Sexueele Zeden in Woord en Beeld: Liefde en Zinnelijkheid
Chapter 9
De galante abbé Brantôme bericht: "In den vroegeren tijd had een mooie voet zooveel verleidelijks, dat kuische Romeinsche vrouwen en allen die kuisch wilden schijnen, beschroomd waren, hem openlijk den blikken prijs te geven, zoodat zij hem zooveel zij konden onder haar lang kleed verborgen hielden, waardoor haar gang zoo terughoudend en afgemeten was, dat hij nooit onder het kleed zichtbaar werd; en ook thans nog doen in navolging van dien ouden tijd desgelijks nog in Italië vele vrouwen". Gravin d'Aulnoy deelt van de Spaansche vrouwen der 17e eeuw mede: "Hare rokken zijn van voren en aan de zijden zoo lang, dat zij slepen, van achteren echter slepen zij niet. Zij dragen ze tot op den grond reikend, zoodat ze er bij het loopen op trappen, opdat men hare voeten niet zien kan, want deze lichaamsdeelen zoeken zij op het zorgvuldigst te verbergen. Naar ik verneem komt een dame eerst dan, als zij een heer reeds alle mogelijke tegemoetkomingen heeft betoond, er toe hem haar voet te toonen, als uiterste blijk van haar genegenheid; dit noemt men hier (in Spanje) de laatste gunst der liefde. Men moet toegeven, dat niemand zulke snoezige voetjes heeft, haar schoentjes zijn niet grooter dan onze poppenschoentjes. Die schoentjes zijn van kleurig marroquin, zonder hak, en omsluiten den voet even nauw als een handschoen. Als zij loopen, schijnt het of zij zweven; in geen eeuw zouden wij Françaises die manier van loopen kunnen leeren". Deze zelfde gravin vertelt ook, dat zij eens een voorname dame bezocht, die nog te bed lag, en alvorens op te staan, haar verzocht de deur af te sluiten, om verzekerd te zijn niet te worden verrast op bloote voeten.
Een Duitsch auteur der 18de eeuw schrijft hieromtrent: "Zoo vrijgevig de Spaanschen waren met het exposeeren van de schoonheden van het bovendeel van haar lichaam, zoo angstvallig verborgen zij de onderste uiteinden. Eerbare vrouwen hielden haar beenen en voeten voor zoo ongenaakbaar en heilig, dat zij liever haar leven zouden gelaten hebben dan ze prijs te geven aan de blikken van een vreemd manspersoon. Opdat de voet nooit door een spiedenden blik kon worden ontwijd, droegen de Spaanschen een kleed dat zoo lang was, dat de voeten bij het loopen steeds geheel onzichtbaar bleven. Behalve de uiterste gunstbewijzen, die een vrouw vermag te schenken, was dit de grootste, dat de geliefde den minnaar haar voet toonde. De voeten en beenen der koninginnen waren zoo hoogheilig, dat het reeds een misdaad was er aan te denken; men begrijpt dus wat het zou geweest zijn er van te spreken. Toen prinses Maria Anna van Oostenrijk als bruid van Philips IV naar Spanje kwam, bood men haar in een stad waar groote fabrieken van zijden kousen waren, een aantal paren der kostbaarste dameskousen aan. De majordomus der toekomstige koningin wierp ze echter met verachting van zich met den uitroep, dat een koningin van Spanje geen kousen noodig had, daar zij immers geen beenen mocht hebben. De koninklijke bruid, dit hoorende, barstte in tranen uit en gaf te kennen dat ze naar Weenen terug wilde, want dat men er haar onkundig van had gelaten, dat een koningin van Spanje de beenen moesten worden afgezet. De zaak werd haar toen duidelijk gemaakt en men verhaalde het geval aan den koning, die zich niet weerhouden kon er om te lachen--het was een der drie keeren dat hij in zijn leven gelachen heeft."
