Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet
Part 12
Wy zeilden den 27sten hooger op, naar de Cormoetibo-Kreek. Myne Negers stapten aan land om hout te hakken, en bragten een arm dier met een krommen bek aan boord, wien zy de vier pooten hadden afgesneeden; en in dien staat op den bodem van hunne kano nederwierpen. Ik gaf hem een slag op den kop, het welk een einde aan zyn lyden maakte, en ik vernam, dat het de Luijaart was, door de inwoonders genaamt Loijaree, of Aï, uit hoofde van zyn klaagende stem. Hy heeft byna de grootte van een kleine water-patryshond; zyn kop is rond, ten naasten by als die van een aap, maar zyn bek is uittermaten groot. Zyne agterpooten, om het dier in het klauteren te ondersteunen, zyn veel korter dan de voorpooten, en met drie sterke zeer spitse klaauwen gewapend, door middel van welke hy zig aan de takken vast houd, maar die myne Negers aan dien, welken ik toen zag, hadden afgehouwen, om dat zy een zeer beledigend wapen verschaffen. Zyn gezicht is flaauw, en hy laat een gemaauw hooren, gelykende naar dat van een jonge kat. Het geen in dit dier echter het meest zonderling is, bestaat in zyne beweeging, of liever derzelver langzaamheid, welke zoodanig is, dat hy dikwils twee dagen werk heeft, om boven op een middelmatigen boom te komen, en hy verlaat denzelven nooit, zoo lang hy 'er iets op vind, dat hem tot voedzel verstrekken kan. By het opklauteren, verteerd hy alleenlyk zoo veel als hy noodig heeft, om op zyne reize te leven, maar op den top gekomen zynde, ontbladert hy den boom geheel en al. Hy handelt op deeze wyze, ten einde geen gevaar te loopen van uitgehongerd te zyn, wanneer hy op de eerste takken te rug koomt, om een anderen boom te gaan zoeken; want hy beweegt zig op den grond niet, dan met eene ongelooflyke langzaamheid. Zommigen beweeren, dat hy, om de moeite te spaaren van zyne ledematen te bewegen, zig als een kloot in één rold, en zig zoo van den boom naar beneden laat vallen. Ik weet niet of dit waar is; maar dit weet ik, dat hy zynen tred niet verhaasten kan.
Deeze dieren zyn in Guiana van tweederlei zoort. De eersten draagen den naam van Aï, en de anderen dien van Unaru: maar in Surinamen noemt men hen Sicapo en Dago luijaree, of het luije Schaap en de luije Hond, uit hoofde van hun verschillend hair. De hairen van den een zyn dik, en van een vuil gryze kleur; die van den ander zyn rosachtig en lang. De laatste heeft aan elke poot alleenlyk twee klaauwen; en zyn kop is ook minder rond, dan van den eersten. Deeze dieren, zig alzoo als eene kluwe in één rollende, hebben meer het voorkomen van een uitwas op de schors van den boom, dan als wezens, die zig met blaaden voeden. Dit vermogen veroorzaakt dikwerf, dat zy door de Indianen en Negers, die hun vleesch met graagte eeten, niet ontdekt worden.
Den 28sten, kwam de Lieutenant STROMER, Bevelhebber op de Cerberus, van de Patamaca-Kreek, zynde in een open kano aan de hitte der brandende zon bloot gestelt. Hy was door eene hevige koorts aangetast, en zyne eenige verkwikking bestond in water uit de Rivier te drinken. Een Joodsch soldaat, uit de haven van la Rochelle, vergezelde hem, en had last om my te zeggen, dat de muitelingen, twee dagen te vooren, de Kreek waaren overgekomen, op den afstand van een myl van de laatste Plantagie, zoo als men zoo aanstonds gezegt had, dat is te zeggen, dat zy van het oosten naar het westen trokken. In het zelfde vaartuig bevond zig ook een Negerin, met een kind aan de borst, welke, door de muitelingen gevangen genomen zynde, ontvlucht was. Ik vernam bovendien, door middel van de wachtposten, die beneden my geplaatst waaren, dat de Majoor MEDLAR twee handen van muitelingen, die door de Neger-Jagers gedood waaren, naar de Savane der Joden gezonden had; dat een Officier, aan het hoofd van tien mannen, en met eenige krygsbehoeften, te Devil's Harwar was ontscheept, om zig by myne afgezondene krygsbende te voegen; en dat eindelyk één van myne Zee-soldaaten op die plaats overleden was. De brieven, die ik ontfing, hielden ook bevel in, om een drooge streek lands te zoeken, en, zoo 't mogelyk was, aldaar eene bergplaats voor levensmiddelen en krygsbehoeften te bouwen.
