# Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 4

## Part 13

Book page: https://www.cyberlibrary.org/nl/books/reize-naar-surinamen-en-door-de-binnenste-gedeelten-van-guiana-c7834062/index.md

Hun leven verslyten zy byna geheel in ledigheid. Men ziet hun altyd in hunne hangmat liggen. Zy brengen 'er geheele dagen in door met praten, en met zig in een kleinen spiegel te bekyken, met het schikken van hunne hairen, of zoortgelyke vermaken. Zommigen scheppen vermaak in aanhoudend op de fluit te spelen, of liever te brommen; men kan het by niets beter vergelyken; want hunne groote fluiten maken een geluid, eenigermaten gelykende naar het gebulk van een os. De Indianen zyn dus uit hunnen aart zorgeloos. Zy arbeiden niet, dan wanneer het gebrek of de nood 'er hen toe dwingt: maar het is merkwaardig, dat deeze zorgeloosheid in alle omstandigheden geen plaats heeft; want het oorlogen, het jagen, het visschen, bezigheden, die kragt en werkzaamheid vorderen, met geduld gepaard, behagen hun altyd zonderling. De arbeidzaamsten, wier getal niet groot is, houden zig bezig met het maken van bogen, pylen, hangmatten, gereedschappen tot de huishouding, en met het maken van praauwen en booten.

De vrouwen zyn de slavinnen der mannen. Behalven de zorg van het huishouden, zyn zy belast met het beplanten der velden, welken de man van de stronken gezuiverd heeft, met het uitwieden van het onkruid, met het inzamelen van den oogst, met het gereed maken van den drank, van de cassave, met het haalen van hout, en water, met het maken van aardewerk; met één woord, zy zyn verpligt zig met alles te bemoeijen, buiten de jagt en visscherye: daarënboven moeten zy zomtyds het onderhoud voor hunne mannen gaan zoeken, terwyl deeze zig zacht in hunne hangmat bakeren.

De veelwyverye is by de Indianen geöorloofd, meer door gewoonte, dan om eenige andere reden. Ieder man is gerechtigd zoo veele vrouwen te hebben, als hy onderhouden kan: hy zendt haar te rug, wanneer hy het geraden oordeelt; en, zoo hy het goed vindt, laat hy haar geheel en al varen, zonder in eeniger manieren voor haar onderhoud te zorgen. By verlating van eene vrouw, belast de vader zig doorgaans met de zorg over de kinderen.

De Indianen trouwen altyd met hunne nabestaanden, zelfs in den tweeden graad van bloedverwantschap. De jongens beschouwen hunne volle nichten, als of zy dezelven door een zeker recht van geboorte verkregen hadden. Dus trouwen zy haar dikwils, schoon ze niet meer dan twee of drie jaaren oud zyn. Ondertusschen neemt de man eene andere vrouw, welke hy weg zendt, wanneer dit jong meisjen groot genoeg geworden is, om met hem zamen te woonen.

De huwelyken worden in een oogenblik, en zonder eenige plechtigheid, voltrokken. Indien een Indiaan een goed visscher, een goed jager, en arbeidzaam is, is hy zeer gezien. Zoo dra eene jonge dogter het oog op hem geworpen heeft, biedt zy hem drinken aan, en zelfs hout, om by zyne hangmat vuur aan te leggen. Zoo hy dit weigert, is zulks een blyk, dat hem het meisjen niet gevalt; zoo hy het aanneemt, is het huwelyk gesloten. Dien zelfden dag blyft het meisjen niet in gebreken, om haare hangmat in de nabyheid van die van haaren toekomenden echtgenoot op te hangen. Des anderen daags brengt de jonge vrouw hem eeten en drinken, en van dien tyd af neemt zy de zorge van zyne huishouding waar.

De schoonvaders beschouwen hunne schoonzoonen als zoo veele knechts, geschikt om hun te dienen, en begeeren dus niet te werken. De nieuw getrouwde Indianen houden zig bezig met het hakken van hout, en het bouwen van de hut. Zy zyn verpligt te gaan jagen en visschen; met één woord, om te voorzien in het onderhoud van de vrouw en kinderen van hunnen schoonvader, die met de armen over elkander in zyne hangmat blyft liggen. Deeze jong-getrouwde lieden zyn ook nog aan eene zeer harde wet onderworpen. Wanneer hunne vrouw voor de eerste maal in het kraambedde bevalt, blyven zy in hunne hangmat, welke men aan het dak van 't huis vast maakt. Een stuk cassave-brood, en een weinig water maken al hun voedzel uit.

