Specialiteiten

Part 7

Chapter 7 3,466 words Public domain Markdown

Het is ten-onrechte dat men de onderscheiden takken van wetenschap in twee hoofdsoorten verdeelt, waarvan de eene den naam _exakte wetenschap_ draagt, in-tegenstelling naar 't schynt van de andere welker benaming nog moet worden uitgevonden. Men durft niet zeggen; _inexakt_ en deze schroom is te pryzen. Want _inexakte_ wetenschappen zyn er niet. Alleen ons _weten_ is inexakt, doch het ideaal der wetenschap laat geen onjuistheid, geen transaktie met omstandigheden, geen fiktie, en dus geen parlements-waarheid, toe. Een maatregel omtrent Volksbelangen is evenzeer òf goed òf niet goed, als 't produkt van twee cyfers al dan niet zeker getal uitmaken. De aan laatstbedoelde slotsom toegekende nauwkeurigheid, heeft slechts 'n uitsluitende beteekenis in-zooverre wy daarmee de wyze aantoonen waarop we tot ons rezultaat geraakt zyn. Elk ander feit, _op-zichzelf beschouwd_, is even exakt. Het _Zyn_ liegt niet, onverschillig of wy ons in-staat voelen de bekende eigenschappen daarvan nauwkeurig te schryven, dan of ze ons vermogen van voorstelling en uitdrukking te-boven gaan. Tegenzin in de moeite om ingewikkelder zaken tot klaarheid te brengen, noopte ten- alle-tyde den mens tot het byeenroepen van medewerkers, 'n fout waarvan hy zich niet schuldig maakt zoolang het de oplossing geldt van _eenvoudige_ vraagstukken. Het doet nu niet ter-zake of deze eenvoudigheid bestaat in 't gering aantal faktoren, in de vanzelf- sprekende geleidelykheid waarmee de syllogismen elkaar opvolgen, of in de stiptheid der terminologie die ons by zoodanige oplossing ten-dienste staat. In de beide laatste gevallen sluit uitgebreidheid geen eenvoud uit.

Vraagstukken nu over maatschappelyke belangen zyn, uit den aard der zaak, in zekeren zin _niet_ eenvoudig. De slotsom moet worden getrokken uit 'n zeer groot aantal faktoren die niet altyd met elkander in 'n verband staan dat terstond in 't oog valt, en welker terminologie gewoonlyk zeer vaag is. Welke dolzinnigheid beweegt nu den mens, ter bereiking van 'n moeilyk doel 'n weg met hindernissen te kiezen, en slechts dan de voorkeur te geven aan gemakkelyker methode, indien er 'n punt moet bereikt worden, waarheen de toegang niet kan worden versperd?

Geen vakman, hoe ook beheerscht door pedanterie, eigenbelang of opgedrongen partygenootschap, heeft het in z'n macht den mathematikus te belemmeren in 't stipt volgen van z'n logischen gedachtenloop. Toch kiest de wiskundige, tot het oplossen van 'n probleem, de eenzaamheid. Kollaboratie komt hem bespottelyk voor, al zy hy dan overtuigd dat niemand in staat is hem te doen wankelen in 't vertrouwen op wiskunstige zekerheid.

Tot het onderzoeken evenwel van die andere problemen, omgeeft men zich met 'n tal van elementen die 't nasporen van waarheid vierkant in den weg staan. Ik meen in IDEE 334 de hoofdoorzaken dezer blykbare ongerymdheid te hebben aangewezen, doch al moeten wy ons in het onvermydelyke schikken, het blyft toch plicht de afwijking van waarheid, die uit dezen dwang voortvloeit, niet noodeloos te vergrooten. En dit doen wy, door aan _specialiteiten_ plaats te geven in onze Volks- vertegenwoordiging.

