# Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet

## Part 67

Book page: https://www.cyberlibrary.org/nl/books/reize-naar-surinamen-en-door-de-binnenste-gedeelten-van-guiana-3ee67462/index.md

"Het Americaansch vergift verliest zyne doodelyke hoedanigheden, wanneer het in de drie zuuren uit het mineraalen-ryk ontbonden word; maar in rhum en azyn ontbonden zynde, behoudt het dezelve.

"Het schynt derhalven, dat de zuuren uit het mineralen-ryk aan het Americaansch vergift deszelfs schadelyke hoedanigheden ontnemen: ik zeg eenvoudig, dat dit zoo schynt, om dat men nog zoude kunnen denken, dat 'er een weinig zuur met het vergift vereenigd blyft, schoon men het heeft uitgedampt, en dat dit zuur op de vaten van de huid zyne werking doet. Het verschroeit dezelve, en byt ze eenigermaten weg.

"Schoon de zuuren de werking van het vergift beletten, schynt het, dat zy een nutteloos en gevaarlyk middel zyn, indien men ze op de vergiftigde spieren van het dier legt.

"'Er is een bepaalde tyd noodig, op dat het Americaansch vergift aan het dier worde medegedeeld. Deeze tyd is veel aanmerkelyker, dan die 'er tot de mededeeling van het vergift der slangen verëischt word. Deszelfs uitwerkingen op de dieren zyn veel onbepaalder en meer verschillende. Beiden kan men geneezen door het afzetten der deelen, wanneer zulks zonder doods-gevaar geschieden kan, en mits deeze afzetting in tyds geschiede.

"Het vergift, in het bloed gekomen zynde, doodt oogenblikkelyk: waar uit ontwyffelbaar blykt, dat, wanneer het uitwendig op een gewond deel van een levend dier gelegd word, het zelve groote wanorden in de dierlyke huishouding kan en moet veroorzaken, of zelfs den dood aanbrengen.

"Het vergiftigt de zenuwen niet; en is een onschadelyk sap, op welke wyze het dezelve ook aanraakt. Maar het is doodelyk, zelfs in de kleinste gift, indien men het door den strot-ader in het bloed brengt, even als het vergift der slangen doet. De geheele werking van dit vergift is dus op het bloed.

"De dood, die onmiddelyk volgt, zoo dra het vergift in 't bloed gekomen is, zoude kunnen doen denken, dat 'er in het bloed een werkzaamer, fyner, vlugger beginzel is, het welk aan het beste gezicht, en zelfs aan het vergrootglas ontsnapt. Dit beginzel zoude, in die veronderstelling, voor het leven noodzakelyk schynen; en op dit beginzel zelfs schynt het vergift onmiddelyk deszelfs werking te doen.

"Voor het nemen myner proeven, zoude niemand getwyffeld hebben, of het Americaansch vergift deedt zyne werking onmiddelyk op de zenuwen. Alle uiterlyke teekenen kondigden dit mede aan. Deeze teekenen gaan dus niet zeker; en de Geneeskundigen beschouwen dezelve ten onrecht als een bewys, dat de ziekte eene zuivere zenuw-ziekte is" (FONTANA, Memoire sur le poison Americain, appellé ticunas. Tom. II. pag. 83.)

