Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet

Part 54

Chapter 54 3,861 words Public domain Markdown

Omtrent op het einde van de maand October, boden de Bewindhebberen der Compagnie van de Berbices my den post aan van Vice-Gouverneur deezer Volkplanting, in de nabyheid van die van Surinamen gelegen. Ik begaf my dus naar Amsterdam, om te vernemen, welke hunne voorslagen waren. Zy bepaalden my eene zeer zwaare bezolding, en beloofden my groote voordeelen; maar ik hield aan op de belofte, om aan den tegenwoordigen Gouverneur by deszelfs eerder afsterven te zullen opvolgen, als mede op eene behoorlyke jaarwedde, by myne te rug komst, na een bepaald getal van jaaren. Deeze heeren beweerden dit verzoek niet te kunnen toestaan, en dienvolgende bedankte ik hun voor hun aanbod. Ik oordeelde het voorzichtiger te zyn myne gezondheid in Europa te herstellen, dan andermaal in de gezengde luchtstreek te gaan kwynen, zonder hoop om, in myn vaderland te rug komende, myne dagen in stilte te kunnen eindigen. Intusschen kreeg ik spoedig myne kragten wederom, en was zoo welvarende, als ik immer geweest was. Onder honderd van myne medgezellen was 'er ter naauwer nood een enkele, die op zulk een geluk roemen konde.

De Colonel FOURGEOUD zelf had weinig genot van zyn fortuin. Eenigen tyd na zyne te rug komst in Holland, wierd hy in zyn bed dood gevonden. Hy wierd met alle krygsëer in den Hage begraven.

Zyn gezworen vyand, de Gouverneur der Volkplanting Surinamen, overleefde hem niet lang. Zyne plaats wierd door den Colonel TEXIER met eere vervuld, aan wien de waardige heer WICHERS naderhand opvolgde. [76]

Den Duitschen Keizer de grenssteden van Holland in 't jaar 1782. hebbende ingenomen, was het Regiment van den Generaal STUART het laatste, het welk de stad Namur ontruimde, alwaar het Keizerlyk krygsvolk dien zelfden dag, dat hy 'er uittrok, binnen rukte. Kort daar na wierd de Schotsche Brigade, waar van de soldaten uit lieden van allerleije natiën bestonden, door de Staaten van Holland, genaturaliseerd, dat is, tot drie Hollandsche Regimenten gevormd, ter gelegenheid van den oorlog met Groot-Britanniën, die ons, de meeste voornaame Officiers en my zelven, noodzaakte om ons afscheid te nemen, als tegen onzen Koning en ons Land niet begeerende te dienen.

De Prins van Orange gaf my, by het verleenen van myn afscheid, den rang van Lieutenant-Colonel. Toen wy allen in Engeland waren te rug gekomen, nam zyne Brittannische Majesteit, uit hoofde van onze getrouwheid, ons onder zyne bescherming. Den 18den Juny, wierden elf van de onzen, onder wier getal ik het geluk had te behooren, te Saint James door den Generaal CONWAY aan den Koning voorgesteld, en hadden de eer om de hand van zyne Majesteit te kussen.

Den 27sten van dezelfde maand, wierd ons allen, door het Huis der Gemeente in het Engelsch Parlement, eene halve soldye toegestaan, volgens den rang, dien elk van ons bekleedde op het oogenblik, dat hy uit het Regiment ontslagen wierd. [77]

Het Publiek zal zig een denkbeeld van de oudheid en dapperheid der Schotsche Brigade kunnen vormen, wanneer hy onderrigt wordt, dat dezelve in 't jaar 1570. in Holland ontscheepte, onder den naam van vrye Compagniën, onder het bevel van eenige Edellieden van den eersten Schotschen adel; en dat zy naderhand altyd heeft uitgeblonken in de oorlogen, door Holland gevoerd, zoodanig dat zy den eernaam verdiend heeft van het bolwerk der Republiek.

Ik zal myn verhaal besluiten met nog eenmaal aan te stippen eenen naam, dien men zoo dikmaals heeft aangetroffen, den naam van JOANNA, van JOANNA, die niet meer in leven is!

In den loop van de maand Augustus 1783, ontfing ik van den heer GOURLAY eenen brief, die my het hart doorboorde. Dezelve gaf my bericht, dat de schoone en deugdzaame JOANNA den 5den November was overleden, en dat men haaren dood aan vergif toeschreef. [78] Men had verdenking, dat haar vergif was ingegeven uit nyd en jaloersheid, die men tegen haar had opgevat, uit hoofde van de blyken van byzondere achting, die haar van wegen haare meer dan gemeene hoedanigheden door de aanzienlykste lieden in de Volkplanting bewezen werden. Haare moeder door aanneming, Mevrouw GODEFROY, bezorgde aan haar lyk eene eerlyke begravenis in het bosjen van oranje-boomen, door haar bewoond. Het beminnelyk kind, het welk zy my agterliet, wierd my toegezonden met een bankbriefjen van twee honderd ponden sterling, zynde deszelfs byzondere eigendom, door hem van zyne moeder geërfd: zyne beide voogden overleden korten tyd daar na.

