Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 2

Part 17

Chapter 17 2,947 words Public domain Markdown

De heer DE LA CONDAMINE zegt, dat de Indianen misdadige vrouwlieden tot het bereiden van dit vergift gebruiken, en dat, wanneer zy den geest geven, zulks een bewys is, dat het genoeg gekookt heeft: dit gelykt zeer naar een verdichtsel. De Indianen, die in den omtrek der Volkplanting van Demerary woonen, doen, hun vergift in de vrye lucht uitdampen, tot dat het zyne volkomene dikte verkregen heeft, en zulks zonder het minste gevaar.

"De kruiden, die tot het zamenstellen van dit vergift der Accawaus gebruikt worden, zyn heestergewassen van onderscheiden zoort.

"Ik heb 'er de proef mede genomen op dieren die ziek waren, en weinig bloed hadden; ik bevond, dat het een langzaamer uitwerking deed, dan op sterke en gezonde dieren.

Men weet geen zeker tegengift tegen dit vergift. Ik twyffel, of eenig geneesmiddel, langs den weg, tot de spysverteering geschikt, ingenomen, schielyk genoeg kan werken, om deszelfs verschrikkelyke gevolgen voor te komen. Om de uitwerking van de ticunas tegen te gaan, geeft DE LA CONDAMINE het zout, en als een zekerder middel de suiker op. De blanke inwooners van Demerary schryven dezelfde kragt aan het sap van het suikerriet toe, maar de Indianen zyn het daar mede niet eens, en ik heb geene enkele keer het bewys van deszelfs kragtdadige werking kunnen ontdekken. De zelfde reiziger spreekt van eene proeve, te Caijenne in tegenwoordigheid van den Bevelhebber genomen, aan een hoen, door eene vergiftigde pyl gewond, het welk men suiker deed inneemen, zonder eenig blyk van ongesteldheid te geven. Maar deeze proef te Leiden, in tegenwoordigheid van verscheiden Hoogleeraars in de Geneeskunde aldaar, hernieuwd zynde, was zonder het verlangd gevolg, schoon de koude van den winter ontwyffelbaar de werking van het vergift verzwakt had.

Wanneer één der watervaten door één van deeze vergiftigde pylen gekwetst is, volgt 'er eene koortsachtige ontsteeking op. Ik heb 'er een voorbeeld van gezien in een Indiaan, tot zekere Plantagie behoorende, die zig den voorsten vinger van de linke hand met één van deeze pylen ligtelyk ontveld had. Dewyl 'er geen bloed uit liep, vreesde hy niets; maar wel dra wierd zyne wonde pynlyk, zyne hand zwelde verbaazend op, en dienvolgende kwam deeze man my raadplegen. De uitwerking van dit vergift toen niet kennende, deed ik een Peji uit den stam der Arrawks roepen, die in de nabyheid was, en vroeg hem door een tolk, of hy eenig geneesmiddel tegen dit toeval had. Hy antwoordde my van neen; maar hy verzekerde my, dat de Indiaan 'er niet van sterven zoude, dewyl 'er geen bloed uit de ontvelling, die naauwlyks zigtbaar was, geloopen had. De uitwerkzels van het vergift wierden intusschen steeds geweldiger; en niet alleen zyne hand, maar zelfs de geheele arm was ontstoken. De pols was hard, schielyk, afgebroken; de ademhaling moeielyk, met eene koortsige hette, een brandende dorst, en de oxel-klieren waren gezwollen. De zieke wierd in tyds adergelaten. Men wond hem den arm in linnen, het welk in oly en azyn was nat gemaakt. Verscheide middelen, de ontsteeking tegengaande, wierden inwendig toegediend; maar ik zal ze niet opnoemen, want ik weet niet, of zy van eenig nut waren. In twaalf uuren verminderde het geweld der toevallen zichtbaar; en des anderen daags morgens was 'er geen blyk meer van overig.