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[28] Men vindt in het Kabinet van oudheden, in de Nationale Boekereije, eene merkwaardige reeks van kleederen en huisraad, door Asiätische, Africaansche, en Americaansche volken gebruikt wordende. Deeze dingen zyn, by gebrek aan plaats, onder de Grieksche en Romeinsche gedenkstukken ongelukkiglyk verward geraakt; maar men moet de Opzichters van dit Kabinet deswegens niet beschuldigen, daar zy liever verkozen hebben de voorwerpen op één te stapelen, dan ze verborgen te houden. Hun oogmerk, met die dingen in hun Kabinet te verzamelen, is, om na de gedenkstukken, die tot de geschiedenis der oude volken betrekking hebben, als daar zyn de Egyptenaaren, de Grieken, en de Romeinen, tevens aan de nieuwsgierigheid aan te bieden die geene, welke tot de geschiedenis der volken in afgelegene Gewesten behoord hebben, als de Chineezen, de Japoneezen, de bewooners van de Kust van Guinee, van de Landen in de Zuid-zee, van Peru, van Mexico, enz. Het was te wenschen, dat men de zaal afmaakte, die voor deeze gedenkstukken in de Nationaale Boekereije bestemd is, en dat men, overëenkomstig het verlangen der Opzichters, de even vermelde zaaken op ééne plaats by elkander voegde. Alles wat op deeze plaat vertoond word, is in het Kabinet der Boekereije te zien. Men ziet 'er bovendien een hut der wilden, waar in alle deeze werktuigen in 't klein met eene groote juistheid zyn nagemaakt, even als het verkleind model van onderscheidene gewerkte stoffen, het welk de gewezen Hertog van Orleans had laten maken, om in de bewaarplaats der konsten gezet te worden.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[29] Zie hier het geen Dr. BANCROFT van deezen aap zegt: "De quato (of coïata) is groot, en geheel met lange zwarte hairen bedekt, uitgenomen het aangezicht, het welk kaal en gerimpeld is. Zyne ooren zyn breed, en hebben de gedaante van menschen-ooren, Zyne oogen zyn zeer ingedoken, en zyn neus gelykt naar die van een Neger; maar is veel kleiner. Zyn lichaam heeft by de twee voeten lengte, en agttien duimen in den omtrek, aan de borst gerekend. Deeze Aap heeft geen baard, en ook geen staart. De dieren van dit zoort worden gemakkelyk zeer gemeenzaam. Zy betoonen in alle hunne daden veel behendigheid, en een zoort van list, waardoor zy opmerkelyk worden. Wanneer men hun de voorpooten of handen agter op den rug bindt, loopen zy met het lichaam over einde, en op hunne agterpooten, geheele dagen lang, en met zoo veel gemakkelykheid, als of zy in hunnen natuurlyken stand waren. Indien men een quato slaat, klautert hy dadelyk op een limoen-, of orange-boom. Indien men hem aldaar wil vervolgen, werpt hy de limoenen of oranje-appelen op het hoofd van den aanvaller; hy tracht hem zelfs af te weeren, door hem zyne vuiligheid toe te werpen; en hy trekt te gelyker tyd allerleije wonderbaarlyke gezichten; hy maakt duizend kromme sprongen, die aan de toekykers een oneindig vermaak verschaffen. De mannetjes zyn zeer wellustig, en men betrapt hen meenigmaal op zaad-verspillingen". (Natural History of Guiana, pag. 131.)

Aanteek. v.d. Franschen Vert.

[30] Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit de Geschiedenis der West-Indiën van ACOSTA. Deezen doet men zeggen in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt.

"Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen, draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander vast binden. Op die wyze maken zy een zoort van keten, en springen op een grooten afstand."

ACOSTA zegt, dat hy zelf geen getuige van dit gebeurde geweest is, maar hy staat in voor de waarheid van het volgende. Zie hier zyne woorden: "Ik heb aan 't huis van den Gouverneur van Carthagena een aap gezien, die zoo wel geleerd was, dat hy dingen deed, die ongelooflyk schynen. Men zond hem om wyn te haalen naar de herberg, doende hem de pot in de eene, en het geld in de andere poot nemen; en het was onmogelyk het geld van hem te krygen, eer men hem aan den wyn geholpen had. Indien hem op straat kinderen ontmoetten, en steenen naar hem wierpen, zette hy zyn pot op den grond neder, gooide de kinderen de steenen weder toe, tot dat zy den weg vry hadden gelaten; en dan keerde hy met zyn pot naar huis. Maar het sterkst van allen is, dat schoon hy veel van wyn hield, hy nooit den wyn aanraakte, dien hy t'huis bragt, zoo lang men 'er hem geen verlof toe gaf."

Aanteek. v.d. Schryver.

[31] Onze Reiziger zegt, dat de Franschen deezen boom Latanus-boom noemen: men weet, dat 'er twee van dien naam zyn. Hy heeft den eersten, die tot het geslacht der Palmboomen behoort, in het I. Deel, X. Hooftst. bladz. 308. beschreven. De beschryving van zynen Mauricy past op den tweeden niet. Verscheiden Natuurkenners, welken ik geraadpleegd heb, hebben hem geenen naam, die aan zyn zoort byzonder eigen was, kunnen geven; ik heb dus gemeend, zoo hier als op de Plaat, die hem vertoont, den naam te moeten behouden, welken hy in het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet in de gelegenheid geweest denzelven te zien.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[32] 'Er wordt hier waarschynlyk gedoeld op de amandel, welke men aard-pistache of aard-appel noemt, waar van de bloemen, uit welken zy voortkomen, naar den grond buigen, tot dat zy denzelven raaken. Wanneer de bloem heeft uitgebloeit, gaat de noot in den grond, werkt zig aldaar hoe langer hoe dieper in, en wordt een bultachtige, asch-kleurige, ronde en bogtige bol, van de grootte van een vinger, doorweven met draden, uit den wortel voortkomende. Deeze bol, die onder den grond ryp wordt, bevat twee of drie ronde roodachtige pitten, van de grootte van onze hazelnoten, en van denzelfden smaak.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[33] Zie hier, het geen Mejuffrouw DE MERIAN ten deezen opzigte zegt:

