't Bolleken

Part 13

Chapter 132,137 wordsPublic domain

"O, menier den docteur, 't es schrikkelijk," snikte zij: "Moeder, 't meissen en de schoolmiestesse zijn d'r bij, maar ze 'n kennen hem hoast nie mier miester. 't Zit nou amoal in zijn heufd. Hij es compleet lijk zot. Hij mient dat er ratten op zijn bedde leupen, en da z' in zijn keele sprijngen. O, heurt hem! heurt hem!"

Ernstig-wenkbrauwfronsend trad de dokter binnen.

De kamer was in schemerduister.

"Lucht**, mier lucht," sprak stil de dokter.

De keukenmeid vloog naar een tafeltje, draaide de lamp wat hooger op. Een rauwe, schorre kreet weergalmde. De dokter kwam om den hoek van 't bed waarin meneer Vitàl lag te wringen en te woelen, met inspanning door de oude schoolmeesteres en moeder Lie onder bedwang gehouden.

"Roept de knecht boven," beval de dokter.

Nathalie holde naar de trapleuning, terwijl de dokter moeder Lie en de schoolmeesteres ter hulp kwam.

Hijgend, blazend, zweetend, met om de beurt wild-draaiende en dan plots weer als dood dichtvallende oogen, stootte meneer Vitàl voortdurend rauwe, schorre klanken uit, machteloos zijn lichaam wringend om aan de drukking der knellende handen en armen te ontsnappen. Hij schopte en spartelde, hij spuwde en blies als een woedende kat, hij knarsetandde en walgde en spuwde dan opnieuw alsof hij braakte, terwijl zijn heesche, schorre keel af en toe duidelijker klanken brulde:

"Pouah! de ratten! Op mijn bedde! op mijn handen! in mijn keele! Pfoe! pfoe! pfoe! Sloa ze deud! Sloa ze deud! Pfoe! foe! foe!..."

"Vasthouên! vasthouên! Nie loslaten!" hijgde de dokter tot het chauffeurtje dat ook ter hulp was toegesneld.

"Och Hiere, menier de docteur, wa ès da toch? Wa hèt hij toch? 't Wordt hoe langer hoe irger!" snikte Eleken.

Maar de dokter had geen tijd om zich met haar te bemoeien.

"Gij euk hier, helpe vasthouen!" riep hij gebiedend tot de keukenmeid, die als versteend van schrik tegen de tafel stond. En toen zij met hun vieren den steeds heesch-brieschenden, walgenden, spuwenden patiënt eindelijk flink onder bedwang hadden, vloog hij naar de deur, het huilend Eleken van zich afwerend, nog eens met nadruk gebiedend, dat ze hem geen oogenblik los mochten laten, voor hij met het noodige, dat hij thuis ging halen, terugkwam.

* * * * *

XXVII.

Eenige dagen verliepen. Groot was in 't dorp de opschudding en de vreemdste verhalen gingen rond. Meneer Vitàl lag in de "moersessen" (1) en had de "kamezool-de-fors" (2) aan, werd verteld. Dag en nacht lag hij te schreeuwen en te brullen dat men hem groote ratten in de keel stopte om hem te doen stikken. Iederen avond hoopten zich stille groepjes samen bij het hek om het akelig geluid te hooren.

1) Delirium tremens. 2) Dwangbuis.

't Es** 't bolleken; hij hè dezelve ziekte as Nonkelken, 'n famieldeziekte**," meenden de menschen. Maar enkelen schimplachten bedekt:

"'t Gloazen bolleken, mee dzjenuiver in van binnen."

Toen lachten zij allen even gedempt, maar eenige vermanende stt's werden gefluisterd en weer stonden zij met ingehouden adem te luisteren of ze zijn rauw gebrul nog hoorden.--De avonden waren frisch en rein, de volle maan rees dof-oranjekleurig-glanzend in het langzaam uitstervend daglicht met haar rond gezicht over de donkere daken, het-zwaar-gezwollen beekje stroomde bruisend op zijn hobbelbed van keitjes en de avondster blonk als een groote, solitaire diamant in 't westen, terwijl hoog in de zwarte, bladerlooze kruinen van den tuin, de wakkere lijster met haar krachtige, kristal-heldere stem, het voelen-naderen van de lente zong.

"De die 'n hè gien bolleken in heur keele," fluisterden de mannen, naar de hooge donkere boomen opkijkend.

En weer hoorden zij dan, als een ver en dof gebrul van moord, door 't helder zingen van den vogel heen, het schorre schreeuwen van meneer Vitàl, achter de toegeblinde ramen van 't kasteelken....

