Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 4

Part 8

Chapter 8 3,713 words Public domain Markdown

Aan de voor- of achter-zyde, naar mate de loots naar het oosten of westen geplaatst is, moet men een met steenen belegden vloer maken. Het is van het grootste nut, dat dezelve eene genoegzaame uitgestrektheid hebbe. Op zyde van deeze vloer, en zoo dicht mogelyk by de werkplaats, moet de bak staan om de koffy te wasschen, waar in het altyd dienstig is eene afscheiding te maken; want dewyl men het water verscheiden malen geduurende de wassching moet ververschen, is het zeer gemakkelyk de koffy, dan aan de ééne, dan aan de andere zyde van den bak, te kunnen overstorten.

Zie daar alles, wat tot de bewerking en het behoud van de koffy noodzakelyk dunkt te zyn.

VIERDE BRIEF.

Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.

Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven, welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken, maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers, die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land, waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mededeelende inborst, die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken.

Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten, dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de kroon steken.

Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt, en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven; die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft, is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde, maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid, uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor zig zelven, ten nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan hun, die welëer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier van is geweest, dat byna alle de Plantagiën, aan de Rivier Aprouago op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn.

Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid, en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagiën, in andere landschappen, te gebruiken, om de Plantagiën, die onder handen van het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen.

Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben, en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten, onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels, als het onze, gebouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye zal moeten besluiten.

Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen, en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen.

"Hoe kan de in stand houding eener Plantagie, die zoo veel arbeid, zoo veel uitschot van penningen vordert, met de vryheid der plantende Negers bestaan? Ziet gy niet, dat de Hollanders, die in deeze zoort van handel zulke groote vorderingen gemaakt hebben, onder alle Europeanen die geenen zyn, welke de Negers met de meeste gestrengheid behandelen? Dat zy met dit al in hun vaderland Comptoiren of Maatschappyen hebben, die, naar mate van de begroote waarde deezer landen, aanzienlyke sommen gelds opschieten aan de Planters, die eigentlyk niets anders doen dan het huishoudelyk bestuur der Plantagie voor hunne geldschieters waar te nemen? zouden wy, die deeze bebouwing der lage landen van verre hebben beginnen na te volgen, dit immer hebben kunnen uitvoeren, zonder de kragtdadige hulp, welke de Regeering op allerleije wyze aan de eerste bebouwers deezer landen verschaft heeft? zouden wy het hebben kunnen doen buiten het middel der slavernye, waar in de mensch geen ander mogelyk bestaan heeft, dan door eenen aanhoudenden en onäfgebroken arbeid, zonder zelfs het recht te hebben, om zig te mogen beklagen? Ziet gy niet, dat alle de Fransche Volkplantingen te vuur en te zwaard verwoest worden, en dat wy eenigermaten deeze algemeene verwoesting ontduiken, doordien wy op ons zelf staan, en door de zwakheid der bevolking, die, op uitgestrekte ruimten verspreid zynde, tegen ons niet heeft kunnen zamenspannen? Schoon wy de grootste onheilen agter ons hebben, is het evenwel niet zichtbaar, dat alles in deeze Volkplanting, zedert het tydperk der vryheid, in verval geraakt is, en dat vooral de Plantagiën op lage landen het grootste verlies geleden hebben? Merk daarënboven op, dat 'er zedert geene nieuwe onderneming van dien aart is aangelegd. En, ach! hoe zoude men dien aanleg beginnen? Welke middelen, zoudt gy by de hand nemen, om de zwarten aan te zetten tot eenen arbeid, die uit deszelfs aart zwaar en onäangenaam is, en welken men jaaren lang moet voortzetten, om deeze landen droog te krygen, alvorens 'er eenige vruchten van te trekken? Ik gevoel, dat gy t'eeniger tyd zult moeten toestemmen, om aan uwe landbouwers een vierde van uwe inkomsten te geven, gelyk, zoo men zegt, op St. Domingo plaats heeft: maar wat zult gy doen, eer het nog ver af zynde tydstip daar is, dat dit vierde iets van aanbelang bedraagt"?

Zie daar de groote en voorname tegenwerpingen: ik zal 'er volkomen op trachten te antwoorden. Het herstel der Fransche Volkplantingen, en het behoud der geenen, die nog niets geleden hebben, wordt met reden beschouwd van zulk een groot staatkundig belang te zyn, dat al het geen eenig licht verspreiden kan omtrent de middelen, waar door de één tot eenen gevestigden voorspoed komen, en de ander den schok van eene noodzakelyk gewordene verandering in het bestuur ontwyken kan, door de eigenaars in de Volkplanting met dankbaarheid behoort ontfangen te worden.