Ik zeide: in _schynbare_ afwyking. Werkelyke afwyking van 'n wiskunstige waarheid is onmogelyk. Kan de wiskunde het helpen, dat we gewoon zyn ons nog onjuister uittedrukken dan de gebrekkige taal toelaat? Het geheel zal gelyk zyn aan de som der deelen, _indien die deelen op de tot bereiking van dit doel noodige wyze worden samengevoegd_. Misschien zou de stiptheid nog nadere omschrijving vorderen, doch ik hoop begrepen te worden door ieder die weigeren zou 'n handvol gebroken glas voor 'n vensterruit, of 'n hoop bouwmaterialen voor 'n behoorlyke woning aantenemen (IDEEN 2, 4). De _cohaesie_ der deelen, en wel 'n bepaalde _cohaesie_, is noodig tot het vormen van 't gewenscht of bedoeld geheel.

Wat wordt er van dezen eisch, indien de deelen instee van elkaar aantehangen en te kompleteeren, elkander tegenwerken, in den weg staan, vernietigen?

Reeds in den aanvang myner IDEEN betuigde ik gestemd te zyn tegen parlementaire regeeringsvormen (IDEE 2) doch tevens dat ik voorloopig niets beters wist in de plaats te stellen. Zoolang lafhartigheid en wantrouwen 'n hoofdrol spelen in de geschiedenis der mensheid, zal de routine-staatsman zich onwysgeerig tevreden stellen met dergelyke pogingen om by mangel aan waarheid, iets te geven waaruit soms 'n berusting wordt geboren die op rust gelykt (IDEE 7).

Soms. Misschien moest ik zeggen: zelden. Sporadische revolutien en epidemische ontevredenheid--beiden vooral niet minder frekwent onder konstitutioneele regeeringsvormen dan in werkelyke monarchien--bewyzen de ondoelmatigheid van 't vertegenwoordigd stelsel. Zy die dit stelsel voorstaan, gaan uit van 'n stelling die niet alleen hùn onaantastbaar voorkomt, maar die evenzeer door de tegenstanders wordt geëerbiedigd: _een volk heeft het recht zichzelf te regeeren_.

Maar, eilieve, de monarchalen zeggen niet anders. Of althans, waar ze iets anders beweerden, zouden ze slechts blyk te geven hun eigen katechismus niet te kennen. Wel zeker, 't Volk regeert zichzelf! De vraag is maar of het deze macht en dezen plicht delegeert op één persoon, op duumviren, op driemannen, op tetrarchen, op decemviri, op zeventig, op drie-vierhonderd, of op meer? En tevens op welke wys de tot het uitvoeren van den regeerplicht te kiezen personen worden aangewezen? ALEXANDER maakte zich, naar 't fabeltje luidt, op z'n sterfbed wat al te gemakkelyk van de zaak af, door op de vraag wie hem opvolgen zou, heel naïf te antwoorden: de waardigste!

Dit zou gewis voor alle belangen het beste zyn, en wie zich tegen zoo'n diepzinnige uitspraak verzet, verdient niet door den waardigste geregeerd te worden.

Maar ... wie _is_ de waardigste? Dàt is de vraag. Ik stem voor _ik_. Gy voor _gy_. Hy voor _hy_. Altemaal ikheden. De heele natie bestaat op eenmaal uit waardigsten.

Dit eenmaal aangenomen, zou er moeten worden uitgemaakt, wie onder al die waardigsten de állerwaardigste is? En daarop volgt weer 'n gelyke stryd, waarin natuurlyk zelfkennis en bescheidenheid de gewone treurige rol spelen.

Van stryden moe, is men bedacht op vergelyk. By-gebrek aan middelen om uittemaken wie van al die allerwaardigsten de méést-allerwaardigste is, wordt er voorgesteld dezen of genen _daarvoor te houden_. Wien? Den sterksten arm. Den besten schutter. Den snelsten looper. Den langsten. Een dwerg. Den diksten. Een skelet. Den ryksten. Een bedelmonnik. Een man, den oudsten. Een vrouw, de schoonste. Een kind, het onnoozelste, Een waarzegger. Een profeet. Een derwisj. Een fakir. Iemand die raadsels oplost. Een ruiter wiens paard na 'n bepaald oogenblik 't eerst hinnikt ...