"De roode, blaauwe en witte druif groeit weelig in het Surinaamsch Gewest; een wynstok, gesneden en in den grond gestoken zynde, brengt zes maanden daar na rype druiven voort; zoo dat men alle maanden plantende, het geheele jaar door druiven hebben kan. Het is te betreuren, dat 'er in dit Land geene lieden gevonden worden, die zig op het aankweeken van deeze plant toeleggen; want wel verre, dat het noodig zoude zyn, om wyn naar Surinamen te voeren, zoude deeze Volkplanting dien zelfs aan Holland kunnen leveren, dewyl men verscheiden malen 's jaars zoude kunnen oogsten". Men vindt, in de verzameling der afbeeldingen van deeze Juffrouw, een Surinaamschen druiven-tros. Iets verder spreekt zy ook van kerssen; maar zy zegt, dat ze niet goed zyn: misschien had men in haaren tyd pogingen gedaan, om verscheiden van deeze vruchten in de Volkplanting van Surinamen aan te kweeken, en het welk niet gelukt zynde, STEDMAN dezelve niet zal hebben kunnen vinden.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[34] Men kan een slaaf van goed gedrag, in Surinamen, niet afzonderlyk verkoopen, zonder de toestemming van zynen vader, moeder, broeders en zusters.

Aantek. v. d. Schryver.

[35] Ik heb gezegd, dat JOANNA de dogter was van een fatsoenlyken Hollander, en dat het geslacht van haare moeder onder de aanzienlyksten op de Africaansche kust was.

Aantek. v. d. Schrijver.

[36] De Neger-Jagers hadden de gewoonte, om elken muiteling, dien zy doodden, de rechte hand af te kappen, en dan ontfingen zy vyf-en-twintig gulden. Men gaf hun vyftig gulden, wanneer zy 'er één levendig vongen, en duizend gulden voor het ontdekken van een gehucht of bezitting.

Aanteek. v. d. Schryver.

[37] De Negers hebben de onmenschelyke gewoonte, om de lyken hunner vyanden te verminken en te verscheuren; zommigen zelfs doen dit, even als de Caraïben, met hunne tanden.

[38] Men zie het Pourtrait van den Schryver, voor het eerste Deel van dit werk geplaatst.

[39] De Indianen maken de buitenste bast van deeze vruchten glad, na dat ze ledig gemaakt en gedroogd zyn, en doorvlammen dezelve op eene fraaije wyze met Roucoa en andere schoone kleuren, in acajou gom gemengd zynde. Hunne teekeningen, in 't wilde gemaakt, zyn vry juist voor lieden, die geene liniaalen noch passers hebben. Men ziet deeze werken nu en dan in de kabinetten van zeldzaamheden.

De inwooners der plaatsen, alwaar de Calebassen-boom groeit, beschouwen het vleesch van deszelfs vrucht als een algemeen geneesmiddel voor een groot aantal ziekten en toevallen. Zy gebruiken het tegen de waterzucht, buikloop, kwetsingen door vallen veröorzaakt, kneuzingen, ongemakken van wegen het steken der zon, hoofdpynen, zelfs om verbrandingen te geneezen. Zy maken 'er een geestryken drank van, naar onze limonade gelykende. Tegenwoordig heeft men het gebruik, om dit vleesch te laten koken, het afkookzel door een doek te gieten, vervolgens suiker daar in te mengen, en daar van eene buikzuiverende Syroop te maken, welke men op de Eilanden dikwils gebruikt, om geronnen bloed kwyt te raken: deeze Syroop word tans in Frankryk gemeen, alwaar men ze voor de borst gebruikt. Zy is bekend onder den naam van Calebassen-Syroop.