"Ik zal 'er byvoegen, als eene andere uitwerking van dit vergift, dat wanneer een aap door eene vergiftigde pyl gewond is, hy op den grond valt; wanneer hy door eene gewoone pyl geraakt is, klimt hy op den top van den boom, en blyft aldaar; zelfs na dat hy reeds dood is".

De proeven van Dr. BANCROFT omtrent het door hem vermelde vergift, dezelfde zynde, als die van FONTANA aangaande de ticunas, zullen wy het besluit van deezen Natuur-kenner des aangaande opgeven.

Van de ticunas, of het Americaansch vergift.

"De reuk van dit vergift, wanneer het droog is, is geheel onschadelyk; en zoodanig zyn ook deszelfs deeltjens, die door de lucht in den mond of in de neus, en vervolgens in de long komen.

"De uitwaassemende dampen van het Americaansch vergift, (het zy men het op gloeiende kooien geworpen heeft, het zy men het in een pot heeft laten koken,) zyn onschadelyk, het zy men ze ruikt, het zy men ze inademt.

"Schoon het vergift, waar van ik my bediende, door ouderdom veel verloren had, had het egter zyne wezentlyke eigenschap behouden, om in zeer korten tyd, en in zeer kleine giften, zeer sterke dieren te dooden; en het was altyd zonder gunstig gevolg, wanneer ik deszelfs werking tragte te beletten door suiker en zout, welke ondertusschen de twee eigenäartige geneesmiddelen zyn van den heer DE LA CONDAMINE, die daar in het begrip der lieden van dit Land gevolgd heeft.

"Dit vergift ontbindt zig gemakkelyk en zeer goed in water, zelfs in koud water, als mede in zuuren uit het ryk der mineraalen en planten. Echter ontbindt het zig veel langzaamer in vitriool-oly, dan in andere zuuren, en het wordt 'er zoo zwart in als inkt: het welk met geene der andere zuuren gebeurt.

"Het maakt geene opbruisching, nog met zuuren, nog met loogzouten, en doet de melk niet schiften, geevende daar aan alleenlyk deszelfs natuurlyke kleur.

"Het verandert het radys-sap niet, nog in eene roode, nog in in eene groene kleur; en wanneer men het door het vergrootglas onderzoekt, ziet men 'er niets regelmatigs en zoutachtigs in; maar het schynt grootendeels uit zeer kleine onregelmatige rondachtige lichaampjes zaamgesteld, even als sappen van planten. Het droogt zonder barsten, verschillende daar in van het slangen-vergift: en op de tong gelegd zynde heeft het eene zeer bittere smaak.

"Uit allen deezen besluit ik, dat het noch zuur, noch loogzoutig is, en dat het niet bestaat uit zouten, die zigtbaar zyn, zelfs door middel van het vergrootglas.

"Het Americaansch vergift is geen vergift, wanneer men het op de oogen legt, zelfs na dat het in water ontbonden is; en het doet op deeze deelen geene werking.

"De heer DE LA CONDAMINE, en alle Americaanen gelooven, dat dit vergift, inwendig genomen, geheel onschadelyk is.

"Volgens verscheide waarneemingen, genomen aan dieren, die 'er van gestorven zyn, besluit ik als eene waarheid, dat het Americaansch vergift, inwendig genomen, een vergift is, maar dat 'er eene wezentlyke hoeveelheid verëischt word, om zelfs een klein dier te dooden.

"Andere, naderhand genomene proeven, zoo aan vogelen, als aan viervoetige dieren, hebben my doen befluiten, dat het Americaansch vergift, op de huid gelegd zynde, schoon dezelve naauwlyks door eene krabbing ontveld is, den dood kan veroorzaaken, hoe wel niet altyd, en in alle omstandigheden. De grootste dieren wederstaan de werking van dit vergift het gemakkelykst, en wanneer zelfs de zwakste dieren 'er niet van sterven, bevinden zy zig in korten tyd zoo gezond als te vooren.

"Men behoeft omtrent een honderdste gedeelte van een grein van dit vergift, om een klein dier te dooden, en het is noodig, dat dit vergift ontbonden zy, om den dood te veroorzaken, of tot eenige verwarring van aanbelang in de dierlyke huishouding gelegenheid te geven.