Nieuwe stryd!

«_Myn_ fakir is haveloozer dan de uwe.»

«_Myn_ skelet rammelt uitstekend.»

«Zie _myn_ kandidaat eens, hy loopt de zon voorby.»

«Gekheid! Ik stel u hier iemand tot koning voor, die twee etmalen achtereen redevoeren kan, zonder neussnuiten of kuchen ... hy spreekt over al wat je wilt.»

«Alles verkeerd! We moeten 'n koning hebben die tooveren kan, dat is 't ware.»

«Ziehier 'n man die wèl is met God, en dus baasspeelt over de elementen. Als we hem op den troon zetten, zal 't altyd mooi weer zyn.»

Enz. Enz. Neen, nog niet: _enz_. Eerst volge hier de parabel over koning KRATES in de _Minnebrieven_, waarnaar ik verwys.

Hoe nu ook de stryd eindigde, steeds blyft het waar dat het Volk-zelf altyd beginnen moest met 'n daad van souvereiniteit, al bestond dan ook deze handeling in 't _eens-vooral afstaan van gezag_. De aanhangers van het _droit divin_ vergeten gewoonlyk dat het goddelyk recht zich nooit zou gehandhaafd hebben zonder den eerbied der _meerderheid_ voor dat recht, en de voorstanders van stemmen-tellen zien voorby dat hun methode letterlyk dezelfde is als die waardoor het _droit divin_ in de wereld werd gebracht. De stembriefjes uit SAMUELS tyd zyn verloren gegaan, doch men mag aannemen dat hy ruggespraak had gehouden met de kiezers van die dagen, toen hy in z'n tiende hoofdstuk--en in 't zestiende nogeens!--den uitslag van 't plebisciet verkondigde met olie. Wie dit betwyfelt, en meent dat SAMUEL 't Volk ditmaal niet raadpleegde, moet aannemen dat hy dan _stilzwygend_ zich bewust was depozitaris van den algemeenen wil te zyn, of althans dat-i zich verzekerd hield de _meerderheid_ op z'n zy te hebben. En dit moet hem dan by vorige gelegenheden gebleken zyn, daar 'n politikus van zyn gehalte z'n staatsgreep niet ligtvaardig zou blootstellen aan mislukking. Hoe men 't dus neemt, _altyd_ gaat het gezag van 't _Volk_ uit. Het verschil tusschen de beide hoofdrichtingen der begrippen over Regeeringsvorm, doet denken aan 't onderscheid tusschen thee en koffi, dat--naar thans beweerd wordt--grooter schynt dan 't inderdaad is, daar die dranken volgens chemische onderzoekingen uit dezelfde grondbestanddeelen zouden bestaan.

ALPHONSE KARR heeft 'n gelyksoortige waarheid aangeroerd in z'n uitspraak: «hoe ge ook de zaak keert, wendt, draait, wyzigt, regelt, vormt, of vervormt _il y a toujours un monsieur en habit noir qui décide_.» Zóó is het! Men moet altyd terecht komen by 'n _individu_, al zy 't dan dat de zoodanige met meer of min recht verondersteld wordt optetreden in naam van _velen_. De natuur wil niets weten van onze fiktien. Zonderling en inkonsekwent is 't echter dat juist de voorstanders van den parlementairen regeeringsvorm, zy die 'n afschuw voorwenden van alleenheersching, 'n allerzotst individualismus voorstaan by 't aanpryzen van specialiteiten. Verkrachte logika wreekt zich altyd sarkastisch door haren mishandelaar de ongerymdheid voortehouden, waarop z'n vergryp tegen de rede uitloopt, en wy vinden hiervan 'n aardig voorbeeld in de gevolgen der specialiteiten-manie.

