Reisbrieven Uit Afrika En Azie Benevens Eenige Brieven Uit Zwed
Chapter 29
Boven gekomen hadden wij een prachtig uitzicht over een uitgestrekt landschap, dat één groot bosch geleek. Maar ook vonden wij daarboven nog een geheel gave dagaba (d.i. een heilig huisje in den vorm van een immens groote bel, hetwelk een of andere heilige reliquie bevat), waarin de asch van Mahinda bewaard wordt. Er is ook een groote tempel, die gebouwd is over een haar van de wenkbrauwen van Boeddha, later in zijn asch gevonden, en tal van andere zulke belangwekkende oudheden. Alles dateert van eenige eeuwen vóór Christus en alles van hier is ouder dan de Boeddhistische oudheden, in Britsch-Indië ontdekt. Tal van priesters- of kluizenaarswoningen zijn nog in de rotsen te vinden, en wat meer zegt: doen nog als zoodanig dienst. Eenigen van die priesters wonen daar boven in de grootste ontbering. Ik was in een paar hunner zoogenaamde woningen, die niets anders zijn dan een groot hol in de rots, en waarin mij op dien heeten morgen een koude rilling overviel, toen ik er een oogenblik vertoefde. Zij slapen daarin op een gevlochten rieten rustbank en voeden zich met de vruchten uit de bosschen. Hun eenige kleeding is de groote, geel-katoenen doek, waarin zij gewikkeld zijn. Het water drinken zij uit een van de vele vijvers, waarin het stilstaande water in de droge moesson opdroogt en in de natte moesson weder door den regen wordt aangevuld. Tal van beesten zwemmen er in rond. Die vijvers zijn daar in den Boeddhistischen tijd aangelegd, om de wilde beesten van water te voorzien. Die beestjes hebben evenals menschen behoefte aan water; zij zelf zijn niet in staat vijvers te bouwen en daarom hielpen de menschen hen in dit werk.
Een van de priesters vond ik met een brandenden koorts op zijn rieten rustbank in de natkoude spelonk liggen. Ik vertelde hem door middel van onzen gids--anders verstond hij ons niet--dat hij zich door zijne broeders naar buiten moest laten brengen, of nog beter zich in het hospitaal te Anuradhapura laten opnemen, maar glimlachend schudde hij het hoofd, en zeide tot den gids, dat, wanneer hij sterven moest, "dan wilde hij sterven in de nabijheid van de geesten van Boeddha en Mahinda." Dat zal dan wel gebeuren; zijn groote wensch zal wel vervuld worden. De hooge temperatuur, de lugubere omgeving en de ontbering zullen hem zeker nog wel eerst eenige revelaties geven en dan zal hij misschien in Nirvana sterven. Hoe ver moet het verstand van menschen beneveld zijn, die meenen in zoo'n volslagen nutteloosheid een godgevallig werk te doen? Deze menschen zijn niemand tot nut; zij offeren hun leven voor een waan. Het waren bijna allen nog betrekkelijk jonge mannen, die wij er zagen.
Van hun zachte, niemand en niets kwaad doende natuur getuigt zeker wel, dat ons daar boven een paar vrij in 't rond vliegende vogeltjes overal op onzen weg volgden, en dan eens op de punt van onzen voet zich neerzetten of tegen onze rokken opliepen en met hunne opgeheven kopjes duidelijk "mother, mother" zeiden en iets, dat wij niet konden verstaan, doch dat de gids verklaarde sanskriet te zijn en beteekende, dat wij ze eenig voedsel moesten geven. Het waren vogeltjes, door de priesters in natuurstaat opgevoed, wien zij allerlei dingen leerden zeggen. Zij noemden ze Myna-birds.
Het is gemakkelijk te begrijpen, dat jaarlijks groote bedevaartgangen naar deze plek gehouden worden. Elk jaar, met opkomende maan, in Juni en Juli, komen er duizenden pelgrims uit Britsch-Indië, Burma en over geheel Ceylon, om hier hun opwachting te maken aan al dat heiligs, dat er te zien is. Zij slapen dan in de open lucht en leven van hetgeen de natuur hun aanbiedt of van hetgeen zij meebrengen. Cocosnooten en bananen zijn er in overvloed en daar kunnen zij best eenige dagen op teren.
