Robur de Veroveraar

Chapter 9

Chapter 93,647 wordsPublic domain

Gedurende den nacht werd geen scherp gegil der locomotieven of geen dieper geraas der stoomfluiten van de stoomvaartuigen vernomen, om de stilte en de kalmte van het firmament, waarin myriaden sterren flonkerden, te storen. Soms steeg een langgerekt geloei tot bij het luchtschip op. Dat werd veroorzaakt door geheele kudden bisons, die de prairiën doorkruisten om beken en weilanden op te sporen, ten einde hunnen dorst te lesschen en hunnen honger te stillen. En wanneer dat geloei zweeg, dan toch kon het geritsel der grasstengels onder hunne pooten vernomen worden, dat een dof geluid veroorzaakte, niet ongelijk aan het sombere gerol eener overstrooming, en zeer verschillend van het onophoudelijk frrr frrr der schroeven.

Ook werd van tijd tot tijd het gehuil van een wolf, van een vos, van een wilde kat, of van eene cojote vernomen. Deze laatstgenoemde is de _canis latrans_ der geleerden en verdient zijn naam door zijn schel geblaf ten volle.

En ook de doordringende geuren der kruizemunt, der pepermunt, der absinth-planten, der saliestruiken, vermengd met de nog krachtiger geuren der nagelboomen, stegen door de zuivere nachtelijke luchtlagen op.

Eindelijk werd ook nog tusschen al die aardsche kreten soms een akelig geluid vernomen, dat ditmaal niet door cojoten veroorzaakt werd. Dat was de gil van den Roodhuid, waardoor een pionier niet misleid zou worden en derhalve ook niet door dezen voor het geschreeuw van wilde beesten genomen zoude zijn.

Den volgenden morgen, den 15den Juni, verliet Phil Evans tegen vijf uren in den morgen zijne hut. Misschien zou hij dien dag den ingenieur Robur ontmoeten.

In ieder geval dreef hem zijne nieuwsgierigheid er toe om zich tot den eersten officier Tom Turner te wenden, ten einde te weten, waarom Robur den vorigen dag niet verschenen was.

Tom Turner, een Engelschman van geboorte, was ongeveer vijf en veertig jaren oud. Hij had een breede borstkas en stevige ledematen, die als door een ijzeren geraamte gestut werden. Daarenboven had hij een zeer groot en karakteristiek hoofd, à la Hogarth, zooals die schilder van alle mogelijke leelijke Angel-Saksische gelaatstrekken met zijn penseel bij dozijnen vermenigvuldigd heeft. Wanneer men de vierde plaat van zijn Harlots Progress wil inzien, dan zal men het hoofd van Tom Turner op den romp van den gevangenbewaarder aantreffen, en dan zal men moeten erkennen, dat diens gelaatstrekken niets vriendelijks en niets aanmoedigends konden aanbieden.

"Zullen wij heden den ingenieur Robur te zien krijgen?" vroeg Phil Evans.

"Dat weet ik niet," antwoordde Tom Turner.

"Ik vraag u niet, of hij uitgegaan is."

"Dat zou toch wel kunnen zijn."

"Wanneer zal hij terugkomen?"

"Klaarblijkelijk, wanneer hij zijne boodschappen verricht zal hebben."

Na dat antwoord stapte Tom Turner zijne roef binnen.

Phil Evans moest zich met dat loopje, hetwelk met hem genomen werd, tevreden stellen. Het antwoord was te minder geruststellend, daar een blik op het kompas aangaf, dat de _Albatros_ in noordwestelijke richting afhield.

Welk contrast kon toen waargenomen worden, tusschen de onvruchtbare streek der Slechte Gronden, die men in den loop van den vorigen nacht verliet, met het landschap, dat zich nu op de oppervlakte der aarde uitspreidde.

Het luchtschip bevond zich thans, na ongeveer duizend kilometers van Omaha af afgelegd te hebben, boven eene streek, die Phil Evans onmogelijk kon herkennen, om de eenvoudige reden, dat hij haar nimmer bezocht had. Eenige forten, die tot bestemming hadden om de Indianen in bedwang te houden, bekroonden met hunne geometrische lijnen en hoeken, die meer door palissaden of paalwerk dan door muren gevormd werden, de bluffs. Weinig dorpen werden ontwaard, en weinig inwoners. Hierin verschilde dit land veel met het goudhoudend grondgebied van Colorado, hetwelk eenige graden meer zuidwaarts gelegen was.

