Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet
Part 46
"Met eenige inwooners van deeze stad reizende, en Maryland doorkruissende, zegt de Doctor, hoorden wy spreken van de wonderbaarlyke gevatheid in de rekenkunst, waar mede een Neger, THOMAS FULLER genaamd, begaafd was; en wy lieten hem by ons komen. Iemand van het gezelschap vroeg hem, hoe veele maanden, weken en dagen een man van zeventig jaaren oud geleefd had? Hy beantwoordde de vraag in anderhalve minuut. Die hem de vraag had voorgesteld, nam de pen op, maakte de berekening, en zeide hem, dat hy zig zekerlyk vergist had, en dat het door hem opgegeven getal te hoog was. Neen, Massera, antwoordde de Neger hem wederom, dit koomt, dat gy vergeten hebt de schrikkel-jaaren te berekenen. Wanneer de Americaan vervolgens de minuten berekende, welke in deeze getallen begrepen waren, kwam zulks juist uit met het getal van FULLER. Die zelfde Neger vermeenigvuldigde, by eene andere gelegenheid, uit zyn hoofd, negen cyffergetallen met negen andere". Ik heb 'er één gekend, die den Alcoran van buiten kende. Welk een vermogen in menschen, die noch lezen, noch schryven geleerd hebben! Alle deeze verhaalen zyn met dit al volkomen echt.
By het geen ik omtrent de Godsdienstige gevoelens der Negers heb bygebragt, kan ik nog voegen, dat zy het aanzyn van een God vastelyk gelooven: in wiens goedheid zy hun vertrouwen stellen, wiens magt zy aanbidden, en wien zy een gedeelte van alle hunne levensmiddelen opofferen. Zy vreezen den dood niet. Aan de Rivieren Gambie en Senegal zyn zy byna allen van den Mahomedaanschen Godsdienst. Maar de Godsdienstige leere en plechtigheden der Africanen verschillen over het algemeen, even als de bygeloovige en tallooze gebruiken van alle de wilden, en zelfs van te veel Europeanen. Opgemerkt hebbende, dat zy gewoon waren aan den wilden Catoen-boom offerhanden te doen, [66] vroeg ik aan een ouden Neger, waarom men aan denzelven deeze eer bewees. "Massera, zeide hy my, zie hier de reden. Dewyl wy geen tempel hebben, om onzen Godsdienst in te oeffenen, en deeze boom de grootste en schoonste is, die op de kust van Guinée groeit, verzamelen zig onze landslieden onder zyne takken, die hen voor de hitte der zon en voor den regen beveiligen, om aldaar onzen Gadoman, of Priester te hooren prediken. Wy hebben voor dien boom zulk een eerbied, dat men dien nooit om ver hakt, om welke reden het ook zy".
'Er is geen volk, het welk meer bygeloovigheid heeft, dan de Negers. Hunne Locomen, of zoogenaamde Propheten, vinden 'er hun belang by, met dezelve aan te zetten. Zy verkoopen hun, gelyk ik reeds gezegd heb, hunne obias, of tooverbanden, en trekken 'er groot voordeel van. De Negers hebben ook een zoort van Sybillen, die Godspraken uitgeven. Deeze statige vrouwen danssen in het rond te midden van een talryk gezelschap, en met eene groote vlugheid, tot dat haar het schuim op den mond staat, en dat zy in stuiptrekkingen vervallen. Al wat zy in deezen aanval gelasten, moet door de omstaande meenigte heiliglyk worden naargekomen. Deeze magt maakt haar zeer gevaarlyk; want dikwils gelasten zy aan de slaven, om hunne meesters te vermoorden, of van de Plantagiën weg te loopen, en in de bosschen de wyk te nemen. Deeze toneelen van bygeloovigheid zyn derhalven, in de Surinaamsche Volkplanting, onder bedreiging van zwaare straffen, by de wetten verboden. Met dit al grypen zy op afgelegene plaatsen dikwils stand. Zy zyn onder de Oucas- en Saraméca-Negers zeer gemeen, en de Capitains FREDERIK en VAN GUERICK hebben my verzekerd dezelven te hebben zien uitoeffenen. Men noemt ze hier wynty-play, of Syrenen-danssen, en zy hebben van onheuchelyke tyden plaats gehad. Men weet, dat de oude Schryvers van zoortgelyke dwaasheden dikwils melding maken.