A is 'n monarchische herder, en mishandelt z'n schapen. Dat komt van die alleenheersching!

_L'Histoire nous apprend Qu'en de tels accidents L'on fit_ ...

_On fit_ ... Wat? Wel 'n revolutie! Alle schapen liepen tehoop en maakten 'n grondwet.--Of 't in '48 geschiedde, weet ik niet, maar 't jaar doet niet tot de zaak.--Volgens die grondwet dan, zouden alle schapen verheven worden tot herders, en A gedegradeerd tot schaap. Niet één _princeps_ of _voorste_ zou voortaan de kudde leiden, drenken en scheren, maar _allen_ zouden _allen_ ...

Dat ging niet! Ieder wou voorgaan. Ieder wou 't eerst drinken, of liever nog, alleen. Ieder had lust in scheren, maar niemand wou geschoren worden. Bovendien, alles blaatte door elkaar, en de ooien konden haar eigen lammeren niet verstaan. Men had de regeering van dien eenling A allerdrukkendst gevonden, ondragelyk zelfs, maar bevond zich niet veel beter onder de tirannie van allen over allen. Hier volgt het vertegenwoordigd stelsel:

--Indien we eens niet allen tegelyk blaatten, riep 'n politieke nieuwlichter, doch 't recht daartoe slechts toekenden aan ... zeventig?

--Reaktie! riep 'n opgewonden lam dat niet vry was van karbonarisme.

--Geenszins, antwoordde de eerwaardige hamel van wien 't voorstel was uitgegaan, en die veel wol was kwytgeraakt onder 't regime der panarchie. Ik verzeker u op m'n republikeinsche eer, dat het volstrekt niet in m'n bedoeling ligt, terug te keeren tot de alleenheersching. Eens-vooral, weg met A! Hy is ontherderd en blyft ontherderd!

--Weg met A! blaatte de kudde.

--Ik ben 't volkomen met u eens. Dit is dus eens-voor-al afgedaan. Maar, geëerde schapen, indien wy eens ...

Zie verder het kiesreglement in alle beschaafde weiden. Het werd onder 't uiten van ontelbare _weg met A's_ en _leve de konstitutie's_ aangenomen. Men adverteerde, kuipte, hemelde op, maakte verdacht of zwart, men prees en vergoodde, al naar de programmen der partyen dit meebrachtten. By 't aanbevelen van kandidaten werd telkens deze of gene byzondere hoedanigheid van 'n schaap onder de aandacht der kiezers gebracht. Mooi blaten en veel wol waren de gewone gronden van predilektie. Maar ach, de kudde prospereerde niet. Ieder was ontevreden. _Houlette_ en hamelbel gingen gedurig over van den een op den ander, en men begon weldra intezien dat niet elke verandering ...

--Terugkeeren tot A? Nooit!

--Nooit, nooit, nooit!

--Liever Turksch, dan ...

--Weg met A!

Zeker, dit blyft zoo! We houden vast aan 't vertegenwoordigend stelsel. Maar we moeten anders _kiezen_. Ik stel voor geen schapen aftevaardigen dan die byzonder geacht zyn in hun distrikt.

Akklamatie. Voorts:

--Weg met A!

--Zeker, weg met A! Maar we moesten ons doen vertegenwoordigen door iemand die verstand heeft van scheren. Er zyn leden in ons parlement die nooit 'n schaar in de poten hebben gehad. Dit is 'n groote fout, waarde medeschapen. Sedert de dagen van dien vervloekten A ...

--Weg met A!

--Precies, weg met A! Sedert den tyd van dien tiran worden er veel zaken niet behoorlyk behartigd, 't Eene schaap wordt in 't geheel niet geschoren, en 't andere alle weken. Jazelfs worden er sommigen tegen alle recht en rede ... gevild. Vanwaar komt dit geachte medeschapen? Doodeenvoudig hiervan dat wy in onze Vertegenwoordiging gebrek hebben aan ... deskundigen, aan schapen van 't vak. Op die wys voortgaande, zouden we niets gewonnen hebben door het verdryven van den geweldenaar ...

