Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 1
Part 8
Op den dag van myne te rug komst by mynen vriend, den heer LOLKENS, het middagmaal houdende, was ik getuige van de onverschoonlyke verachting, waar mede de Negers in Surinamen behandeld worden. De zoon van 't huis, een jongeling, naauwlyks tien jaaren oud, aan tafel zittende, gaf aan eene oude Negerin, die by het toedienen van een schotel met eeten de poeder uit zyn hair gestooten had, een slag in 't aangezicht, Ik konde my niet wederhouden, om aan zynen vader, die op dit gedrag geen acht geslagen had, myne verwondering daar over te betuigen. Hy antwoordde my met een glimlach, dat zyn zoon my niet lang meer aanstoot geven zoude, vermits hy eerstdaags stond scheep te gaan, om eene betere opvoeding in Holland te ontfangen; maar myn weder-antwoord was, dat ik vreesde het te laat zoude zyn. Eenige oogenblikken daar na sloeg een matroos, die voor by ons huis ging, aan een Neger met een stok een gat in 't hoofd, om dat hy zyn hoed niet voor hem had afgenomen. Dusdanig is de staat van slavernye, ten minsten in deeze Hollandsche Volkplanting.
Byna ter zelfder tyd, deed de Colonel FOURGEOUD een tweeden uitstap, om de oevers en de ligging der Rivier van Surinamen te onderzoeken, even als hy omtrent de Commewyne en Cottica gedaan had.
Het was ook omtrent dit zelfde tydstip, dat de Capitain BARENDS overleed, zynde Bevelhebber op een der transportschepen, die men altoos in gereedheid hield, in gevalle wy dezelve noodig hadden om naar Europa te rug te keeren. Dagelyks begroef men vyf of zes matroozen van koopvaardy-schepen. Ik kan my niet wederhouden het lot der Hollandsche matroozen, het welk in Surinamen wreeder is dan dat der Negers, alhier te betreuren. Men dwingt hen, om groote platte booten, met Suiker en Koffy geladen, voort te roeijen. Zy vaaren alzoo, nacht en dag, de Rivieren op en af, zynde aan de brandendste zon bloot gesteld, of de zwaarste regenbuien op hun lichaam ontfangende; zy leggen deeze koopwaaren neder, en droogen dezelve in een zoort van zeer heete ovens. Op het eerste bevel zyn zy verpligt elken eigenzinnigen Planter naar zyne Plantagie te brengen, het geen hem den tyd voor zyne Negers uitspaart; en voor zoo veele diensten krygen zy eene kleine portie gemeen eeten en slegten drank. Zy lesschen hunnen dorst en honger met eenige bananen, welke zy aan de slaven afbedelen, of met het eeten van orange-appelen, en het drinken van water, het geen hen in korten tyd van hunne onheilen verlost. In alle de gedeeltens der Volkplanting worden zy niet beter behandelt, dan lastbeesten. Na de laading der Schepen te hebben ontladen, zyn zy verpligt, om, nat bezweet, en door woorden en slagen mishandelt, de goederen naar afgelegene pakhuizen te dragen. Eenige Negers hebben last om by hen te blyven, maar zonder handen aan 't werk te slaan. Zy zouden egter deeze uitgeputte matroozen, die door zulk een gedrag ten uitersten moedeloos gemaakt worden, gaarne ondersteunen. De Planters gebruiken hen ook, om hunne huizen te schilderen, om hunne glaazen schoon te maken, en duizend andere zoorten van werk, waar toe geen matroos immer geschikt is. 'Er gaat dus een aanzienlyk getal van verloren, die zonder deeze onmatige vermoeienis veel langer geleefd zouden hebben.
