Reisbrieven Uit Afrika En Azie Benevens Eenige Brieven Uit Zwed
Chapter 65
Het Cloisonné-, Satzuma- en Damascenewerk, dat alleen menschen met een groote mate van artistiek gevoel en aanleg kunnen uitvoeren, is alleen te vervaardigen in een land, waar het volk artistiek van aard en met kleine loonen tevreden is, want een kunstartikeltje, dat nu voor tien of twintig yen (een yen is ongeveer f 1,25) te koop is, zou anders honderden moeten kosten. Wij hebben het proces van deze drie kunstwerken gezien en de mannen bewonderd, die het uitvoeren. Het is op porselein of op metaal schilderen van de fijnste figuurtjes. Een klein bakje, waarin vijf tot achthonderd bontgekleurde vlinders of Japansche figuurtjes voorkomen, die door een loup gezien, alle de grootste volmaaktheid bezitten, is geene bijzonderheid. Doch ook het ivoorwerk is, wat het snijwerk betreft, eenig in zijn soort. Voeg daarbij het borduurwerk op zijde, linnen en katoen, het prachtige kantwerk, het goudlakwerk, het kunstbloemen maken en nog zooveel mooie zaken meer, wat alles hier voor de winkelramen te bezichtigen viel, dan kan men gemakkelijk begrijpen, dat twee vrouwelijke vrouwen, als mijne lieve metgezellin en ik, den anderhalven dag, die wij voor Kobe bestemd hadden, veel te kort vonden. Doch wij moesten Zaterdag verder, want sedert wij Hongkong verlaten hebben, heeft geen mail ons kunnen bereiken en wij wisten, dat in Yokohama 'n groot aantal brieven op ons lag te wachten. Wij besloten daarom regelrecht naar Yokohama door te sporen en vandaar uit Japan verder te bezoeken.
Wij hadden den extra-prijs van 3 yen boven onzen vaarprijs aan het station in Kobe betaald en daarmede het recht gekocht tot Yokohama een plaats in den observatiewagen in te nemen. Deze wagen, die achter aan den trein is gehaakt, een flink, ruim achterbalcon met vier zitplaatsen heeft, van gemakkelijke fauteuils is voorzien en groote, heldere spiegelruiten bezit, biedt den reizigers alle gelegenheid om op de meest gemakkelijke wijze van het prachtige landschap te genieten, dat onophoudelijk aan het oog voorbij trekt. De bosschen en bergen, de zee, de rivieren en de meren, de artistiek aangelegde tuinen, de kleine aan den weg liggende dorpjes, alles ziet er even verrukkelijk mooi uit. Men wordt den geheelen dag het uitzicht niet moede. De spoorwegmaatschappij heeft de voorzorg genomen, om op deze lijnen, waar zij observatiewagens verschaft, de zuiverste steenkool te gebruiken, zoodat men ongehinderd op het balcon kan zitten, zonder door zware rookwolken gehinderd te worden. Wij beiden droegen een licht linnen reispak, dat geen spatje vertoonde toen wij 's avonds in Yokohama aankwamen.
Wij zijn hier in een bijzonder mooien tijd aangekomen. Het is de tijd van de bloeiende chrysanthemums en van de mapleboomen. Ik had gedacht hier veel mooier chrysanthemums aan te treffen, dan ik ooit in Holland zag, maar daarin ben ik zeer teleurgesteld. De gekweekte chrysanthemums zijn niets mooier dan de onze. Ik heb in de groote bloemenwinkels van Amsterdam dikwijls veel mooier gekleurde en gevormde soorten gezien, dan hier. De bijzonderheid is echter de mooi getinte en bijna overal voorkomende wild-groeiende chrysanthemums. Die verlevendigden thans bijna overal het landschap en veroorzaken een allerkleurigst effect. De mapleboomen, die zich thans in herfsttint vertoonen, zijn zoo schitterend mooi, dat ik telkens meen, kunstmatig aangebrachte tinten te zien. Het is zoo'n schitterend roodbruin, als wij bij onze herfstbladeren nimmer zien.