Heel ver, bij den horizon, begon men, evenwel nog zeer onduidelijk, eene opeenvolging van bergtoppen te ontwaren, die door de opkomende zon als met een vurig boord omzoomd werden.

Dat was het Rotsgebergte.

Al dadelijk ondervonden Uncle Prudent en Phil Evans dien ochtend een scherpe koude. Deze temperatuursverlaging kon niet toegeschreven worden aan eene wijziging van het weder, want de zon scheen met volle pracht.

"Dat wordt veroorzaakt, doordat de _Albatros_ hooger in de lucht gestegen is," zei Phil Evans.

Inderdaad de barometer, die buiten de deur der middenroef geplaatst was, werd bevonden op vijfhonderd veertig millimeter gevallen te zijn,--hetgeen op een hoogte van drieduizend meters ongeveer wees. Het luchtschip bleef zich dus op eene vrij aanzienlijke hoogte bewegen en werd daartoe door de afwisselingen van het terrein genoodzaakt. Een uur vroeger toch, had het de hoogte van vierduizend meters moeten overschrijden, want achter het gevaarte verrezen bergen, die door eeuwigdurende sneeuw bedekt waren.

Uncle Prudent noch zijn lotgenoot konden zich herinneren welk land het was, waarboven zij zweefden. De _Albatros_ had gedurende den nacht afwijkingen van den koers met eene buitengewone snelheid naar noord of zuid kunnen maken, en dat was voldoende om hen het spoor bijster te maken.

Nadat zij evenwel de verschillende minder of meer aanneembare vooronderstellingen bepleit hadden, kwamen zij daarin overeen: dat deze streek, omlijst door een kring van bergen, de plek was, die door eene congres-acte in Maart 1872 tot nationaal park van de Vereenigde Staten verklaard was.

Dat was inderdaad een zonderlinge en belangwekkende streek. Zij verdiende werkelijk den naam van park--een park met bergen in de plaats van heuvelen, met meren in de plaats van vijvers, met rivieren in de plaats van beken, met uitgestrekte bosschen tot wandelplaatsen en labyrinthen, en eindelijk met geyzers van eene bewonderenswaardige kracht, in de plaats van fonteinen en waterwerken.

Weinige minuten later gleed de _Albatros_ hoog bovenover de Yellowstone-River, liet den Stevenson-berg ter rechterzijde en kwam boven het groote meer te zweven, dat den naam van dien waterstroom voert. Welke afwisseling in den oeverrand van dit waterbekken, waarvan de strandvlakten met obsediaan-brokken bezaaid waren en met kleine kristallen, welker duizenden facetten de zonnestralen weerkaatsten! Welke grilligheid in het daarstellen der eilanden, die aan de wateroppervlakte verschenen! Welke azuren weerschijn toch door dien onmetelijken spiegel veroorzaakt! En rondom dat meer, een der hoogst gelegenen van den aardbol, welke zwermen, welke wolken van gevogelte, van pelikanen, van zwanen, van meeuwen, van ganzen, van duikeleendjes! Sommige gedeelten der oevers, die zeer steil uit het water oprezen, waren bedekt met groene boomen als dennen, pijnboomen en lorkeboomen, en aan den voet van die steile hoogten rookten ontelbare witte fumarolen. De waterdamp ontsnapte uit dien bodem als uit een onmetelijken vergaarbak, waarin het water door onderaardsche vuren steeds ziedend gehouden werd.

Hier ware voor den kok en hofmeester uitmuntende gelegenheid geweest, om een grooten voorraad forellen op te doen, de eenige vischsoort, die in ontelbare menigte in het Yellowstone-meer aangetroffen wordt. Maar de _Albatros_ bleef steeds op zulke hoogte, dat er niet aan eene vischvangst te denken viel, die anders wel tot de wonderbaarlijke zoude behoord hebben.

Daarenboven het meer werd in minder dan drie kwartieruurs overschreden en een weinig verder de streek der geyzers bereikt, die met de fraaiste van IJsland kunnen wedijveren. Uncle Prudent en Phil Evans lagen over het verschansingsboord gebogen en beschouwden de vloeibare kolommen, die opstegen, alsof zij aan het luchtschip een nieuw element wilden verschaffen. Daar was eerst "de Waaier", die zijne uitstralende waterstralen uitspoot; "het Sterke Kasteel", dat zich als met geschut scheen te verdedigen; "de Oude Getrouwe", met zijne waterzuilen, die zich met regenbogen kroonden; "de Reus", die met zoo'n kracht een loodrechten waterstraal, welke een omvang heeft van twintig voet, loodrecht opwerpt, dat hij eene hoogte van tweehonderd voeten bereikt.