De Boeddhisten maken het de Engelsche regeering niet gemakkelijk haar archaeologische onderzoekingen voort te zetten. Zij bespieden de uitgravingen met argusoogen en laten niet toe, dat er ook maar iets aan de heiligdommen beschadigd wordt. Zelfs hebben zij het vorige jaar een verzoekschrift door 5000 Boeddhisten onderteekend, naar de regeering in Engeland gezonden, om te voorkomen, dat er nog meer bosschen worden omgehakt en in vruchtbare rijstvelden herschapen. Zij beweren, dat al die grond, met alles wat er op groeit, door opeenvolgende vorsten aan Boeddha vermaakt is en dat geen menschelijk wezen recht heeft, zich daarvan iets toe te eigenen. Ook hebben zij tot dusver nog verhinderd de een of andere dagaba te openen om te zien wat er zich binnen, in bevindt. Dat is in hun oog groote heiligschennis. Uit de oude archieven, die over geheel Ceylon reeds vele eeuwen vóór Christus met groote duidelijkheid geschreven en bewaard zijn gebleven, moet men de identiteit van de meeste der oudheden vaststellen. De opgravingen zijn eigenlijk nog slechts pas begonnen; wie weet wat zij nog aan den dag zullen brengen, vooral als de regeering op de een of andere wijze de Boeddhisten tevreden kan stellen, hunne gevoelens niet kwetst en toch met krachtige hand de onderzoekingen voortzet.
Voor mijne lezeressen wil ik hieraan nog toevoegen, dat Mahinda eene zuster had, die ook Boeddhiste was, en dat hij die zuster, toen zijn proselietenmakerij zoo succesvol was, liet overkomen om de vrouw van koning Tissa en hare hofdames te bekeeren. Zij kwam en bracht een tak van den bo-boom mede, waaronder Boeddha zeven dagen in heilig afwachten gezeten had; zij plantte dien tak hier, deze schoot weldra wortel en is nu de heilige bo-boom van Anuradhapura. Mahinda's zuster was even succesvol als haar broeder; de koningin en alle dames uit haar gevolg lieten zich bekeeren en uit deze vormde zij een soort nonnen, die wel op andere wijze dan de priesters of monniken, maar toch ook haar geheele leven aan den dienst van het Boeddhisme wijden, zonder iets anders te doen. De Boeddhistische zusterschap vormt geen nonnen, die, evenals de Katholieke nonnen, zich op de een of andere wijze nuttig trachten te maken voor de menschheid; zij zijn totaal nuttelooze wezens, die haar leven wijden aan den dienst van Boeddha.
Toen wij tegen één uur weder in het hotel aangeland waren, hadden wij nog juist tijd om haastig wat te eten, ons boeltje weder te pakken, om nog met den trein van twee uur weder naar Colombo te vertrekken.
Wij vonden dezen keer opname in het Galle Face Hotel, wat weldra bleek een "betrekkelijk" voorrecht te zijn. Vooreerst is dit hotel tamelijk ver buiten de stad gelegen, zoodat wij minstens een kwartier noodig hebben alvorens wij de stad bereiken en dan is het hoog fashionable. Bijna den geheelen dag is er muziek en niet alleen de gasten van het hotel genieten er van, maar ook de heeren en dames van Colombo's high life komen hier tea'en, dineeren, dansen en hunne mooie toiletten ten toon spreiden. Achterna bezien was het eenvoudig hotel Bristol, dat toch in zijn soort heel goed was, voor ons veel beter gelegen en doelmatiger geweest. Toen wij 's avonds in het Galle Face Hotel aankwamen, was een van de vele bals, die hier gegeven worden, in vollen gang. Ik verkeerde door de hitte zoo ongeveer in smeltvorm, maar dat nam niet weg, dat tal van jonge paren--en ook eenige oude--het niet te warm vonden, om in walspas rond te draaien en aan elkanders warmen boezem te rusten. Het was geen frisch schouwspel, dat bal aan te zien.
Ik zou over Ceylon nog wel eenige brieven kunnen vullen, als ik maar tijd had ze neer te pennen. Het land is rijk aan natuurschoon, belangrijk voor den ethnoloog door de verschillende volksstammen, waarvan vele vrijwel nog in natuurstaat verkeeren, en voor den archaeoloog om van te watertanden. De uitgravingen zijn op verschillende plaatsen op Ceylon in vollen gang en leveren overal prachtige resultaten. Voor allen, die naar Indië gaan of van daar huiswaarts keeren, is het zeer loonend een tweeweeksch oponthoud in Colombo te maken en dan die dagen in Kandy door te brengen.
