Part 4
«_Van-tyd tot-tyd openbaart zich de behoefte aan specialiteiten op treffende wys. Het vaderland dat op al de krachten zyner kinderen een heilig recht heeft ... nogeens: 't vaderland ... de ontzaggelyke voorvaderen ... geliefd vorstenhuis ... de kiezers ... de grondwet ... de onschendbaarheid des konings ... donkere wolken aan den horizon ... hoogstopmerkelyke, alle grenzen te-buitengaande, nooit_-dagewesene, _byzonder-afschuwelyke, eigenaardig-duivelsche, alle goddelyke en menschelyke wetten met voeten trappende, maar_ au fond _door ongeëvenaarde domheid volkomen onschadelyke en slechts belachelyke of deerniswaarde, gemeene àndere krant ... juist oogenblik voor alle welgezinden ... God en Oranje ... vuige belagers van volkswelvaart ... zeeleeuwen ... worstelstryd ... mannen die vaststaan in de uren des gevaars ... vertrouwen zyner medeburgers ... zeer geacht in 't distrikt welks belangen hy_--met edele miskenning altyd der rechten van alle andere kiesdistrikten--_alleronpartydigst zal voorstaan ... de zoon van een geachten vader die dykgraaf was, en een-en-ander ... kleinzoon van 'n gewezen-oud_-garde-noble ... _hoop dat hy zich de keuze zyner medeburgers zal laten welgevallen ... dóór-en-door-kundig, fatsoenlyk, doorkneed in alles en een-en-ander ... toewyding aan de zaak des dierbaren Vaderlands ... verregaande, het fabelachtige voorbystrevende, niet zelden in krankzinnige offerzucht overslaande onbaatzuchtigheid_ ... right man ... right place ... _en vooral de behoefte aan een_ deskundige _in de volksvertegenwoordiging, by de behandeling der zoo vaak en voortdurend verwaarloosde marinezaken_ ...
FRITSJE krygt meer stemmen dan er ooit onverstaan wegstierven in de woestyn die maatschappy heet.
FRITS--'n mens moet _iets_ zyn, gelyk z'n zalige vader de dykgraaf baron VAN 'T EEN-OF-ANDER zoo wèl gezegd had--FRITS _is_ iets!
Het bloed der besjeshuizen kruipt waar 't niet wandelen kan: onze FRITSJEN _is_ iets!
Neen--allen goeien geesten van dooie oud-gewezen _garde-noble's_ in 'n besjeshuis, lof en dank!--FRITS is zelfs méér dan iets!
Hy die zoo kort geleden nog niets, niets, volstrekt niemendal zou geweest zyn, indien hy niet gewezen zee-officier geweest was, die niet langer zwalken en zwabberen wou ...
Hy werd op eenmaal: de gids der gidsen, de voorlichter der voorlichters van de natie, de tooveres, de Pythonisse, de Apollo van _Endor, Dodena_ en _Delfi_, de Jupiter-Ammon van Opper-Egypte, de Velleda van 't Haagsche Binnenhof--met vergunning de uniform te mogen dragen van de korpsen waartoe al die dames en heeren behoord hebben--de hoofd-réverbère op de vuurbaak van 's lands welvaart, de Noordster waarop de hulk van 't zinkend Vaderland den vermoeiden steven richt, en ... nog een-en-ander.
FRITSJEN, is als _right man on the right place_, SPECIALITEIT in de _Tweede Kamer_!
En zeg nu eens, als ge durft, dat de wegen die Nederland betreedt, niet goed geveegd worden, en dat de Hollandsche broodjes van Staat oneetbaar zyn!
V--MV.
_Deze duizend-en-één hoofdstukken worden door den uitgever gesupprimeerd, omdat ze niets behelzen dan vervelende varianten van Fritsjens geschiedenis, met verandering slechts van naam en beroep. We hebben hier te-doen met Fransje die in kavallerie deed, en Cornelis die in-dienst was geweest by de straatslypery. Lukas wordt ter behartiging van 's Lands belang opgeroepen omdat hy verstand heeft van kousenweven, en Steven geniet de eer in hoedanigheid van industrieel-windmolenaar. Kareltje komt op 't kussen om z'n verdiensten als Indisch parvenu_ ... enz. enz.