Robur kende voorzeker dat onvergelijkelijk schouwspel, hetwelk eenig op de wereld bestaat; want hij verscheen niet op het dek. Had hij dus alleen voor het genoegen zijner gasten het luchtschip boven dat nationale domein gebracht? Hoe het ook zij, hij onthield zich een bedankje te komen vragen. Hij verscheen zelfs niet bij den stoutmoedigen overtocht van het Rotsgebergte, die tegen zeven uur in den ochtend aanvaard werd.

Men weet, dat deze orographische schikking zich als een onmetelijke ruggegraat uitstrekt van de lendenen af tot aan den hals van Noord-Amerika om zich in de Mexicaansche Andes voort te zetten. Dat is eene ontwikkeling van drie duizend vijfhonderd kilometer, waarboven de James-piek uitsteekt, welker top eene hoogte van bijna twaalf duizend voeten bereikt.

Voorzeker zou de _Albatros_, wanneer zij hare vleugelslagen verdubbeld had, evenals een vogel met breeden wiekslag, de hoogste toppen van die bergketen hebben kunnen overschrijden, om dan als het ware met één sprong in den Staat Oregon of Utah neer te dalen. Maar die stijging was zelfs niet noodig. Er bestaan bergpassen, die gedogen de keten te overschrijden, zonder den kam te bestijgen. Er worden zelfs verscheidene van die "canons", zooals die smalle bergspleten genoemd worden, aangetroffen, waardoor de _Albatros_ glijden kon. Door de eene, de Bridger genaamd, is de Pacific Railway aangelegd, om op het grondgebied der Mormonen te geraken. De anderen openen zich meer noord- of zuidwaarts.

Het was door een van deze canons, dat de _Albatros_ den doortocht volvoerde. Zij matigde evenwel daarbij hare snelheid, om niet tegen de rotswanden van de bergengte te stooten. De roerganger manoeuvreerde met behendige hand het luchtschip, dat uiterst gevoelig aan het roer gehoorzaamde, zooals hij zou gedaan hebben met een vaartuig eerste klas bij een wedstrijd van de Royal Thames Club. Dat was werkelijk merkwaardig. En hoeveel spijt de beide vijanden van het "zwaarder dan de lucht" ook gevoelden, zoo stonden, zij toch verrukt van bewondering over de volmaaktheid, waarmede dit vaartuig zich door de lucht bewoog.

Binnen den tijd van twee en een half uur was de doortocht door de groote bergketen volbracht en hernam de _Albatros_ hare snelheid van honderd kilometers in het uur. Het vaartuig legde toen zuidwest voor, zoodanig dat het, terwijl het langzaam naar de aardoppervlakte daalde, het grondgebied van den Staat Utah in schuine richting doorsneed. Het was eindelijk zelfs zoodanig gedaald, dat het zich nog slechts op eene hoogte van ongeveer tweehonderd meters bevond, toen eenige fluitstooten de aandacht van Uncle Prudent en van Phil Evans trokken.

Het was een trein van den Pacific Railway, die zich naar de Groote Zoutmeerstad richtte.

In dit oogenblik daalde de _Albatros_, die aan een geheim bevel scheen te gehoorzamen, nog lager en wel zoo, dat zij den trein, die met volle kracht voortstoomde, volgde. Het luchtschip werd dadelijk opgemerkt. Vele hoofden vertoonden zich aan de ramen van de rijtuigen. Daarop verdrong zich eene menigte reizigers op de balcons, waarvan de Amerikaansche spoorwegrijtuigen voorzien zijn. Eenigen hunner aarzelden niet om op de kap der rijtuigen te klimmen, ten einde die vliegende machine des te beter te kunnen zien. Hip, hip, hoerah! werd er oorverdoovend geschreeuwd; maar dat miste toch de uitwerking, om Robur te voorschijn te doen treden.

De _Albatros_ remde nog meer de werking van hare opstijgingsschroeven, waardoor zij nog meer daalde, en matigde daarbij hare vaart, om den trein niet achter te laten. Zij zweefde daarboven als een onmetelijke tor van het geslacht der schalebijters, die ook wel een reusachtige roofvogel kon zijn. Het luchtschip hield nu eens rechts of links af, schoot dan vooruit, keerde terug, alsof het den kruipenden trein goedertieren wilde inwachten. Fier wapperde daarbij zijn zwarte vlag, met gouden zon in het veld, in den wind, waarop de hoofdconducteur van den trein met den standaard van de Noord-Amerikaansche Vereenigde Staten met zijn zeven en dertig sterren bij wijze van saluut antwoordde.

