Sexueele Zeden in Woord en Beeld: Liefde en Zinnelijkheid
Chapter 14
Van langen duur zijn zulke modes echter nimmer geweest. Tegen een zoo ver en zoo consequent doorgevoerden zin voor openbaarheid staken steeds onmiddellijk zware stormen van oppositie op. En wel uit de vrouwenwereld zelf. Misschien uit mededoogen met de bedreigde zedelijkheid. Vermoedelijk en waarschijnlijk echter om nog een andere reden, die dan tevens de eigenlijke reden was. Een zoo ver gaand decolleté konden natuurlijk slechts de zeer weinige zeer ruim met boezemschoon bedeelde vrouwen zich veroorloven. Zij die op dit punt niet bijzonder op de vrijgevigheid der natuur hadden te roemen of die reeds tot meer respectabelen dan bekoorlijken leeftijd waren geklommen, gevoelden jegens zulke modes heel gauw onoverkomelijke "gemoedsbezwaren", die zich dan lucht gaven in een categorisch non possumus. Deze categorie van vrouwen nu maakt ten allen tijde de groote meerderheid uit en door haar aantal reeds weten zij dan weldra een haar zoozeer ongunstige en dus onwelgevallige mode in miscrediet te brengen.
De allereerste eisch voor een mode om wat haar hoofdlijnen betreft langen tijd te kunnen heerschen is, dat zij alle vrouwen in staat stelt erotische aantrekking uit te oefenen. Een mode, die de volle werkelijkheid onthult, voldoet wel het minst aan dien eisch. Haar bestaan is daarom altijd van korten duur. En de mode is daar om alle vrouwen in den strijd om het sexueel bestaan een kans te geven. Om die reden schommelde het decolleté meestal tusschen grenzen, waarbij de mannelijke nieuwsgierigheid in voldoende mate geprikkeld werd, zonder dat omtrent de werkelijkheid iets bepaalds viel waar te nemen, en die elke mogelijkheid openlieten om de natuur te corrigeeren en aan te vullen naar den eisch van het schoonheidsideaal van den dag.
De mode heeft het van tijd tot tijd ook wenschelijk en voor haar doel nuttig geacht heel niet te decolleteeren, tenminste in het openbaar. Zoo is het geweest in ongeveer de geheele 19e eeuw. Maar nooit werd daarmee dan tevens het werken met de erotische bekoring van den boezem prijsgegeven. Integendeel, het probleem werd dan in tegenovergestelde richting even bevredigend opgelost. Wat getoond moest worden bleef angstvallig bedekt, maar daarbij werd even angstvallig zorg gedragen, dat het verborgene zijn aanwezigheid even duidelijk verried als wanneer het onbedekt ware gelaten. Het beginsel, waardoor de mode zich bij het oplossen van dit ingewikkelde vraagstuk liet leiden, was dit: de vrouw moet geheel bekleed zijn en toch het effect maken van niet bekleed te zijn. Hoe weergaloos geniaal dit schijnbaar absurde probleem is opgelost, daarvan getuigen heele reeksen van modes uit den modernen tijd. Het meerendeel der moderne vrouwenmodes, waarbij letterlijk niets onbedekt wordt gelaten, maakt niettemin een veel zinnelijker effect dan vele openlijk losbandige modes uit vroegere tijden met al hare verregaande ontblootingen, en zij zijn samen te vatten in de formule: in kleederen naakt.
Niet minder merkwaardig is het spel, dat de mode in den loop des tijds heeft gedreven met de bekleeding van het onderlichaam, den rok. Bij dit kleedingstuk, dat een heele reeks bekoorlijkheden drastisch moet demonstreeren, komt in alle tijden nog duidelijker uit, dat het hoofddoel der vrouwelijke kleeding is: zinnelijke bekoring uit te oefenen op de andere sexe en der vrouw de jacht op den man te vergemakkelijken. Het pronken met den boezem laat nog plaats voor andere opvattingen; de boezem der vrouw is van majestueuse schoonheid, zijn aanblik kan verheven gedachten wekken, waaraan zinnelijkheid vreemd is. Maar de bekoorlijkheden waar de rok de aandacht der andere sexe bij heeft te bepalen, zijn van geheel anderen, van direct en uitsluitend zinnelijken aard. De rok heeft der mode ten allen tijde groote moeilijkheden bereid. Met eenvoudige niet-bedekking kon hier gevoegelijk niet worden gewerkt. Daarom zocht men het steeds in het opzichtige en buitensporige, en de meeste en allerergste modedwaasheden betreffen dan ook den rok.
