een ongeschokt gemoed; door het op- en neervloeden van den strijd te gaan rustig als een, dien de goden een heerlijk geheim hebben toevertrouwd: dit is de gemoedsgesteldheid,--leerde ik daar ginds--die het communisme van zijn belijders eischt en waartoe het ze opvoedt.
VOETNOTEN:
[1] Nadat dit geschreven werd, bereikt mij het September-nummer van het Amerikaansche tijdschrift »Soviet-Russia«, met een artikel van Victor Kopp over de beginnende herleving van Petrograd als handels- en industriestad. Een mededeeling, volgend op dat artikel bevat de namen van drie machinefabrieken en één verffabriek, die in den laatsten tijd weer begonnen te werken.
[2] Op hun karakteristieke manier probeerden de Russen, in den tijd van ons verblijf te Moskou, het euvel te verhelpen door het parool van »een leidingweek« uit te geven, d.w.z. een week, waarin zooveel mogelijk alle beschikbare middelen op de reparatie der leidingen werden gekoncentreerd. Het resultaat vernam ik niet; in elk geval zal het water-verlies wel wat zijn verminderd.
[3] Naar ik later hoorde, vergiste ik mij niet: het »hotel« had een allerslechtste reputatie. Maar er was nergens anders een kamer te krijgen.
IX.
TOT SLOT.
Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede, wij zullen niet voelen Uw weligheid van onze lippen naar ons hart gegleden en zullen niet wikklen om onze leden de weeke plooi Uwer broederlijkheid.
Wij zullen niet wone' in het voorportaal dier eenheid glorieus, waarnaar wij staren met huivring van ontzag, en niet de donkre scharen, eendrachtig tot de worstling op zien varen: wij zullen hen niet in hun roem zien gaan.
De groote Denker met den fellen blik, hij heeft het lot van dit geslacht voorteekend, heeft ons wanklen voorgerekend, het droeve, het armzalige beschik.
Wij zijn het geslacht, dat moet vergaan, opdat een beter oprijze uit onze graven: wij zijn het geslacht dat zich moet laven aan zijn gebrokenheid en smartelijken waan: wij zijn het geslacht welks gansche have is als 't flauwe schimsel van d'eerste maan.
Onze besten heeft het noodlot bereikt: zij vielen in de ongewisse uren; en andre grooten, levenden, verduren de kwellingen, die donkre machten sturen: verschiet, dat nabij scheen en weder wijkt.
Voor hen uit ging een stralend licht... Zij vlogen, zij voelden zich als bevleugeld, hun wil schoot vooruit, onbeteugeld... Nu hullen zij in zwijgen hun gezicht.
Nu klemmen zij de lippe' opeen die zoo heerlijke lach bloeiend omspeelde; zij zijn als boomen die een dor seizoen vergeelde, en diep in hen, als in het dicht struweel de bron weent, is het verborgen zielsgeween...
Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede; wij zullen niet worde' in Uw glans gewijd; d'extase van den laatsten aardestrijd zal niet zette' in gloed onze leden en vulle' ons hart boordevol zaligheid.
Wij zijn de bouwers van den tempel niet. Wij zijn enkel de sjouwers van de steenen; wij zullen niet doen rijze' en zich vereenen zijn stoute pijlers; wij krielen dooreenen omlaag, in verwarring en haar verdriet.
Wie 't niet kan willen en standvastig blijven, hij verlate ons en keere niet weer, hij ga nog heden en late ons onze eer, hij neme mede zijn geluksbegeer en late ons, verscheurde ziele' en lijven.
Wij zullen in het grauw gewaad onzer kleine en schaarsche daden schrijden, wij zullen hunne schamelheid belijden met heldren blik en ons hierin verblijden dat zij van heerlijkere zijn het zaad.
Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede; wij zullen niet voelen Uw zaligheid, een golf van glans, omvloeien onze leden; wij zullen 't hunkeren naar uw zachtheden meedrage', ongelescht, door de eeuwigheid.
+------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: Zijn energiek gezlcht met den | | C: Zijn energiek gezicht met den | | B: »groote koeriers«' | | C: »groote koeriers« | | B: Russischen »diplomatieken wagen«!. | | C: Russischen »diplomatieken wagen«! | | B: niet in tijds terug zijn?' | | C: niet in tijds terug zijn?« | | B: Trotzky, Zinowiew Liebknecht | | C: Trotzky, Zinowiew, Liebknecht | | B: ook verhinderen juiste kleine, | | C: ook verhinderen juist kleine, | | B: te pogen de stad als grootindustrieeel | | C: te pogen de stad als grootindustriëel | | B: Het wit- en rood | | C: Het wit en rood | | B: kan niet verder« De auto's | | C: kan niet verder.« De auto's | | B: lichte pijn van teleurstelli g. | | C: lichte pijn van teleurstelling. | | B: puin opgeruimd, eld rs bleef | | C: puin opgeruimd, elders bleef | | B: een indruk, die b klijft. | | C: een indruk, die beklijft. | | B: den kogeldoorschoten r emlin-muur. | | C: den kogeldoorschoten Kremlin-muur. | | B: zuidoosten, tot de m esten met | | C: zuidoosten, tot de meesten met | | B: en de b treurenswaardige overwoekering | | C: en de betreurenswaardige overwoekering | | B: russische en teve s der wereldrevolutie | | C: russische en tevens der wereldrevolutie | | B: De zaak waaroor ge geleefd | | C: De zaak waarvoor ge geleefd | | B: onverschilligheid, wanbegip en tegenwerking | | C: onverschilligheid, wanbegrip en tegenwerking | | B: was, »partijloos«; bemoeide | | C: was »partijloos«; bemoeide | | B: bijwoonde der communisti che partij. | | C: bijwoonde der communistische partij. | | B: leerde het communisme begijpen | | C: leerde het communisme begrijpen | | B: er is thuis alijd zooveel te doen.« | | C: er is thuis altijd zooveel te doen.« | | B: gaan ze naar een kinderkolonie. | | C: gaan ze naar een kinderkolonie.« | | B: tot haar, kunt u mij niet daarheen | | C: tot haar, »kunt u mij niet daarheen | | B: Och ja wel«, luidde het antwoord | | C: »Och ja wel«, luidde het antwoord | | B: weezen en verwaaarloosde kinderen | | C: weezen en verwaarloosde kinderen | | B: op een lommerijken tuin | | C: op een lommerrijken tuin | | B: gedekt met sneeuwit damast | | C: gedekt met sneeuwwit damast | | B: Waren wij maar niet zoo arm. | | C: Waren wij maar niet zoo arm, | | B: oneindig beter had dan thuis, | | C: oneindig beter was dan thuis, | | B: op de microben dan...... | | C: op de microben dan......« | | B: scholen of kinderkolonies te bezoeken | | C: scholen of kinderkolonies te bezoeken. | | B: van welk keizerlijk theater zoud n die | | C: van welk keizerlijk theater zouden die | | B: verwaarloozing, reeds als een bittere vloed | | C: verwaarloozing, rees als een bittere vloed | | B: te gaan en r eds op weg daarheen | | C: te gaan en reeds op weg daarheen | | B: individualistisch-dekadente danskunst[4] | | C: individualistisch-dekadente danskunst[4]. | | B: maar een uiterste kracht inspanning redt hen | | C: maar een uiterste krachtsinspanning redt hen | | | +------------------------------------------------------+
End of Project Gutenberg's Uit Sowjet-Rusland, by Henriette Roland Holst