Maar het vreemdste is, dat deeze Sybillen, door de klank van haare stem, den Ammodite- of Papaw-slang [67] weten aan te lokken, en hem uit den boom te doen vallen. De Negers dooden hem niet, noch brengen hem immer eene wonde toe; zy beschouwen hem integendeel als hunnen beschermer en vriend, en zy achten zig zeer gelukkig, wanneer hy in hunne hutten koomt. Wanneer eene Sybille der Negers deezen slang bezworen heeft, of hem uit den boom naar beneden doet komen, ziet men doorgaans, dat dit dier zig om den arm, de borst, en den hals van deeze vrouw slingert, als of hy in het hooren van haare stem behagen schepte, en te gelyker tyd vleit en streelt zy hem met de hand. De heilige Schryvers spreken, op verscheiden plaatsen, van het vermogen, om de slangen en adders te betooveren, het welk ik hier alleenlyk bybrenge, om de oudheid van dit gebruik te bewyzen; en het is bekend, dat de Oost-Indische volken de meest vergiftige slangen door het geluid van eene fluit, die hen uit hunne schuilhoeken doet te voorschyn komen, uit de huizen weten te jagen. Het is nog maar weinige jaaren geleden, dat eene Italiaansche vrouw te London drie makke en gemeenzame slangen vertoonde, die zig ook om haare armen en hals slingerden; zy waren vier of vyf voeten lang, maar hadden geen vergif in zig.
Ik moet nog een ander bewys van de bygeloovigheid der Negers aanhalen. In elk huisgezin is een verbod, het welk van vader tot zoon overgaat, om het vleesch van het een of ander dier, het zy vogel, viervoetig dier, of visch, niet te eeten; het geen op die wyze verboden is, noemen zy treff, en zy proeven 'er nooit van.
Hoe belachelyk ook zommige van deeze plechtigheden mogen voorkomen, zy zyn hoogst noodzakelyk, om de Negers in onderwerping te houden. Deeze ongeletterde menschen verschillen daar in van de Europeanen, dat zy vast zyn in hun geloof, hoedanig het zelve ook zyn moge, en dat geene twyffelingen hen daar van immer te rug houden. Ik wil echter daar uit niet beslissen, of zy erger of beter zyn.
De Negers zyn omtrent elkanderen zoo welwillend, dat men hun niet behoeft te zeggen:--"Bemint uwen naasten als u zelven.". De armste, onder hen, al heeft hy maar één ey, zal het met allen, die 'er tegenwoordig zyn, verdeelen. Het zelfde zal hy doen met het kleinste glaasjen rhum; maar vooraf zal hy eenige droppels op den grond sprengen, by wyze van wyn-plenging.
Zoo al de wilde volken doorgaans veel edelmoedigheid en goede trouw bezitten, zy hebben ook hunne gebreken, waar onder eene groote wraakzucht gevonden wordt. De grootte van deeze hartstocht in de Negers staat gelyk met die van hunne gevoelens van dankbaarheid; en ik kenne 'er geen één, die aan een ander de hem aangedaane belediging vergeven heeft. Men kan van hun zeggen, dat hunne vriendschap zoo teederhartig, als hunne haat onverzoenlyk is. Even als alle barbaarsche volken, geven zy zig aan verschrikkelyke wreedheden over.
In den laatsten opstand, die in de Volkplanting de Berbices is voorgevallen, ging hunne woede zoo ver, dat zy de vrouwen hunner meesters, schoon zwanger zynd, en in tegenwoordigheid van hunne echtgenooten vermoordden. [68] De Accawaws-Negers zyn niet minder dan zy op de konst, om door vergif om te brengen, afgericht. Zy verbergen het vergif onder hunne nagels, en door slechts den vinger in een glas met water te steken, veroorzaken zy eenen langzamen, maar zekeren dood. [69] Geheele huisgezinnen, en zelfs alle de inwooners van eene Plantagie, hebben de gevolgen van hunne wraakzucht ondervonden. Dit ging eindelyk zoo hoog, dat zy tachtig slaven, derzelver ouders en vrienden, deeden omkomen, om hunne meesters van dit gewichtig gedeelte van hunnen eigendom te berooven. Deeze monsters dragen den naam van wissy-men, het welk misschien koomt van het woord wise (wys); en door dit helsch middel helpen zy een groot aantal slachtöffers van kant, langen tyd voor dat zy ontdekt worden.
