Robur de Veroveraar

Chapter 6

Chapter 63,647 wordsPublic domain

"Zorg er dan voor, dat wij je vergeten, dat wij je niet gewaar worden, Frycollin!"

"Anders zullen wij je fricasseeren!" voegde de secretaris Phil Evans er bij.

"Master Uncle!... Master Uncle!"

En waarachtig, de onnoozele Frycollin was ernstig beangst, dat hij met zijn lichaam zou moeten dienen, om die twee levens, die klaarblijkelijk veel kostbaarder waren dan het zijne, te verlengen. Hij bepaalde er zich dan ook toe, om slechts in petto te zuchten.

De tijd vlood middelerwijl voorbij, en iedere poging om de deur met geweld te openen, of om een gat in de omwanding der cel te maken, was vruchteloos gebleven.

Waaruit bestond de bouwstof toch van die omwanding? Waarlijk, dat was onmogelijk te zeggen.

Het was geen metaal, het was geen hout, het was geen steen. Dat was alles, wat er van te vertellen viel.

De vloer daarenboven van de cel scheen van hetzelfde materiaal vervaardigd te zijn. Wanneer men met den voet trapte, dan veroorzaakte dit een eigenaardigen toon, dien Uncle Prudent onmogelijk onder de bestaande en bekende geluiden kon rangschikken.

Een andere bijzonderheid werd opgemerkt, namelijk dat het onder den vloer hol klonk, alsof hij niet op den bodem van Fairmont-Park rustte. Ja, als men goed luisterde, was het alsof dat onverklaarbare "frrr, frrr" langs den buitenkant van dien vloer scheerde.

Dat alles was voor ons drietal niets geruststellend.

"Uncle Prudent?" zei Phil Evans.

"Phil Evans?" antwoordde Uncle Prudent.

"Denkt gij, dat onze cel van plaats veranderd heeft?"

"Hoegenaamd niet!"

"Denkt ge?"

"Daar ben ik zeker van."

"Toch kreeg ik, op het oogenblik dat wij in dit hok opgesloten werden, de frissche lucht van het gras en den harsachtigen geur van de boomen in Fairmont-Park in den neus..."

"Ik ook."

"Maar nu mag ik de lucht zooveel opsnuiven als ik wil, daarvan ruik ik thans volstrekt niets meer."

"Inderdaad, gij hebt gelijk."

"Ja, maar hoe is dat te verklaren?"

"Verklaar het op de wijze als gij wilt, Phil Evans, mits gij maar de veronderstelling niet oppert, dat onze gevangenis van plaats veranderd kan hebben. Ik herhaal het, wanneer wij ons in een wagen bevinden, die voortgetrokken wordt, of in een vaartuig, dat op de oppervlakte van het water glijdt, zouden wij het moeten voelen."

Frycollin liet toen een akelig langgerekt gesteen hooren, dat er wel wat van weg had, of het zijn laatste ademtocht was. Geruststellend was het echter, dat het door verscheidene zware zuchten gevolgd werd.

"Ik houd het er voor, dat die Robur ons weldra voor zich zal doen verschijnen," hernam Phil Evans.

"Ik hoop het," riep Uncle Prudent uit. "Dan zal ik hem zeggen...."

"Wat?"

"Vraagt ge wat, Phil Evans?"

"Ja, Uncle Prudent, dat vraag ik."

"Wel, ik zal hem zeggen, dat hij begonnen is als een onbeschofte kerel en dat hij geëindigd is als een gemeene kerel te handelen."

"Juist, Uncle Prudent. Dat zal raak zijn."

Phil Evans bemerkte thans, dat de dag aanbrak. Een nog ijle en onduidelijke lichtstraal gleed door het nauwe schietgat, hetwelk in het bovenste gedeelte van de omwanding vlak tegenover de deur aangebracht was. Het moest toen ongeveer vier uren in den ochtend zijn, daar de dageraad op de breedte van Philadelphia in de maand Juni op dat uur begint aan te breken. Daar viel niets tegen in te brengen.