De geschiedenis der sexueele zeden kent ook een geval, dat de voetschaamte tengevolge heeft gehad dat van een geheel ras bij iedere vrouw de voeten van kindsbeen af volkomen worden verminkt. Dit is het geval bij de Chineezen. Deze zede is vooral in de Zuidelijke deelen van het uitgestrekte Hemelsche Rijk in zwang en inzonderheid bij de vrouwen der hoogere standen, zooals trouwens elke erotische zede het volledigst en tot haar uitersten in de hoogere kringen tot ontwikkeling kan komen--overal toch kan de vrouw haar erotische rol alleen dan ten volle vervullen, als zij niet behoeft te werken en zich kan laten bedienen. De voetverminking begint bij het vierde of het zevende levensjaar. Met verbanden worden de voeten zoo omwikkeld, dat ze bijna worden afgebonden. Daardoor wordt de groei niet alleen gestuit, maar de geheele voet schrompelt ineen tot een vormeloozen stomp. Zooveel mogelijk ontziet men daarbij den grooten teen. Hoe lang deze zede al bestaat, is niet bekend. Marco Polo en Ibn Batuta, die in de 13de en 14e eeuw China hebben bezocht, maken er met geen woord gewag van; maar volgens de Chineesche annalen is het gebruik al overoud. Waarschijnlijk is het 't allereerst in zwang gekomen onder de allervoornaamste vrouwen, die de reizigers natuurlijk niet te zien kregen--bij ongeciviliseerde en halfbeschaafde rassen worden de erotische pronkjuweelen altijd voor vreemdelingen angstvallig verborgen gehouden. Omtrent de bedoeling dezer verminking verkeerde men vroeger geheel en al in het onzekere. De oorzaak is natuurlijk hierin gelegen, dat de Chineezen deze, volgens onze begrippen afschuwelijke voeten, schoon vinden en de Chineesche vrouw verminkt haar voeten omdat zij daardoor over een erotisch machtsmiddel temeer beschikt.
Matignon schrijft hieromtrent in de "Archives d'Anthropologie criminelle" (1898): "Het trok mijn aandacht, hoe groote liefhebbers de Chineezen zijn van pornografische afbeeldingen. En op ongeveer alle Chineesche pornografieën ziet men de mannelijke partij een vrouwelijken voet liefkoozen. Als een bewoner van het Hemelsche Rijk een vrouwenvoet in de hand neemt, dan is, vooral als hij bijzonder klein is, het effect hetzelfde als bij den Europeaan het betasten van een jeugdigen frisschen boezem. Alle Chineezen die ik hieromtrent ondervroeg, antwoordden mij eenstemmig: Heerlijk, een kleine voet! Jullie Europeanen kunnen niet begrijpen, hoe heerlijk, hoe verleidelijk, hoe onweerstaanbaar dat is! De aanraking van een kleinen vrouwen voet brengt den Chinees letterlijk in een erotischen roes en voert zijn zinnelijk verlangen op tot den hoogsten graad. Niet zelden klagen Chineesche christenen in de biecht over hun zwakheid tegenover de vleeschelijke bekoring, die den aanblik van vrouwenvoeten op hen uitoefent."
Morache deelt mede, dat in China geloofd wordt, dat het verminken der voeten sterke vetafzetting aan den schaamheuvel, mons veneris, veroorzaakt; en ook aan de schaamlippen, zoodat zeer kleine voeten zeer weelderige ontwikkeling der geslachtelijke heerlijkheden aankondigt. Ook zou men in China gelooven, dat het niet kunnen loopen een verhoogden bloedsaandrang naar de schaamstreek veroorzaakt, zoodat kleine voeten het erotisch temperament en bijgevolg het vermogen geslachtsgenot te schenken, in sterke mate verhoogen. In elk geval weet men thans met volkomen zekerheid, dat de voetverminking der Chineesche vrouwen een erotischen grond heeft. Het schaamtevoel der Chineesche zetelt dan ook in hoofdzaak in haar voeten.