De barbaarsche volken, schoon van de voordeelen der opvoeding beroofd, hebben nochtans verwarde denkbeelden van eigendom: dus moet men zig niet verwonderen, dat slaven, die in hun persoon de duidelykste schending van alle recht ondervinden, aangezet worden, om zig deswegens schadeloos-stelling te bezorgen. Die van de Plantagiën zyn al te zeer aan dieverye overgegeven, en plunderen alles, wat onder hun bereik koomt, wanneer zy hope hebben, om het straffeloos te kunnen doen. Men kan ook aan hunne onmatigheid, vooral aan die in den drank, geene palen stellen. Ik heb eene jonge Negerin een kom, waar in ik twee flessen wyn geschonken had, achter een zien uitdrinken.
Van de Negers van den stam van Gango, wordt gezegd, dat zy uit een geest van wraakzucht, even als de Caraïben, menschen-eeters zyn. Na het innemen van Boucou, vondt men, in de huizen der muitelingen van deezen stam, potten vol met menschen-vleesch, die nog op het vuur stonden. De nieuwsgierigheid drong een Officier, om deeze afschuwelyke kost te proeven, en hy verklaarde, dat dusdanig vleesch niet minder was, dan ossen- of varkens-vleesch.
De heer WANGILLS, een Americaan, die in het binnenste van Africa zeer diep is doorgedrongen, heeft my naderhand verzekerd, dat hy in eene stad of gehucht van dit Land gekomen was, alwaar armen, dyen en beenen van menschelyke schepsels zoo openbaar te koop lagen, als het vleesch by onze vleeshouwers ligt. JOHN KEENE, Capitain in dienst van de Compagnie van Sierra-Leona, heeft my stellig gezegd, dat hy zig met zyn schip op de Africaansche kust bevindende, om hout, yzer en goud-poeder in te nemen, de Capitain van het schip Nassau, genaamd DUNNINGEN, met alle zyne manschappen vermoord wierd. Hunne lyken wierden vervolgens in stukken gehakt, ingezouten en opgegeten door de Negers van den grooten Drevin, omtrent dertig mylen ten noorden van de Rivier van St. Andreas. Deeze zelfde menschen-eeters namen toen al het koper van het schip weg, en staken vervolgens het schip zelve in brand.
Na de gebreken van het character der Negers te hebben aangewezen, is het billyk, dat ik ook hunne goede hoedanigheden en deugden schetse.
Ik heb reeds van hun vernuft en dankbaarheid gesproken; de laatstgemelde gaat zoo verre, dat zy zig voor de genen, die hun eenige byzondere weldaad bewezen hebben, aan doods-gevaaren zouden bloot stellen. Niets overtreft de genegenheid, dien zy voor hunnen meester hebben, wanneer deeze hen met goedheid behandelt; waar uit blykt, dat hunne genegenheid even sterk is, als hunne haat. De Negers zyn over 't algemeen gevoelig, maar vooral de Coromantyn- en Nago-Negers. Zy zyn vatbaar voor liefde; en de jaloersheid brengt in hun hart de vreesselykste gevolgen voort. Hunne ingetogenheid verdient hier genoemd te worden; want geduurende verscheiden jaren, dat ik onder hen verkeerd heb, herinner ik my niet 'er ooit één in 't openbaar eene vrouw te hebben zien kussen. De Negerinnen hebben eene ongemeene liefde voor hunne kinderen. Geduurende de twee jaaren, dat zy dezelven zoogen, houden zy geene gemeenschap met hunne mannen. Zy zouden het zig zelven verwyten als eene onnatuurlyke zaak, tot nadeel haarer zuigelingen strekkende. De zindelykheid der Negers is zeer opmerkelyk. Zy baden zig ten minsten drie maalen daags. Die van de stam van Congo in 't byzonder zyn zulke liefhebbers van het water, dat men hen, met eenig recht, halfslachtige dieren zoude kunnen noemen.