Uncle Prudent haalde evenwel zijn repetitie-uurwerk, een meesterstuk, door de fabriek van zijn lotgenoot voortgebracht, uit den zak en liet het slaan. Het duidde aan, dat het kwart vóór drieën was. Toch was het niet blijven stilstaan, daarvan waren beiden verzekerd.

"Dat's vreemd!" zei de secretaris Phil Evans. "Om kwart vóór drieën moest het nog nacht zijn."

"Of de gang van het uurwerk moet vertraagd zijn..." antwoordde Uncle Prudent.

"Een uurwerk van de _Walton Watch Company_!!!" riep de secretaris Phil Evans uit. "Onmogelijk!"

Hoe het ook zij, zooveel was onbetwistbaar zeker, dat het wel degelijk de dag was, die aanbrak. Langzamerhand teekende zich het schietgat scherp wit af in de diepe duisternis der cel.

Hoewel de dageraad nu vroeger verschenen was dan wel veroorloofd mocht heeten op den veertigsten breedtegraad, waarop Philadelphia gelegen is, zoo brak het daglicht toch met die snelheid niet door, welke aan lage breedte eigen is.

Dat lokte andermaal eene bemerking van Uncle Prudent uit, die daarop dan ook wees als op een vreemdsoortig en onverklaarbaar natuurverschijnsel.

Phil Evans en Uncle Prudent zagen toe, maar konden er zich geen rekenschap van geven. Daarenboven, het schemerdaglicht vorderde slechts langzaam in de cel, waarin zij opgesloten zaten.

"Wij kunnen niet uitkijken," merkte de voorzitter van Weldon-Institute op.

"Uitkijken, waarnaar?"

"Wel uitkijken, om waar te nemen, waar wij zijn," vulde Uncle Prudent aan.

"Dat zouden wij kunnen doen," antwoordde de secretaris Phil Evans.

"Hoe zoo?"

"Wel door ons tot bij dat schietgat op te hijschen. Dat is waarlijk zoo moeielijk niet."

"Daar zegt ge zoo iets!" riep Uncle Prudent opgewonden en opgetogen uit.

"Dat zal wel gaan, dunkt mij."

"Mij ook!" bevestigde de voorzitter van Weldon-Institute.

En zich tot zijn knecht Frycollin wendende:

"Kom Fry!" zeide hij. "Kom, op! En vlug ter been!"

De neger stond met loome bewegingen op.

"Steun je rug tegen dien wand daar," beval hem Uncle Prudent.

Frycollin voldeed aan die lastgeving.

"En gij, Phil Evans," ging de voorzitter van Weldon-Institute voort, "en gij, Phil Evans, klim thans op de schouders van dien lummel...."

"Zal Frycollin sterk genoeg wezen, om mijn last te dragen?" vroeg de secretaris Phil Evans.

"Om u te dragen? Hij is sterk als een os! Daarenboven, ik zal hem schoren en steunen. Wees gerust, Phil Evans, gij zult niet vallen. Dat verzeker ik u."

"Welnu, dan klim ik."

Een oogenblik later stond de secretaris van Weldon-Institute op de schouders van Frycollin. In dien stand kwamen zijne oogen ter hoogte van het bedoelde schietgat.

Dit schietgat was gesloten niet door een lensvormig glas, zooals dat bij de patrijspoortjes van zeeschepen aangetroffen wordt, maar door eene eenvoudige ruit. Hoewel zij niet zeer dik van glas was, hinderde zij toch het gezichtsvermogen van den secretaris Phil Evans, wiens gezichtsveld zeer begrensd was. Hij merkte dat al grommende op.

"Welnu," zeide Uncle Prudent, "sla die ruit stuk, dan zult gij beter kunnen zien, dunkt me."