IN BRITSCH-INDIË.
VAN COLOMBO TOT MADRAS.
2 Februari. Wij gaan over eenige uren Ceylon verlaten, om ons naar het vaste land van Britsch-Indië te begeven.
Vóór ik over dit enorm uitgebreide land, dat even groot is als heel Europa zonder Rusland, waar 404 talen door 300.000.000 menschen gesproken worden, waar dagelijks couranten in 22 talen verschijnen, waar behalve Christenen en Joden, menschen leven, die tot alle oude godsdiensten met honderden sekten behooren, begin te schrijven, moet ik de lezers waarschuwen, dat alle schrijvers over Indië het er over eens zijn, dat zelfs indien men 25 jaren in Indië heeft gewoond met het doel land en volk te bestudeeren, men dan nog ten slotte tot de conclusie komt, dat men er eigenlijk niets van weet. Dit land, dat het oudste land op aarde schijnt geweest te zijn, waar de eerste wetenschap beoefend werd en van waar de beschaving is uitgegaan, schijnt voor vreemdelingen ondoorgrondelijk. Wij zijn van plan in twee maanden tijd dit uitgebreide land van Zuid tot West, van Noord tot Oost te doorkruisen en in alle belangrijke plaatsen een of meer dagen te vertoeven. Vóór wij de reis aanvingen, hebben wij moeten kiezen tusschen al het belangrijke wat dit land te zien en te leeren geeft om onze reisroute te kunnen vaststellen. Wij zullen de plaatsen bezoeken, waar wij belangrijke oude tempels vinden, de steden, waar de hoofdgodsdiensten de omgeving beïnvloeden en eenige mooie bergtoeren maken. Daarvoor gaan wij van Tutticorin naar Madras, en vandaar naar Bombay, onderweg verschillende plaatsen aandoende. Van Bombay gaan wij Noordelijk tot Lahore en dan naar Calcutta. Zooveel mogelijk zal ik van alle plaatsen die wij aandoen het vermeldenswaardige vermelden en de indrukken mededeelen, die ik opdoe. Dat die indrukken vluchtige zijn, spreekt van zelf en dat zij altijd precies zullen wedergeven wat de toestanden in werkelijkheid zijn, wil ik niet belooven. Misschien zijn er onder mijne lezers, die dezelfde reis al eens gemaakt hebben en andere indrukken opdeden, dat is zeer wel mogelijk. Men verwachte van mij dan ook geene beschrijving van Britsch-Indië, geen volledigheid van de onderwerpen, die ik aanroer, maar alleen een beschrijving van wat ik zag, wat ik ondervond, en wat ik van dat alles denk.
3 Februari. Met een uitstekende boot met groote, comfortabele hutten, goede badkamers en zeer goede keuken, de "Bharatta", staken wij van Colombo naar Tutticorin over. Hadden wij bij aankomst in Colombo gemist de mooie haven te zien, bij ons vertrek van Ceylon hadden wij daartoe alle gelegenheid. Om zeven uur van ochtend bracht de boot ons op vijf mijlen afstand van Tutticorin, van waar wij in een kleine stoombarkas met onze bagage aan land werden gebracht. Spoedig daarna reisden wij af naar Madura, alwaar onze eerste stopplaats voor Indië zou zijn. De treinreis bood niet veel bijzonders, het landschap was vlak en dor, de natives aan den weg van het soort, zooals wij ook op Ceylon hadden gezien, alleen de Sinhaleezen ontbraken. De zon in dit deel van de wereld, waarin het altijd heet en altijd dor en droog is, gloeide door de tralies van onze jalouzieën voor de waggonraampjes. Gelukkig voorzien de spoorwegdirecties de compartimenten van goede electrische waaiers, die ten minste eenige koelte aanbrengen. Als men bedenkt, dat alle gidsboeken, (ongelukkig heeft Baedeker den tijd nog niet gekomen geacht een Baedeker van Indië uit te geven), er voor waarschuwen in Indië--vooral in treinen en stations--water of melk te drinken, dat men niet zelf vooraf gekookt heeft, vruchten aan de stilstaande treinen van inlanders te koopen en die te eten, in de restauratiewagens salade, vruchten zonder schil of met zachte schil te nuttigen, vleesch en visch zooveel mogelijk onaangeroerd te laten, dan blijft er niet veel over, waaraan de verhitte en hongerige toerist dorst en honger kan laven. De lijst van zaken, die in dit land "dangerous" zijn, is inderdaad zoo groot, dat het mij niet verwondert, dat men in Engeland dankgebeden in de kerken opzond en een algemeenen feestdag hield, toen koning George en zijne gemalin heelhuids door dit land heengekomen waren. Wij zullen probeeren dat kunststukje na te doen.
