Chapter 12
De mannen van het personeel van de _Albatros_ waren nader getreden en legden geene al te teerhartige neigingen aan den dag. Robur gebood hen evenwel met een gebaar, om zich te verwijderen.
"Ja, ik zal mij wreken!"
"Zooals gij wilt!"
"Op u en op al de uwen!" schreeuwde Uncle Prudent, dien zijn makker tevergeefs poogde te kalmeeren.
"Wanneer het u believen zal!" antwoordde de ingenieur.
"En met alle mogelijke middelen!"
"Zoo, zoo!"
"Ja, met alle mogelijke middelen."
"Genoeg!" zei Robur toen op dreigenden toon. "Genoeg! Er zijn nog andere kabels aan boord. Zwijgt nu, of de baas ondergaat dezelfde straf als de knecht!"
Uncle Prudent zweeg, niet uit vrees, maar hij stikte bijna van woede, en wel zoodanig, dat Phil Evans hem naar zijne hut moest geleiden.
Intusschen was sedert een uur het weder aanmerkelijk gewijzigd geworden. Er deden zich voorteekenen voor, waaromtrent zich niet te vergissen viel. Een onweder was op til. De electrische oververzadiging van den dampkring was tot zulk eene hoogte gestegen, dat Robur tegen twee uur getuige was van een natuurverschijnsel zooals hij vroeger nimmer waargenomen had.
In het noorden, van welken kant het onweder aankwam, stegen dampkrullen omhoog, die als het ware lichtgevend waren, hetgeen voorzeker veroorzaakt werd door het uiteenloopende van de electriciteits-spanning, die tusschen de verschillende wolkenlagen bestond.
De weerschijn van die lichtgevende wolkjes, deed op de zee duizenden en honderdduizenden schitterende vonkjes verschijnen, welker uitstralend vermogen des te scherper waargenomen kon worden, naarmate het uitspansel al donkerder en donkerder werd.
Het zou niet lang duren, of de _Albatros_ zou het natuurverschijnsel ontmoeten, en dat des te spoediger, daar zij elkander te gemoet kwamen.
En wat gebeurde er intusschen met den neger Frycollin?
Welnu, Frycollin werd steeds door de _Albatros_ op sleeptouw gehouden.
Ja, op sleeptouw gehouden, dat is het ware woord. Want de sleeptros of de kabel vormde door de snelheid van honderd kilometers, waarmede het luchtgevaarte zich toen bewoog, en waardoor de balie, waarin de neger zich bevond, achteraan kwam, een vrij stompen hoek met het gangboord der verschansing, waaraan de kabel vastgemaakt was.
Men kan over den angst en de ontzetting van den neger oordeelen, wanneer men verneemt dat de bliksemstralen rondom hem de luchtruimte doorkliefden en de donderslagen ratelden, alsof zij de onmetelijkheid der hemelen hadden willen doen splijten.
Het geheele personeel aan boord sloeg in de gegeven omstandigheden de handen aan het werk, hetzij om boven het onweder te stijgen, hetzij om het door dolsnelle vaart te midden der beneden-luchtlagen te ontvluchten.
De _Albatros_ bevond zich toen op hare gemiddelde hoogte--zoo omstreeks op duizend meters boven de oppervlakte der zee, toen plotseling een bliksemstraal met verschrikkelijk geweld knetterde. De rafelbui verdubbelde in woede, en binnen weinige seconden stortten zich vurige wolken over het luchtschip uit.
Phil Evans kwam toen bij den ingenieur Robur, om een goed woord voor Frycollin te doen en droeg het verzoek voor, dat de arme drommel binnen boord gehaald zoude worden.
Maar Robur had die tusschenkomst niet afgewacht. Hij had zijne bevelen reeds gegeven en men was begonnen met het inpalmen van den tros, waaraan de neger bengelde, toen zich plotseling eene onverklaarbare vertraging in de omwentelingen der schijven van de opstijgende schroeven deed gevoelen.
Wat zou dat zijn?
Robur ijlde, ja vloog naar de centrale schroef.
"Volle kracht!.... Volle kracht!...." riep hij den machinist toe. "Volle kracht!.... Wij moeten zoo spoedig mogelijk boven de onweerswolk stijgen!"
"Onmogelijk, master!" zeide deze.
"Wat onmogelijk?"
"Ja, onmogelijk!"
"Wat is er dan?"
"De stroomingen zijn verstoord!...."
"Mijn God!"