De Capitains in dienst der West-Indische Compagnie, uit vreeze van aan de Planters te mishagen, en hunne Schepen op eene enkele laading Suiker of Koffy te vergeefs te zien wagten, durven hunne manschappen aan hun niet weigeren: ik heb zelfs een matroos hooren noemen, die dikwils spyt had, dat hy niet uit het zelfde bloed, als de Negers, geboren was, en als een gunst afsmeekte, om met hun eene Koffy-Plantagie te mogen bearbeiden.
Ik nam, zoo dra mogelyk, de gelegenheid waar, om by Mevrouw DEMELLY te verneemen, wat 'er van de beminnelyke JOANNA geworden was. Zy onderrigtte my, dat Mevrouw D. B. in stilte aan boord van de Boreas ontsnapt was; dat de jonge slavin tans by eene Tante was, alwaar zy wagtte, om wel dra naar Fauconberg gezonden te worden; en dat zy aldaar zoude zyn zonder hulp, overgegeven aan het goeddunken van eenigen Opzigter zonder grondbeginzelen, benoemd door de schuldeisschers, die zig van de Plantagie hadden meester gemaakt, tot dat dezelve, als mede de slaaven, ten hunnen voordeele zouden verkogt zyn.--Groote God! riep ik uit!--Dadelyk vlood ik naar de ongelukkige JOANNA, en vond haar in traanen zwemmende.--Zy keek my aan! O! welken indruk maakte dit niet op my! Ik besloot van dit oogenblik af aan, om haar tegen alle belediging te verdedigen, en ik volhardde ook daar in, gelyk men by vervolg zien zal. Dat myne jeugd en ongemeene gevoeligheid hier ter myner verschooning pleiten! Myn gedrag ten minsten zal door hun, die een meedogend hart omdragen, niet kunnen veroordeeld worden.
Ik ging vervolgens naar mynen vriend LOLKENS, die by geluk Bestierder der Plantagie Fauconberg was, en verzogt hem zynen bystand, hem tevens myn oogmerk mededeelende, om JOANNA te koopen.
De heer LOLKENS was zeer verwonderd, en zag my eenigen tyd met stilzwygen aan; vervolgens stelde hy my een mondgesprek met deeze schoone slavin voor, die, door eene haarer naastbestaanden vergezelt zynde, al beevende voor my te voorschyn trad.
Het beminnelyk meisje verwierp, met eene zonderlinge kiesheid, alle voorstel, dat ik haar deed, om my toe te behooren, onder welke benaaming het ook wezen mogt. Zy wierp my tegen, dat, indien ik wel dra in 't geval zyn zoude, om naar Europa te rug te keeren, zy zig voor altoos van my zoude moeten afscheiden, of my volgen in een werelddeel, alwaar de laagheid van haaren staat haar zoo wel, als haaren weldoener, aan groote onaangenaamheden zoude blootstellen. JOANNA standvastig by haar besluit gebleven zynde, verzogt van my verlof om te vertrekken, en begaf zig naar het huis van haare Tante. Ik vernam, geduurende den loop van ons gesprek, dat zy het was, die my in myne ziekte het hartsterkend middel, de tamarinden, en de mand met orange-appelen gezonden had, "als een blyk van erkentenis, waar van zy doordrongen was uit hoofde van het mededogen, het welk haare droevige staat aan my had ingeboezemd". Al het geen ik toen voor deeze ongelukkige doen konde, bestond in het verzoeken der edelmoedige bescherming van den heer LOLKENS ten haaren voordeele. Ik verzogt hem, om haar ten minsten eenigen tyd op Paramaribo te laaten; en zyne menschlievenheid deed hem myn verzoek toestaan.
Den 30sten vernamen wy, dat onze Neger-Jagers, een dorp der muitelingen ontdekt hebbende, het zelve hadden aangetast. Zy doodden aldaar vier mannen, wien zy vervolgens de regtehand afkapten, dien zy aan den Gouverneur te Paramaribo zonden, als een blyk van hunne dapperheid en getrouwheid: zy maakten daarenboven drie gevangenen.
