Reisbrieven Uit Afrika En Azie Benevens Eenige Brieven Uit Zwed

Chapter 30

Chapter 303,571 wordsPublic domain

De hoogste kaste in Madura en omgeving zijn de Kallars of roovers. Deze menschen leven bijna uitsluitend van roof. Geheele dorpen rondom Madura zijn geheel door Kallars bevolkt. Tegen de niemand en niets ontziende leden van deze kaste hebben de Engelsche regeering en ook de overige bewoners van dit district reeds alles beproefd wat denkbaar is, maar zij kunnen ze niet kwijt worden. In 1896 en '97 nam de regeering zeer ernstige maatregelen tegen hen, waardoor zij tijdelijk in toom werden gehouden en er reeds eenigen hunne bezittingen te gelde maakten en naar andere oorden vertrokken. Maar in het midden van 1897 ontvoerden de Kallars de vrouw en oudste dochter van een invloedrijk man uit Madura en zeiden, dat deze vrouwen alleen tegen een hoog losgeld weder teruggebracht zouden worden. Indien echter de politie of iemand anders een der Kallars een haar mocht krenken, of indien de politiemaatregelen tegen hen niet mochten opgeheven worden, dan zouden binnen kort alle vrouwen uit het district op even geheimzinnige wijze verdwijnen en niemand harer zou terugkeeren. De bevolking was daardoor zoo beangst geworden, dat zij smeekten de politiemaatregelen weder op te heffen. Zij wilde liever weder onder het oude regime leven. De politie kan nu niet veel anders doen dan elkeen waarschuwen op zijn hoede te zijn.

Nog op een andere bijzonderheid wil ik wijzen, want ik weet niet of ik dat in zoo'n hooge mate wel meer in Indië zal zien. De vrouwen hier schijnen lange oorlellen bijzonder gracieus te vinden. Wij zagen er met oorlellen die op de schouders neerhingen. Om dat schoone resultaat te bereiken, worden de oorlellen van meisjes op den 8en dag na de geboorte doorboord en met steeds zwaarder ringen behangen. Als de kinderen ouder worden dan hangt men stukjes lood aan de ringen om een sneller verloop te verkrijgen.

Dezen eenen dag in Indië kregen wij ieder minstens een dozijn certificaten te teekenen over de braafheid en eerlijkheid en geschiktheid der verschillende menschen, waarmede wij in aanraking kwamen. De gids, hoewel geen gids van professie, de koetsier, de juffrouw van de stationskamers, de restaurateur, de winkelier van wie wij een kleinigheid kochten en al zulke menschen meer, vroegen een getuigschrift, dat wij met hunne handelingen tevreden waren en wilden liefst, dat wij naast onze handteekening een visitekaartje plakten. Elkeen loopt hier met een boek certificaten in zijn zak en duwt je dat direct onder de neus om zijne voortreffelijkheid te bewijzen. Sommige van die certificaten, vooral als zij in de Fransche of Duitsche taal zijn geschreven, want dat verstaan de goede menschen niet, zijn in 't geheel geen aanbeveling. In een er van vond ik zelfs een Hollandsch getuigenis door een landgenoot gegeven, dat luidde: "Hoedt u voor dezen man die u afzet op honderdlei wijzen!" De man vroeg mij of ik dat lezen kon, of ik het dan voor hem vertalen wilde en ik gaf als vertaling: "Dit is de eerlijkste man in de wereld!" "Ja", zeide hij, "dien mijnheer heb ik ook zoo goed behandeld".

5 Febr. Om 8 uur kwamen wij 's avonds in Trichinopoly aan, waar wij na een schraal diner en na een gids voor den volgenden morgen besproken te hebben, gauw op onze primitieve bedden kropen. Wij moesten weder in de stationsgelegenheid overnachten, die veel primitiever was dan de vorige. Daar wij hier met eigen bedtoebehooren moeten reizen en alleen ijzeren bedden met ijzeren matrassen vinden, behoeven wij voor bewoonde bedden niet te vreezen; daardoor is onze nachtrust een veel kalmere.