Het eenig verschil wat wij aan den weg tusschen de kleurlingen hier en op Ceylon opmerken, is, dat hier bijna elke man, vrouw en kind gemerkt zijn. Op Ceylon waren het slechts weinigen, die wij hier en daar gemerkt zagen. Zij hebben dan midden op het voorhoofd--soms gaande tot over de neus--witte, gele of roode strepen en ronde roode plekken, strepen in horizontale of in verticale richting. Elk merk geeft aan tot welke godsdienst of tot welke kaste de bezitter behoort. Soms zag ik iemand met drie horizontale witte strepen, gaande van 't eene eind tot het andere einde van het voorhoofd en daaronder, vlak boven de neus, een vermiljoen roode stip, ter grootte van een gulden. Anderen hadden verticale, witte strepen, waarvan de middelste tot over de neus tot aan de punt liep. Een klein, naakt meisje had drie gele strepen over haar voorhoofd en men had getracht hare bruine wangetjes en rondom het kleine mondje een oranje-gele tint te geven. Allerlei variaties op dit thema zijn aangebracht en met mijn gidsboek tot hulp heb ik getracht deze en gene soort te identificeeren. Geen gemakkelijke taak.
Om half drie arriveerden wij in Madura, een stadje van ruim 100.000 inwoners, alleen door inlanders bewoond en vol van historische oudheden. Een hotel is er niet te vinden, doch de spoorwegmaatschappij heeft het den reizigers mogelijk gemaakt om er een dag te vertoeven, door op het dak van het station een groote open veranda te bouwen met zes min of meer afgesloten... laat mij zeggen, kamers, waarin in ieder twee ledikanten staan en die van frissche badgelegenheden zijn voorzien. Als men den dag te voren telegrafeert, zoo'n telegram kost niets, dan is men vrij zeker een onderdak te vinden, want niemand mag langer dan 24 uren zoo'n kamer occupeeren. Wij hadden de voorzorg om te telegrafeeren genomen en vonden dus een kamer voor ons gereserveerd. Wij zullen op onze toer door Indië nog wel meer van zulke stationgelegenheden gebruik moeten maken, als dan alle zoo eenvoudig doch goed als deze zijn, zijn wij tevreden. Alleen zouden wij gaarne, als het voor het vragen was, wat minder bezoek van ratten en muizen hebben, die zich hier al bijzonder thuis gevoelen. Maar in Indië, nog meer dan op Ceylon, waar het leven van alle dieren heilig is, moeten wij niet verwachten, dat zulke beestjes uitgeroeid worden.
Wij zijn lucky toeristen. Juist den dag dat wij aankwamen, was een belangrijke feestdag voor de Hindu's. Het was de Chitraï, op een na de voornaamste van alle Hindu'sche feestelijkheden. Het feest vindt elk jaar plaats op den eersten dag van volle maan, in de Hindu'sche maand Tai, die valt tusschen Januari en Februari. Wij hadden nu wel heel veel moeite een rijtuig en een gids te vinden, want allen en alles was getogen naar den tempel Teppakulam, waar de heilige processie zou plaats vinden, op ongeveer vier mijlen afstand van hier. Den geheelen dag brachten locaaltreinen Hindu's uit de omgeving aan om aan de processie en de daarmee gepaard gaande feestelijkheden deel te nemen, zoodat duizenden en duizenden hunner dezen dag in Madura bijeen waren. Met behulp van den stationschef kregen wij ten slotte om ruim vijf uur een jutka, dat is een wagentje in den vorm van een groote rioolpijp op twee wielen, doch van riet gemaakt en met een os bespannen. De inlanders gaan er in liggen, of zitten er in op hunne gekruiste beenen, wij verkozen er achter in te kruipen en onze beenen naar buiten te laten hangen. Wij kregen ten slotte ook in plaats van een os, een paardje, maar een paardje, dat niet grooter was dan een muis. Wij moesten onze hoeden afzetten en achter ons neerleggen, want boven onze hoofden werd het ronde ding natuurlijk steeds nauwer en liet nauwelijks genoeg ruimte om onze hoofden fier op te houden. Bij elke oneffenheid in den weg, of bij elke kromming, caramboleerden onze hoofden tegen elkaar of tegen de wagenwanden. Mijn valsche pruik beschutte mij voor menige buil.