De meest in het oog springende dwaasheden, die met den vrouwenrok alzoo zijn begaan, bestaan in zijn buitensporige verlenging, zijn buitensporige verwijding en zijn buitensporige vernauwing. Buitensporige verkorting is daarentegen ondoelmatig gebleken.
Het zoeken van de mode, om het erotisch probleem van den rok op te lossen in diens lengte, heeft als uiterste opgeleverd den rok met sleep. De sleep is telkens, als de mode hem invoerde, langen tijd in zwang gebleven. Hij beantwoordde niet alleen aan de eerste eischen, die de mode stelt aan ieder kleedingstuk van de vrouw, maar hij bleek tevens uitermate geschikt om hem te laten getuigen van den welstand der draagster. De sleep toch belet elke vrije beweging. Alleen rijke en voorname vrouwen kunnen zich de weelde veroorloven kleederen te dragen die dwingen tot nietsdoen, en als met geweld tot welke bezigheid ook, ongeschikt maken. Een sleep met zich mee te voeren gaf dus rijkdom, macht, aanzien te kennen. Zoo was de sleep het symbool van voornaamheid en deftigheid. En hij beantwoordde tevens bij uitstek aan het hoofddoel, dat met elk kleedingstuk der vrouw in de eerste plaats wordt beoogd. Hoe langer de rok is, des te vaker ziet de vrouw zich gedwongen hem op te nemen, en des te hooger ook moet hij worden opgenomen. Er is geen beter voorwendsel om op ongezocht schijnende wijze de beenen te toonen, dan te lange rokken te dragen. Bij den sleeprok heeft de vindingrijke mode dus de omgekeerde methode te baat genomen als bij den boezem: zij ontbloot niet, maar geeft te veel, en schept daardoor de "noodzakelijkheid" dat te veel ieder oogenblik buiten werking te stellen. Of en wanneer die noodzakelijkheid zich voordoet, daarover beslist de draagster, en natuurlijk valt dan die noodzakelijkheid telkens zeer opmerkelijk samen met de directe utiliteit dier manoeuvre.
Uit een en ander valt zonder veel moeite de conclusie te trekken, dat het stelselmatig en overdreven angstvallig verbergen der beenen door de vrouwenkleeding niet geschiedt ter wille der schaamachtigheid, die delicate intimiteiten aan het gezicht zoekt te onttrekken, maar juist ter wille van het tegendeel. Men bedekt overdreven om voorwendsels aan de hand te doen tot onthulling en dat juist dan te doen als daarvan effect mag worden verwacht. Vandaar is de korte, voetvrije rok als erotisch lokmiddel veel minder bruikbaar dan de te lange rok, want hij biedt geen gelegenheid tot doeltreffend manoeuvreeren.
De oplossing van het probleem door een buitensporig verwijden rok schiep nog meer mogelijkheden om de beenen--niet te bedekken. Deze vorm van rokken is vooral in de 18e en 19e eeuw onder de benamingen hoepel-, baleinrok en crinoline in de mode geweest. Deze rokken komen ons heden verregaand afschuwelijk voor. Zij maakten de vrouwen tot wangedrochten. Maar dat zij zoo lang in de mode bleven bewijst op zichzelf reeds, dat zij niettemin volkomen beantwoordden aan hun doel.
Zooals van zoovele buitensporigheden der mode, wordt de uitvinding van den wijduitstaande rok toegeschreven aan een vorstelijke minnares, en wel aan mevr. de Montespan. Als bewijs daarvoor beroept men zich op een brief van hertogin Elisabeth Charlotte van 22 Juli 1718, waarin het heet: "Madame de Montespan heeft den hoepelrok uitgevonden om te verbergen dat zij zwanger was (de Montespan stierf in 1707). Want telkens als zij dien rok aanhad was het alsof op haar voorhoofd stond geschreven dat zij weer zwanger was; ten hove zeide men dan tegen elkander: Madame de Montespan draagt haar hoepelrok, ze is dus weer zwanger. Ik geloof echter, dat zij zich maar zoo hield in de hoop weer wat meer consideratie te ondervinden."