"En er doen zich daarin tusschenpoozen voor!"
En inderdaad, de _Albatros_ daalde merkbaar.
Zooals het wel eens gedurende onweders met den stroom door de telegraafdraden gebeurt, zoo geschiedde het ook thans op het luchtschip, namelijk de electrische stroom der accumulatoren werkte slechts zeer onvolkomen. Maar, wat slechts eene wederwaardigheid kan genoemd worden, wanneer het telegrammen of berichten geldt, was hier een schrikkelijk gevaar. Dat stond hier gelijk met een neerploffen in de zee, zonder dat er iets te doen was, om het gevaar te kunnen keeren.
"Laat naar beneden gaan!" riep Robur. "Laat naar beneden gaan, om buiten de werking der electrische zone te geraken! Kom, jongens, de handen uit de mouwen en koelbloedigheid!"
De ingenieur was op de gezagvoerders-brug gestegen.
De manschappen stonden op hunne posten, gereed om zijne bevelen uit te voeren.
Hoewel de _Albatros_ reeds ettelijke honderd voeten gedaald was, zoo was zij toch nog door de onweêrswolk omgeven. Zij bevond zich te midden der bliksemstralen, die zich rondom haar kruisten als de schitterende vonken van een prachtig vuurwerk. Het was een verheven gezicht; toch wekte het een angstig gevoel op, want het gevaar was groot, om door den bliksem getroffen te worden.
Helaas, de schroeven vertraagden hare omwentelingen nog meer, en wat tot nu toe slechts op eene ietwat snelle nederdaling geleken had, dreigde thans een val te worden.
Om kort te gaan, het stond bij een ieder vast, dat het vaartuig binnen eene minuut de oppervlakte der zee zoude bereikt hebben. En eenmaal daarin neergeplompt, zou geene macht in staat zijn, het uit dien afgrond te voorschijn te halen.
Eensklaps verscheen de electrische wolk boven het gevaarte.
De _Albatros_ was toen nog slechts op zestig voeten van den kam der golven verwijderd. Binnen een paar seconden zou zij ondergedompeld zijn.
Maar Robur, gebruik makende van het gunstige oogenblik, stormde naar de centraalroef, greep de hefboomen, die het werk in beweging moesten stellen, en gaf den vollen stroom, die niet meer door de electrische spanning van den omringenden dampkring geneutraliseerd werd, gelegenheid zich te ontwikkelen.... De schroeven hadden dadelijk hunne normale snelheid van omwenteling herkregen.... de _Albatros_ hield op met vallen en was weldra, door hare voortstuwingsschroeven voortgezweept, en terwijl zij op geringe hoogte zwevende bleef, verre verwijderd van het onweder, dat zij voorbij gestevend was.
Het zal wel onnoodig zijn te verhalen, dat Frycollin gedurende die bedrijven een onvrijwillig bad--al was het ook maar gedurende weinige seconden--genomen had. Toen hij aan boord opgeheschen was, was hij kletsnat en wel dermate, alsof hij tot op den bodem der zee ondergedompeld was.
Het zal niet ongeloofelijk voorkomen, wanneer hier verhaald wordt, dat hij voortaan niet meer schreeuwde.
Daags daarna, den 4den Juli, had de _Albatros_ de noordelijke grens van de Kaspische zee overschreden.
XI.
WAARIN DE TOORN VAN UNCLE PRUDENT, VOORZITTER VAN WELDON-INSTITUTE, AANGROEIT ALS DE VIERKANTEN VAN SNELHEID VAN DE ALBATROS.
Als ooit de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans de hoop voelden tanen, om te kunnen ontvluchten, dan geschiedde dat zeker gedurende de eerste vijftig uren, die nu volgden. Duchtte Robur, dat de bewaking zijner gevangenen veel minder gemakkelijk zoude zijn gedurende dien overtocht over Europa? Dat is mogelijk. Hij wist evenwel en was er innig van overtuigd, dat zij vastbesloten waren, alles te ondernemen, alles te wagen om te ontvluchten.
Maar, hoe het ook zij, iedere poging zou thans met zelfmoord gelijk staan. Men kan uit een sneltrein, ja zelfs uit den Vliegenden Hollander [1], of uit een bliksemtrein, die met eene snelheid van honderd kilometers in het uur voortijlt, springen, dat is alles wel beschouwd slechts het leven op het spel zetten; maar uit een vervoermiddel springen, dat tweehonderd kilometers in het uur aflegt, dat is de dood willen.