De raad was goed en werd dus opgevolgd. Phil Evans gaf een hevigen slag met de greep van zijn bowie-knife op de ruit, die een zilverachtigen toon liet vernemen.

"Te drommel!" zeide de secretaris, "dat is sterk glas. Maar ik zal nog eens probeeren."

Bom!... Een nieuwe slag nog harder dan de eerste, maar met even ongunstig resultaat.

"Mooi!" hernam Phil Evans. "Het is niet alleen sterk, maar totaal onbreekbaar glas!"

Inderdaad, die ruit moest vervaardigd zijn van een soort glas, te zaam gesteld volgens de uitvinding van Siemens, daar het, in weerwil van de hevige slagen en stooten, die Phil Evans daarop uitvoerde, onaangetast bleef.

Toch was de ruimte bij het vorderen van het daglicht nu genoeg verlicht om den blik te veroorloven iets waar te nemen van hetgeen in het beperkte gezichtsveld van de omlijsting van het schietgat te zien zoude zijn.

"Wat ziet ge?" vroeg Uncle Prudent, trappelend van ongeduld. "Nu, wat ziet ge, Phil Evans?"

"Niets, Uncle Prudent," antwoordde de secretaris bedaard.

"Wat, niets?"

"Neen."

"Ziet gij dan geen boomen, geen bosch?"

"Neen."

"Dan toch het bovenste gedeelte der takken?"

"Ook dat niet."

"Wij zijn dan niet meer in de open ruimte?"

"Neen."

"Niet meer in het Fairmont-Park?"

"Neen."

"Ontwaart gij dan geen daken van huizen?"

"Neen."

"Geen nokken van monumenten?" vroeg Uncle Prudent, wiens teleurstelling, gepaard aan woede, iedere seconde vermeerderde.

"Ook geen nokken van monumenten," antwoordde Phil Evans. "Niets, niets!"

"Wat! Zelfs geen scheepsmast, geen vlaggestok, geen kerktoren?"

"Neen."

"Geen fabrieksschoorsteen?"

"Neen."

"Wat ziet ge dan?"

"Niets! Niets dan de ijle ruimte!"

In dit oogenblik ging de deur der cel open en een man verscheen op den drempel.

Het was Robur.

"Eervolle en hooggeachte ballonisten," zeide hij met ernstige stem, "gij zijt thans vrij, geheel vrij om te gaan en te komen, zooals gij zulks zult verlangen...."

"Vrij en frank?" vroeg Uncle Prudent.

"Ja, zeker,.... althans binnen de grenzen van den _Albatros_!"

Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans stormden de cel uit.

Op twaalf- of dertienhonderd meters onder hen ontwaarden zij de oppervlakte van eene landstreek, die zij, hoe zij ook tuurden, tevergeefs poogden te herkennen.

VI.

DAT DE INGENIEURS, DE WERKTUIGKUNDIGEN EN ANDERE GELEERDEN GEVOEGELIJK ZOUDEN KUNNEN OVERSLAAN.

Wanneer zal de mensch toch ophouden op dit tranendal rond te kruipen, om eindelijk te gaan leven in het azuurblauw en den vrede des hemels?

Op die vraag van Camille Flammarion is het antwoord gemakkelijk te geven.

Dat zal gebeuren wanneer de vorderingen der werktuigen veroorloven zullen het vraagstuk van de vliegkunst op te lossen. En, zooals reeds sedert eenige jaren te voorzien was, zou eene meer practische aanwending van de electriciteit de oplossing van dat vraagstuk meer nabij brengen.

Reeds in 1783, dus vóórdat de gebroeders Montgolfier het eerste toestel uitdachten, hetwelk hun naam voerde en Montgolfière heette, en vóórdat de natuurkundige Charles zijn eersten ballon vervaardigde, waren eenige stoutmoedige breinen er op bedacht geweest om de verovering der luchtruimte door middel van werktuigkundige toestellen te volvoeren. Die eerste uitvinders hadden dus niet gedacht aan toestellen lichter dan de lucht, hetgeen door de trap, waarop de wetenschap toenmaals stond, totaal onmogelijk geweest ware. Zij vroegen dus de oplossing van het vraagstuk der beweging in de bovenste luchtlagen aan toestellen, die zwaarder dan de lucht waren, aan vliegende machines, die de bewegingen van den vogel nabootsten.