--Weg met A!

--Tot in alle eeuwigheid, weg met A! Om alzoo in ons parlement het ware echte oude onvervalschte scheer-systeem gehandhaafd te zien, heb ik de eer u 'n kandidaat voortestellen, die van 't scheren 'n bepaalde studie heeft gemaakt. In de dagen der dwingelandy ...

--Weg met A1!

--Gewis. Onherroepelyk weg met den vervloekten A! Dit ben ik volkomen met u eens ... doch laat ons voortgaan, de stembus wacht. Myn kandidaat heeft overvloediglyk bewyzen gegeven dat hy scheren kan. Bovendien is hy zeer geacht in z'n distrikt. Maar dit is nu byzaak. Hoofdzaak is dat hy uw Vertegenwoordiging zal kunnen voorlichten by elke epineuze scheerkwestie. Hy zal de wankelende overtuigingen steunen, de verdwaalden terechtbrengen, de styfhoofdigen overreden, de onwetenden onderrichten, den weerspannigen ontzag inboezemen ... alles door 't prestige van z'n eigenaardige kunde. Wat allen te-zamen niet weten, weet hy alleen. Wat der algemeene aandacht ontsnapte, is zyn byzonder eigendom. Wat anderen duister is, ligt hem klaar voor oogen. Kiezers, bedenkt het gewicht uwer stemming! Erkent dat onze weide dringend behoefte heeft aan zulk 'n schaap in de Vertegenwoordiging. Op dus, op! Allen ter stembus, en kiest, blatend uit onbeklemde borsten: leve de konstitutie ...

--Weg met A!

--Voorzeker ... weg met A! Kiest als uit één bek, onder 't aanheffen van weidelievende kreten, tot uwen parlementsbelhamel ...

_Wien_ denkt ge, lezers? Wèl, den ouden weggejaagden A., die de voorpoort was uitgeworpen, maar in hoedanigheid van _Specialiteit_ weer wordt binnengesmokkeld door 'n achterdeurtje.

* * * * *

De geschiedenis der meeste dwalingen beweegt zich langs den omtrek van 'n cirkel. Op despotisme volgt ontevredenheid, verzet, omwenteling. Uit dit alles ontstaan allerlei archien die--dikwyls vrij onjuist--den naam van republiek dragen. Hoe ook de vorm zy die de alleenheersching verving, ze wankelt gedurig tusschen dwingelandy en regeeringloosheid. In 't eerste geval is de kring reeds terstond vry geleidelyk gesloten, tenzy men groot onderscheid make tusschen de tirannie van 'n enkele, van eenigen, of van velen. By anarchie werpt men zich in de armen van 'n persoonlykheid die zich byzonder heeft toegelegd op 't stichten van orde, eener gezags-_specialiteit_ die al zeer spoedig _nolens volens_ --want niemand is tiran voor z'n genoegen--het voorbeeld volgt van den despoot dien men wegjaagde.

Moet dit altyd zoo blyven? Wie weet! We trachten naar 't betere. Dit _trachten_ is onze roeping, en juist daarom is het plicht de middelen ter verbetering met oordeel te kiezen.

De proeven die sedert korten tyd op het vaste land van Europa, en in Engeland sedert eeuwen, genomen werden, leverden gebrekkige rezultaten op. Aannemende dat elk Volk het recht heeft over zichzelf te beschikken, ryzen er ontelbare vragen, welker beantwoording zoo moeielyk is dat wy door de erkenning van dat recht noch zeer weinig gevorderd zyn. Wat _is_ 'n volk? Vormen de Skandinaviërs één Volk? Hebben de Friezen recht op zelfbeschikking als alleenstaande natie? Behooren Schotten en Ieren by Engelschen? Walen by Vlamingers? Vragen van deze soort kunnen er honderden gedaan worden.