"Wanneer 'er weinig bloedvaten in het aangetast deel zyn, word het kwaad niet medegedeeld, of is ten minsten niet doodelyk.

"De pylen zyn veel gevaarlyker en doodelyker, dan het vergift, het welk in water ontbonden is, en eenvoudiglyk op het gewonde deel gelegd word.

"Het vergift der pylen is krachtiger, indien men ze vooraf in warm water doopt; en dan werken zy met meer zekerheid en gezwindheid. Deszelfs werkzaamheid is nog veel grooter, indien men de pylen doopt in het vergift, het welk in water tot de dikte van een drank gekookt is.

"Het Americaansch vergift verliest zyne doodelyke hoedanigheden, wanneer het in de drie zuuren uit het mineraalen-ryk ontbonden word; maar in rhum en azyn ontbonden zynde, behoudt het dezelve.

"Het schynt derhalven, dat de zuuren uit het mineralen-ryk aan het Americaansch vergift deszelfs schadelyke hoedanigheden ontnemen: ik zeg eenvoudig, dat dit zoo schynt, om dat men nog zoude kunnen denken, dat 'er een weinig zuur met het vergift vereenigd blyft, schoon men het heeft uitgedampt, en dat dit zuur op de vaten van de huid zyne werking doet. Het verschroeit dezelve, en byt ze eenigermaten weg.

"Schoon de zuuren de werking van het vergift beletten, schynt het, dat zy een nutteloos en gevaarlyk middel zyn, indien men ze op de vergiftigde spieren van het dier legt.

"'Er is een bepaalde tyd noodig, op dat het Americaansch vergift aan het dier worde medegedeeld. Deeze tyd is veel aanmerkelyker, dan die 'er tot de mededeeling van het vergift der slangen verëischt word. Deszelfs uitwerkingen op de dieren zyn veel onbepaalder en meer verschillende. Beiden kan men geneezen door het afzetten der deelen, wanneer zulks zonder doods-gevaar geschieden kan, en mits deeze afzetting in tyds geschiede.

"Het vergift, in het bloed gekomen zynde, doodt oogenblikkelyk: waar uit ontwyffelbaar blykt, dat, wanneer het uitwendig op een gewond deel van een levend dier gelegd word, het zelve groote wanorden in de dierlyke huishouding kan en moet veroorzaken, of zelfs den dood aanbrengen.

"Het vergiftigt de zenuwen niet; en is een onschadelyk sap, op welke wyze het dezelve ook aanraakt. Maar het is doodelyk, zelfs in de kleinste gift, indien men het door den strot-ader in het bloed brengt, even als het vergift der slangen doet. De geheele werking van dit vergift is dus op het bloed.

"De dood, die onmiddelyk volgt, zoo dra het vergift in 't bloed gekomen is, zoude kunnen doen denken, dat 'er in het bloed een werkzaamer, fyner, vlugger beginzel is, het welk aan het beste gezicht, en zelfs aan het vergrootglas ontsnapt. Dit beginzel zoude, in die veronderstelling, voor het leven noodzakelyk schynen; en op dit beginzel zelfs schynt het vergift onmiddelyk deszelfs werking te doen.

"Voor het nemen myner proeven, zoude niemand getwyffeld hebben, of het Americaansch vergift deedt zyne werking onmiddelyk op de zenuwen. Alle uiterlyke teekenen kondigden dit mede aan. Deeze teekenen gaan dus niet zeker; en de Geneeskundigen beschouwen dezelve ten onrecht als een bewys, dat de ziekte eene zuivere zenuw-ziekte is" (FONTANA, Memoire sur le poison Americain, appellé ticunas. Tom. II. pag. 83.)