De Negers zyn moedig en geduldig in tegenspoed. Zy trotseeren de pynigingen en den dood met eene onverschrokkenheid, die zonder weêrgaa is. Hun gedrag in de neteligste omstandigheden gelykt naar heldenmoed. Zy laten geene klachte hooren, zy loosen geen zucht, men hoort van hun geen gekerm, zelfs wanneer zy in 't midden der vlammen hun leven laten. Ik heb nimmer een enkelen gezien, die, om welke reden het ook wezen mogt, tranen storte; en echter bidden zy met den sterksten aandrang om genade, wanneer men hen veröordeelt, om gegeesseld te worden voor misdryven, welken zy erkennen; maar indien zy vermeenen de kastyding niet verdiend te hebben, maken zy zig zelf byna oogenblikkelyk van kant. Die van den stam der Coromantyn-Negers, geven zig voornamelyk aan deeze daad van wanhoop over. Het gebeurt dikwils, dat zy, by de uitvoering der straf, hun hoofd agter over gooijen, om hunne tong in te slikken, hetgeen hen oogenblikkelyk doet versmooren; en zy vallen dood voor de voeten hunner meesters neder. Maar wanneer hun geweten hun overtuigt, dat hunne straf rechtvaardig is, zyn zy gedwee, en onderwerpen zig met gelatenheid aan hun lot. Men heeft zedert kort in Surinamen het zeer menschelyk middel uitgevonden, om te beletten, dat zy zig zelven niet versmooren, gelyk ik zoo even verhaalde, door hun een aangestoken stroo-fakkel voor den mond te houden, waar door het dubbeld oogmerk bereikt wordt, om hun het gezicht te blakeren, en hunnen aandacht van een dergelyk ontwerp af te trekken. Zommigen nemen hun toevlucht tot een ander middel: zy eeten aarde; het geen hunne maag belet derzelver gewoone werkingen te doen, en zy eindigen dus hun leven zonder pyn, maar kwynende zomtyds meer dan een jaar in eenen staat van ongemeene zwakheid. De wetten hebben tegen deeze aard-eeters de gestrengste kastydingen vrugteloos vastgesteld, want men ontdekt hen zeldzaam, wanneer zy deeze misdaad aan zig zelven begaan.
Na deeze algemeene aanmerking omtrent de natuurlyke en zedelyke vermogens der Negers, zal ik hen thans beschouwen in den staat van slavernye, en aan de yzere roede van eene verschrikkelyke dwingelandye onderworpen. Vervolgens van dit afgryzelyk toneel afstappende, zal ik aantoonen, wat zy zyn onder rechtvaardige, menschlievende en gevoelige meesters.
Men herinnert zig ongetwyffeld, het geen ik van hun gezegd heb, wanneer zy van de kust van Guinée aankomen, en in welken zwakken en elendigen staat zy zig dan bevinden. Ik heb ook doen opmerken, dat zy spoedig hunne lyvigheid weder bekomen, en dat men hun aan de zorge van eenen ouden slaaf toevertrouwt, die hun de taal der Volkplanting leert. Zoo verre gevorderd zynde, zendt men hen naar het land om te werken, waar aan zy zig met genoegen onderwerpen, schoon ik eenige voorbeelden van nieuwlings ingevoerde Negers gezien heb, die zulks weigerden, in weêrwil van de beloften, gebeden, bedreigingen, en slagen zelfs, tot welken men toevlucht nam, om 'er hen toe te dwingen; maar deeze waren Vorsten of persoonen van aanzienlyken rang in hun vaderland, die door de lotgevallen van den oorlog tot den staat van slavernye vervallen waren, en wier verheven gevoelens hun den dood deeden verkiezen boven de vernedering en de ellenden der slavernye. By verscheiden gelegenheden van dien aart, heb ik andere slaven op de kniën zien vallen, en hunne meesters smeeken, dat zy de taak van den gevangen Prins of hoogen persoon by hunne taak voegen wilden; het geen men hun zomtyds toestond, en zy bewezen hem bestendiglyk den zelfden eerbied, als of hy in zyn eigen Land was. Ik herïnner my, dat ik eens, om my voor een oogenblik te dienen, eenen Neger gehad heb van een zeer goed voorkomen, en die kortlings ontscheept was, wiens gewrichten aan de handen en enklaauwen door ketenen ontveld waren. Ik vroeg 'er hem de reden van.--"Myn vader", antwoordde hy my, "was Koning, en wierd door de zoons van een nabuurig Vorst verraderlyk vermoord. Zynen dood trachtende te wreeken, ging ik met zommigen van de mynen dagelyks ter jagt, in de hoop van zyne moorders te ontmoeten; maar ik had het ongeluk om verrast en geketend te worden; van daar komen die schandelyke lidteekens, welken gy ziet. Men verkocht my vervolgens aan uwe landgenooten op de kust van Guinée, eene straf, die voor verschrikkelyker gehouden wordt, dan de dood zelve".