Dat was juist, wat die dwaze Icarus, de zoon van Daedalus, gedaan had. Hij had evenwel de penvederen zijner vleugels met was vastgehecht, en die was smolt, toen de stoutmoedige jongeling de zon te nabij kwam.

Maar zonder nog tot de mythologische tijdperken op te klimmen, zonder te spreken van den geleerden Archytos van Tarente, kunnen wij reeds wijzen op de werken van Dantes van Perussa, van Leonard de Vinci en van Guidotti. Daarin wordt reeds de kiem aangetroffen van werktuigen, die bestemd waren, om zich in de luchtlagen te bewegen.

Twee en een halve eeuw later werden de uitvinders op dat gebied talrijker.

In 1742 werd door den markies de Bacqueville een systeem van vleugels vervaardigd, waarmede hij poogde boven de Seine te vliegen. Hij viel en brak een arm.

In 1768 dacht Paucton een toestel met twee schroeven uit, waarvan de eene een opvoerende en de andere een voortdrijvende kracht bezat. Of hij daarmee proeven nam, weet men niet.

In 1781 vervaardigde Meerwein, de architect van den keurvorst van Baden, een werktuig met orthopterische beweging, en teekende protest aan tegen de mogelijkheid van de bestuurbaarheid der ballons, die toen uitgevonden waren.

In 1784 lieten Launoy en Bienvenu een helicopterisch werktuig manoeuvreeren, dat door stalen veeren werd in beweging gebracht.

In 1808 beproefde de Oostenrijker Jakobus Degen te vliegen.

In 1810 verscheen eene brochure, door Denian van Nantes geschreven, waarin de grondbeginselen van de stelling: _"zwaarder dan de lucht"_ uiteengezet werden.

In het tijdperk van 1811 tot 1840 volgden de studiën en uitvindingen van Berblingen, van Vigual, van Sarti, van Dubochet, van Cagniar en van Latour.

In 1842 trad de Engelschman Henson op met zijn systeem van hellende vlakken en van schroeven, die door stoom bewogen werden.

In 1845 vervaardigde Cossus een toestel met opdrijvende schroeven.

In 1847 kwam Camille Vert op het denkbeeld, zijnen helicopteer van veêren vleugels te voorzien.

In 1852 beweerde Letur een bestuurbaar valscherm te hebben uitgevonden. Bij eene proefneming met zijne uitvinding kwam hij jammerlijk om het leven.

In hetzelfde jaar vertoonde Michel Loup een stelsel van een glijdend vlak, dat van vier draaiende wielen voorzien was.

In 1853 verscheen Béléguie met zijn in de lucht zwevend toestel, dat door trekkingsschroeven voortbewogen werd; Vaussin Chardanne met zijnen vrijen maar bestuurbaren vlieger; Georges Cauley met zijne plannen van vliegende machines, die een gasmotor tot beweegkracht hadden.

Van 1854 tot 1863 traden vele uitvinders op, waaronder Joseph Gline, die voor verschillende systemen van luchtvaart octrooien ontving, Breant, Carlingfort, Le Bres, Du Temple, Bright, wiens opdrijvende schroeven ook achteruit slaan konden, Smythies, Panafieu, Crosnier enz. enz.

Eindelijk werd onder den invloed van Nadar in 1863 de maatschappij _"Zwaarder dan de lucht"_ te Parijs opgericht. Daar lieten toen verscheidene uitvinders hunne werktuigen beproeven en verwierven enkele octrooien, aanmoedigende getuigschriften, zooals: de Ponton d'Amecourt met zijn stoomhelicopteer, de la Landelle met zijn ingewikkeld stelsel van schroeven met hellende vlakken en met valschermen, de Louvrié met zijn vuurschip, d'Esterno met zijn kunstvogel, de Groof met zijn vliegtoestel, waarvan de vleugels door hefboomen bewogen werden.