Al konden zulke kwestien behoorlyk--d.i. met terzydestelling van diplomatieke fiktien die by den dag veranderen--worden opgelost, dan staan we voor nieuwe moeielykheden. Het is zeer gemakkelyk een natie toeteroepen: gy zyt uw eigen meesteres, beschik, beveel! Wie moet antwoorden op dezen eisch? Wie is gerechtigd tot gebruik-maken van 't geschonken of veroverd voorrecht? Hoe _uit_ zich de wil van de kollektieve menigte die men «Volk» noemt? Of, erger nog, _heeft_ zoo'n Volk wel 'n wil? Eén wil zeker niet, en dit komt met géén wil vrywel overeen.

Daarna dwaalt men af op den kinderachtigen uitweg van 't stemmen- tellen, en vervalt in 't zeer onwysgeerig aannemen van 'n _veronderstelden_ Volkswil, dien men tegen beterweten aan _voorgeeft_ te kunnen opmaken uit stemmingen welker uitslag en beteekenis beheerscht worden door 'n kiesreglement, dat in z'n geheel willekeurige samenstelling geen andere logische oorzaak van bestaan heeft, dan de zucht om zich met 'n Franschen slag aftehelpen van 'n taak die men niet weet te vervullen.

De daaruit voortvloeiende zeer onnauwkeurige--ja, _per se_ valsche! --manifestatie van den volkswil leidt tot nog onzuiverder rezultaten dan reeds het geval wezen zou indien zekere _bepaalde zaak_ aan 't oordeel der menigte werd onderworpen. Die menigte kiest nu slechts _generale_ gevolmachtigden, tezaam genomen niet den minsten waarborg opleverende dat hun majoriteits-meening met den wil van de Natie, hun lastgeefster, overeenstemt.

Zoo stuiten wy in 't parlementair stelsel overal op onnauwkeurigheid, op genoegen nemen met zeer ruwe benadering, op fiktie, en ... op _misleiding_.

Ook wanneer wy al de gebreken die uit de aangestipte moeielykheden voortvloeien, nu eens aannemen als onvermydelyk--'n treurige veronderstelling!--dan blyft toch altyd de mogelykheid bestaan om 't voorhanden materiaal van staatkundige gegevens eerlyk toetepassen.

En ... dit doet men niet! Dezelfde kiezers die, zoodra 't hun _byzonder_ belang gold, zich alleromzichtigst toonen zouden in 't onderzoeken der bevoegdheid en vooral van de _intégriteit_ hunner gemachtigden, behandelen de _publieke zaak_ met 'n slordigheid die aan 't krankzinnige grenst, met 'n gebrek aan konscientie die in 't misdadige overgaat.

Lezen we niet dagelyks in onze couranten dat B, C of D--ik sla nu A over, om den schyn van ondeugende toespeling op m'n schapenparabel te ontgaan--vernemen we dagelyks dat het onze plicht is voor _die_ heeren te stemmen, _juist om redenen die hen tot vertegenwoordiging van 't Volk onbevoegd maken_?

De een heeft zich byzonder toegelegd op den handel ...

Dat zal hem te-pas komen als-i 'n winkel opzet. Goed succes! Maar daarmee heeft 't _Vaderland_ niets te maken.

De tweede was jaren lang in Indië ...

We willen hopen dat-i ryk is, of 'n behoorlyk pensioen heeft, zonder leverziekte. Doch dat gaat het _Volk_ niet aan.

Een derde is fabrikant. «Het fabriekswezen, myne heeren, het fabriekwezen ...

Zeer wel! Ook dat behoort tot den _Staat_. Maar ook dat _is_ de Staat niet.

Een vierde kandidaat is byzonder bekwaam in 't Loods-wezen. Hy weet den weg in de zeegaten ...

Dat is juist de weg dien wy 't _Vaderland_ niet willen opsturen.

«Zie dien vyfde eens. Men aanbidt hem in z'n district ...

