Chapter 14
Het is berucht door de verschrikkelijke wreedheden, welke zijne jaarlijksche festiviteiten kenmerken, door zijne menschenoffers, door zijne vreeselijke hekatomben, die bestemd zijn om ter eere van den beheerscher, die op den troon komt, te vallen.
Het is zelfs een beleefdheidsvorm van den koning van Dahomey, dat wanneer hij bezoek van eenig hoog personage of van een vreemden ambassadeur ontvangt, dezen met de verrassing van een geschenk van een dozijn menschenhoofden, ter zijner eere versch afgehouwen, te verwelkomen.
En die eer geldt voor des te grooter, wanneer het de Minister van Justitie, de "mingham" zelf is, die de onthoofding verricht heeft, en die bij dat baantje van beul dan ook zeer handig te werk gaat.
Toen nu de _Albatros_ op het punt stond de grenzen van het koninkrijk Dahomey te overzweven, was de souverein Bahadon juist gestorven en de geheele bevolking was bij elkander gekomen, om tot de verkiezing van een opvolger over te gaan. Vandaar dat er eene zeer groote beweging in het land waar te nemen was, eene beweging, die Robur niet ontgaan kon en hem ook niet ontgaan was.
Inderdaad, geheele gelederen van Dahomeysche landlieden richtten hunne schreden naar Abomey, de hoofdplaats des lands. Goed onderhouden wegen, die tusschen uitgestrekte vlakten, met reuzengras overdekt, tusschen onmetelijke maniokvelden, prachtvolle bosschen van palmboomen, van kokosboomen, van betelboomen, van mimosa's, van oranjeboomen, van mangaboomen, enz. enz. kronkelden; ziedaar het land, dat zich voor den opgetogen blik van de opvarenden van het luchtschip ontwikkelde, en waaruit de welriekende geuren der keerkringsgewassen tot bij die bewonderaars opstegen, terwijl zij parkieten en kardinaalvogeltjes in zwermen van duizenden, in het dichte loof van die wouden konden zien rondvliegen en ronddartelen.
De ingenieur Robur lag over de verschansing gebogen en scheen in zijne overpeinzingen verzonken te zijn. Hij wisselde slechts van tijd tot tijd eenige woorden met zijn eersten officier, zijne rechterhand, Tom Turner.
Het scheen daarenboven niet dat de _Albatros_ de eer genoot de aandacht van die saamgepakte menigte op te wekken. Dat was daaraan toe te schrijven, eensdeels dat die inboorlingen soms geheel onder het ondoordringbaar loofdak verscholen waren, anderdeels omdat het luchtschip op eene vrij aanzienlijke hoogte zweefde, waar het zich te midden van een licht wolkendak bewoog.
Maar tegen elf uur in den voormiddag, verscheen de hoofdplaats met haren gordel van walmuren, die door een aaneengeschakeld stelsel van voorgelegen grachten, welke een omtrek van twaalf mijlen omgaven, verdedigd werden. De waarnemers konden breede straten opmerken, die regelmatig aangelegd waren, waartoe zich de effen grond uitstekend geleend had. Aan de noordzij der stad was het paleis des konings gelegen.
Het uitgestrekte geheel van dat paleis met zijne bijgebouwen wordt beheerscht door een terras, in welks nabijheid de hut der offeranden gelegen is.
Van de hoogte van dit terras worden gedurende de dagen der festiviteiten gevangenen, die in teenen manden gebonden zijn, aan het volk toegeworpen. Moeielijk is het, zich een begrip te maken van de wreedheid en de verwoedheid, waarmede deze rampzaligen in stukken gescheurd worden.
Op een gedeelte der pleinen, die de onderdeelen van het paleis des souvereins van elkander afscheiden, zijn vierduizend strijdhaftige vrouwen gehuisvest, die een der afdeelingen en waarlijk niet de minst moedige van het koninklijk leger uitmaken.
Al kan ook betwist worden, dat er Amazonen langs de rivier van dien naam in Zuid-Amerika aangetroffen worden, in Dahomey bestaat daaromtrent niet de minste twijfel. De eenen dragen een blauw hemd met een blauwen of rooden sjerp, eene witte met blauw gestreepte pantalon, met eene patroontasch aan den buikgordel vastgehecht; de anderen als olifant-jageressen, zijn gewapend met een dolkmes met korte kling, en hebben het voorhoofd versierd met twee antilopen-hoorns, die met een ijzeren band om het hoofd vastgemaakt zijn. Weer anderen, die als artilleristen dienst doen, zijn gekleed met een wapenrok, die half blauw en halfrood is, en hebben tot verdedigingswapen een tromblongeweer, welks trechtervormige loop van gegoten ijzer vervaardigd is. Eindelijk nog het bataillon der maagden, met hare blauwe wapenrokken en hare witte pantalons; dit zijn ware vestalen, kuisch en rein als Diana, en evenals deze godin gewapend met boog en pijlen.