_Nadat de hoofdspecialiteiten door den schryver onder dak zyn gebracht, gaat hy over tot de onderdeelen. We krygen speciaal-Fritsjens van groote vaart en kleine vaart, van stoom-kust-oceaan-rivier-en trekvaart, van kanonneer-glad-driedeks-monitor-en modder-marine, verdeeld in zooveel deelen als de deelbaarheid van den modder, enz. maar eenigszins toelaat, altemaal specialiteiten. Daarop volgden Cornelissen van hoofdstraten en bywegen, van stoepen, trottoirs, stegen, achterbuurten en cul-de-sac's. Fransjens van lichte, zware en middelbare kavallerie, tot en met huurkoetsiers, palfreniers, stalknechts en ezelmelkers ... altemaal specialiteiten. We worden voorts onthaald op industrieelen die kousen weven voor heeren en voor dames, voor negers en negerinnen, kousen met en zonder klinken, Japansche kousen met duimen, kousen zonder naad, kinderkousjes, sokken en slaapmutsen in alle mogelyke sorteeringen. Op Lukassen die graan malen, Lukassen die hout zagen, Lukassen die niets malen, en zelfs den wind verwaarloozen waarmee ze niets malen. Daarop volgen de Lukassen van Noordewind, van Zuid- westewind, van N.N.O. t. N_. 1/2 _Oostewind ... kortom, zooveel Lukassen als er stralen schieten uit het middelpunt van de kompasroos. Het spreekt vanzelf dat de Indische fortuin-industrieelen worden onderverdeeld in koffi-suiker-thee-indigo-tabak-en kaneel-parvenus. In-binnenlandsche-buitenpost-en hoofdplaats-parvenus. In juridische, administratieve, militaire en civiele parvenus. In vryarbeids-en kultuurkontrakt-parvenus. In rystopkoop-parvenus. In toko parvenus. In Maleische, Soendahsche, Javaansche, Battaksche Dajaksche, Alfoersche, en Papoeaparvenus ... altemaal specialiteiten van specialiteiten, en daarvan de zeer byzonder uitgeknipte onder-specialiteiten._
_Indien er voor het weglaten van al deze smakelooze hoofdstukken verschooning noodig waren, zou er ruimschoots te vinden zyn in des schryvers blykbare onkunde, daar hy niet eenmaal schynt te weten dat er in onze Tweede Kamer voor zooveel specialiteiten geen plaats is, een_ blunder _die hem eens-voor-al onbevoegd maakt tot_ ...
MVI.
Nu, als de uitgever die hoofdstukken niet wil laten drukken ... my wel! Ik heb den lezer in-staat gesteld ze zelf te schryven, en noodig hem daartoe uit.
Maar eilieve, zou er in onze Tweede-Kamer inderdaad geen plaats zyn voor al die kinderen der heeren VAN 'T EEN-OF-ANDER en myner fantazie? Is dit waar?
Zeker! Duizend-en-één individuen kunnen niet geplaatst worden op slechts zeventig orakel-drievoeten.[4]
Welk nut doet dan de enkele dien men daar wèl plaats geven kan?
Heeft de _specialiteit_ meer dan één stem?
Neen!
't Is toch jammer dat het balletje waarmee hy voteert, geen grein zwaarder weegt dan 't kogeltje van z'n buurman die «zich niet zoo heel in 't byzonder heeft toegelegd» op de zaak die aan de orde is. De specialiteit-fabriekheer, al weefde hy nooit iets anders dan slaapmutsen, stemt in marinezaken even onbeschroomd en met gelyken invloed op den uitslag, als de marine-specialiteit over kwestien van industrie, handel of landbouw. _Navita de_ tauris, _de_ ventis _narrat arator_. De Latynsche spreukspreker was in de war, zooals men ziet, en 't was hoog tyd hem te korrigeeren. Gelyk we doen by dezen.