Na dit gestreng vasten eenige weken te hebben uitgehouden, laat men hen ter neder, en men maakt hun met groote visch-graaten, of tanden van eenig wild dier, eenige insnydingen op onderscheiden plaatsen van hun lichaam, het geen de Creolen noemen frelanguer. Zeer dikwils zelfs geeft men hun verscheiden zweepslagen. Met deeze plechtigheid is het nog niet afgedaan. Hy, die vader geworden is, is verplicht zig in dienst te begeven by den eenen of anderen ouden Indiaan, en zyne vrouw voor eenige maanden te verlaten. Geduurende al dien tyd moet hy zoo onderworpen zyn, als een waare slaaf. Hy moet zig onthouden van het eeten van varkens-vleesch en grof wild. Wanneer de tyd der slavernye vervuld is, gaat men uit om krabben te vangen; men vangt eene zeer groote meenigte; men rigt een festyn aan, en drinkt zig dronken; vervolgens geeft men in groote statie den man aan de vrouw te rug.

De krygs-bouwkundige FOUCIN, die de oevers der Rivier Oyapoc bereisd heeft, spreekt eene zoo algemeen aangenomene zaak eenigermaten tegen. "Men heeft stoutmoedig beweerd, zegt hy, dat eene vrouw, in het kraambedde bevallen zynde, aan alle de lasten der huishouding onderworpen was, en haaren man bediende. Het is niet anders, dan het tafereel sterk te overschaduwen, om het belangryk te maken. Maar indien men de waarheid hulde wil doen moet men toestemmen, dat de vrouwen, die bevallen zyn, negen dagen lang, door de geenen, die haar vergezellen, met de grootste gematigdheid behandeld worden, en dat zy eerst na afloop van dien tyd haare bezigheden hervatten. De mannen, wel is waar, houden hun rust, maar dit is een gevolg van hun bygeloof. Zy eeten dan niets als visch; zy onthouden, zig van alle zoorten van vleesch, zig overtuigd houdende, dat hun gedrag op het lot en het gestel van hunne kinderen invloed hebben zal."

De mannen houden nooit hun middagmaal te zamen met hunne vrouwen: de laatstgemelde dienen hun, en geven hun wasch-water, wanneer zy hunne maaltyd geëindigd hebben. De Indianen zyn gewoon, wanneer zy zitten, hunne hielen plat op den grond te zetten. Echter hebben zy een houten stoel, welken zy moulé noemen, en waar van zy by het geven van bezoeken gebruik maken. Het is een zoort van zitbank, geheel uit één stuk gemaakt, en zeer ongemakkelyk, waar van het bovenste, byna de gedaante van een boot hebbende, zoo hol is, dat men 'er tot aan het midden in zakt, en de kniën byna de kin aanraken.

De voornaamste arbeid der Indianen, en die hun het ernstigst bezig houdt, is het bouwen van hunne hutten. Dezelve zyn vierkant, maar meer lang dan breed; zommige zyn gelyks gronds, andere hebben 'er nog eene verdieping boven op. De hooge hut is eene zamenvoeging van eenige palen, die in den grond gestoken zyn, van de hoogte van omtrent agt of tien voeten, waar over men een planken vloer heen legt, met kleine lysten, gemaakt van palmboomen hout, het welk zig gemakkelyk laat klooven. Men klimt in deeze hut door middel van stammen van boomen, die niet sterk gebogen zyn, en waar op men eenige keepen of voegen gemaakt heeft, die in plaats van sporten dienen; maar deeze stammen hebben zoo weinig stevigheid, dat zy dan naar de ééne, dan naar de andere zyde overhellen. Het is zeer moeielyk om 'er met schoenen op te klimmen, en nog moeielyker om 'er af te komen. De lage hut is gebouwd van twee paalen, waar op eene lange stok of spaar rust, die het geheele gebouw ondersteunt. Men legt van alle kanten op dit dak takken van boomen, die men vervolgens met bladeren bedekt; en eene kleine deur, aan één der zyden gemaakt, vormt den ingang. De Indianen, die aan de oevers van de Oyapoc woonen, munten nogtans uit in de manier, waar op zy hunne hutten bouwen, welke veel stoutheid en cierlykheid vertoonen, uit hoofde van de weinige dikte van het daar toe gebruikte hout.