Dat de wijde rok niet is uitgevonden door Mevr. de Montespan blijkt evenwel ten duidelijkste hieruit, dat zulke rokken veel vroeger reeds in Engeland gedragen werden. Daarentegen is het niet onwaarschijnlijk, dat er datgene mee werd beoogd, wat in bovenaangehaald citaat aan de minnares van Lodewijk XIV werd toegedicht: zwangerschap te verbergen. Reeds hierom is dit waarschijnlijk wijl in dien dartelen tijd ongeveer elke dame zich dagelijks aan het gevaar eener buitenechtelijke zwangerschap blootstelde, terwijl zwangerschap, zooals gewoonlijk in tijden van zinnelijke ontaarding, als iets belachelijks, als iets doms en bespottelijks gold. Zoodoende was er de dames alles aan gelegen haar fataal malheur op het gladde ijs der galanterie zoo lang mogelijk te verbergen. Hierop zullen wij later ruimschoots gelegenheid hebben uitvoeriger terug te komen.
In elk geval valt hiermee moeilijk te verklaren, dat deze rok, in weerwil van zijn tallooze ongemakken en zijn verregaande leelijkheid, toch tot driemaal toe geruimen tijd in de mode is herrezen. Daarvoor moeten nog andere redenen zijn geweest. En het is niet moeilijk die te ontdekken. De wijd uitstaande stijve rok was een vorm van bedekking, die de vrouwen tot veelvuldige en telkens langdurige en verstgaande onthulling van wat zij niet wenschte te verbergen niet slechts verleidde, maar direct noodzaakte. De hoepelrok-dragende dame moest bij het gaan, door de vele hindernissen die zich daarbij noodzakelijk moesten voordoen, eenige dozijnen keeren per uur zich op de meest drastisch werkende wijze ten toon stellen. Dit beteekende, dat zij even zooveel malen zich de vurig begeerde gelegenheid ongezocht zag geboden om met hare meest intieme bekoorlijkheden op het verleidelijkst te pronken. De constructie dezer rokken was zoo, dat zij als het ware van zelf een zich openend en weer sluitend decolleté van onderen naar boven deden ontstaan.
De voorliefde der vrouwenwereld voor deze gedrochtelijke rokken berustte dus eenvoudig op hunne erotische doelmatigheid. Voor een kleedingstuk, dat haar steeds een als betooverd gevolg van exemplaren der andere sexe garandeert, trotseert de vrouw met vreugde en heroïeke zelfopoffering alle ongemakken, iederen last. En de mode heeft nog geen zekerder werkend toestel kunnen vinden dan deze soort rokken. Zijn zonderlinge vorm moest elk oogenblik onvermijdelijk even zonderlinge ontblootingen, d.w.z. gelegenheden daartoe, veroorzaken. En de noodzakelijke voorwaarde, dat die ontblootingen steeds konden doorgaan voor _onopzettelijk_, ongewild en _ongezocht_, was daarbij in ruime mate aanwezig. Al die opzettelijke ongelukjes hadden het extra verlokkende en verleidelijke van het toevallige en momenteele. En welke ongehoorde perspectieven de wijduitstaande rok elk oogenblik beloofde, bijvoorbeeld bij het opgaan der trappen, bij het instappen in een rijtuig en bij tallooze andere gelegenheden, kan men zich heden ten dage eerst duidelijk voorstellen als men weet dat in dien tijd van een dessous nog eigenlijk geen sprake was. Onder de baleinrok werd slechts een zeer kort onderrokje gedragen en een pantalon was in de geheele 17e en 18e eeuw een diep veracht kleedingstuk. Het gold voor de vrouw als iets zeer onbetamelijks en schandelijks, een pantalon te dragen, deze werd alleen welvoegelijk geacht voor oude vrouwen. Alleen bij het rijden droegen de dames een pantalon. Door dit alles schonk de hoepel- of baleinrok de vrouw de zekerheid, dat ten allen tijde vurige blikken in hoopvolle verwachting op haar waren gevestigd, blikken, die in spanning het oogenblik verbeidden, dat een gelukkig toeval, of een ondeugende streek van den wind de zoozeer begeerde openbaring zou bewerken. Iets pikanters valt trouwens nauwelijks te bedenken. Niet in den roes der overgave, maar in de meest onschuldige en onverwachte situaties en op de meest ongezocht schijnende manieren konden met behulp van dezen rok de intiemste bekoorlijkheden voor een ondeelbaar oogenblik aan de nieuwsgierigen blikken worden prijsgegeven. En deze openbaring van een oogenblik was, naar de ervaring dag aan dag leerde, voldoende om den blik der mannen in den geest ook verder te doen doordringen en hun verbeelding heen te leiden naar het laatste. Het was de tot de uiterste grens opgevoerde tegemoetkoming der vrouw aan de wenschen van den man, de echt vrouwelijk gemaskeerde toenadering, waarbij niets werd nagelaten en toch niets kon worden bewezen en de schijn nog in ten volle bevredigende mate gehandhaafd bleef. De hoepelrok, hoe monsterachtig en hoe wanstaltig ook, hulde de vrouw in een wolk van erotische bekoring met onweerstaanbaar aantrekkend vermogen. Aan den eersten en hoogsten eisch, aan welk kleedingstuk der vrouw ook gesteld, werd door dezen rok op bijna, ideëel volmaakte wijze voldaan. En daarom was hij voor de vrouw een inderdaad ideëel kleedingstuk, een der doelmatigste en dus schoonste geschenken der mode aan de vrouw.