Op onzen weg passeerden wij de dichte drommen inlanders, die allen naar het feest togen. De vijf olifanten, de heilige, die een voorname plaats bij elk heilig feest van Buddhisten en Hindu's innemen zagen wij prachtig uitgedost heenvoeren. Een er van boog vriendelijk voor ons en bood toen zijn snuit voor een belooning aan. Wij staken voor deze beleefdheid een paar koperstukjes in den snuit, die onmiddellijk aan den op hem zittenden priester oversnuit werden. Eenige hooge en voorname priesters werden in prachtig versierde baldakijns heen gebracht. De baldakijns werden door 8 mannen gedragen, voor en achter en aan beide zijden door muzikanten omgeven. De muziek werd gegeven door mannen, die op fluiten bliezen, op trommels sloegen, met rinkelbellen en andere bellen rinkelden, of met twee stukjes metaal op elkaar sloegen. De Hindu'sche bediende van den stationschef die ons tot gids diende, en die een beetje Engelsch sprak, vond de muziek prachtig; ik kon er niet veel harmonie in ontdekken.
De geheele weg was met gele bloemen en gele bladen versierd, alle vrouwen en meisjes droegen gele bloemen in de haren en hadden kransen van gele bloemen om den hals. Geel was de heilige kleur. Alle Siwabeelden bij den weg kregen offeranden van gele bloemen. Na ongeveer drie kwartier in onze ongemakkelijke koets gereden te hebben, kwamen wij op de heilige plaats aan. Daar was een reuzengroote tank of vijver, waar midden in op een eilandje een mooie tempel stond, de Teppakulam, voor wie de feestdag gold. Met een bootje moesten wij er heenroeien. Maar die bootjes, van den meest primitieven vorm en constructie (sommige geleken op heele groote, halve kokosnootdoppen) konden niet aan de oevers van de vijver komen. Voor de Hindus, die allen blootvoets en blootbeens zijn, levert dat natuurlijk geen bezwaar op, maar wij konden onze benedenlichamen moeilijk blootstellen aan zulk een koudwaterbad. Onze jonge gids wist echter voor die twee vreemde dames de menigte, die er om vocht om in de bootjes te komen, op een afstand te houden, het bootje zoo dicht mogelijk aan wal te laten komen, en toen met behulp van twee mannen en een koenen, jeugdigen sprong, kwamen wij in een scheepje terecht, waarvan de bestuurder uit diepe eerbied voor de twee blanken onder de zwarten--eerlijk gezegd heeft de zon in Ceylon van mij reeds bijna een kleurling gemaakt en, ik kon best voor een der hunnen doorgaan--niemand meer veroorloofde plaats te nemen. Hij roeide ons naar den tempel, waar een jonge priester ons onmiddellijk met een krans gele bloemen behing, waarvoor wij hem een rupee moesten offeren. Spoedig nadat wij aangekomen waren, werden de duizenden lichtjes ontstoken. Het waren alle aarden olielampen van antieken vorm, waarin olie en een zakje met brandbare stof. Walm gaven zij genoeg. De processie was eenig om aan te zien. Het Siwabeeld, vol behangen met gouden kettingen en edelsteenen, achter hem aan het beeld van zijn vrouw, minder kostbaar versierd, werd rondgedragen. Rondom muzikanten van het reeds beschreven soort. De dragers waren Brahmanen, dat is op een na de hoogste kaste hier. Zij alleen genieten de eer Siwa en zijne gemalin rond te dragen. Vooraan liepen vele priesters maar allereerst een groep dansmeisjes, Nautchgirls, de heilige prostituees. Voor een nuchteren toeschouwer was het meest humoristische van deze groep, de twee mannen te zien, die aan beide zijden van het Siwabeeld liepen met reuzengroote waaiers en daarmede zwaaiden, dat het zweet van hun naakte lichamen droop, met het doel Siwa koelte aan te brengen. Maar de geheele groep, waarin ook een paard van goud werd rondgedragen, was zoo'n mooi stuk bont oriëntalisch geheel, dat het mij onuitsprekelijk boeide.