De Colonel FOURGEOUD verliet, op deeze tyding, de Rivier van Surinamen, alwaar hy zig als nog bevond, en vermoedende, dat men oogenblikkelyk het gebruik van zyn Regiment zoude noodig hebben, kwam hy den eersten Mey weder te Paramaribo aan; maar de zaak, die hem dit besluit deed neemen, had geene gevolgen. Tot onze groote verwondering liet men ons steeds naar ons welgevallen leven. Den 4den Mey egter wierden de Jagers op het Fort Zelandia gemonsterd. Ik was 'er by tegenwoordig, en moet toestemmen, dat deeze krygsbende van Neger-soldaaten het schoonste voorkomen had. De opregte en krygshaftige gedaante, die hen onderscheidde, deed my een groot genoegen. Zy ontfingen op nieuw de dankbetuigingen van den Gouverneur, voor hunne trouwe en dapperheid, in het inneemen van Boucou. Vervolgens gaf men hun, in de nabyheid van Paramaribo, een feest in het open veld, waar by hunne nabestaanden genoodigd wierden. Verscheide aanzienlyke persoonen van beiderleije kunne verscheenen op het zelve, en zagen met een groot genoegen hunne dappere verdedigers. De vreugde en opregte vriendschap heerschten eindelyk dien geheelen dag, zonder dat dezelve door eenige wanorde gestoord wierden.
Het Schip Westellingwerf verliet ook in dit oogenblik de Rivier van Surinamen, om naar Holland te rug te keeren; maar vooraf moest het zelve de Volkplanting van Surinamen aandoen. Onze beide oorlogschepen, zonder ons zeilvaardig gemaakt zynde, was 'er reden om te vermoeden, dat wy wel dra tot wezentlyker dienst, dan tot dus verre geschied was, gebruikt zouden worden. Wy hadden in de daad reden te verlangen, of dat dit gebeurde, of ten minsten, dat men ons veroorloofde om spoedig naar Europa te rug te keeren. De nadeelige gevolgen van deeze luchtstreek deeden zig niet alleen aan onze Officiers, maar zelfs aan onze soldaaten, gevoelen; en verscheiden, zoo van de een als van de anderen, gaaven zig niettemin by aanhoudenheid aan buitenspoorigheden over, die in deeze Volkplanting maar al te gemeen zyn. Een verdrietelyke arbeid en kwaade behandelingen deeden onze arme matroozen geduurig sneven. Onze soldaaten wierden de slachtoffers van werkeloosheid en wellustigheid, en dagelyks stierven 'er vyf of zes. Het is derhalven klaar, dat buitenspoorigheden, van welken aart ze ook zyn mogen, aan de Europeaanen in Guiana schadelyk zyn.
Maar de menschen geeven dikwils raad, dien zy zelve niet volgen. Dus, in weerwil van myn eerste besluit om de vermaaken te laaten vaaren, gaf ik my op nieuw aan allerlei zoort van uitspanningen over. Ik wierd lid van een gezelschap, alwaar men by elkander was om te drinken: ik deelde in de geoorloofde of ongeoorloofde vermaaken van myne medgezellen, en ging my in duizend uitspoorigheden te buiten. Ik ontsnapte egter de straffe niet, die ik zoo wel verdiende. Eene verschrikkelyke koorts tastte my op het onverwagtst aan, en dezelve was zoo geweldig, dat men in korten tyd alle hoop ter myner geneezinge verloor. Deeze gesteldheid hield zeventien dagen lang aan, geduurende welke ik in myn hangmat moest blyven liggen, zonder eenig ander gezelschap dan van een soldaat en mynen kleinen Neger. De besmetting was algemeen onder de geenen, die nieuwlings uit Europa gekomen waaren. Ieder van ons volk dezelve trachtende te ontwyken, of te overwinnen, veronagtzaamde men op die