Ik zond dadelyk mynen Lieutenant HAMER af, om het bevel over de Cerberus op zig te nemen; en na het anker geligt te hebben, zakten wy af tot aan de Casepory-Kreek, alwaar wy een nacht doorbragten, hoedanige de bekwaamste pen niet in staat is te beschryven. De zieken kermden, de Jood bad met luider stemme, de soldaaten vloekten, de Negers smeekten, de Negerin, die op den grond lag, was in doods-angst, het kind schreeuwde, 'er viel onophoudentlyk een stortregen, en de muggen staaken geduuriglyk allen de geenen die in het schip waaren. Ten zes uuren des morgens echter drong eene verkwikkende zon door de wolken heen, en wy kwamen te Devil's Harwar aan.
Den 29sten bragt ik den Officier, en vyf zieke soldaaten, in het ziekenhuis. Ik liet ook op deezen post myne andere passagiers, voor wien ik alles deed wat ik konde, schoon het weinig te beduiden had. Vervolgens mynen nieuwen voorraad op eene geschikte plaats gebragt hebbende, keerde ik op nieuw naar myne akelige wachtpost te rug, alwaar ik den eersten Augustus het anker wierp.
Des anderen daags, tusschen de onderscheidene slagregens, zagen wy een groot getal aapen, en ik doodde 'er één van. Zedert lang geen versch vleesch gehad hebbende, liet ik den zelven klaar maken, en at 'er met groote smaak van. Wy waaren toen in eene akelige gesteldheid. De hangmatten en kleederen der soldaaten verrotten van dag tot dag, niet alleen uit hoofde der aanhoudende vochtigheid, maar ook om dat ze van slegte stoffen, uit Holland gezonden, gemaakt waaren.
Den 3den ontfing ik de tyding van den dood van den Lieutenant STROMER, op Devil's Harwar.
Den 4den, begaaven wy ons derwaarts, om hem de laatste eer te helpen aandoen. Wy maakten voor hem een kist van oude planken; maar deeze het lyk niet kunnende houden, viel het zelve 'er uit, eer wy aan het graf kwamen, en vertoonde ons een treurig schouwspel. Toen lag men een hangmat daar over, om voor een lyk-laken te dienen; en allen, die de kragt hadden om hun geweer te dragen, deeden drie eereschooten. Deeze plechtigheid geëindigd zynde, onthaalde ik de Officiers op een glas wyn, en zeide andermaal vaarwel aan Devil's Harwar.
Ik schreef den 6den aan den Colonel FOURGEOUD, om hem kennis te geven, dat de muitelingen boven den post van la Rochelle de Rivier waaren overgevaaren, en dat ik te Barbacoebo een streek lands gevonden had, die geschikt was om 'er een bergplaats voor goederen op te rigten; ik gaf hem ook bericht van het overlyden van den heer STROMER, en beval hem, tot vervulling van deszelfs plaats, mynen Sergeant aan, die Officier onder de Hussaaren geweest was.
Om aan den leezer eenig denkbeeld te geven van den wachtpost, Devil's Harwar genaamt, waar van ik hem reeds zoo dikwils gesproken heb, zal ik dit oogenblik waarneemen, om denzelven te beschryven.
Deeze post was eerst eene Plantagie geweest, maar was tans alleenlyk bezet door krygsvolk, het welk men aldaar plaatste, om het bovenste gedeelte van de Cottica te verdedigen. De grond is hoog en droog, het geen echter niet wegneemt, dat deeze plaats zeer ongezond is: want 'er zyn verscheiden honderde soldaaten van ziekte omgekomen. Devil's Harwar ligt aan de regte hand, als men de Rivier opvaart, en voorheen was aldaar een voetpad, op de Peréca uitkomende, waar op een wacht van eenige manschappen geplaatst was; maar het zelve wierd niet meer gebruikt, en was met struiken en doornheggen geheel bedekt.