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[8] Men vindt in het Kabinet van oudheden, in de Nationale Boekereije, eene merkwaardige reeks van kleederen en huisraad, door Asiätische, Africaansche, en Americaansche volken gebruikt wordende. Deeze dingen zyn, by gebrek aan plaats, onder de Grieksche en Romeinsche gedenkstukken ongelukkiglyk verward geraakt; maar men moet de Opzichters van dit Kabinet deswegens niet beschuldigen, daar zy liever verkozen hebben de voorwerpen op één te stapelen, dan ze verborgen te houden. Hun oogmerk, met die dingen in hun Kabinet te verzamelen, is, om na de gedenkstukken, die tot de geschiedenis der oude volken betrekking hebben, als daar zyn de Egyptenaaren, de Grieken, en de Romeinen, tevens aan de nieuwsgierigheid aan te bieden die geene, welke tot de geschiedenis der volken in afgelegene Gewesten behoord hebben, als de Chineezen, de Japoneezen, de bewooners van de Kust van Guinee, van de Landen in de Zuid-zee, van Peru, van Mexico, enz. Het was te wenschen, dat men de zaal afmaakte, die voor deeze gedenkstukken in de Nationaale Boekereije bestemd is, en dat men, overëenkomstig het verlangen der Opzichters, de even vermelde zaaken op ééne plaats by elkander voegde. Alles wat op deeze plaat vertoond word, is in het Kabinet der Boekereije te zien. Men ziet 'er bovendien een hut der wilden, waar in alle deeze werktuigen in 't klein met eene groote juistheid zyn nagemaakt, even als het verkleind model van onderscheidene gewerkte stoffen, het welk de gewezen Hertog van Orleans had laten maken, om in de bewaarplaats der konsten gezet te worden.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[9] Zie hier het geen Dr. BANCROFT van deezen aap zegt: "De quato (of coïata) is groot, en geheel met lange zwarte hairen bedekt, uitgenomen het aangezicht, het welk kaal en gerimpeld is. Zyne ooren zyn breed, en hebben de gedaante van menschen-ooren, Zyne oogen zyn zeer ingedoken, en zyn neus gelykt naar die van een Neger; maar is veel kleiner. Zyn lichaam heeft by de twee voeten lengte, en agttien duimen in den omtrek, aan de borst gerekend. Deeze Aap heeft geen baard, en ook geen staart. De dieren van dit zoort worden gemakkelyk zeer gemeenzaam. Zy betoonen in alle hunne daden veel behendigheid, en een zoort van list, waardoor zy opmerkelyk worden. Wanneer men hun de voorpooten of handen agter op den rug bindt, loopen zy met het lichaam over einde, en op hunne agterpooten, geheele dagen lang, en met zoo veel gemakkelykheid, als of zy in hunnen natuurlyken stand waren. Indien men een quato slaat, klautert hy dadelyk op een limoen-, of orange-boom. Indien men hem aldaar wil vervolgen, werpt hy de limoenen of oranje-appelen op het hoofd van den aanvaller; hy tracht hem zelfs af te weeren, door hem zyne vuiligheid toe te werpen; en hy trekt te gelyker tyd allerleije wonderbaarlyke gezichten; hy maakt duizend kromme sprongen, die aan de toekykers een oneindig vermaak verschaffen. De mannetjes zyn zeer wellustig, en men betrapt hen meenigmaal op zaad-verspillingen". (Natural History of Guiana, pag. 131.)

Aanteek. v.d. Franschen Vert.

[10] Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit de Geschiedenis der West-Indiën van ACOSTA. Deezen doet men zeggen in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt.

"Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen, draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander vast binden. Op die wyze maken zy een zoort van keten, en springen op een grooten afstand."