wyze zyne beste vrienden. Dit verwyt kan egter niet te laste gelegt worden aan de Colonisten, die misschien voor de Europeaanen de meest gastvrye menschen op den aardboden zyn. Niet alleen bezorgen zy alle zoorten van hartsterkende middelen in ruimte aan den zieken; maar zy beyveren zig zelfs, om van den morgen tot den avond in zyne kamer te zyn: vrienden of vreemdelingen, zonder onderscheid, dienen zy van raadgevingen, stellen orde, en betoonen al zuchtende hun mededogen, tot dat de ongelukkige buiten zinnen geraakt of sterft. Dusdanig zou myn onvermydelyk lot geweest zyn, en ik zoude my tusschen de twee uitersten van eene geheele verlaating, of van eene doodelyke kwelling bevonden hebben, zonder de gelukkige tusschenkomst van myne arme JOANNA, die, op zekeren morgen in myne kamer komende, met eene van haare zusters vergezelt, my zoo veel verwondering, als blydschap verwekte. Zy zeide my, dat zy wist, in welken staat van verlaating ik my bevond, en dat, zoo ik immer goede gedachten van haar gehad hadde, ik haar als eene byzondere gunst de vryheid zoude toestaan, om tot myn herstel by my te blyven. Ik deed dit, of liever ik nam haar aanbod met de levendigste erkentenis aan. Haare aanhoudende oppassing deed my myne gezondheid zoo gezwind weerom krygen, dat ik korte dagen daar na in staat was, om in de koets van den heer KENNEDY eens lucht te scheppen.
Tot op dit oogenblik was ik eenvoudiglyk de vriend van JOANNA geweest; maar ik gevoelde toen, dat zy my geheel had ingenomen. Ik vernieuwde haar myn voorstel om haar vry te koopen, haar eenige meerdere kundigheden te doen verkrygen, en haar naar Europa mede te nemen. Dit aan bod deed ik met de grootste oprechtheid; maar zy wees het zelve als nog van de hand, met te zeggen:
"Ik ben geschikt om in de slavernye te leven. Indien gy van my te veel werk maakt, zult gy de achting uwer vrienden zien verflaauwen. Aan den anderen kant, zal het verkrygen van myne vryheid u kostbaar, moeielyk, en misschien ondoenlyk wezen. Schoon Slavin zynde, klopt in my egter een hart, het geen ik vermeene, dat voor het hart der Europeaanen niet behoeft te wyken. Ik schaame my dus niet om u te erkennen, dat ik een waar gevoel van teederheid in my ontdekke voor u, die my boven alle anderen van mynen treurigen staat met zoo veel onderscheiding behandeld hebt. Gy hebt deernis met my gehad, myn Heer! en tans ben ik 'er hoogmoedig op, dat ik u op myne knien mag smeeken, om my toe te staan van by u te blyven, tot dat het noodlot ons van een scheid, of dat myn gedrag u reden geeft, om my uit uwe tegenwoordigheid te verbannen".
Deeze laatste woorden sprak zy uit met neergeslagen oogen; haare traanen rolden op haaren boezem, zy loosde diepe zuchten, en haare hand was in die van haare gezellin gedrukt.
Van dit oogenblik bleef dit uitmuntend meisjen by my. Nimmer had ik reden om van myne daad berouw te hebben, zoo als men by 't vervolg van myn verhaal zal zien.
Ik kan my niet wederhouden, om nog eene andere trek van myne geliefde JOANNA by te brengen: ik had haar voor de waarde van twintig guinies aan geschenken van onderscheiden aart gekocht, en ik was niet weinig verwonderd, toen ik des anderen daags die somme op myne tafel zag; JOANNA had alles aan de kooplieden te rug gebragt, die haar met genoegen de waarde hadden wedergegeven.