Wij hebben boven reeds gezien, dat de localisatie van het schaamtegevoel in den voet niet uitsluitend bij de Chineezen is voorgekomen, maar elders is terug te vinden. Zoo is voorheen ook in Rusland de vrouwenvoet een voorwerp van erotische aanbidding der mannen geweest. P. Jacoby verhaalt omtrent Oost-Rusland: "Op heete dagen kan men de vrouwen hier zich onbeschroomd zien bewegen met ontblooten boezem, ja zoo goed als geheel ongekleed. Maar men zal ze nooit met bloote voeten zien en ook de naaste mannelijke bloedverwanten krijgt nooit den voet en het onderdeel van den voet der vrouwen te zien. Deze vrouwen hebben haar schaamte in de voeten en ook haar coquetterie. Den voet eener vrouw te ontblooten is hier voor den man de inleiding tot het uiterste en de aanraking van de voetbekleeding veroorzaakt bij hen dezelfde gewaarwordingen als bij den Europeaan het aanraken van een van het lichaam nog warm corset. De schoonheid der vrouw concentreert zich voor deze mannen in den voet. In de minnezangen der Mordwijnen is de voet de vrouwelijke bekoorlijkheid, die het meest geprezen en het vurigst bezongen wordt. Den voet tegenover een persoon van het andere geslacht te ontblooten geldt als een hoogst ongepaste sexueele daad en is zooveel als het symbool der sexueele overgave. Daardoor is de kous en de voetbekleeding daar een zinnebeeld van het huwelijk, evenzoo als elders de trouwring. Tegenwoordig nog is er in Oost-Rusland een traditioneel lied, dat jonge meisjes zingen bij het raden naar haar toekomstigen echtgenoot. Het thema van dat liedje is: kom en trek mijn kousen uit. Bij de volken in het Russische Noorden en Oosten moet de bruid zulks in den huwelijksnacht herhaaldelijk voor den bruidegom doen, elders is het de taak van den bruidegom; en dat heeft dan niet de beteekenis van een echtelijk gunstbewijs, maar van een echtelijke ceremonie. Bij de welgestelde burgerij en den kleinen adel stoppen de ouders van een bruidspaar geld in de kousen hunner kinderen als een cadeautje voor de andere partij, waarbij dan stilzwijgend wordt aangenomen, dat de jonggetrouwden elkander de kousen uittrekken als teeken van sexueele overgave en bezitneming."
Het verminken van den voet met erotische oogmerken is ook onder de geciviliseerde volken zeer algemeen, hoewel men de zaak hier niet zoo tot het uiterste drijft als de Chineezen. Om de illusie te kunnen wekken van een kleinen voet te hebben persen ook de Europeesche vrouwen haar voeten gaarne in te nauw schoeisel. Met het gevolg, dat ook in Europa de vrouwen inplaats van fraaie, meest misvormde voeten hebben, met over elkander geschoven teenen en ontsierd door leelijke en pijnlijke eksteroogen. Vandaar schaamt ook de Europeesche vrouw zich haar voeten bloot te toonen, doch hierbij heeft men bij uitzondering te doen met schaamte die niet zinnelijke bekoring beoogt. De meeste vrouwen weten zeer wel dat zij leelijke voeten hebben; en zoo graag zij met het snoezig, bevallige laarsje coquetteeren, zoozeer schuwen zij het, den voet ontbloot te toonen. Aan badplaatsen behooren badpantoffels dan ook tot de onontbeerlijke bestanddeelen van het badtoilet. De ontgoocheling der ontblooting is wel het sterkste bij den voet.
Doordat het schaamtegevoel zich zoo verschillend uit, worden volksstammen, die zich anders schamen dan wij, veelal voorgesteld als geen schaamte te bezitten. Met dit oordeel moet men echter uiterst voorzichtig zijn. Zelfs bij natuurvolken, die nog staan op den laagsten trap van geestelijke ontwikkeling, zijn sporen van een meer of minder ontwikkeld schaamgevoel te vinden. Zeer algemeen wordt gemis van kleeding, naakt-gaan, met gebrek aan schaamtegevoel verward. De geheele of nagenoeg geheele naaktheid van vele volksstammen is zeer wel vereenigbaar met een hoog-ontwikkeld schaamtegevoel; omgekeerd is het zich bedelven onder kleeding volstrekt geen waarborg voor het bestaan van het meest elementaire begrip van betamelijkheid en decentie.
Aan den anderen kant schijnt het schaamtegevoel, waar het eenmaal bestaan heeft, wel voor verzwakking vatbaar, maar niet voor algeheele uitroeiïng. Zelfs bij de meest verdierlijkte prostituées blijkt altijd nog eenig spoor van schaamte overgebleven, hoe ook hare gedragingen het tegendeel schijnen te verkondigen. "Slaat men ze slechts wat nauwkeuriger en in bepaalde omstandigheden gade, zegt Parent-Duchatelet (in _Zedenbederf der Parijsche vrouwenwereld_), dan blijkt, dat zelfs de grootste moreele ontaarding dit gevoel toch niet geheel en al heeft kunnen vernietigen en dat er bij velen ten minste nog sporen van zijn overgebleven. Komt b.v. een vreemde in de visitatiekamer der prefectuur of der gevangenissen, op het oogenblik dat zij ontkleed staan voor het onderzoek, dan ziet men ze oogenblikkelijk de armen over de borst kruisen en zich zooveel mogelijk bedekken. Schaamteloos gedragen zij zich alleen jegens hare minderen, dat zijn hare mannelijke bezoekers, maar voor anderen leggen zij dikwijls een bijna normaal vrouwelijk schaamtegevoel aan den dag. Niet zelden ziet men ze blozen, wanneer ze gedwongen zijn zich voor meerdere mannen te ontblooten. Bij het reglementaire onderzoek wenden zij zich gaarne altijd tot denzelfden arts, zij komen alleen op de uren waarop zij zeker zijn dezen te zullen vinden. En wie zulks heeft meegemaakt, weet welk een diepen indruk het onderzoek en de demonstratie harer geslachtsziekten voor een talrijk auditorium op deze vrouwen maakt. Allen, zonder uitzondering, ook de meest schaamteloozen, worden tijdens zulk een onderzoek slag op slag vuurrood en blijkbaar is het voor haar een marteling."
