Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het Menschelijk Denken, Deel 1 van 2
Part 24
[41] In het dagelijksch leven meent men dikwijls, dat met de ontkenning van een eigenschap het toekennen der tegengestelde eigenschap gepaard gaat. Dit behoeft niet steeds het geval te zijn. Als men zegt, dat iets niet-wit is, is dit anders, dan wanneer men zegt, dat iets zwart is.
[42] Men wordt hier onwillekeurig herinnerd aan Pascal, die den raad gaf, dat men, indien men vroom wil worden, maar beginnen moet de ceremoniën van den godsdienst trouw na te komen. In deze raadgeving zit een psychologische waarheid. Begint men met de bewegingsvormen van een bepaalden gemoedstoestand uit te voeren, zoo ontstaat soms de gemoedstoestand. Ongeciviliseerde volken plegen zich door krijgsgeschreeuw en oorlogstooi in een oorlogzuchtige stemming te brengen.
[43] Een Hollandsche vertaling bij Van Looy, van de hand van Frans Erens.
[44] Voor ons echter is het merkwaardig, merkt Paulsen op, dat hij het zich wel tot schuld rekent dat hij als kind de moederborst begeerde, als knaap appels stal; maar van zijn voornemen om eene vrouw die hij liefhad en bij wie hij kinderen had verwekt, op te geven, wijl hij een huwelijk wou doen dat passend was voor zijn stand en vermogen, vertelt hij, zonder er zich zelf zoo hard over te vallen.
[45] Het was in den strijd tegen de Jansenisten, over wie een enkel woord bij de Cartesianen.
[46] Augustinus gaat, als de Grieksche denkers, uit van het standpunt dat het bestaan behoort tot het wezen. Spreekt men dus van waarheid, dan moet die ook ergens wezenlijk bestaan. Ontbrak dit bestaan er aan, de waarheid ware geen waarheid.
[47] De Manicheeërs, een theologische secte, waaraan Augustinus een tijdlang toebehoord heeft, leerden dat de zonde haar oorsprong vond in de stof. De richting heet zoo naar Manie. (214-274).
[48] Een zeer geprezen overzicht van: "Die Philosophie im Islam" geeft onze landgenoot prof. De Boer (Stuttgart).
[49] Vertalingen in 't Hollandsch van Dr. A. S. Kok; J. J. L. ten Kate, Mr. Johan Bohl. Uit wijsgeerig oogpunt wordt de toelichting van koning Johan van Saksen (Philatetes) bij zijn vertaling geprezen. De Hel door Boeken (proza) Wereldbibliotheek.
[50] Vergel. Vondel's Lucifer.
[51] Het overzicht, in 't bovenstaande gegeven van den universaliënstrijd is te schematisch. Dikwijls heeft de eene partij de andere misverstaan en haar bedoelingen gechargeerd. Ook schijnen niet alle denkers zich steeds gelijk uitgedrukt te hebben, maar al naarmate van de tegenstanders die ze te bestrijden hadden, verschillende standpunten op den voorgrond te hebben geschoven. Vandaar dat de namen nominalist en realist niet steeds goed aangewend worden. Occam b.v. is geen nominalist, hoewel hij zoo heet.
[52] Ontologisch, van ontologie-leer van het zijnde.
[53] Belgisch schrijver, auteur van "De schat des harten," "Wijsheid en Levenslot."
[54] Men is nl. gewoon, de Mystiek in te deelen en zoo ook van de Duitsche mystiek te spreken. Harnack verwerpt die indeeling zeer beslist: "die Mystik ist immer dieselbe; sie ist vor allem nicht national oder confessionell unterschieden" (Dogmen geschichte).
[55] Gesticht door Geert Groote ( 1384).
[56] Voor de Wereld-Bibliotheek levert Kloos een vertaling van de Imitatio.
[57] Vergilius, Romeinsch dichter (70 v. Chr.-19 n. Chr.) ook door onzen Vondel zeer vereerd.
[58] Misschien heeft dit gemaakt, dat hij zich later zooveel gunstiger heeft uitgelaten over 't Catholicisme dan over 't Protestantisme.
[59] Livius: beroemd Romeinsch schrijver, gaf de geschiedenis van Rome "ab urbe condita" (vanaf de stichting der stad).
