Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet

Part 6

Chapter 6 3,757 words Public domain Markdown

In 't jaar 1751, bevond dezelve zig in den deerniswaardigsten staat, en de grootste verwarring. De inwoonders zich aan de Staaten Generaal vervoegd hebbende, deeden de laatstgemelden den Baron SPOKE met zes honderd mannen, die uit verschillende legerbenden in Hollandschen dienst genomen waaren, derwaarts vertrekken. Hy had last, om den Gouverneur MAURITIUS naar Europa te zenden, om aldaar zyn gedrag te verantwoorden: de laatstgemelde kwam niet weder in de Volkplanting. In 't jaar 1753, verzogt en verkreeg hy zyn afscheid, na eene eerlyke kwyting ontfangen te hebben. SPOKE, die, geduurende de afwezigheid van MAURITIUS, deszelfs post moest waarneemen, vond alles in de grootste wanorde. De onëenigheid tusschen de inwoonders en hunne hoofden, was tot die hoogte gestegen, dat het juiste oogenblik daar was, om 'er zonder verwyl in te moeten voorzien. De Baron hield zig daar mede wel bezig; maar hy stierf een jaar na zyne aankomst; en alles wierd op nieuw het onderst boven gekeerd.

In 't jaar 1757, den staat der zaaken dagelyks hoe langer hoe erger wordende, geduurende het bestuur van den heer CROMMELYN, toen Gouverneur van deeze Volkplanting, barste 'er een nieuwe opstand, veroorzaakt door de mishandelingen, die de Negers van hunne meesters ondergingen, in de Tempaty-Kreek uit: deeze opstand wierd wel dra één van de ernstigste. De muitelingen verëenigden zig met zestien honderd andere kastanje-bruine Negers, die zedert langen tyd zig op agt dorpen hadden nedergeslagen, in de nabyheid van deeze zelfde Kreek. Zy leverden verscheide gevechten, waar van de goede uitslag hun wapenen verschafte; en de Colonisten zagen zig gedwongen om vrede met hun te maaken, zoo als, in 't jaar 1749, met de muitelingen van Saraméca.

Geduurende deezen opstand, wierd één der Capitains van het krygsvolk der Societeit, genaamt MEYER, ter zaake van lafhartigheid voor eenen krygsraad betrokken. Schuldig bevonden zynde, wierd hy verweezen om doodgeschoten te worden, en gevolgelyk wierd hy naar de strafplaats gebragt, alwaar alles in gereedheid zynde om hem dood te schieten, hy van den Gouverneur vergiffenis verkreeg, die hem naderhand niet alleen met veel achting behandelde, maar hem bovendien tot den rang van Majoor verhief.

Om te bewyzen, hoe ongerymd het vooroordeel is, het geen menschelyke schepsels als beesten doet beschouwen, alleenlyk om dat ze van ons in kleur verschillen, zal ik hier eenige der voornaamste omstandigheden en plechtigheden schetsen, die het sluiten van deeze vrede hebben vergezelt.

Het eerste voorstel der Colonisten was een verzoek tot een mondgesprek, het welk de muitelingen toestonden. In den loop der byeenkomst vorderden de laatstgemelden, dat de Hollanders hun jaarlyks, onder veele andere artikelen, eene zekere hoeveelheid van schietgeweer en krygsbehoeften zenden zouden. Alle deeze zaaken stonden vermeld op een lange lyst, in slecht Engelsch geschreven door een Neger, genaamt BOSTON, die Capitain der muitelingen was.

De Gouverneur, de heer CROMMELYN, deed derhalven twee Commissarissen vertrekken, de heeren SOBER en ABERCOMBIE, die, onder geleide van eenige soldaaten, de bosschen doortrokken; zy waaren met geschenken belaaden, en hadden magt om over eenen volkomenen vrede te handelen.