Ook uit deze schaamte der schaamteloozen van beroep blijkt de zinnelijke ondergrond van het schaamtegevoel. Zoodra de naaktheid blijkt onverschillig te laten of zelfs walging en afkeer te wekken, keert het schaamtegevoel onmiddellijk terug, als een poging der natuur om het gebroken evenwicht te herstellen.
Een andere eigenaardige kant van het schaamtegevoel bij de geciviliseerde volken is, dat het zich niet uit tegenover alle soortgenooten, maar voornamelijk tegenover standgenooten. Vooral is dit het geval met het vrouwelijk schaamtegevoel. Tegenover den huisknecht werkt bij de voorname dame het schaamtegevoel haast even weinig als tegenover den huishond. Men acht het beneden zich, men schaamt zich, tegenover zoo iets als de knecht zich precies zoo te schamen als jegens den maatschappelijk gelijke. Duidelijk straalt hier weer de zinnelijke ondergrond van het schaamtegevoel in door: schaamte veronderstelt de mogelijkheid van begeerd te worden, en alleen reeds de gedachte daaraan beleedigt den maatschappelijk meerdere.
Zeer sterke voorbeelden van gemis aan schaamte bij voorname vrouwen jegens personeel zijn bekend uit alle tijden en streken, waar bijvoorbeeld slavernij of lijfeigenschap heeft bestaan, voor zoover daarvan tenminste kultuurhistorische bijzonderheden bekend zijn. Slaven en lijfeigenen, die geen personen maar slechts dingen waren, kende men geen schaamte toe, en men schaamde zich ook niet voor hen. Een der meest krasse voorbeelden daarvan verhaalt Masson in zijn _Mémoires secrets sur la Russie_. Een Russische edelvrouw ging met een Française wandelen in een voor het publiek toegankelijk park. Twee lijfeigenen, lakeien, volgden op eenigen afstand. Onderweg moest de Russin aan een natuurlijke behoefte voldoen. Zij wenkte hare lijfeigenen, ging een weinig van den weg af, liet zich door de beide mannen de rokken lichten, en verrichtte, op hen steunend, de affaire. Op de ontstelde vraag van de Française, die iets van mannenoogen stotterde, antwoordde de Russin met eenige bevreemding, dat het toch maar slaven en geen mannen waren.
Ditzelfde beneden zich achten van schaamte tegenover den mindere openbaart zich op velerlei manieren bij ongeveer allen voor wie bediend te worden door gewoonte tot een recht is geworden. Tegenover huisknecht of dienstmaagd acht men het zelden noodig pikante geheimpjes al te zeer te verbergen. Bij het toilet onttrekt men zich zorgvuldig aan de blikken van standgenooten, maar bekommert zich weinig om het personeel, en voor het kamermeisje heeft men in het geheel niets te verbergen. Evenzoo ten opzichte van het negligé en tal van andere dingen.
Er ligt voor vele naturen, in het bijzonder voor zinnelijk verruwde gemoederen, een hevig erotisch genot in het beleedigen van anderer schaamtegevoel. Dit verschijnsel wordt veel meer bij mannen waargenomen dan bij vrouwen, en de meest algemeene vorm waaronder het optreedt, is het bezigen van woorden en uitdrukkingen, die op geslachtelijke dingen betrekking hebben, het vermaakscheppen in wat men verstaat onder liederlijke taal, het zingen van vuile liederen, het vertellen van pornografische aardigheden. Een ander veelvuldig voorkomende vorm is het schrijven van woorden of uitdrukkingen van sexueelen aard op plaatsen waar ze velen noodzakelijk onder de oogen moeten komen. Voor velen schijnt het een sadistisch genot, vrouwen luid een obsceen woord toe te roepen.