Tevergeefs wilden de gevangenen van de gelegenheid gebruik maken, om te doen weten, wat van hen geworden was. Tevergeefs brulde de voorzitter van Weldon-Institute, met vervaarlijke stem:

"Ik ben Uncle Prudent van Philadelphia!"

En gilde zijn secretaris Phil Evans, met akelig fausset:

"Ik ben Phil Evans, zijn collega!"

Hun geschreeuw ging te midden van de duizenden hoerahs, waarmede de reizigers hunnen voorbijtocht begroetten, verloren.

Intusschen waren drie of vier der opvarenden van het luchtschip op het dek verschenen. Een hunner greep een eind touw, en stak dat, zooals de zeelieden plagenderwijs doen, wanneer zij een schip voorbijstevenen, dat minder snel vaart dan het hunne, achteruit, alsof hij den trein op sleeptouw wilde nemen.

De _Albatros_ hernam daarop hare vaart, en een half uur later had zij dien sneltrein zoover achter zich gelaten, dat zijn stoompluim ternauwernood nog te ontwaren was en die ook weldra verdween.

Tegen een uur in den namiddag verscheen eene overgroote schijf, die de zonnestralen weerkaatste, zooals een weerscherm van spiegelglas zoude gedaan hebben.

"Dat moet Salt-Lake-City, de hoofdstad der Mormonen zijn," zei Uncle Prudent.

Het was inderdaad de Groote Zoutmeerstad, en die schijf, welke daarginds schitterde, was het ronde dak van het Tabernakel, waarin tienduizend Heiligen gemakkelijk plaats kunnen nemen. Dat dak spreidde evenals een bolgeslepen spiegel de zonnestralen naar alle kanten uit.

Daar was de groote stad gelegen aan den voet van het Wasatch-gebergte, hetwelk ter halver hoogte van de hellingen met ceder- en denneboomen begroeid was. De stad strekte zich langs den Jordaan uit, zooals de rivier genoemd wordt, waarlangs zich de wateren van het Utahmeer in het Groote Zoutmeer uitstorten.

Onder het luchtschip ontwikkelde zich de stad evenals een dambord en was in regelmatigen aanleg aan de meeste Amerikaansche steden gelijk. Maar wat haar van hare zustersteden onderscheidt, is het groote aantal vrouwen, die er verblijf houden. Dit vindt zijne reden in de veelwijverij, die bij de Mormonen geoorloofd is.

Rondom de stad is de landstreek goed bebouwd en overdekt met een rijkdom van vezelplanten. Overigens waren er ook vele weilanden, waarin de kudden schapen bij duizenden konden geteld worden.

Maar ook Great-Salt-Lake-City verdween langzamerhand in den nevel en stevende de _Albatros_ met grootere snelheid in zuidwestelijke richting voort. Die vermeerderde snelheid was zeer merkbaar, daar zij grooter was dan die van den heerschenden wind.

"Waarachtig," zei Phil Evans, "ik geloof...."

"Welnu, ga voort," vroeg Uncle Prudent. "Waarom aarzelt gij? Wat gelooft gij?"

"Wel, dat wij San Francisco nog vóór het invallen van den nacht zullen zien!"

"Welnu, wat zou dat?" antwoordde de voorzitter van Weldon-Institute onverschillig.

Het was ongeveer zes uur des avonds, toen de Sierra Nevada, door den bergpas Truckie, waardoor ook de spoorbaan aangelegd is, overschreden werd. Er bleven toen nog maar driehonderd kilometer af te leggen om, zoo niet San Francisco, dan toch Sacramento, de hoofdplaats van den Staat Californië, te bereiken.

De snelheid, die de _Albatros_ toen ontwikkelde, was zoo groot, dat het koepeldak van het Kapitool vóór acht uur bij den westelijken gezichteinder verscheen, om niet lang daarna aan den oostelijken weer te verdwijnen.

In dit oogenblik verscheen Robur op het dek. De beide leden van Weldon-Institute traden op hem toe.

"Ingenieur Robur," sprak Uncle Prudent, "wij zijn nu bij de uiterste grenzen van West-Amerika aangekomen. Ik hoop, dat dit gekscheren nu een einde zal nemen."

"Ik gekscheer nimmer, heeren," antwoordde Robur.