ACOSTA zegt, dat hy zelf geen getuige van dit gebeurde geweest is, maar hy staat in voor de waarheid van het volgende. Zie hier zyne woorden: "Ik heb aan 't huis van den Gouverneur van Carthagena een aap gezien, die zoo wel geleerd was, dat hy dingen deed, die ongelooflyk schynen. Men zond hem om wyn te haalen naar de herberg, doende hem de pot in de eene, en het geld in de andere poot nemen; en het was onmogelyk het geld van hem te krygen, eer men hem aan den wyn geholpen had. Indien hem op straat kinderen ontmoetten, en steenen naar hem wierpen, zette hy zyn pot op den grond neder, gooide de kinderen de steenen weder toe, tot dat zy den weg vry hadden gelaten; en dan keerde hy met zyn pot naar huis. Maar het sterkst van allen is, dat schoon hy veel van wyn hield, hy nooit den wyn aanraakte, dien hy t'huis bragt, zoo lang men 'er hem geen verlof toe gaf."

Aanteek. v.d. Schryver.

[11] Onze Reiziger zegt, dat de Franschen deezen boom Latanus-boom noemen: men weet, dat 'er twee van dien naam zyn. Hy heeft den eersten, die tot het geslacht der Palmboomen behoort, in het I. Deel, X. Hooftst. bladz. 308. beschreven. De beschryving van zynen Mauricy past op den tweeden niet. Verscheiden Natuurkenners, welken ik geraadpleegd heb, hebben hem geenen naam, die aan zyn zoort byzonder eigen was, kunnen geven; ik heb dus gemeend, zoo hier als op de Plaat, die hem vertoont, den naam te moeten behouden, welken hy in het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet in de gelegenheid geweest denzelven te zien.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[12] 'Er wordt hier waarschynlyk gedoeld op de amandel, welke men aard-pistache of aard-appel noemt, waar van de bloemen, uit welken zy voortkomen, naar den grond buigen, tot dat zy denzelven raaken. Wanneer de bloem heeft uitgebloeit, gaat de noot in den grond, werkt zig aldaar hoe langer hoe dieper in, en wordt een bultachtige, asch-kleurige, ronde en bogtige bol, van de grootte van een vinger, doorweven met draden, uit den wortel voortkomende. Deeze bol, die onder den grond ryp wordt, bevat twee of drie ronde roodachtige pitten, van de grootte van onze hazelnoten, en van denzelfden smaak.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[13] Zie hier, het geen Mejuffrouw DE MERIAN ten deezen opzigte zegt:

"De roode, blaauwe en witte druif groeit weelig in het Surinaamsch Gewest; een wynstok, gesneden en in den grond gestoken zynde, brengt zes maanden daar na rype druiven voort; zoo dat men alle maanden plantende, het geheele jaar door druiven hebben kan. Het is te betreuren, dat 'er in dit Land geene lieden gevonden worden, die zig op het aankweeken van deeze plant toeleggen; want wel verre, dat het noodig zoude zyn, om wyn naar Surinamen te voeren, zoude deeze Volkplanting dien zelfs aan Holland kunnen leveren, dewyl men verscheiden malen 's jaars zoude kunnen oogsten". Men vindt, in de verzameling der afbeeldingen van deeze Juffrouw, een Surinaamschen druiven-tros. Iets verder spreekt zy ook van kerssen; maar zy zegt, dat ze niet goed zyn: misschien had men in haaren tyd pogingen gedaan, om verscheiden van deeze vruchten in de Volkplanting van Surinamen aan te kweeken, en het welk niet gelukt zynde, STEDMAN dezelve niet zal hebben kunnen vinden.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[14] Men kan een slaaf van goed gedrag, in Surinamen, niet afzonderlyk verkoopen, zonder de toestemming van zynen vader, moeder, broeders en zusters.

Aantek. v. d. Schryver.

[15] Ik heb gezegd, dat JOANNA de dogter was van een fatsoenlyken Hollander, en dat het geslacht van haare moeder onder de aanzienlyksten op de Africaansche kust was.

Aantek. v. d. Schrijver.

[16] De Neger-Jagers hadden de gewoonte, om elken muiteling, dien zy doodden, de rechte hand af te kappen, en dan ontfingen zy vyf-en-twintig gulden. Men gaf hun vyftig gulden, wanneer zy 'er één levendig vongen, en duizend gulden voor het ontdekken van een gehucht of bezitting.

Aanteek. v. d. Schryver.