Een andere vorm is de dusgenaamde exhibitie. Deze bestaat hierin, dat men met erotische oogmerken om anderer schaamtegevoel te kwetsen, lichaamsdeelen, waarop het schaamtegevoel gelocaliseerd is en wat de schaamte dus gebied te verbergen, exhibiteert (tentoonstelt, zien laat). Dit kan geschieden zoowel in natura als met afbeeldingen en voorstellingen.
Waar zulks uit strafrechtelijk oogpunt gewaagd kan worden, grijpt de neiging tot exhibitie alle mogelijkheden aan--ontblooting der genitaliën en der nates, naaktloopen, openlijke onanie en dergelijke. Doch zulks nadert dan reeds het gebied van het geslachtelijk abnormale.
Exhibitie bezielt ook de vrouwen, die elke gelegenheid aangrijpen om kunstenaars als model te dienen of die zich telkens en telkens weer door artsen laten onderzoeken. Ook de voorstellingen van worstelaars, athleten enz. hebben een sterk exhibitischen bijsmaak. De echte exhibitie is trouwens mannen misschien nog meer eigen dan vrouwen.
Min of meer schijnt ieder mensch, man zoowel als vrouw, van nature neiging te bezitten tot exhibitie; de vrouw die met haar decolleté coquetteert, en de man, die een zoo nauwen pantalon draagt dat alle lijnen daarin scherp uitkomen, exhibiteeren. De medische wetenschap leert, dat de exhibitie bij sommige individuen ten volle den bijslaap kan vervangen en geslachtelijke bevrediging ten gevolge kan hebben. Ongetwijfeld speelt hierbij echter geslachtelijke nerveusiteit een groote rol.
Het exhibiteeren veronderstelt opzet om het schaamtegevoel te beleedigen, of om uiting te geven aan een werkelijke of voorgewende erotische spanning. Niet dus het eenvoudig zichtbaar laten of toonen is exhibitie. Een en dezelfde handeling bijvoorbeeld kan voor de een exhibitie zijn, terwijl zij het voor de ander niet is. Zulks hangt geheel af van de opvattingen van het milieu en de daarin gehuldigde sexueele moraal. "Een zielszieke, zegt Stoll, die met ontbloote penis voor het raam staat om de aandacht van passeerende vrouwspersonen te trekken, en kerels, die, als er geen politie in de nabijheid is, voor voorbijgaande meisjes en vrouwen hun penis ontblooten en daarmee onanistische manipulaties bedrijven, plegen exhibitie, maar de Negers van de kust van Mozambique, die vroeger geen andere schaambedekking hadden dan een soort suspensoir om den penis, worden door de vrouwen van hun stam in het minst niet van exhibitische bedoelingen verdacht, daar zij van der jeugd af aan den aanblik daarvan gewoon zijn." De prostituée der Europeesche bordeelen, die in laag uitgesneden robe haar borsten tentoonstelt voor een ieder, die de oogen maar op wil slaan, beoogt exhibitie; de meisjes van de tallooze volksstammen in tropische gewesten die gewoon zijn het bovenlichaam geheel onbedekt te laten, doet weliswaar hetzelfde in nog sterker mate als bedoelde prostituées, maar met geen zweem van exhibitische oogmerken. De danseres onzer Europeesche balletten, die bij hare evoluties voor de tooneelkijkers van kaalhoofdige schouwburg-habitués haar beenen opgooit en bij oogenblikken in de wolken van gaas en kant de lijnen van haar dijgewricht ter observatie geeft, simuleert exhibitie; maar der inboorlinge van het Gazellenschiereiland op Nieuw-Pommeren, die geheel naakt en zelfs met geëpileerd schaamhaar ter markt komt, is elke gedachte aan exhibitie vreemd. In de landen der strengste Mohammedaansche orthodoxie zou een vrouw, die zich ongesluierd op straat vertoonde, in de oogen harer geloofsgenooten exhibitie begaan, gelijk dit bij de Egyptische danseressen dan ook inderdaad het geval is, als zij bij haar optreden haar gezicht vertoonen. Daarentegen zou het belachelijke onzin zijn bij de Europeesche, die hetzelfde doet: haar gelaat onbedekt laten, exhibitische bedoelingen te veronderstellen, terwijl het zoo geliefkoosde decolleté en het ontblooten der armen (anders dan bij den arbeid) weer niets dan exhibitie is. Zoo hangt het geheel van de heerschende sexueele zeden en opvattingen af, of het toonen van welk lichaamsdeel ook, exhibitie bedoelt of niet. Met lichaamsdeelen die sexueel volkomen indifferent zijn, kan elders de grofste exhibitie worden bedreven.
