Robur de Veroveraar

Chapter 7

Chapter 73,675 wordsPublic domain

Wat nu de toestellen tot opheffing en voortstuwing betreft, daaromtrent kan het volgende medegedeeld worden. Boven het bovengedeelte van het platform en loodrecht daarop waren zeven en dertig staken of beter assen aangebracht, waarvan vijftien langs elke zijde en zeven die hooger waren in het midden van het gevaarte. Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten, met dit onderscheid evenwel, dat die masten geen zeilen voerden, maar ieder twee horizontale schroeven van beknopte doorsnede, waaraan een buitengewoon groot omwentelingsvermogen kon verleend worden. Ieder van die assen had hare eigene beweging, geheel onafhankelijk van de anderen, terwijl zij twee aan twee eene tegenovergestelde omwenteling bezaten. Dit was noodzakelijk om te beletten, dat het geheele gevaarte eene draaiende beweging aannam. Zoodoende vormden de schroeven, hoewel zij allen het hunne er toe bijbrachten, om de stijgende beweging ten opzichte van de loodrechte luchtzuil te verkrijgen en te bevorderen, evenwicht tegen den horizontalen weerstand der lucht.

Het toestel was bijgevolg voorzien van vier en zeventig schroeven, om de stijgkracht te bevorderen. De bladen van die schroeven werden langs den buitenrand weerhouden door een rand van metaal, die den arbeid van vliegwiel volvoerde en waardoor veel beweegkracht bespaard werd. Voor en achter werden door horizontale assen twee voortstuwende schroeven bewogen. Deze bezaten vier bladen met zeer zwak hellende schroefwenteling, die in verschillende richting draaiden en zoo de vooruitdrijvende kracht verleenden. De voortstuwingsschroeven hadden eene veel grootere doorsnede en afmeting dan de opheffingsschroeven, maar konden evenals dezen met eene buitengewoon groote snelheid wentelen.

Alles wel beschouwd, behoorden die toestellen zoowel tot de stelsels welke door de heeren Cossus en de la Landelle, als tot die welke door den heer de Pouton d'Amécourt voorgestaan waren. Zij waren echter door den ingenieur Robur verbeterd, vervolledigd geworden en als het ware volmaakt. Maar ten opzichte van de toepassing der beweegkracht kwam dien grooten man de eer toe inderdaad als uitvinder beschouwd te mogen worden.

Ten opzichte der machine kan hier medegedeeld worden, dat Robur noch aan stoom van water of van andere vloeistoffen, noch aan saamgeperste lucht of aan andere veerkrachtige gassen, noch aan ontplofbare mengsels, die eenig arbeidsvermogen kunnen leveren, de noodige kracht ontleend had, om zijn toestel te doen stijgen, zwevende te houden en voort te bewegen. Maar hij had de electriciteit te hulp geroepen, die kracht welke eens de ziel van de geheele nijvere wereld zal worden. Hij had evenwel geene machine gebezigd, om de electrische beweegkracht voort te brengen, maar daarentegen niets dan batterijen en accumulatoren. Welke evenwel de elementen of samenstellende deelen van die batterijen waren, welke de zuren waren, die haar in werking brachten, dat was het geheim van Robur. En zoo was het ook met die accumulatoren gesteld. Van welken aard waren de positieve en negatieve platen, waaruit zij bestonden? Of beter, uit welke grondstof waren zij vervaardigd? Dat wist niemand te zeggen. De ingenieur had zich, en om zeer gegronde redenen, wel gewacht om een oktrooi of een uitvindersbrevet aan te vragen.

Alles bij elkander genomen, moest als onbetwistbaar resultaat aangenomen worden: batterijen van eene buitengewone kracht; zuren van eene voedende sterkte, daarenboven bijna volkomen bestand tegen verdamping en bevriezing; accumulatoren, die de zoo hoog geroemde Faure-Sellen-Volckmar-toestellen verre overtroffen; eindelijk stroomingen, welker ampères niet te berekenen waren of getallen opleverden, die tot nu toe niet bereikt waren. Daardoor werd een arbeidsvermogen verkregen, dat in stoom- of electrische paarden omgezet, om zoo te zeggen oneindig moest genoemd worden. Dat arbeidsvermogen werkte op de schroeven, die het geheele gevaarte eene stijgende, en op die, welke het eene voortstuwende beweging verleenden. En die stijgkracht en die voortstuwende kracht waren meer dan voldoende, om het gevaarte in alle mogelijke omstandigheden handelbaar te doen blijven.