Nu was het die snelheid,--de grootste die zij kon erlangen,--welke aan de _Albatros_ medegedeeld was. Zij overtrof de vlucht van de zwaluw, die honderd tachtig kilometers in het uur bedraagt.
Aan boord van het luchtschip had men moeten opmerken en ook inderdaad opgemerkt, dat de noordoosten wind bestendig was blijven doorstaan. Dat was voor den koers zeer gunstig geweest, daar deze steeds in dezelfde richting, namelijk westwaarts, was geweest. Maar die wind begon te vallen en weldra werd het onmogelijk om op het dek van het luchtvaartuig te verwijlen, omdat de snelheid van vaart de ademhaling belette, ja, als het ware afsneed. De beide gevangenen zouden zelfs op een gegeven oogenblik over boord zijn geworpen, wanneer zij niet door de luchtdrukking tegen hunne roef geplakt waren geworden.
Gelukkig bespeurde de roerganger door de traliën van zijn hok, in welk gevaar zij verkeerden. Hij drukte op een knop, die eene electrische schel in het logies der manschappen deed weerklinken.
Vier hunner slopen of beter gleden toen al kruipende over het dek naar het achterschip.
Dat zij, die zich gedurende een storm op een zeeschip bevonden hebben, hetwelk met den wind op den kop bijgedraaid lag, hun geheugen eens raadplegen, dan zullen zij eerst begrijpen het geweldige van zoo'n drukking. Hier echter was het niet de storm, maar de _Albatros_ zelve, die haar door hare onvergelijkelijke snelheid deed ontstaan.
Om kort te gaan, de vaart moest verminderd worden, hetgeen aan Uncle Prudent en aan zijn secretaris Phil Evans veroorloofde om hunne hutten te gaan opzoeken.
De _Albatros_ vervoerde in het innerlijke harer roeven, zooals de ingenieur Robur terecht verzekerd had, eene in allen deele bruikbare lucht.
Maar welke stevigheid bezat toch dat toestel, dat het aan de drukking bij eene dusdanige plaatsverandering weerstand kon bieden? Die was buitengewoon!
Wat de voortstuwingsschroeven aan het voor- en het achterschip betreft, die bezaten eene zoodanige snelheid van omwenteling, dat men ze zelfs niet meer kon zien draaien. Met eene onmetelijke kracht van indringing schroefden zij zich als het ware in de luchtlaag.
De laatste stad, die men van boord waargenomen had, was Astrakan geweest, welke op een korten afstand van den noordelijken oever der Kaspische zee gelegen is.
De Ster der Woestijn--zooals haar een Russisch dichter genoemd heeft--is van den eersten rang, dien zij weleer innam, tot den vijfden of zesden afgedaald. Die eenvoudige hoofdplaats eener provincie had een oogenblik hare oude walmuren, bekroond met nuttelooze schietgaten, hare vervallen torens, te midden der stad gelegen, hare moskeeën, die aan meer moderne kerken grensden, hare kathedraal met vijf koepeldaken, die verguld en met blauwe sterren bezaaid waren, alsof zij uit een stuk van het firmament geknipt waren, in de verte vertoond; en dat alles was voorgekomen, alsof het in dezelfde waterpas gelegen was van de monding der Wolga, die daar ter plaatse eene breedte van ruim twee kilometers bedraagt.
Daarna, van dit punt af was de vlucht der _Albatros_ als het ware niets anders dan een overijlden rit door de hoogere luchtlagen van den dampkring, alsof zij bespannen ware geweest met die fabelachtige hippogriffen of gevleugelde paarden, die met een enkelen wiekslag een uur gaans aflegden.
Het was tien uur des voormiddags van den 4den Juli, toen de _Albatros_ noordwestwaarts opstevende en nagenoeg het dal der Wolga volgde.
Aan beide zijden konden de steppen der Don en der Ural, die voorbijschoven, ontwaard worden.
Wanneer het mogelijk geweest ware een blik te werpen op dat uitgestrekte grondgebied, dan zou men ternauwernood tijd gehad hebben, om de steden en de dorpen te kunnen tellen.
Toen eindelijk de avond gekomen was, passeerde het luchtschip Moskou, zonder evenwel de vlag, die op het Kremlin woei, te salueeren. In tien uren tijds had de _Albatros_ de tweeduizend kilometers afgelegd, die Astrakan van de oude hoofdplaats van het groote Russische rijk scheiden.