Wij genoten van dit alles nog eens recht, toen wij Zondagmiddag een automobieltocht maakten van Yokohama naar Kamakura. Het was een prachtige Octoberdag; een prachtige najaarszon vroolijkte over de bont getinte boomen en had tal van Japansche moedertjes met hare poppige kindertjes naar buiten gedreven. Die kleine kinderen zien er uit als bont gekleurde vlinders, ieder op zich zelf vormt een schilderijtje. Sommige heele gezinnen hadden zich nog eens op dezen mooien najaarsdag opgemaakt om van de mooie natuur gezamenlijk te genieten. Vaders en moeders met al hun kroost trokken soms gezamenlijk er op uit. Wij zagen een vader, die zijn twee jongste spruiten ieder in een mand gezet had en zoo aan een juk over zijn schouders medevoerde. Verscheidenen droegen in de eene mand de proviand voor dien dag buiten en in de andere, om 't evenwicht te maken, zat de zuigeling. Maar in den regel gaat het kleintje op den rug van moeder of op die van broertje of zusje gebonden mede naar buiten.
In Kamakura was natuurlijk weder een oude tempel te zien, maar de bijzonderheid daarvan is, dat er een 16 meter hoog Buddhabeeld, een bijzonder mooi bronzen beeld, in aanwezig is. Er waren in Kamakura tal van tempels, die alle Buddhist-tempels zijn. Naast den Shinto-godsdienst bestaat in Japan de Buddhist-godsdienst. Het is echter een Buddhisme, dat van uit Burma naar Britsch-Indië, vandaar over Thibet naar China kwam en van China over Korea Japan bereikte. Op dien langen tocht, waarvoor vele eeuwen noodig waren, alvorens Japan bereikt werd, heeft het Buddhisme veel van zijn waar karakter verloren en een eigen Japansch karakter aangenomen. De Shinto-godsdienst en het Buddhisme schijnen zich altijd goed verdragen te hebben; vele Japanners zijn gedurende hun geheele leven Shinto's, doch laten zich op Buddhistische wijze begraven. In den Hachimantempel, den tempel, die aan den God van den oorlog gewijd is, genoten wij vooral van het prachtige uitzicht. De berg Fuji, de hoogste en de heilige berg in Japan, was zeer duidelijk te zien.
Toen wij 's avonds in het hotel teruggekeerd waren, wachtte ons beiden een groote bundel brieven, die zich gedurende zes weken hier opgestapeld hadden. Voor beiden was de inhoud van vele dier brieven ongeveer gelijkluidend. Men wenscht ons in het land terug, er is te veel te doen voor de thuis zijnde werksters, enz., enz., waardoor wij beiden den indruk kregen, dat het zelfzuchtig van ons zoude zijn, indien wij onze reis niet gingen bekorten en terugkeerden om de vrienden bij te staan in het werk, dat op het oogenblik in eigen land aller krachten vordert. Dientengevolge was Maandagmorgen ons eerste werk naar de verschillende kantoren te gaan om onze tehuisreis voor te bereiden. Mrs. Catt kan eerst op de boot, die 19 Oct. van hier vertrekt naar San Francisco afreizen en heeft die plaats besproken, terwijl ik dan den volgenden dag per Trans-Siberische lijn naar Holland kom. Wij hebben nu nog anderhalve week in Japan, die wij zoo goed mogelijk hopen te besteden. Tijd en lust om hier vergaderingen te beleggen en voor vrouwenkiesrecht te werken, ontbreekt ons geheel, zoodat wij de propaganda voor de goede zaak in Japan tot later zullen uitstellen. Japan is waard voor 'n tweeden keer bezocht te worden en via Rusland is de afstand zoo klein geworden, dat men tegen de reis niet behoeft op te zien.
Ik ga dezen brief nu eindigen, omdat de mail weldra gesloten wordt. Over 't geen ik hier nog zie en wedervaar, zal ik nog het een en ander in een volgenden brief melden, al bereikt die dan ook Holland niet, vóórdat ik zelf daar aankom.
III.