In de legerplaats der muitelingen aan de Jocka-Kreek, vyftien mylen ten oosten van de Tempaty-Kreek gelegen, wierden zy aan een Neger, een zeer schoon manspersoon, genaamd ARABY, die als Opperhoofd het bevel voerde, en in de bosschen geboren was, aangeboden. Hy ontfing hen zeer vriendelyk, nam hen by de hand, en verzogt hen om in 't groen naast hem te gaan zitten. Tevens verzekerde hy hun, dat zy niets te vreezen hadden; en dat zy door eene geheiligde beweegreden derwaarts geleid zynde, niemand hen zoude willen nog durven ontrusten.

Toen de Capitain BOSTON echter bemerkte, dat de Commissarissen niets medebragten, dan beuzelingen, als messen, schaaren, kammen, spiegeltjes, en de voornaamste stukken, te weten het buskruid, de schietgeweeren, en de krygsbehoeften, vergeten hadden, naderde hy hun op eenen bitsen toon, en vroeg hun, met een donderende stem, of de Europeaanen dagten, dat de Negers niets dan kammen en spiegels noodig hadden; hy voegde 'er by, dat één stuk van het laatstgemelde huisraad voldoende was, om aan hun allen hun eigen gezicht te laaten bezien, terwyl een enkel vat manfanny (buskruid,) aan hun werdende aangeboden, hun gestrekt zoude hebben tot een bewys van het vertrouwen, dat men in hun stelde. Hy eindigde met te zeggen, dat, dewyl men zulke gewichtige zaaken vergeten had, hy nimmer in de te rug komst der Commissarissen zoude toestemmen, tot dat men alles, wat op de lyst stond, gezonden zoude hebben, en dat gevolgelyk het Verdrag zoude zyn volvoert geworden.

Deeze te rug komst wierd egter bewerkt door een anderen Neger, genaamd de Capitain QUACO, welke verklaarde, dat deeze heeren slechts afgezondenen van den Gouverneur waaren; dat zy, voor zyne daaden niet verantwoordelyk zynde, zekerlyk zonder eenig leed zouden te rug keeren; en dat niemand, zelfs hy Capitain BOSTON niet, zig zoude hebben te verstouten, om zig tegen hun vertrek te verzetten.

Het Opperhoofd gebood toen het zwygen, en verzogt ABERCOMBIE, om zelf een lyst te schryven, die hy hem op gaf. Toen dezelve was afgemaakt, en de Commissarissen belooft hadden die te zullen overbrengen, verklaarden hun de Negers, dat zy aan den Gouverneur en aan zynen Raad een geheel jaar lieten, om 'er zig over te beraaden, en den vrede of den oorlog te verkiezen; zy verbonden zig onder eede, dat in dien tusschen-tyd alle vyandelykheid van hunnen kant zoude ophouden. Vervolgens onthaalden zy de afgevaardigden, zoo goed als hunne gelegenheid in het midden der bosschen zulks toeliet, en zy wenschten hun een goede en behoudene reis.

Een van de Officiers der muitelingen deed by deeze gelegenheid de Commissarissen opmerken, dat het wel ongelukkig was, dat de Europeaaen, die zig eene beschaafde natie noemden, de oorzaak van hun eigen verderf waaren, door hunne onmenschelykheid jegens hunne Slaaven. "Wy verlangen, voegde hy 'er by, dat gy aan uwen Gouverneur en Raaden zegt, dat, zoo zy geenen opstand meer hebben willen, zy zorge moeten dragen, dat de Planters de menschen, die hun eigendom zyn, beter behandelen, en hen niet overlaaten aan de mishandeling van Bevelhebbers en Opzigters, die zig in den drank te buiten gaan, die de Negers met zoo veel onrechtvaardigheid, als wreedheid straffen, die hunne vrouwen en dogters verleiden, de zieken verwaarloozen, en op die wyze een groot aantal arbeidzaame en sterke menschen naar de bosschen jaagen, die met hun zweet uw onderhoud winnen, zonder welken de Volkplanting niet zoude kunnen bestaan, en aan wien gy eindelyk het onverdiend geluk hebt, om zoo laag den vrede te komen afbidden."