De Galibis, nabuuren van Cayenne, zyn in hunne huizen byna op elkander gestapeld. 'Er zyn 'er, waar in men zomtyds tot twintig en dertig huishoudingen telt. De veiligheid, waar mede deeze Wilden onder elkander leven, is oorzaak, dat hunne woningen in 't geheel geene sluiting hebben. De deuren staan altyd open, en men kan 'er in komen, als men wil.

Het uitgestrektste van alle Indische gebouwen is de Taboui, welke de Franschen doorgaans de groote hut noemen. Het is eigentlyk de plaats, waar de Wilden van dezelfde natie gewoon zyn by elkander te komen. Zy houden aldaar hunne vergaderingen; zy ontfangen 'er de vreemdelingen; zy houden 'er hunne plechtige feestynen, of liever hunne slemp-partyen. De Taboui, die aan het geheele volk gemeen is, is eene zoort van overdekte hal of markt, vyftig of zestig voeten lang, en tien of twaalf breed. In het midden en aan de beide einden, die altyd open zyn, plant men groote gaffels-wyze gemaakte staken, waar op men groote stukken hout plaatst, om tot een dak te dienen. Vervolgens regelt men de balken, die van boven van het gebouw tot naar beneden loopen, alwaar zy op kleine gaffels-wyze gemaakte staken rusten, van vier of vyf voeten hoogte, en die in eene reije met tusschen-vakken geplaatst zyn. Van binnen plaatst men eenige lange dwarshouten, met koorden van heesters vast gemaakt, en dienende om 'er de hangmatten der mannen aan op te hangen: want de vrouwen genieten het zelfde voorrecht niet; zy zitten gewoonlyk op die zelfde plaats, haare hielen op den grond houdende, of op een bank. Het dak van de Taboui is gedekt, even als van de andere hutten. Hoe groot deeze verblyfplaats ook zy, het timmerwerk is niet minder eenvoudig, noch beter uitgedacht, dan dat van alle andere hutten. De plaats, welke de Indianen verkiezen, is doorgaans eene hoogte, of de oever van eene Rivier. Hunne huizen, die eene groote armoede te kennen geven, zyn zonder eenige orde geplaatst; en het nabuurig land-gezicht heeft zeldzaam iets aanlokkelyks. De stilte zelfs, die in hunne wooningen heerscht, en die nu en dan alleenlyk door het geschrei van vogelen of andere dieren wordt afgebroken, is geschikt om angst aan te jagen.

De bouw-orde van de groote en kleine hut is overal dezelfde niet. By eenige volken is de eerste getimmerd in eene eironde gedaante van ronde houten, die vernuftig zyn zaamgevoegd, en met koorden van heesters aan elkander gebonden. Men overdekt dezelve met een dak van palmboom-bladeren, het welk rondom afhangt, tot op den afstand van omtrent drie voeten van den grond, uitgenomen ter plaatse van den ingang, alwaar het zelve een weinig meer verheven is. De lucht en het daglicht spelen 'er dus van alle kanten door, zonder eenige hinder te kunnen toebrengen. Men is 'er volmaakt beveiligd voor de zon, den wind en den regen.

Verscheiden andere hutten van byzondere persoonen zyn langwerpige gebouwen, insgelyks van ronde houten gemaakt, dragende een dak van eene gevelswyze gedaante, met palmboom-bladeren overdekt. Meestal is, op de hoogte van zes of zeven voeten boven den grond, eene zoldering, tot een woonplaats voor de byzondere persoonen geschikt. Deeze zoldering is gemaakt van stammen van palmboomen, die gespleten en niet breed zyn, latende openingen tusschen elkander overig, zoodanig dat de vuiligheid 'er door valt, en de lucht, zoo wel van onderen, als van ter zyden doorspeelt; want het dak zakt niet af tot op de hoogte van deeze zoldering. In het benedenste gedeelte is eene afzonderlyke plaats, met een beschot afgeschoten, tot verblyf voor de vrouwen, en om 'er den nacht door te brengen.