De spoorbaan van Moskou naar Petersburg wordt gerekend twaalfhonderd kilometers lang te zijn. Dat was dus een reisje van een halven dag. De _Albatros_, nauwgezet als een sneltrein, bereikte dan ook Petersburg en de boorden der Newa tegen twee uur in den morgen. De helderheid van den nacht onder deze hooge breedte, waar de Juni-zon zoo vroeg opkomt en zoo laat ondergaat, veroorloofde gedurende een oogenblik van den aanblik dier hoofdstad te genieten.
Daarna volgden de Finlandsche Golf, de Abo-eilandengroep, de Oostzee, Zweden ter breedte van Stockholm, Noorwegen, ter breedte van Christiania.
Tien uren slechts voor deze twee duizend kilometers!
Waarlijk, men zou kunnen gelooven, dat voortaan geen menschelijke macht in staat ware om der snelheid van de _Albatros_ paal en perk te stellen. Het was alsof zij ten gevolge der resultante van hare voortstuwingskracht met de aantrekkingskracht der aarde in eene onveranderlijke baan rondom den aardbol bevestigd was. Het luchtschip hield evenwel halt juist boven den beroemden waterval, de Rjukanfoss in Noorwegen. De Gousta-berg, welks top de bekoorlijke streken van het Telemarksche beheerscht, stond daar als een grenspaal, die niet overschreden zoude worden.
De _Albatros_ koerste dan ook van dit punt af zuiver zuidwaarts, zonder evenwel hare snelheid te matigen.
En wat voerde Frycollin gedurende dien merkwaardigen tocht uit?
Frycollin bleef in zijne kajuit en hield zich stil als een muis. Hij trachtte den geheelen dag te slapen en maakte daarop slechts op de tijdstippen der maaltijden eene loffelijke uitzondering.
Dan hield hem François Tapage, onze bekende kok aan boord, gezelschap en maakte gaarne van de gelegenheid gebruik, om met zijne angsten den spot te drijven.
"Waarlijk, mijn jongen," zei hij, "je schreeuwt dus niet meer?"
De neger bromde iets tusschen de tanden.
"Je moet je anders niet geneeren. Je weet, met een paar uren in die balie aan een lang touw, ben je er af!... Kan je dat niet bekoren?.... Niet?"
Frycollin zette een gezicht, alsof hij kiespijn had.
"Met de snelheid, die wij bezitten, moet zoo'n luchtbad een uitstekend middel voor de rheumatiek wezen! Lijd je aan rheumatiek?"
Frycollin knikte neen.
"Hoe jammer, niet waar? Je zoudt dadelijk genezen worden."
"Mij dunkt, dat bij die snelheid alles uit zijne voegen gerukt wordt," jammerde Frycollin.
"Dat is best mogelijk, mijn goede Fry. Maar weet je wat nogal geruststellend is?"
"Wat dan, master Tapage?"
"Dat is, dat wij zoo snel vliegen, dat, al ging de boel uit elkaar, wij toch niet vallen kunnen."
"Meent gij?"
"Op mijn woord van Gasconjer!"
Dat was het stopwoord van den luidruchtigen Franschman en daartegen was niets in te brengen.
Om evenwel de waarheid te zeggen en zonder in de overdrijving van François Tapage te vervallen, dient toch vermeld te worden, dat, dank zij die overgroote snelheid, de arbeid der opstuwende schroeven veel gemakkelijker was. De _Albatros_ gleed over de luchtlaag, die haar droeg, als ware zij een Congrevische vuurpijl.
"En zal dat lang duren?" vroeg Frycollin.
"Alles hangt af van hetgeen gij door lang verstaat."
"Lang, wat men lang duren noemt!"
"Och neen," antwoordde de snaaksche kok. "Eenvoudig gedurende het geheele leven!"
"O wee!...." riep de neger uit, die met zijne jammerklachten weer begon.
"Pas op, Fry, pas op!" zei Tapage, terwijl hij den vinger waarschuwend ophief.
De neger keek hem aan zonder met jammeren op te houden.
"Ja, pas op," vervolgde François Tapage; "want de baas zou, zooals men in mijn land zegt, je wel weer eens op dien schommel kunnen zetten!"
Daarop slikte Frycollin met de dubbele portie vleesch, die hij in den mond stak, zijne zuchten in.
Intusschen hadden de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans, dat waarachtig geen mannen waren, om zich bij nuttelooze jammerklachten te bepalen, eene beslissing genomen.