Ik wil dezen brief beginnen met een praatje over de kleeding der Japanners; dat is hier wel de moeite van eene korte beschrijving waard. Beginnen ook in de hoogere standen de heeren--en ook enkele dames--zich Europeesch te kleeden, verreweg het grootste aantal der bevolking draagt nog de typische Japansche kleeding. Die is voor de vrouwen schilderachtig mooi, maar onpractischer kan ik mij haast niets voorstellen. Zij is goed geschikt voor nietsdoende, thuiszittende dames, maar de vrouwen nemen hier aan heel veel arbeid deel en daarbij hindert hare kleeding op allerlei wijze. De mooie, lange kimono, met hare ellenlange mouwen, die door 'n breeden band om het middel vastgebonden wordt, hindert in elke armbeweging en maakt een geregeld loopen onmogelijk. Schuifelend, met binnenwaarts gekeerde voeten, moeten de vrouwen zich voortbewegen, anders slaat de kimono van onder open en laat dikwijls een paar ongegeneerde bloote beenen zien. Als schoeisel dragen de dames op straat houten klompjes, zoo eenvoudig als men zich maar voorstellen kan. Een vierkant plankje met een lint, dat tusschen den grooten en tweeden teen door gaat, en onder het plankje van voor en achter een paar klosjes, dat is alles. Als het regent en de straten zijn vol modder, dan worden klompjes gedragen, die minstens tien centimeter hoog zijn, zoodat de modder hoog moet spatten, wil zij de voetjes der kleine Japansche bevuilen. Allergrappigst trippelen ze op die hooge houtjes voort.
Hoeden worden door de dames niet gedragen; heur mooi zwart haar is altijd smaakvol opgemaakt en met gekleurde spelden, een bloem of een strik verfraaid. Alleen bij de vrouwen uit 't volk ziet men soms hoofddoeken, die meestal van witte stof zijn, doch die met blauwe en roode bloemen of figuren geborduurd, aan het mooie gezichtje een frissche omlijsting geven.
De mannen dragen ook kimono's, die oogenschijnlijk gelijk zijn aan die der vrouwen, doch op verre na niet zoo lang. Zij zijn meestal van een effen en stemmige tint, maar de band om het middel is dikwijls ook van een heldere kleur. Veel ziet men hier ook de divided skirt, de rokbroek zegt men bij ons, door de mannen dragen. Deze is precies zoo als zij een kwart eeuw geleden door sommige dames in Europa en Amerika gedragen werd en later op de fiets nog wel eens dienst deed. Of de vrouwen dit model uit Japan hebben overgenomen, of dat de Japanners het van de Europeesche dames hebben afgezien, weet ik niet met zekerheid te zeggen. Voor de laatste onderstelling pleit, dat men deze dracht het meest bij schooljongens en bij het onderwijzend deel der bevolking ziet. Het zou mij niet verwonderen, als het door de Amerikaansche zendelingen hier op de scholen was ingevoerd. Deze zijn het ook die begonnen de meisjes een eenvoudig rokje over de kimono te laten dragen en deze laatste een eind te bekorten, zoodat de kinderen vrij kunnen loopen. Deze rokjes zijn nu overal op de scholen ingevoerd, en worden ook door de onderwijzeressen gedragen.
Nu ik toch over kleeding schrijf, wil ik er wat over Europeesche kleeding aan toevoegen. Het wemelt in Yokohama van kleermakers, voor heeren zoowel als voor dames. Niemand komt hier, die zich niet in een paar dagen eenige pakken of japonnen laat maken. Of men ze noodig heeft of niet, men bestelt hier. In 24 uur maakt men hier een of ander zijden damescostuum, vol met de hand geborduurd garneersel en betaalt daarvoor niet meer dan men thuis voor maakloon gewoon is te geven. Geen Amerikaansche dame of heer gaat van hier, die niet eerst zijn heele garderobe vernieuwt. Het zijn allen Chineezen, die dit meesterwerk leveren. Het borduren geschiedt alleen door mannen, die soms met vijf tegelijk aan één patroon werken. Ook deze borduurders zijn meestal Chineezen, alhoewel er ook vele Japanners onder hen zijn, doch de Chineezen leveren verreweg het knapste werk.