De huizen op deezen post zyn allen van palmboomen hout gemaakt: ik zal by vervolg, zoo deeze zoort van palmboom, als de manier om denzelven tot timmerhout te gebruiken, beschryven. Een huis, uit vier goede kamers bestaande, voor den bevelhebbenden Officier; een ander voor de Onder-Officiers; een geschikt verblyf voor de soldaaten; een zeer ruim ziekenhuis, het welk aller noodzakelykst is, want het is altyd vol met zieken; een kruid-magazyn; een ander voor levensmiddelen; hutten voor keukens; een huis om zig te baaden, zyn alle de gebouwen op deezen post. Ik moet niet vergeeten te zeggen, dat aldaar ook een put met versch water gevonden word. Het krygsvolk van de Compagnie onderhoud aldaar eene meenigte schaapen, duiven en gevogelte, alleenlyk tot gebruik van het ziekenhuis. 'Er was daarënboven tegenwoordig eene koe, welke door de Neger-Jagers na het inneemen van Boucou aldaar gebragt was. Zy had een kalf, en verschafte aan de Officiers melk voor hunne thee, enz. maar wy, ongelukkige bewooners der vaartuigen, wy hadden niets van dat alles! ik zal 'er byvoegen, dat verscheiden Officiers van deezen post ook tuinen hadden, waar uit zy groenten en salade trokken.
Het geen, naar myne gedachten, Devil's Harwar zoo ongezond maakt, zyn de groote muggen, en de meenigte zand-muggen, waar door men gekwelt word.
Den 7den, kwam ik weder aan de Cormoetibo-Kreek aan, alwaar ik besloot het te wagen, om aan land te stappen, op dat myne soldaaten aldaar hun ossen-vleesch en garst zouden kunnen koken; ik oordeelde, dat het op 't zelfde uitkwam, door de hand des vyands om te komen, dan wel ons zelven, aan boord van de Charon, de een na den ander te verteeren. Het was echter niet gemakkelyk eene enkele kleine plaats te vinden, tot de uitvoering van dit ontwerp geschikt, en wy hadden veel moeite om daar in te slagen, vermits de grond onbruikbaar was door de heester-gewassen, en overal dras lag. Myne Negers maakten een zoort van een beweegbaare brug, om de sloep op een droog plekjen lands te brengen. Zy rigtten vervolgens een zoort van hut op, met palmboom bladeren bedekt, alwaar men tegen den regen beveiligd was, en waar in men vuur konde maaken: wy waaren aldaar veel beter dan in ons vaartuig. Ons gevaar was in die gesteldheid ongetwyffeld veel grooter, dewyl eene oude verblyfplaats der muitelingen, genaamt Pinnenburg, naar eene naby gelegen kreek den naam dragende, 'er niet verre van af lag; zommigen beweerden, dat deeze benaaming haaren oorsprong had van de groote meenigte van paalen of zoogenaamde vriesche ruiters, welke deeze zelfde muitelingen in den grond gestoken hadden, om hunnen post te versterken en te verdedigen. Schoon deeze sterkte vernielt was geworden, wist men, dat de vyand dikwils op deeze plaats kwam, om aldaar eenige ignames en maniok-wortelen op te gaaren, welke de grond aldaar, schoon onbebouwd, altyd voortbragt. Wy waaren daarënboven volstrekt overtuigt, dat die muitelingen, welke laatstelyk boven den post van la Rochelle naar de Patamaca-Kreek waaren overgestoken, tegenwoordig op Pinnenburg gelegerd lagen, en gereed stonden om de nabuurige Plantagiën aan de Cottica en Peréca te plonderen, zoo al niet om zelfs ons aan te tasten. Gevolgelyk had ik altyd eene dubbele schildwagt rondom onzen post, en ik verbood aan een ieder, zoo lang wy op deeze plaats blyven zouden, om hard te spreeken, of het minste geraas te maken, ten einde wy de geringste beweging zouden kunnen hooren, en dus, door waakzaam te zyn, ons gevaar verminderen.
Den 8sten wierd myn andere Officier, de heer MACDONALD, ziek: maar hy weigerde my te verlaaten, en naar Devil's Harwar te gaan.