Zeventig uitverkorenen zullen 't land gelukkig maken. Daartoe is 't wèl behandelen van elke voorkomende aangelegenheid noodig. Die aangelegenheid behoort _altyd_ tot zeker vak, tot zeker onderdeel van menselyke kennis of kunde. In de vergadering bevindt zich 'n individu die in zoodanig vak gediletteerd heeft. _Hy_ moet het weten. Maar ... welk nut trekt dan 't vaderland van de andere negen-en-zestig? Zyn ze niet, wel beschouwd, nogal overtollig of zelfs schadelyk? Is 't niet te vreezen dat ze ònspecialiteitig mee-narreerende over winden en koeien--mee-_stemmende_ wat erger is!--den dilettant-specialist zullen óvernarreeren, óverstemmen?
Komaan, ik wil goedig zyn, en al de valsche specialiteiten die m'n uitgever zoo boosaardig supprimeerde, verheffen tot wáre specialiteiten, tot inderdaad kundige, in hun speciaal vak door-en-door bedreven personen ... dan zelfs, en dan _juist_, vraag ik of zy in de volksvertegen- woordiging _on their right places_ zyn?
Ik geloof het niet.
Een goed militair zeeman die tevens de _bosse_ heeft van bevelvoeren en organizeeren, behoort als _right man_ aan 't hoofd van de vloot, en alléén te staan. Men màg zoo'n schat niet bederven, door hem amalgameerend wegtestoppen onder zeventig. Tegen zoo'n _alliage_ is 't edelste goud niet bestand.
De Tweede-Kamer is immers geen kudde wyfjesschapen, waarvan men 't ras verbeteren kan, door 't aankoopen van 'n Thibetbok of Merino?
En zoo'n ingevoerde hamel mag nog 'n flinken bel aan den hals dragen, terwyl de Kammerras-verbeteraar by elke poging tot uitvoering van z'n speciaal mandaat, heel beleefd verschooning en permissie moet vragen aan 't geacht schaap uit een of ander kiesdistrikt, dat hy moeder wil maken van wat kunde.
Die laatste zinsnede is minder scherp dan men meent. Het gebeurt meer dat men den naam dien ik geef aan 'n bestaande zaak, aanstootelyk vindt, terwyl ik beweer dat de aanstoot behoorde gegeven te zyn door de zaak-zelf, die vaak ruwer verwyt meebrengt dan myn woorden. De niet-specialiteiten zien voorby dat zyzelf begonnen zich tot nullen te maken door waarde te hechten aan de meeningen der onnoozele FRITSJEN.
En ook wanneer de speciale kennis van 'n lid inderdaad boven zoo'n armzalig dilettantisme verheven is, volgen er uit de verkeerde toepassing van 't _right place_-stelsel, allerlei ongerymdheden. Het drukken op de byzondere bevoegdheid van den één immers, sluit de betrekkelyke--soms volsterkte--onbevoegdheid der anderen in zich. De splitsing der intellektueele waardigheid van 'n vergadering, in zooveel onderdeelen als er speciale vakken in die vergadering vertegenwoordigd worden, brengt hare waarde terug tot de opgetelde cyfers der individueele intelligentien die men tot 'n _som_ vereenigen wilde, een poging altoos, waartegen de ongelyksoortigheid der deelen zich logisch--en dus triumfantelyk--verzet.
Gegeven: 'n schaakspeler, 'n kannibaal, 'n schaatsryder en 'n hansworst, die zich vereenigen om _viribus unitis_ iets beters te leveren, dan aan elk hunner in 't byzonder mogelyk was. Meent men dat die Tweede-Kamer van vier leden, beter dan de schaakspecialiteit _alleen_, 'n nieuwe _gambit_-kombinatie zal tegenspelen? Dat ze meer personen zal verslinden dan het tweede lid orberen zou wanneer-i zich in eenzaamheid aan z'n vak van menseneten kon toewyden? Dat die leden 't met hun vieren zouden winnen van nummer drie, in 'n kunstig beentjen-over? Dat ze ons hartelyker zouden doen lachen dan de laatste, overgelaten aan z'n invidueele _vis comica_?