"Het is genoeg, zeide zy my, uw edelmoedig oogmerk gezien te hebben; ik zoude alle overtollige onkosten, voor my gedaan, beschouwen, als eene vermindering van de goede gedachte, die gy, zoo ik hoop, van myne onbaatzuchtigheid hebt, en die ik steeds trachten zal te blyven aankweeken".
Deeze was de taal van eene slavin, die niet dan de natuur tot leidsvrouw had. De zuiverheid van haare gevoelens heeft geene rechtvaardiging noodig; en ik had besloten alle myne zorgen aan haar te besteeden.
Ik zal 'er tans byvoegen, dat myne hoogachting voor haare onbevlekte deugd, zoo zeldzaam onder die van haaren staat, haare dankbaarheid voor alle myne gunstbewyzen, en het genoegen van een zoo volmaakt caracter in eene slavin te doen kennen, my hebben kunnen bloot stellen, om my de afkeuring van myne lezers, met hen over dusdanig onderwerp te onderhouden, op den hals te haalen. Laat myne verdediging hier in bestaan: dat, zoo iemand 'er zyne goedkeuring aanhecht, ik my al te gelukkig rekenen zal.
Deezen zelfden dag gaf ik een bezoek aan den heer DEMELLY, die, zoo wel als zyne vrouw, my met myne herstelling geluk wenschte; en te gelyker tyd, hoe vreemd dit ook schynen moge, wenschten zy my al glimlachende veel geluks met die geene, welke zy myn overwinst geliefden te noemen. Eene vrouw, aldaar tegenwoordig, verzekerde my, dat zoo al myn gedrag door iemand gelaakt wierd, het door verre de meesten zoude worden goedgekeurd.--Eene gepaste maaltyd, waar by verscheiden myner aanzienlykste vrienden genoodigd waaren, en geduurende welke ik zoo verrukt was, als geen jong getrouwd man immer wezen konde, eindigde de plechtigheid.
ZESDE HOOFTSTUK.
Verschrikkelyke strafoeffening.--Onzekere gesteldheid der staats-zaaken.--Korte tusschenpoozing van vrede.--Een Officier gedood, en zyne geheele krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet in de Volkplanting.
Den 21sten Mey, stierf onze Lieutenant Colonel LANTMAN, en een aantal van onze Officiers waaren ziek.
In plaats van uitspanning en vreugde, oeffenden de ziekte en de dood derzelver verwoestingen onder ons uit. Dit kwaad vermeerderde van dag tot dag, en in eene verschrikkelyke maate, onder onze soldaaten. Het lyk van den heer LANTMAN wierd met krygseer bygezet, in het midden van het Fort Zelandia, alwaar alle de misdadigers in gevangenis gesteld, en de Officiers begraven worden. Ik was niet weinig ontsticht, van op deeze plaats de gevangene muitelingen en andere Negers op de grafplaatsen der dooden kunne ketenen te zien schudden, en bananen en ignames te zien braden. Zy deeden zig aan mynen geest voor, als een groot getal duivels, die, onder de gedaante van deeze Africaansche Slaven, de zielen hunner vervolgers pynigden. Dien zelfden dag wierden zeven gevangen Negers uit deeze plaats van wanhoop gehaald, en door eenige lyfwagten naar de strafplaats gebragt, zynde dezelve tevens de begraafplaats der soldaaten en matroozen. Men hing 'er zes van op; en de zevende wierd met een yzeren bout levendig gerabraakt. Een blanke wierd bovendien door den beul, die in dit Land altyd een Neger is, voor het Rechthuis gegeesseld. Ik verhaal deeze strafoeffening alleen, om de afschuwelyke strengheid te bewyzen, waar mede men de slaven behandelt, naardien een Europeaan, die beter onderricht moest zyn, 'er met een ligte lyfstraf zoude afkomen, terwyl, zonder van de zes anderen te spreken, een ongelukkige Africaan, zonder opvoeding, het leven verloor, onder folteringen, welke hy doorstond zonder een zucht te loozen, of eenige klaagstem te doen hooren, en zulks om een misbedryf, dat aan beiden gemeen was, van namelyk op het Stadhuis eenig geld ontvreemd te hebben. Een van hun, die opgehangen wierden, den strop reeds om den hals hebbende, keek boven van de galge met een glimlach van verachting de Regeering aan, die by de strafoeffening tegenwoordig was. Ik moet hier niet vergeten, dat de Neger, die den blanken geesselde, hem niet dan met het voorkomen van groot mededogen de slagen toebragt. Zulke wreedheden noodzaken my te verklaaren, dat van de Europeaanen en Africaanen, welke deeze Volkplanting bewoonen, de eerstgemelden de meest ontmenschten zyn.