De nauwe rok heeft hetzelfde probleem in tegenovergestelde richting, maar niet minder bevredigend, opgelost. De mode wijzigt zich naar de algemeene inzichten en opvattingen van het oogenblik. In den eenen tijd worden groteske middelen vereischt, in den anderen tijd kan de mode met meer natuurlijke volstaan. Met den nauwen rok wordt niets onthuld en alles getoond. De vormen blijven bedekt, maar het oog kan al hun lijnen volgen, ook de intiemste en meest delicate, niets wordt werkelijk gezien, maar alles valt te raden; men ziet de werkelijkheid, maar nog gehuld in den sluier der illusie.
Kortgeleden heeft de mode een vergeefsche poging gewaagd, nog een stap verder te gaan, en de vrouwen een kleedingstuk te geven, dat het midden hield tusschen rok en pantalon. De _erotische_ bekoring, zooals de vrouw die wenscht, bleek van dat kleedingstuk echter gering. Ondanks de grootste reclame is het de mode niet mogen gelukken het ingang te doen vinden.
Op precies dezelfde manier als de bekleeding met bovenkleeding slechts een middel is om de nieuwsgierigheid naar het verborgene te prikkelen, en die nieuwsgierigheid nog te versterken door gedeeltelijke of momenteele onthullingen--op precies dezelfde manier woekert de mode in de kleeding der vrouw met elk ander kleedingstuk. Ook het schijnbaar geringste en meest ondergeschikte heeft zijn hooge erotische beteekenis en zijn bepaalde erotische functie--van den hoogen hak der schoen (die zelfs een sterk geprononceerde erotische beteekenis heeft, wijl hij het lichaam een stand geeft, waarbij de boezem naar voren en de callipygische heerlijkheden naar achteren zich scherper afteekenen) tot de versierselen van het hoofdhaar, alles staat bij de vrouw in directen en regelrechten dienst der passieve verlokking, alles heeft dit eene doel: de andere sexe toe te roepen: vergeet-mij-niet. Daartegenover staat, dat de vrouw, zoodra zij er zich van bewust wordt dat zij in sexueel opzicht heeft afgedaan, dikwijls volkomen onverschillig wordt voor kleeding en voor allen opschik, en dan niet zelden aan de verzorging harer uiterlijke verschijning evenveel te weinig zorg besteedt als vroeger te veel. Dit ligt trouwens in den aard der vrouw, die overhelt tot uitersten.
Ongeveer altijd kiest de mode een bepaald centrum van bekoorlijkheden van het vrouwelijk lichaam uit, om daarop allermeest de attentie te doen vallen. En heeft zij eenmaal een keus gedaan, dan ontziet zij verder geen middel om haar doel zoo volkomen mogelijk te bereiken. Dat is een kwarteeuw geleden gebleken, toen het een tijdlang de mode was inzonderheid te pronken met callipygische bekoorlijkheden. Met behulp van den cul de Paris of de tournure was toen eensklaps elke vrouw uiterlijk herschapen in een Venus Kallipygos. Deze mode viel ook daarom zoo in den smaak, wijl zij onmiddellijk zoozeer in de gunst viel ook der oudere dames. Het onthaal dat een nieuwe mode vindt, de opgang, dien zij maakt, en de levensduur, die haar is beschoren, hangen in niet geringe mate af van de dames van middelbaren leeftijd; deze toch hebben het vrijwel in haar macht, een mode die haar niet aanstaat, in korten tijd in miscrediet te brengen. En een nieuwe mode staat deze dames het best aan, als zij ook haar eenige gelegenheid biedt om nog eenige laatste triumfen te vieren. En de mode der tournure was haar bijzonder gunstig. Alle schoonheden zijn vergankelijk, enkele der heerlijkste schoonheden bloeien alleen in de jeugd, andere zijn duurzamer, het duurzaamste zijn de bekoorlijkheden van Venus Kallipygos; de volheid dier bekoorlijkheden is op den leeftijd der rijpheid zelfs het grootst. Vandaar de geestdrift waarmee deze mode door de in leeftijd reeds ietwat gevorderde dames geaccepteerd en met alle argumenten--behalve de ware--verdedigd werd.