VI.
DE TOENADERING DER SEXEN.
Bij ieder normaal ontwikkeld menschelijk wezen leeft physiologisch en psychologisch een krachtige drang naar de andere sexe. Natuurwetten hebben de geslachtelijke scheiding doen ontstaan en, sexueel gesproken, den geheelen mensch gesplitst in twee helften: man en vrouw. Diezelfde natuurwetten hebben echter een sterk verlangen naar toenadering bij beide sexen achtergelaten. Zonder dat verlangen zou de voortplanting onmogelijk zijn geworden en in de natuur drijft en dringt juist alles tot voortplanting en instandhouding der eenmaal ontstane soort.
Ten behoeve dier toenadering is de mensch van nature toegerust met een reeks neigingen, waartegen ook de machtigste wilskracht op den duur niets vermag. Alle voorwaarden zijn in den mensch aanwezig om hem in een eventueelen strijd tegen het sexueel verlangen, vroeg of laat te doen bezwijken. De macht der individualiteit is altijd minder sterk dan de macht der sexualiteit.
Aangenomen mag worden dat het sexueel verlangen gemiddeld bij beide geslachten in even sterke mate aanwezig is. Het openbaart zich bij beide geslachten echter niet op dezelfde wijze.
Het onderscheid tusschen den mannelijken en den vrouwelijken aard openbaart zich reeds bij de ei- en de zaadcel. Ja, zelfs komt die aard bij deze scherper uit dan in menig ander stadium der ontwikkeling. Reeds in deze eerste levensbeginselen komt de speciaal mannelijke en de speciaal vrouwelijke rol in het geslachtsleven ten duidelijkste uit. De jacht van de zaadcel op de eicel is een beeld van het geheele leven der sexen. De eicel is passief, en afwachtend en haar eenige taak is aantrekkingskracht uit te stralen, de zaadcel tot zich te trekken, als de magneet het ijzer. De zaadcellen daarentegen zijn bewegelijk, onrustig, uiterst gevoelig voor de bekoring, die uitstraalt van het vrouwelijk element. Zij worden de eicel op afstanden, die vele honderdduizenden malen hun eigen lengte kunnen bedragen gewaar, en stormen er trillend van begeerte als in een razenden wedloop op af. Talloozen komen onderweg om, uitgeput door de bovenmatige inspanning die het hun kost hun dik kopje met het dunne zweepachtige staartje kronkelend voort te bewegen. Maar velen bereiken toch nog het zoo vurig begeerde doel en omzwermen het eitje als een wolk vurige aanbidders. Evenwel, velen zijn geroepen, maar slechts een enkele is uitverkoren. Voor dien uitverkorene opent zich het kleine genadepoortje in den vliezigen celwand, en de bevoorrechte glipt het vrouwelijk cellichaam binnen, om er levenverwekkend mee samen te smelten.
Precies hetzelfde speelt zich af in het verkeer der sexen, dat aan de handeling der bevruchting voorafgaat. De vrouwelijke aard bestaat in uitstraling van zinnelijke bekoring naar de geheele omringende mannenwereld. Die bekoring is deels onbewust, deels bewust. Het vrouwelijk wezen op zich zelf al oefent op de mannenziel een machtige bekoring uit--voor den man is iedere vrouw als omgeven door een wolk van zinnelijke aantrekking. Die natuurlijke aantrekking weet de vrouw met tallooze hulpmiddelen nog oneindig te versterken. De zoo door natuurlijke en kunstmatige bekoringen aangelokte mannen omzwerven de vrouwen als een drom vurige aanbidders, evenals de zaadcellen de eicellen. En ook hier weer zijn velen geroepen, maar een eenige slechts is uitverkoren. De jacht van den man op de vrouw, waarbij de man begint als jager, om te eindigen als de gevangene van het doel zijner jacht, zal zich als het tenslotte komt tot het door de nature beoogde einddoel, weer precies zoo tusschen zaad- en eicel op de geschetste wijze herhalen, echter in veel sneller tempo en met veel grooter zekerheid dat het doel werkelijk zal worden bereikt. Want in het liefdespel der sexen worden vele eenmaal aangeknoopte banden weer verbroken, beide partijen kunnen tot het laatste oogenblik de verbintenis alsnog doen eindigen, maar het door zaadcellen bedreigde eicelletje is reddeloos verloren, de drang der natuur kan op dat punt niet meer worden gestuit.