Ik vergis me. De komieke specialiteit moet te-kort-schieten by den kollektieven indruk dien-i maken zou _cum sociis_!
En meer ongerymdheden! A is bekwaam in zeker vak, en erlangt daarom en als zóódanig 'n plaats in de Volksvertegenwoordiging. Maar, ook vele anderen zyn in dat vak bekwaam, en hebben dezelfde aanspraken al hy. Sommigen zelfs staan als _specialiteit_ hooger aangeschreven in de meening hunner kollegaas die hierover, _als zeer speciale specialiteiten_ immers, het best kunnen oordeelen. Waarom moeten nu al die anderen--z'n erkende meerderen misschien--zwygen waar A spreekt? Waarom geldt hùn stem niet, en wel de stem van A? Ligt er niet iets onbillyks in, één persoon voor officieel-wys te verklaren, en zooveel anderen buiten-te-sluiten, die met gelyk of grooter succes dan hy, het vak beoefenden waarin hem door z'n verkiezing 't meesterdiploom by-uitnemendheid wordt uitgereikt?
We hebben ... oorlog--schrik niet, lezer, ik fantazeer--we hebben oorlog met Engeland. De oorzaak ligt in de haringvisschery. Waarom nu één haring-specialiteit in de Kamer? Heel Vlaardingen moet er in. Al wat haring vangt, kaakt, zout, eet, koopt, verkoopt en kuipt.
De scholen--schrik weer niet, lezer, ik ga voort met fantazeeren[5]--de scholen deugen niet. Waarom nu één schoolman in de volksvertegenwoordiging? Is er waarlyk behoefte aan speciale voorlichters _op die plaats_, dan hoe-meer voorlichting, hoe-meer specialiteit, hoe-beter. Roep dan elken professor binnen, elken magister, elken geleerde, elken _msjeu_, elken sekondant, elken schooljongen zelfs ...
Meent men dat het de moeite niet loonen zou, _aan kinderen_ te vragen wat er aan 't onderwys ontbreekt?
Men bemerkt dat de renommee van 't fabriekmerk der brave Hollandsche boter aan 't dalen is. Alweer fantazie, schrik dus nog niet. De beschreven vaders voelen 'n leegte. Ze betrappen zich op gebrek aan verstand van boter. Het bedreigd voorwerp, schuldig dan of miskend, moet in z'n rang hersteld, _ne quid detrimenti_ ... enz. Spoedig 'n boterman! Daar is-i. X heeft verstand van de zaak. Zeer wel. Maar ... al de anderen die «in boter doen?» Al de anderen die 't in de vervalsching van dat artikel nog verder brachten dan hy? Waarom niet ook hùn 'n kussen aangeboden? Met 'n plaatsje er by, om er op te zitten, tenzy ze--wat ik niet ongepast vinden zou--daartoe hun botertonnetjes meebrengen, de dingen immers waaraan ze de aanspraak op die kussens te danken hebben.
Indië gaat verloren--er is geen woord van waar, schrik dus nog altyd niet, ik stel maar iets[6]--Indië is in de war ... vry-arbeid ... kultuurstelsel ... algemeene ontevredenheid ... ministerieele krises zonder eind ... aardbevingen ... overstroomingen ... echt-liberale meerderheid ... allerlei ongelukken. Alzoo _Specialiteiten voor_!
Daar zyn ze. A kan _kassi api_ zeggen. Hy is dus 'n halve Maleier, en _the right man_. Maar ... B heeft het gebracht tot 'n Soendahsch _tjokal sonoh_, en C tot 'n ongestameld Javaansch _djalook gni_.