Deze mode was zooveel als een omkeering der decolletage. De rol, die anders de borsten speelden, werd nu door haar tegenvoeters vervuld; het uitstralingscentrum van erotische aantrekking was van de noordpool verplaatst naar de zuidpool.
Wat bij deze wel doeltreffende maar weinig delicate mode eenigszins zou kunnen verwonderen, is dit, dat zij viel midden in een periode van zeer hooggestemde fatsoensbegrippen, waarvan wij in het hoofdstuk over de Sexueele moraal (volgend deel) nader komen te spreken. En in werkelijkheid was de callipygische mode bij het schaamtelooze af indecent; in tweeërlei opzicht zocht zij het lager bij den grond dan de modes, die bij uitnemendheid als onkiesch en onbetamelijk gelden, die namelijk, welke de vrouwen met den ontblooten boezem laten pronken. Weliswaar kan men in het algemeen zeggen, dat het lichaam geen enkele bekoorlijkheid bezit, die op zichzelf verachtelijk of van lagere orde is. Voor callipygische schoonheden behoeft de bezitster zich evenmin te schamen als voor welke andere natuurlijke schoonheid. Maar zoo zeker als dit is, even zeker is het, dat de aard der effecten van alle schoonheden in het minst niet gelijk staat. Het effect van den vrouwelijken boezem kan rein zijn. De boezem is niet slechts het heerlijkst erotisch wonder aan de vrouw, maar tevens het verhevenste erotisch wonder. Hij vertegenwoordigt niet louter het genot, maar hij is ook het symbool van de verheven bestemming der vrouw. Hij getuigt meer nog dan van de heerlijkheid der vrouw, van de gloriën van het moederschap. De equatoriale bekoorlijkheden daarentegen zijn direct en uitsluitend zinnelijk; zij zijn provoceerend erotisch, zij voeren de phantasie zonder omwegen regelrecht heen naar het laatste en vestigen de aandacht zonder meer op de geslachtsgemeenschap. En onder die bekoorlijkheden van lager orde zijn de callipygische ontegenzeggelijk de brutaalste en grofste. Daarmee te pronken is wel de duidelijkste en meest directe provocatie van den erotischen stormloop der mannen, en het minst delicate erotisch gastmaal, dat de mode aan de zinnelijke mannenoogen ooit heeft voorgezet.
Een der jongste vindingen der altijd met weer nieuwe vindingen verrassende mode is de blouse. Deze heeft weer de algemeene taak zóó te verbergen, dat niets verborgen blijft. Ook de blouse beantwoordt volkomen aan dezen eisch. En wel op zeer bijzondere en zeer geraffineerde wijze. Zij verraadt niet, zooals de bovenkleeding in het algemeen, den plastischen vorm, maar die velerlei kleine verborgenheden en heimelijkheden waarnaar de man zoo nieuwsgierig is en die zijn nieuwsgierigheid, hoe ook bevredigd, altijd weer sterker prikkelen. In de eerste plaats veroorlooft de blouse effectvol te woekeren met de pikante linnen- en kantwonderen, daaronder als in hinderlaag opgesteld. Gelijk het retroussé in staat stelt de met kant afgezette jupon, en van tijd tot tijd zelfs de dartele volants van nog intiemer kleedingstuk hun werk te laten doen, evenzoo is de blouse bestemd met de niet minder pikante ondertaille en verdere chemiserieën te manoeuvreeren.