* * * * *

En plotseling was het uit. Op een vroegen avond hoorden zij niets meer.--'t Kasteelken stond daar, schijnbaar onbewoond-verlaten in de grauwe schemering tegen zijn zwarten achtergrond van hooge kruinen, met al zijn luiken als het ware in lijdende bespiegeling gesloten. Er was iets gebeurd, iets volbracht; een ongewone atmosfeer scheen er omheen te hangen, een atmosfeer van benauwende stilte en mysterie; iets plechtigs, dat zij allen die daar stonden instinctmatig, angstbekruipend voelden. De stemmen werden nog fluisterender, de gezichten schemerden lijkachtigbleek in het halfduister, de groote, donkere oogen keken elkander ondervragend aan.

"Zoedt-hij deud zijn?" vroeg eindelijk iemand hol en dof, als uit een graf.

Zacht ging de deur van het kasteelken open en in de grauwe schemering kwam de vaag-zwevende gestalte van 't chauffeurtje naar het hek toe.

"Es hij deud?" waagde stil-fluisterend een der nieuwsgierigen te vragen.

"Joa hij," antwoordde op denzelfden toon 't chauffeurtje. En hij verdween in 't grijze van de straat.

In opgewonden stem-gefluister schaarden de nieuwsgierigen zich achter den omheiningsmuur tot een druk en somber troepje samen.

Het beekje suisde in ondertoon en tusschen 't zwart gewirwar van de naakte twijgen flonkerde Venus' diamanten-schicht.

Zacht rees de maan boven de stille daken. Hoog en helder in de ijle lucht jubelde het lieve lijstertje de komst der blaadjes en der bloempjes, de zachtheid van de avonden en de sereenheid van de nachten, 't herboren-worden van de frissche lente tegemoet....

* * * * *

*Werk van Vlamingen*

verschenen bij den Uitgever dezes.

* * * * *

CYRIEL BUYSSE, *In de Natuur*. . . ing. fl 2.90, geb. fl 3.50 " " *Rozeke van Dalen*, 2 deelen, ing. fl 4.25, geb. fl 5.50 " " *'t Bolleken*. . . ing. " 2.90, geb. " 3.75 R. DE CNEUDT, *Verzen*. . .. . . . ing. " 3.90, geb. " 5.90 CEASAR GEZELLE, *Primula Veris* . ing. " 1.90, geb. " 2.50 VICTOR DE MEIJERE, *De Avondgaarde*. . . . . . . . . ." 1.75 HERMAN TEIRLINCK, *De Wonderbare Wereld*, 2e dr. ing. fl 2.90, geb. " 3.75 " " *Het Stille Gesternte*, ing. jl 3.25, geb. " 3.90 " " *'t Bedrijf van den Kwade*, ing. fl 2.90, geb. " 3.75 " " *Zon* . . . . . ing. " 1.90, geb. " 2.50 AUG. VERMEIJLEN, *Verzamelde Opstellen*, 1e en 2e bundel . . . . . ing. fl 2,90, geb. " 3.50 *Kritiek der Vlaamsche Beweging* " 0.25 *De Wandelende Jood*, ing. fl 2.25, geb. " 2.90 GUSTAAF VERMEERSCH, *De Last*. 2 deelen, ing. fl 4.25, geb. " 5.50 *Mannenwetten*, ing. fl 4.25, geb. " 5.50 PROF. DR. G. VERRIEST, *Over de grondslagen van het Rythmisch woord* . . . . ing. " 1.25 K. V. D. WOESTIJNE, *Verzen*. . . ing. fl 2.90, geb. " 3.50 *Janus met het dubbele voorhoofd*, ing. fl 2.90, geb. " 3.50

* * * * *

COLOFON

* Eerste publicatie: 1906 * Dit electronisch bestand is gebaseerd op de eerste druk uit 1906. * Het PDF-bestand van deze editie staat op Internet Archive: https://archive.org/details/tbolleken

* De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling, er zijn geen wijzigingen aangebracht. * Vreemde woorden of schrijfwijzen, evidente en vermoedelijke zet- of schrijffouten zijn behouden gebleven. Deze worden gemarkeerd met ** en toegelicht in de tabel onder het colofon. * Deze editie bevat heel wat inconsequenties met betrekking tot accenten, interpunctie, kapitalen, aanhalingstekens en het gebruik van lidwoorden. Deze zijn behouden gebleven. * Na uitroeptekens wordt er vaak geen hoofdletter geschreven. * Dialectwoorden met "oa" of "ao" worden verschillend gespeld, deze schrijfwijze is behouden gebleven. Bv.: * gedaon - gedoan * - Stoat op! staot op ! * morgenoavond - aovend * De paginanummers zijn verwijderd. * Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn hersteld. * Spaties voor leestekens zijn verwijderd. * Voetnoten zijn verplaatst naar het einde van de alinea met de verwijzing. * De in het origineel cursief gezette tekst is weergegeven als _cursief_, de vetjes gezette tekst als *vetjes*. * Gedachtestreepjes zijn vervangen door [--] en horizontale lijnen door asterisken.