Ik heb myne denkbeelden niet eeniglyk in deeze Volkplanting opgezameld. Ik heb in de Volkplantingen van verscheiden Europeesche natiën gewoond; ik heb my toegelegd, om den inborst der Negers te leeren kennen; ik heb de verschillende manieren om hen te bestuuren, en derzelver gevolgen onderzogt; ik heb alles gelezen, wat voor en tegen de afschaffing der slavernye geschreven is geworden; en ik ben volkomen overreed, dat het mogelyk is, om, zonder benadeeling der Volkplanting, Zeden- en Staat-kunde met elkander over één te brengen, mitsgaders arbeidzaamheid en voorspoed, die van elkander onafscheidelyk zyn, onder de gezengde luchtstreek zamen te paaren.

Het geen ik te zeggen heb, is geschikt om de klagten der Colonisten te bevredigen, die nog slaven bezitten, en, uit hoofde van de ellendige inrigting der Volkplantingen, alle bewysredenen tegen de slavernye der Negers, als eenen regelregten aanval op hunne eigendommen beschouwen.

Frankryk heeft het eerst, en onder de Europeesche volken nog alleen, deeze schandelyke inrigting onbepaald en volkomen afgeschaft: de gevolgen deezer omwenteling zyn byna overal schadelyk geweest; maar kunnen wy over de gevolgen wel oordeelen, zonder dat wy de oorzaken kennen; en zouden andere oorzaaken ook geene andere gevolgen hebben te weeg gebragt? Zoude eene andere handelwyze, eene andere manier om deeze verandering van slavernye in vryheid daar te stellen, geene andere uitwerkingen gehad hebben? Hier aan valt niet te twyffelen.

De Nationaale Conventie, na de grondslagen tot verklaring van de rechten van den mensch besloten te hebben, heeft deeze beginzels niet in 't oog gehouden in alle de beschikkingen, betrekkelyk de Volkplantingen, welken zy aan de ondermyningen der openbaare vyanden van vryheid en gelykheid heeft overgelaten. Wel verre van het lot der slaven te verbeteren, en de middelen tot hunne vrymaking met verstand voor te bereiden, heeft zy zelfs het recht van burgerschap aan de zwarten geweigerd, en daar door aan de Planters de magt gegeven, om hun het staatkundig aanwezen te weigeren, na hun het zelve voor een oogenblik te hebben toegestaan. Noch de Regeeringen in de Volkplantingen, noch de eigenaars der Plantagiën, noch de uitvoerders van het bestuur, wilden de vryheid niet, ja zelfs wilden zy den verachtelyken en lagen staat, waar onder de zwarten zuchtten, in de minste omstandigheid niet verzachten; integendeel scheen men het 'er, na de omwenteling, op toe te leggen, om deeze vernedering tot een grondbeginzel te vestigen. Door zulk eene handelwyze heeft men te weeg gebragt, dat deeze zoort van menschen onze ergste vyanden geworden zyn, en de schoone Volkplanting van St. Domingo het onderst boven gekeerd hebben.

Toen vervolgens, in die ongelukkige tyden, in welken zy, die zig tegen de verbetering van het bestuur der Volkplantingen verzetteden, zig betoond hebben opentlyke vrienden van het Koningschap te zyn, de Engelschen te hulp geroepen, en zelfs de Negers tegen ons gewapend hebben, in de hoop, dat het hun gelukken mogt de slavernye te herstellen; toen de uiterste middelen noodzakelyk geworden waren, heeft de Nationale Conventie de grondbeginzels der vryheid eensklaps te rug gebragt, daar het vry beter was geweest dezelven trapsgewyze te vestigen: hier uit zyn onheilen voortgesproten, die aan de andere Volkplantingen eene nuttige les geven kunden.

Zy moeten, zoo het mogelyk is, de vryheid bekomen, zonder eenigen schok, zonder wanorde in de byzondere eigendommen, en vooral zonder bloed te vergieten. Behalven het algemeen gevoelen van menschelykheid, het welk ieder eerlyk en weldenkend man doet verlangen, dat deeze verandering bewerkt worde zonder die schokken, welke zommigen van onze Volkplantingen zoo zeer beroerd hebben, kan ik niet nalaten belang te stellen in het lot van verscheiden deezer Volkplantingen, en ik moet de inwooners aanzetten, om rypelyk te denken op de aanmerkingen, die ik hun voordrage, en zig wel overtuigd te houden van deeze waarheid: dat het onmogelyk is de hatelyke inrigting der slavernye langen tyd te doen stand houden, en dat, om de afschaffing daar van voordeeligcr te doen zyn, en minder ongeregeldheid te doen uitwerken, men daar in goedschiks en met beleid moet te werk gaan.