Maar, wij herhalen het, de uitvinding daarvan was het geheim van den ingenieur Robur. Zij was zijn eigendom en hij heeft daaromtrent een volmaakt stilzwijgen bewaard.

Wanneer de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute er niet in zullen slagen, om dat geheim te ontdekken, dan zal het zeer waarschijnlijk voor het menschdom verloren gaan.

Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat aan het geheele gevaarte door de doelmatige plaatsing van het zwaartepunt eene voldoende stabiliteit verleend was. Er bestond derhalve hoegenaamd geen gevaar, dat het toestel onrustbarende hoeken met het horizontaal vlak zoude vormen, en dat dus geene vrees voor kantelen behoefde te ontstaan. Dat was ook het voornaamste, hetgeen in de gegeven omstandigheden nog al tot hoofdbreken aanleiding had gegeven.

Er blijft ons nu nog over mede te deelen, welk materiaal de ingenieur Robur gebezigd had voor de vervaardiging van zijn luchtschip--eene zeer toepasselijke benaming voor de _Albatros_. Wat was dat toch voor stof, die zoo hard was, dat zij door het bowie-knife van den secretaris Phil Evans niet aangetast kon worden, en waarvan de president Uncle Prudent den aard niet wist aan te duiden? Ja, wat was dat?

Eenvoudig papier.

De papiervervaardiging had reeds sedert vele jaren eene buitengewone uitbreiding ondergaan. Vellen ongegomd of ongelijmd papier worden met dextrine en stijfsel gedrenkt en daarna onder een hydraulische pers gebracht. Door de ondervonden drukking wordt eene stof of beter eene vaste massa gevormd, die harder dan staal is. Men maakt er schijven tot hijschblokken of katrollen van, spoorwegrails, raderen voor spoorwegrijtuigen, en die voorwerpen zijn sterker dan wanneer zij van metaal vervaardigd worden, terwijl zij bovendien veel lichter zijn. Het was deze sterkte, gepaard aan die lichtheid, welke Robur voor zijn luchtschip had willen benutten. Alles, romp, inhouten, verschansing, hutwanden, potdeksels waren van stroopapier vervaardigd, dat door de ondergane onmetelijke drukking als het ware metaal was geworden, terwijl het daarenboven geheel onbrandbaar was, een voordeel of beter eene eigenschap, die voor een toestel, bestemd om op zulke aanzienlijke hoogte te zweven, waarachtig van onberekenbare waarde moest genoemd worden.

Wat de organen betreft van de toestellen, die de stijg- en de voortstuwingskracht leverden, van de ronddeelen en bladen der schroeven, eene geleiachtige vezelstof, die tegelijkertijd stevig en buigzaam was, maakte er het grondbestanddeel van uit. Die stof leende zich volkomen tot het aannemen van alle vormen, was onoplosbaar in de meeste gassen en vloeistoffen, hetzij dat zuren of vluchtige oliën waren. Wordt hierbij nog vermeld, dat die geleiachtige vezelstof nog merkwaardige isoleerende eigenschappen bezat, dan moet erkend worden, dat hare toepassing bij de electrische machinerie van de _Albatros_ van buitengewoon groote waarde was.

Het personeel van het luchtschip bestond uit den ingenieur Robur, uit zijn tweeden officier Tom Turner, uit een werktuigkundige met twee helpers, uit twee stuurlieden en een kok. In het geheel dus acht koppen. Dat personeel was ruim voldoende, om de verschillende werkzaamheden, voor de luchtvaart vereischt, ten uitvoer te brengen. Jacht- en oorlogswapens, vischtuigen, electrische signaallantaarns, waarnemingsinstrumenten, kompassen en sextanten, om den koers en de lengte en breedte te bepalen, een thermometer om de temperatuur te weten, verschillende barometers, de eene om hoogtewaarnemingen te doen, en te bepalen welken afstand van de aardoppervlakte bereikt was, de andere om de wisselingen van den luchtdruk aan te geven, een "storm-glas" om nopens ernstige storingen in den dampkring bijtijds gewaarschuwd te worden, eene kleine boekerij, eene kleine draagbare drukpers, een achterlaadkanonstuk op draai-affuit, in het midden van het dek of platform opgesteld, waarmede een projectiel van zes centimeter kon voortgeschoten worden, een voorraad van buskruit, van kogels, van dynamietpatronen, eene kombuis wier vuren gevoed werden door de stroomingen der accumulatoren, een vrij aanzienlijke voorraad verduurzaamde levensmiddelen, als vleesch en groenten in blikken, die in een gedeelte van het ruim, daartoe ingericht, gerangschikt lagen, eenige vaten met whiskey, gin en brandewijn--in één woord: mondbehoeften, voldoende om maanden lang in de bovenluchtlagen te kunnen verwijlen, zonder noodig te hebben naar de aarde af te dalen;--ziedaar de complete inventaris van het luchtschip de _Albatros_, ongerekend natuurlijk de beruchte trompet.

Bovendien bevond zich nog aan boord een licht vaartuig of sloep, van caoutchouc vervaardigd, die in het water niet omkantelen kon. Deze kon acht man op de oppervlakte van eene rivier, van een meer of van eene kalme zee voeren.

Maar had Robur ten minste valschermen ter zijner beschikking, om die ingeval van een ramp te kunnen bezigen?

Neen. Hij geloofde noch aan rampen, noch aan toevallen, die daaronder gerangschikt kunnen worden. De assen zijner schroeven waren onafhankelijk van elkander. Kwam er eene te breken of stil te staan, dan had dat geen invloed op de werking van de anderen. En de arbeid van de helft der aanwezige schroeven was voldoende, om de _Albatros_ in de lucht, haar natuurlijk element, zwevende te houden.

"En met dat luchtschip," zooals Robur de Veroveraar weldra gelegenheid had tot zijne gasten--gasten tegen wil en dank--te zeggen: "met dat luchtschip ben ik heer en meester van het zevende werelddeel, hetwelk grooter is, dan Australië, Oceanië, Azië, Amerika, Afrika en Europa te zamen zijn. Ik ben heer en meester van dat lucht-Icarië, hetwelk eens door duizenden en nog eens duizenden Icariërs bevolkt zal zijn."

VII.

WAARIN UNCLE PRUDENT EN PHIL EVANS NOGMAALS WEIGEREN ZICH TE LATEN OVERTUIGEN.

De geachte voorzitter van Weldon-Institute was buiten zich zelven van verbazing, zijn secretaris en lotgenoot geheel buiten westen. Maar noch de een, noch de andere wilde iets laten blijken van de toch zoo natuurlijke gemoedsstemming, waarin zij zich bevonden.

De bediende Frycollin bemantelde zijn schrik en angst niet, toen hij zich aan boord van zoo'n gevaarte door de ruimte heengevoerd zag. Hij zuchtte, kermde en ontzag zich niet tranen te storten en de handen te wringen; maar in weerwil van dat alles, draaiden de stijgingschroeven inmiddels met verbazende snelheid boven hunne hoofden. Maar, hoe aanmerkelijk die snelheid ook was, zij had kunnen verdriedubbeld worden, inderdaad, wanneer de _Albatros_ hoogere luchtlagen had willen bereiken.

De voortstuwingsschroeven wentelden met vrij gematigden gang en verleenden aan het luchtschip slechts eene horizontale verplaatsing van niet meer dan twintig kilometers in het uur.

Wanneer de passagiers van de _Albatros_ buiten boord beneden zich keken, dan konden zij een lang en bochtig maar vloeibaar lint ontwaren, dat als een eenvoudige beek kronkelde door een zeer geaccidenteerd terrein en te midden van de schitteringen van kleine meren en poelen, die door de schuine stralen der zon getroffen werden. Die beek was evenwel een stroom en nog wel een der meest belangrijke van die streken. Op den linker oever daarvan verhief zich een machtige bergketen, welker voortzetting zich bij den gezichteinder in de nevelen der lucht verloor.

"En zult gij ons nu zeggen," begon Uncle Prudent met een van woede bevende stem. "Zult gij ons nu zeggen...."

"Wat wenscht gij te weten?" vroeg Robur met een sarcastischen glimlach op de lippen.

"Waar wij zijn?"

"Dat zal ik u wel niet mede te deelen hebben, niet waar?" antwoordde de ingenieur.

"Maar zult gij ons dan toch zeggen, waarheen wij gaan?" vroeg de secretaris Phil Evans op zijne beurt.

"Wij gaan door de ruimte."

"Zal ze lang duren, die reis door de ruimte?" vroeg Uncle Prudent.

"Ja, zal ze lang duren?" herhaalde Phil Evans.

"Net zoo lang als noodig zal zijn," was het antwoord van den gezagvoerder van de _Albatros_.

"Als noodig zal zijn?...."

"Zijt ge dan op reis, om de aarde rond te stevenen?" vroeg Phil Evans spotachtig.

"O, meer dan dat," antwoordde Robur.

"En als die reis ons niet aanstaat?...." vroeg de president Uncle Prudent.

"Het mocht wat!" was het bijtende antwoord; "zij moet u wel aanstaan."

Ziedaar een proefje, een voorsmaak als het ware, van den omgang, die tusschen den gezagvoerder van de _Albatros_ en zijne gasten, om ze niet zijne gevangenen te noemen, zoude bestaan. Maar blijkbaar wilde hij hen den noodigen tijd gunnen, om weer tot zich zelven te komen, om het kunstige toestel te kunnen bewonderen, dat hen door de lucht vervoerde en waarschijnlijk ook om den uitvinder te complimenteeren. Hij beijverde zich dan ook, hen alleen te laten, terwijl hij het dek op en neer stapte van het eene uiteinde naar het andere.

Zij waren dus geheel en al vrij de machineriën te bezichtigen en de inrichting van het luchtschip te onderzoeken. Zij konden ook hunne aandacht wijden aan het landschap, hetwelk zich in zijne geheele schoonheid onder hen uitspreidde.

"Uncle Prudent," zei de secretaris van Weldon-Institute.

"Wat is er, Phil Evans?" hernam de voorzitter.

"Ziet gij het niet?"

"Wat, Phil Evans?"

"Als ik mij niet vergis, Uncle Prudent, dan zweven wij thans boven het centraal gedeelte van het Canadeesche grondgebied."

"Niet mogelijk, Phil Evans!"

"Neen, ik vergis mij niet. Die stroom, dien wij daar in het noordwesten bespeuren, is de Sint Laurensrivier."

"En die stad daar, die wij achter ons laten, Phil Evans?" vroeg Uncle Prudent.

"Wel, dat is Québec."

Inderdaad, dat was de oude stad van Champlain, wier blikken daken als zoovele spiegels de zonnestralen weerkaatsten.

"Maar Québec ligt op den zes en veertigsten graad noorderbreedte," bromde Uncle Prudent.

Juist, de _Albatros_ heeft dus dien afstand van Philadelphia tot hier in weinige uren afgelegd, en dat verklaart ons het vroege dag-worden en den abnormalen duur van den dageraad."

"Maar kan het wel mogelijk zijn?"

"Of het mogelijk kan zijn, weet ik niet," antwoordde Phil Evans, "maar dat het zoo is, kan ik bevestigen. Ja, zeker is het Québec, die amphitheatersgewijze gebouwd is. Zie, daar is de heuvel, waarop hare citadel verrijst. Die citadel, die het Gibraltar van Noord-Amerika genoemd kan worden!"

"En die torens daar, wat zijn dat?"

"Dat zijn de Engelsche en Fransche kerken."

"En dat gebouw daar, waarboven de Britsche vlag wappert?"

"Dat is het kantoor van in- en uitgaande rechten, de 'Douane' genaamd."

Uncle Prudent was nog niet geheel en al met zijne vragen en Phil Evans met zijne uitleggingen gereed, toen de hoofdstad van Canada reeds aan den horizon begon te verbleeken en zich minder duidelijk voordeed. Het luchtschip geraakte nu in eene bank van kleine wolken, die het gezicht van de aardoppervlakte langzamerhand sluierden.

Robur meende toen te bemerken, dat de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute hunne aandacht weer op de uiterlijke bouworde van de _Albatros_ vestigden. Hij naderde derhalve en zeide:

"Welnu, heeren, gelooft gij thans aan de mogelijkheid van de luchtvaart...?"

Uncle Prudent en Phil Evans gromden iets binnensmonds, zonder zich evenwel begrijpelijk uit te drukken.

"Aan de mogelijkheid der luchtvaart door middel van toestellen _zwaarder dan de lucht_?" ging Robur onverstoorbaar voort.

Het zou moeielijk geweest zijn de feiten te loochenen, die zij onder de oogen hadden. Toch bleven Uncle Prudent en Phil Evans grommen en zwijgen.

"Gij antwoordt niet?" vroeg Robur met een bijtenden glimlach op de lippen.

Geen geluid werd vernomen.

"Misschien belet u de honger te spreken?" vervolgde de ingenieur. "Heb ik het geraden?.... Welnu, al heb ik mij tot taak gesteld, u door de lucht te laten reizen, zoo heb ik toch niet op mij genomen, u met die weinig voedzame stof te laten maaltijden. Kom, volgt mij, uw ontbijt wacht u."