Myne verwondering betuigd hebbende over de onverschrokkenheid, waar mede deeze Negers zulke wreede straffen trotseerden, en ook niet minder myne verontwaardiging over deeze verschrikkelyke slagtingen, sprak my een man van een goed voorkomen, zig tot my vervoegende, dus aan. "Myn heer, gy zyt kortlings uit Europa gekomen, en hebt weinig kennis van de behandeling, die men den slaven aandoet, zonder 't welk gy minder verwondering en gevoeligheid betoonen zoud. Het is nog niet lang geleden, vervolgde hy, dat ik een Neger levendig heb zien hangen aan een galg, en wel door de ribben, waar door men eerst door middel van een mes een opening gemaakt had, om 'er een yzeren haak, aan een ketting vast gemaakt, door te steeken. De ongelukkige leefde op die manier drie dagen, met het hoofd en de voeten naar den grond hangende. Om het vuur, het welk hem inwendig verteerde, te verzagten, poogde hy de droppelen water, (het was in het regen-saisoen) die langs de kreuken van zyn ontvlamden borst afdroopen, met zyne tong op te vangen. In weerwil van deeze afschuwelyke foltering, liet hy geen enkelen weeklagt hooren; en zelfs deed hy aan een Neger, wien men door geesselslagen onder de galg van een reet, een verwyt over het geschreeuw, dat dezelve maakte. Hem by zyn naam genoemd hebbende, zeide hy hem: Da Boy Facy; zyt gy een man? gy gedraagt u als een kind!--Eenige oogenblikken daar na had de schildwagt, die by hem post hield, mededogen met zyne folteringen, en maakte 'er een einde van, door hem met de kolf van zyn snaphaan een slag op het hoofd te geven."--Dezelfde persoon voegde 'er by: "Ik heb een anderen Neger levendig zien vierendeelen. Vier sterke paarden trokken hem aan armen en beenen. Men duwde hem yzere nagels tusschen alle zyne voeten, en toonen, zonder dat de pyn hem de allerminste beweging deed maken. Om een glas brandewyn gevraagd hebbende, zeide hy, al gekscheerende, aan den beul, dat deeze 'er eerst van zoude proeven, uit vreeze van vergeven te zullen worden. Vervolgens beval hy hem aan wel toe te zien, dat zyne paarden behoorlyk trekken zouden; en hy stond zyne verschrikkelyke straf door zonder een zucht te loozen. Niets is voorts in deeze Volkplanting meer gemeen, dan dat men oude lieden levendig ziet rabraaken, en jonge vrouwlieden aan paalen vast ketenen, om aldaar door een langzaam vuur verbrand te worden." Ik was verstyft op het hooren van zulke verschrikkelyke verhaalen: de neerslagtigheid en droefheid, die zulke afgrysselyke toneelen in my verwekten, lieten my naauwlyks toe, om naar myn huis te rug te keeren.