Johan Boelaert [email protected] 30/04/2015

* * * * *

Regel / bron / correctie, commentaar of verklaring (regel 1 = "Nota's van de bewerker:")

057 / 't kasteelken / "kasteelken" wordt soms met hoofdletter, soms met kleine letter, soms wel dan weer niet tussen aanhalingstekens, geschreven. 058 / -- / Vaak beginnen zinnen met een gedachtestreep. 070 / pleizier / plezier 072 / stamenee / van fr. estaminet. In België herberg, kroeg. 089 / fanfarenkorps / fanfarekorps 091 / hooggeleid / hoog opgeleid 107 / bizonder / bijzonder 132 / congestief / afgeleid van congestie: ophoping van bloed in enig orgaan (m.n. in het hoofd. 160 / karabientsjes / verkleinwoord van karabijn: handvuurwapen met korte loop. 161 / stanvastig / standvastig 168 / 't Es... / "'t Es 168 / viveurtje / verkleinwoord voor viveur: pretmaker, losbol. 168 / 'K en / "Ik" wordt bij het begin van een zin vaak als "'K" geschreven. 172 / 'T 'n / 't 'n 173 / ge zilt aan 't irfdeel goan liggen / je zal binnenkort erven 192 / dzjenuiver / jenever 200 / spiretus / van fr. spriritus, alcohol, wijngeest 221 / zijn in bed / in zijn bed 280 / gefronsd / bw. gel. (ik fronste, heb gefronst, B. fronsde, gefronsd), tot rimpels zamentrekken (het voorhoofd). (Nieuw Woordenboek der Nederlandsche taal, 1864) 332 / Vital / Vitàl 344 / om den broode / om den brode: om er de kost mee te verdienen, niet uit lust of liefde 380 / enigzins / enigszins 402 / Altroassie / altratie: emotie, opwinding 403 / dikkels / dikwijls 408 / te noaste joare / volgend jaar 491 / aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard 533 / ankylose / gewrichtsverstijving 570 / hartelust / hartenlust 597 / koddebeier / jachtopziener, veldwachter, politieagent 624 / aovend / wordt op andere plaatsen "oavend" gespeld 701 / seeve / van seef of seve: "Sap, essentie of geest van iets." (INL) 720 / verbauwereerde / verbouwereerde 720 / detoneerden / detoneren: uit de toon vallen, lelijk afsteken 775 / Ça / "Ça 798 / getuigen? / getuigen?" 814 / menschen / messen 814 / morieljes / morielje: klein geslacht van eetbare zakjeszwammen die in het voorjaar verschijnen, gekenmerkt door een ronde of conische hoed met raatachtig oppervlak en een wat opgeblazen steel (Morchella) 821 / Romanée / La Romanée-Conti is de naam van een grand cru wijngaard, gelegen in het dorp Vosne-Romanée, dat tot de Côtes de Nuits (Bourgogne) behoort, en waarnaar het beroemdste wijnhuis van de Bourgogne genoemd is. De wijn heeft grote smaakreserves en wordt beschreven als "een huwelijk van satijn en fluweel". Roald Dahl noemde het proeven van deze wijn "een orgasme op de tong". Het is de duurste wijn ter wereld. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Roman%C3%A9e-Conti) 845 / konterfeitsel / portret 849 / decoratie-vlammetje / speldje dat gedragen wordt in plaats van de decoratie 857 / kanoalde / uit het Frans: canaille 861 / giegelde / giechelde 887 / pootje / (schertsend) podagra (soort van jicht die zich openbaart door een hevige pijn in de voet, vooral in het gewricht tussen middelvoetsbeentje en grote teen) 966 / roturier / een niet-adellijke (man / vrouw) 967 / dérogerait / van déroger: zijn rang / geboorte / afkomst verloochenen 992 / Cé / C'est 1050 / totnogtoe / tot nog toe 1206 / gekamerd / (verouderd) (van een vrouw die een kamer op kosten van haar minnaar bewoont) op een kamer gezet. 1235 / ongewachtste / onverwachtse 1260 / mademoiselle? / mademoiselle?" 1264 / bar-maid / barmeid 1279 / paardespel / paardenspel: tent waarin paarden kunsten verrichten 1305 / écuyère / goeder ruiter, amazone 1311 /circkel / cirkel 1321 / cirk / cirkel 1479 / couranten / kranten 1547 / groom / stalknecht, m.n. rijknecht 1584 / ostentatie / praalzucht, pralerij 1742 / gecontrariëerde / van contrariëren: dwarsbomen, tegenwerken 1765 / verbauwereerdheid verbouwereerdheid 1828 / ca / ça 1937 / verwoed / met woede (gevoerd); synoniem: woedend 1961 / letten / vertragen, ophouden 2062 / aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard 2226 / chic-que / van chique: verbogen vorm van chic: deftig, verfijnd 2226 / cadet / wschl. wordt hier "kadee" bedoeld, vent; "chicque cadet": deftige vent 2292 / veur 't feit stellen / bewijzen 2347 / depravatie / ontaarding 2387 / marquise / markies, luifel 2445 / " ontbreekt 2451 / beneen / beneden 2462 / gegiegel / gegiechel 2482 / miserie-boompje / jeneverbes 2531 / landbouwen / bebouwd land 2551 / popel / populier 2553 / leeuwetand / leeuwentand: paardenbloem 2695 / nuchter / nuchtere 2716 / zoekon / zoeken 2846 / bulletijntje / van bulletin: rapport 2923 / af / of 3033 / Verkoop / Verkoopt 3076 / met de thuiswacht liggen / thuis moeten blijven 3079 / lochtijnk / (groenten)tuin, hof 3101 / santus / santé: gezondheid 3109 / " ontbreekt 3127 / van doage / vandoage: vandaag 3359 / schouw / bang 3477 / goesting es keup / goesting doet kopen 3522 / 't Es / "'t Es 3528 / almets / soms 3619 / portée / draagwijdte 3796 / nobiljontje / (Belgisch-Nederlands, schertsend) adellijk persoon 3800 / Meneer / "Meneer 4017 / lizzen / laarzen 4094 / kastrollen / kookpannen 4108 / schoolmeestesse / schoolmeesteres 4153 / speelreis / huwelijksreis 4282 / patois / volkstaal, dialect 4294 / 'k Zal / "'k Zal 4306 / voiletten / voile, voilette, sluier 4347 / Fritz - Suze / onduidelijk waar dit op slaat 4448 / noaisterigge / naaister 4526 / sampoande / champagne 4542 / 't Dijnke mij / Ik denk 4551 / uchtijnk / ochtend 4559 / Wil / "Wil 4569 / pendrons / prendrons 4771 / reiskes / rondje 4801 / nentraal / neutraal 4812 / uit te lokken? / uit te lokken. 4830 / luidpratend / luid pratend 4880 / colback / ook kolbak; Turks kalpak (bontmuts) (verouderd) berenmuts 4884 / isoloir / stemhokje 4944 / gemeens mee had / gemene zaak mee had, mee te maken had 4953 / agitant-wapperende / onrust, agitatie teweegbrengend 5006 / kiezijnge / verkiezingen 5008 / kiezijnje / kiezijnge 5091 / Den / "Den 5092 / er ou ingesteken hen / u bedrogen hebben 5095 / zulle / drempel 5099 / demissie / ontslag 1531 / geweire / geweer - gewiere = geweire 5209 / stille," da / stille, da 5216 / moaken... / moaken..." 5248 / chambercloak / chamberloek, sjamberloek: Door de slavische talen en het hd. ontleend aan turksch jamurlyk, regenmantel. Daarnaast veelal de op onjuiste afleiding berustende spelling chambercloak. Kamerjapon, thans alleen van mannen, vroeger ook van vrouwen. (INL - GTB) 5275 / fleiwte / flauwte 5300 / ander / anders 5302 / almets / plots 5306 / flasselken / flesje 5352 / 't as / 't es - ' t is 5427 / Cest / C'est 5506 / ziendelijngen / zienderogen 5571 / posmiester / postmiester - postmeester 5609 / sefeur / chauffeur 5609 / sitoe / van Fr. aussitôt - onmiddellijk 5618 / sebiet / straks 5660 / lucht / licht 5713 / 't Es / "'t Es 5714 / famieldeziekte / familieziekte