Indien zy hier eenige middelen aantreffen, om deezen taak gemakkelyk te maken, zal ik my by de Planters zeer verdienstelyk gemaakt hebben, door te toonen, dat het in de Volkplantingen mogelyk is, om zig met de voortbrengzels van het aardryk te verryken, zonder het menschdom te doen beven, en dat men met een weldadig hart, zonder knaging van 't geweten, eigenaar van eene Plantagie kan zyn.

De vraag omtrent de slavernye der zwarten hield zedert langen tyd de verstandigen bezig, eer dat men in Frankryk aan eene omwenteling dagt; deeze vraag is door het Fransche Gemeenebest beslist: zy kan de Regeeringen, die Volkplantingen bezitten, en waar het stelzel der vryheid nog geen veld gewonnen heeft, in geene onverschilligheid laten.

De Negers zyn niet onkundig, of zullen ten minsten niet lang onkundig kunnen blyven, hoe zeer hunne staat van die van huns gelyken in de nabuurige Fransche Volkplantingen verschilt: wanneer men zulks voor hun verbergen konde, denkt men dan nog, dat zy van hunne rechten altyd onkundig zyn geweest, en dat de stem der natuur by hun ten gevalle van hunne bezitters verdoofd is?

Hoe dom hunne lasteraars hen ook verbeelden te zyn, zy hebben getoond met zeer grooten moed bezield te zyn: zy hebben, zoo als gy weet, in uwe Volkplantingen van Hollandsch Guiana, gelyk ook in Jamaica, het voorbeeld voor zig van een aantal menschen van hun geslacht, die door hunnen moed zig de vryheid bezorgd hebben, in weêrwil van hunne meesters, welken zy genoodzaakt hebben, om met hun over eene volkomene onäfhangelykheid te handelen.

Men moet de noodlottigste gebeurtenissen duchten, indien men zig niet met ernst bezig houdt met de verbetering van het lot van deeze zoort van menschen, die uit hoofde der ryke voortbrengzels van hunnen arbeid van zoo veel gewicht zyn, en tevens zoo weinig bescherming ontmoeten, zoo mishandeld worden. Men zoude kwalyk doen, om in eene onvoorzigtige gerustheid te blyven sluimeren.

Het voorbeeld der Fransche Volkplantingen moet aan deeze aanmerkingen klem byzetten: door zig tegen de vryheid te verzetten, zyn zy verwoest geworden, zy herstellen zig met derzelver zoeten invloed, onäangezien alle de noodlottigheden van den oorlog.

Wat kunnen zy, die de slavernye voorstaan; tog inbrengen? Zy zullen zig beroepen op het oud gebruik der Volkplantingen, de voorgewende onmogelykheid, om dezelven zonder zwarten en zonder slaven te bebouwen, op het belang van den staat, om koopwaren uit de Volkplantingen te trekken. Men beroept zig op het geluk der Negers in hunnen tegenwoordigen staat, die, zoo men ons beduiden wil, verre verkieslyk is boven het lot van onze boeren. Men zegt, dat de luiheid, het bedrog, en alle slechte hoedanigheden, die harde en inhalige meesters, hun slechts als lydelyke werktuigen van hun fortuin beschouwende, in hun vinden, van het character der Negers onäfscheidelyk zyn; maar deeze kwaade hoedanigheden en gebreken zyn, of betrekkelyk tot het begrip en vooröordeel, het welk hunne staat inboezemt, of veröorzaakt door de manier, waar op men hen behandelt: deeze gebreken, die aan alle menschen, en in alle maatschappyen gemeen zyn, verdwynen, of nemen ten minsten merkelyk af onder een menschlievend en redelyk bestuur, zelfs onder slaven: zulks heeft my eene onäfgebrokene en aandachtige ondervinding klaar bewezen.

De voorstanders der slayernye kunnen voor het overige in hunne verschillende redeneeringen in het geheel geen gebruik maken van de zaak der menschelykheid, noch van de rechtvaardigheid, noch van het recht der natuur, als welken geen mensch ter weereld door verjaring kan verliezen, van welke kleur hy ook zyn moge, en het zy de omstandigheden zyner geboorte meerder of minder gunstig zyn. "Wy hebben Volkplantingen noodig, men kan dezelven zonder slaven niet bebouwen; dus is de slaven-handel en het bezitten van slaven noodzakelyk". Zie daar, waar op hunne redeneeringen altyd nederkomen.