In één woord, de stoot was gegeven, en wij zijn nu het tijdperk ingetreden, waarin de uitvinders alles uitvinden en de wiskunstenaars alles berekenen kunnen, wat de luchtvaart van de droombeelden der theorie tot de daadwerkelijke uitvoering in de praktijk zal moeten voeren.

Bourcaft, Le Bris, Kaufmann, Smyth, Shingfellow, Prigent, Danjard, Powés, de la Pauze, Moy, Penaud, Jobert, Hureau de Villeneuve, Achenbach, Garapon, Duchesne, Danduran, Pauzel, Dieuaide, Melkirff, Forlanini, Brearey, Tatin, Dandrieux, Edison zijn de mannen, die zich beijveren de zaak tot oplossing te brengen, de eene met vleugels of met schroefbladeren, de andere met hellende vlakken. Die vernuften scheppen, fabriceeren, volmaken en verbeteren hunne vliegmachines, die op het gewilde oogenblik gereed zullen zijn, namelijk op den dag, wanneer de een of andere uitvinder een motor van aanzienlijke kracht, gepaard aan eene buitengewone lichtheid, zal weten toe te passen.

Dat de lezer ons die lange lijst van namen vergeve. Maar was zij niet noodzakelijk om al de sporten der ladder van de luchtvaart, op welker hoogste punt Robur de Veroveraar aangekomen was, aan te toonen? Zou die werktuigkundige, zonder de proeven, zonder de mistastingen zijner voorgangers, ooit een toestel hebben kunnen uitdenken, dat zoo volmaakt was als het zijne? Immers neen!

En al sprak hij ook al kleinachtend van hen, die zich nog steeds onledig hielden met het vraagstuk der bestuurbaarheid van de luchtballons, zoo waardeerde hij daartegenover ten volle de aanhangers van het _Zwaarder dan de lucht_. Hij was in de leer geweest bij Engelschen, bij Amerikanen, bij Italianen, bij Oostenrijkers, bij Franschen,--ja vooral bij Franschen. Hij had de toestellen zijner meesters vervolledigd en verbeterd, en was er zoo toe gekomen, om die vliegmachine te vervaardigen, waarmede hij thans door de hoogere luchtlagen trok en dien hij _Albatros_ noemde.

"De duif vliegt!" had een van de hardnekkigste en vurigste aanhangers van de vliegkunst uitgeroepen.

"Men zal op het gegeven oogenblik de lucht betreden, zooals men den grond betreedt," had daarop een niet minder geestdriftvolle aanhanger geantwoord.

"Tegenover de locomotief stellen wij de aéromotief!" had de meest opgewondene uitgeroepen met eene stem, die schetterde als een trompet, en wel geschikt was om de echo's der publiciteit, zoowel in de Oude als in de Nieuwe Wereld op te wekken.

Niets is toch inderdaad meer door proefneming en door berekening bevestigd, dan dat de lucht een zeer stevig steunpunt aanbiedt. Eene oppervlakte van een meter doorsnede, welke een valscherm vormt, kan niet alleen de beweging van een vallend lichaam vertragen, maar ook isochronisch werken, d.w.z. zulke paracentrische lijnen beschrijven, volgens welke een lichaam, door eene zekere kracht gedreven, een gegeven punt in gelijke tijden kan naderen of zich daarvan verwijderen. Ziedaar, wat men wist.

Men wist ook dat, wanneer de snelheid van overbrenging groot is, de arbeid van de zwaartekracht vermindert in omgekeerde reden van het kwadraat dier snelheid en dat zij dan bijna onbeduidend wordt.