De blouse is gedurende haar betrekkelijk kort maar glorierijk bestaan al herhaaldelijk verbeterd en daardoor voor haar edel doel telkens geschikter gemaakt. De laatste vinding is geweest haar laag uit te snijden en de uitsnijding weer te vullen met à jour entredeux, die alles lieten zien wat zij verborgen. Daarmee was met de blouse alles bereikt, wat met haar te bereiken viel. De man kon op zijn gemak alle voor hem zoo interessante en voor de vrouw zoo vleiende waarnemingen ongehinderd doen. Het was als een naar alle regelen der kunst opgemaakte etalage. En waar de draagster het van pas oordeelde eenige toenadering te toonen, daar behoefde zij zich slechts ongezocht een weinig voorover te buigen, om den begunstigde nog meer zekerheid te verschaffen omtrent de hem interesseerende punten. En zulks kon geschieden zonder iets te riskeeren, verdere tegemoetkoming was ook bij den besten wil niet meer doenlijk, want deze blouses hadden en hebben steeds rugsluiting. Dit is echter een voordeel te meer van deze etalageblouse. De heerlijkheden, die de beschouwer te zien krijgt, maken hem door hun onbereikbaarheid nog begeeriger en hongeriger en wekken tenslotte ook den kooplust.
De mode, die de vrouwenwereld tallooze diensten bewijst, is niettemin de boosaardigste en wreedaardigste vijandin van de vrouw, gelijk wij boven al hebben uiteengezet. Met haar voortoovering van schijnschoon heeft zij in ontelbare gevallen wezenlijk schoon voor altijd verwoest. Doch alle strijd tegen de mode is tot dusver nutteloos en doelloos gebleken, en haar almacht over de vrouw is nog altijd ongeschokt, zij is voor iederen strijder een onvatbare vijandin. Op één punt verslagen, herrijst zij als een onsterfelijke fenix onmiddellijk weer uit haar asch. Ook heden nog dient de kleeding in de allereerste plaats erotische doeleinden. Elk vrouwenkleed is er op berekend om den man er toe te brengen in gedachten de draagster te ontkleeden en te genieten. Met haar kleeding wil de groote meerderheid der vrouwen eenvoudig de begeerte der andere sexe wekken, bewust of onbewust (maar meestal bewust), direct gevolg van de wet der passiviteit, die haar een afwachtende houding heeft opgelegd, welke wet zij tegelijkertijd naleeft en overtreedt. Het is pikant en streelend voor de vrouwelijke eigenliefde, zich ten alle tijde door velen bewonderd en in den geest genoten te weten, en dit genot verzekert haar alleen de mode, die daarbij nog de kansen verhoogt op meer tastbare successen.
De vrijheid om met de kleeding erotisch te manoeuvreeren is ten allen tijde aangemerkt als een standsvoorrecht. In vroegere tijden werd aan de vrouwen uit het volk eenvoudig verboden zich te kleeden, zooals de vrouwen der hoogere standen. Er zijn tallooze verbodsbepalingen uitgevaardigd, die aan "gewone" vrouwen het dragen van een of ander erotisch zeer effectvol kleedingstuk ontzegden. Nimmer daarentegen is ergens aan de vrouwen het dragen verboden van kleeding die haar verleelijkten en ontsierden. Gelijk de economische machtsmiddelen in het algemeen beschouwd werden als een uitsluitend voor de hoogere standen bestemde gave der natuur, zoo zijn ten allen tijde de erotische machtsmiddelen aangemerkt als het speciale voorrecht van de beter gesitueerde vrouw.
Met de komst der burgerlijke gelijkheid voor de wet was dit voorrecht niet meer in stand te houden met wettelijke maatregelen. Maar het streven om het te handhaven bestaat nog evenzeer als voorheen en met andere middelen wordt het dan ook nog evenzeer gehandhaafd als vroeger. Het voornaamste middel daartoe is de kostbaarheid der materialen. Door deze op te voeren tot een zekere hoogte wordt een groot deel der vrouwenwereld van het deelnemen aan den erotischen kruistocht tegen de mannenwereld automatisch uitgesloten. Een tweede middel is de snelle wisseling der mode. Door beide middelen vereenigd beschikt de rijkste steeds over de verst-dragende en nieuwste wapens in den sexueelen strijd.
Een derde middel is nog de zorgvuldige beïnvloeding der kleedingzeden in de richting van het standsvoorrecht. Bij het toepassen van dit middel komt vooral ook de kerk te hulp. De toepassing van het middel ligt opgesloten in de machtspreuk, dat het de meid niet past evenzoo gekleed te gaan als mevrouw. In die formule uit zich niet in de eerste plaats de vrees voor uitwissching der standsgrenzen, maar het bedreigde voorrecht van in erotische kleeding den boventoon te voeren. Angst voor geslachtelijk de mindere te zijn van de maatschappelijk mindere, is er in aan het woord.