Het was buiten kijf, dat eene ontvluchting tot de onmogelijkheden behoorde. Maar.... was het niet doenlijk om den voet op den aardbol te kunnen zetten, zoo rees de vraag: of men aan zijne bewoners de wederwaardigheden kon laten weten, die den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute getroffen hadden sedert hunne verdwijning, zoo ook wie hen ontvoerd had en aan boord van welke vliegende machine zij gevangen gehouden werden, om daardoor wellicht eene stoutmoedige poging hunner vrienden uit te lokken, ten einde hen uit de handen van dien Robur te bevrijden? Maar, groote God! op welke wijze moest die poging ten uitvoer gelegd worden?
Gemeenschap aanknoopen? Maar hoe en door welk middel?
Zou het voldoende zijn de in nood verkeerende zeelieden na te volgen, die een brief, waarin de plek der schipbreuk bekend gesteld is, in eene flesch sluiten en die in zee werpen?
Maar hier was de atmospheer de zee. Daarop zou die flesch niet drijven. Slagen was hier niet denkbaar, tenzij de flesch op een voorbijganger viel, op gevaar af hem de hersenpan te verbrijzelen. Neen, zoo'n flesch zou waarschijnlijk niet gevonden worden.
En toch hadden de beide gevangenen slechts dit middel ter hunner beschikking, en zij waren op het punt daartoe eene flesch uit den scheepsvoorraad te bezigen, toen Uncle Prudent een anderen inval had. Hij snuifde, zooals men weet. En hoewel dat geene fraaie gewoonte is, zoo kan hem die toch als Amerikaan, die zich aan erger kon schuldig maken, vergeven worden. In zijne hoedanigheid van snuiver bezat hij natuurlijk eene snuifdoos,--die op dit oogenblik ledig was. Die snuifdoos was van aluminium vervaardigd. Wanneer die naar beneden geworpen was en zij werd door een eerlijk man gevonden, dan zou hij haar oprapen en haar naar een politie-bureau brengen. Daar zou men van den daarin besloten brief kennis nemen, die bestemd was om den toestand der beide slachtoffers van Robur den Veroveraar te onthullen.
Dat werd ten uitvoer gebracht.
De brief was kort, maar deelde toch alles mede, en gaf het adres van Weldon-Institute op, met het verzoek om hem daarheen te zenden.
Toen de voorzitter Uncle Prudent dat schrijven in de snuifdoos besloten had, omwikkelde hij deze met een stevigen linnen lap, zoowel om haar te beletten gedurende den val open te gaan, als om te voorkomen, dat zij door den schok verbrijzeld zoude worden.
Er bleef thans niets meer over, dan op eene gunstige gelegenheid te wachten.
En inderdaad, het moeielijkste van de onderneming was, om gedurende die dolle vlucht over Europa, uit de roef te komen, over het dek te kruipen, op gevaar af door den snijdenden luchtstroom medegevoerd te worden. En dat alles moest in het geheim geschieden.
Van eene andere zijde moest gezorgd worden, dat die snuifdoos niet in eenige zee, meer of ander water viel. In dat geval zou zij onherroepelijk verloren gaan.
Toch bestond de mogelijkheid voor de twee gevangenen, om door dit middel gemeenschap met de bewoonde wereld te verkrijgen. Dus het moest beproefd worden.
Maar het was thans dag. Het was beter den nacht af te wachten, om dan, hetzij eene vermindering van snelheid, hetzij eene kortstondige halt te benuttigen, ten einde buiten de roef te kunnen komen. Dan zou wellicht de verschansing ongemerkt bereikt kunnen worden, om de kostbare snuifdoos boven eene stad--niet anders dan boven eene stad te laten vallen.
Maar al waren alle die omstandigheden aanwezig geweest, dan nog zou het voornemen, althans dien dag--niet uitvoerbaar geweest zijn.
Toen de _Albatros_ toch ter hoogte van den Gousta-berg het Noorweegsche vasteland den rug of beter den achtersteven toegekeerd had, had zij nagenoeg zuid gekoerst. Even buiten de kust gekomen, had zij den lengtegraad van Parijs gevolgd. Het luchtvaartuig stevende dus over de Noordzee langs hare geheele lengte-as, en veroorzaakte de grootste verbazing aan boord van de duizenden vaartuigen, die de kustvaart tusschen Engeland, Schotland, Noorwegen, Zweden, Rusland, Duitschland, Denemarken, Nederland, België en Frankrijk uitoefenden.