ABERCOMBIE de muitelingen verzogt hebbende, om hen door één of twee van hunne voornaamste Officieren tot Paramaribo te doen vergezellen, alwaar hy beloofde, dat zy wel ontfangen zouden worden, antwoordde ARABY hem met een glimlach, dat dit na een jaar de tyd zou zyn, wanneer de vrede geheel en al zou gesloten wezen; dat hy hun dan zynen jongsten zoon zoude zenden, om naar de manieren der Europeaanen te worden opgevoed; maar dat hy voor het onderhoud van hem zelf, en van de geenen, die van hem zouden afhangen, zoude moeten zorgen, zonder immer aan de Colonisten den minsten overlast te veroorzaaken.

De Commissarissen verlieten de muitelingen na dit bekomen antwoord, en de geheele bezending kwam gezond en behouden te Paramaribo te rug.

Het jaar uitstel verloopen zynde, zonden de Gouverneur en het Hof der Volkplanting twee nieuwe Commissarissen naar de legerplaats der Negers, om eindelyk deezen zoo gewenschten vrede te sluiten, en na veele tegenkantingen en zwarigheden van de eene en andere zyde, wierden 'er de voorwaarden van bepaalt. De Europeaanen beloofden alle de geschenken, die men hun afvroeg. De Negers drongen van hunnen kant, tot een bewys hunner genegenheid, aan, dat elk der Commissarissen eene van hunne schoonste meisjens tot zyn gezelschap nemen zoude, zoo lang zy beiden in hunne legerplaats verblyven zouden. Zy behandelden hen edelmoediglyk, en bedienden hen van wild-braad, visch, vrugten, in alles het beste, wat het bosch opleverde; en zy hielden zig aanhoudend bezig met hun de vermaaken te verschaffen van dansen, speelpartyen, en verdubbelde salvo's met schietgeweeren.

By de te rug komst der Commissarissen, wierden de bedongene geschenken aan de Negers van de Jocka-Kreek afgezonden; en het geen merkwaardig is, de geen, dien men met het overbrengen van dezelve belastte, was die zelfde MEIJER, die, schoon aan het hoofd van zes honderd mannen, zoo soldaaten als slaaven, gesteld zynde, hen niet had durven bestryden. De kleinmoedigheid van deezen Officier bleek zelfs by deeze gelegenheid, en bragt byna de geheele zaak in de war; want hy had de zwakheid, tegen de aan hem gegevene beveelen, om de geschenken over te geven, zonder wederkeerig de beloofde gyzelaars te ontfangen. By geluk hield ARABY zyn woord, en zond uit dien hoofde vier van zyne beste Officiers naar Paramaribo. De vrede wierd, door dit middel, volkomentlyk gesloten. Een Verdrag van twaalf of dertien Artikelen wierd, in 't jaar 1761, door de Hollandsche Commissarissen, ter eenre, en door zestien Neger Capitains en ARABY zelven, ter andere zyde, geteekend. De plechtigheid der teekening wierd verrigt op de Plantagie Ouca, aan de Rivier van Surinamen, werwaarts de te zamen verdragende partyen zig begaven.

Deeze teekening egter kwam aan den Bevelhebber ARABY en de zynen niet voldoende voor. Zig door eenen eed verbonden hebbende, vorderden zy, dat de Commissarissen van gelyken deeden, en op de zelfde manier als zy, zig niet vertrouwende, zoo zy zeiden, op den eed der Christenen, door wien zy denzelven zoo dikwerf hadden zien schenden. Men moet toestemmen, dat de Negers zulke naauwgezette waarneemers van deeze plechtige verbintenis zyn, dat ik, geduurende myn geheele verblyf in de Volkplanting, nimmer gezien hebbe, dat een enkele van hun denzelven niet getrouwelyk is naargekomen.