Men wist ook dat, hoe meer het gewicht van het vliegend dier toeneemt, de vergrooting van het vleugelvlak, noodzakelijk om het geheele lichaam in de lucht te dragen, niet in diezelfde evenredigheid toeneemt, hoewel de bewegingen, die noodzakelijk gemaakt moeten worden, veel langzamer zijn.

Een vliegtoestel moet dus zoodanig vervaardigd worden, dat het den vogel nabootst, wil men die natuurlijke wetten benuttigen. En de vogel is "de meest bewonderenswaardige type van de bestuurbare beweging der lucht" volgens de uitspraak van dokter Marey, lid van het Instituut van Frankrijk.

Om kort te gaan, de toestellen, die het gestelde vraagstuk, omtrent de vliegkunst zullen kunnen oplossen, kunnen tot drie soorten teruggebracht worden, te weten:

1ens. De helicopteren of spiraalvoerders. Dit zijn slechts schroeven met verticale assen.

2dens. De orthopteren of toestellen, die de natuurlijke vogelvlucht pogen na te bootsen.

En 3dens. De luchtzwevers, die eigenlijk niets anders zijn dan hellende vlakken, zooals de vlieger, maar gesleept of voortgestuurd worden door horizontale schroeven.

Ieder dier stelsels had aanhangers gehad en had ze nog, koppige, onhandelbare aanhangers, die van geen toegeven aan anderer meeningen weten wilden.

Evenwel, onze Robur had na vele overwegingen, na veel wikken en wegen, eindelijk de twee eerst aangehaalde stelsels, namelijk de helicopteren en de orthopteren, bepaald verworpen.

Ongetwijfeld biedt de orthopteer, of de mechanische vogel, enkele voordeden aan. Daaromtrent is iedereen het eens. De geschriften en de proefnemingen van den heer Renaud, in 1884 geschreven en volvoerd, hebben het bewezen. Maar, zooals men het hem meer dan eens aan het verstand gebracht heeft: men moet de natuur niet slaafs navolgen. De locomotieven zijn geen kopieën van de hazen en de stoomvaartuigen niet van de visschen. Aan de eerste heeft men wielen verleend, die toch geen beenen genoemd kunnen worden. De tweeden hebben schroefbladen, die toch geen zwemvinnen zijn. En daarom bewegen zij zich niet slechter voort. Integendeel. Weet men daarenboven welke mechanische arbeid door een vogel, wanneer hij vliegt, verricht wordt? De bewegingen, door het dier daarbij verricht, zijn zeer samengesteld en ingewikkeld. Dokter Marey heeft toch de meening geopperd, dat de baarden der slagpennen zich gedurende de beweging van het terugbrengen van den vleugel, openden, om de lucht gelegenheid te geven te ontsnappen. En zou nu die zoo ingewikkelde beweging door eene kunstmatige machine na te bootsen wezen? Waarlijk, dat zou zeer moeielijk zijn.

Van een anderen kant stond het als een paal boven water, dat de zoogenaamde luchtzwevers met hunne hellende vlakken ook zeer goede resultaten hadden opgeleverd, Wanneer toch bij de voortstuwende beweging der schroeven tegen de inwerking der luchtlaag een schuin vlak gesteld wordt, dan wordt daardoor een naar boven drijvende arbeid verkregen, en de proefnemingen, die men met kleine toestellen uitgevoerd heeft, hebben het bewijs geleverd, dat de ter beschikking staande zwaarte, dat wil zeggen een zeker gewicht, behalve dat van het toestel, in evenredigheid van de vierkanten der snelheid toeneemt. Dat zijn groote voordeelen, oneindig grooter dan die der luchtgevaarten, die aan eene overbrengingsbeweging onderworpen zijn.

Intusschen had Robur de gezonde gedachte haren invloed laten uitoefenen, dat het eenvoudigste stelsel het beste is. De schroeven, "die heilige schroeven", die men hem in de vergadering van Weldon Institute zoo naar het hoofd gegooid, zoo vinnig verweten had, waren dan ook voldoende geweest, om in alle behoeften zijner vliegende machine te voorzien. De eene diende, om het toestel in de lucht zwevende te houden, de andere bewoog het onder bewonderenswaardige omstandigheden van snelheid en veiligheid voort.

En inderdaad, volgens de theorie, kan "door middel van eene schroef met betrekkelijk korte bladen, maar van eene aanmerkelijke oppervlakte", luidens de verklaring van den heer Victor Tatin, "wanneer men de zaken tot het uiterste wil drijven, een onbepaald zwaar gewicht met de minst mogelijke kracht opgetild worden."

De orthopteer, die evenals de vogels vleugelslagen volbrengt, verheft zich door eenvoudig op de luchtlagen te steunen. De helicopteer daarentegen verkrijgt zijn stijgende kracht, door schuins de luchtlagen met de bladen zijner schroef te zweepen en verkrijgt daarbij eene beweging, alsof hij tegen een hellend vlak opstijgt. In werkelijkheid zijn het schroefvormige vleugels in plaats van wieken met platboorden.

De schroef beweegt zich noodzakelijk in de richting harer as voort. Staat die as rechtstandig, dan beweegt de schroef zich in verticale richting, staat zij horizontaal, dan ook geschiedt de beweging in horizontale richting.

Het geheele vliegende toestel van den ingenieur Robur was op het benutten van die twee beweegkrachten gegrondvest.

En wij laten hieronder eene nauwkeurige beschrijving van dat toestel volgen, hetwelk gevoegelijk in drie hoofddeelen verdeeld kan worden, namelijk: het platform of dek, de toestellen tot opheffing en voortstuwing, en eindelijk de machinerie.

Het platform had eene oppervlakte van een honderd twintig vierkante meters en was lang dertig en breed vier meters. Het was in den volsten zin des woords een dek van een schip, welks voorsteven den vorm van een wig zoude hebben. Onder dat dek rondde een romp af, met stevige inhouten, welke bestemd was om de toestellen, die de mechanische kracht zouden voortbrengen, alsook de kruitkamer, de kaarten- en seinvlaggenkamer, het levensmiddelenruim, de bottelarij en de kisten voor den watervoorraad te bevatten. Rondom dat platform verhieven zich eenige lichte stutten daarboven, die door een traliewerk van stevig ijzerdraad verbonden waren, waardoor eene soort van reeling of verschansing gevormd was, welke door een stevigen raambalk gedekt werd, die een flink scheepsboord als het ware vormde. Op de oppervlakte van dat dek verhieven zich vier roeven, die tot verblijf dienden, de eerste der middenvakken voor het personeel, de anderen voor de werktuigen. In de middenroef was de machinerie daargesteld, die de opheffingstoestellen, in de voorste roef de machine, die de schroef van het voorschip, en in de achterste roef, die, welke de schroef van het achterschip in beweging brachten. Die drie werktuigen hadden ieder hun eigen beweegkracht en hun eigen toezicht. In de eerste roef bij den voorsteven was de hut van den hofmeester, de kombuis en het logies der bemanning. In de laatste roef bij den achtersteven waren verscheidene hutten aangebracht, onder anderen die voor den ingenieur, alsook een eetzaal. Daarboven verrees een glazen kooi of schuilplaats, waarin de roerganger stond, die het geheele gevaarte door middel van een krachtig stuurrad stuurde. Al die roeven en die hutten waren door middel van patrijspoortjes verlicht, die gesloten konden worden door vensters van gehard glas, hetwelk een weerstandsvermogen heeft tienmaal grooter dan gewoon glas.

Onder den romp was een stelsel van buigzame veeren aangebracht, die bestemd waren om het stooten te verminderen of te verzachten, hoewel het aan land komen zeer zacht geschieden kon, omdat de werktuigkundige het gevaarte geheel en al in zijne macht had.