Hij gaf een teeken. De _Albatros_ stevende in allerijl naar den grond; maar terzelfder tijd ontwikkelde zij zulk eene snelheid, dat het op het dek niet was om uit te houden en iedereen eene toevlucht in de roeven moest nemen.

Nauwelijks was de deur achter de beide gevangenen gesloten:

"Als het nog wat geduurd had, zou ik hem geworgd hebben," zei Uncle Prudent.

"Dat zou niet voorzichtig handelen zijn."

"Toch had ik het gedaan."

"Wij moeten trachten te vluchten," zei Phil Evans.

"Ja, vluchten!.... Het koste, wat het wil!"

Een diep geluid drong toen tot hen door.

Het was de zee, die op de rotsen van de kuststrook brak.

Dat was de Groote Stille Zuidzee! De koers was toen Noordwest.

IX.

WAARIN DE ALBATROS ONGEVEER TIENDUIZEND KILOMETER AFLEGT EN DEN TOCHT MET EEN WONDERBAARLIJKEN SPRONG EINDIGT.

Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans waren dus vast besloten om te vluchten.

Wanneer er geen gevaar bestaan had, met de acht zeer stevige kerels, die de bemanning van het luchtschip uitmaakten, te doen te krijgen, dan zouden zij voorzeker hun toevlucht tot geweld genomen hebben. Een moedig doortasten zou hen dan voor een oogenblik meester van het luchtschip gemaakt hebben; zij konden dan op het een of andere punt der Vereenigde Staten nederdalen. Maar.... met hun tweeën,--want Frycollin zou in zoo'n geval slechts als eene te veronachtzamen waarde te rekenen zijn--kon aan zoo'n ondernemen niet gedacht worden. Daar dus geweld niet gebezigd kon worden, zou list wellicht kunnen baten, namelijk wanneer de _Albatros_ naar de aardoppervlakte afsteeg en ten anker kwam. Phil Evans poogde dit aan zijn kitteloorigen lotgenoot te doen begrijpen, van wien hij steeds vreesde, dat hij het een of ander zou ten uitvoer brengen, dat den toestand verergeren kon.

In allen geval was thans het oogenblik van handelen niet gekomen.

Het luchtschip stevende thans met volle snelheid boven den Noordelijken Stillen Oceaan. Den volgenden ochtend--16en Juni--ontwaarde men niets meer van de kust. En daar de Amerikaansche kuststrook inbuigt van het eiland Van Couver af tot aan de groep der Aleutische eilanden, of beter tot aan de landstreek, die vroeger tot Amerikaansch Rusland behoorde, maar in 1867 door dat rijk aan de Vereenigde Staten werd afgestaan, zou de _Albatros_, wanneer haar koers niet gewijzigd werd, die kuststrook waarschijnlijk bij hare uiterste ombuiging snijden.

Wat schenen de nachten lang te zijn voor de beide gevangenen. Zij haastten zich dan ook steeds, om hunne hut te verlaten. Toen zij dien morgen op het dek kwamen, was evenwel de dageraad reeds sedert eenige uren aan de oosterkim verschenen. Men naderde den zomerzonnestilstand, den langsten dag in het noordelijk halfrond, en onder den zestigsten breedtegraad, waaronder de _Albatros_ zich bevond, werd het bijna geen nacht.

De ingenieur Robur haastte zich niet, volgens gewoonte, of wel met een zeker doel, om zijne hut te verlaten. Toen hij dien dag evenwel op dek kwam, vergenoegde hij zich zijne beide gasten te groeten, terwijl hij hen op het achterschip voorbijstapte.

Frycollin, met roode oogen veroorzaakt door de slapelooze nachten, welke hij doorgebracht had, met dommen blik en wankelenden gang, was er toe overgegaan, om zich buiten zijne hut te wagen. Hij liep als een man, die voelde dat het terrein onder zijne voeten niet stevig was. Zijn eerste blik was gericht op het opstuwingstoestel, dat met eene regelmatigheid werkte, welke gerustheid inboezemde, vooral omdat de vliegwielen niet te snel ronddraaiden.

Daarna ging de neger steeds met wankelenden tred naar de verschansing, greep het boord daarvan, om zijn evenwicht te herstellen. Blijkbaar wenschte hij een kijkje te werpen op de streek, waarboven de _Albatros_ ter hoogte van ternauwernood tweehonderd meter zweefde.