Hy wierd in het Graafschap Devon opgevoed, en muntte uit door schielyke vorderingen in zyne studiën. Hy bezat alle de goede hoedanigheden van eenen zeeman, en deed twee reizen naar de Westïndiën. In den oorlog tegen Spanje, diende hy met eere als Adelborst op de schepen zyner Majesteit Southampton en Lezard. Hy was steeds gereed, om ten nutte van den dienst zig aan alle gevaaren bloot te stellen. Maar hy leeft niet meer; hy is op zee gebleven, op de hoogte van het Eiland Jamaica.

Ik heb dus aan den lezer niets meerder te berigten aangaande het lot der geenen, die my zoo dierbaar waren. Laat het my alleenlyk geöorloofd zyn, hem by het slot van dit myn verhaal te herinneren, dat ik in alle myne opgaven de eenvoudige waarheid steeds tot leidsvrouwe genomen heb.

Einde der Reize van den Capitain STEDMAN.

AANHANGZEL TOT DE REIZE VAN J. G. STEDMAN, ACHTER DE FRANSCHE VERTAALING VAN DEZELVE GEVOEGD

VOOR-BERICHT.

De Burger LESCALLIER, Oud-Bestuurder van Guiana;

Aan

Den Burger BUISSON, Boekhandelaar.

Parys, den 1sten Fructidor, 't VIde Jaar der Republiek.

Ik heb, Burger! het werk gelezen, door u aan my medegedeeld, ten titul voerende; Reize naar Surinamen, en door de binnenste gedeelten van Guiana, door den Capitain STEDMAN, uit het Engelsch vertaald. Ik heb het, over het algemeen, belangryk gevonden; het behaagt my inzonderheid uit hoofde van den geest van menschlievendheid en eerlykheid, die daar in doorstraalt. Zoo dikwils hy het stuk der slavernye behandelt, als mede het droevig lot der zwarten in deeze Volkplantingen, ziet men, dat deeze Schryver met vrymoedigheid ontvouwt, en ten hoogsten afkeurt de wreede handelwyze van zommige dienaaren, en de lydende menschelykheid oprechtelyk beklaagt. Ik heb echter met eenig leedwezen gezien, dat hy zelf, in verscheidene omstandigheden van zyn gedrag, ten deezen opzigte niet altyd onbesproken geweest is. Ik beroep my, onder anderen, op de behandeling, welke hy, op een valsch bericht, aan zynen Sergeant FOWLER aandeed, wien hy, zonder een woord te spreken, zes bambous-rieten op het hoofd aan stukken sloeg; zynde dit geweest het ellendig uitwerkzel van gramschap, die voor geene reden vatbaar is: (zie I. Deel, bladz. 256.) maar men moet dit een en ander over het hoofd zien, wanneer men daar tegen met een gunstig oog beschouwt den nadruk en de waarheid, die een verhaal kenschetsen, waar van zelfs de Schryver niet heeft agterwegen gelaten, het geen in zyn nadeel was, als mede een jeugdig, opvliegend en driftig gestel, het welk in zekere oogenblikken zig zelven niet meer meester is.

Gy verlangt, om dit werk vollediger te maken, eenige nadere hyzonderheden rakende de verdere gedeelten van Hollandsch en Fransch Guiana, welken ik bewoond en doorkruisd heb. Gy hebt gemeend, dat ik u de middelen zoude kunnen aan de hand geven, om, tot vermaak en ten nutte van het Publiek, deeze beschryving van Guiana aan te vullen, door eenige andere aanmerkingen, betrekkelyk deeze landstreeken, by elkander te verzamelen.

Altyd gereed, om aan myne mede-burgeren nuttig te zyn, heb ik niet geaarzeld de gelegenheid waar te nemen, welke gy my aanbood: met dit al, na rypelyk daar op te hebben doorgedacht, heb ik in deeze onderneming veele hinderpalen ontmoet, die my wel niet van de uitvoering myner belofte doen te rug keeren; maar my de toegevendheid van het Publiek doen verzoeken, daar de aanmerkingen, om verscheidene redenen, die ik u ontvouwen zal, zoo volledig niet zyn kunnen, als ik wel verlangd hadde.

Het is veertien jaaren geleden, dat ik de ééne, en elf jaaren, dat ik de andere deezer Volkplantingen niet gezien heb. Zedert dien tyd hebben verschillende bezigheden van eene onëindige beslommering, andere reizen, myn geheugen met een aantal denkbeelden, en nieuwe zaken beladen. Om een behoorlyk werk over deeze twee gedeelten van Guaina by één te brengen, zoude ik meer dan ooit noodig hebben in het bezit te zyn van de gedenkschriften en geschrevene berigten, welken ik by elkander had verzameld; maar, door onderscheidene toevalligheden, zyn de meeste myner papieren en handschriften verloren of verstrooid geraakt.