Is 't nu niet hard voor die twee laatste letters, dat ze A moeten zien plaats nemen in den tempel, terwyl zy worden buitengesloten, zy en 't heele alfabet van de velen die 't nòg verder brachten in speciaal-kennis van Indie? Moest niet eigenlyk ook de kat worden binnengeroepen van de naaister der juffrouw wier grootmama's buurman eens zoo specialiteitig droomde van iemand die op 'n printjen 't portret had gezien van 'n doodgeboren wicht dat er misschien eenmaal aan gedacht zou hebben hoe sommigen naar Indie kunnen gaan ... als 't geleefd had?
Dat ik in die duizend gesmoorde hoofdstukken me vergiste in de lokaal-kapaciteit van de Kamer, kan waar zyn. Maar 't blyft even waar dat dit jammer moet worden gevonden door ieder die meent dat zoo'n vergadering, om aan hare roeping te voldoen, behoefte heeft aan _Specialiteiten_.
En ... nog meer ongerymdheid, nog meer schade, nog meer leugen!
Wie in haringzaken de behoefte aan 'n specialiteit staande-houdt, en niet genegen is heel Vlaardingen binnen te roepen, behoort uit de Vlaardingers 'n keus te doen. Wie worden nu met deze keus belast? Experts? Zaakkundigen? Geenszins. De specialiteit wordt uitgekozen door _niet_-specialiteiten, de bevoegdheid wordt beoordeeld door _niet_-bevoegden, door _kiezers_.
Zy die zich in de volksvertegenwoordiging doen voorlichten door vakmannen, vergeten gewoonlyk dat het niet altyd de _sommiteiten_ in zoodanig vak zyn, die door _leeken_ worden waardig gekeurd de algemeene zaak voortestaan. En, dat bovendien juist zy die 'n vak met hart en ziel beoefenen, en 't daarin brachten tot iets uitstekends, den minsten lust voelen hun persoonlykheid, die 'n zeer _speciale_ waarde heeft in gemeenschap van goederen uittehuwen aan 'n vergadering, welke gemiddelder waarde _altyd_ beneden die van 'n middelmatig individu staat. Dit laatste meen ik in m'n IDEE 9 overtuigend te hebben aangetoond.
Dat nu zoodanig _uitstekend_ individu ook wat plicht en roeping aangaat, zich niet zoo onwaardig mag laten gebruiken, valt _my_ in het oog. Maar aan sommige anderen schynt deze waarheid niet zoo duidelyk, en daarom zal ik trachten haar optehelderen door de veronderstelde uitstekendheid by benadering te schatten in geldswaarde of maatschappelyke pozitie. Stellen wy dat er wryving van gevoelen bestaat over Geneeskundige-dienst. Hygiène, enz. en dat men alzoo in de Kamer ernstige debatten over die onderwerpen te-gemoet ziet. By vakaturen wordt gewezen op de «juist thans zoo diep gevoelde behoefte aan 'n specialiteit.» De kiezers zien dit in. Er is'n geneesheer noodig. Geen heil buiten de medicynen alzoo. Een koninkryk voor 'n dokter!
_Welken_ dokter moet men nu kiezen?
Den bekwaamsten, denk ik.
Wie beoordeelt die bekwaamheid?
Iedereen! Maar ... niet iedereen kan dit beoordeelen met grond.
Men gaat te-werk naar den _roep_ die er van 'n geneesheer uitgaat, Wie veel praktyk heeft, is bekwaam. De geneesheer zonder praktyk, is niet bekwaam. Dat dit kriterium hoogst-onzuiver is, doet niet ter-zake. Men heeft geen ander. En bovendien, 't mag niet gewraakt worden in kiezerszaken, daar zoodanige zeer inkorrekte waardeering berust op 't zelfde beginsel waarmee de heele kiezery staat of valt, op: _meerderheid van stemmen_.
De te kiezen specialiteit behoort dus iemand _van naam_ te zyn, niet waar? Een dokter die _door velen voor bekwaam gehouden wordt_?