Het huisraad en de keuken-gereedschappen der Indianen zyn niet zeer talryk, en van weinig waarde. De voornaamste, of nuttigste, zyn hunne hangmatten, die doorgaans van catoen gemaakt zyn. 'Er zyn 'er, die van eene andere stoffe gemaakt zyn; maar zy zyn zoo gemakkelyk niet, zoo wel uit hoofde van de ruwheid der koorden, waar van zy geweven zyn, als om dat zy openingen hebbende, men voor het steken der groote muggen en andere insecten niet beveiligd is. Om deeze zoort van bedden te maken, bedienen zig de Indianen alleenlyk van vier groote stokken, van vyf of zes voeten lengte, aan elken hoek met een houten pin, of eenig koord van heesters, vast gemaakt. Zy voegen ook verscheiden draden catoen, in de lengte en aan beide zyden van dit huisraad, het welk een weinig tegen de muur is overgebogen, zeer konstig te zamen; waar na zy tusschen deeze draden eene zoort van weverspoel laten doorloopen. Zy slaan die draden telkens sterk aan, met een stok van zeer hard en een weinig snydend hout. Wanneer het weefzel van de hangmat afgemaakt is, maken zy 'er koorden aan vast, om dezelve te kunnen ophangen, waar het hun gelieft. De Indianen besmeeren hunne hangmatten dikwils met Roucou, gemengd met eenige harst, of met balsem van Copaïva, of zelfs met oly. Zy schilderen daar op allerleye zoorten van loofwerk, met eene wonderbaarlyke geëvenredigdheid. Die bedden, waar op men het gemakkelykst slapen kan, zyn de witte hangmatten, wel aangeslagen, van zeven voeten in het vierkant. De Indianen in Guiana maken dezelven zeer fraay, en van allerleye grootte.

Men gevoelt veel minder warmte in een hangmat, dan in een bed, naar de Europeesche wyze gemaakt; en de zieken, die door de koorts zyn aangetast, vinden zig merkelyk verligt, wanneer zy 'er eenige uuren in hebben doorgebragt. In plaats van een deken, bedienen zy zig van een mat, van palmboom-bladeren gemaakt: men spreidt die ook over den grond, wanneer men aldaar wil gaan liggen.

Na de hangmatten, zyn de Pagaras dat huisraad, waar mede de Indianen zig meest bezig houden. Het zyn manden of korven van verschillende grootte en gedaante. 'Er zyn vierkante, langwerpige, en ook ronde. Zy zyn met rood en zwart loof werk beschilderd. Die geenen, waar van men zig doorgaans bedient, hebben eene langwerpige vierkante gedaante. Zy zyn overal dubbeld, en tusschen beiden gevuld met Baroulou-bladeren, op dat het water niet binnenwaarts zoude kunnen doordringen. Deeze zoort van manden hebben de verdienste, dat ze zeer ligt zyn. Alle dienen zy, om 'er kleederen, huisselyke gereedschappen, en levensmiddelen in te bergen.

De manier, waar op de Indianen hun aardewerk maken, en verglasen, is niet van konst ontbloot. Zy maken potten van eene ongemeene grootte, door strooken potaarde op een platten grond naast elkander te schikkcn, dezelven te verdunnen, en aan elkander vast te maken: zy trekken daar op eenige afteekeningen en beeldtenissen, met eene aarde van verschillende kleuren: zy laten die potten vervolgens bakken; daar na doen zy 'er van buiten eene zoort van zeer lymig vernis over heen, gemaakt van eene gom, Simiri genaamd: zy besmeeren daar mede deeze potten, wanneer ze uit het vuur komen, en polysten dezelven, eer dat ze koud zyn geworden. Men ziet onder deeze potten zommigen, die drie voeten in den omtrek groot zyn. Deeze dienen, om vleesch te braden, of gekookte dranken voor feestdagen gereed te maken. Van dezelfde stof maakt men ook zeer groote ronde platen, geschikt om de Cassave te droogen.

De praauwen of booten, waar van zig de Indianen bedienen, om in de Rivieren en langs de Kusten te vaaren, behooren als het meesterstuk; van hun vernuft beschouwd te worden. Deeze praauwen, wier ligtheid verwonderlyk is, zyn van een uitgeholden stam van een boom, en wel van één stuk, gemaakt. Zomtyds zyn zy aan de kanten met stukken hout opgehoogd. 'Er zyn 'er, die dertig of veertig voeten lang zyn; en andere, die puntsgewyze eindigen, zyn zoo klein, dat zy naauwlyks twee of drie menschen kunnen bevatten: ook kantelen zy dikwils om; doch de Indianen ontrusten zig daar over niet, dewyl zy het zwemmen volmaakt verstaan. Zy keeren hunne vaartuigen dadelyk om, hoosen 'er het water uit, en gaan 'er weder in.