Aan den anderen kant zyn zy, die voor de afschaffing der slavernye pleiten, door de reden, de rechtvaardigheid, de weldadigheid, en alle eerbiedwaardige beweegredenen, welken de menschelykheid aan de hand geeft, aangevuurd, dikwils veel te verre gegaan, en hebben zig dus aan de berisping hunner tegenpartyen, die by de handhaving der slavernye belang hadden, bloot gesteld; zy hebben gezondigd, het zy door buitensporigen yver, het zy door de staatkundige betrekkingen uit het oog te verliezen, welk laatste echter niet behoort te geschieden, zoo men een aantal lieden, wier fortuin van de beplantingen afhangt, niet in hevige klagten wil doen uitbarsten: op dien zelfden voet voortgaande, hebben zy zig de berisping der Planters ook nog op den hals gehaald, door niet wel te bevroeden alle de middelen, die tot het bewerken der verlangde omwenteling verëischt werden. 'Er zyn noodlottige gebeurtenissen voorgevallen, die de redeneeringen van de voorstanders der slavernye schynen te versterken; maar wat valt daar uit te besluiten, dan alleen dit, dat de ontwerpen der menschelykheid ten voordeele der zwarten, overëenkomstig eene goede staatkunde, niet behooren uitgevoerd te worden, dan door den tyd en trapsgewyze? dat eene overylde en onbepaalde vrylating, zonder uitzondering of mitsen, aan het voorgesteld oogmerk zeer slecht voldoet, en zelfs groote ongelegenheden veröorzaakt? In de daad, men moet toestemmen, dat de nieuwe Negers, die aan de taal en gebruiken der Europeanen nog niet gewoon zyn, zonder gevaar voor de Plantagiën, noch zonder benadeeling van hun zelven, niet allen op eenmaal, zonder tusschenpoozing of voorzorgen, in vryheid gesteld kunnen worden. Het is 'er mede gelegen, als met het gezicht, dat door eene lange duisternis verzwakt is, en niet met overyling het licht weder kan aanschouwen, zonder 'er door verbysterd te worden: men moet hun het licht by trappen en met beleid te rug geven.

Intusschen is het geenzints onmogelyk, maar het is zelfs nuttig en staatkundig, om de middelen tot afschaffing der slavernye voor te bereiden. Men kan dit oogmerk bereiken, terwyl men tevens het belang van den Staat, en de staatkunde der volken in het oog houdt, de Volkplantingen, die nog geene veranderingen ondergaan hebben, bewaart, zonder de eigendommen der ingezetenen te bederven, noch hunne inkomsten te verminderen. Het tydperk, binnen het welk men trapsgewyze aan de Negers de vryheid zoude kunnen schenken, zoude niet verre af zyn; en de goede geneigdheid van verscheiden Planters zoude het zelve meerder verkorten, dan men denkt. 'Er zyn 'er veelen, die, om wel te doen, slechts verlangen omtrent hunne waare belangen te worden ingeligt; dit kan men door tyd en ondervinding te weeg brengen; en de Regeeringen behooren, overëenkomstig dien regelmaat, de gebrekkige inrigting, die nog in zwang is, en tot hier toe door de wet gehandhaafd is geworden, te verbeteren.

Alle eerlyke, gevoelige en belanglooze harten zyn van de zaak zelve wel overreed; maar men moet aan de Regeering betogen, en aan de eigenaars der slaven bewyzen, dat men deeze veranderingen bewerken kan door middelen, die geene beweging maken, en aan de veiligheid, noch aan het voordeel der Planters geen leed toebrengen. Het is tot dit einde noodig, om alle vooröordeelen aan een zyde te stellen, en met onpartydigheid de middelen te overwegen, door welken men langzamerhand in de verbetering van de gebrekkige inrichting der Volkplantingen kan slagen, zonder de Plantagiën en derzelver bebouwing te bederven.

Het eerste middel moet zyn de afschaffing van den slaven-handel.

Deeze handel is met de slavernye op 't naauwst verbonden, om dat zy aan dezelve voedzel verschaft, en de Planters in 't begrip staan, dat, indien de slaven-handel ophield, het getal van de bewoners der Volkplanting wel dra tot niet zoude loopen, en derzelver bebouwing ook in evenredigheid verminderen, en dat, vermits de slavernye eene geöorloofde zaak is, de slaven-handel het insgelyks behoort te zyn: edoch niets dan de verfoeijelykste heerszucht is in staat, om deezen hatelyken handel, die een zamenweefzel van barbaarsheden is, te willen laten stand houden.