MILLER bericht ons, dat men, uit aartigheid, en met een goeden uitslag, den Americaanschen Calebassen-boom, in een broeikas van gematigde warmte, in Europa had aangekweekt; deeze boom vordert een ligten grond, en meenigvuldige besproeijingen. Men plant hem voort door stekken en versche korrels of pitten in den grond te steken.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[40] STEDMAN zegt in eene aanteekening, by deeze gelegenheid, te gelooven, dat deeze slang tot het zelfde zoort behoort, waar van Dr. BANCROFT spreekt, die, in navolging van de Indianen, denzelven de kleine Labarra noemt, waar van de beschryving alhier volgt:

"De kleine Labarra heeft ten naasten by de lengte van veertien voeten, en de dikte van een gewoone zwanen-schacht. Hy is bedekt met kleine blinkende schubben van eene donker bruine kleur, en eene meenigte witte vlakken. Zyne staart is klein en spitsachtig toeloopende, zyn kop een weinig plat, en grooter dan het overig gedeelte van zyn lichaam. Een ongelukkig voorval, onlangs op de Plantagie la Conception, in de Volkplanting Demerary, gebeurd, bewyst de kwaadaartigheid van het gift van deezen slang. Hy, die daar van de doodelyke gevolgen ondervondt, was een Neger-slaaf, een timmerman van zyn ambacht. Aan zyn werk zynde, en een stuk hout willende omkeeren, beet een slang van dit zoort, die 'er onder verborgen lag, hem in dien voorsten vinger van zyne rechte hand. De uitwerking van dit vergift was allergezwindst. De Neger had naauwlyks den tyd gehad, om den slang te dooden, of hy konde het niet langer op de been houden, maar viel op den grond ter neder, en stierf in minder dan vyf minuten. Het bloed, eene zoo schielyke ontbinding ondergaande, liep uit de slagaderen, en deedt op alle de uitwendige deelen van het lichaam purper-vlakken te voorschyn komen. 'Er volgde ook eene bloedstorting uit neus, ooren en mond, enz. Ik ben van dit geval geen ooggetuige geweest, maar ik verhaale het volgens het gezegde van lieden, wier geloofwaardigheid niet in twyffel kan getrokken worden, en die 'er by tegenwoordig waren, toen het voorviel".

De andere slang, waar van STEDMAN in het vervolg spreekt, schynt de Cenco te zyn, en met de evengemelde veel overëenkomst te hebben.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[41] Men vindt van dit dier, onder deeze benaming, eene beschryving in het Dictionn. d'Hist. Natur.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[42] Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar; de nabuurige Plantagiën herhaalden telkens de schoten; het alarm verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam van alle toeschieten.

Aanteek, van den Schryver.

[43] Deeze regels zyn uit het treurspel van Hamlet overgenomen.

[44] In het vierde deel der Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, pl. 83, vindt men één van deeze vledermuizen, die slechts drie klaauwen aan elke vlerk heeft.

Aanteek. van den Schryver.

[45] Zommige Schryvers noemen hem het Rivierpaard van Zuid-America. Ik zal dit dier op een geschikter plaats, beschryven.

Aanteek. van den Schryver.

[46] Dit was des te aanmerkelyker, om dat wy met alle de Indianen in vrede waren, en dat de Negers de gewoonte niet hebben om het zelve weg te nemen.

Aanteek. van den Schryver.

[47] Locust-tree.--STEDMAN noch BANCROFT geven den Latynschen naam niet op van deezen boom, welken de Engelsche woordenboeken, door my gebruikt, vertaalen door het woord Caroubier of Brood-boom De beschryving, welke zy beiden van deezen boom geven, koomt niet juist overëen met de beschryving van den boom, die onder den naam van Broodboom bekend is. Zie hier, wat de laatstgemelde, van den Locust-tree sprekende, zegt.

"Deeze boom, die dikwils zeventig voeten hoog is, en een omtrek van negen voeten heeft, behoort tot het geslacht der peulvrucht-dragende planten. Zyne schors heeft eene gryze heldere asch-kleur. Zyne takken, die alleenlyk aan den top uitschieten, zyn zeer talryk, en bedekt met eironde bladen, van omtrent drie voeten lang, en eene zeer donkere groene kleur. Dezelve zyn aan een enkele steel twee aan twee verspreid, en altyd in het midden door eene ribbe ongelyk verdeeld. In plaats van zyne bloemen, die veel van de gedaante van kapellen hebben, komen platte peulvruchten, van omtrent drie duimen lengte, en anderhalve duim breedte, van eene heldere bruine kleur, wanneer ze ryp zyn, en bevattende drie purperkleurige amandelen, die veel naar de Windsorsche boonen gelyken, maar veel kleiner zyn. Deeze amandelen zyn bekleed met eene meelachtige zelfstandigheid, van een suikersmaak en helder bruine kleur, welke de Indianen met graagte eeten, en die aangenaam en zoet is.--Uit de voornaamste wortels van deezen boom druipt eene harstächtige, heldere, doorschynende,geel- of rood-kleurige gom. Men vindt 'er stukken van in den grond tusschen deeze wortels. In overgehaalden brandewyn gesmolten zynde, (want in water laat zy zig niet ontbinden,) levert zy een vernis op, het Chineesch verlakt zelfs overtreffende. Het hout van den Brood-boom is van eene helder bruine kleur; het is hard, zwaar en duurzaam; maar het vergaat in het water, even als het hout van byna alle de boomen in dit Land" (BANCROFT, Nat. Hist. of Guiana.)