Wij reden vanmorgen eerst naar den verst af zijnden tempel, die de grootste in zijn soort in Indië is. Het is een tempel aan Vishnu gewijd, waarin Vishnu voornamelijk gehuldigd wordt als de dans- en vermaak-lievende God. Erg aanschouwelijk wordt dat in de verschillende beelden op en in de enorm grooten tempel voorgesteld; voor de openbare zedelijkheid ware het misschien wenschelijk, dat vele van deze beelden met een sluier van welvoegelijkheid bedekt werden. Als die tempel in ons land stond dan zouden onder onze tegenwoordige Zedelijkheidswet zeer zeker vele van de zinnebeeldige voorstellingen uit de graniet zuilen uitgehakt worden. Zij geven echter een goed beeld van verheerlijking der zinnelijkheid in den Hindu'schen godsdienst. Den geheelen morgen wijdden wij aan het bezichtigen van al de tempels in den omtrek en vanmiddag gingen wij een kijkje nemen van de industrie die in Trichinopoly beoefend wordt. Het is in hoofdzaak goud- en zilverwerk, filigrainwerk, wat ook al weer door elkeen in eigen hut of nog meer vóór de hut, uitgevoerd wordt.

Zuid-Indië, waarin wij nu reizen, is door zijne Hindu-tempels vermaard, daarom bezochten wij de voornaamsten er van. Maar wij hebben er nu genoeg van gezien en zullen niet meer, zooals wij eerst van plan waren, in Tanjore uitstappen om ook daar tempels te zien, maar liever in eens doorreizen naar Madras.

7 Febr. 'n Tocht van 7 uur 's avonds tot 8 uur den volgenden morgen bracht ons in Madras, alwaar wij na in een hotel een frisch bad en een goed ontbijt genomen te hebben, ons onmiddellijk per rijtuig op weg begaven. Madras is een vrij onbelangrijke stad, bezit eenige onbeduidende Hindu-tempels en eenige mooie officieele nieuwe gebouwen. Alleen voor hen die de occulte godsdiensten grondig bestudeeren willen, is Madras belangrijk. Daar hier de eerste Theosophische school door mad. Blavatsky en haar medewerker Olcott gesticht is, gingen wij daar een kijkje nemen. Even buiten Madras, in Adyar, is een zeer mooi gelegen en smaakvol aangelegd stuk grond, waarop deze school, met haar uitgebreide bibliotheek en verschillende woonhuizen, waarin de studenten en allen die tot de school in betrekking staan, wonen, is gevestigd.

Wij troffen er den vriendelijken secretaris mr. Aria, een Parsee, die ons alle inlichtingen gaf die wij wenschten. Verscheidene Hollandsche heeren en dames zijn op dit oogenblik in en aan deze school werkzaam. In de ruime, frissche hall van het hoofdgebouw stond een levensgroot beeld van de twee stichters van de school, mad. Blavatsky en kolonel Olcott. In Benares, waar wij later komen, is de tweede theosophische school gevestigd. Veel volgelingen hebben de theosophische leerstellingen nog niet gevonden. Als men bedenkt, dat de eerste school reeds in 1875 werd gesticht, dan is het tal actueele leden over de geheele wereld, dat volgens de officieele opgaven niet meer dan 23.000 bedraagt, zeer klein.

Nadat wij alle bezienswaardigheden en het Madrassche borduurwerk, door de vrouwen verricht, tegen ongeveer half twee gezien hadden, keerden wij naar het hotel terug, lunchten en namen eenige uren rust. Om vijf uur gingen wij nog eens een rijtoer maken door de omgeving van de stad, waar de élite op dat uur bijeen komt, en om 9 uur zaten wij weder in den trein, om rechtdoor naar Bombay af te reizen. Wij hadden genoeg van Zuid-Indië.