Zie hier, op welke wyze deeze Eed wierd afgelegd. Men trok, met een lancet of pennemes, eenige droppels bloed van een Europeaan en van een Neger: dit bloed wierd in een calebas-fles of kelk gevangen, en dezelve wierd vervolgens gevuld met schoon en helder water, waar in men ook eenige vinger-greepen drooge aarde geworpen had. Allen die tegenwoordig waaren, zonder uitzondering, dronken van dit mengzel; het geen genoemd word elkanders bloed te drinken; maar vooraf spreidde men 'er van op den grond, als een godsdienstig sprengen op het autaar. Vervolgens nam de Gadoman, of Priester, met de oogen en armen hemelwaarts, hemel en aarde tot getuigen; daar na bad hy, met eene verstaanbaare en harde stem, en in de afgryzelykste uitdrukkingen, den Almachtigen, om zyne eeuwige vervloeking te doen komen over hun, die dit geheiligd Verdrag, dat men stond te sluiten, het eerst verbreken zouden. De meenigte van Negers gaf, op deeze plechtige verwensching, ten antwoord da so; het welk in hunne taal beteekend amen.

Toen de plechtigheid geëindigt was, ontfingen ARABY, en elk van zyne Capitains, om hen van de Negers van laageren rang te onderscheiden, even als men, in 't jaar 1749, met opzigt tot ADOE gedaan had, een fraaije rotting met een zilveren knop, waar op insgelyks het wapen der Volkplanting gesneden was.

De Negers, welke hier bedoelt worden, dragen den naam van Oucas, naar de Plantagie alwaar deeze vrede getekend wierd. Deeze naam onderscheid hen van die van Saraméca, waar van ik hier boven gesproken heb, en by vervolg nog spreken zal.

Byna op deezen zelfden tyd wierd het Octroy van vrydom door hun Hoog Mogenden, ten behoeven van de West-Indische Compagnie, vernieuwd, mits vyf millioenen ponden sterling, tegen den interest van zes ten honderd, ter leen opschietende. Deeze vernieuwing was op twee andere tyden reeds mede geschied.

Dit zelfde jaar wierd de vrede ook, voor de tweede maal, met de Negers van Saraméca gesloten. Hun eerste Opperhoofd ADOE was niet niet meer in leven, en zyn opvolger was een zwarte, genaamt WILLE. Deeze nieuwe vrede wierd ongelukkiglyk ontrust door eenen Capitain, genaamt MUZINGA, die geene der geschenken, aan WILLE gezonden, ontfangen had: zy waaren op weg onderschept geworden, even als, onder ADOE, de woeste ZAM-ZAM gedaan had; met dit onderscheid egter, dat niemand der overbrengeren gedood, nog mishandeld wierd.

De Capitain MUZINGA, dus voorönderstellende, dat de Colonisten hunne trouw geschonden hadden, streed als een wanhoopige tegen hen: hy noodzaakte eene aanzienlyke krygsbende om te rug te deinzen, na een aantal manschappen van dezelve gedood, en al haar legertuig en krygsbehoeften weg genomen te hebben.

Echter wierd de oorzaak van zyn misnoegen wel dra bekend, en men vond middel om hem te vreden te stellen, door hem dezelfde geschenken, als aan alle de andere hoofden, toe te zenden. De vrede wierd toen (in 't jaar 1762) tusschen de Colonisten en de Negers van Saraméca voor de derde maal gesloten: dezelve heeft ongestoord tot den huldigen dag blyven voortduuren. De voorwaarden daar van zyn zorgvuldig naargekomen, de Oucas-Negers hebben van gelyken gedaan; en beiden hebben op deeze wyze door hunne dapperheid hunne vryheid verkregen.

De gyzelaars en hoofden van deeze twee opgekomene volken wierden, by hunne aankomst op Paramaribo, aan de tafel van den Gouverneur toegelaten, die hen vooraf in zyn eigen koets, statelyk de Stad deed doorryden.