Vraag eens aan geneesheeren die tot deze kategorie behooren, of zy hun ryke praktyk gelieven optegeven voor de nogal twyfelachtige eer van 't lidmaatschap der Tweede-Kamer? En ook zonder te spreken van 't geldelyk verlies, het zou al zeer weinig getuigen van liefde voor de wetenschap, indien zy zich op die wyze door 'n kiezersgril lieten aftrekken van 'n beroep dat den welgezinden onder hen, _roeping_ is.
De zeer voorname geneesheer bedankt alzoo. De iets minder voorname --tweepaardig nog altyd!--bedankt ook. De karbriolet bedankt. De chais bedankt. Ach, de goeie lieve arme Tweede-Kamer moet zich behelpen met deze of gene godheid van lagere orde en te-voet, die haar gebruikt om zoo mogelyk langs chais, karbriolet en koets opteklimmen tot wat renommee en praktyk. «M'n zieken zyn wat schaars, zoo redeneert de half- verongelukte, doch als ik 'n deftig M.P. achter m'n naam zet, zullen de patienten wel komen opdagen.» Daar ziet men dan 't specialiteiten-beginsel op z'n kop staan. Niet de geneesheer als zoodanig nuttig in de Kamer, maar 't kamerlid zit als volksvertegenwoordigende specialiteit voor 't ziekbed. Hy licht z'n zeventig kollegaas niet voor met geneeskundige kennis, maar voelt met ambtelyker deftigheid dan vroeger, den pols zyner zieken. Z'n redevoeringen imponeeren de geachte leden niet, al rieken ze naar de school--en dit _moet_, want met dat doel is-i daar--maar wel maakt hy op z'n patienten hoogmogender indruk dan in de dagen van z'n kamerloosheid. In 't Parlement daalde hy, zonder baat voor iemand, van eenheid af tot 'n zeventigste deel. Met zeventigvoudige waardigheid daarentegen wreekt hy zich op z'n andere lyders ... die ook niet genezen, al zyn ze 'r nóg zoo groots op één dokter te hebben met het vaderland.
Laat ons aannemen dat de voor bekwaam gehoudene inderdaad in kennis zoo hoog staat als z'n inkomen schynt aantewyzen, en tevens dat-i vervuld is van liefde voor de algemeene zaak, zóó zelfs dat hy des-noods bereid wezen zou van die hoogere inkomsten afstand te doen, om tennutte des Volks bezig te zyn. Hoe behoort in zoodanig geval deze specialiteit te redeneeren?
«Er is in onze Volksvertegenwoordiging debat op-handen over Hygiéne, Geneeskundige-dienst, Akademisch onderwys in de fakulteit der medicynen, enz. enz. Ik heb my op die zaken toegelegd, en vermeen --liever: _en ben overtuigd_--in-staat te wezen over dat alles inlichtingen te geven die van nut kunnen zyn voor de beraadslagingen. Men biedt my 'n plaats in de Kamer aan. Is 't nu, _in het belang der zaak_, m'n plicht die betrekking aantenemen? Wordt de door my verkregen kennis het voordeeligst aangewend _in_ of _buiten_ die kamer? Dàt is de vraag?
Ik beweer dat de _bekwame_ specialist, na zich deze vraag ernstig te hebben voorgelegd, geen annihileerd lidmaatschap aannemen màg. Hy màg 'n kennis niet versplinteren. Hy màg het deel der wetenschap, waarover hy te beschikken heeft, niet onderwerpen aan reglementen van orde, aan konventioneele parlements-usantien, aan wanbegrippen over party-plicht. Hy màg de religie van z'n vak niet blootstellen aan de schande van 'n stryd met onkundigen, waaronder er zyn die op toevallig ambtgenootschap het recht gronden van onbeschaamdheid. Hy màg dit niet, en ... 't geschiedt ook niet! Want ... wie inderdaad als specialiteit bekwaam is, _bedankt_. Hy komt, na de vragen die hy zich--altyd in 't belang der zaak --voorlegde, tot de slotsom dat-i z'n talenten, z'n kennis en z'n bekwaamheid het voordeeligst aanwendt door het _individueel_ verkondigen van wat hy ter-zake dienstig oordeelt. Hy biedt de vruchten van z'n arbeid aan volk en vertegenwoordiging _beide_, en wacht ...