De geschiedenis van mynen Neger QUACO was nog zonderlinger.--"Myne ouders", zeide hy my, "leefden van hunne jagt en visscherye. Men ligtte my, nog zeer jong zynde, op, terwyl ik met twee van myne broeders in het zand speelde. Dadelyk stak men my in een zak, en vervoerde my verscheiden mylen ver. Ik wierd vervolgens één der slaven van eenen Koning op de Guineesche kust, die een aanzienlyk getal bezat. Toen hy stierf, onthoofde men 'er het grootste gedeelte van, en begroef dezelven met hem. De kinderen van myne jaaren wierden onder de Capitains van zyn leger ten geschenke gegeven; en de Capitain van een Hollandsch Schip kogt my voor een snaphaan, en een weinig buskruid".--Elk mensch bemint zyn geboorte-land, hoe hard de wetten 'er ook wezen mogen.
Zoo dra deeze ongelukkige vreemdelingen met minder yver beginnen te arbeiden, worden zweepen, bulle-peesen, bambous-rieten, touwen, yzers en ketenen te werk gelegd, om hen vlugger te maken. 'Er zyn meesters, die hen nacht en dag bezig houden, zonder zelfs de zondagen uit te zonderen. Ik herïnner my, dat een jong en zeer sterk Neger, MARQUIS genaamd, die een vrouw en twee lieve kinderen had, welken hy teederlyk beminde, zynen arbeid met zoo veel yver doorzette, dat hy des namiddags ten vier uuren met het graven van een sloot of greppel, van vyf honderd voeten lang, geëindigd had, om tyd te hebben tot het bebouwen van zynen kleinen tuin, of te gaan visschen, of vogelen te vangen, tot onderhoud van dit zyn geliefd huisgezin. Zyn meester, dit vernomen hebbende, bewees hem, om hem aan te moedigen, dat wanneer hy voor vier uuren vyf honderd voeten had kunnen afgraven, hy 'er zekerlyk voor zonnen ondergang zes honderd zoude hebben kunnen volëinden. De ongelukkige keerel wierd vervolgens verwezen, om dagelyks dien taak af te werken.
De slaven loopen in Surinamen byna naakt, en hun dagelyks voedzel bestaat in eenige ignames en vruchten van Plantain-boomen. Misschien twee maalen 's jaars, krygen zy een middelmatig rantsoen van gezouten visch, en eenige bladen tabak, het geen zy sweety mouffo noemen; en dit is het ook al. Maar het ondraaglykste voor hun is, dat ofschoon een Neger en zyne vrouw voor elkander de grootste genegenheid hebben, de laatstgemelde, indien zy wat mooy is, de walgelyke omhelzingen van eenen overspeeligen en onbeschaamden Opzichter zig moet laten welgevallen, zoo zy haaren man, zulks trachtende te beletten, niet wil zien in stukken houwen. Deeze onwaardige behandeling heeft hen dikwerf tot de geweldigste wanhoop vervoerd, en tot een groot getal moorden gelegenheid gegeven.
Uit hoofde van eene zoo groote opéénstapeling van onheilen, is de zelfsmoord onder de Negers gemeen; dikwils loopen zy weg naar de bosschen, om zig met hunne muitende landgenooten te vereenigen; of zoo zy al de vlucht niet nemen, worden zy mistroostig, en krygen kwynende ziekten, ten gevolge van de mishandelingen, die hun worden aangedaan. Deeze ziekten zyn de lota, bestaande in eene scheurbuikige en witte vlak over het geheele lichaam:--De crassy crassy, of schurft, die by hun, even als by de Europeanen, voortspruit uit slecht voedzel, en onder hen zeer gemeen is:--De yaws, welke ziekte veelen gelyk stellen met de venus-ziekte, en waar door het geheele lichaam met geele zweeren wordt overdekt; de meeste Negers zyn 'er aan onderworpen, maar zy worden 'er slechts eenmaal in hun leven door aangetast; eene byzonderheid, die, wanneer men 'er by voegt, dat de kwaal ligtelyk aan anderen wordt medegedeeld, dezelve eenigermaten gelyk stelt met de kinderpokjes. Deeze besmettelyke hoedanigheid is zoo groot, dat indien eene enkele vlieg, die zig op den zieken nederzet, (en by is 'er als mede bedekt) zig op de ligtste ontvelling der huid van iemand, die volmaakt gezond is, plaatst, zy hem met dit verschrikkelyk vergif besmet, waar van de gevolgen zig verscheiden maanden lang doen gevoelen. Men geneest deeze ziekte doorgaans door kwyling en een goeden levensregel, gepaard met eene aanhoudende beweging, die eene overvloedige uitwaasseming te weeg brengt; en zoo lang die geneezing duurt, is de zieke ongemeen mager.