Daar Uncle Prudent en Phil Evans een knagenden honger gevoelden, begrepen zij, dat het nu het oogenblik niet was om complimenten te maken of moeielijkheden op te werpen.

"Daarenboven," dachten zij, "een maaltijd bindt ons tot niets. Als die Robur ons weer op aarde zal teruggebracht hebben, zullen wij onze vrijheid van handelen weten te hernemen."

Beiden werden toen naar de achterroef geleid, waar zij een kleine "dining-room" binnentraden. Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel, waaraan zij gedurende de reis afzonderlijk zouden eten.

De schotels bevatten verschillende verduurzaamde levensmiddelen en daaronder ook een soort brood, hetwelk uit gelijke deelen meel en tot poeder gestampt vleesch bestond en waarin eenig spek gebakken was. Dat brood, gekookt in water, gaf eene heerlijke soep. Vervolgens waren er sneden gebakken ham en bestond de drank uit thee.

Ook was de knecht Frycollin niet vergeten. Ook hij had in het vooruit eene krachtige soep gevonden, van hetzelfde brood gemaakt. Maar het moet erkend worden, dat hij weinig eetlust had. En poogde hij ook al te eten, dan was dat, omdat hij toch honger gevoelde en zijn maag hem dwong. Maar met smaak ging het toch niet, daartoe klapperden zijne kakebeenen te zeer van angst.

"Als het eens brak!.... Als het eens brak!...." herhaalde de ongelukkige neger voortdurend tusschen twee happen.

En hij huiverde inderdaad bij die gedachte. En niet zonder redenen! Denk er toch eens om! Een val van eene hoogte van vijftienhonderd meters zou hem tot brij verpletterd hebben!

Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans verschenen een uur later weer op het dek. Maar Robur was er niet meer. Op het achterschip stond de roerganger in eene soort glazen kast, die hem tegen de guurheid van de atmosfeer moest beschutten, hield het oog op het kompas gevestigd en hield nauwkeurig en zonder de minste aarzeling het luchtschip in de stuurstreek die hem door den ingenieur aangegeven was.

Het overige gedeelte van het personeel van het luchtgevaarte was beneden, waarschijnlijk bezig met ontbijten.

Slechts een hulp-machinist, die de wacht bij de werktuigen had, wandelde onvermoeid het dek op en neer van de voorroef naar de achterroef.

De beide gevangenen moesten erkennen, dat de snelheid van beweging van het luchtschip groot was, hoewel zij, in weerwil dat de _Albatros_ buiten de wolkenstreek getreden was, en de oppervlakte der aarde op een afstand van vijftienhonderd meters onder hen zichtbaar was, zich van die snelheid slechts een onvolmaakt denkbeeld konden vormen.

"Het is niet om er aan te gelooven," zei de secretaris Phil Evans hoofdschuddend.

"Dat doe ik dan ook maar niet," antwoordde de voorzitter Uncle Prudent nurksch.

Beiden stapten toen naar het voorschip en lieten hun blik langs den geheelen gezichteinder waren.

"Kijk, daar doemt eene andere stad op!" zei Phil Evans.

"Waar?" vroeg Uncle Prudent, terwijl hij ongeduldig den hals reikte en uitkeek.

"Wel, daarginds!" antwoordde de secretaris, die den wijsvinger in zuidwestelijke richting uitstak.

"Herkent gij haar?"

"Wel zeker. Mij komt het voor dat het Montréal is."

"Montréal, Phil Evans?"

"Montréal, Uncle Prudent!"

"Maar het is hoogstens twee uren geleden, dat wij over Québec heengevaren zijn!"

"Welnu, dat bewijst...."

"Wat?"

"Dat dit gevaarte zich voortbeweegt met eene snelheid van minstens vijf en twintig uren gaans in het uur."

En inderdaad, dat was de snelheid van het luchtschip. Het was merkwaardig, dat de passagiers daarvan den invloed niet ondervonden. Maar de reden daarvan was, dat de vaart in de richting van den wind geschiedde. Hadde er windstilte geheerscht, dan voorzeker zouden zij het wel gewaar zijn geworden, want de aangeduide snelheid was nagenoeg die van een sneltrein. Bij tegenwind zou het doorstaan van zulk snijden tot de onmogelijkheden moeten gerekend worden.