Voor degenen, die het niet mochten weten, is Siwa een van de drie godheden der Hindu's, Brahma, Vishnu en Siwa, maar 't wordt verondersteld dat Siwa in honderden--onze Hindu-gids zegt duizenden--verschillende vormen op aarde kwam en in al die vormen wordt hij door zijne volgelingen vereerd. Madura is de meest Hindusche stad in Indië en de oude tempel, dien wij den volgenden morgen gingen zien, de mooiste en grootste van geheel Indië. Nergens ook leven zooveel dansmeisjes als in Madura, waar haar aantal meer dan 200 is. Zij wonen in een afzonderlijke straat. Men vertelde ons, dat deze, die wij niet anders dan prostituees zouden noemen, toch van deze daarin verschillen, dat zij zich nimmer verlagen om een blanken man te dienen, dat zij alleen met Hindumannen verkeeren. Zij worden dansmeisjes genoemd, omdat zij bij alle heilige feesten in de tempels dansen en zij zijn met een soort heiligheid omgeven, omdat zij de priesters "unentgeltlich" ten dienste staan. Onder de Europeesche schrijvers over Engelsch Indië zijn er echter verscheidene, die beweren, dat deze vrouwen voor geld en lieve woorden ook wel eens een blanken man hare gunsten verkoopen.
4 Februari. Wij gingen den volgenden morgen vroeg den ouden tempel zien, die inderdaad in vele opzichten een wonder is. Het Hindu-knechtje van den stationschef diende ons weder tot gids. Deze tempel is niet zoo heel oud, dateert van het begin der 17e eeuw, hij is echter bijzonder goed bewaard gebleven. Al de beelden en beeldengroepen zijn stucadoorswerk en later geschilderd. Men beweert, dat het inwendig deel van den tempel reeds in de 5e eeuw moet bestaan hebben, want er zijn schrijvers uit dien tijd, die er reeds van gewagen. Nadat wij dezen tempel genoegzaam eer bewezen hadden, zagen wij het oude koninklijke paleis, dat nu tot officieel gebouw dient en waarin de gemeenteraad zitting had en zagen wij de groote bo-boom, die op één na (in Calcutta is een nog grooter) de grootste van de geheele wereld is. Een bo-boom is een heilige banyanboom, een oude Waringin, die door zijne vele luchtwortels tot stammen gegroeid, een groep boomen gelijkt, doch inderdaad slechts één boom is. Deze bo-boom was heilig verklaard, wijl hij in staat bleek, vrouwen, die van den duivel bezeten zijn, als zij er deemoedig voor bidden en er offeranden voor brengen, te verlossen. Er zijn dingen voor minder nuttige diensten heilig verklaard!
Toen wij om 12 uur van onzen rijtoer terugkeerden, stond vlak voor het station, in de brandende zon, een geheel naakte man; alleen zijn lendenen waren met een doek omgord. Zijn geheele bruine body was met heilige asch grijs gekleurd. Zijn oogen leken bloedrood. Hij stond op één been, het andere gestrekt voor zich uit. Het was een fanaticus, die door zelfkastijding zich trachtte te zuiveren van begane zonden. Hoe lang die man daar reeds gestaan had toen wij arriveerden, kan ik niet zeggen, maar toen wij om half drie vertrokken stond hij daar nog op hetzelfde eene been. In elk ander land zou zoo'n grappenmaker met zachte hand naar een krankzinnigengesticht overgebracht worden, hier wekte hij van elken voorbijganger bewondering en een eerbiedig medelijden op.
Vóór ik van Madura vertrek moet ik nog opmerken, dat de voornaamste industrie hier in de stad het weven is, wat nog overal thuis op de ouderwetsche handweeftoestellen geschiedt. Wij zagen er velen buitenshuis dit handwerk beoefenen. Zeer mooie fijne, zijden en katoenen stoffen maakten zij. Het wasschen en het verven der geweven stoffen geschiedt ook hier. Ruim de helft der bevolking is wevers, zij vormen een afzonderlijke kaste, de weverskaste, die ook hun eigen voorhoofdmerk dragen.