Terwijl de inboorlingen Van Zuid-Afrika, de groote kind-menschen, met hun kinderlijke begrippen, hun kinderlijke wijze van zich op te sieren, hun kinderlijk geloof, mijn volle sympathie wekten en ik gaarne voor hen zou willen werken, om ze tegen te ruwe handelingen te beschermen, ik mij tot de inboorlingen van Ceylon, met hun zacht-vrouwelijke trekken, hun lieve, vriendelijke oogen, hun gracieuse bewegingen en hun tevreden voorkomen, aangetrokken gevoelde, zoo zelfs, dat ik het voor de hoogste zaligheid houd, in het binnenland van Ceylon een kinderschooltje met deze lieve, mooie kindertjes te hebben, wekten de inboorlingen van Zuid-Indië mijn--en ook die van mijne reisgezellin--grootste afkeer op.

Deze ruwe, zinnelijke, domme, fanatieke bedrieger-gezichten, die drie keer daags in een stilstaand water een bad nemen om zich van hunne zonden te zuiveren--elke onderdompeling in het vieze slootwater neemt een bedreven zonde weg,--en die dikwijls direct daarna zich rondwentelen in een hoop excrementen van een koe, omdat dat dier heilig is, wekten, met alles wat hen omgeeft, hun geheelen godsdienst incluis, mijn grootsten weerzin op. Als het ander deel van Indië en de andere inboorlingen geen beteren indruk weten te wekken, als elke Hindu en andere Indische inboorlingen bedelaars en bedriegers blijken te zijn, als alle merkwaardigheden in Britsch-Indië ons zoo gauw gaan vervelen, neen, erger nog, in vele opzichten verontwaardiging wekken, zooals de Hindusche tempels, dan gaan wij snel door het land en zullen eerder dan ons plan was Calcutta bereiken.

Het is echter te hopen, dat Engeland er in geslaagd is, van het overige deel van dit oude land iets beters terecht te brengen.

9 Febr. Den 5en Februari vertrokken wij 's avonds om 9 uur van Madras en kwamen den 7en Februari 's morgens om 6 uur in Bombay aan. Wij waren toen 6 dagen en route geweest, hadden daarvan een nacht in de boot, twee nachten in stationsslaapplaatsen en drie nachten in den trein doorgebracht. Wij namen ons derhalve voor in Bombay eenige dagen zeer rustig door te brengen.

BOMBAY.

I.

Toen wij 's morgens om 6 uur arriveerden, lag de stad nog in nachtelijk duister, de straatlantaarns gaven alleen eenig licht. Wij konden nu zien, hoe de stille straten van een Oostersche stad er bij nacht uitzien. Langs den geheelen weg van het station tot het hotel, minstens 20 minuten rijden, lagen de menschen langs den huizenkant buiten te slapen. Soms, waar wij wat nauwere straten hadden te passeeren, ging het rijtuig dwars tusschen de slapende Bombayers door. Het is natuurlijk dat soort menschen, dat 's morgens "zijn bed opneemt en gaat wandelen", menschen, die waarschijnlijk geen woning hebben en er ook de behoefte niet aan gevoelen. Want ook wanneer deze menschen een woning hadden, zouden zij tehuis geen zachtere slaapplaats kiezen.

Het hotel, Taj Mahalhotel, waarin wij intrek namen, wordt het grootste hotel van de wereld genoemd. Het is zeer zeker waard even vermeld te worden. Het is een navolging van de Taj Mahal-tempel in Agra, waarover ik later zal spreken, als wij daar geweest zijn. Een rijke Parsee heeft in dit hotel een groot deel van zijn kapitaal gestoken, omdat hij Bombay de eer wilde geven, het beste hotel van de wereld te hebben. Ik geloof niet, dat hij daarin geslaagd is, ook al omdat het Oostersche klimaat niet toelaat de luxe aan te brengen, die men in vele groote Europeesche hotels vindt. Hoe het zij, het is een zeer mooi en comfortabel hotel, met prachtig uitzicht, zoowel op de zee als op de stad.

De stad Bombay is de meest Europeesche stad, die men zich denken kan. Als men de native town, het gedeelte, waar de Oosterlingen wonen en hunne winkels hebben, er buiten laat, dan kon deze stad even goed ergens in Duitschland of Frankrijk of Engeland liggen, als juist hier. Het is een stad met mooie moderne gebouwen, breede, ruime straten, groote pleinen met standbeelden, tuinen en parken; het geheel geeft den indruk een welvarende stad te zijn, die goed en zindelijk beheerd wordt. Wij maakten denzelfden middag van onze aankomst een rijtoer van eenige uren om een indruk van de stad te krijgen en gaven hier en daar ons visitekaartje met een introductiebrief af, bij personen, waarvoor wij eene aanbeveling ontvangen hadden. Reeds denzelfden avond ontvingen wij een bezoek van een Engelsche lady-doctor, die ons velerlei inlichtingen gaf.