De secretaris Phil Evans had zich inderdaad niet vergist. Onder de _Albatros_ verscheen Montréal, welke stad geheel herkenbaar was door de Victoria-Bridge, eene buisbrug, welke de Sint Laurensrivier, evenals de viaduct van den spoorweg te Venetië de lagune overspant. Daarna onderscheidde men de breede straten der stad, hare onmetelijke magazijnen, het paleis harer bankinrichtingen, hare kathedraal, eene basiliek of domkerk, die kort geleden naar het model der Sint Pieterskerk te Rome gebouwd is, eindelijk de Mont-Royal, een heuvel, die de geheele stad beheerscht en op welks top en hellingen men een overheerlijk park heeft aangelegd.

Het was waarachtig gelukkig, dat de secretaris Phil Evans vroeger reeds de voornaamste steden van Canada bezocht had. Hij was daardoor in staat ettelijken harer te herkennen, zonder tot Robur behoeven zijne toevlucht te nemen, om inlichtingen in te winnen.

Na Montréal zweefden zij zoo omstreeks tegen half twee in den namiddag over Ottawa in het oosten gelegen. De watervallen, in de nabijheid dier stad aanwezig, verschenen, als een overgroote ketel, die flink gestookt werd. Het deed zich voor, alsof de ziedende schuimmassa in breede golvingen overkookte en dit veroorzaakte een indrukwekkend schouwspel, van uit den hooge gezien.

"Daar is het Parlements-paleis!" riep Phil Evans uit.

En hij toonde een gebouwtje, dat veel had van een stuk speelgoed uit een Neurenberger doos, hetwelk door een kinderhand op een heuveltje geplaatst zoude zijn. Dat speelgoed met zijnen uiteenloopenden bouwtrant geleek evenveel op het Londensche Parliament-House als de kathedraal van Montréal op de Sint Pieterskerk van Rome zou gelijken, maar dat kon onze reizigers weinig schelen. Het voornaamste voor hen was, dat het onbetwistbaar was, dat die stad Ottawa was.

Zij begon evenwel zich ook in den nevel te verliezen en vormde weldra niet meer dan een soort lichtgevend punt in de nabijheid van den gezichteinder op den grond.

Het was twee uren ongeveer, toen Robur weer op het dek verscheen. Hij was thans vergezeld van Tom Turner, zijn eerste officier. Tot dezen sprak hij slechts drie woorden. Tom Turner bracht die bij de beide stuurlieden over, welke bij de voor- en achterroeren post gevat hadden. Op een enkelen wenk wijzigde de roerganger den koers van de _Albatros_ in dier voege, dat het luchtschip twee graden meer naar het zuidwesten afviel. Uncle Prudent en Phil Evans konden tegelijkertijd ontwaren, dat de voortstuwingsschroeven eene grootere kracht ontwikkelden en dus aan het luchtschip eene grootere snelheid verleenden.

De snelheid had evenwel verdubbeld kunnen worden, waardoor zij alle werktuigen van voortbeweging, op den vasten bodem gebruikt, hoe volmaakt ook, in de schaduw zou gesteld hebben.

Dat de lezer er over oordeele! De torpilleurs of torpedobooten kunnen vijf en twintig knoopen of veertig kilometers in het uur afleggen. De treinen op de Engelsche en Fransche spoorwegen bereiken honderd kilometers. De ijsschuiten of beter gezegd de schuiten op schaatsen, leggen op de bevrozen rivieren van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika honderd vijftien kilometers af. Een locomotief met eene uiterst krachtige machine van kamraderen, in de werkplaatsen van Patterson te New-York vervaardigd, volbrengt honderd dertig kilometers in het uur op de spoorweglijn van het Erie-meer, en eene andere locomotief legde eens tusschen Trenton en Jersey honderd zeven-en-dertig af.

Nu kon de _Albatros_, wanneer zij hare voortstuwingsschroeven met volle kracht liet werken eene snelheid bereiken van tweehonderd kilometers in het uur, hetgeen ongeveer vijftig meters in de seconde maakt.

Welnu, dat is de snelheid van een orkaan, die boomen ontwortelt en huizen van hunne daken berooft. Bij een windstoot gedurende een onweder werd te Cahors in Frankrijk op den 21sten September 1881 eene snelheid van honderd vier en negentig kilometers gemeten. Dat is de gemiddelde snelheid van een reisduif, welker vlucht slechts voorbijgestreefd wordt door die van de gewone zwaluw, welke zeven en zestig meters, en door die van de gierzwaluw, welke negen en tachtig meters in de seconde bedraagt.