Ik heb gezegt, dat wy geen Heelmeester hadden, maar dat ik eenige geneesmiddelen had medegebragt, bestaande in braakmiddelen, ontlast-middelen, en poeders, waar van ik het waar gebruik niet kende. Ik deed daar van dagelyks uitdeeling onder de soldaaten, die hunne maag met gezouten vleesch overladende, en geen lichaams-beweging hebbende, dikwils noodig hadden, dat een weinig konst aan de natuur te hulpe kwam. De Colonel FOURGEOUD beweerde, dat dit zoort van voedzel in de gewesten onder de zonne-keerkring gezonder was, dan versch vleesch, het welk door de hette in de maag bedorf, terwyl het andere veel gemakkelyker verteerde. Ongelukkig voor ons, waaren 'er weinig menschen aan boord van de Cerberus, of de Charon, die tot een bewys van het vermogen van deezen levens-regel dienen konden. Ik had ook eenige pleisters aan boord; maar door de ontallyke zweeren, waar mede het scheepsvolk als bedekt was, waaren zy in 't kort verbruikt. Men kan dit gemakkelyk naargaan, wanneer men weet, dat in deeze luchtstreek, alwaar de lucht met geheele zwermen van onzichtbaare insecten vervult is, de ligtste steek wel dra eene groote wonde word. Limoen- of citroen-sap is onder allen het beste voorbehoed-, en het zekerst genees-middel; maar wy hadden 'er niet meer van. Men moet zig in alle gevallen, hoe gering die ook zyn mogen, wel wachten om de steek aan de lucht bloot te stellen; maar integendeel moet men zorge dragen, op het oogenblik zelve, dat men gestoken word, de huid te bedekken met een stuk graauw papier, met eenig geestryk of ander vocht doorweekt, op dat het 'er aan vast kleeve. Wat my betreft, niemand was gezonder dan ik. Ik droeg alleenlyk myn lange broek en een hembd, het geen ik zelfs niet aan den hals vast maakte, en waar van ik de mouwen opstroopte. Wanneer de zon niet al te brandend was, trok ik deeze ligte kleeding uit, en baadde my regelmatig twee keeren daags in de Rivier. Door dit middel had ik de huid altyd zindelyk, en de zweetgaten meer open: dagelyks nam ik ook een glas wyn, na de fles eenige vademen onder water gedompeld te hebben, om den drank aangenaamer en frisscher te maaken.
Ik moet niet vergeeten te spreeken van het genoegen, het welk wy op zekeren tyd onder al dit lyden hadden, door eenige Marcusas te vinden, die altoos op deeze plaats groeiden, schoon zedert verscheiden jaaren de Plantagie vernielt was. Wy zagen, dit is waar, alleenlyk een ouden boom, of, om beter te zeggen, een stronk, want deeze plant verdient veel eer deezen naam. Deeze aangenaame vrucht [18] is van eene eironde gedaante, en van eene orange- of goud-kleur. Zy is gewoonlyk een weinig grooter, en zomtyds een weinig kleinder dan een hoender-ei. Men vind daar in een zoort van sappige en aschkleurige geley, vol kleine korrels. Vermits deeze geley zeer zoet is, kan men dezelve met eenig zuur mengen, het welk daar aan de uitstekendste geur bezorgt; en dan is ze zoo koud even of men ys at. Derzelver bloem gelykt naar de Passiebloem.
Wy ontmoetten hier eene groote verscheidenheid van heerlyke kapellen, en in 't byzonder eenige van 't schoonste hemelsblaauw. Allen zyn ze zeer groot. Onder de slagregens, maakten zy eene huppelende beweging op de groene uitspruitende takjes; en door haare schoone blaauwe kleur, welke de zonnestraalen nog meer deeden schitteren, maakten zy aldaar eene overheerlyke te rug kaatzing. Maar ik konde, zoo lang ik hier was, 'er geene enkele van vangen; ik zal dus de beschryving 'er van tot een ander gedeelte van dit werk bespaaren.
Wy hoorden des avonds het slaan van den tamboer, en vooronderstelden, dat het by de muitelingen was. Niettemin hielden wy aan, met onze levensmiddelen aan land gereed te maken; maar wy waaren steeds op onze hoede, overëenkomstig den raad van den heer KLEYNHANS.
Den 29sten, bevond zig de heer MACDONALD veel zieker; echter ziende dat ik een brief van den Colonel FOURGEOUD ontfing, scheen hy te herleven, het geen wy ook deeden, in de hoop, dat wy uit onze verschrikkelyke gesteldheid verlost zouden worden. Maar hoe smertelyk viel het ons te ontwaaren, dat men ons daar in by aanhoudenheid deed blyven! Deeze brief ging vergezelt met een geschenk van lynen en haaken, om door onze visscherye het gebrek aan alle andere versche levens-behoefte te vervullen, gelyk mede dat van gezouten vleesch, het welk van dag tot dag slechter wierd, en begon te verminderen.