Den volgenden morgen brachten wij het allereerst een bezoek aan de native town, waar wij haast verblind werden door de helle kleuren, door mannen en vrouwen beide gedragen. Mannen met blauwe, bruine of witte beenbekleeding (geen broeken) met emerald vesten en roode, groene of goudgele turbans. Vrouwen met kersroode, hardrose of zeegroene zijden doeken, waarin zij van hoofd tot voeten gewikkeld zijn, waarvan de randen rondom met een gouden band zijn afgewerkt. Men beweert, dat er meer dan 40 dialecten alleen in dat stadsdeel gesproken worden.

Des middags gingen wij datgene in Bombay zien, waarvoor de meeste toeristen alleen Bombay bezoeken en er een dag verblijven. Ik wil den lezer waarschuwen, dat ik nu over griezelige dingen ga schrijven, dingen, die griezelig zijn als men er over leest, doch als men ze ziet, dan verdwijnt het afschuwelijke er van voor een groot deel.

Zooals men weet, verbranden de Boeddhisten en Hindoe's hunne lijken, doch overal, waar wij tot nog toe waren, vertelde men ons, dat daarvoor niet een bepaalde plaats bestond, elke familie verbrandde het lijk van zijn naastbestaande ergens dicht bij een stroom of ergens in een bosch, zoodat wij daarvan niets konden zien. Hier in Bombay hebben de Hindoe's hun verbrandplaats en daarheen begaven wij ons. Men moet om toegelaten te worden eene aanbeveling medebrengen en die bezaten wij.

Iets somberders dan deze plaats, waar het lichaam voor de laatste maal heengeleid wordt, is niet denkbaar. Het is niet anders dan een groote, langwerpig-vierkante ruimte, omgeven door kale muren. Op verschillende plaatsen stonden vier ijzeren stangen, twee aan twee tegenover elkander. Tusschen deze ijzeren stangen wordt het hout opgestapeld en het lijk gelegd. Verder eenige houten banken, waarop de familieleden kunnen rusten, onderwijl het lijk van hun naastbestaande verbrand wordt. Dat is alles. Wij zagen een vuur branden, doch het lijk was reeds verteerd. Toen wij daarnaar stonden te kijken, kwamen op eens eenige in het wit gekleede mannen de poort binnen, die een nieuw lijk brachten. Het was het lijk van een volwassen mensch, dat geheel in een wit laken gehuld, op twee palen gebonden, door 8 mannen op de schouders naar binnen gedragen werd. Daar werd het van de palen verwijderd, daarna het hout opgestapeld, het lijk er tusschen gelegd..... Wij hadden er genoeg van gezien, ons verbeeldingsvermogen kon het verder wel uitwerken. De man, die ons rondgeleidde, vertelde, dat voor lijken van rijke menschen echt sandelwood gebruikt wordt, zoodat het vuur soms drie- à vierhonderd rupees kost. De asch der verbrande lijken wordt in de meeste gevallen aan de vier windstreken prijsgegeven, door sommige familieleden wordt zij verzameld en naar Benares opgestuurd om in den heiligen Ganges geworpen te worden.

Hier op deze verbrandplaats was zoo duidelijk te kennen gegeven, dat de Hindoe niet de minste waarde hecht aan het omhulsel van den mensch. De ziel is alles en die heeft natuurlijk reeds lang het doode lichaam verlaten en is in een ander levend wezen overgegaan. Dat is hun geloof.