De Oucas- en Saraméca-Negers moeten, zoo als ik reeds gezegd heb, volgens hunne Capitulatie, jaarlyks eene zekere hoeveelheid wapenen en krygsbehoeften ontfangen. Van hunnen kant, beloofden zy zig steeds als getrouwe bondgenooten te gedragen, alle overloopers tegen eene behoorlyke premie te rug te zenden, nooit gewapend op Paramaribo te verschynen, ten getaale van meer dan vyf of zes mannen te gelyk, en hunne bezittingen op eenen behoorlyken afstand van deeze Stad en van de Plantagiën te houden. De Negers van Saraméca bewoonen de oevers van de Rivier van dien naam, en de Oucas de omliggende streeken van de Jocka-Kreek, by de Rivier Maroni. Een of twee blanken moeten, als Afgezanten, in 't midden van deeze volken hun verblyf houden.

In het tydperk, waar van ik spreek, konden zy gerekend worden uit omtrent drie duizend zielen te bestaan; maar eenige jaaren laater wierd hun getal, de vrouwen en kinderen daar onder gerekend, door de Commissarissen, die tot het onderzoeken van hunne bezittingen afgezonden waaren, op byna vyftien of twintig duizend gerekend. Zy hebben reeds veel moedwilligheid doen blyken; zy zwaaijen met hunne rottingen met vergulde knoppen, tot een teeken van wantrouwen op de inwoonders; zy perssen hun sterke dranken, en zelfs geld af; en zy herinneren hun, hoe wreedaartig hunne voorouders zyn vermoord geworden.

Volgens alle deeze omstandigheden, en deezen trapswyzen aanwas, moet ik besluiten, dat indien de goede verstandhouding immer ontrust word, deeze nieuwe bondgenooten de gevaarlykste vyanden worden zullen, welke de Volkplanting van Surinamen kan hebben te bestryden.

In 't jaar 1763, zou de Stad Paramaribo geheel en al zyn verbrand geworden, zonder den moed en onverschrokkenheid der bootsgezellen, die met gevaar van hun leven, en zonder eenige andere hulp, een algemeenen brand voorkwamen.

Byna gelyktydig barste 'er aan boord van het Schip Nyenburg, naar Oost-Indiën bevracht, en waar op Capitain KETEL het bevel voerde, een opstand uit. Het Scheepsvolk, voornamelyk bestaande uit Duitsche en Fransche overloopers, die in Holland geworven waaren, stond tegen hunne hoofden op, vermoordde de meeste Officiers, zette de anderen in boeijen, en zeilde met het Schip naar Brasiliën. De hoofden der muitelingen gingen aan land; zy gaaven zig aldaar aan allerleie buitenspoorigheden over, en twisten waaren 'er het gevolg van. De Portugeesche Gouverneur, na dit wangedrag wel dra kennis bekomen hebbende, wie zy waaren, liet hen allen gevangen zetten; maar hunne medepligtigen, die aan boord waaren, de lucht hebbende van 't geen 'er gebeurde, ligtten dadelyk het anker, en zeilden naar Cayenne, alwaar deeze opstand zeer schielyk gedempt wierd; want de Franschen, zig van het Schip en volk meester gemaakt hebbende, zonden die beiden naar Surinamen. op. Aldaar aangekomen zynde, ontfingen de schuldigsten hunne straf aan boord van dat zelfde Schip, het geen zy overweldigt hadden, en toen (in 't jaar 1764,) op de reede van Paramaribo ten anker lag. Een deezer schelmen wierd onthoofd; men hing 'er zes aan de groote raa op; hunne hoofden wierden op pieken gestoken, en in kooijen gesloten, die daar toe opzettelyk gemaakt waaren, en aan het strand geplaatst wierden. De Portugeezen van hunnen kant deeden de geenen, die zy gevangen genomen hadden, naar Amsterdam vertrekken: zy wierden ook ter dood gebragt, en ontfingen hunne straf aan boord van het Schip Weststellingwerf, op de reede van Texel. Dit zelfde Schip maakte by ons vertrek uit Holland een gedeelte van onze vloot uit. De lyken van deeze booswigten wierden in yzere ketens opgehangen, en, anderen ten voorbeelde, langs de Kust geplaatst.