Wanneer de snuifdoos niet op het dek zelf van een van die vaartuigen viel, dan zou zij ongetwijfeld zinken.
Uncle Prudent en Phil Evans waren dus verplicht een gunstiger oogenblik af te wachten. Daarenboven zou zich weldra eene voortreffelijke gelegenheid voordoen.
Het was ongeveer tien uur in den avond, toen de Albatros de kusten van Frankrijk ter hoogte van Duinkerken bereikte. De avond was vrij somber. Gedurende een oogenblik kon men de electrische stralen van den vuurtoren op Griz-nez zich zien kruisen met die van den vuurtoren van Dover, welker beide lichttoestellen de geheele breedte van het Pas-de-Calais verlichten.
Daarna stevende de _Albatros_ boven het Fransche grondgebied, terwijl zij zich op eene hoogte van duizend meters boven de oppervlakte van den grond hield.
Hare vaart was niet getemperd geworden. Het luchtschip snorde als een bom boven de zoo talrijke steden, dorpen en gehuchten in die rijke departementen van noordelijk Frankrijk. Steeds langs den meridiaan van Parijs voortijlende, waren het nu Duinkerken, Doulens, Amiens, Creil, Saint Denis, die als het ware daaronder voorbijschoten. Niets deed de _Albatros_ van hare lijnrechte vaart afwijken. Het was ongeveer middernacht toen zij boven de Licht-Stad kwam, een naam, dien Parijs ten volle verdient, zelfs wanneer hare bewoners te bed zijn of zijn moesten.
Welke gril bracht den ingenieur Robur er toe om boven die wereldstad stil te houden? Wie zal dat ooit kunnen ontraadselen? Zooveel is zeker, dat de _Albatros_ daalde, totdat zij de stad slechts op weinige honderden voeten naderde.
Robur trad toen buiten zijne kajuit en de geheele bemanning kwam toen op het dek en rondom de verschansing, zoowel om het heerlijke panorama te genieten, als om weer eens kalme lucht in te ademen.
Uncle Prudent en Phil Evans wachtten zich wel om de gelegenheid, die zich aanbood, te laten ontsnappen, zonder haar te benutten. Beiden zochten, na hunne roef verlaten te hebben, een eenzaam plekje op, om het meest gunstige oogenblik af te wachten. Vooral moesten zij vermijden, dat zij gezien werden.
De _Albatros_, aan eene reusachtige tor gelijk, gleed zacht over de groote stad. Zij doorliep de lijn der boulevards, welke toen zoo prachtig verlicht waren met de electrische toestellen van Edison. Het geraas der rijtuigen, die nog in de straten rondreden, steeg tot bij het luchtschip op, alsook het gerol en geratel der treinen op de talrijke spoorwegen, die zich als stralen naar Parijs richten.
Daarna kwam het gevaarte ter hoogte van de hoogste monumenten zweven, alsof het tegen den kogel, die het Pantheon bekroont, of tegen het kruis der Invaliden had willen stooten. Daarna fladderde het van de twee minarets van het Trocadero tot aan den metalen toren op het Champ de Mars, welks overgroote reflector de geheele hoofdstad met electrisch licht overstroomde.
Die luchtwandeling, dat nachtelijk flaneeren duurde ongeveer een uur. Het was als een rustpunt in den dampkring, alvorens de eindelooze reis te hervatten.
En waarachtig, de ingenieur Robur wilde waarschijnlijk aan de Parijzenaars het schouwspel van een hemellichaam verschaffen, dat niet door hunne sterrenkundigen voorspeld was. De verlichtingstoestellen der _Albatros_ werden in werking gebracht en twee schitterende stralenbundels stortten zich uit over de pleinen, de squares, de tuinen, de paleizen, over de zestigduizend huizen der stad en verlichtten den gezichteinder van de eene kim tot de andere.
En de _Albatros_ was ditmaal gezien geworden,--maar niet alleen gezien, ook gehoord; want Tom Turner had zijne trompet aan de lippen gebracht en overstelpte de stad met eene schetterende fanfare.
Uncle Prudent boog zich in dat oogenblik over het boord der verschansing heen, opende de hand en liet de snuifdoos vallen.
Bijna gelijktijdig steeg de _Albatros_ in het luchtruim op.
Maar haar vergezelde in dien Parijschen hemel een oorverdoovend hoerah der menigte, die nog talrijk was op de boulevards.--Het was een hoerah van verbazing, hetwelk den grilligen meteoor gold.