Wanneer nu de lezer in gedachte bij deze afdeeling Amazonen eene andere afdeeling van vijf of zes duizend mannen in korte pantalons, met hemden van katoen en eene soort sjerp om het middel gebonden, zal gerekend hebben, dan zal hij zich een denkbeeld van het Dahomeysche leger kunnen vormen.
De stad Abomey was dien dag geheel en al verlaten.
De souverein, het koninklijk gezin en bedienden-personeel, het vrouwelijk en mannelijk leger, daarenboven de geheele bevolking hadden de woonplaats verlaten, om zich naar eene opene plek te begeven, die op eenige mijlen afstand te midden van prachtige bosschen gelegen was.
Op die vlakte moest de erkenning en de huldiging van den nieuwen koning geschieden.
Daar zouden ettelijke duizenden krijgsgevangenen, bij de laatste strooptochten buit gemaakt, ter eere van dien jongen vorst opgeofferd worden.
Het was ongeveer twee uur in den namiddag, toen de _Albatros_ boven die vlakte aankwam en te midden van eenige dampen, die haar voor het oog der Dahomeyers verborg, begon te dalen.
Minstens waren daar zestigduizend menschelijke wezens bij elkander, die van alle kanten van het rijk, van Widah, van Kerapaij, van Adrah, van Tombory en zelfs van de verst verwijderde dorpen gekomen waren.
De nieuwe koning--een stevige kerel, Bon Nadi genaamd, en vijf en twintig jaren oud,--was gezeten op eene hoogte, die door wijdvertakte boomen overvloedig beschaduwd was. Vóór hem was zijne nieuwe hofhouding verzameld, alsook zijn mannelijk leger, zijne amazonen en het geheele volk.
Aan den voet van de hoogte speelden een vijftigtal muzikanten op hunne barbaarsche instrumenten. Dat waren uitgeholde olifantstanden, die een vreemden en ruwen toon bezaten; dat waren trommen vervaardigd van uitgeholde boomstammen, van botervaatjes, van kalebassen, die met bokkenvellen overspannen waren; dat waren guitaren van holle houtblokken, die van een paar snaren voorzien waren; dat waren klokjes, die met een ijzeren tongstuk bespeeld werden; dat waren bamboe fluiten, welker scherpe toon boven alles uitklonk. En daartusschen werden ieder oogenblik geweer- en donderbusschoten vernomen, ook losbrandingen van kanonnen, die hunne gebrekkige affuiten deden opspringen, waardoor voor het vrouwelijke bedienings-personeel van die artillerie veel gevaar geboren werd om verpletterd te worden. Dat alles veroorzaakte zulk een spektakel, dat het voorzeker den hevigsten donder had overstemd en in het niet doen zinken.
In een hoek van de vlakte lagen de gevangenen, bewaakt door eene sterke gewapende wacht soldaten. Dat waren de rampzaligen, wier lot het was den overleden koning in het leven hiernamaals te vergezellen. Die vorst mocht toch na den dood geen zijner koninklijke prerogatieven missen.
Bij de begrafenisplechtigheden van Ghozo, vader van Bahadon, had deze hem als goede zoon eene lijfwacht van drieduizend man medegegeven. Bon Nadi kon niet minder voor zijn voorganger doen.
Waren er niet talrijke boodschaploopers noodig om niet alleen de Geesten, maar al de bewoners van het hemelrijk uit te noodigen, ten einde aan den stoet van den vergoodden monarch deel te nemen?
Een vol uur werd er besteed om redevoeringen, toespraken en palabers te houden, die afgewisseld werden door dansen, ten uitvoer gebracht niet alleen door in het vak doorkneedde bayadèren, maar ook door de amazonen, die daarbij eene zeer oorlogszuchtige bevalligheid ten toon spreidden.
Maar het oogenblik der hekatombe naderde eindelijk.
Robur, die de bloedige gebruiken van Dahomey kende, verloor de rampzalige gevangenen, die uit mannen, vrouwen en kinderen bestonden, en tot die slachting bestemd waren, niet uit het oog.
