Thuringen De Aarde en haar Volken, 1873

Chapter 5

Chapter 5296 wordsPublic domain

Nabij de oude poolsche hoofdstad Krakau, die als vrije stad nog het langst de herinnering aan het aloude rijk heeft bewaard, verrijst op een heuvel het eenvoudige gedenkteeken voor Thaddeus Kosciuszko, den laatsten veldheer, den laatsten verdediger van Polen. Eene edele, belangwekkende figuur, deze Kosciuszko, in wien al de schitterende, ridderlijke eigenschappen van zijn nobel, maar door eigen roekeloosheid en tuchteloosheid zoo ongelukkig volk waren saamgevat. Met onbezweken heldenmoed heeft hij gekampt om, ware het nog mogelijk geweest, zijn zinkend vaderland van het verderf te redden; en toen hij, met wonden bedekt, op het slagveld van Maciejowice nederzonk, was zijn uitroep _Fins Poloniae!_ wel inderdaad de stervenskreet van het rampzalige, toch eenmaal zoo machtige en roemrijke land. Maar niet minder groot toonde Kosciuszko zich hierin dat hij, getrouw aan zijn woord, bij zijne vrijlating den keizer van Rusland gegeven, nimmer medeplichtig is geworden aan eenigen aanslag, hetzij in het openbaar, hetzij in het geheim tegen den overwinnaar van Polen beproefd, al hield hij niet op, zijn invloed aan te wenden om het lot van zijn volk zooveel mogelijk te verzachten. Hij stierf, tengevolge van een val met zijn paard in een afgrond nabij Vevay, den 15den October 1817. In het volgende jaar werd zijn lijk, op kosten van keizer Alexander, van Solothurn naar Krakau gevoerd, en daar in de domkerk bijgezet.

Het gedenkteeken, door vrijwillige bijdragen van alle standen en rangen der poolsche natie, door eene aanzienlijke gave ook van keizer Alexander, voor den held opgericht, is een eenvoudige, kunstmatige heuvel, met bloemen en plantsoen en met zijn voortreffelijk borstbeeld versierd. Van den top der hoogte, waarop deze heuvel verrijst, heeft men een prachtig panorama over de stad Krakau en de oevers van den kronkelenden Weichel. De plek is eene geliefkoosde wandeling voor de burgers der stad.