Wat doet het 'er toe, of wy onrechtvaardig en wreed zyn, mits wy maar rykdommen vergaderen. Zie daar in korte woorden, waar toe men alle de redeneeringen brengen kan, die ten voordeele van deezen handel worden aangevoerd. Maar indien dit niet alleen eene onrechtvaardigheid, maar zelfs eene mistasting is; indien deeze handel, verre van voordeelig te zyn, voor de belangen van het volk, dat denzelven dryft, hoogst nadeelig is; wat moet 'er dan worden van den eenigen grond, waar mede men deszelfs voortduuring wil goed maken?

Deeze handel, staatkundig beschouwd, brengt niet dan nadeel te weeg. Dezelve bederft de zeden van elk volk, het welk zig daar aan overgeeft, door hun eene geneigdheid tot wreede daden in te boezemen; door dezelven eindelyk by veele persoonen als wettige daden te doen beschouwen; door een aantal lieden te gewennen, om hun fortuin door de vernieling van het menschdom te beproeven; want het is eene bewezene waarheid, dat de oorlogen, gevoerd om slaven te hebben, de onaangenaame overtochten, de mishandelingen, en de wanhoop, veel meer Negers doen sneven, dan 'er in de Volkplantingen aankomen. Deeze handel is schadelyk voor de zeevaart, uit hoofde van het verlies van een groot aantal matroozen, veröorzaakt door de kwade lucht, het slecht voedzel, en andere vernielende omstandigheden, die op de schepen, tot de overvoering der Negers bestemd, noodwendig plaats hebben. De slavenhandel is, in één woord, een schande voor het menschdom, een vlak op elk volk, die denzelven gedoogt, eene openbaare strydigheid met de grondbeginzels en inrigting van alle Gemeenebesten.

Maar, werpt men ons tegen, hoe zal men eene bevolking in stand houden, die geduurig afneemt, en hoe zult gy Volkplantingen hebben, indien gy den slaven-handel op de kust van Africa laat varen?

Het getal der Neger-slaven neemt in eene verbazende meenigte af by de Planters, die weinig menschelykheid of gevoel bezitten; maar het vermeerdert langzamerhand by hun, die de noodige zorgen aanwenden tot behoud van hunne slaven, en om, zoo veel in hun is, de wet der slavernye te matigen. Mitsdien is het, onder het bestuur van eene wel geregelde vryheid, buiten allen twyffel, dat de volkrykheid schielyk zal vermeerderen, gelyk de ondervinding dit bewyst in alle Landen, alwaar de mensch gelukkig is, en wel geregeerd wordt.

In deeze vooronderstelling zal de veiligheid en goede regeerings-orde in de Volkplantingen grooter zyn; haar onderhoud zal minder kostbaar worden, uit hoofde van eene sterke vermindering, zoo al niet eene volkomene vernietiging van de kosten, op de uitöeffening der Politie en Justitie, het houden van krygsvolk, het straffen van misdadige, en het vervolgen van weggeloopene Negers, het onderhoud van gevangenissen, enz. vallende.

Na alzoo den slaven-handel te hebben afgeschaft, zal men de noodige beschikkingen maken tot handhaving van de goede orde in de Volkplantingen, tot derzelver veiligheid, en tot aanwas der bevolking. Voorzeker, wanneer men alle de Plantagiën in haare tegenwoordige werkzaamheden laat blyven, gelyk ook de regeling van goede orde, die op elk derzelven past, zal men niemand van de eigenaars iets doen verliezen.

Dan zal het noodig zyn, dat men zig ernstig bezig houde, om overal, op eene éénstemmige wyze, wel beredeneerde wetten te maken, die niets willekeurigs meer in zig bevatten, en waar by men de geregelde orde in den arbeid, en de behoorlyke tucht zal handhaven. Zonder de wet te willen stellen aan die Volkplantingen, alwaar de slavernye nog heerscht, is het geen herssenschimmig denkbeeld, dat wel zaamgestelde vergaderingen, uit den bloem der Colonisten verkozen, zelve die Reglementen van Politie, en die geschikte en éénstemmige wetten zouden voorstellen, die op alle Plantagiën passen zouden, en waar naar ieder verpligt zoude zyn zig te gedragen; en hier uit zoude de grootste voorspoed voor elk in 't byzonder, en voor de geheele Volkplanting in 't algemeen, voortvloeijen.