Den 24sten, nieuwe krygsbehoeften uit Holland ontfangen hebbende, en van geen nut in de Volkplanting zynde, wierd algemeen besloten, dat wy spoedig onder zeil zouden gaan. Ons Regiment, schoon het gedeeltelyk door de Vereenigde Gewesten onderhouden wierd, was niettemin tot een zwaaren last voor de Maatschappy van Surinamen, en voor de inwoonders, die gezamentlyk alle de overige kosten betaalden. Derhalven wierd, in de hoop, dat wy omtrent half Juny zouden inscheepen, voor de tweede maal bevel gegeven, om hout en water aan boord over te voeren, en alle noodzakelyke toebereidzelen te maken.
Het is nutteloos te zeggen, wat ik in deeze omstandigheid ondervond. Echter was ik niet lang in de onzekerheid, want men ontfing des anderen daags bericht, dat de muitelingen eene Plantagie geplonderd, en de Opzichters vermoord hadden. Ons verblyf wierd dus, op verzoek van den Gouverneur zelven en van de inwoonders, verlengd. Dienvolgende wierden de drie transport-fregatten, die zedert den 9. February tot groote kosten altoos zeilvaardig gehouden waaren, buiten dienst gesteld; en men sloot alle derzelver krygsbehoeften in 't Quartier-Generaal, in bergplaatsen, die tot dit einde aangelegt waaren.
De inwoonders ziende, dat ons krygsvolk zig gereed maakte om dadelyk dienst te doen, begonden zig gerust te stellen. Zoo men al de beweegreden, welke ons aan het vreedzaam leven, dat wy leidden, ontrukte, moet betreuren, men moet tevens toestemmen, dat de Volkplanting meer belang had, om ons te velde te zien trekken, dan om ons te Paramaribo als lediggangers te laaten. Wy maakten derhalven alle onze toebereidzels tot den oorlog geduurende eenige dagen in gereedheid; en onze zee-soldaaten scheenen met een uitmuntenden geest bezielt. Maar den 7den Juny verklaarde men ons van hooger hand, tot onze onuitspreekelyke verwondering, voor de derde maal, dat, vermits de vrede hersteld was, en naar alle waarschynlykheid by vervolg niet meer stond gestoord te worden, de Volkplanting van Surinamen onzen dienst niet meer noodig had. Deeze tegenstrydige besluiten moesten noodwendig, zoo op het krygsvolk als op de inwoonders, een zeer kwaad gevolg te weeg brengen; en 'er deeden zig partyen op, die van woorden tot daaden kwaamen.
Zommige lieden beschuldigden den Gouverneur van jaloersheid over het onbepaald gezag, waar mede de Colonel FOURGEOUD bekleed was: anderen beweerden, dat deeze daar van misbruik maakte, en den eerstgemelden niet met die beleefdheid behandelde, welke hy hem had kunnen betoonen, zonder zyne eigene waarde te verzwakken. Terwyl alzoo de een verklaarde, dat wy, de muitelingen in toom houdende, het bolwerk der Volkplanting waaren, beschouwden hunne tegenpartyen ons niet anders dan als menschen, die gekomen waaren om de Volkplanting uit te putten.
Zonder het geschil zelve te beslissen, zal het my genoeg zyn te zeggen, dat zulk een misverstand ons verblyf op Paramaribo aller onaangenaamst maakte; want tusschen deeze twee partyen in de klem zittende, hadden wy eindeloos veel te lyden. Dien zelfden dag aan boord van een Hollandsch Schip, dat op de reede lag, aan tafel zittende, wierden wy door den vreeslyksten donderslag, die ik in myn leven gehoord heb, op 't onverwagtst ontrust. Verscheiden Negers, en een aantal vee, wierden door den blixem dood geslagen. Byna te gelyker tyd wierd de Stad Guatimala, in oud Mexico, door eene aardbeeving, welke meer dan agt duizend huisgezinnen deed omkomen, ingezwolgen.
Den 11den ontfingen de fregatten, die weder in dienst gesteld waaren, bevel, om zig in aller yl tot een spoedig vertrek gereed te maken, en ieder van ons bereidde zig daar toe in 't byzonder.