Frycollin had veel moed moeten ontwikkelen om zoo'n poging te durven ondernemen. Ja, van hem werd daartoe eene zekere mate van stoutmoedigheid gevorderd. Eerst had de neger, bij de verschansing aangekomen, zijn lichaam achterover gebogen, daarna schudde hij haar, om hare stevigheid te beproeven. Toen richtte hij zich op, boog het lichaam voorover en bracht het hoofd buiten boord. Het zal wel onnoodig zijn daarbij te vertellen, dat hij bij al die bewegingen de oogen gesloten hield. Eindelijk opende hij ze.

Welk een gil stiet hij uit! En hoe stoof hij achteruit! En hoe trok hij het hoofd tusschen de schouders terug!

Daar onder, op den bodem van den afgrond, had hij den onmetelijken Oceaan bespeurd. Wanneer zijn haren niet gekroesd geweest waren, dan zouden zij rechtop op zijn hoofd verrezen zijn.

"De zee!... De zee!..." riep hij uit.

En Frycollin zou op het dek neergestort zijn, wanneer de kok hem niet in zijne armen had opgevangen.

Die kok was een Franschman, misschien wel een Gasconjer, hoewel hij François Tapage heette, hetwelk in goed Hollandsch door Franciscus de Levenmaker kan vertaald worden. Maar al was hij geen Gasconjer, zoo had hij toch in zijne jeugd de briesjes, die over de Garonne waaien, moeten inademen. Hoe kwam die François Tapage in dienst van den ingenieur Robur? Door welke opeenvolging van toevallen was hij onder de equipage van de _Albatros_ geraakt? Dat wist niemand. In ieder geval sprak die oolijkerd de Engelsche taal als een Yankee.

"Nou, rechtop! zeg ik je!" riep hij, terwijl hij den neger met zijn knie een duw in de lendenen gaf.

"Master Tapage!...." riep de arme drommel, terwijl hij wanhopige blikken op de schroeven wierp.

"Wat is er, Frycollin?"

"Gaat dat wel eens kapot?"

"Neen, maar het zal toch eindigen moeten, met kapot te gaan."

"Waarom?...."

"Omdat alles op dit ondermaansche vroeg of laat kapot moet gaan."

"En de zee, die daar onder ons is!...."

"Welnu, als het kapot gaat, dan is het beter in zee te vallen."

"Ja, maar daar verdrinkt men in!...."

"Dat is zoo, maar . be . ter . te . ver . drin . ken, dan . te . plet . ter . te . val. len," antwoordde François, die iedere lettergreep afzonderlijk uitsprak, alsof hij een hexameter scandeerde.

Een oogenblik later was Frycollin, kruipende als een slang, in zijn hut teruggekomen.

Den dag van den 16den Juni had het luchtschip slechts eene matige snelheid ontwikkeld. Het scheen over de oppervlakte van die zoo kalme zee, die als met zonlicht doortrokken was, en waarboven het zich nauwelijks honderd voeten verhief, te scheren.

Uncle Prudent en zijn lotgenoot waren op hunne beurt in hunne roef gebleven, om Robur niet te ontmoeten, die, hetzij alleen, hetzij in gezelschap van zijn eersten officier Tom Turner, met een sigaar in den mond, het dek op en neer wandelde. Slechts de helft der opstuwingsschroeven was in beweging en die waren voldoende om het luchtgevaarte in de lagere luchtlagen zwevende te houden.

Onder die omstandigheden zouden de opvarenden van de _Albatros_ zich aan het vermaak der vischvangst hebben kunnen overgeven, waardoor zij eenige afwisseling in hun gewonen scheepskost hadden kunnen brengen, wanneer de wateren van den Stillen Oceaan namelijk vischrijk geweest waren. Maar aan zijne oppervlakte werden slechts eenige walvisschen bespeurd, van die soort met gelen buik, welke eene lengte van vijf en twintig meters bereiken. Dat zijn de vreeselijkste cetaceën, die in de Noordelijke zeeën aangetroffen worden. De ervaren walvischvaarders wachten zich wel die soort aan te vallen, want zij weten dat hunne kracht buitengewoon groot is. Evenwel zou zulk eene vischvangst, hetzij met den gewonen harpoen, hetzij met den Fichter-vuurpijl, hetzij met den speerboom, van welke vischtuigen men een voorraad aan boord van de _Albatros_ had, zonder gevaar kunnen geschieden. Waarschijnlijk om aan de beide leden van Weldon-Institute te doen zien, waartoe zijn luchtschip in staat was, besloot Robur op een dier monsterachtige walvisschen jacht te maken.