Part 8
III. 5. 31. Men zegt, dat pad en leeuwrik de oogen ruilden. Dit volksgeloof ontsproot uit de opmerking, dat de pad fraaie, de leeuwrik leelijke oogen heeft. De leeuwrik moest dan ook maar de leelijke stem der pad hebben, daar hij met zijn stem Romeo verjaagt.
III. 5. 175. Kraam uw wijsheid uit bij uws gelijken. Het Engelsch heeft: o'er a gossip's bowl; bij gekruid warm bier en gebraden appelen; zie Midzomernachtdroom II. 1. 46. Capulet is niet keurig in zijn uitdrukkingen; dit bleek reeds op het bal, toen hij van eksteroogen sprak. In Sh.'s tijd werden overigens zulke sterke uitdrukkingen niet zoo aanstootelijk gerekend als tegenwoordig.
IV. 3. 47. Gekrijsch als van alruinen. Ook bij andere dichters, tijdgenooten van Sh., wordt gewag gemaakt van den schrikkelijken, waanzinnigmakenden kreet, dien de alruin, als hij uit den grond getrokken wordt, uitstoot. De Alruin- of Tooverwortel, (Mandragora officinalis) het tooverkruid van Circe, is een plant uit de familie der Solaneën (waartoe ook de Aardappel, de Belladonna, Spaansche peper, alsmede de Doornappel, het Bilzenkruid en de Tabaksplant behooren), die in den omtrek der Middellandsche Zee en vooral in Griekenland voorkomt. Zij is sterker vergiftig dan de Belladonna en werd vroeger ook als geneesmiddel gebezigd, vooral echter als toovermiddel. De groote, knolvormige wortel is vaak van het midden af gespleten en heeft dan, vooral als de kunst wat helpt, eenigszins de gedaante van den mensch, zoodat Columella haar een planta semihominis (halfmensch-plant) noemde. Het bezit van een alruin bracht geluk aan. Zulke geluksmannetjes werden zorgvuldig bewaard, prachtig aangekleed, op bepaalde tijden met wijn of water gewasschen, enz. Zij konden de hardnekkigste kwalen genezen, twisten doen eindigen, vrouwen de weeën verlichten, en ook geld aanbrengen. Zij worden duur verkocht en het verhaal liep, dat zij, als zij uit den grond getrokken werden, zóó ontzettend schreeuwden, dat de mensch, die het hoorde, van schrik plotseling stierf of krankzinnig werd, en dat men dus zorg moest dragen zijn ooren vooraf met was dicht te stoppen, en liefst het uittrekken door een hond, aan wiens staart de plant bevestigd werd, moest laten doen.
IV. 5. 6. Graaf Paris zet zijn rust op 't spel. In het oorspronkelijke is hier een woordspeling: rest beteekent ook de overblijvende kaarten zoowel als "rust"; to set up his rest wil dus ook zeggen: alles op het spel zetten.
IV. 5. 128. Is 't hart van zware zorgen krank enz. Dit is het begin van een gedicht van Richard Edwards, dat in een bundel The Paradise of Dainty Devises voorkomt.--In dit gesprek komen allerlei woordspelingen voor, zooals blijkt; crochet bv. reg. 120 beteekent te gelijk kwartnoot en gril.
V. 1. 43. Een krokodil. Een opgezette alligator en dergelijke dingen behoorden in Sh.'s tijd tot de onmisbare versiersels eener apotheek. Het woord schappen in reg. 44, misschien niet allen lezers bekend, beteekent planken van een kast.
V. 2. 5. Ik zocht mij tot geleide een barvoetsbroeder. Sh. vond in Brooke's gedicht, dat de monniken in Italië niet alléén, maar steeds door een ander vergezeld uitgingen.--De wacht der stad in reg. 8 bedoelt de gezondheidspolitie in tijden van pest, zooals èn uit Brooke's gedicht èn uit Painter's novelle blijkt.
V. 3. 203. Die dolk, ach, is verdwaald, want zie, zijn huis rust ledig op den rug van Montague. De dolken werden vroeger op den rug gedragen.
V. 3. 296. O, broeder Montague, reik mij uw hand. De verzoening der beide vijandige huizen is het treffend, bevredigend en noodzakelijk besluit van het treurspel. Welk gewicht de dichter zelf hieraan hechtte, kan uit den proloog blijken. Dezen bij de opvoering van het stuk weg te laten, gelijk maar al te dikwijls geschiedt, is een verminking, die den waren aard van het treurspel miskent.
AANTEEKENING
[1] Shakespeare's Romeo und Julia. Eine kritische Ausgabe des überlieferten Doppeltextes etc. Oldenburg 1859.