De boassy, of melaatsheid, is nog veel verschrikkelyker, en men beschouwt dezelve als ongeneeslyk. Het aangezicht en de ledematen zwellen in deeze ziekte op, en het geheele lichaam is vol met zweeren. De adem heeft een ondragelyken stank; de hairen vallen uit; de toonen en vingers verrotten, en vallen vervolgens lid voor lid af. Het ongelukkigste van allen is bovendien, dat de ellendeling, die door deeze ongeneeslyke kwaal wordt aangetast, zomtyds verscheiden jaaren lang kwynen kan. Dewyl de melaatschen van natuure tot het minnespel genegen zyn, en hunne ziekte besmettelyk is, moet men hun alle gemeenschap verbieden, en hen veröordeelen tot een altoosduurende ballingschap op den een of anderen hoek der Plantagie.
De clabba-yaws of tubboes zyn ook eene deerlyke en ellendige ziekte, die pynlyke zweeren veröorzaakt aan de voeten, voornamelyk aan den bal van den voet, tusschen vel en vleesch. Het gewoon middel in dit geval bestaat hier in, dat men het aangestoken deel met een gloeiend yzer brandt, of met een dun lancet doorvlymt; alsdan laat men op de wonde zeer warm sap van citroen loopen, het geen wel zeer gevoelig, maar van een zeer groot geneezend vermogen is.
De Negers zyn ook onderworpen aan ziekten van uit- en inwendige wormen, het welk by hun veröorzaakt word door het gebruik van modderig water, waar in die wormen huisvesten, of door de rauwheid van hun voedzel. Een der voornaamsten wordt genoemd Lindworm: zynde wormen zomtyds van zes voeten lengte, van eene schitterende zilver witte kleur, en niet veel dikker, dan de tweede snaar van een bas-viool. Zommige wormen plaatsen zig tusschen vel en vleesch: zy veröorzaken gevaarlyke en pynlyke zwellingen overal waar zy inkomen, en vooral aan de beenen. Het middel, om deeze kwaal te geneezen, bestaat daar in, dat men den worm, wanneer hy boven de huid uitkoomt, by den kop neemt, en hem 'er geheel en al uittrekt, hem, om zoo te spreken, op een kaart of stokjen windende. Dit kan men met niet te veel omzichtigheid doen, want zoo de worm breekt, is het verlies van het lid, of zelfs van het leven, 'er dik wils het gevolg van. Zommige lieden zyn met zeven of agt van die wormen te gelyk gekweld.
Behalven deeze ziekten, die hun byzonder eigen zyn, zyn de Negers bovendien onderworpen aan die ziekten, welken de Europeanen gewoonlyk ondervinden, die op hun beurt van de opgegevene gevaarlyke en pynlyke kwalen in Guiana niet ontheven zyn.
Het is dus niet te verwonderen, dat de Plantagiën zulk een groot aantal zieken opleveren; men laat hen eeniglyk over aan de zorge van eenen Dressy-Negro, of Heelmeester der Negers, wiens geheele kundigheid bestaat in het toedienen van eenige zouten, of het smeeren van eenige pleisters. Zy, die door aanhoudende geesselingen van het hoofd tot de voeten zyn van één gereten, kunnen zig zelven genezen, of zonder huid arbeiden, zoo hun dit gelieft.
Van alle deeze opéénstapelingen van ellende, waar van zommige natuurlyk uit de luchtstreek, en het slegt voedzel der Negers, maar vooral uit de onbetamelyke wreedheid der Opzigters voortspruiten, is het gevolg, dat een groot getal slaven buiten staat is om te werken, de één door eene geheele en schielyke uitputting hunner kragten, de ander door eenen te vroegtydigen ouderdom: maar de dwingeland eener Plantagie vindt voor hunne kwaalen een onfeilbaar hulpmiddel, het geen niet minder is, dan hen met eenen slag dood te slaan: dit verlies raakt hem niet meer dan zynen meester. Hy is alleen nayverig omtrent de geenen, die zig van hunnen taak kwyten kunnen; hy verzekert, dat de anderen gestorven zyn, de meesten van de venus-ziekte, en geen Neger is bevoegd, om getuigenis tegen hem te geven. Indien echter eenig Europeaan den moord bewees, zoude de schuldige vry zyn, gelyk ik reeds heb opgemerkt, met eene boete van vyftig ponden sterling, en met den eigenaar schadeloos te stellen, zoo deeze zulks begeerde. Voor deezen bloedprys kan hy elken slaaf, die onder zyne magt staat, en het ongeluk heeft zyne woede gaande te maken, opöfferen.