De "mingham" stond aan den voet van de hoogte gereed. Hij zwaaide met zijn sabel, een waar beulswapen met kromme kling, voorzien van een metalen bol aan de punt, in den vorm van een vogel, waardoor eene soort van topzwaarte verkregen werd, die den slag onfeilbaar moest maken.
Maar de mingham was ditmaal niet alleen. Hij zou het werk onmogelijk afkunnen.
Bij hem stonden dan ook een honderdtal helpers, die als beulsknechten eene zekere mate van behendigheid in het afslaan van hoofden in één slag verkregen hadden.
De _Albatros_ naderde intusschen in schuine richting en langzamerhand, door de omwentelingen zijner opstuwende en voortstuwende schroeven te matigen. Weldra trad het luchtgevaarte uit de wolkenlaag, die het tot op honderd meters afstand van de aard-oppervlakte omsluierde, te voorschijn, en verscheen plotseling voor het eerst.
In tegenstelling van hetgeen bij zoo'n gelegenheid gewoonlijk gebeurde, verbeeldden die wreedaardige inboorlingen zich een hemelsch wezen te zien nederdalen met het bijzondere doel, om hulde aan hunnen overleden koning Bahadon te komen bewijzen.
Toen barstte er eene onbeschrijfelijke geestdrift los. Het vaartuig werd onophoudelijk aangeroepen, en gebeden werden gericht tot dat bovennatuurlijke luchtpaard, een waar hippogrief, hetwelk voorzeker het lijk van den overleden souverein kwam opnemen, om het naar boven in den Dahomeyschen hemel over te brengen.
In dit oogenblik flikkerde het zwaard van den mingham en vloog het eerste hoofd van een armen gevangene van den romp. Toen werden andere krijgsgevangenen bij honderdtallen tot hunne afgrijselijke beulen voorgebracht.
Plotseling knalde een geweerschot van de _Albatros_.
De minister van justitie viel dood en met het aangezicht ter aarde neer.
"Goed gemikt, Tom!" zei Robur goedkeurend.
"Ba!.... zoo in den dichten hoop! Dan is raken geen kunst," zei de eerste officier.
De overige bemanning stond ook met geweren gewapend, gereed om op het eerste sein van den ingenieur vuur te geven.
Maar in de meening van die verzamelde menigte was eene wijziging gekomen. Zij had het thans beter begrepen. Dat gevleugeld monster was geen goedgunstige Geest, maar dat was een geest met vijandige bedoelingen jegens dat goede volk van Dahomey bezield. Toen de mingham dan ook dood ter aarde viel, steeg een vreeselijk wraakgeschreeuw allerwege op, en een hevig geweervuur knetterde weldra over de vlakte.
Die bedreigingen en dat schieten verhinderden de _Albatros_ niet, om stoutmoedig tot op honderd vijftig voeten van den grond te naderen.
De voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris konden in weerwil van hunne vijandelijke gezindheid jegens Robur, niet anders doen dan den ingenieur bij zijn menschlievend streven ter zijde staan.
"Ja, laten wij de gevangenen bevrijden!" riep Uncle Prudent uit.
"Juist, laten wij de gevangenen bevrijden!" juichte Phil Evans.
"Dat is mijn plan!" antwoordde de ingenieur.
En de repeteergeweren van de _Albatros_, aan de beide Amerikanen in handen gegeven, knetterden even lustig als die der overige bemanning. Het was een ratelend geweervuur, dat iemand hooren en zien zou kunnen doen vergaan. Geen enkele kogel ging in die dicht opeengepakte menschenmassa verloren.
En zelfs het kleine kanonstuk aan boord werd onder een zeer scherpen hoek gericht en zond ter gewilder tijd eenige kartetsbussen in die dichte groep, die wonderen verrichtten.
De krijgsgevangenen, zonder evenwel eenig begrip te hebben van die hulp welke van boven kwam, verbraken dadelijk hunne banden, terwijl de soldaten, die hen bewaakten, geweerschoten met de bemanning van het luchtschip wisselden.
De schade, die aan boord teweeggebracht werd, was uiterst gering. Een der wieken van de voorschroef werd door een schot doorboord; andere kogels troffen den romp.
Zelfs Frycollin, die zich bij het eerste schot in zijne hut verstopt had, werd bijna getroffen door een projectiel, dat de omwanding der roef doorboord had.
"O, zij willen er van proeven," riep Tom Turner uit. "Welnu, zij zullen er van lusten!"
En meteen liet hij zich naar beneden, naar de kruitkamer glijden en kwam weldra terug met een dozijn dynamietpatronen, die hij aan de manschappen aan boord uitdeelde. Op een teeken van Robur werden deze patronen boven den heuvel naar beneden geworpen, alwaar zij door den schok op den grond ontploften.
Toen vlood alles, ten prooi aan den hevigsten schrik en de grootste ontsteltenis. Koning, hofhouding, leger, amazonen, volk, alles, alles stoof heen, alsof hen de duivel op de hielen zat. Maar, eerlijk bekend, zoo'n bovennatuurlijke tusschenkomst gaf er wel reden toe!
Allen hadden eene toevlucht onder de boomen gezocht, terwijl de krijgsgevangenen de vlucht namen, zonder dat iemand er aan dacht, hen te vervolgen.
Zoo werden de festiviteiten gestoord, die ter eere van den nieuwen koning van Dahomey hadden moeten plaats hebben. Het was een ruwe stoornis, die evenwel hare goede zijde had.
Uncle Prudent en Phil Evans moesten erkennen, dat het luchtschip, waarop zij zich bevonden, een machtig toestel was en dat het in staat was belangrijke diensten aan de menschheid te bewijzen.
Eindelijk steeg de _Albatros_ weer tot hare gewone hoogte op, stevende in volle vaart over Wydah heen en had weldra die woeste kust, welke door de zuidwesten winden met eene ontoegankelijke branding omgeven wordt, uit het oog verloren.
Het luchtschip zweefde boven den Atlantischen Oceaan.
XIII.
WAARIN UNCLE PRUDENT EN PHIL EVANS EEN GEHEELEN OCEAAN OVERSTEKEN, ZONDER ZEEZIEK TE WORDEN.
Ja, de Atlantische Oceaan!
De vrees van de beide Amerikaansche gevangenen was bewaarheid.
Het scheen evenwel, dat Robur niet de minste ongerustheid koesterde om zich boven dien uitgestrekten oceaan te wagen. Zoo iets kon zijn geest en ook dien van zijne manschappen niet verontrusten; zij moesten immers aan dergelijke tochten gewoon zijn. Allen waren reeds bij het intreden van den nacht naar hunne hutten gegaan. Geen nachtmerrie zou hunnen slaap verstoren.
Waar stevende de _Albatros_ heen?
Zou zij, zooals de ingenieur Robur gezegd had, meer dan de reis rondom de wereld afleggen?
In ieder geval zou die reis toch ergens moeten eindigen. Het was bepaald onaanneembaar, dat Robur zijn leven in de lucht aan boord van zijn luchtschip zou doorbrengen en dat hij nimmer aan wal zou komen.
Hoe zou hij zijn voorraad levensmiddelen aanvullen? En zijne munitie? Zonder nog te spreken van de noodige grondstoffen tot het inwerkingbrengen van de machines? Hij moet toch ergens een toevluchtsoord, eene havenplaats als men wil, in een onbekend en onbezocht oord van den aardbol hebben, waar de _Albatros_ zich van het noodige kon voorzien.
Dat de ingenieur Robur iedere gemeenschap met de bewoners der aarde afgebroken had, was mogelijk; maar dat hij geene gemeenschap met de oppervlakte der aarde hield, was onmogelijk!
Wanneer echter die redeneering juist was, waar lag dan dat punt? Hoe was de ingenieur er toe gekomen om het te kiezen? Werd hij daar door eene kleine kolonie, welker opperhoofd hij was, verwacht?
Kon hij daar een nieuw personeel voor zijn luchtschip aanwerven?
En vooreerst, waarom hadden die lieden, welke van zoo verschillenden landaard waren, hunne toekomst aan zijn gesternte toevertrouwd?
Dan, eene andere gedachte: over welke middelen beschikte de ingenieur, om een zoo kostbaar gevaarte, waarvan de samenstelling zoo geheim was gehouden, te hebben kunnen vervaardigen? Het is waar, het onderhoud scheen niet duur te zijn. Men leefde aan boord in een soort van gezellige gemeenzaamheid, een waar familieleven. Die lieden waren blijkbaar gelukkig en staken dat niet onder stoelen of banken.
Maar, wie was dan toch eindelijk die Robur? Vanwaar kwam hij? Hoe was het met zijn verleden gesteld? Dat waren allemaal raadselen, die onmogelijk op te lossen waren; wanneer namelijk de betrokken persoon, die er het voorwerp van was, niet goedvond een tipje van het geheim op te tillen en zoo aanleiding tot ontdekking te geven. Maar zou hij dat doen? Voor onze gevangenen was dat zeer twijfelachtig.
Niemand zal zich dus verwonderen, dat in de gegeven omstandigheden, die van onoplosbare vraagstukken aan elkander hingen, onze beide gedwongen reizigers in zeer opgewonden toestand verkeerden. Zoo in het onbekende voortgevoerd te worden, geen blik in de uitkomst van zulk een avontuur te kunnen werpen, er zelfs aan te moeten twijfelen of het ooit een einde zoude nemen, veroordeeld te zijn tot eene eeuwigdurende vliegvaart, waren dat allen te zamen geen redenen te over om den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute tot een verschrikkelijk uiterste te drijven?
De _Albatros_ stevende intusschen sedert dien avond van den 11den Juli boven den Atlantischen Oceaan.
Toen de zon den volgenden morgen opging, steeg zij boven die cirkelvormige lijn, welke op zee, daar waar het uitspansel en de watervlakte elkander schijnen te raken, eene onberispelijke kim vormt. Geen spoor van land was te bespeuren, en toch was de gezichtskring, die zich rondom het luchtvaartuig uitspreidde, onmetelijk groot. De Afrikaansche kusten waren aan den noordelijken gezichteinder verdwenen.
Toen de neger Frycollin zich buiten zijne hut waagde en hij dien onmetelijken oceaan onder zich zag, greep hem de angst weer bliksemsnel aan. _Onder zich_, is niet de juiste uitdrukking, beter is: _rondom zich_; want voor een waarnemer, die zich in de hooge luchtlagen bevindt, omringt hem de afgrond overal en schijnt de gezichteinder, die tot zijn waterpas opgestegen is, achterwaarts te wijken, zonder dat het mogelijk is de grenzen daarvan ooit te berekenen. Frycollin kon zich natuurlijk dat verschijnsel niet op wetenschappelijke gronden verklaren; maar het maakte een geweldigen indruk op hem, en was voldoende om dat "_horror vacui_," dat afgrijzen van het ledige, hetwelk zich bij sommige naturen en zelfs bij zeer moedigen openbaart, bij hem op te wekken. Maar de neger achtte het uit een soort voorzichtigheidsgevoel toch minder raadzaam jammerklachten te laten vernemen. De tobbe, waarin hij boven de Kaspische zee gebengeld had, was hem nog niet uit het geheugen. En, zoo iets moest hem eens boven dien grooten oceaan overkomen! Het was om het te besterven! Met gesloten oogen en met vooruitgestoken tastende handen sloop hij naar zijne hut, waarin hij het vooruitzicht had, lang te kunnen verwijlen.
Inderdaad, van de driehonderd vier en zeventig millioen, zeven en vijftig duizend negen honderd en twaalf vierkante kilometers, welke door de zeeën ingenomen worden op den aardbol, neemt de Atlantische Oceaan ruim een vierde gedeelte in [2]. En het bleek volstrekt niet, dat Robur gehaast was. Integendeel, want hij had geene bevelen verstrekt om het luchtschip met volle vaart te laten stevenen. Het was boemelen in den volsten zin des woords, zoo als de reis vervolgd werd. Daarenboven, de _Albatros_ zou dezelfde snelheid als die, waarmede zij over Europa gevlogen was, namelijk van tweehonderd kilometer in het uur, niet hebben kunnen verkrijgen. In deze streken, waar de zuid-westenwinden heerschen, had zij den wind tegen, en hoewel die wind nog zwak was, had hij toch vat op het groote vaartuig.
In die intertropische luchtstreek, hebben de jongste verrichtingen van de weerkundigen, gesteund op een groot aantal waarnemingen, aangetoond, dat de passaatwinden eene groote baan van afwijking vertoonen, hetzij naar de Sahara, hetzij naar de golf van Mexiko. Rekent men de streek der windstilten niet mede, of beter uitgedrukt: buiten het gebied der windstilten, komen zij òf van het westen en waaien naar Afrika toe, òf wel van het oosten en waaien naar Amerika,--ten minste gedurende het warme seizoen.
De _Albatros_ wendde dus geene pogingen aan, om tegen den ongunstigen wind te kampen. Zij had dat kunnen doen; maar dan had zij hare voortstuwende werktuigen met volle kracht moeten laten werken. Robur vergenoegde zich een gematigde vaart te onderhouden, die evenwel toch nog die der snelste transatlantische stoomers verre overtrof.
Den 13den Juli sneed het luchtschip de evenachtslijn.
Die heugelijke gebeurtenis werd aan het geheele personeel medegedeeld.
Zoo vernamen de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans, dat zij van het noordelijk in het zuidelijk halfrond waren overgegaan.
Dat passeeren van de linie bracht geen der beproevingen, ceremoniën en feestelijkheden mede, zooals aan boord van vele oorlogs- en koopvaardijschepen gebruikelijk is.
Alleen François Tapage vergenoegde zich een pint water in den nek van Frycollin te gieten; maar daar die doop onmiddellijk gevolgd werd door de verstrekking van eenige oorlammen jenever, stelde de neger zich bereid de linie te passeeren, zoo dikwijls men zoude verkiezen. Maar zeker niet op den rug van een kunstmatigen vogel, die hem volstrekt geen vertrouwen inboezemde. Neen, volstrekt niet!
In den ochtend van den 15den Juli stevende de _Albatros_ tusschen de eilanden Ascencion en Sint Helena, maar bevond zich toch veel dichter bij het laatstgenoemde, waarvan de hoogste toppen gedurende eenige uren aan den zuidelijken gezichteinder konden bespeurd worden.
Wanneer ten tijde, toen Keizer Napoleon I zich in de macht der Engelschen bevond, een luchtvaartuig bestaan had, zooals dat van den ingenieur Robur, dan zou Hudson Lowe, de Britsche cipier, gevaar hebben geloopen, in weerwil van zijne onkiesche en beleedigende voorzorgsmaatregelen, den beroemden gevangene in de lucht te hebben zien ontsnappen!
Gedurende de avonden van den 16den en 17den Juli werd een zeer zonderling verschijnsel van avondschemerings-lichtstralen ontwaard. Wanneer de _Albatros_ zich op hooge breedten bevonden had, zou men aan het verschijnen van noorderlicht hebben kunnen gelooven. De zon schoot bij haren ondergang veelkleurige stralen, waarvan sommige levendig groen getint waren.
Was het eene wolk van kosmische stof, welke de aarde op hare baan toen doortrok, en welke stofdeeltjes de laatste stralen der dagvorstin weerkaatsten? Eenige waarnemers hebben gepoogd dien uitleg aan die schitterende avondschemerings-stralen te verleenen. Maar die geleerden zouden hunne beweringen niet gehandhaafd hebben, wanneer zij zich aan boord van het luchtschip bevonden hadden.
Na nauwkeurig voortgezet onderzoek toch werd bevonden, dat in de lucht heele kleine kristallen van augiet of pyroxeen, kleine glazen bolletjes, en zeer fijne deeltjes van magnetisch ijzer in suspensie rondzweefden. Die schier onvoelbare stof was niet ongelijk aan dat, hetwelk door sommige vuurspuwende bergen uitgeworpen wordt. Geen twijfel kon toen meer geopperd worden, of een vulcaan moest bij zijne uitbarsting, die stofdeeltjes uitgestooten hebben, welker kristalvormige lichaampjes het waargenomen natuurverschijnsel veroorzaakten [3]. Men bevond zich toen in een wolk van vulkanische stoffen, die, door de luchtstroomen vervoerd, boven den Atlantischen oceaan zweefden.
Andere natuurverschijnselen werden bovendien gedurende dit gedeelte van de reis nog waargenomen.
Het gebeurde bij voorbeeld vaak dat sommige wolken aan het geheele uitspansel door een zekere grijze tint een zeer bijzonder uiterlijk verleenden. Wanneer men dan die gordijn van dampen als het ware voorbij gestevend was, dan verscheen hare oppervlakte als bezaaid, als geheuveld door krulvormige wolkjes van eene schitterende witheid, die als het ware met kleine gestolde loovertjes overdekt waren, hetgeen onder andere breedten aan de vorming van hagel zou hebben doen denken. Misschien was het dat wel.
In den nacht van den 17den op den 18den Juli verscheen een prachtige maan-regenboog, die eene groen-geelachtige tint vertoonde. Dit luchtverschijnsel werd veroorzaakt door den stand, welken het luchtschip innam tusschen de volle maan en eene dichte gordijn van zeer fijne regendroppels, die vervluchtigden en verdampten, alvorens zij de zee bereikt hadden.