[60] Hollandsche vertaling in Van Looy's Internationale Bibliotheek.
[61] Aristoteles' logische geschriften heetten in de Middeleeuwen Organon. Door den naam Novum organum gaf hij te kennen, een geheel nieuwe richting te willen inslaan. (Novum = nieuw).
[62] Nauwkeurige onderzoekingen met uiterst gevoelige werktuigen hebben thans geleerd, dat maan en sterren ons eenige, zij 't geringe, warmte geven.
[63] Frederik van de Palz had in 1618 de kroon aanvaard, hem opgedragen door de Bohemers, die zich van hun katholieken vorst wilden losrukken. Hij verloor zijn nieuwe rijk in één slag bij Praag en heet naar zijn kort bewind: Winterkoning.
[64] Het is minder gewenscht "cogitare" hier door denken te vertalen: bij Descartes heeft 't een veel ruimer beteekenis dan bij ons denken.
[65] In courantenberichten, waarin de "levensgeesten" al of niet opgewekt worden, al of niet geweken zijn, spelen zij nog een rol.
[66] Al was Nederland een republiek zoo mag men toch wel zeggen, dat in de 17de eeuw de volksinvloed op de regeering niet meer bestond.
[67] Op grond van de onmogelijkheid der inwerking van de ziel op de stof toonde hij aan, dat het heksen, etc. onmogelijk was. Bij de anti-Cartesianen verwekte zijn geschrift hevige verontwaardiging en zelfs professoren gingen het geloof aan spoken en heksen verdedigen!
[68] Oratorium--Priesterorde, in 1540 gesticht.
[69] Lehrbuch der Psychologie 1896.
[70] Uitgave in de klassieke schrijvers van Van Looy:
I. Godgeleerd Staatkundig Vertoog. Aanteekeningen daarop. II. Ethica. III. Brieven. IV. Korte Verhandeling van God, den Mensch en deszelfs Welstand. V. Staatkundig Vertoog.
[71] Het nadere daarover geven wij bij Locke, wiens leer, dat er geen aangeboren voorstellingen zijn, Leibniz in zijn "Nouveaux Essays" bestrijdt. (Zie blz. 294).
[72] Uit de vergelijking met bladz. 253 ziet men, dat Leibniz de occasionalistische leer geen recht doet. Lang niet alle occasionalisten hebben een telkens herhaald, gedurig ingrijpen der Godheid aangenomen.
[73] Zoo in zijn woordenboek onder het artikel over de Manicheeën (vergelijk bladz. 178).
[74] Wij noemen:
Christendom niet geheimzinnig van Toland (1696).
Verhandeling over het vrije denken van Collins (1713).
Christendom zoo oud als de schepping van Tindal (1710).
Het ware Evangelie van Jezus Christus van den eerzamen werkman Chub.
Het woord vrijdenker schijnt het eerst gebruikt in een brief van Molineux aan Locke en beteekent niet, als nu dikwijls, atheïst, maar beduidde eenvoudig een voorstander van het vrije onderzoek.
[75] In deze vrees staat Mandeville niet alleen. De geschiedenis der paedagogiek leert, dat telkens bij een streven naar meer verlichting of milder tucht angstige stemmen gehoord werden, die bezorgd waren voor 't heil der maatschappij. Tot nu schijnt die vrees niet vervuld. Die stemmen echter hoort men nog steeds.
[76] David Hume, Haarlem, Bohn, 1907.
[77] Men lette goed op dezen zin. Daaruit blijkt, dat Smith tegen een heel andere staatsinmenging streed dan tegen de huidige staatsbemoeiing, die zijn tijd niet zoo zeer kende.
[78] Hij ging hierbij zoover, dat hij dacht, een aap te kunnen leeren spreken en menschelijke ontwikkeling deelachtig te doen worden! Vooral de nieuw gevonden methode om doofstommen te leeren spreken, had hem in dit denkbeeld versterkt.
[79] Vergelijk Salzmann's Mierenboekje met inleiding van Dr. Gunning. Wereldbibliotheek.
[80] Er zijn thans trouwens zielkundigen, die het gevoel niet een bewustzijnsverschijnsel van eigen aard achten, maar ook een soort waarnemen, van niet scherp onderscheiden prikkels.