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[48] Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig, wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen, wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben.

Aanteek. van den Schryver.

[49] Zommige natuurkenners beweeren tegen het gevoelen van onzen reiziger, dat dit dier deeze snuit naar willekeur kan uit en intrekken, byna op de manier van een Olyphants snuit, of den hoorn van een Rhinoceros.

De Zee-paarden, in de huizen te Caijenne opgevoed, zyn uittermaten gemeenzaam, en worden gaarne gestreeld en gekrabd; zy loopen over al heen zonder kwaad te doen. Op het eetens-uur ziet men deeze dieren aankomen, als of zy tot het huisgezin behoorden; zy vermoeien de lieden, die aan tafel zitten, zeer; zy vragen hun op eene lompe wyze met hun snuit, om eeten te hebben; zy loopen rondom de eetens-tafel; zy eeten brood, cassave, vruchten, en dikwils, eer zy heen gaan, wryven zy zig tegen het huisraad.

De Indiaansche wilden bereiden de huid van deeze dieren, door dezelve uit te spannen en in de zon te laten droogen; zy bekleeden 'er hunne rondassen of oorlogs-schilden en hunne stormhoeden mede: de pylen en kogels doordringen met moeite dit gedroogde leder, het welk zeer hard, zeer dik, en waar van het weefzel zeer vast en in één gedrongen is. Te Caijenne maakt men 'er schoenen van, die langer duuren dan schoenen van ossen-leder; het water doorweekt dezelven niet ligt.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[50] Veele Reizigers maken melding van Zee-menschen, waar aan zy den naam gegeven hebben van Tritons, Nereïden, Sirenen, half visch, half vrouw, of Ambizen. Allen komen daar in over één, dat het zeemonsters zyn, naar menschen gelykende, ten minsten van het hoofd tot het midden toe.

Men leest in zeker boek, genaamd Delices de la Hollande, dat in het jaar 1430, na eenen zwaaren storm, die de dyken in Westvriesland had doorgebroken, een Meermin in het slyk gevonden wierd. Men bragt dezelve naar Haarlem; men kleede haar, en leerde haar spinnen; zy gebruikte ons voedzel, en leefde eenige jaaren, zonder het spreken te hebben kunnen leeren, en had altyd een trek naar het water behouden. Haar geluid had veel overëenkomst met dat van een stervend mensch.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[51] Hy hieldt hardnekkiglyk staande, dat deeze gezouten spyzen uitmuntend voor de gezondheid waren; en met dit al had hy drie koks uit Europa medegenomen.

Aanteek. van den Schryver.

[52] In plaats van dezelve neemt men ook wel een schelp, een visch-graat, of tyger-tanden.

Aanteek. van den Schryver.

[53] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den Mensch zegt:--"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur, die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is".

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[54] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart kinderen baaren.

Aanteek. van den Schryver.

[55] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk, dan zy.

Aanteek. van den Schryver.

[56] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn, naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[57] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt.

Aanteek. van den Schryver.

[58] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek.

Aanteek. van den Schrijver.

[59] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen.

Aantek. van den Schryver.

[60] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum maakt, en geen suiker raffineert.

Aanteek. van den Schryver.

[61] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk, tegen over bladz. 128.

[62] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden, hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[63] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk bloemen voortbrengt, Caraïbische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw DE MERIAN zegt:--"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraïben gebragt naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".--Zy is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[64] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van Anona in de plant-tuinen in Holland bekend.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[65] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen, die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben.

Aanteek. van den Schryver.

[66] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze boom, die zeer veel overëenkomst heeft met den Engelschen eikenboom, overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid, waar mede hy zig vertoont.

Aanteek. van den Schryver.

[67] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in 't geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden.

Aanteek. van den Schryver.

[68] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over nam.--Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig zelven van boven neder op de straat.--Een andere Neger, om zig over zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar het liefste was, haar tevens veröordeelde tot eene eeuwigdurende straf, waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was.

Aanteek, van den Schryver.