Nadat wij in Yokohama nog verschillende uitstapjes in de omgeving gemaakt hadden, togen wij naar Tokio, de hoofdstad van Japan, waar tegenwoordig ook de regeering zetelt en de keizer woont. Slechts een half uur behoeft de trein, om de menschen van Yokohama naar Tokyo over te brengen. En daar komt men dan in een geheel andere omgeving. In eerstgenoemde stad wonen duizenden Europeanen van allerlei landaard en zeer vele Chineezen, daar is het centrum van zakendoende menschen, de handelsstand deelt er de lakens uit, terwijl in Tokio de staatslieden, de regeeringspersonen leven, en de adelstand en de voorname Japanners er de hoofdpersonen zijn. Het geheele aantal Europeanen, dat in Tokio woont, is nog geen 150. Men verwacht hier dus een Japansche stad bij uitnemendheid te vinden, maar daarin wordt men teleurgesteld. De omgeving van het keizerlijke paleis, het paleis zelf mag men niet bezichtigen, de verschillende groote regeeringsgebouwen, de groote handelsbanken en kantoren, de groote winkels, de openbare bibliotheek, het post- en telegraafkantoor, etc., ziet er alles echt Europeesch uit of laat mij liever zeggen, zijn meestal trouwe nabootsingen van hetgeen Amerika op dit gebied levert. Er is natuurlijk nog een groot gedeelte oude stad, waar men het Japansche leven nog in ongerepten vorm kan bewonderen, maar dat zal niet zoo heel lang meer zijn, want Japan en de Japanners zijn haastig bezig zich te veramerikaniseeren en te vereuropiseeren. De Engelsche taal wordt op alle scholen onderwezen en voor de reeds opgegroeide jeugd zijn avondscholen, waar uitsluitend Engelsch onderwezen wordt. In alle winkels, in treinen en trammen spreken dan ook de bedienden en conducteurs min of meer goed Engelsch.
Er is op het oogenblik in Tokyo een koloniale tentoonstelling, waar de producten, de menschen en alles wat de koloniën opleveren, tentoongesteld worden. Dat is een zeer leerzame tentoonstelling, die een goed beeld geeft van het leven en de ontwikkeling der bevolking in de Japansche koloniën. Wij zagen er de Ainu's, die in Yezo leven, het Noordelijkste punt van Japan, en die, volgens sommige schrijvers, de oorspronkelijke bevolking van Japan uitmaakten. Het is nog een zeer primitief volk. De mannen zijn breed en zwaar gebouwd, met lange, zwarte of grijze baarden, en zeer klein van gestalte. Zij gelijken precies op de kaboutermannetjes, die in steen zooveel in onze tuinen voorkomen. De vrouwen zijn leelijk en hebben bijna allen zware snorbaarden, waarvan de punten naar beneden hangen of over de wangen naar boven gekeerd zijn. Korea wordt nu ook onder de Japansche kolonies gerangschikt en was goed vertegenwoordigd. Wij brachten op deze tentoonstelling een heelen middag zoek, omdat het ons zoo'n goed beeld van den vooruitstrevenden geest der Japanners gaf. Den geheelen middag waren tal van onderwijzers en onderwijzeressen met geheele klassen kinderen in de verschillende afdeelingen aanwezig, om den kinderen aanschouwelijk onderricht te geven in hetgeen Japan op dit gebied vermag. Een der onderwijzers vertelde ons, dat voor alle scholen in Japan vrij entrée op deze tentoonstellingen is. Ook wij hadden slechts een minimum entrée te betalen.
Een anderen middag, toen wij met onzen gids tal van tempels en dergelijke merkwaardigheden gezien hadden en wij moede waren, bracht hij ons in het clubgebouw van voorname Japanners, de Mapleclub. De heeren dezer club veroorloven den gidsen overdag vreemdelingen daar te brengen om hun mooi gebouw te doen bewonderen en zich door de Geisha's van thee te laten bedienen. Het was een typisch Japansch gebouw met grooten tuin. Wij kregen slofjes over onze schoenen, doch de gids moest zijne schoenen uittrekken, en zoo werden wij rondgeleid. Wij troffen het, dat eenige Geisha's juist onderricht in muziek kregen en in een andere kamer vijf anderen dansles hadden. Het muziekonderricht werd door een man gegeven en kwam ons vrij primitief voor. Op onmogelijke instrumenten werden leelijke geluiden voortgebracht en nog leelijker gezongen. Maar de dansles was allervermakelijkst. Een oude vrouw gaf het onderricht. Dit vrouwtje was gewis tusschen de 60 en 70 jaar, maar was nog zoo lenig, vertoonde in elke beweging nog zooveel gratie, dat het hoogst interessant was, haar gade te slaan. Zij deed elke beweging voor en gaf steeds, in voor ons onverstaanbare taal, eene verklaring van de beteekenis der beweging. Een paar andere meisjes gaven de maat aan, spelende op een guitaar, maar het oude moedertje zong de melodie al dansende. Zij moet in hare goede jaren eene betooverende Geisha geweest zijn, want nog vertoonde zij, bij al hare gratie, mooie regelmatige gelaatstrekken. Er waren twintig Geisha's in dit clubgebouw, waarvan er velen ware schoonheden zijn, die den heerenclubleden op alle mogelijke wijze het leven moeten veraangenamen. Wij zagen er zelfs twee kindertjes van tien jaren, die nog geen vollen dienst doen, maar voor het vak worden opgeleid. Toen wij alles gezien hadden, vlijden wij ons in een der vertrekken op Japansche wijze op den grond neder en ontvingen elk een geurig kopje groene thee met een paar rijstkoekjes, waarvoor dit huis bijzonder gerenommeerd is.