Van deze trieste plaats gingen wij naar de plaats waar de Parsees hunne lijken brengen. Laat mij vooraf mededeelen, wie de Parsees zijn. Het zijn de oorspronkelijke bannelingen uit Perzië, die ruim acht eeuwen geleden in Indië kwamen en eerst toen Indië onder Britsche heerschappij kwam, tot welvaart en ontwikkeling konden komen. In het algemeen gesproken, zijn zij de intelligentste van de rassen hier. Niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen en dochters der Parsees zijn hoogst ontwikkelde personen, die de universiteiten alhier bezoeken en in de verschillende vakken promoveeren. Niettegenstaande hun aantal betrekkelijk klein is, in Bombay, waar zij voornamelijk wonen, zijn er nog geen 50.000, wordt toch feitelijk deze stad geheel door hen beheerd. Alle groote financieele en commercieele ondernemingen gaan van hen uit, alle mooie, groote paleizen worden door hen bewoond. Ook in den gemeenteraad vormen zij verreweg de meerderheid en voor alle groote functiën worden zij aangewezen. Geen enkele philantropische of wetenschappelijke instelling kan bestaan, als de Parsee-prinsen er niet hun goedkeuring en hun financieelen steun aan schenken.

Deze Parsees zijn Zoroasters, zij aanbidden zon, maan, aarde, lucht en vuur. In hun tempels, waarin niemand, die geen Parsee is, wordt toegelaten, brandt eeuwig een vuur. Dat vuur aanbidden zij, zooals zij buiten den tempel zon en maan, aarde en lucht aanbidden. Zij zijn van meening, dat zij hunne dooden niet kunnen begraven, omdat zij dan de aarde verontreinigen zullen; door ze te verbranden, ontheiligen zij 't vuur en zoo hebben zij er wat anders op bedacht. Maar laat mij den lezer langzaam op het komende voorbereiden. Het rijtuig bracht ons langzaam een mooi begroeiden heuvel op, vanwaar wij een prachtig uitzicht op de zee en op de stad onder ons hadden. Voor een poort gekomen, hield de koetsier halt en wees ons naar binnen te gaan. Nadat wij onze introductie vertoond hadden, gingen wij een eind door een prachtige allee met in bloei staande boomen en kwamen toen in een wondervollen bloementuin. Een intelligente man, daarvoor waarschijnlijk aangewezen, ging met ons rond en wees ons op al het schoone, vooral op de zeer mooie vergezichten, die men op menige plek genieten kan. Het eenige wat in dezen tuin hinderde, was het onophoudelijk gekrijsch van de honderden roofvogels boven ons. Wij mochten niet verder gaan dan tot op een zekere plek, "de Vaarwelhoek" genaamd. Niemand mag dien hoek overschrijden, ook de Parsees niet. Alleen de wachters van de torens, "de Torens van Stilzwijgen", hebben daartoe het recht. Die torens van stilzwijgen waren van die plek geheel te zien. Er zijn er vijf. Het zijn ronde, tien à vijftien meter hooge, van boven open, torens, met slechts ééne opening, de deuropening. De randen van die torens zitten rondom vol groote gieren, wachtende op hun prooi. Als er geen epidemie heerscht komen er dagelijks twee à drie lijken. Tot aan den Vaarwelhoek wordt het lijk door de familieleden gebracht, daar nemen de wachters van de torens van stilzwijgen het in ontvangst, de familieleden verwijderen zich, of gaan bidden in den tempel van den tuin en het lijk wordt in een der torens van stilzwijgen neergelegd. Nauwelijks hebben de gieren de torendeur hooren kraken of met snellen wiekslag zijn allen, die niet reeds tevoren op de randen zaten te wachten, aangevlogen, om den prooi in ontvangst te nemen. In minder dan twee uren, soms niet meer dan in een uur, hebben deze roofdieren het lijk geheel opgegeten, niets dan het zuiver afgekloven skelet is overgebleven. Door de heete zonnestralen worden deze beenderen in een paar dagen geheel gedroogd en daarna tot asch verbrand. Het geheele proces, zooals het daar plaats vindt, werd ons in een klein toestel aanschouwelijk voorgesteld. Op deze wijze meenen de Parsees dat zij voldoen aan het wijze woord: "Uit asch zijt gij opgebouwd en tot asch zult gij wederkeeren." Het komt mij voor, dat alleen de beenderen op die wijze tot asch wederkeeren, maar op zoo'n kleinigheid moet men niet letten. Het mag vreemd schijnen, dat wij op deze plaats niet zoo somber gestemd werden als op de verbrandplaats der Hindoe's. De prachtige omgeving nam al het sombere en het griezelige hier weg. Trouwens, als men zijn gevoel een oogenblik het zwijgen oplegt, het verstand alleen laat spreken, dan vraagt men zich af, is er tusschen deze wijze van handelen en het begraven der lijken wel zoo'n groot verschil? Wat hier bijna zichtbaar geschiedt, het opeten der lijken, geschiedt onder den grond op minder snelle wijze toch ook. Wij denken daaraan niet en doordat wij het niet zien, stellen wij ons, hetgeen met de lijken die wij begraven geschiedt, anders voor. Als hier die gieren niet zoo luidruchtig hunne vreugde te kennen gaven als er voedsel voor hen in aantocht is, en niet zoo zichtbaar op hun prooi zaten te wachten, zou het minder wreed lijken.