Op het ontfangen van deeze akelige tyding, schreeuwde al het volk uit, dat men ons opofferde zonder de allerminste reden van nuttigheid. De Negers zugteden, onder het uitspreeken van deeze woorden: Ah! poty Backera! (Ach! arme Europeaanen!) Met het uitdeelen nogtans van eenige tamarinden, orange-appelen, limoenen en Madéra-wyn, die men my ter deezer zelfde gelegenheid van Paramaribo gezonden had, vond ik middel, om niet alleen aan myne Officiers, maar zelfs aan myne zieke soldaaten, eenige verkwikking te bezorgen. Maar dit konde niet lang duuren, en des anderen daags waaren wy ongelukkiger dan ooit. Ik nam dus myne toevlucht tot de bewoonders van het bosch, en schoot twee aapen, die op den top van een Palmietboom, waar op zy in een groot aantal waaren, aartig speelden.
Den 11den, zond ik twee myner zieken naar het ziekenhuis, en den zelfden avond hoorden wy op nieuw trommelslagen. Des anderen daags op den middag wierden wy door een orkaan overvallen; de Charon brak van zyne ankers los, en wierd tegen den oever aangesmeten, alwaar de deelen van het Schip, die boven water zyn, door de takken van boomen, over de oevers der Rivier heen hangende, merkelyk beschadigd wierden. Wy wierden door den regen, als door een stroom. overstort, en ik verwagtte niets minder dan schip-breuk te lyden.
Den 15den, kwam een ander Officier, de Lieutenant Baron OWEN, van den wachtpost van de Cerberus; hy was ziek, en op zyn verzoek waagde ik het, om hem naar Paramaribo te zenden. Ik ontfing den zelfden dag een tweeden brief van den Colonel FOURGEOUD. Dezelve deed aan de soldaaten eenig geld toekomen, om ververschingen te koopen op een plaats, alwaar men niets van dien aart vond; maar hy sprak niet om ons te doen aflossen.
Den 20sten vernam ik, dat de Cerberus, niet meer dan vier man hebbende, die niet ziek waaren, naar den post van la Rochelle de wyk genomen had. Ik zond aan dezelven, den 21sten, twee van myne soldaaten, met last om op hunne eerste wachtplaats te rug te keeren.
Eindelyk wierd ik zelf door de koorts aangetast, en ik bevond my in een elendigen staat. De ziekte beroofde my van myne beide Officiers en van mynen Sergeant. Myne soldaaten, op de drie wachtplaatsen, namelyk op de twee vaartuigen, en te Devil's Harwar, waaren versmolten van twee-en-veertig op vyftien, zonder eenen enkelen Heelmeester, en zonder de minste verkwikking. Wy waaren omringd door dikke bosschen, en blootgesteld aan de woede van eenen vyand, waar onder wy ontwyffelbaar bezweeken zouden zyn, zoo hy de elende van onzen staat geweten had. Zy, die nog eenige kragten behielden, zeiden opentlyk, dat men hen aan een onvermydelyken dood bloot stelde. Het was dus niet dan met groote moeite, dat ik hen wederhouden konde aan 't muiten te slaan, en de Cottica tegen myn bevel weder af te zakken.
Zekerlyk, ik was toen niet ontheven van ongerustheden. In de daad, men had tegen den vyand, toen hy de Patamaca-Kreek overstak, eenig krygsvolk van alle de posten, namelyk van dien van la Rochelle, van Devil's Harwar, en van de Peréca, moeten doen optrekken. De muitelingen, van drie verschillende kanten aangevallen, zouden, zoo al niet geheel verslagen, ten minsten voor hunne roekeloosheid zwaar gestraft zyn geworden. Ik spreek nog niet van het voordeel, het welk uit zulk een verlies zou zyn voortgesproten, en waar door het leven en de eigendom der ongelukkigen, wien de muitelingen in deeze strooperyen aan hunne woede opofferden, zouden zyn behouden gebleven.