Toen wij in het hotel teruggekeerd waren, vroegen eenige daar ook vertoevende Amerikaansche dames ons, om ons met haar dien avond te vereenigen om in een der gerenommeerde theehuizen een Geishadans te laten organiseeren. Sommige theehuizen geven daartoe de gelegenheid en laten daarvoor van 10 tot 30 Yen betalen, onverschillig hoe groot het gezelschap is, dat komt zien en luisteren. Zoo'n voorstelling duurt ongeveer anderhalf uur. Om 9 uur ging het heele gezelschap dames met één gids in rickshaws (rikisha, zal ik in Japan moeten schrijven) naar het aangegeven theehuis. Zoo'n lange rij rikishaas is in Japan bij avond op zich zelf reeds een mooi gezicht, omdat elk voertuigje door bont gekleurde lampions verlicht wordt. Aan het theehuis aangekomen, werden wij door een bijdehante madam zeer hartelijk ontvangen. Zij liet ons allen 'n paar bonte slofjes over onze schoenen aantrekken, door lieve kinderen geholpen en daarna mochten wij den drempel van haar heiligdom overschrijden. Nu werden wij naar boven geleid, waar wij ons allen op den matten vloer neervlijden, met een klein bankje voor rustpunt voor de armen en toen werd ons door de poppige kindertjes de Japansche groene thee met Japansche rijstkoekjes voorgediend. Ieder kreeg zijn eigen mooi-gelakt blaadje met klein theepotje en kopje en koekjes voor zich en kon zich daarvan naar believen bedienen. Onderwijl hadden de Geisha's zich voor den dans gereed gemaakt en waren de muziekinstrumenten opgesteld. Het was heel mooi en heel interessant, wat wij te zien en te hooren kregen, maar mrs. Catt en ik vonden het zeer veel gelijken op de Javaansche gamelang en de Javaansche danseressen, zooals wij het op Java gezien hebben. In elk geval houden beide nauw verband met elkaar. Tusschen de dansen van de Geisha's in, gaven de kinderen, leerling-Geisha's, ons verschillende van hare dansen te zien. Dat was echt mooi door den eenvoud en de gratie. Dit is echter volkomen gelijk aan wat in Zwitserland, door Dalcroze, is ingevoerd en van daar nu ook in ons land grooten opgang maakt. Het waren in beeld gebrachte fabeltjes of kindervertellingen, die allerguitigst aanschouwelijk werden gemaakt.
De gids zelf gaf ons van elken dans vooraf eene korte verklaring. Hebben Isidore Duncan en Dalcroze in Azië hunne eerste indrukken opgedaan, die hen leidden tot eene hervorming van den Europeeschen dans, is een vraag, die onwillekeurig tot ons komt, als men de pogingen van deze twee artisten gadeslaat en de volmaaktheid van 't geen zij beoogen in verschillende Aziatische landen voor zich ziet.