Maar genoeg over deze griezeligheden, ik ga nu slapen en zal morgen vervolgen.

10 Februari. Gistermorgen vonden wij een invitatie voor een tea, ten huize van een der dames, voor wie wij een introductie hadden en waar wij den eersten dag ons kaartje hadden afgegeven. Ook vond ik een briefje van dr. Benzon, om in het hospitaal, waarvan zij de directrice is, te komen, om eenige belangrijke operaties bij te wonen. Daar toog ik dus alleen op af en vond bij aankomst dr. Benzon met hare drie assistenten met de eerste operatie reeds vrij ver gevorderd.

Het betrof een twaalfjarig meisje, bij wie uit de okselholte eenige zeer groote tuberculeuze klieren werden weggenomen. De tweede operatie gold 'n vrouw bij wie een tumor uit den buik verwijderd werd.

Toen die operaties afgeloopen waren, had dr. Benzon nog lust en tijd mij in haar geheel hospitaal zelf rond te leiden en eenige belangrijke ziektegevallen te wijzen.

Dit Kama-hospitaal voor vrouwen is meer dan een kwart eeuw geleden door den heer Kama gesticht, vandaar zijn naam, doch is later door het gouvernement overgenomen en is nu dan ook een gouvernements-instelling en de daaraan verbonden doktoren en verpleegsters, regeeringsambtenaren. Dr. Benzon, die aan het hoofd staat, is een Engelsche, die in Londen gestudeerd heeft, hare drie assistenten zijn hier geboren, zij hebben ook hier in Bombay gestudeerd en haar doctorstitel gehaald. In Bombay is een zeer goede medische school voor studenten van beiderlei sekse. Tal van Indische meisjes studeeren hier, zoodat langzamerhand de Hindu-, Parsee-, Mohammedaansche en andere vrouwen nergens meer van medische hulp verstoken behoeven te blijven. Het Kama-vrouwenhospitaal is een inrichting met honderd bedden, die altijd alle in gebruik zijn, zoodat spoedig een vergrooting kan worden tegemoet gezien. Het is in alles een up-to-date hospitaal, waarvoor door de regeering geen geld gespaard en dat door de vrouwen-doktoren onberispelijk beheerd wordt. Ik ben benieuwd te zien, wat equivalent ik voor deze inrichting op Java zal vinden; in hoeverre onze regeering aan de zieke Javaansche vrouwen gelegenheid geeft door vrouwelijke doktoren behandeld te worden.

Dr. Benzon had ook eene uitnoodiging voor de tea, waarheen wij ons om vijf uur zouden begeven. Zij sprak met mij af, dat zij ons met haar automobiel zou komen halen, zoodat wij gezamenlijk konden gaan en zij ons aan eenige interessante personen kon voorstellen. En daar kwam nu datzelfde fijne persoontje, dat 's morgens eenige belangrijke operaties had verricht, 's middags eenige drukke consult-uren voor private patiënten had gehad, om vijf uur ons halen, gekleed in een geborduurd wit japonnetje met een hoed met lange witte veeren, er uitziende als de meest vrouwelijke vrouw, die men zich denken kan.