Dit zelfde jaar, wierden insgelyks drie Soldaaten der Volkplanting of Societeit, die aan muiterye en overloopen schuldig stonden, te Surinamen gestraft; maar, dewyl hun geval in zyn zoort zeer zonderling is, zal men my, zoo ik hoop, ten goede duiden, dat ik 'er eenige omstandigheden van opgeeve.

Geduurende eenen opstand, in 't jaar 1761 voorgevallen onder de Negers van de Volkplanting de Berbices, die zoo wreedelyk niet mishandeld waaren als elders, wierd een Regiment van Zee-Soldaaten onder bevel van den Colonel DE SALSE uit Holland naar deeze zelfde Volkplanting gezonden; en de naby gelegene bezittingen deeden ook eenig krygsvolk vertrekken, om den opstand te dempen. De uitslag daar van wierd spoedig beslist. De bosschen in dit gedeelte van Guiana van een kleinen omtrek zynde, kan men daar gemakkelyk doordringen, het geen de muitelingen belet zig aldaar staande te houden, en hun geene zekere schuilplaats tegen hunne vervolgers bezorgt. Het gevolg daar van was, met opzigt der tegenwoordige muitelingen, dat een groot getal van hun gedood wierdt, anderen gevangen genomen, de overigen eindelyk genoodzaakt zig op genade of ongenade over te geven; zonder 't welk zy van honger zouden hebben moeten sterven.

Geduurende den loop van deezen tocht wierd een hoop krygsvolk van zeventig mannen, een Officier aan 't hoofd hebbende, en door de Volkplanting van Surinamen afgezonden, aan de oevers van de Corantyn geplaatst. Deeze afgezondene manschappen, verëenigd met een party Indianen, de natuurlyke vyanden der Negers, maar Vrienden der Europaanen, versloegen de muitelingen in eene schermutzeling, doodden 'er verscheiden van, en hernamen voor de waarde van omtrent dertig duizend ponden sterling aan goederen, die op de nabuurige Plantagiën geroofd waaren. De bevel-voerende Officier deezen buit onvoorzigtiglyk onder de Indianen alleen verdeelt hebbende, zonder 'er zyne soldaaten van mede te deelen, maakte hen dermaten te onvreden dat zy aan het muiten sloegen.

Hem verlaten hebbende, begaven zy zig naar den kant van de Orenoco, dwars door de bosschen, in de hoop van wel dra in de Spaansche Bezittingen aan te landen, en aldaar gunstig te zullen ontfangen worden. Maar hoe waaren deeze schelmen in hunne verwagting bedrogen, toen zy op den tweeden of derden dag van hunnen tocht de muitelingen ontmoetten. In weerwil van de sterkste betuigingen der soldaaten, dat zy zonder eenig kwaad oogmerk gekomen waaren, in weêrwil van hunne ernstige verzoeken, om hen vryelyk te laten doortrekken, hielden zy hen verdacht, dat zy als spions waaren afgezonden, om hen te verraaden: zy vorderden derhalven, dat zy de wapenen zouden nederleggen; het welk gedaan zynde, schaarden deeze muitelingen de overgeloopenen dadelyk onder eene linie; toen koozen zy tien of twaalf van hun uit, om hen in het oppassen hunner zieken en gekwetsten te helpen, om hunne snaphaanen te herstellen, en om buskruid te maken, iets, waar mede zy niet wisten te recht te komen; vervolgens verweezen zy de anderen ter dood, het welk oogenblikkelyk wierd ter uitvoer gebragt; en meer dan vyftig deezer elendigen wierden op staande voet daar ter plaatse dood geschoten.

