Spaens Heydinnetie

Chapter 4

Chapter 447 wordsPublic domain

Wel lincker* wie ghy wesen meught, 453 Ick bid u weest gerust. Mijn bloem, mijn roem, mijn teere jeught Is niet voor uwen lust. Ick wachte voor mijn beste pant, Tot troost van mijn verdriet, Ick wachte vry een weerder hant; Maer u en wacht ick niet.