Ik bevond my den 23sten een weinig beter; en in de tusschenpoozingen van myne koorts, doodde ik twee groote zwarte aapen, om 'er my soup van te laaten koken. De dood van één deezer dieren ging vergezeld met omstandigheden, die my beletteden, om immer weêr van deeze jagt gebruik te maken: my in een kano dicht by den oever ziende, hield hy eensklaps op om met zyne medemakkers te springen; en op een tak gezeten zynde, keek hy my aandachtig en met de grootste nieuwsgierigheid aan. Ongetwyffeld zag hy my aan voor een reus van zyn eigen zoort. Hy babbelde onophoudelyk, en danste op deeze beweegbaare tak met zoo veel kragt, als vaardigheid. Ik mikte hem toen, en deed hem weldra in de Rivier vallen.--Ik hoop zulk een schouwspel niet weer te zien! Het ongelukkig dier leefde nog, maar het was doodelyk gewondt. Om aan zyn lyden een einde te maaken, nam ik hem met twee handen by de staart, en hem in de rondte gedraait hebbende, om hem duizelig te maaken, sloeg ik hem met den kop tegen de kant van de kano; maar het arme beest konde tot geen sterven komen; het keek my op de aandoenlykste wyze aan; en ik vond geen beter middel om hem af te maken, dan hem met den kop in 't water te houden, tot dat hy verdronken was. Myn hart bloedde echter: de stervende oogen van het dier zogten steeds naar de myne, en scheenen my myne wreedheid te verwyten: zy doofden eindelyk langzamerhand uit, en hy stierf. Ik was over zyne straf zoodanig aangedaan, dat, toen zy gereed gemaakt waaren, ik nog van hem, nog van zynen medemakker proeven konde, schoon ik zag, dat zy aan zommige anderen eene lekkere maaltyd verschaften.
De aapen, vooral wanneer ze jong zyn, zyn niet kwaad om te eeten. Men kan dit gemakkelyk begrypen, dewyl zy zig niet dan met vrugten, nooten, eijeren en jonge vogels, enz. voeden. Naar myne gedachten, zyn alle jonge viervoetige dieren eetbaar; maar indien men eenigen der aapen, welke men in de bosschen dood, vergelykt by die walgelyke en vuile beesten, die langs de straaten loopen, is het niet te verwonderen, dat een kiesche maag een afkeer van dit voedzel heeft. Ik heb de eerstgemelden verscheiden maalen gekookt, gebraden en gestooft gegeeten, en ik heb hun vleesch altyd wit, sappig en goed gevonden. Het eenige dat my stuitte, waaren hunne kleine handen en kop, die gevilt zynde, naar die van een kind geleeken.
Ik heb reeds opgemerkt, dat 'er verscheiden zoorten van aapen in Guiana zyn, van den grooten Orang-Outang, tot de kleine Saki-Winki toe. Ik heb den eersten echter nooit gezien: ik heb hem zelfs, zoo lang ik in dit land was, niet hooren beschryven. Wat den laatsten betreft, ik zal 'er by eene andere gelegenheid van spreeken; ik zal my tans vergenoegen met den leezer te onderhouden over die geene, welke ik op deezen tocht zag. De aap, dien ik de tweede keer doodde, is van het zoort dat in Surinamen den naam van Micou draagt. Hy is ten naasten by van de grootte van een Vos, en van roodachtig gryze kleur; hy heeft een zwarte kop en een zeer lange staart. Die ik den 10den doodde, waaren zeer fraai, en toen ze klaar gemaakt waaren, veel lekkerder dan de eersten. De aap van dit zoort word door de inwoonders genoemd kesee-kesee: hy heeft byna de gedaante van een konyn, en is ongemeen vaardig. Zyn hair is rosachtig, zyne staart, die zeer lang is, is aan het einde zwart: maar de voorpooten zyn van orange kleur. Hy heeft den kop zeer rond, het aangezicht zoo wit als melk, met een zwarte vlak in 't midden, en waar in de neusgaaten en de mond gevonden worden: deeze tegen elkander inloopende kleuren, geeven hem het voorkomen van een mom-aangezigt. Zyne oogen zyn zwart en zeer levendig. Dagelyks zagen wy deeze aapen aan weerskanten van de Rivier, maar voornamelyk op den middag. Zy sprongen in een groot getal van boom tot boom, de één na den ander; zelfs in een geheele reeks agter malkander. Zie hier hunne manier van reizen: de eerste begeeft zig op het einde van een tak, van waar hy op een naby staanden boom springt, maar dikwils ver afgelegen, zonder ooit in zyn oogmerk te missen, en met zoo veel juistheid als kragt. De anderen, en zelfs de wyfjes, hunne jongen op den rug dragende, alwaar zy zig zeer vast haaken, volgen hunnen geleider, de één voor, de ander na, en doen dien sprong met het grootste gemak. Het is zeer merkwaardig, met welke ligtheid zy op die natuurlyke koorden loopen, welke in een groot gedeelte der bosschen de boomen zamenvlegten, en die aan de takken vast hangende, op het eerste gezicht, de beeldtenis van eene vloot, die ten anker ligt, vertoonen.