Men kan gemakkelyk naargaan, dat zy, die door deeze Negers in 't leven behouden wierden, een droevig leven onder hen leidden; en in de daad de meesten vergingen, na verloop van eenige maanden, door mishandelingen, vermoeijenis en, gebrek. De anderen wierden, toen de muitelingen zig op genade of ongenade overgaven, in yzere boeijen gesloten, en naar de Volkplanting van Surinamen opgezonden. Drie van hun wierden ter dood veröordeeld, namelyk twee om levendig gerabraakt, en de derde om opgehangen te worden. Een van de eerstgemelden was een Franschman, genaamt RENAULD, die de gevoelens der Negers, toen hy by hun verkeerde, scheen te hebben ingezogen. Op 't punt zynde van zyn straf te ondergaan, spoorde hy met een heldenmoed, zyn medgezel, een Duitscher van geboorte, die reeds by hem gebonden en uitgerekt lag, aan, om zig onverschrokken te gedragen; en op het tydstip zelven, dat de beul bezig was met zynen verschrikkelyken post aan hun beiden uit te oeffenen, zeide hy hem, dat de reize des levens ras geëindigd zoude zyn.

De hoofden der muitelingen wierden by dozynen levendig verbrand, en zy gaaven den geest, zonder eenig gekerm, zelfs zonder eenigen zucht te loozen. Het ongelukkig lot deezer elendigen verwekte een groot mededogen. Het is onmogelyk, zonder van de levendigste veröntwaardiging doordrongen te zyn, om aan eene zoo afschuwelyke strafoeffening te gedenken, die aangedaan wierd aan menschen, welke door geweld en onderdrukking tot wegloopen genoodzaakt waaren geworden.

Met dit al vermeene ik te moeten staande houden, dat de stiptste tucht, en de grootste ondergeschiktheid, door de rechtvaardigheid gematigd, onder een talryk volk, hoedanig het zelve ook zy, volstrekt noodzakelyk zyn, niet alleen ten nutte van het algemeen, maar als het eenig middel om de gestrengheid jegens byzondere persoonen (het gewoon gevolg van eene te groote toegevenheid) te ontwyken, en om eindelyk niet met weêrzin gedwongen te worden, de goede orde door aanhoudende gestrengheden en kastydingen te herstellen.--Laaten wy tans deeze treurige toneelen verlaaten, en overgaan om te beschouwen, wat 'er al gelukkigs aan de Volkplanting van Surinamen, geduurende de kortstondige oogenblikken van haaren voorspoed, is te beurt gevallen.

VIERDE HOOFTSTUK.

Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand, welke groote nadeelen, en byna den ondergang der Volkplanting veroorzaakt.--Monstering van het krygsvolk tot derzelver verdediging.--Gevecht tusschen dezelven en de muitelingen.--Goed gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den Colonel FOURGEOUD.

In 't jaar 1764, waaren de goude en zilvere speciën in Surinamen zoo zeldzaam, dat men daar aan te gemoet kwam door papieren-geld, een byzonder afdrukzel vertoonende. Het zelve bedroeg in 't geheel de somme van 40,000 ponden sterling, en diende in plaats van gemunt geld, met een verlies van 10 ten honderd.

In 't jaar 1769, viel 'er eene gebeurtenis voor, misschien eenvouwdig in zig zelve, maar zeer buitengewoon in dit Land; alwaar men 'er zeer verwonderd over was. Eene vrye Negerin, genaamt ELIZABETH SAMPSON, trouwde met een Europeaan. Zy had meer dan honderd duizend ponden sterling geërft van iemand, wiens slavin zy geweest was. Zig aan hun Hoog Mogenden vervoegd hebbende, om verlof tot het aangaan van dusdanig huwelyk te bekomen, wierd haar verzoek aan haar toegestaan. Dienvolgende liet zy zig doopen, en trouwde met een Colonist, genaamt ZUBLI.

Het volgend jaar, onderging de Volkplanting eene aardbeving, die egter weinige nadeelen veroorzaakte.