De manier, waar op zy gewoon zyn die praauwen te bouwen, is zeer eenvoudig. Zy zoeken een boom van negen of twaalf voeten dikte, en zoo recht, als zy dien maar vinden kunnen: zy maken in denzelven, in de lengte, eene opening van negen of tien duimen: vervolgens haalen zy 'er het hout van wederzyden van binnen uit, wel zorge dragende, dat zy dit doen op dezelfde maat van dikte, ten einde de praauwen haare rondte zouden behouden. Dit gedaan zynde, keeren zy den boom om, ten einde denzelven van buiten te bewerken. Aan het voorste gedeelte maakt men denzelven gewoonlyk spitser, en zomtyds zyn de beide uiteinden in breedte aan elkander volmaakt gelyk. Voornamelyk houdt men in het oog, om 'er over al eene gelyke dikte aan te geven. De dikte van den bodem is doorgaans van twee duimen: de zyden van anderhalven duim, en de randen slechts van één duim. Om de boot open te maken en te verwyden, plant men langs de timmerwerf, die een weinig verheven moet zyn, palen op den afstand van drie of vier voeten van elkander. Men legt van binnen en van buiten vuuren aan; en wanneer de boom door heet is, heeft men een stuk hout, in de gedaante van een nyptang, waar mede men de kant van de boot by herhaling naar zig toe trekt, zoo dat dezelve in drie of vier uuren tyds geheel moet zyn open gemaakt. Men moet altyd water by zig hebben, om de hette van het vuur te matigen, in geval het zelve te sterk mogt zyn, en de boot gevaar mogt loopen van te verbranden.

De Indianen maken zelden randen aan hunne praauwen, om dat 'er spykers, planken, en andere dingen toe noodig zyn, welken zy niet kennen, voor al de geenen, die diep landwaarts in woonen. Zy vergenoegen zig derhalven, om de kanten van agteren tot vooren met stukken van palmboomen, die de dikte van eene halve vuist hebben, op te hoogen. Zy weten dezelve aan de praauw zoodanig vast te maken, dat 'er geen water kan door komen, zoo de golven 'er niet over heen loopen. Aan het agterste gedeelte maakt men een roer vast, of anders bestuurt men dezelve met een roeyriem. Het handvat van deeze zoort van riem, veel gelykende naar een bakkers schop, eindigt gewoonlyk met een halve maan, om het des te beter met de hand te kunnen vast houden. Het gedeelte, het welk in het water bewogen wordt, is zeer dun, en wordt aan het einde al langer hoe dunner. De Wilden houden zig niet alleen op met roeijen, maar ook met zeylen. Hun zeyl is van eene vierkante gedaante, en gemaakt van stukken van palmboomen, die in de lengte gespleten, en tot latten gesneden zyn, in goede orde naast elkander gerangschikt, en met koorden van heesters, of draden van zekere plant, Pite genaamd, vast gehecht.

Alle de Indianen zyn zeer bekwaam in de scheepvaart. De heer FOUCIN, Officier onder de Ingenieurs, die langen tyd in Guiana dienst gedaan heeft, is de Rivier Oyapoc komen afvaaren, onder het geleide van twee Indianen. "Elk oogenblik, zegt hy, moet men onaangezien den stroom, aan de praauw eene nieuwe wending geven. Indien men den doortocht mistte, zoude men tegen de klippen aan stukkea stooten. De eerste waterval van deeze Rivier is de gevaarlykste: indien men geen volkomen vertrouwen op de Indianen stelde, zoude men waarlyk beängst worden. Men ontmoet aldaar, in zeer naauwe vakken, zeer hooge watervallen. Zonder vergrooting gesproken, de kanten van de praauw raakten byna van wederzyden tegen de klippen aan. Men vaart altyd werkelyk langs de klip, die tegen den stroom over ligt. Het oog der beide Indianen, die met roeijen bezig zyn, moet zoo scherpziende zyn, als hunne arm sterk is. Zomtyds gaan zy boven op hunne banken staan, om den weg juist af te meten; de overweging en de uitvoering volgen elkander zoo gezwind als bliksem-straalen: jonge lieden alleen zyn tot deeze vaart geschikt. De oudste der roeijers bereikte naauwlyks twintig jaaren. Van natuure vrolyk zynde, lachen zy onophoudentlyk. Een vogel, een visch, trok hunne aandacht; dadelyk vlogen zy naar hunne pylen. Het behaagde my niet, dat zy zig met dit tydverdryf bezig hielden, wanneer wy ons in de watervallen bevonden; maar wetende, dat zy niet gaarne worden tegengegaan, zeide ik 'er niets van, en ik heb 'er my wel by bevonden. Hier uit kan men afnemen, dat hy, die de praauw bestuurt, een goed gezicht, zoo wel als kragten, hebben moet. Ik ken geen voorbeeld van zulk eene zonderlinge manier van vaaren; zy is zeer merkwaardig; men kan ze niet anders, dan met zulk eene roeyriem, te werk stellen."