Wyst men daarop z'n slotsommen af? Mislukt hem 't gepoogd overplanten zyner denkbeelden? Welnu, dan juist blijkt hem dat hy zichzelf, z'n arbeid, en z'n «Publiek»--in en buiten de Kamer--goed beoordeeld heeft. De specialist die, ongestoord arbeidende met al de kracht eener alleenstaande individualiteit, geen bres beukte in den dikken muur van algemeene onkunde, zou waarlyk dien muur niet hebben omgeworpen, indien hy de kracht van z'n geest had verwaterd door oplossing in een onevenredig-groot aantal deelen ... ànderen geest.
Dit laatste beeld is weer onjuist, en te flauw voor de zaak die ik daarmee wil kenschetsen. De invloed namelyk van den specialist wordt niet alleen _verzwakt_ en _verlamd_ door z'n opgaan in een groot heterogeen geheel, maar die invloed wordt door tegenwerking _vernietigd_, of althans dit kàn 't geval zyn. De mogelykheid bestaat dat 'n nuttige waarheid die kans had op bevruchtend doordringen, voor langen tyd verloren gaat, òf omdat zy 'n lid der Volksvertegenwoordiging tot ontdekker had, òf omdat ze in die Vertegenwoordiging werd verkondigd. En hierop doelde ik eenige bladzyden geleden, toen ik klaagde: nog meer schade, nog meer _leugen_! Dat immers het smoren van waarheid, leugen in de hand werkt, zal wel betoog behoeven.
Ik verdedig van 't nu volgend voorbeeld alleen de strekking, en geenszins de zeer willekeurig gekozen stelling.
Een geneesheer, _inderdaad_ sommiteit in de wetenschap, heeft zich laten verschalken. Hy verlaat zieken en studeercel, en neemt zitting in de Kamer. Na moeilijke inspanning en veel _speciale_ studie, is hy in het bezit geraakt van een of meer der volgende--door my slechts voor 'n oogenblik als zoodanig aangenomen--waarheden:
dat de volksvoeding slecht is, dat de kazerneering van de militairen veel te wenschen overlaat, dat de hospitalen niet deugen, dat de vaccine nadeelig werkt op de gezondheid, dat er fouten zyn in de wettelyke regeling der prostitutie, of wel dat de heele wettelyke regeling op dat stuk 'n fout is, enz. enz.
Hy was op 't punt de rezultaten zyner wetenschap en ervaring neerteleggen in 'n uitgebreid werk. Daar komt men hem storen met z'n verkiezing. Nu behoorde hy te antwoorden: «lieve mensen, ik heb waarlyk geen tyd voor zulke dingen, voorziet u elders!» Maar we stelden reeds dat het verschalken ditmaal gelukt. Zelfs de goede HOMERUS slaapt nu-en-dan. Onze voorlichter laat zich dus de «keuze zyner medeburgers--waaronder geen enkele is, dien hy 't geringste stemrecht zou toekennen in _zyn_ onderzoekingen!--welgevallen.» Verkeerd redeneerende, hoopt hy z'n verkregen kennis aantewenden in dien nieuwen werkkring.
Maar ... die werkkring omvat ook andere zaken dan waarmee hy zich zoo religieus bezighield. Men tracht hem te werven voor--of tegen --tariefsherziening, vry-arbeid, kadaster-revisie, schoolwet, afschaffing tienden, pantser-fregatten, linie-verdediging, kieswet- verandering, enz. enz. Onze arme geleerde voelt dat hy in 'n maalstroom geraakt is, waarby hy de vruchten zyner korrekt-wetenschappelyke nasporingen niet plaatsen kan. Z'n nieuwe omgeving waardeert z'n vorigen arbeid niet. Het is haar niet om waarheid te doen, maar om 'n _stem_.