Van Tokyo uit, gingen wij twee dagen naar boven, naar Nikko. Dit is een ander van de drie mooiste punten van Japan en in dit seizoen, door de tot den top begroeide bergen met Mapleboomen, zeer bijzonder prachtig. Wij hadden ons van het natuurschoon in Nikko zeer veel voorgesteld, omdat wij er aanhoudend van gehoord en gelezen hebben, maar wat wij zagen overtrof onze stoutste verwachtingen. Men staat eenvoudig ademloos te kijken naar alles rondom, en weet geen woorden te vinden, om zijne indrukken weder te geven. De natuur is daar onbeschrijfelijk grootsch. En in die schoone omgeving heeft Japan zijne prachtigste tempels, die als kunstgewrochten wedijveren met de schoonheid der natuur waarin zij zich bevinden. Ook de geschiedenis, aan deze tempels verbonden, is zoo belangrijk en geeft elk onderdeel eene historische waarde. Voor de Hollanders is het interessant te weten, dat de mooiste bronzen, reuzengroote candelabre, eene Hollandsche kandelaar is, een prachtig oud-Hollandsch model, die ruim 300 jaren geleden door de Hollandsche handels-compagnie in Japan den Shogun ten geschenke is aangeboden, met het doel, om in één der tempels van Nikko geplaatst te worden. De tweede in grootte en pracht is een kandelaar door de bewoners van Yezo den Shogun aangeboden; deze is ook in Holland vervaardigd en moest dienen als pendant van den eerstgenoemden. Vreemd is zeker, dat deze twee prachtige candelabres nimmer zijn opgehangen, doch door een steenen omhulsel beschermd, bij den ingang van den tempel tentoongesteld zijn.
De tempels in Nikko leveren een aardig mengsel van den Shinto- en den Buddhistengodsdienst. Het zijn Shintotempels met de Shinto Tori er voor, doch met de Buddhabeelden binnen in. Men kan in deze tempels tezelfdertijd de Godin van de Zon, of den God van den Wind, of een ander afgodje aanbidden en Buddha met zijne discipelen verheerlijken. Ook de priesters leveren zoo'n heerlijk mixtum. Het zijn mannen, die zich geheel aan het priesterschap wijden, geen ander werk verrichten om den kost te verdienen, doch die gewoon wereldsch getrouwd zijn en een of meer vrouwen en kindertjes bezitten. Deze vrouwen doen dan dikwijls dienst als tempelmaagden, dat is te zeggen, zij zitten in een wit gewaad op een mat voor een tempelingang en voeren min of meer een dans uit, als men een paar centen of een dubbeltje op de voor haar liggende mat gooit. Wij offerden het dubbeltje, toen stond de tempelmaagd op, die een hoogst zwangere vrouw bleek te zijn, voerde eenige ronddraaiende bewegingen uit, accompagneerde zich zelve met een in de rechterhand dragend belletje en maakte met de linkerhand eenige ongracieuse handbewegingen.
Ook in Nikko zagen wij, vooral den Zondag, weder tal van schoolkinderen met de hun begeleidende onderwijzers en onderwijzeressen. Elk deel van de tempels werd hun verklaard; telkens zagen wij eene klasse neerhurken en hoorden dan den voor hen staanden onderwijzer eene uitlegging geven van wat de volgende tempel voor historische beteekenis heeft en welke onderdeelen het meest te bewonderen zijn.
Een van de karakteristieke bijzonderheden van Nikko is de Roode Brug. Dit is een heilige brug, waar niemand over loopen mag. Alleen de vroegere Shoguns en nu de Mikado en bij heel enkele bijzonderheden de hooge priesters mogen hunne voeten op deze brug zetten. Aan deze brug is natuurlijk eene geschiedenis verbonden, die fabelachtig genoeg klinkt, doch die door de Japanners toch als waarheid wordt aangenomen. Heel erg verkort komt zij daarop neder, dat eene der Japansche heiligen, Södö Shöhun, eens in zijn droom vier wolken zag, die hem noodigden te volgen. Hij maakte zich onmiddellijk gereed, om dat bevel op te volgen en liep dagen achtereen over bergen en dalen tot hij ten slotte kwam voor den grooten, snelvlietenden stroom, waar nu de brug staat. Daar kon hij niet verder. Hij ging bidden om hulp. Na lang genoeg gebeden te hebben, verschenen twee roode draken, die van beide oevers zich verhieven en boven het midden van den stroom zich vereenigden. Onmiddellijk zag Shöhun, dat dit de brug was, waarover hij gaan moest, en aan de andere zijde gekomen, merkte hij de plek, om daar later een roode brug te bouwen. Dit is nu de mooie, boogvormige, prachtig roodbruin gelakte roode brug, die met het veelkleurige groen boven, en den witschuimenden stroom onder zich, een schilderachtig geheel vormt. De twee dagen, die wij in Nikko doorbrachten, waren juist genoeg om een onvergetelijken indruk achter te laten en den wensch te vestigen er nog eens voor langeren tijd te mogen vertoeven.