Wèl, laat hem dan blyven waar-i bekend is en aangebeden wordt. Het _Volk_ kent hem _niet_, aanbidt hem _niet_.

«Gy zult toch dezen zesden niet afwyzen. Hy behoorde sedert z'n prille jeugd van familiewegen tot de zóó-en-zóo-party. Hy is van-ouder-tot- ouder 'n _dit-aan_, 'n _dàt-ist,_ een van de echte soort!»

Dat zal z'n grootmama plezier doen, van wie hy al die istery en anery geërfd heeft, maar 't _Volksbelang_ heeft àndere eischen. Laat men dien man 'n plaats aanbieden in de een of andere kamer van z'n familie, als daar door 't overlyden van 'n oudtante vakature is. De _Staat_ is niet gediend met lieden die de oplossing van alle maatschappelyke vraagstukken meebrachten uit hun luiermand.

«Wraakt ge ook den zevenden, die als _Specialiteit_ in ...

In 't een-of-ander, _connu_! Ja, wraak ook hem. Ik ontzeg ieder 't recht Volksvertegenwoordiger te zyn die dat recht grondt op iets anders--op wat ook!--dan kennis van de behoefte des Volks _in het algemeen_, dan toewyding aan de belangen van 't Volk _in het algemeen_, dan op de gegronde verwachting dat hy nuttig zal wezen voor 't Volk _in het algemeen_. Het volgen van 'n vooruit bepaalde richting op wetenschappelyk, sociaal of politisch terrein, bewyst òf onbekwaamheid òf verraad, en dit laatste is immer het geval by 't voorstaan van _byzondere belangen_. De algemeene zaak--_res publica_--is in de hoogste maat _integraal_, en moet als zóódanig behandeld worden.

Ik weet zeer goed dat het vertegenwoordigend stelsel in 't algemeen, ook zonder verkeerde toepassing in de onderdeelen, aan dezen laatsten niet kàn voldoen. Doch wie dit toestemt, zal erkennen dat wy de daaraan klevende gebreken niet willens en wetens mogen vermeerderen. Hoe gebrekkig ook de wil des Volks door z'n afgevaardigden wordt kenbaar gemaakt, er is weinig hoop op beterschap indien wy opzettelyk voortgaan, _erkend-onbevoegden_ met die moeyelyke taak te belasten. Zien de liberalen niet in, dat ze zich bespottelyk maken in de oogen der behouders, door dagelyks blyk te geven dat zy hun eigen stelsel òf niet begrypen, òf moedwillig verkrachten? Is er logika in den roep: «weg met Gods genade?» als men te-gelyker-tyd zweert by de genade van Professor X of Dokter Y? Met welk recht rekuzeert men het overwicht van 'n BOURBON of anderen _Krates_, als men stokstyf beweert dat het leekeplicht is, eerbied te hebben voor de militaire kunde van Luitenant Q? Is het dan alleen om plaats te maken voor katheders dat men zich voor 't omhalen van tronen en bidstoelen zooveel moeite getroostte? Millioenen en millioenen plebisciteeren sedert eeuwen voor 't gezag van den Paus. Weg met _die_ meerderheid, zeggen we nu, wy weten beter! Maar ... de anderhalve stem uit Schiedam, die den jeneverstoker Z zoo byzonder bevoegd rekent tot het beslissen van industrieele--en alle andere! kwestien, dàt is 'n àndere heiligheid, dááraan mag niet geschud worden! JOZUA deed de zon stilstaan. Dit werd aangenomen door millioenen stemmen. Vyf-zesduizend jaar lang voteerde 't heele mensdom de onschendbaarheid van JOZUA'S wonder. _Die_ meerderheid wordt op-eenmaal terzy gezet--en ik doe hartelyk mee!--maar mogen we nu telkens 'n nieuwen JOZUA erkennen in ieder dien 't gelukte zich door 'n paar dozyn kiezers te doen proklameeren voor 'n specialiteit in stilstaan?