De gewoone wapenen der Indianen in Guiana zyn de boog, de pylen, en de knods, met welke laatste men iemand met éénen slag de herssens inslaat. Het is een zoort van liniaal, byna een duim dik, en twee voeten lang, in het midden smal, en drie of vier duimen aan de beide einden breed, zynde de hoeken als een scherpe vischgraat uitgesneden. Dit wapentuig wordt altyd van zeer hard hout gemaakt.

De Palicours bedienen zig van een halve piek of braadspit, welke zy Serpo noemen. Het is een meer dan gemeen wapentuig, om zoo te zeggen, alleen geschikt voor de voornaamsten des volks. Tot een wapentuig van verdediging hebben zy een schild, gemaakt van zeer ligt hout, het welk zy van buiten met verscheiden kleuren beschilderen. Het heeft eene byna vierkante gedaante, en is van binnen een weinig hol; in het midden is een zoort van handvat, om het des te steviger te kunnen vast houden.

Deeze verschillende volken worden elk door een Opperhoofd bestuurd, dien wy Capitain noemen. Zyn gezag wordt hem eigentlyk nog by verkiezing, nog by erfvolging opgedragen. Wanneer een Opperhoofd oud geworden is, en zyn einde wordt te gemoet gezien, heeft het algemeen gevoelen reeds bestemd dien geen van zyne naaste vrienden, die het meest geschikt is, om hem op te volgen, het zy uit hoofde van zyne jaaren, het zy van zyn caracter, of zyne groote gemeenzaamheid met den Capitain, die hem reeds bevorens als zynen medehelper, en opvolger behandelde. Hy vervult zyne plaats, zonder dat dit eenige moeite of wanorde veroorzaakt.

Het gezag van dit Opperhoofd is meer vaderlyk, dan gestreng. Hy is belast met de zorge der regeering, met die van 's volks veiligheid, en van het onderhoud van weduwen en weezen, enz. Hy geeft geene belooning, en oeffent ook geene straffe uit. Zyn vermogen bestaat daar in, dat hy eene grootere uitgestrektheid van eigendommen en bouwlanden heeft, dewyl hy meerder bedienden heeft; om dezelven te doen bearbeiden, zynde zyn huisgezin doorgaans zeer talryk, (want hy inzonderheid heeft verscheidene vrouwen,) terwyl elk één, tot dit volk behoorende, op zekere tyden, of wanneer hy het vordert, het geen echter zelden gebeurt, verpligt is voor hem te arbeiden.

Die naar deezen grooten eere-post staat, verklaart zyn oogmerk, door in zyne wooning te rug te komen, met een rondas of schild op het hoofd; met nedergeslagene oogen, en eene diepe stilzwygendheid in acht nemende. Hy deelt zelfs zyn oogmerk niet mede aan zyne vrouw en kinderen; maar zig naar een hoek van zyne wooning begeevende laat hy zig aldaar eene kleine verschanssing maken, die hem naauwlyks de vryheid overlaat om zig te kunnen bewegen. Daar boven hangt men zyne hangmat, op dat hy geene gelegenheid hebben zoude om met iemand te spreken. Hy gaat van die plaats niet, dan om aan de behoeften der natuur te voldoen, en om de harde beproevingen te ondergaan, welken de andere Capitains hem van tyd tot tyd opleggen.

Men laat hem, zes weken lang, een zeer gestreng vasten onderhouden. De nabuurige Capitains komen hem des morgens en des avonds bezoeken. Zy stellen hem voor, dat hy, om zig den rang, waar naar hy staat, waardig te maken, geen gevaar moet vreezen, dat hy niet alleen de eere der natie zal hebben te handhaven, maar zelfs wraak te nemen over hun, die hunne nabestaanden en vrienden in den oorlog gevangen hebben genomen, en dezelven eenen wreeden dood hebben doen ondergaan; dat arbeid en vermoeying voortaan zyn deel zyn zullen, en dat hy geen ander middel hebben zal, om hoogachting te verwerven.