Aan den anderen kant heb ik, ten nutte van het Regeerings-Bestuur, een werk over Fransch Guiana [79] uitgegeven, waar in ik alle die gezichtpunten heb by één verzameld, die ik het nuttigst oordeelde, en de byzonderheden, die my met opzigt tot deeze landstreeken het gewichtigst voorkwamen: ik zoude hier niets anders kunnen doen, dan het door my reeds geschrevene te herhaalen.

Wat Hollandsch Guiana betreft, zynde gelegen boven Surinamen, dat is meer naar de west-zyde, en het welk ik twee jaaren lang bewoond en als Opperhoofd bestuurd heb, het zelve bestaat in drie Volkplantingen, aan de oevers van drie voornaame Rivieren gelegen; de Volkplanting de Berbices, waar van de grensscheidingen zig tot aan de Rivier Corantyn uitstrekken; die van Demerary en van Essequebo, zig met Spaansch Guiana uitstrekkende tot de Rivier Poumaron. Deeze Volkplantingen by elkander gerekend, bevatten eene uitgestrektheid van zestig mylen aan de zeekusten, waar van de beschryving in veele opzichten dezelfde zoude zyn, als die der kusten van Fransch Guiana. Maar derzelver wezentlyk onderscheid bestaat in de merkelyke vorderingen, die de bebouwing der laage landen in deeze Volkplantingen gemaakt heeft; het welk een nuttig voorbeeld verschaft voor onze Volkplanting van Guiana, die wel eenige proeven van dien aart gedaan heeft, maar welke volstrekt in de eerste beginzelen zyn blyven steken.

Om een nuttig Aanhangzel tot het werk van den Capitain STEDMAN, raakende Surinamen, te leveren, oordeele ik niets beters te kunnen doen, dan om, by wegen van eene briefwisseling tusschen een Hollandsch en een Fransch Ingezeten, aan het Publiek eenige aanmerkingen omtrent het bebouwen der lage landen optegeven; aanmerkingen, welken ik geduurende myn verblyf in deeze Volkplantingen heb opgezameld, en waar uit de Planters, die met eenige gelden in ons Guiana eenige onderneming zouden willen doen, groot voordeel trekken kunnen.

Ik heb verschooning noodig aangaande den styl, rangschikking en manier van schryven, naar mate van den korten tyd, dien ik aan deezen arbeid heb kunnen besteeden, met andere beslommerende bezigheden dagelyks bezet, welke my zeer weinige oogenblikken vryheid overlaaten. Ik weet wel, dat het Publiek, over 't algemeen, niet gewoon is op dusdanige verschooning veel acht te slaan; en indien men aan zyn voorgesteld doeleinde niet voldoet, zegt het met den Menschen-hater van MOLIERE:

De tyd doet niets ter zaak.

Dus draag ik deeze redenen van toegeeflykheid alleenlyk voor aan u, en aan het klein getal van Lezers, die dezelven wel zullen weten op prys te stellen.

INHOUD DER BRIEVEN.

EERSTE BRIEF.

Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke ligging.

TWEEDE BRIEF.

Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten, Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing gereed te maken.

DERDE BRIEF.

Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der Hollandsche Volkplantingen in Guiana.

VIERDE BRIEF.

Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen, en geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.

AANHANGZEL.

EERSTE BRIEF.

Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke ligging.

De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden; alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen, van het inöogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan.

Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan, en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen.

Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden, zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt, zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen, welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt, bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagiën, gelegen in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn; en zedert dat men te Demerary de Plantagiën, die te veel van het een of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek, en tot boven aan de Coerabanne Kreek.

Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na.

De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen der lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary, men bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer bedroeg dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen Koffy, en 4 balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was opgeklommen tot 4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy, met 84 balen Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337 balen, en, negen jaren later, tot 2868 balen in één enkel jaar: dit is vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd; zoo dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen, dat de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin van het tegenwoordig jaar, [80] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen, welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken, ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden.

Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven, ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip, het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken moet.

Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary.

Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken der lage landen en der zee-kusten!

Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen.

Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende Fransche havens doen herleven.

Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden; onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne, het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt, spoedig zullen doen vergeten.

Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren groeiën, en waar in deeze insecten huisvesten.

Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert, verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne omheining nog niet geëindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen, en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in 't midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd.

Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het bebouwen der lage landen onëindig voordeeliger is boven dat der hooge landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooröordeelen ten deezen opzigte spoedig laten varen.

Na deeze inleiding, welke ik noodig geöordeeld heb vooraf te laten gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van deezen, en van de volgende brieven.

Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte naar de hoogte opklimmende.

Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude.

Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht, en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag, maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn: de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden.

Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier, alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel, dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners, die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn.

Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in, dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste, vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert, welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagiën, die het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren, doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen.